Raadsbesluit 28 september 2021 17e Wijziging APV
Tekst van het document
gemeente Raadsvoorstel
Schiedam
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
6juli 2021
Registratienummer:
21VR053
Steller:
L.C. Morris, JZ en Bestuursondersteuning
Telefoonnummer steller:
010 219 1133
Portefeuillehouder:
Burgemeester, Wethouder Ooijevaar
Publicatie:
Openbaar
Onderwerp:
APV actualisatie (juli 2021)
A. Voorgesteld besluit:
het ;e Wij zigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 vast te stellen. B. Aanleiding:
Periodiek worden voorstellen voor actualisatie van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gebundeld voorgelegd aan de raad ter vaststelling. De wijzigingen volgen uit de wijziging van de Drank- en Horecawet (in Alcoholwet), de jaarlijkse actualisatie van de VNG model-APV en uit voorstellen gedaan door de ambtelijke Organisatie. C. Maatschappelijk doel:
De APV bevat gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu. D. Argumenten:
Nieuwe artikelen 1. positieve beschikking bij niet tijdig beslissen tex sitencio positivo (art. 2:40y) Er moet worden gezorgd dat het niet tijdig beslissen op een aanvraag, niet direct betekent dat er een vergunning verleend is. Ondanks dat onze intentie is om beslissingen te nemen binnen de gestelde termijnen, zijn er bijzondere vaak complexe aanvragen waarbij er meer tijd nodig is voor de adviezen van de hulpdiensten. Bij zulke aanvragen kan de openbare orde en veiligheid in het geding zijn en een reden zijn om van een lex silencio positivo (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) af te zien. Voor zover de Dienstenrichtljn van toepassing is op het vergunningstelsel en de voorwaarden, is het criterium openbare orde en veiligheid eveneens reden om van een lex silencio positivo af te zien. Het streven blijft, dat beslissingen wel tijdig genomen dienen te worden. —
—
—
2. synchronisatieAFVartiketen in verband met verbod op zichtbare uitingen van verboden
organisaties Cotours (art. 2:50b) Sinds 2016 is het Openbaar Ministerie verschillende juridische procedures gestart om Outlaw Motorcycle Gangs (hierna: OMG’s) verboden te laten verklaren door de rechter. Dit omdat de werkzaamheid (activiteiten) van deze motorclubs in strijd is met de openbare orde (artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek). Inmiddels zijn verschillende motorclubs verboden verklaard. -
Om toch op te kunnen treden tegen openlijk vertoon van ‘verboden organisaties’ in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een strafbaarstelling opgenomen in de APV. Regionaal is er collectief afgesproken om deze strafbaarstelling vast te stellen om zo eenduidig op te kunnen treden. Deze strafbaarstelling houdt in, dat het verboden is om op openbare plaatsen en bij evenementen zichtbaar kleding en goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken vertonen van een ‘verboden organisatie’. Het verbod is van toepassing op kleding en goederen zoals badges, motoren en dergelijke waar de naam, logo’s, spreuken of andere aanduidingen op zichtbaar zijn. Ook kleding en goederen die sterk lijken op uitingen van een verboden of ontbonden organisatie zijn op basis van deze APV bepaling verboden. Indien men het bij de motorclub horende jasje (colours) in het openbaar blijft dragen, kan een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechteljke bevoegdheden (zoals handhaving op clublocaties, bij evenementen, bij ride-outs en het geven van noodbevelen en gebiedsontzeggingen). In aanvulling hierop wordt in de APV een bepaling opgenomen waarin staat dat uiterlijke kenmerken van de verboden organisaties niet zijn toegestaan in de openbare ruimte.
In geval van overtreding kan de politie direct optreden. Door strafbaarstelling in de APV kan handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Het verbod wordt opgenomen in een nieuw artikel 2:50b in de APV waarbij het verbod wordt ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1 APV. Voor het geval van samenloop met de strafbaarsteiling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een samenloopbepaling in dit artikel. In de APV wordt een dergelijke bepaling ook opgenomen voor wat betreft evenementen. 3. storend geluid/voederen van dieren (art. 2:600)
Op verschillende plekken in de gemeente wordt overlast ervaren van ratten. Deze ratten worden vermoedelijk aangetrokken door resten van voer dat aan andere dieren wordt gevoerd. Met dit artikel kan opgetreden worden tegen het voederen van dieren. Hiermee kan voorkomen worden dat er hinderlijke situaties ontstaan en dat de volksgezondheid aangetast wordt en kan daartegen handhavend opgetreden worden. Dit artikel zal alleen gebruikt worden bij excessen. Het gaat er om dat er met dit ‘kapstokartikel’ opgetreden kan worden bij zeer uitzonderlijke situaties en er geen andere oplossingen mogelijk zijn. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1 APV. 4. mosquito (art. 2:77b)
Een mosquito is een apparaat dat een hinderlijke hoge pieptoon veroorzaakt die alleen voor jongeren tot een leeftijd van ongeveer 25 jaar hoorbaar is. Regionaal is er collectief afgesproken om het gebruik van een mosquito in de APV vast te stellen om het zo eenduidig te kunnen regelen. De burgemeester kan besluiten een mosquito op te hangen op openbare plaatsen als dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Hierbij moet worden vastgesteld dat er een evenwichtige verhouding bestaat tussen het doel en het middel (proportionaliteit) en dat het doel, de handhaving van de openbare orde, niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt (subsidiariteit).
Het voornemen tot het besluit over te gaan tot plaatsing van een mosquito bepreekt de burgemeester in het lokale driehoeksoverleg met de officier van justitie en de politie. Het besluit van de burgemeester tot plaatsing van de mosquito op een openbare plaats is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep openstaat. Dit artikel zal alleen gebruikt worden hij excessen. Het gaat er om dat er met dit ‘kapstokartikel’ opgetreden kan worden bij zeer uitzonderlijke situaties en er geen andere oplossingen mogelijk zijn. 5.1 vergunningspticht deettweewieters is noodzakelijk (art. 5:12a t/m d)
Het is noodzakelijk dat het aantal deeltweewielers beperkt wordt tot een maximum aantal voertuigen van 1 per 100 inwoners en het parkeren /plaatsen ervan reguleren. Deelvoertuigen kunnen een onevenredige belasting van de openbare ruimte in de gemeente opleveren en gepaard gaan met hinder en gevaar voor de omgeving. Ook bestaat het risico dat beschadigde of ongebruikte voertuigen niet snel genoeg door de aanbieders worden verwijderd. Dit levert niet alleen een onnodig en ongewenst beslag op de schaarse openbare ruimte op, met bijbehorende hinder, maar ook een rommelige aanblik waardoor het aanzien van de openbare ruimte wordt aangetast. Dit kan enkel worden bereikt door een vergunningplicht te introduceren. De aanleiding om een vergunningstelsel te introduceren is dat er een waarneembare toename is aan het aanbod /gebruik van deelmobiliteit. Naast de vaste ‘deelvoertuiglocaties’ verschijnen er nieuwe gebruiksvormen zoals het ‘free floating’-deelsysteem. In dat systeem kan een voertuig overal worden achtergelaten. Zonder een regulerend kader, heeft de gemeente weinig invloed op de inrichting van deze initiatieven. Naast het verbod op hinderlijk parkeren van (brom)fietsen, wordt het dan ook als noodzakelijk en geschikt instrument gezien om een vergunningplicht te introduceren.
Via de vergunninghouder kan effectiever worden opgetreden tegen ongewenste effecten dan via de gebruikers, die bovendien voor de gemeente anoniem blijven. 5.2 schaarse vergunning deettweewieters (art. 5:12a t/m d)
Het vergunningstelsel deekweewielers heeft geen discriminerende werking. Er worden geen eisen gesteld die de toegang tot een vergunning beperken voor aanbieders uit andere lidstaten (artikel 5:12a).
Indien ht maximaal aantal voertuigen als genoemd in artikel 5:12a is bereikt kan een nieuwe vergunningsaanvraag op basis van dit artikel worden geweigerd (artikel 5:12b). De geldigheid van de vergunning is gesteld op 5 jaar, omdat ingevolge de jurisprudentie het een schaarse vergunning betreft. Een schaarse vergunning mag niet voor onbepaalde tijd worden verleend. In de vergunning wordt opgenomen het maximaal aantal toelaatbare geëxploiteerde deeltweewielers en de locaties. Ook wordt de mogelijkheid geboden aan de vergunning voorschriften te verbinden om overlast en openbare orde verstoring te voorkomen (artikel 5:12c). De mogelijkheid tot het schorsen, intrekken en wijzigen tot de vergunning zijn in artikel 5:12d opgenomen. Tevens wordt bepaald dat de vergunning na 6 maanden niet gebruikt te zijn, van rechtswege komt te vervallen. Gewijzigde artikelen
6.. kennisgeving betogingen e.a. op openbare plaatsen (art. 2:3) Door de term ‘uiterste’ toe te voegen aan lid 4, wordt dit lid beter leesbaar.
7. verboden gedragingen bij evenementen (art. 2:26) Sinds 2016 is het Openbaar Ministerie verschillende juridische procedures gestart om Outlaw Motorcycle Gangs (hierna OMG’s) verboden te laten verklaren door de rechter, omdat de werkiaamheid (activiteiten) van deze motorclubs in strijd is met de openbare orde (artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek). Inmiddels zijn verschillende motorclubs verboden verklaard. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Indien men het bij de motorciub horende jasje (colours) in het openbaar blijft dragen, kan een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechteljke bevoegdheden (denk aan handhaving op clublocaties, bij evenementen, bij ride-outs en het geven van noodbevelen en gebiedsontzeggingen). In aanvulling hierop wordt in de APV een bepaling opgenomen waarin staat dat uiterlijke kenmerken van de verboden organisaties niet zijn toegestaan in de openbare ruimte. In geval van overtreding kan de politie direct optreden. Door in de APV dergelijke gedragingen op te nemen bij evenementen is het mogelijk de organisator van het evenement verantwoordelijk te stellen op de controle en uitvoering hiervan. (zie verder toelichting artikel 2:50h) 8.
wijzigingen in het kader van de wijziging van de Drank Horecawet naar de Alcohotwet (art. 2:27, 2:28a en b, 2:34a, 2:48 en 3:9) tevens doorgevoerd in de toelichting De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt per 1juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. -
9. aanwijzing vergunningplichtige woningbemiddeting (art. 2:40v) Aanpassing van een tekstuele fout (verkeerde verwijzing) in dit artikel. 10. woonoveriast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet (art. 2:78)
In artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet is de zinsnede ‘aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven’ komen te vervallen. De APV wordt conform deze wijziging aangepast. Het vierde lid regelt expliciet de bevoegdheid van de burgemeester dat de last een verbod kan inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Artikel 151d Gemeentewet kan zo worden gelezen dat de raad de handhavingsbevoegdheid van de burgemeester kan reguleren en beperken. De APV kan nadere voorwaarden stellen aan de oplegging van een huisvrbod, maar desgewenst kan de gemeenteraad er ook voor kiezen niet de bevoegdheid te geven tot opleggen van een huisverbod. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt deze bevoegdheid expliciet benoemd in de APV en mag de burgemeester een huisverbod opleggen. ii. toelichting op artikel 5:2 is gewijzigd
De zinsnede ‘hem toebehoren of zijn toevertrouwd’ is nader geduid. 12. overlast vanfiets of bromfiets (art. 5:12)
Door de groei van fietsen en bromfietsen met name in de vorm van deelmobiliteit in stedelijke omgeving en Schiedam neemt de druk op de openbare ruimte en overlast toe. In dit artikel worden twee wijzigingen voorgesteld. In de eerste plaats wordt de periode van het onbeheerd mogen plaatsen van (brom)fietsen in de aangewezen gebieden, gewijzigd van vier naar twee weken (nieuw eerste lid onder b). Ook wordt een tweede lid toegevoegd waarmee hinderlijk plaatsen van (brom)fietsen in de gehele gemeente wordt verboden. Deze wijzigingen voorzien in de uitbreiding van de mogelijkheden tot handhaving van overlast door (brom)fietsparkeren.
13. sanctiebepaling (artikel 6:i)
Door toevoeging van de nieuw opgenomen artikelen is dit artikel ook gewijzigd. E. Duurzaamheid
Met de mobiliteitsvisie heeft de gemeente als doel gesteld de ruimtevraag van mobiliteit zo veel mogelijk te beperken en de hoeveelheid emissie uitstoot, veroorzaakt door het verkeer, te minimaliseren. Hiermee ontstaat ruimte in de stad die voor andere doeleinden kan worden gebruikt, waaronder meer loop- en fietsruimte, Mimaatadaptatie en vergroening. Het verminderen en verduurzamen van de automobiliteit door de inzet van deeltweewielers en het stimuleren van bezit naar het gebruik van mobiliteit leveren hier een bijdrage aan. F. Kanttekening en risico’s: 2. verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Dit verbod biedt de burgemeester meer mogelijkheden om te handhaven. Veel gemeentes hebben dit verbod reeds opgenomen in de APV. Dit verbod is nog niet beproefd bij de rechter er is nog geen jurisprudentie. —
5.1 vergunningenstelsel kan obstakel zijn voor aanbieders
Het risico van regulering middels vergunningen voor deelmobiliteit is dat de voorwaarden een beperkende werking kunnen hebben. Hierdoor kan de interesse vanuit de markt en aanbieders afnemen waardoor de vraag naar deeltweewielers niet meer goed aansluit bij het aanbod. In de uitvoering dient hier rekening mee gehouden te worden 5.2 vergunningenstelsel vraagt extra inzet vanuit vergunningen & handhaving
Het invoeren van een vergunningenstelsel voor deelmobiliteit vraagt extra inzet voor de inrichting van een digitaal aanvraagproces en de afhandeling van binnenkomende aanvragen. Gezien het in de praktijk om niet meer dan 10 tot 15 aanbieders zal gaan lijkt deze extra inzet beheersbaar. Daarnaast zorgt de regulering middels vergunningen en regelgeving dat handhaven bij aanpak van overlast duidelijker en overzichtelijker wordt. PubÏieksvriendeljke APV
Momenteel wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor een publieksvriendeljke APV. Er wordt gekeken of dit in de vorm van een infographic kan, te vergelijken met de infographics gebruikt tijdens de toepassing van de Covid-19 maatregelen. Er wordt hiermee gestreefd de APV makkelijker leesbaar te maken voor de inwoners van Schiedam. Na de zomer wordt dit verder opgepakt met de intentie dit najaar de resultaten te presenteren.
G. Financiën:
5. vergunningenstelsel vraagt extra inzet vanuit vergunningen & handhaving
De volledige kosten voor de afhandeling van de aanvraag vergunning deelmobiliteit zijn voor rekening van de aanvrager. Het invoeren van een vergunningenstelsel voor deelmobiliteit vraagt extra inzet voor de inrichting van een digitaal aanvraagproces en de afhandeling van binnenkomende aanvragen. Gezien het in de praktijk om niet meer dan 10 tot 15 aanbieders zal gaan lijkt deze extra inzet beheersbaar. Door het invoeren van regulering middels vergunningen en regelgeving en het aanwijzen van specifieke plekken waar deeltweewielers gestald mogen worden, wordt het handhaven bij aanpak van overlast duidelijker en overzichtelijker. Handhaving kan daardoor binnen de huidige Organisatie en capaciteit worden uitgevoerd.
2,3,7,10 de toezicht en handhaving van de overige nieuwe en gewijzigde artikelen past binnen de
huidige capaciteit bij Toezicht en Handhaving Er is geen extra toezicht nodig op de onderdelen die zijn aangepast of toegevoegd. Deels omdat het exces artikelen zijn en dus alleen bij hoge noodzaak toegepast wordt. Het overige is al in de capaciteit meegenomen zoals met de woonartikelen. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatielcontrole etc.):
Na vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt dit bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad en worden de wijzigingen verwerkt in de geconsolideerde versie van de APV in de lokale wettenbank op www.overheid.nl. Daarnaast wordt een informatief bericht geplaatst op de gemeentepagina van Het Nieuwe Stadsblad.
Bijlagefn):
het ie Wijzigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
gemeente Schiedam
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 juli 2021 ( 21VR053) gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit: het ie Wijzigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 2$ september 2021.
de
de voorzitter,
C.H.JC