Raadsbesluit 8 november 2022 Fiscale tarieven 2023
Tekst van het document
gemeente
Raadsvoorstel
Schiedam
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummer:
22VR039
Contact Steller:
contact@schiedam.nl
Telefoonnummer atelier:
010 2191111
Portefeuillehouder:
Wethouder Laan
Publicatie:
Openbaar
Onderwerp:
fiscale tarieven 2023
4 oktober 2022
A. Voorgesteld besluit: 1.
De navolgende (wijzigings)besluiten vast te stellen: a. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Schiedam 2021; b. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen .Schiedam 2021; c. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Schiedam 2021;
d. e.
de Verordening op de heffing en invordering van leges Schiedam 2023; e wijziging Verordening op de heffing en invordering van ogiesbeasflng Schiedam 2021;
f.
e wijziging Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Schiedam 2021;
g. h. i.
e wijziging Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen Schiedam 2021; e wijziging Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Schiedam 2021; e wijziging Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Schiedam 2021;
j.
e wijziging Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht Schiedam 2021;
e wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonschepenrecht Schiedam 2021; 1. ie wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten Schiedam 2021; Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2023 vast te stellen. De begroting aan te passen conform paragraaf financiën mocht er op landelijk niveau besloten worden tot uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. k.
2. 3.
B. Aanleiding:
Ieder jaar worden de belasting- en retributieverordeningen gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Dit is nodig om geactualiseerde tarieven te kunnen hanteren. De Begroting 2023-2026 vormt de basis voor de gewijzigde fiscale verordeningen voor 2023. Algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota financieel beleid. Een trendmatige verhoging van 3% (correctie voor loon- en prijsontwikkeling) is opgenomen conform prjsindexcijfer afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CEP maart 2022, prijs bruto nationaal product), zoals vastgesteld bij de Zomernota. Ieder jaar wordt van deze prijsindex uitgegaan conform de Kadernota Financieel Beleid. Dit indexcijfer is destijds bewust als kader opgenomen omdat de cijfers van het Centraal Plan Bureau ook het uitgangspunt vormen voor de circulaires van de algemene uitkering. C. Maatschappelijk doel:
Op 8 november wordt de begroting 2023-2026 vastgesteld. Deze dient als basis voor de verschillende fiscale verordeningen voor 2023. Dit besluit richt zich op de vaststelling van die belastingverordeningen. D. Argumenten: 1.1 Onderdeel begrotingsproces
De actualisatie van de fiscale verordeningen is onlosmakelijk verbonden met het begrotingsproces. Op deze wijze communiceert de gemeente de nieuwe tarieven voor het komende jaar met de buitenwereld. 1.2 Betastingheffing is wettelijke mogelijkheid
Het heffen en invordering van belastingen en retributies (heffingen) is een wettelijke mogelijkheid van de gemeente. Om de geactualiseerde tarieven te kunnen hanteren en juridisch juist toe te passen, moeten jaarlijks de (wijzigingen van de) belasting- en retributieverordeningen worden vastgesteld door de gemeenteraad. 1.3 Trendmatige verhoging conform uitgangspunten
Het merendeel van de tarieven volgt de vastgestelde trendmatige verhoging van 3%; (de letter achter het tarief geeft het verband aan met de achterliggende verordening zoals aangegeven bij onderdeel A gevraagd besluit) • • •
Afvalstoffenheffing (a) Rechten havengeld pleziervaartuigen (b) Leges (o.a. voor zover niet wettelijk of wettelijk gemaximeerd, dus bijvoorbeeld BRP en Burgerzaken) (d)
• • • • • • •
Logiesbelasting (e) Marktgelden (f) Onroerende-zaakbelastingen (g) Parkeerbelastingen (met uitzondering van tarieven voor vergunningen) (h) Precariobelasting (i) Reinigingsrecht (j) Woonschepenrechten (k)
Voor de rioolheffing wordt geen voorstel gedaan. Het tarief blijft ongewijzigd in verband met de kostendekkendheid die met het huidige tarief bijna 100% is. Er gelden afwijkende uitgangspunten voor de hondenbelasting, diverse leges, het woonwagenrecht en de parkeerbelastingen. Deze worden nader toegelicht in dit voorstel. Dit geeft het volgende beeld:
Heffing
Uitgangs punt
Kosten dekkend
Gerda teerdin verorde ning -
2023
Aanvullende Uitgangspunten
Belastingen -
—
OZB
+3%
N.v.t.
+3%
Artikel 5
Honden belasting
+3%
N.v.t.
-25%
Artikel 3
Precario belasting
+3%
N.v.t.
+3%
Parkeerbelastingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing Logiesbe lasting
+3%(deels) Kostendek kendheid Kostendek kendheid +3%
Tarieventabel Artikel 9 en Tarieventabel
N.v.t. 1
+3%
Ja
0%
Artikel7
3%
3%
Artikel 4
N.v.t.
3%
Artikel 5
+3%
Tarieven tabel
Verrekening meer opbrengst voorgaand jaar en opgave RBG Definitieve afbouw hondenbelasting met 25% tot €0 per 2025;
In afwijkingen 3% verlaging van diverse vergunningtarieven
Kostendekkendheid naar 88,9% Bij invoering per 1juli 2020 is jaarlijkse indexatie bepaald
Retributies Leges
+3%
Deels
Diverse wettelijke of wettelijk gemaximeerde tarieven
Reinigings recht (bedrijven) Woonsche penrechten Marktgelden Rechten havengeld plezien’aar-
Kostendekkendheid
Ja
+3%
Taneven tabel
+3%
Ja
+3%
Arbkel5
+3%
Deels
+3%
Artikel 4
+3%
Ja
+3%
Tarieven tabel
.
tuigen
Toelichting bij het overzicht: Ad. 1 met uitzondering van de kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen. 1.4 Actualiseren verordeningen
Naast de aanpassing van de verordeningen voor wat de tarieven betreft, zijn ook tekstuele aanpassingen gedaan om te voldoen aan de actuele wet- en regelgeving of situatie. Dit is het geval bij de legesverordening en de 0ZB. Aanpassing legesverordening De Omgevingswet (0w) was voor de VNG aanleiding een geheel nieuwe modelverordening op te stellen. De legesverordening is net als de begroting opgesteld uitgaande van inwerkingtreding van de 0w per 1januari 2023. Daarnaast zijn een concept begrotingswijziging en overgangsrecht (terugvaloptie) opgenomen voor het geval de inwerkingtreding van de 0w wordt uitgesteld. Aanpassing OZB-verordening Artikel 4 (Vrijstellingen) wordt vemummerd naar artikel 4, eerste lid. Onderdeel j. vervalt. Dit is noodzakelijk volgens actuele wet- en regelgeving. Ter toelichting het volgende. De wettelijke vrijstelling voor kerken (lid c. waaronder andere onroerende zaken met openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouweljke aard) is beperkt tot het gedeelte van de openbare eredienst zelf. De bijbehorende woning behoort daar niet toe. Dat betekent niet dat er een verbod bestaat om woningen vrij te stellen maar wel dat deze vrijstelling goed gemotiveerd moet worden. De vrijstelling voor een pastorie is daarom een facultatieve vrijstelling.
Aangezien voor een woning een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond niet snel te vinden is wordt voorgesteld de vrijstelling af te schaffen vanwege een risico dat er strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Dat heeft gevolgen voor enkele belastingplichtigen die na afschaffing OZB gaan betalen. Het belang van een fiscaal juridisch correcte belastingheffing weegt in dit geval zwaarder dan het belang van belastingplichtigen die in voorgaande jaren een voordeel hebben genoten dat in strijd kan zijn met het gelijkheidsbeginsel. Belastingplichtigen worden voor het nieuwe belastingjaar op de hoogte gesteld van de wijziging.
In de OZB-verordening is aan artikel 4 (Vrij stellingen) toegevoegd een tweede lid. Deze bepaling is opgenomen op grond van artikel 220e van de Gemeentewet en wordt door de Regionale Belasting Groep overeenkomstig uitgevoerd. Het artikel ontbrak in de verordening. De gebruikersbelasfing wordt geheven van niet-woningen. Er is sprake van een niet-woning voor de OZB als de waarde van de woondelen van een onroerende zaak minder dan 70% uitmaakt van de totale onroerende zaak. In deze situatie worden onroerende zaken naar het niet-woningtarief aangeslagen. Bij die onroerende zaken zoals boerderijen en verpleeg- en verzorgingstehuizen wordt het woongedeelte, of gedeelte dienstbaar aan woondoeleinden, vrijgesteld voor de gebruikersbelasfing niet-woningen. De onderdelen k. tot en met m. van artikel 4, eerste lid wordt vernummerd naarj. tot en met 1. 1.5 Kaders OZB berekening toegepast en gevolgd
Conform de kaders in het financiële beleid van Schiedam en de landelijk gebruikelijke werkwijze is de trendmatige verhoging van 3% voor de OZB (in afwijking van de andere heffingen) toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op de tarieven. Reden hiervoor is dat hij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling rekening wordt gehouden. De tarieven betreffen een percentage van de heffingsmaatstaf. Dit leidt tot de voor 2023 geraamde belastingopbrengst OZB in euro’s x 1.000:
OZB
Begroting 2022
verrekend Nieuwbouw resultaat /sloop 2020
Infiatie 3% sub-totaal
Verrekend resultaat
Begro fing
2021
2023
Woningen Niet woningen:
7.800
88
62
239
8.189
-317
7.872
eigenaar
4.787
155
-9 148
5.082
-165
4.917
gebruiker
3.068
149
0
g6
3.313
-389
2.924
Totaal
15.655
392
53 483
16.584
-871
15.713
Toelichting: Het resultaat 2020 is éénmalig verrekend in tarieven 2022 en wordt in 2023 op de opbrengst gecorrigeerd. Het resultaat 2021 wordt éénmalig verrekend in tarieven 2023. Om de verwachte opbrengst van € 15,7 miljoen in 2023 te kunnen realiseren is een tariefsaanpassing noodzakelijk naar 0,0754% voor eigenaren van woningen, naar 0,3240% voor eigenaren van niet-woningen en naar 0,2130% voor gebruikers van niet-woningen. Dit resulteert in het volgende tarievenvoorstel (percentages heffingsmaatstaf):
Tarief eigenaar
Soort object
Totaal -
2023 •
Tarief gebruiker
•
2022
2023
2022
2023
2022
n.v.t.
n.v.t.
0,0754%
0,0860%
0,5370%
0,5440%
1
•
Woningen
0,0754%
0,0860%
Niet-woningen
0,3240%
0,3100%
0,2130% 0,2340%
Het uiteindelijk te betalen OZB-bedrag is affiankelijk van de WOZ-waarde. Bij een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde van €346.500 (gemiddelde waarde CBS koopwoning 2022 € 309.400 + 12% zijnde de verwachte gemiddelde waardeontwikkeling gemeente Schiedam), daalt het uiteindelijk te betalen bedrag met 1,8%. Deze daling wordt veroorzaakt door de verrekening van het resultaat van voorgaande jaren, de lagere prognose voor oninbaar en een hogere initiële waarde voor de begroting 2023. Bij de berekening van het tarief wordt rekening gehouden met de waardestijging. Het is dus niet zo dat als de WOZ-waarde 12% stijgt, het tarief met diezelfde waarde stijgt. Bij bijvoorbeeld een niet-woning met een waarde van € 569.300 en een gemiddelde verwachte waarde-ontwikkeling van 0,6%, stijgt het te betalen bedrag voor een eigenaar/gebruiker met i%. Het te betalen bedrag voor een eigenaar stijgt met 4,5% en van een gebruiker daalt met 8,4%. De stijging van het te betalen bedrag voor de eigenaar is met name het gevolg van een daling van de initiële waarde van niet-woningen (als gevolg van sloop en waardedalingen) en de daling voor de gebruiker wordt met name veroorzaakt door verrekening van het resultaat van voorgaande jaren en een lager geprognosticeerd percentage voor leegstand. Vrijstelling buitensportaccommodaties. De gemeente Schiedam maakt gebruik van een facultatieve vrijstelling.
Dat betekent dat geen OZB wordt geheven op buitensportaccommodaties, voor zover niet bedrijfsmatig geëxploiteerd. Voorgesteld wordt om deze situatie voor 2023 te handhaven in afwachting van het nieuwe tarievenbeleid voor sportaccommodaties dat nu gepland staat voor 2023.
E. Duurzaamheid Niet van toepassing. F. Kanttekening en risico’s: 1.1 Kostendekkendheid
De beoordeling van tarieven die maximaal kostendekkend mogen zijn, vindt op grond van de Gemeentewet plaats op basis van de geraamde baten en lasten (dus op begrotingsbasis). De gerealiseerde verschillen (in de jaarrekening) worden verrekend met de algemene middelen. Realisatieverschillen bij de Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Leges omgevingsvergunning/Omgevingswet worden verrekend met de betreffende voorziening.
1.2 Afwijkende uitgangspunten Voor een aantal heffingen worden afwijkende uitgangspunten voorgesteld: • De hondenbelasting (c) wordt verlaagd met 25% in verband met de definitieve afbouw van de hondenbelasting en daarna verhoogd met 3% volgens prijscompensatie. • Het woonwagenrecht (1) volgt op grond van het beleidsplan de maximaal redelijke huurprijs bepaald door het ministerie van BZK. De tarieven worden met 4% verhoogd. • Parkeerbelastingen (h) Het tarief voor parkeren op straat per uur wordt niet jaarlijks met de indexatie verhoogd, omdat de parkeerbelastingverordening bepaalt dat bij de parkeerautomaten in veelvouden van 10 eurocent moet worden betaald. Daarom wordt ervoor gekozen de straattarieven niet te verhogen tot de cumulatieve jaarlijkse indexering leidt tot een verhoging van de tarieven van (een veelvoud van ) € 0,10. De straattarieven zijn per 2022 verhoogd. Op grond van genoemde systematiek blijven de tarieven per 2023 gehandhaafd. • De verlaging van de tarieven voor parkeren door vergunninghouders volgt uit het besluit (22INT00027 van 17 mei 2022). Bij de communicatie over de (destijds voorgenomen) uitbreiding van het betaald parkeren in het stadsdeel ten zuiden van de A2o was deze verlaging toegezegd. De tarieven voor de tweede, respectievelijk derde parkeervergunning staan in verhouding tot de eerste parkeervergunning als 2,5 tot 1, respectievelijk 4 tot 1.
De derde parkeervergunning is nieuw opgenomen en betreft een overgangsregeling bij invoeren van betaald parkeren. Dat wil zeggen dat deze verstrekt kan worden bij de start van het betaald parkeren en nadat de vergunninghouder deze heeft opgezegd of is verhuisd, niet opnieuw wordt verstrekt. • De voorgestelde tarieven voor sector gebonden parkeervergunningen voor bedrijven zijn geïndexeerd met 3% en daarna met 10% verlaagd. De nadere criteria verlening parkeervergunningen gemeente Schiedam 2013 (derde wijziging Regels omtrent het verlenen van parkeervergunningen aan bewoners en bedrijven ex artikel 3 lid 2 onder a en b van de Parkeerverordening gemeente Schiedam 2013) zijn gewijzigd. Hierin is opgenomen dat er, naast parkeervergunningen voor zorgverleners, ook parkeervergunningen voor maatschappelijke organisaties en onderwij sinstellingen worden onderscheiden. • De tarieven voor parkeervergunningen voor instellingen (zorg, maatschappelijk en onderwijs) zijn herberekend. De voorgestelde tarieven zijn gerelateerd aan het tarief voor bewonersparkeervergunningen • Naar aanleiding van de genoemde gewijzigde nadere criteria verlening parkeervergunningen wordt een visiteparkeervergunning voorgesteld voor bedrijven met een tarief van 50% van het tarief voor straatparkeren en een visiteparkeeiwergunning voor instellingen met een tarief gelijk aan dat voor bewoners.
De volgende legestarieven worden afwijkend verhoogd met het oog op de kostendekkendheid: a) tarieven voor een kopie Wet open overheid (Woo); b) opvra gen van milieukundige bodemrapportages; c) aanvraag voor het in behandeling nemen geluidsontheffing inclusief terugvaloptie mocht de Omgevingswet niet per 1januari 2023 in werking treden); d) aanvraag voor het mogen veranderen van een uitweg; e) concept-vergunningaanvraag; f) aanvraag vergunning kappen van bomen. Nadere toelichting: ad a. Tarieven voor een kopie Wet open overheid (Woo) Betreft een nieuwe wet en dus een nieuw tarief.
ad b. Opvragen van mitieukundige bodemrapportages Rapportages van milieukundige bodemonderzoeken zijn bij de gemeente digitaal beschikbaar. Veel adviesbureaus vragen deze op en de kosten hiervan worden doorberekend aan hun klanten. Er is een grote toename van aanvragen en dus een daarmee gepaard gaand extra beslag op de ambtelijke capaciteit. De tijdsbesteding is ongeveer 5-15 minuten per rapport. Er is nu geen legestarief en daarom wordt voorgesteld een nieuw kostendekkend tarief van € 15,per rapport op te nemen. ad c. Aanvraag voor het in behandeling nemen getuidsontheffing Hiervoor gelden twee tarieven, voor het in behandeling nemen door de gemeente van de aanvraag en voor het aanvragen van een advies aan de DCMR. De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een geluidsontheffing zijn nu €109,55. De werkelijke kosten zijn een stuk hoger. Het voorstel is dan ook om dit tarief gefaseerd te verhogen. Voor 2023 naar een tarief van € 226,35. Ook de leges voor het aanvragen van advies aan DCMR gaat gefaseerd naar € 226,35. ad d. Aanvraag voor het mogen veranderen van een uitweg Het toetsen of een verandering van een weg of uitweg is toegestaan, is niet gebonden aan normen en is daarom arbeidsintensief. De werkelijke kosten zijn een stuk hoger dan het huidige legestarief. Voorgesteld wordt dit tarief gefaseerd te verhogen met voor 2023 een tarief van € 206,-.
ad e. Concept-vergunningaanvraag Op basis van het uitvoeringsprogramma Woonvisie is het bedrag verhoogd. Geconstateerd is dat er te veel onvoldragen plannen in het vooroverleg worden aangeboden waar veel tijd aan wordt besteed. Geadviseerd wordt om het tarief voor het vooroverleg te verhogen. Verhoging van het tarief zal leiden tot indiening van meer onderbouwde plannen. Zodra een plan leidt tot een volwaardige conceptaanvraag wordt het geheven legestarief voor het vooroverleg in mindering gebracht op het totale legesbedrag. Het legesbedrag wordt weliswaar verhoogd van € 317,00 naar € 790,90 maar wordt naderhand bij het verlenen van de vergunning weer in mindering gebracht. Adf. Aanvraag vergunning kappen van bomen Het in behandeling nemen van een aanvraag om een kapvergunning is een arbeidsintensief proces geworden. In Schiedam worden deze aanvragen door belangenbehartigers niet alleen nauwgezet gevolgd, maar ook worden er meer eisen gesteld en steeds vaker boomeffect rapportages en inrichtingsplannen opgesteld. De werkelijke kosten zijn daarom veel hoger dan het huidige legestarief. Het voorstel is dan ook een gefaseerde verhoging. Voor 2023 wordt daarom een legesverhoging van €181,40 naar €241,95 voorgesteld bij een eenvoudige kapvergunning.
Voor de uitgebreidere aanvragen (boomeffectrapportages, inrichtingsplannen) wordt voorgesteld vanaf twee bomen een tarief van €24,70 (2022: €36,25) extra per boom te hanteren. Gezien de toename van de uitgebreidere en dus complexere aanvragen is het voorstel het maximumtarief te verhogen naar € 785,35 (2022: € 580,20). G. Financiën:
Met de gevolgen is in de Begroting 2023-2026 rekening gehouden.
Gezien de onzekerheid van invoering van de Omgevingswet op 1januari 2023 is vanuit de VNG een handreiking geboden aan alle gemeenten hoe om te gaan met uitstel van de inwerkingtreding. De VNG adviseert gemeenten de begroting op te stellen uitgaande van inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1januari 2023. In de voorliggende begroting is dit advies opgevolgd en zijn de financiële gevolgen van de Omgevingswet verwerkt. Hiervoor is bij de vaststelling van de zomernota een bedrag in 2023 van € 362.000, in 2024 € 522.000 en in 2025 € 532.000 geraamd en verwerkt. Daarnaast adviseert de VNG om een concept-begrotingswijziging op te stellen waarin het financieel effect is verwerkt van uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Mocht de situatie zich voordoen dat de invoering van de Omgevingswet toch niet per 1januari 2023 plaatsvindt dan wordt aan de raad voorgesteld om de begroting met de voorgenoemde bedragen aan te passen. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Bekendmaking Na vaststelling worden de wijzigingen bekend gemaakt via de wettenbank (Overheid.nl) en op de gemeentepagina van het Nieuwe Stadblad. Belastingplichtigen worden conform de daartoe opgestelde brief over het vervallen van de vrijstelling geïnformeerd.
Bijlage(n): 1. (Wij zigings)besluiten van:
a.
2 wijziging Verordening op de heffing en invordering van afralstoffenheffing Schiedam 2021- 22B1J01725;
ii 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021- 22B1J01726; c. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Schiedam 202122B1J01727;
d. de Verordening op de heffing en invordering van leges Schiedam 2023- 22B1J01758; e. 2 wijziging Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting Schiedam 202122B1J01728;
f 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Schiedam 2021 22B1J0 1729;
g. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021- 22B1J01730;
h. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Schiedam 2021- 22B1J01731 en 22BIJ01738; 4e wijziging Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Schiedam 2021 22B1J01732 en 22B1J01733; j. ie wijziging Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht Schiedam 2021 .
-
-
22B1J01734;
k. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonschepenrecht Schiedam 2021- 22B1J01735
i wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten Schiedam
2021-22B1J01736; 2. Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2023- 22B1J01737.
3. De Begrotingswijziging mocht er worden besloten tot uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet- 22B1J01760.
burgemeester en wethouders van Schiedam, de burgemeester, de secretaris,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
.
gemeente Schiedam
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 oktober 2022 (22VR039)
Besluit: 1.
De navolgende (wij zigings)besluiten vast te stellen: a. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Schiedam 2021; 5. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen .Schiedam 2021; c. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Schiedam 2021; d. de Verordening op de heffing en invordering van leges Schiedam 2023; e. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting Schiedam 2021; f. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Schiedam 2021;
e wijziging Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen Schiedam 2021; h. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Schiedam 2021; i. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Schiedam 2021; j. 2e wijziging Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht Schiedam 2021; k. e wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonschepenrecht Schiedam 2021; 1. ie wijziging Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten Schiedam 2021; Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2023 vast te stellen. De begroting aan te passen conform paragraaf financiën mocht er op landelijk niveau besloten worden tot uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. g.
2. 3.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van $ november 2022. de
de’