Raadsvoorstel 1e wijziging Havenverordening Schiedam
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummer:
21VR037
Stellers:
M. van Waas, Veiligheid en Crisisbeheersing V. Kirkilis, Vastgoed & Grondzaken C. Vermunt, Stadspromotie
Telefoonnummer steller:
010 2191440
Portefeuillehouder:
Burgemeester, wethouder Laan
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
1e Wijzigingsbesluit Havenverordening Schiedam 2020
13 juli 2021
A. Voorgesteld besluit:
Het 1e Wijzigingsbesluit van de Havenverordening Schiedam 2020 vast te stellen B. Aanleiding:
De Havenverordening Schiedam 2020 is door de gemeenteraad op 19-12-2019 vastgesteld (19VR084). Op voorstel van het Havenbedrijf Rotterdam (Port of Rotterdam) komt er een eerste wijziging. De gemeente Schiedam heeft conform de ‘Samenwerkingsconvenant nautisch beheer zeehavens Schiedam 1999’ het havenbeheer van de (buitendijkse) zeehavens uitbesteed aan het Havenbedrijf Rotterdam. Een verplichting uit de samenwerking is dat de havenverordening van Schiedam dezelfde is als die van Rotterdam, onder regievoering van het Havenbedrijf. De nu voorliggende wijziging is ingegeven door twee landelijke ontwikkelingen, namelijk verantwoord sjorren en fosfine. Daarnaast worden een aantal technische wijzigingen voorgesteld waarmee onjuistheden worden gecorrigeerd of teksten verduidelijkt. C. Maatschappelijk doel:
In de gemeenten Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Dordrecht, Zwijndrecht en Papendrecht respectievelijk Amsterdam, Velsen, Zaanstad en Beverwijk wordt het nautisch beheer uitgeoefend door de Havenmeester van Rotterdam respectievelijk de Havenmeester van Amsterdam. Vanuit die Havenmeesters is de wens geuit om zoveel als mogelijk gezamenlijk op te trekken om tot gelijkluidende regelgeving in de havens in die gemeenten te komen. Dit vanuit de gedachte om het voor de omgeving en voor de klanten van deze zeehavens eenvoudiger en duidelijker te maken, wanneer zij de havens bezoeken (zij hebben dan niet telkens met andere regelgeving te maken). En vanuit de gedachte om interne efficiency te realiseren door onder andere kennisuitwisseling tussen de havens te bevorderen. Door de divisies havenmeester van Amsterdam en Rotterdam is gewerkt aan deze 1e wijziging van de Havenverordening voor zowel het Noordzeekanaalgebied als de regio RotterdamRijnmond/Drechtsteden.
D. Argumenten:
1.1 Periodieke wijziging havenverordening Periodiek wordt de Havenverordening Schiedam 2020 nagekeken en indien nodig gewijzigd. De wijzigingen worden hieronder toegelicht. De voorgestelde inhoudelijke wijzigingen zijn met de betrokken partijen afgestemd: - Verbod op varend sjorren: - Fosfine incident: bedrijven van gassingsleiders en Het Comité van Graanhandelaren. Deze partijen kunnen zich vinden in hetgeen wordt voorgesteld. - Technische wijzigingen 1.2 Toelichting op Verbod op varend sjorren Sjorren is het zeevast maken van containers aan boord van zeeschepen. Dit is een manuele handeling en door het werken op grote hoogte en tussen containers in, is het een risicovolle activiteit. In de Havenverordening is in artikel 11.4.1 een verbod opgenomen om containers te sjorren, dit met uitzondering van de bemanning van een zeeschip met een maximale lengte van 170 meter, of door sjorders in dienst bij een sjorbedrijf dat in bezit is van een vergunning. Aan het criterium voor de vergunningplicht ligt in hoofdzaak ten grondslag dat de kernbemanning die volgens internationale regelgeving aan boord moet zijn van een zeeschip tot 170 meter voldoende handen telt om veilig te kunnen sjorren gegeven het aantal containers aan boord. Uit onderzoek, mede aan de hand van dronebeelden, is gebleken dat in het havengebied ook varend sjorren plaatsvindt.
Op dit moment geldt geen algeheel verbod op varend sjorren binnen de havenbekkens en op Rijksvaarwegen binnen de gemeente. Dit is ongewenst aangezien het varend sjorren van containers een zeer risicovolle activiteit betreft. Voorgesteld wordt het varend sjorren in havenbekkens en op Rijksvaarwegen te verbieden via wijziging van artikel 1.2 en hoofdstuk 11, afdeling 4. Dit om ongevallen bij varend sjorren van containers aan boord van zeeschepen zoveel als mogelijk te voorkomen. Hiermee wordt aangesloten bij het internationale verbod op varend sjorren zoals vastgelegd in het VN-verdrag SOLAS (Safety Of Life At Sea)”. 1.3 Toelichting op Fosfine incident In december 2019 heeft een incident plaatsgevonden op een binnenvaartschip in Nieuwegein. Het incident was een gevolg van het feit dat het schip was geladen met bulklading dat was geladen vanuit een zeeschip in Amsterdam. De lading in het zeeschip was in het buitenland ontsmet met fosfine(pillen). Deze pillen waren echter nog niet uitgewerkt. Fosfine is een zeer gevaarlijke chemische stof die reukloos is. Gevolg was dat de enkele personen aan boord van het binnenvaartschip (zwaar) gewond zijn geraakt.
Om dergelijke incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen, is door de Havenmeesters van Rotterdam, maar ook Amsterdam samen een nieuw Plan van Aanpak opgesteld voor de afhandeling van zeeschepen die lading aan boord hebben die in het buitenland met fosfine is behandeld. Dit plan, dat uitgebreid is afgestemd met de keten is inmiddels vastgesteld en in werking getreden. Het Plan van Aanpak bevat een procedure voor alle betrokken partijen bij de overslag in de haven en verder vervoer van zeeschepen met lading die in het buitenland is behandeld met ontsmettingsmiddelen.
De procedure is uitsluitend van toepassing binnen de grenzen van de gemeente. Het Plan van Aanpak bevat regels die ervoor moeten zorgen dat zorgvuldig met de lading in het zeeschip wordt omgegaan, zodat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. In het Plan van Aanpak is een grote rol weggelegd voor de gassingsleider die het proces van het lossen van de lading begeleidt, omdat deze functionaris over de hiervoor specifiek benodigde kennis beschikt. Een gassingsleider is een erkend deskundige krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden met aantekening Bevoegdheid voor Fosfine op het certificaat. Dat er een grote verantwoordelijkheid voor het veilig lossen van de lading ligt bij de gassingsleiders wordt onderschreven door de keten, waaronder de gassingsleiders zelf. Het huidige artikel 1.3 “Op wie is deze verordening van toepassing?” en artikel 4.7 “Lading die in het buitenland is ontsmet”, van de Havenverordening bieden niet de mogelijkheid deze functionaris rechtstreeks aan te spreken op de taken die bij hem zijn belegd. Door artikel 4.7 te wijzigen zodat eenieder zich dient te houden aan het Plan van aanpak wordt het mogelijk om de persoon aan te spreken die de werkzaamheden ook daadwerkelijk uitvoert, of laat uitvoeren. Uw raad wordt voorgesteld de Havenverordening overeenkomstig te wijzigen.
1.4 Toelichting op Technische wijzigingen Na de inwerkingtreding van de Havenverordening Schiedam 2020 op 6 januari 2020 is een aantal omissies in de tekst en de toelichting van de verordening geconstateerd. Voorgesteld wordt om deze omissies te herstellen. Hieronder wordt kort toegelicht wat deze wijzigingen inhouden; het betreft voornamelijk verduidelijkingen. Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Voorgesteld wordt aan het begrip ‘dienstverlenend schip’ toe te voegen dat schoonmaken zich in diverse vormen kan voordoen. Deze vormen, zowel open schoonmaken, gesloten schoonmaken als anderszins, worden aan het begrip ‘schoonmaken’ in de definitie van het begrip ‘dienstverlenend schip’ toegevoegd. Tevens wordt in het begrip ‘ontgasvoorzieningen’ verduidelijkt dat een ontgasvoorziening ook dienst kan doen tijdens de overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen, en niet alleen wanneer een schip uitsluitend ligplaats neemt om de ladingtanks gasvrij te maken. Net als voorgaande edities van de havenverordening is ook de Havenverordening Schiedam 2020 van toepassing op alle wateren, zowel de buitendijkse zeehavens, als de binnendijkse vaarwegen en grachten.
Ter voorkoming van mogelijke interpretatieverschillen wordt de definitie van ‘haven’ ietwat aangepast: ‘havens, grachten of vaarwegen alsmede alle tot deze wateren behorende kunstwerken, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen, die binnen de gemeentegrenzen voor de scheepvaart en pleziervaart openstaan, waaronder ook de Rijksvaarwegen’. Voor buitendijkse wateren voert de Rijkshavenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam het nautisch beheer uit. Binnendijks water wordt beheerd door de Havendienst van N.V. Irado. Artikel 1.2 Waar gelden deze regels? Het derde lid is een verbijzondering van het tweede lid.
Abusievelijk is bij de laatste wijziging niet onderkend dat de reikwijdte van artikel 11.1.3, met betrekking tot de eisen gesteld aan de schipper van een schip dat is ingericht en wordt gebruikt voor personenvervoer van 12 personen of meer buiten de bemanning, alle wateren binnen de gemeente omvat die aan getijde onderhevig zijn, met uitzondering van de Rijksvaarwegen. Artikel 3.2 Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Het college heeft de mogelijkheid bepaalde categorieën van schepen niet toe te staan in specifieke gebieden of op ligplaatsen in de haven. Het is in voorkomend geval praktischer aan te geven welke bepaalde categorieën van schepen wel zijn toegelaten in een bepaald gebied. Artikel 3.4 Deugdelijk afmeren In het tweede lid wordt in de onderdelen a en b onderscheid gemaakt in de lengte van zeeschepen. Een zeeschip voldoet slechts aan één van de voorwaarden, als bedoeld in de onderdelen a en b. Daarom wordt het woord ‘en’ tussen onderdelen a en b vervangen door ‘of’. Artikel 3.7 Gebruik van ankers en spudpalen Het gebruik van ankers en spudpalen is slechts toegestaan als het gebruik geen schade toebrengt aan de infrastructuur, in de onderwaterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oeverof kadeverdedigingswerken.
Met de voorgestelde aanpassing is het ook mogelijk vroegtijdig te interveniëren als ankers of spudpalen worden gebruikt waar mogelijk schade kan worden toegebracht. Artikel 5.2 Toegelaten schepen in de petroleumhaven De bedoeling van artikel 5.2 is dat schepen zich alleen in een petroleumhaven mogen bevinden voor bepaalde activiteiten en niet om voor langere tijd ligplaats te nemen. Dat wordt nu duidelijker in deze bepaling tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.4 Tankschepen met gevaarlijke stoffen Tankschepen mogen, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, ook buiten een petroleumhaven ligplaats nemen. In het geval de ladingtanks van schepen maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare dampen bevatten en gesloten blijven geldt dat ook voor binnentankschepen en niet alleen voor zeetankschepen. In onderdeel b wordt nauwkeuriger tot uitdrukking gebracht welke stoffen de schepen mogen bevatten om buiten een petroleumhaven ligplaats te mogen nemen. Naast de genoemde stoffen gaat het om schadelijke stoffen die niet tevens ook gevaarlijke stoffen zijn. Het tweede lid van artikel 5.4, sub 2, wordt in twee subonderdelen gesplitst omdat het twee te onderscheiden situaties betreft. artikel 5.5 Binnentankschepen met gevaarlijke stoffen Met het woord ‘vaste locatie’ is bedoeld een inrichting, dat wil zeggen een inrichting als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Het begrip ‘inrichting’ is gedefinieerd in artikel 1. Door het gebruik van het begrip inrichting in onderdeel 2 is duidelijker de intentie van het voorschrift tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.6 Zeetankschepen met gevaarlijke stoffen De verwijzing in het artikel is exacter gemaakt om duidelijk te maken dat een zeetankschip niet voor alle situaties een verklaring gasdeskundige nodig heeft.
Artikel 14.3 Toezichthoudende ambtenaren De politie van de regionale eenheid Rotterdam, district zeehaven houden ook toezicht op de eisen aan schepen en bemanning, de voorwaarden die aan bootsmannen worden gesteld en aan sjorbedrijven. Aan het tweede lid zijn de relevante artikelen toegevoegd. E. Duurzaamheid
De voorgestelde wijzigingen dragen bij aan het voorkomen van onveilige situaties / incidenten die mogelijk ernstig effect kunnen hebben op mens en milieu. F. Kanttekening en risico’s:
1.1 uniforme havenverordening Gelet op de duidelijkheid naar de gebruikers van de haven en eenduidige handhaving, is het wenselijk om de Havenverordening voor alle betrokken gemeenten gelijk te houden. 1.2 definitie havenverordening De definitie van ‘haven’ in de Havenverordening Schiedam 2020 wordt aangepast omdat het mogelijk tot interpretatieverschillen kan leiden op welke wateren de havenverordening van toepassing is. Door deze aanpassing is en blijft de Havenverordening ook van toepassing op de binnenwateren. Op 30 juni 2020 heeft uw college de Kansenkaart Watertoerisme vastgesteld. Hierin staat als een van de mogelijkheden het invoeren van een vergunningplicht voor pleziervaartuigen en het innen van havengeld bij Schiedammers met een boot. Op 12 november 2020 is de “Verordening op de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021” door uw raad vastgesteld (20VR035). Zoals bekend wordt er alleen geheven bij toeristen die Schiedam aandoen met een pleziervaartuigen. Bij Schiedammers met een eigen pleziervaartuig bij hun woning, gelegen in openbaar gemeentewater (niet zijnde bij een jachthaven), wordt er niet geïnd door de brug- en sluiswachters van Irado. O.g.v. art. 3.2 Havenverordening kan het college gebieden aanwijzen waar bepaalde categorieën van schepen zich niet mogen bevinden, daaronder begrepen het nemen van ligplaats.
Het college kan in de aanwijzing periodes aangeven waarbinnen de aanwijzing van toepassing is. Op dit moment is Stadspromotie bezig om voor alle vaarwegen/havens/ grachten een ligplaatsenkaart te maken. Als deze kaart wordt vastgesteld en het wenselijk is dat er voor Schiedamse sloepen met een vaste ligplaats een vergunningsplicht en betalingsplicht wordt ingevoerd, zal t.z.t. de Havenverordening (Para. 3) hierop aangepast worden. G. Financiën:
Er worden geen kosten verwacht voor de gemeente. De kosten die worden gemaakt (communicatie en opleiding), worden gedragen door Havenbedrijf Rotterdam. Het reguliere nautisch beheer, dat aan HbR is uitbesteed, kost de gemeente ongeveer € 60.000,-.
H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Het Havenbedrijf Rotterdam neemt de communicatie, publicatie en implementatie van de wijzigingen voor haar rekening.
Bijlage(n):
1e Wijzigingsbesluit Havenverordening Schiedam 2020
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 juli 2021 (21VR037)
Besluit: Het 1e Wijzigingsbesluit van de Havenverordening Schiedam 2020 vast te stellen
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 28 september 2021.
de griffier,
de voorzitter,
J.W. Scherpenzeel
C.H.J. Lamers