Raadsvoorstel bestemmingsplan Schieveste
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummer:
21VR019
Steller:
S.J.C. Hovens, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid
Telefoonnummer steller:
010 2191736
Portefeuillehouder:
Wethouder Laan
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Vaststellen bestemmingsplan Schieveste 2021
13 juli 2021
A. Voorgesteld besluit:
1. De zienswijzen tegen het bestemmingsplan Schieveste gegrond, ongegrond en/of nietontvankelijk te verklaren conform de ‘Nota van zienswijzen Schieveste’; 2. Het bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ en bijbehorende milieueffectrapport Schieveste gewijzigd vast te stellen; 3. De welstandsparagraaf Schieveste vast te stellen; 4. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. B. Aanleiding:
Op 28 januari 2020 is besloten over de ontwikkeling van Schieveste (fase 2 en 3) naar een hoogstedelijk woonmilieu en een nieuw bestemmingsplan voor te bereiden, die deze ontwikkeling mogelijk moet maken (19VR099). C. Maatschappelijk doel:
Met de herziening van het bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor de bouw van 3.000 tot 3.500 woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan een aanzienlijk deel van de regionale woningmarktafspraken, de Woondeal Zuidelijk Randstad en de gemeentelijke Woonvisie. D. Argumenten:
1.1 Ter inzage leggen ontwerp en mogelijkheid tot indienen zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan (inclusief bijbehorend milieueffectrapport, de ontwerpwelstandsparagraaf en het ontwerpbesluit hogere waarden (geluid) hebben vanaf 26 november 2020 voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 6 zienswijzen ingediend ten aanzien van het bestemmingsplan. Geen zienswijzen zijn ingediend ten aanzien van de welstandsparagraaf en het besluit hogere waarden (geluid). Voor een nadere motivering wordt verwezen naar de bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen Schieveste’. 1.2 Zienswijze tegen het bestemmingsplan: regionale kantorenvisie De provincie Zuid-Holland heeft een zienswijze inzake de hoeveelheid kantoren op Schieveste in relatie tot de regionale kantorenvisie.
De zienswijze berust op een misvatting doordat de provincie uitsluitend heeft gekeken naar de ruimte voor nieuwe kantoren en niet naar de bestaande kantoorvoorraad. In de regionale kantorenvisie is opgenomen dat op Schieveste sprake is van een bestaande voorraad van 36.500 m² aan kantoren. Op grond van het bestemmingsplan is maximaal 35.600 m² aan kantoren toegelaten, waarmee de plannen niet voorzien in een uitbreiding van de oppervlakte aan kantoren ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de ontwikkeling van Schieveste wordt dan ook geen gebruik gemaakt van de nog resterende ruimte aan nieuwe kantoren. Deze resterende ruimte wordt ingezet voor de ontwikkeling van kantoren aan de noordzijde van de A20 via het eerder vastgestelde bestemmingsplan ‘’s-Graveland & Spaanse Polder 2020’. Naar aanleiding van de zienswijze is nader overleg geweest op basis waarvan ook de provincie concludeert dat de ontwikkeling van Schieveste voldoet aan de regionale kantorenvisie. 1.3 Zienswijze tegen het bestemmingsplan: belangen spoor en station Zienswijzen zijn ingediend door ProRail en NS Stations. De zienswijzen zien er primair op dat bij de ontwikkeling van het station rekening moet worden gehouden met de belangen van het spoor en het station en dat zij betrokken worden bij de uitwerking van de plannen.
Een verantwoorde ontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met spoor en station is een gezamenlijk belang en onderdeel van de overleggen die (reeds) plaatsvinden met hen. Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld zodat de spoorbeheerder ook formeel moeten worden betrokken bij de toetsing van de omgevingsvergunningen die moeten worden gevraagd voor de bouw. Hiermee wordt voorkomen dat een ontwikkeling plaatsvindt die een negatieve invloed heeft op het functioneren van spoor en station. De zienswijze betreft daarnaast de tijdelijke P&R-voorziening op Schieveste, die gelegen is op gronden die deels in eigendom zijn van Railinfratrust. Hoewel woningbouw is voorzien op de locatie van de P&R-voorziening, laat het bestemmingsplan ook ruimte om de betreffende gronden te blijven gebruiken als P&R-voorziening. Het bestemmingsplan vormt dan ook geen belemmering voor zover men de bestaande P&R-voorziening wenst te behouden. Dit neemt niet weg dat wordt ingezet op verplaatsing van de P&R-voorziening naar de parkeergarage in het bioscoopcomplex. In deze parkeergarage is reeds voorzien in een alternatieve P&R-voorziening, die mede is gefinancierd door de MRDH. De verplaatsing van de P&R-voorziening is onderdeel van het bestuurlijk overleg dat plaatsvindt met ProRail en NS Stations.
Dat geldt ook voor het verwerven van de gronden die thans nog bij hen in eigendom zijn. 1.4 Zienswijze tegen het bestemmingsplan: (bestaande) gebruiksrechten Door de eigenaar van een bestaand kantoorpand is een zienswijze ingediend. De zienswijze ziet primair op het betrekken van hem bij de uitwerking van de plannen door de ontwikkelaar en de positionering van het kantoorgebouw in de nieuwe woonwijk. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de gemeente en ontwikkelaar met hem in contact getreden en wordt in samenspraak gewerkt aan een (stedenbouwkundige) uitwerking van de plannen die recht doet aan alle belangen. Het bestemmingsplan vormt hierin geen beperking, aangezien deze ruimte laat voor verschillende uitwerkingen binnen de hoofgedachte om op Schieveste een hoogstedelijk woonmilieu te realiseren. De zienswijze betreft aanvullend het respecteren van de planologische mogelijkheden uit het voorheen geldende bestemmingsplan. De gebruiksmogelijkheden uit het oude bestemmingsplan zijn overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan, behoudens de functies die reeds elders op Schieveste zijn ingevuld (hotel en aanvullende kantoorruimte). Naar aanleiding van de zienswijze is een wijzigingsbevoegdheid toegevoegd aan het bestemmingsplan, op grond waarvan het kantoor op termijn kan transformeren naar woningen.
Voor deze wijze van bestemmen is gekozen omdat de in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken niet zagen op dit pand en hiermee wordt geborgd dat in geval van transformatie alsnog alle vereiste onderzoeken worden uitgevoerd. 1.5 Zienswijze tegen het bestemmingsplan: hinder en overlast door bouw Een gebruiker van een bestaand kantoorpand heeft een zienswijze ingediend waarin gewezen wordt op de mogelijke hinder en overlast gedurende de bouw. Hoewel enige hinder en overlast niet is uit te sluiten, zal de bouw met respect voor de bestaande bebouwing en gebruikers plaats moeten vinden. De wijze waarop dit het beste kan, is geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar van de nog aan te vragen omgevingsvergunningen. De ontwikkelaar zal het genoemde belang van de gebruikers van het gebied meenemen bij de verdere uitwerking van de plannen voor de uitvoering van de bouw. 2.1 Herzien bestemming naar een woonbestemming De locatie Schieveste had op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Schieveste’ (2012) een gemengde (kantoor)bestemming. Op 28 januari is besloten het bestemmingsplan te herzien en een nieuw bestemmingsplan voor te bereiden (19VR099).
Het nieuwe bestemmingsplan biedt ruimte voor de ontwikkeling van een hoogstedelijk woonmilieu en is gebaseerd op het door de ontwikkelaar aangeboden Masterplan Schieveste (november 2019) en het gemeentelijke Kwaliteitsplan Schieveste. 2.2 Schieveste levert aanzienlijke bijdrage aan invullen woningmarktafspraken Met het bestemmingsplan en de op grond daarvan toegelaten bouw van 3.000 (tot 3.500) woningen worden een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het realiseren van de in de regionale woningmarktafspraken, het Verstedelijkingsakkoord, de Woondeal Zuidelijke Randstad en de gemeentelijke Woonvisie vastgelegde kwantitatieve woningbehoefte. Om invulling te geven aan de kwalitatieve behoefte aan woningen geldt dat minimaal 30% van de woningen tot de sociaal bereikbare sector moet horen (artikel 4.5.1.a van de planregels). De ontwikkelende partij biedt daarbij, los van het bestemmingsplan, aan alle betaalbare woningen (sociaal en middenduur) voor een periode van minimaal 15 jaar bereikbaar te houden. Het gevarieerde woonprogramma biedt ruimte om nieuwe doelgroepen naar Schiedam te trekken en Schiedammers meer mogelijkheden te geven wooncarrière te maken in Schiedam.
Dit wordt versterkt doordat de hoge dichtheid van bebouwing op Schieveste de ruimte laat om elders in de stad grondgebonden woningen in een lagere dichtheid te bouwen, zonder dat dit ten koste gaat van de vastgelegde woningmarktafspraken. 2.3 Plannen voldoen aan Kwaliteitsplan Schieveste De uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening bij de ontwikkeling van Schieveste zijn vastgelegd in het ‘Kwaliteitsplan Schieveste’ (2019). Het Kwaliteitsplan is gebruikt als leidraad bij het opstellen van het bestemmingsplan. De uitgangspunten daarvan zijn zoveel als mogelijk overgenomen in het bestemmingsplan en de bijbehorende regels. Waar dit niet mogelijk was zijn deze onderdeel van de bijbehorende welstandsparagraaf (beeldkwaliteit) of het besluit hogere waarden (geluid). De uitgangspunten inzake de inrichting van de openbare ruimte vallen buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en zijn onderdeel van het Programma van Eisen Buitenruimte. De wijze waarop de uitgangspunten uit het ‘Kwaliteitsplan Schieveste’ zijn door vertaald, staan benoemd in de als bijlage bijgevoegde leeswijzer kwaliteitsplan Schieveste.
2.4 Milieueffectrapport ter onderbouwing keuzes De ontwikkeling van Schieveste is dusdanig dat in samenhang met het bestemmingsplan een milieueffectrapport (MER) is opgesteld. Het MER heeft tot doel de milieubelangen een volwaardige plaats te geven en de effecten en mogelijke alternatieven bij de ontwikkeling in beeld te brengen. In het MER zijn alle (milieu)belangen afgewogen. Het effectenonderzoek en de toets aan de ambities laten zien dat de verschillen tussen de alternatieven en varianten beperkt zijn. Vanuit milieuoptiek is er een lichte voorkeur voor 3.000 woningen met voorzieningen (in plaats van 3.500 woningen), een verlaging van de parkeernorm naar 0,3 plaatsen per woning, een verlengde stationskap en extra groene inrichtingsmaatregelen. Het bestemmingsplan gaat uit van deze voorkeuren, waarbij ruimte wordt gelaten om in plaats van een verlengde stationskap te kiezen voor geluidschermen langs het spoor. Daarnaast wordt met een wijzigingsbevoegdheid ruimte gelaten voor uitbreiding van het aantal woningen tot maximaal 3.500. Het MER en het bestemmingsplan zijn, overeenkomstig de wettelijke procedure, voor advies voorgelegd aan de Commissie MER. De Commissie MER is van mening dat het MER grondig en goed leesbaar is en dat het van grote meerwaarde is dat in het MER wordt aangegeven of ambities/doelen worden gerealiseerd.
Ook is een goed onderscheid gemaakt in de effecten op de bestaande woningen en de kwaliteit van de leefomgeving in de plansituatie. De commissie MER geeft aan dat hoewel de ambities en de effecten met een breed toetsingskader zijn onderzocht, enige essentiële informatie inzake mobiliteit, geluid en klimaat nog ontbrak. Het MER is, naar aanleiding van het advies, op de genoemde punten aangevuld. De wijze waarop het MER is aangevuld is verantwoord in de bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen Schieveste’. 2.5 Verantwoorde ontwikkeling met maatregelen inzake de externe veiligheid In de omgeving van Schieveste bevinden zich enkele voor de externe veiligheid relevante risicobronnen, zoals de rijksweg A20 (vervoer gevaarlijke stoffen) en de aardgasleiding aan de noordzijde van de A20. In het kader van het bestemmingsplan en MER is onderzocht of Schieveste, rekening houdend met deze risicobronnen, op een verantwoorde wijze kan worden ontwikkeld (zie ook: paragraaf 6.6 en bijlage 22 van de toelichting op het bestemmingsplan). Hierover heeft overleg plaatsgevonden met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). De ontwikkeling van Schieveste zorgt er voor dat meer mensen aanwezig zijn binnen het invloedsgebied van de risicobronnen. In termen van externe veiligheid betekent dit dat het groepsrisico toeneemt van 1,38 naar 2,9 maal de oriëntatiewaarde (3,33 bij 3.500 woningen).
Bij een overschrijding of een aanzienlijke toename van het groepsrisico dient verantwoord te worden op welke wijze om wordt gegaan met de risico’s. Een dergelijke verantwoording is onderdeel van het bestemmingsplan. In de verantwoording wordt geconcludeerd dat Schieveste, met het treffen van een aantal specifieke maatregelen, op een verantwoorde wijze kan worden ontwikkeld. Dit betreft maatregelen zoals het houden van voldoende afstand (30 meter) tot de rand van de snelweg, de positionering van gevoelige functies ten opzichte van de risicobronnen, de bereikbaarheid van hulpdiensten (via een extra calamiteitenroute vanaf de Tjalklaan in Rotterdam), een effectieve bluswatervoorziening, splintervrij glas in vluchtroutes aan de zijde van de A20 en het handmatig kunnen uitschakelen van het luchtverversingssysteem. De VRR heeft daarbij aangegeven in te kunnen stemmen met deze maatregelen. Maatregelen die zullen worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen voor de bebouwing en het openbaar gebied. Ook bij de verdere uitwerking van de plannen zal de VRR betrokken blijven.
2.6 Inspectie Leefomgeving en Transport: doorsnijding hoogtebeperkingsgebied Bij de voorbereiding van de plannen is door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gewezen op de doorkruising van het hoogtebeperkingsgebied behorende bij Rotterdam The Hague Airport. De regels inzake de hoogtebeperkingen vinden hun grondslag in internationale afspraken en werken door via de Wet luchtvaart. In deze wet is bepaald dat de hoogtebeperkingsgebieden dienen te worden vastgelegd in een luchthavenbesluit. Op het moment dat dit is gebeurd, dienen de betreffende hoogtebeperkingen bij de vaststelling van een bestemmingsplan in acht te worden genomen, dan wel dient ontheffing van de hoogtebeperkingen te worden gevraagd bij de ILT. Tot op heden is voor Rotterdam The Hague Airport geen luchthavenbesluit vastgesteld. Van een dwingende wettelijke doorwerking is momenteel dan ook geen sprake. Het feit dat geen sprake is van een directe doorwerking neemt niet weg dat in het bestemmingsplan, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, wel rekening moet worden gehouden met de hoogtebeperkingsgebieden en de mogelijkheden die er zijn om daar gemotiveerd van af te wijken.
Dit komt er, kort samengevat, op neer dat afwijken van de hoofdregel mogelijk is indien op basis van een deskundig onderzoek kan worden aangetoond dat de bebouwing de vliegveiligheid niet negatief beïnvloedt (zie ook: paragraaf 6.12.1 van de toelichting op het bestemmingsplan). Het gespecialiseerde bureau To70 heeft een dergelijke aeronautische studie naar de effecten van Schieveste op de vliegveiligheid uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat de doorkruising van de hoogtebeperkingsgebieden op Schieveste geen belemmeringen met zich meebrengt voor de veiligheid en continuïteit van de activiteiten van Rotterdam The Hague Airport en de daarmee samenhangende vliegoperaties. Van enige negatieve effecten is dan ook geen sprake (zie: paragraaf 6.12.2 en bijlage 4 van de toelichting op het bestemmingsplan). Schieveste kan derhalve op een verantwoorde wijze worden ontwikkeld, zonder dat dit leidt tot problemen voor het vliegverkeer. Om die reden wordt gebruik gemaakt van de ruimte die de regelgeving biedt om aeronautisch verantwoorde ontwikkelingen mogelijk te maken. 2.7 Crisis- en herstelwet De locatie Schieveste is op 4 oktober 2019 door de Minister van Binnenlandse Zaken aangemerkt als project waarop de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing is. Dit biedt de mogelijkheid om een zogenaamd bestemmingsplan verbrede reikwijdte vast te stellen.
Naast mogelijkheden projecten te vereenvoudigen en te versnellen, biedt dit ook ruimte om te experimenteren met de mogelijkheden van de Omgevingswet. Hoewel de Chw ruimte laat om bepaalde onderzoeken op een later moment uit te voeren, is er bij dit plan voor gekozen de onderzoeken uit te voeren op het niveau van het Masterplan. Hiervoor is gekozen om de risico’s en uitvoerbaarheid van de plannen inzichtelijk te maken. Om flexibiliteit te bieden ten opzichte van het Masterplan wordt in het bestemmingsplan, anticiperend op de Omgevingswet, gewerkt met voorwaardelijke verplichtingen en spelregels. De voorwaardelijke verplichtingen betreffen aanvullende onderzoeksvereisten die pas hoeven te worden uitgevoerd op het moment dat een omgevingsvergunning wordt gevraagd. De onderzoeken kunnen daardoor beter worden afgestemd op de definitieve plannen. In de spelregels wordt een aantal zaken geregeld die normaliter niet in een bestemmingsplan kunnen worden vastgelegd, maar waar de Chw wel ruimte voor biedt.
Dit betreft onder andere de in het Kwaliteitsplan Schieveste genoemde uitgangspunten met betrekking tot de uitvoering van de enfilade, een groennorm en een norm voor de luchtkwaliteit in de woningen. De spelregels zijn zodanig geformuleerd dat bij de uitwerking van de plannen met deze vereisten rekening moet worden gehouden. 2.8 Voorwaardelijke verplichtingen Het bestemmingsplan en de uitgevoerde onderzoeken zijn gebaseerd op de plannen als gepresenteerd in het Masterplan Schieveste. Het is voorstelbaar dat bij de nadere uitwerking, door verloop van tijd of gelet op de belangen van andere stakeholders, wijzigingen optreden in de plannen. Hierbij wordt specifiek gedacht aan wijzigingen in de positionering of de hoogte van bebouwing. Om de flexibiliteit van het bestemmingsplan te vergroten, is voor een dergelijke situatie een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Op basis hiervan is een gewijzigde positionering of hoogte toegelaten indien wordt aangetoond dat qua geluid, luchtkwaliteit, wind, bezonning en trillingen wordt voldaan aan de gestelde normen. De aanvaardbaarheid wordt in dergelijk gevallen beoordeeld op het moment dat de vereiste omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
Voorwaardelijke verplichtingen zijn ook opgenomen voor trillingen en niet-gesprongen explosieven, omdat de daarvoor vereiste onderzoeken pas kunnen worden uitgevoerd in de fase van de omgevingsvergunningen. 2.9 Verruimen bestemming voor spoor en station De bestemming ‘Verkeer - railverkeer’ uit het bestemmingsplan ‘Oost is overgenomen in dit plan. Dit gelet op de nauwe samenhang tussen de ontwikkelingen op Schieveste en de voorziene herontwikkeling van het station. In vergelijking tot het vorige bestemmingsplan is de bestemming zodanig verruimd dat een overkapping van het gehele station mogelijk wordt. Of hiervan gebruik wordt gemaakt, is afhankelijk van de plannen voor het station en financiering. Daarnaast wordt ruimte geboden voor de aanleg van een nieuwe onderdoorgang onder het spoor, aan de oostzijde van het station. Deze onderdoorgang zal zorgen voor een betere verbinding en interactie tussen Schieveste, de bedrijventerreinen, Schiedam Oost en de binnenstad. Ook biedt dit de mogelijkheid voor een tweede opgang naar het station. 3.1 Welstandsparagraaf: borgen architectonische (beeld)kwaliteit In het Kwaliteitsplan Schieveste zijn meerdere uitgangspunten opgenomen die betrekking hebben op de beeldkwaliteit en het uiterlijk aanzicht van de bebouwing. Dit betreffen zaken die betrekking hebben op de redelijke eisen van welstand.
Om de gewenste architectonische en beeldkwaliteit te borgen, dient in samenhang met het bestemmingsplan, de als bijlage bijgevoegde welstandsparagraaf voor Schieveste te worden vastgesteld. De welstandsnota van Schiedam biedt de ruimte voor aanvullende, gebiedsgerichte welstandsparagrafen. 4.1 Geen exploitatieplan vereist omdat kostenverhaal anderszins verzekerd is Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet een exploitatieplan worden vastgesteld indien een bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt. Dit vereiste geldt niet indien er geen verhaalbare kosten zijn of het kostenverhaal op een andere wijze geregeld is. Het kostenverhaal is geregeld middels de grondexploitatie. De meeste gronden zijn reeds eigendom van de Gemeente Schiedam en voor zover wij hier nog geen eigenaar van zijn, is er rekening gehouden met een actieve verwerving van deze gronden. Vooralsnog verwachten we dat de eigenaar deze grond aan de gemeente zal verkopen. Mocht dit niet het geval zijn dan zal de gemeente andere publiekrechtelijke middelen moeten toepassen om het eigendom van de grond te verwerven.
Het eigendom van de gronde maakt het mogelijk om via de gronduitgifte afspraken vast te leggen over de kosten samenhangend met de ontwikkeling van het gebied, de inrichting van de openbare ruimte en eventuele planschade. Omdat met deze gronduitgifte het wettelijke kostenverhaal op een andere wijze wordt geregeld, hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. E. Duurzaamheid
Een deel van de uitgangspunten uit het Kwaliteitsplan Schieveste ziet op een duurzame en klimaatbestendige ontwikkeling van Schieveste. Onderwerpen als duurzaam energiegebruik en circulariteit zijn dan ook onderzocht in het kader van het MER. Om zorg te dragen voor een klimaatadaptieve ontwikkeling zijn in de planregels normen vastgelegd inzake de aanwezigheid van voldoende water en groen. De duurzaamheidstoepassingen staan beschreven in paragraaf 6.1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Deze toepassingen worden nader verkend als onderdeel van de verdere uitwerking van de bouwplannen en de inrichting van het openbaar gebied. F. Kanttekening en risico’s:
2.1 Vaststellen hogere waarden (geluid) door college Schieveste wordt ontwikkeld op een locatie die zeer geluidsbelast is vanwege (spoor)wegen en industrie. De geluidsbelasting is zo hoog dat, ook na het treffen van de meest doelmatige geluidsmaatregelen, hogere waarden (geluid) moeten worden vastgesteld voor nagenoeg alle woningen. Daarnaast zal een aanzienlijk deel van de woningen die direct grenzen aan de A20 moeten worden uitgevoerd met een ‘dove gevel’, omdat daar zelfs de maximale geluidswaarde waar van kan worden afgeweken, worden overschreden. De verplichting om aan de zijde van de A20 een ‘dove gevel’ te realiseren is opgenomen in het bestemmingsplan. Dit in aanmerking nemende heeft het college, gelet op de wettelijke bevoegdheid, voor alle woningen hogere waarden (geluid) vastgesteld. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar het bijgevoegde besluit hogere waarden (geluid) bestemmingsplan Schieveste. 2.2 Geluid in het Kwaliteitsplan Schieveste Op voorhand was reeds bekend dat sprake zal zijn van overschrijding van de geluidswaarden en de uitgangspunten van het Actieplan Lucht & Geluid. Om die reden is in het Kwaliteitsplan Schieveste de nadruk gelegd op het realiseren van een acceptabel binnenniveau in de woning (33 dB op basis van gecumuleerde geluidsbelasting) en het zoveel mogelijk realiseren van geluidluwe gevels en buitenruimten.
Waar dit niet mogelijk is, dient dit te worden gecompenseerd door gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimten, een prettig en geluidluw binnengebied (de enfilade) en andere woonkwaliteiten, zoals de nabijheid van het station en voorzieningen. De plannen voldoen aan deze uitgangspunten. De bebouwingswanden langs spoor en weg, en de aanvullende geluidsschermen tussen de gebouwen, hebben tot gevolg dat een geluidsluw binnengebied ontstaat met een hoge verblijfskwaliteit. Het is daarbij mogelijk dusdanige constructieve en technische maatregelen te treffen dat een binnenwaarde van 33 dB kan worden gewaarborgd. Deze eis is als voorwaarde verbonden aan het besluit hogere waarden en zal worden beoordeeld bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen. 2.3 Toekomstige verbetering van de geluidssituatie is mogelijk Hoewel de ontwikkeling van Schieveste op basis van de huidige situatie mogelijk is, blijkt uit het akoestisch onderzoek dat er maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting verder te verlagen.
Voor de weg betreft dit het verlagen van de maximale snelheid naar 80 km/h en/of het toepassen van 2-laags ZOAB. Langs het spoor zullen geluidschermen worden geplaatst om de geluidsbelasting te verlagen (bekostigd uit de bijdrage uit de Woningbouwimpuls van het Ministerie van Binnenlandse Zaken). Daarnaast zijn het toepassen van raildempers en het verlagen van de geluidproductieplafonds (GPP) zinvolle maatregelen om de geluidbelasting (verder) te beperken. Daarbij wordt wel opgemerkt dat bij het verlagen van een GPP slechts sprake is van een rekenkundige beperking van de geluidsbelasting, terwijl de andere maatregelen een waarneembare vermindering van geluid tot gevolg hebben. De mogelijkheden voor het verlagen van de geluidsbelasting van weg en spoor zullen de komende periode verder worden verkend met de betreffende (spoor)wegbeheerders. Deze maatregelen zullen daarbij niet alleen kunnen leiden tot een verbetering van het akoestisch klimaat op Schieveste, maar ook in de omliggende woonwijken Oost en Nieuwland. Dit proces staat los van de procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan. 2.4 Niet alle uitgangspunten Kwaliteitsplan onderdeel van het bestemmingsplan Een deel van de uitgangspunten uit het Kwaliteitsplan Schieveste kan geen onderdeel zijn van het bestemmingsplan en de bijbehorende stukken.
Dit betreft de uitgangspunten die betrekking hebben op de inrichting van de openbare ruimte. Deze uitgangspunten zijn onderdeel van het Programma van Eisen Buitenruimte, die wij als opdrachtgever voor de inrichting van de openbare ruimte zullen hanteren. Voor een dergelijk Programma van Eisen gelden niet dezelfde procedurele vereisten als een bestemmingsplan. Om die reden maakt dit Programma van Eisen geen onderdeel uit van dit besluit. Dit geldt ook voor de uitgangspunten die samenhangen met het type woning. Deze worden geconcretiseerd in het aanbod dat de ontwikkelaar zal doen voor de ontwikkeling van het gebied en het bijbehorend grondbod ten behoeve van de gronduitgifte. 2.b.2 Geen besluit over een ‘knip’ in de Overschieseweg Uit het MER volgt een lichte voorkeur voor een verkeerskundige knip in de Overschieseweg. Behoudens de constatering dat een knip in de Overschieseweg uit milieukundig oogpunt een lichte voorkeur heeft, wordt er met dit bestemmingsplan op geen enkele wijze een keuze gemaakt over de toekomst van de Overschieseweg. Dit ook gelet op de gevoeligheid van een dergelijke ingreep bij omwonenden. De Overschieseweg in de huidige vorm blijft vooralsnog dan ook behouden.
Indien er op een moment in de toekomst anders wordt gedacht over de functie van de Overschieseweg in het verkeerssysteem van Schiedam, dan zal daar aanvullende besluitvorming over moeten plaatsvinden. G. Financiën:
De financiën voor de herontwikkeling zijn geregeld in de grondexploitatie ‘Woonontwikkeling Schieveste’. Deze wordt parallel aan het bestemmingsplan ter vaststelling aan de naar de gemeenteraad gebracht. De kosten van dit bestemmingsplan worden gedragen door het marktinitiatief. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
De vaststelling van het bestemmingsplan, de welstandsparagraaf en het besluit hogere waarden (geluid) zullen worden gepubliceerd in de Staatscourant, het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. De indieners van een zienswijze worden schriftelijk geïnformeerd.
Bijlage(n):
Leeswijzer kwaliteitsplan Schieveste; Zienswijzen; Nota van zienswijzen Schieveste; Bestemmingsplan Schieveste 2021 (toelichting, regels en verbeelding); Milieueffectrapport Schieveste; Toetsingsadvies Commissie voor de Milieueffectrapportage; Welstandsparagraaf Schieveste; Besluit hogere waarden (geluid) Schieveste.
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 juli 2021 ( 21VR019) gelet op Besluit: 1. De zienswijzen tegen het bestemmingsplan Schieveste gegrond, ongegrond en/of niet-ontvankelijk te verklaren conform de ‘Nota van zienswijzen Schieveste’; 2. Het bestemmingsplan ‘Schieveste 2021’ en bijbehorende milieueffectrapport Schieveste gewijzigd vast te stellen; 3. De welstandsparagraaf Schieveste vast te stellen; 4. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 28 september 2021.
de griffier,
de voorzitter,
J.W. Scherpenzeel
C.H.J. Lamers