Raadsvoorstel Begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Mobiliteit
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummer:
21VR063
Steller:
N. Verduijn, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid
Telefoonnummer steller:
010 2191726
Portefeuillehouder:
Wethouder Ooijevaar
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Mobiliteit
31 augustus 2021
A. Voorgesteld besluit:
Besluit: 1. kennis te nemen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; 2. a) vanaf 2022 de reserve Parkeren om te zetten naar een reserve Mobiliteit en het exploitatieresultaat van de uitbreiding van het parkeerareaal niet toe te voegen aan de algemene middelen, maar beschikbaar te houden in de reserve mobiliteit ter dekking van de kosten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; b) het tekort van de jaren 2022 t/m 2023 te dekken uit de algemene reserve en dat in de latere jaren terug te storten in de algemene reserve; c) de reservering voor uitbreiding van de ringlijn voor het jaar 2021, eenmalig terug te storten in de reserve parkeren; d) voor 2021 een investeringskrediet van € 274.000,- te voteren voor de eenmalige investeringen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; e) de kosten van invoering van betaald parkeren en het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit die in 2021 gemaakt worden ad € 494.000,- te onttrekken uit de reserve parkeren; f) de investeringskredieten uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit conform paragraaf Financiën voor de jaren 2022 en volgende te voteren; g) de meerjarige financiële effecten conform Programmabegrotingswijziging te verwerken in de gemeentelijke begroting 2022 e.v.; h) de tarieven voor de parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven te verlagen naar respectievelijk € 75,- voor de eerste bewonersvergunning, € 185,- voor de tweede
bewonersvergunning, € 238,- voor de beperkte bedrijfsvergunning, € 350,- voor de uitgebreide bedrijfsvergunning, € 75,- voor een eerste vergunning voor zorg en maatschappelijke organisaties en € 185,- voor een volgende vergunning voor deze categorie en dit mee te nemen bij de voorstellen van de belastingverordeningen 2022.
B. Aanleiding:
Op 3 november 2020 heeft de raad de Mobiliteitsvisie vastgesteld. Hierin is aangegeven dat in het eerste kwartaal van 2021 het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UVPM) opgesteld wordt. Dit is uitgesteld naar het tweede kwartaal. Het uitvoeringsprogramma heeft financiële gevolgen voor de begroting. Naar aanleiding van de raadscommissie van 30 juni 2021 is in de raad van 8 juli 2021 besloten om het raadsvoorstel door te schuiven naar de raadsvergadering van 28 september 2021. In de tussenliggende periode zijn er gesprekken geweest met verschillende fracties en is het raadsvoorstel en uitvoeringsprogramma op een aantal punten gewijzigd. Deze wijzigingen zijn opgenomen in een was-wordt-lijst (zie bijlage). C. Maatschappelijk doel:
Doel is streven naar een leefbare, gezonde en aantrekkelijke stad, waar onze inwoners met plezier wonen, werken en verblijven. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we slim omgaan met de bestaande ruimte. Zo kunnen we de ruimte in de stad inzetten voor een goede mix van wonen, werken en verblijven en maken we slimmere mobiliteitskeuzes om de bereikbaarheid van de stad te garanderen. De kwaliteit van woon-, werk- en groengebieden staat voorop. Zo werken we aan een duurzame stad, die klaar is voor de toekomst. D. Argumenten:
1.1. Met dit uitvoeringsprogramma worden de ambities uit de Mobiliteitsvisie uitgewerkt Dit uitvoeringsprogramma bevat een overzicht van de thema’s, ambities en maatregelen vertaald naar concrete projecten waar we de komende jaren mee aan de slag gaan. Per project brengen we in beeld wat we gaan doen, wat het oplevert, wanneer we aan de slag gaan en wat de kosten zijn. Het uitvoeringsprogramma is dynamisch en wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele situatie, nieuwe ontwikkelingen en initiatieven vanuit de stad. Daarnaast pakken we zaken integraal op door combinatie met andere projecten in de stad. Plannen voor herinrichting of onderhoud kunnen daardoor gezamenlijk op elkaar afgestemd worden en tegelijkertijd opgepakt worden. Dit zorgt voor een efficiënte uitvoering, waarbij de kosten worden beperkt en de overlast en hinder zo veel als mogelijk wordt geminimaliseerd. Het uitvoeringsprogramma is een eerste stap naar de gewenste mobiliteitstransitie. De ambities van Schiedam en de projecten in dit uitvoeringsprogramma zullen leiden tot vervolgacties en – initiatieven en zullen waar nodig bijgestuurd worden om met feedback en input vanuit de stad de zo gewenste transitie te gaan realiseren. Dit met als doel om te komen tot een zo bereikbaar, duurzaam, aantrekkelijk en leefbaar Schiedam waar mobiliteit de verbindende factor is. 1.2.
De ambities uit de Mobiliteitsvisie worden thematisch uitgevoerd Aan de hand van de thema’s en ambities uit de Mobiliteitsvisie zijn de maatregelen benoemd waar concreet uitvoering aan gegeven wordt. Dit ziet er als volgt uit:
Thema’s Leefbare en bereikbare stad: Doorgaand verkeer om de stad heen, Uitbreiding gereguleerd parkeren, Langzaam verkeer krijgt voorrang, Van parkeernorm naar mobiliteitsnorm, OV als aantrekkelijk alternatief, Deelmobiliteit als goed alternatief, Faciliteren/stimuleren bewonersinitiatieven, Werkgeversaanpak, (Collectieve) last-mile oplossingen en Vervoer over water. Thema’s Gezonde en duurzame stad: Versterken fietsnetwerk, Beter fietsparkeren, Versterken voetgangersnetwerk, Sterke verbinding met de regio, Stadsdistributie en Uitbreiding oplaadinfrastructuur. Thema’s Sociale en veilige stad: Van 50 km/u naar 30 km/u, Omgeving van scholen, Verkeerseducatie op scholen, Aanpak van verkeersonveilige plekken, Gedragsaanpak doelgroepen en Haltetoegankelijkheid. De maatregelen zijn door middel van projecten concreet gemaakt. Deze projecten zullen de komende jaren worden opgepakt. 1.3. In het kader van dit uitvoeringsprogramma zijn we al aan de slag met de uitbreiding van gereguleerd parkeren Met het vaststellen van de Mobiliteitsvisie op 3 november 2020, heeft de raad besloten, in combinatie met specifieke participatie op wijkniveau, tot het invoeren van betaald parkeren in het zuidelijk stadsdeel. Een belangrijk onderdeel van het uitvoeringsprogramma is de uitvoering van dit besluit. Het doel van deze maatregel is het verminderen van de parkeerdruk.
Daarnaast zal aan de raad worden voorgesteld om de meeropbrengsten te benutten voor maatregelen ten behoeve van mobiliteit en hiervoor de reserve Parkeren om te zetten naar een reserve Mobiliteit. Om ervoor te zorgen dat met ingang van 2022 het gereguleerd parkeren gefaseerd kan worden ingevoerd, zijn de voorbereidingen hiervoor al in gang gezet. In september 2021 krijgen huishoudens en bedrijven in West en het Nassaukwartier (Zuid) de uitnodiging voor een enquête in de brievenbus waarmee ze een keuze voor het tijdvenster voor betaald parkeren kunnen aangeven. Over wat deze keuzes inhouden zijn op 21 april en 5 juli 2021 gesprekken gevoerd met bewoners die zich bij de wijktafels hiervoor hadden aangemeld. Op 22, 28 juni en 1 juli 2021 is met bedrijven en instellingen gesproken. Deze gesprekken hebben geleid tot additionele voorstellen voor regels en tarieven voor betaald parkeren. Voorbeelden daarvan zijn: • Er is een keuze voor de tijdvensters bij betaald parkeren. In West en Zuid kunnen huishoudens kiezen voor tijdvensters overdag, overdag en ’s avonds of alleen ’s avonds. Er is een keuze voor starttijden van 9, 10, 11, 16 of 17 uur. Bij de eindtijden is dat 20, 22 en 23 uur. Voor Nieuwland wordt dat nog uitgewerkt. Vervolgens gaan we in gesprek met belanghebbenden over de begin en eindtijden in gebieden waar betaald parkeren reeds is ingevoerd.
• Het verlagen van de tarieven van parkeervergunningen voor bewoners. Bijvoorbeeld de tweede parkeervergunning daalt met meer dan 50% in prijs.
• •
•
•
•
• •
Het toepassen van het tarief voor de eerste parkeervergunning voor de tweede auto voor wie zijn eerste auto op eigen terrein parkeert. Het invoeren van een bijzondere parkeervergunning voor bedrijfsbussen die langer zijn dan 5,25 meter waarmee deze alleen kunnen parkeren op plaatsen waar ze weinig hinder veroorzaken en op daarvoor in te richten en beveiligde parkeerterreinen. De beveiligde parkeerterreinen komen buiten de wijken en worden voorzien van hekwerk, verlichting en cameratoezicht. De toegang voor eigenaren van een bedrijfsbus wordt geregeld via een toegangspas. Voor vervoer van en naar deze parkeervoorzieningen is het mogelijk om gebruik te maken van een deelfiets en/of deelscooter. De eerste twee locaties zijn gepland aan de Westfrankelandsedijk, nabij nummer 9-11 (ca. 120 plekken) en in Nieuw Mathenesse (ca. 90 plekken) waarbij het streven is om de parkeerplaatsen voor 1 januari 2022 gereed te hebben. Beide locaties zijn al voorzien van verharding. Pas nadat de buitenwijkse parkeervoorzieningen zijn gerealiseerd, treedt de restrictie voor voertuigen die langer dan 5,25 meter zijn in werking. Voor parkeren in winkelstraten is ruimte om in overleg met betrokkenen maatwerk toe te passen. We zoeken daarbij alternatieven voor het “10 cent-parkeren” als de ruimtelijke condities hiervoor de mogelijkheid bieden.
Maatschappelijke instellingen en scholen hebben naar voren gebracht dat goede parkeermogelijkheden voor werknemers belangrijk is. Hiervoor komt een extra regeling waarbij meer parkeervergunningen uitgegeven kunnen worden en een vergunning door meerdere werknemers kan worden gebruikt (niet tegelijkertijd). Er komt ook een bezoekers-app waarmee bezoekers van deze instellingen voor hetzelfde lage tarief als bezoekers van bewoners kunnen parkeren. De tarieven van parkeervergunningen voor bedrijven en instellingen gaan met ongeveer 15% omlaag. Voor bedrijven komt er ook een bezoekers-app. De parkeervergunningen in West en Zuid zullen in beide wijken geldig zijn.
1.4 Het uitvoeringsprogramma zorgt ervoor dat Schiedam ook met de beoogde groei voor de toekomst bereikbaar blijft Door de volledige uitvoering van het UVPM wordt een mobiliteitstransitie gerealiseerd, die er voor zorgt dat Schiedam ook met de beoogde groei (7000 nieuwe woningen en gebiedsontwikkelingen zoals Schieveste, Nieuw-Mathenesse, Havens) in de toekomst bereikbaar blijft. Dit levert een wezenlijke bijdrage in zowel reduceren van uitstoot, minder vertraging en daaraan gekoppeld een economische bijdrage op zowel de korte – als lange termijn. Ook zullen er middelen beschikbaar zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren en het fiets- en voetgangersnetwerk te versterken. 1.5. Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit sluit aan bij het Integraal Uitvoeringsprogramma Buitenruimte (IUPB) Dit uitvoeringsprogramma sluit aan op de planning van de beheerprojecten van het IUPB. Het college stelt jaarlijks in het 4e kwartaal het IUPB programma voor het volgende jaar vast. Hierna wordt de raad hierover geïnformeerd. Door het UVPM en het bestaande IUPB te integreren en deels samen te voegen, ontstaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de bufferwerking, die ingebouwd zit in het IUPB.
De mate van integratie zal de komende periode verder uitgewerkt worden, waarbij de richting is om vooral de fysieke ingrepen in de buitenruimte aan te laten sluiten bij het IUPB. In het kader van integraliteit is dat zeer wenselijk. Bepaalde mobiliteitsprojecten, zoals de Metropolitane Fietsroute zijn al ondergebracht in het IUPB. Bijkomend voordeel is dat voor de rapportage en verantwoording deze onderdelen van de Mobiliteitsvisie aangesloten wordt op de governance structuur zoals die voor het IUPB geldt. 2.a.1.Van reserve Parkeren naar een reserve Mobiliteit Er bestaat al een reserve Parkeren, maar hierin worden geen parkeerinkomsten meer gestort. Aan de raad wordt voorgesteld om deze reserve Parkeren om te zetten naar een reserve Mobiliteit en deze reserve eveneens als een systeemreserve te beschouwen, waarbij de dotaties en onttrekkingen op basis van de realisatie kunnen worden doorgevoerd. In deze reserve worden de meeropbrengsten van parkeren als gevolg van de uitbreiding van het parkeerareaal gestort. De reserve wordt gebruikt om investeringen te kunnen doen ten behoeve van maatregelen in het kader van mobiliteit. Dit geeft mogelijkheden om opbrengsten te investeren in mobiliteitsoplossingen en een betere bereikbaarheid. Hiermee verbetert de kwaliteit van de openbare ruimte.
Omdat het om een systeemreserve gaat, zal er achteraf, via een Technische Aanpassing (TA), verantwoording worden afgelegd aan de raad. 2.a.2 Doelstelling reserve Mobiliteit wordt bij het volgende uitvoeringsprogramma tegen het licht gehouden De reserve Mobiliteit is bedoeld om maatregelen uit dit uitvoeringsprogramma de komende jaren te kunnen bekostigen. In 2024 zal er een nieuw uitvoeringsprogramma worden vastgesteld waarbij ook de financiële middelen voor de jaren vanaf 2025 en verder inzichtelijk worden gemaakt. Er zal daarbij weer een afweging worden gemaakt over het benutten en besteden van de reserve Mobiliteit. Dit zal vervolgens ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. 2.b. Dekking tekort via de algemene reserve Om de tekorten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit te dekken en de ambities budgetneutraal te verwezenlijken wordt tot en met 2023 uitgegaan van een financiële dekking uit de algemene reserve. In 2024 en 2025 wordt het beroep op deze reserve weer gecompenseerd vanuit de reserve Mobiliteit. 2.c. Coronamaatregelen hebben impact op gebruik en inkomsten van het OV en de motie fijnmazige bereikbaarheid Het reizigersverlies zowel landelijk en regionaal als gevolg van de coronamaatregelen legt een enorme druk op de MRDH en de OV dienstverleners.
De verwachting is dat het nog jaren zal duren voordat het aantal reizigers weer op het niveau is van voor de Coronacrisis. Dit heeft ook impact op de OV dienstregelingen in Schiedam. Hierdoor schuift de realisering van (uitbreiding van) de ringlijn door naar 2022. Het gereserveerde bedrag wordt om deze reden eenmalig teruggestort in de reserve parkeren. Voor 2022 en 2023 zijn de te verwachte kosten gereserveerd in het uitvoeringsprogramma.
2.d en e. Investeringen en exploitatiekosten ter voorbereiding op de invoering van betaald parkeren en uitvoeringsprogramma zijn noodzakelijk Zoals onder 1.3 uiteen is gezet, verloopt de invoering van betaald parkeren gefaseerd. De eerste fase omvat een groot gedeelte van West (4000 parkeerplaatsen) en start in januari 2022. Begin dit jaar is gestart met de voorbereidingen. Die omvatten samengevat: cijfermatige en financiële verkenningen ten behoeve van het detailleren van de effecten van betaald parkeren, ontwerp van participatie, communicatie en overleg met belanghebbenden voorafgaand aan de implementatie van betaald parkeren en verzorgen van maatwerk, configuratie en implementatie van een nieuw systeem voor uitgifte van parkeervergunningen, aanbesteding, aankoop en installatie van parkeerautomaten, inrichten van de betaalinfrastructuur, aanbrengen van markeringen en bebording, werkzaamheden voor ontwikkeling en inrichting van parkeervoorzieningen aan de randen van de wijk (voor bedrijfsbussen), voorbereiding van het ”opschalen” van de parkeerhandhaving om vanaf januari 2022 stapsgewijs de verdrievoudiging van het betaalde parkeerareaal te kunnen handhaven. Om dit te realiseren en een start te maken met het uitvoeringsprogramma, wordt er in de eerste fase, in 2021 in totaal € 274.000,- aan investeringskosten en € 494.000 aan exploitatiekosten gevraagd.
De investeringskredieten zijn specifiek bedoeld voor laadvoorzieningen, wegen, parkeerterreinen, parkeerautomaten bebording en belijning. De exploitatiekosten ter voorbereiding van de invoering van betaald parkeren en het uitvoeringsprogramma. 2.f. Het uitvoeringsprogramma vraagt investeringen op het gebied van infrastructuur Binnen het uitvoeringsprogramma bestaat een onderscheid tussen investerings- en exploitatiekosten. Naast de investeringen benodigd in 2021 zijn ook voor de jaren daarna investeringskosten begroot, met name om bij de verdere uitbreiding van gereguleerd parkeren goede parkeervoorzieningen buiten de wijk te faciliteren. Ook zijn investeringen benodigd op het gebied van OV-haltes, laadvoorzieningen, wegen en bebording, die nu niet direct aan programma’s als het IUPB te relateren zijn. 2.h. Tarieven voor parkeervergunningen verlagen in plaats van toepassing jaarlijkse indexering Conform de kadernota Financieel Beleid wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten. Hiervoor wordt het prijsindexcijfer van het CPB (Centraal Economisch Plan 2018, prijs bruto nationaal product) gebruikt. Om een gat in de begroting te voorkomen, worden de belastingopbrengsten ook verhoogd met deze inflatiecorrectie. Dit geldt dus ook voor de parkeeropbrengsten. Dit betekent dat de parkeertarieven jaarlijks met het prijsindexcijfer worden verhoogd.
De tarieven voor parkeervergunningen voor bewoners in Schiedam, met name die voor de tweede parkeervergunning, behoren tot de hoogste in de regio en stuiten op onbegrip bij bewoners. Dat vermindert het draagvlak voor betaald parkeren, terwijl bewoners voor deze maatregel in beginsel wel begrip hebben. Om het draagvlak voor het invoeren van betaald parkeren te vergroten, zullen de tarieven van de parkeervergunning voor bewoners met ingang van 2022 worden verlaagd. Dit geldt ook voor de bedrijfsvergunning. Deze zal worden verlaagd om met name de kleine ondernemers tegemoet te komen. De jaarlijkse indexering zal vanaf 2023 weer ingaan.
Het tarief voor parkeren op straat per uur wordt niet jaarlijks met de indexatie verhoogd, omdat de parkeerbelastingverordening bepaalt dat bij de parkeerautomaten in veelvouden van 10 eurocent moet worden betaald. Daarom wordt ervoor gekozen de straattarieven niet te verhogen totdat de cumulatieve jaarlijkse indexering leidt tot een verhoging van de tarieven van (een veelvoud van) € 0,10. De straattarieven kunnen vanaf 2022 verhoogd worden. E. Duurzaamheid
Met een aantal maatregelen, zoals zero-emissielogistiek, meer elektrisch rijden, ruim baan voor voetgangers en fietsers, autoluwe binnenstad wordt de ambitie van een gezonde en duurzaam bereikbare stad verder uitgewerkt. Hiermee wordt ook verder uitvoering gegeven aan het actieplan Lucht en Geluid en ander vastgesteld beleid op het gebied van milieu en duurzaamheid. F. Kanttekening en risico’s:
1.1. Projectmatig aanpak van belang voor uitvoering van de maatregelen De meeste maatregelen zijn als projecten omschreven. Dit vraagt dus om een projectmatige aanpak, waarbij capaciteit en een goede planning een belangrijke vereiste is. Met deze aanpak wordt wel een duidelijke onderscheid gemaakt tussen beleidsadvisering en concrete uitvoering, waarin de benodigde budgetten inzichtelijk zijn en meer gerichte participatie kan plaatsvinden. Op deze manier wordt er beter regie gevoerd op de voortgang van de uitvoering. Naast de benodigde capaciteit voor dit uitvoeringsprogramma, dient er ook rekening te worden gehouden met de gevraagde capaciteit voor projecten vanuit andere vakgebieden. Jaarlijkse prioritering binnen deze projecten is noodzakelijk. 1.2. Planning IUPB van invloed op het uitvoeringsprogramma Bij het uitvoeringsprogramma is aansluiting gezocht met de beheerprojecten uit het IUPB. Als de planning hiervan wijzigt heeft dit invloed op de planning van bepaalde projecten in het uitvoeringsprogramma. 1.3. Invoering gereguleerd parkeren zuidelijk stadsdeel belangrijke voorwaarde Met het vaststellen van de Mobiliteitsvisie op 3 november 2020, heeft de raad besloten, in combinatie met specifieke participatie op wijkniveau, tot het invoeren van betaald parkeren in het zuidelijk stadsdeel. Dit besluit leidt tot weerstand bij bewoners.
Dit vraagt om extra aandacht in de communicatie en de gesprekken met de bewoners over de verschillende scenario’s (hoogte tarieven en venstertijden) die mogelijk zijn. 1.4. Uitvoeringsprogramma maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Het is belangrijk om dit uitvoeringsprogramma, met zijn concrete thematiek en projecten, nu vast te stellen. Het zal namelijk bijdragen aan de ruimtelijke ambities en kaders die door worden vertaald naar de omgevingsvisie en het omgevingsplan. 2.b. Tekort voorfinancieren via de algemene reserve Om de tekorten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit te dekken en de ambities budgetneutraal te verwezenlijken wordt tot en met 2023 uitgegaan van een financiële dekking uit de algemene reserve.
De keuze om de tekorten in deze jaren te dekken vanuit de algemene reserve heeft invloed op de solvabiliteit en het weerstandsvermogen. De algemene reserve wordt in 2024 en 2025 weer gevuld vanuit de reserve Mobiliteit. 2.c. Reizigersaantallen in OV nemen sterk toe bij “terug naar normaal” De verwachting is dat in de tweede helft van 2021 als veel volwassenen volledig zijn gevaccineerd en we “terug naar normaal” gaan ook het OV gebruik zich weer zal herstellen. Ondanks de verwachting dat dit tijd nodig heeft, zal de vraag naar een uitbreiding van de ringlijn vanaf dat moment weer toenemen. Voor 2022 en 2023 zijn daarom in het uitvoeringsprogramma kosten begroot ter dekking van uitbreiding van de ringlijn. 2.d en e. Middelen ten behoeve van de invoering van betaald parkeren zijn noodzakelijk Om vanaf 2022 het betaald parkeren te kunnen implementeren, moet de betaalinfrastructuur, vergunningenuitgifte en parkeerhandhaving in 2021 worden opgeschaald. Ook de communicatie met belanghebbenden over de gevolgen van betaald parkeren vindt plaats in 2021. Om deze voorbereidingen te kunnen uitvoeren, zijn de gevraagde middelen nodig. Het niet beschikbaar stellen van de middelen, betekent dat de invoering van het betaald parkeren vertraging oploopt. Het gevolg daarvan is dat de middelen voor de financiële dekking van het UVPM later beschikbaar komen en het UVPM vertraging oploopt. G.
Financiën:
Om de gewenste mobiliteitstransitie te realiseren dient ook de financiering op orde te zijn. De inkomsten van het uitbreiden van betaald parkeren vormen daarbij een belangrijke basis. Daarnaast sluiten we bij de realisatie zoveel als mogelijk aan bij bestaande ontwikkelingen en subsidiemogelijkheden. Waar nodig investeren we voor de lange termijn in infrastructuur, toegankelijkheid van voorzieningen, verkeersveiligheid en parkeerfaciliteiten. Aansluiting bestaande ontwikkelingen Bij de financiering van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit wordt allereerst zoveel mogelijk aangesloten bij al bestaande ontwikkelingen in de stad. Denk daarbij aan het IUPB, bestaande projecten, duurzaamheidsdoelstellingen en gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zijn er vanuit het Rijk, de Provincie en de metropoolregio diverse subsidiemogelijkheden voor projecten die op het gebied van bereikbaarheid en duurzaamheid een wezenlijke bijdrage leveren aan de regio. Inkomsten uitbreiding betaald parkeren Met bestaande middelen en subsidies zijn nog niet alle exploitatiekosten en investeringen gedekt. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is de uitbreiding van gereguleerd parkeren in het zuidelijk stadsdeel. Deze uitbreiding zorgt voor meeropbrengsten, waarbij het voorstel is deze via de reserve mobiliteit beschikbaar te stellen voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma.
Op deze wijze komen opbrengsten direct ten goede van de mobiliteitstransitie. De huidige afdracht aan de algemene middelen op basis van het huidig parkeergebied blijft behouden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de opbrengsten en kosten weer van het gefaseerd invoeren van betaald parkeren zonder de kosten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.
2021
2022
2023
2024
2025
Opbrengsten parkeren
€ 3.530.019
€ 5.070.917
€ 5.822.572
€ 6.911.749
€ 6.911.749
Kosten parkeren
-€ 1.744.211
-€ 2.419.565
-€ 2.846.439
-€ 3.259.416
-€ 3.154.415
Resultaat parkeren Bijdrage aan de algemene middelen Storting reserve mobiliteit
€ 1.785.808
€ 2.651.352
€ 2.976.133
€ 3.652.333
€ 3.757.334
-€ 1.785.808
-€ 1.839.895
-€ 1.862.670
-€ 1.867.684
-€ 1.867.435
€0
€ 811.457
€ 1.113.463
€ 1.784.649
€ 1.889.899
Daarbij een aantal aspecten ter verduidelijking: • Bovenstaande cijfers bevatten alleen de cumulatieve indexering voor het straattarief in 2022 (5%). • De inkomsten vanuit betaald parkeren nemen toe, doordat het aantal parkeerplaatsen, waarvoor betaald moet worden, stijgt van 5.900 in 2021 tot 18.000 ultimo 2023. Het aantal uitstaande parkeervergunningen neemt in die periode toe van 5.800 tot 16.500 (waarvan 15.000 voor bewoners). • Er is uitgegaan van een betaalvenster in de uitbreiding van 16 tot 22 uur, maandag t/m zaterdag). In het bestaande gebied blijft het betaalvenster ongewijzigd. • De cijfers zijn gebaseerd op een verlaging van het tarief naar € 75,- (nu € 94,-) voor de eerste bewonersparkeervergunning en naar € 185,- voor de tweede (nu € 400,-). De verlaagde tarieven voor bedrijfsparkeervergunningen zijn ook opgenomen. De tarieven worden in november bij de belastingverordeningen definitief vastgesteld. • De effecten van een lager tarief op de bestaande vergunninginkomsten zijn meegenomen. • Er is rekening gehouden met de benodigde uitbreiding van de parkeerorganisatie zoals vergunningenuitgifte, parkeerhandhaving, betaalsystemen en coördinatie van de uitvoering. Zoals eerder in dit voorstel is toegelicht, hebben bewoners en bedrijven de keuze voor het tijdvenster voor betaald parkeren. Deze keuze kan invloed hebben op de kosten en opbrengsten.
Bijvoorbeeld: een langer tijdvenster dan nu is aangenomen (16.00 tot 22.00), zal voor meer opbrengsten zorgen, een korter - voor minder. Daarom zullen de kosten en opbrengsten van het parkeren en de daaruit voortvloeiende bestedingsruimte via de reserve Mobiliteit jaarlijks bij de zomernota herijkt worden. Vanuit de netto opbrengsten dienen vervolgens de kosten voor het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit te worden gedekt: 2021
2022
2023
2024
2025
Storting
€0
€ 811.457
€ 1.113.463
€ 1.784.649
€ 1.889.899
Kapitaallasten
€0
€ -17.576
€ -63.993
€ -110.088
€ -133.441
- €314.000
- € 320.000
- € 640.000
- € 640.000
- € 640.000
- € 180.000
- € 965.000
- € 749.000
- € 295.250
- € 340.250
-€494.000
-€ 491.119
-€ 339.530
€ 739.311
€ 776.208
Exploitatielasten Parkeren Exploitatielasten mobiliteit Tekort/overschot reserve mobiliteit
De dekking ten behoeve van de tekorten die in de eerste jaren ontstaan worden op de volgende wijze gefinancierd: 2021
2022
2023
2024
2025
Tekort/overschot
-€494.000
-€ 491.119
-€ 339.530
€ 739.311
€ 776.208
Reserve parkeren
€494.000
€0
€0
€0
€0
Voorfinanciering algemene reserve
€0
€ 491.119
€ 339.530
€0
€0
Terugstorting algemene reserve
€0
€0
€0
€ 739.311
€ 91.338
Stand reserve mobiliteit 31/12
€0
€0
€0
€0
€ 684.870
Bovenstaande tabel toont de tekorten in de jaren 2021,2022 en 2023 alsmede de middelen ter dekking hiervan. De dekking hiervoor wordt in onderstaande paragrafen nader toegelicht. Voorbereidingskosten betaald parkeren en start uitvoeringsprogramma Het invoeren van betaald parkeren levert uiteindelijk meeropbrengsten op maar brengt aan de voorkant ook kosten met zich mee. Het huidig beschikbare saldo van de reserve parkeren zal in 2021 worden ingezet voor deze voorbereidingskosten en de opstartkosten van andere onderdelen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Type kosten Voorbereidingskosten parkeerbeleid en implementatie, coördinatie en communicatie van de uitvoeringsorganisatie Markering en bebording Parkeerapparatuur inkoop en aanbesteding Configuratie en implementatie uitgifte parkeervergunningen Voorbereidingskosten versterking parkeerhandhaving Totaal
Bedrag € 205.000 € 25.000 € 25.000 € 127.500 € 56.000 € 438.500
Bovengenoemde kosten kunnen voor een bedrag van € 125.000,- worden gedekt uit de lopende begroting, omdat de kosten van het fietsparkeren in 2021 € 125.000,- lager zullen uitvallen dan begroot. In de huidige reserve parkeren is momenteel een saldo van € 494.000,Het restant van de kosten kan hier uit gedekt worden. Ook wordt aan de raad voorgesteld om de reserve Parkeren om te zetten naar een reserve Mobiliteit. Type Saldo per 1 januari 2021: Onttrekking t.b.v. Ringbus: Terugstorting Ringbus Onttrekking voorbereidingskosten betaald parkeren Onttrekking UVPM Saldo per 31 december 2021
Bedrag € 494.000 € 250.000 € 250.000 € 314.000 € 180.000 €0
Investeringskredieten Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit vraagt naast exploitatiekosten ook investeringen in infrastructuur en parkeerautomaten. Aan de raad wordt voorgesteld de volgende investeringskredieten te laten voteren: Omschrijving Infrastructuur: Laadvoorzieningen Infrastructuur: Parkeerplaatsen / parkeergarages Infrastructuur: Wegen Infrastructuur: Wegen& bebording Aanschaf parkeerautomaten Eindtotaal
2021
2022
2023
2024
2025
€ 10.000
€ 90.000
€0
€0
€0
€ 250.000
€ 425.000
€ 525.000
€ 225.000
€ 525.000
€ 14.000
€ 75.000
€ 60.000
€ 50.000
€ 50.000
€0
€ 75.000
€ 75.000
€ 50.000
€ 50.000
€0
€ 2.100.000
€0
€0
€0
€ 274.000
€ 2.765.000
€ 660.000
€ 320.000
€ 625.000
Reserve mobiliteit & beroep op de algemene reserve De dekking voor het uitvoeringsprogramma komt voort uit de meeropbrengsten vanuit betaald parkeren. Echter deze meeropbrengsten ontstaan pas in de loop van 2022 en het uitvoeringsprogramma vraagt al investeringen na de opstart in 2021. Indien we het gehele uitvoeringsprogramma willen uitvoeren ontstaat daardoor de eerste jaren een negatieve reserve mobiliteit. Dit is op grond van de BBV niet toegestaan. Om dit te voorkomen zal ter dekking van de exploitatielasten in 2022 en 2023, in totaal € 830.649 (2022: € 491.119,-; 2023: € 339.530,-) een beroep worden gedaan op de algemene reserve. In 2024 en 2025 zal dit bedrag weer volledig terugvloeien naar de algemene reserve vanuit de reserve Mobiliteit. Hierdoor ontstaat er geen negatieve reserve Mobiliteit en zal de reserve vanaf 2025 positief zijn, in casu stand reserve Mobiliteit 31 december 2025 - na aftrek bedrag van terugvloeiing naar de algemene reserve: € 684.870,-. In 2024 zal er een nieuwe Uitvoeringsprogramma worden vastgesteld waarbij ook de financiële middelen voor de jaren vanaf 2025 en verder inzichtelijk worden gemaakt. Er zal daarbij weer een afweging worden gemaakt over het benutten en besteden van de reserve Mobiliteit. Dit zal vervolgens ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
Samenvatting gevolgen gemeentelijke begroting Samengevat zijn de meerjarige gevolgen voor de gemeentelijke begroting in onderstaand overzicht weergegeven. Hierin is voor 2022 rekening gehouden met het prijsindexcijfer (inflatiecorrectie) van 1,6%. De effecten voor 2023 en verder zijn nog niet bekend en worden als zodanig ook niet verwerkt.
2022
2023
2024
2025
Lasten (mutatie)
-€ 2.032
-€ 2.632
-€ 2.642
-€ 2.606
Baten (mutatie)
€ 1.541
€ 2.293
€ 3.382
€ 3.382
Resultaat Mutatie reserves (algemene reserve voorfinanciering) Mutatie reserves (mobiliteit)
€ 491
€ 339
-€ 739
-€ 776
-€ 491
-€ 339
+ € 739
+ € 91
€0
€0
€0
€ 685
Uitvoeringsprogramma mobiliteit:
H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Communicatie Goede en heldere communicatie is van cruciaal belang in het uitrollen van dit hele traject. We kiezen daarbij voor een intensieve samenwerking met de stad. De aanpak zal per project verschillend zijn, waarbij aan de voorkant de uitgangspunten waarbinnen participatie mogelijk is, duidelijk zijn geformuleerd. We zetten daarbij zowel online vormen in als ‘fysieke’ bijeenkomsten. Bewoners, bedrijven en maatschappelijke partners krijgen zo de ruimte, en de medeverantwoordelijkheid voor de inrichting van de openbare ruimte, de geboden mobiliteitsfaciliteiten en –middelen. Om ervoor te zorgen dat met ingang van 2022 het gereguleerd parkeren gefaseerd kan worden ingevoerd, zijn de voorbereidingen voor het invoeren al in gang gezet. In september 2021 krijgen huishoudens en bedrijven in West en het Nassaukwartier (Zuid) de uitnodiging voor een enquête in de brievenbus waarmee ze een keuze voor het tijdvenster voor betaald parkeren kunnen aangeven. Over wat deze keuzes inhouden zijn op 21 april en 5 juli 2021 gesprekken gevoerd met bewoners die zich bij de wijktafels hiervoor hadden aangemeld. Op 22, 28 juni en 1 juli 2021 is met bedrijven en instellingen gesproken. Planning Het UVPM wordt projectmatig opgepakt waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij andere projecten, zoals beheer- en woningbouwprojecten, gebiedsontwikkelingen en het uitvoeringsprogramma Groen.
Governance Om grip te houden op en sturing te geven aan projecten binnen het uitvoeringsprogramma mobiliteit, wordt specifiek een governancestructuur opgezet. Fysieke ingrepen in de openbare ruimte zullen integraal opgepakt worden, in combinatie met beheeropgaven uit het IUPB. Vanuit governance oogpunt worden deze verantwoord vanuit het IUPB. Een concreet project vanuit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit, waarbij dit al plaatsvindt, is de Metropolitane Fietsroute. Dit project is al ondergebracht in het IUPB. Voor de overige projecten ter uitvoering volgt een governance voorstel wat zoveel als mogelijk aansluit bij de bestaande governance structuur, zoals die geldt voor IUPB gerelateerde projecten. In een maandelijks voortgangsoverleg wordt de portefeuillehouder op hoofdlijnen geïnformeerd over het verloop van de projecten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.
Naast de planning wordt gekeken naar de samenhang met andere beleidsonderwerpen en uitvoeringsprojecten, mogelijke vertragingen, financiële afwijkingen, uitzonderingen, risico’s en andere noemenswaardige zaken zoals participatieperikelen en bestuurlijke gevoeligheden. De portefeuillehouder bepaalt binnen deze overlegstructuur welke projecten specifiek besproken dienen te worden in het college en/of de raad. Het college wordt 2 x per jaar in de vorm van een presentatie, respectievelijk in juni en november geïnformeerd over de voortgang. Tussentijds wordt het college geïnformeerd over projecten die bestuurlijke aandacht vereisen. In kwartaal 4 volgt een rapportage in presentatievorm om het lopende kalenderjaar te evalueren en de projecten voor het komende jaar vast te stellen. Door deze structuur krijgt het college jaarlijks gericht inzicht in de voortgang en kan men bepalen welk toekomstige initiatieven en projecten vanuit het uitvoeringsprogramma urgentie vragen en welke niet. In 2024 zal er een nieuw uitvoeringsprogramma worden vastgesteld waarbij ook de financiële middelen voor de jaren vanaf 2025 en verder inzichtelijk worden gemaakt. Er zal daarbij weer een afweging worden gemaakt over het benutten en besteden van de reserve Mobiliteit. Dit zal vervolgens ter besluitvorming opnieuw aan de raad worden voorgelegd.
Evaluatie Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. Als nieuwe ontwikkelingen hierom vragen, zal het uitvoeringsprogramma worden bijgesteld.
Bijlage(n):
-
Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Was-wordt-lijst
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 augustus 2021 ( 21VR063) Besluit: 1. kennis te nemen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; 2. a) vanaf 2022 de reserve Parkeren om te zetten naar een reserve Mobiliteit en het exploitatieresultaat van de uitbreiding van het parkeerareaal niet toe te voegen aan de algemene middelen, maar beschikbaar te houden in de reserve mobiliteit ter dekking van de kosten van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; b) het tekort van de jaren 2022 t/m 2023 te dekken uit de algemene reserve en dat in de latere jaren terug te storten in de algemene reserve; c) de reservering voor uitbreiding van de ringlijn voor het jaar 2021, eenmalig terug te storten in de reserve parkeren; d) voor 2021 een investeringskrediet van € 274.000 te voteren voor de eenmalige investeringen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit; e) de kosten van invoering van betaald parkeren en het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit die in 2021 gemaakt worden ad € 494.000 te onttrekken uit de reserve parkeren; f)de investeringskredieten uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit conform paragraaf Financiën voor de jaren 2022 en volgende te voteren; g) de meerjarige financiële effecten conform programmabegrotingswijziging verwerken in de gemeentelijke begroting 2022 e.v.; h) de tarieven voor de parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven te
verlagen naar respectievelijk € 75,- voor de eerste bewonersvergunning, € 185,- voor de tweede bewonersvergunning, € 238,- voor de beperkte bedrijfsvergunning, € 350,- voor de uitgebreide bedrijfsvergunning, € 75,- voor een eerste vergunning voor zorg en maatschappelijke organisaties en € 185,- voor een volgende vergunning voor deze categorie en dit mee te nemen bij de voorstellen van de belastingverordeningen 2022. de Programmabegroting als volgt te wijzigen: Programmabegroting
2021
2022
2023
2024
2025
(x € 1.000)
(x € 1.000)
(x € 1.000)
(x € 1.000)
(x € 1.000)
Progr. Ruimtelijke Inrichting in Samenhang
+ 494
+ 3.700
+ 4.279
+ 4.270
+ 4.233
Progr. Ruimtelijke Inrichting in Samenhang Progr.Ruimtelijke Inrichting in Samenhang (mutatie reserves) Algemene dekkingsmiddelen
- 250
-1.546
-1.525
-1.505
-1.506
Verhoging +/ Verlaging Lasten
+ 250
+739
+776
+1.375
+1.585
+1.807
+1.808
-1.497
-1.707
-1.929
-1.930
Progr. Ruimtelijke Inrichting in Samenhang
+ 5.071
+ 5.823
+ 6.912
+ 6.912
Progr. Ruimtelijke Inrichting in Samenhang Progr.Ruimtelijke Inrichting in Samenhang (mutatie reserves)
-3.530
-3.530
-3.530
-3.530
+ 491
+ 339
Algemene dekkingsmiddelen Baten
+ 494
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 28 september 2021.
de griffier,
de voorzitter,
J.W. Scherpenzeel
C.H.J. Lamers