Raadsbesluit 18 oktober 2022 Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet
Tekst van het document
1.
.
J$ gemeente
Raadsvoorstel
Schiedam
4
30 augustus
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummet:
22VR033
Steller:
S.J.C. Hovens, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid
Telefoonnummer steller.
010 2191111
Portefeuillehouder:
Wethouder Laan
Publicatie:
Openbaar
Onderwerp:
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet
2022
A. Voorgesteld besluit:
Het adviesrecht van de gemeenteraad, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet, en de verplichte participatie, als bedoeld in artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet, van
toepassing te verklaren op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij sprake is van: a. het toevoegen van meer dan 50 woningen, tenzij het een ontwikkeling betreft die concreet is benoemd in de Omgevingsvisie of de daar onderdeel van zijnde Woonvisie, zoals deze luiden op het moment van aanvraag; b. het toevoegen van gebouwen hoger dan 50 meter; c. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen ten behoeve van horeca, detailhandel en kantoren met een brutovloeroppeiwlakte groter dan 3.000 m2; d. projecten waarvoor een MER-plicht geldt; e. het realiseren van één of meerdere windturbines, met een hoogte groter dan 15,0 meter; f. het realiseren van weiden met zonnepanelen groter dan 1 hectare; g. het realiseren van biomassacentrales en andere centrales voor de productie van energie of warmte; h. het winnen of opslaan van delfstoffen uit de ondergrond, niet zijnde installaties of systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van water of aardwarmte ten behoeve van de verwarming en of koeling van woningen en die reiken tot een diepte van maximaal 500 meter; i. de aanleg en of verbreding van rijkswegen, spoorbanen of metrobanen. E. Aanleiding:
Op 1januari 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. Om deze wet te kunnen uitvoeren, moet de gemeente een aantal voorbereidende besluiten nemen waarmee invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Het voorstel ziet op de mogelijkheid om gevallen aan te
wijzen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad geldt. alsmede het aanwijzen van gevallen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld.
C. Maatschappelijk doel:
Met de aanwijzing wordt invulling gegeven aan de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om de gemeenteraad (via een bindend adviesrecht) en belanghebbenden (via participatie) te betrekken hij besluiten waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. D. Argumenten:
Rolverdeling gemeenteraad en college met Omgevingswet in hoofdlijnen ongewijzigd De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op hoofdlijnen ongewijzigd blijven. De gemeenteraad draagt zorg voor de beleidsmatige sturing via de omgevingsvisie en het omgevingsplan, en de monitoring van de resultaten. Het college voert het beleid uit en is bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen. 1.1
Hoewel het college bevoegd gezag is voor het verlenen van omgevingsvergunningen, biedt de Omgevingswet de gemeenteraad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarover zij wenst te adviseren, alvorens het college met een omgevingsvergunning kan afwijken van het omgevingsplan. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad tevens de (beperkte) bevoegdheid om in specifieke gevallen participatie verplicht te stellen. Bindend adviesrecht van de gemeenteraad Het omgevingsplan vormt het toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunning. Omdat het onmogelijk is in een omgevingsplan alle ontwikkelingen te voorzien, blijft, net als onder de huidige wet- en regelgeving, de mogelijkheid bestaan om af te wijken van het omgevingsplan indien een activiteit daar mee in strijd is. Dergelijke gevallen worden in de Omgevingswet aangeduid als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 1.2
De wet bepaalt dat het college bevoegd is om met een buitenplanse omgevingsplanacitiviteit af te wijken van het omgevingsplan, tenzij sprake is van een activiteit die de gemeenteraad op voorhand heeft aangewezen als geval waarover zij wil adviseren (artikel 16.;5a, onder b Omgevingswet). In dergelijke gevallen geldt dat een omgevingsvergunning niet kan worden verleend indien de gemeenteraad negatief adviseert. Deze werkwijze laat zich vergelijken met de systematiek van de huidige ‘Algemene verklaring van geen bedenkingen Wabo’ (19VR072). Terughoudende toepassing adviesrecht De systematiek van de Omgevingswet, alsmede de beperkte proceduretijd van 8 weken, vereisen dat terughoudend wordt omgegaan met het toepassen van deze bevoegdheid. Daarom wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de bestaande praktijk met de ‘Algemene verklaring van geen bedenkingen Wabo’. Anderzijds vereist de systematiek van de wet ook dat ontwikkelingen moeten worden aangewezen die, hoewel het niet aannemelijk is dat deze zich voor zullen doen, grote maatschappelijke invloed kunnen hebben indien deze zich toch zouden voordoen. Het niet op voorhand aanwijzen van dergelijke ontwikkelingen zou betekenen dat, indien deze zich toch voordoen, de raad daar geen invloed meer op heeft.
1.3
Aanwijzing gevallen adviesrecht gemeenteraad Gelet op voornoemde uitgangspunten worden de volgende categorieën aangewezen als gevallen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad geldt: a. het toevoegen van meer dan 50 woningen, tenzij het een ontwikkeling betreft die concreet is benoemd in de Omgevingsvisie of de daar onderdeel van zijnde Woonvisie, zoals deze luiden op het moment van aanvraag; b. het toevoegen van gebouwen hoger dan 50 meter; c. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen ten behoeve van horeca, detailhandel en kantoren met een brutovloeroppervlakte groter dan 3.000 m2; d. projecten waarvoor een MER-plicht geldt; e. het realiseren van één of meerdere windturbines, met een hoogte groter dan 15,0 meter; f. het realiseren van weiden met zonnepanelen groter dan 1 hectare; g. het realiseren van biomassacentrales en andere centrales voor de productie van energie of warmte; h. het winnen of opslaan van delfstoffen uit de ondergrond, niet zijnde installaties of systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van water of aardwarmte ten behoeve van de verwarming en of koeling van woningen en die reiken tot een diepte van maximaal 500 meter; i. de aanleg en of verbreding van rijkswegen, spoorbanen of metrobanen. 1.4
Voor een nadere motivering wordt verwezen naar de toelichting op de verschillende categorieën in hoofdstuk 3 van de nota ‘Adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet’. Voor het aantal woningen genoemd onder a. wordt aanvullend het volgende opgemerkt. In de Algemene verklaring van geen bedenkingen Wabo’ is bepaald dat woningbouwprojecten tot 50 woningen onder de werking van de Algemene verklaring vallen. Voor projecten met meer dan 30 tot maximaal 50 woningen heeft de raad de mogelijkheid om te bepalen in hoeverre zij een bouwplan onder de werking van de Algemene verklaring wenst te scharen. Beoogd is hiermee de ambities op het vlak van wonen en sociaal-economische stijging voor onze bevolking sneller te kunnen realiseren en de (beperkt) beschikbare ambtelijke capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten voor het daadwerkelijk realiseren van initiatieven. Voortbordurend op de door het Rijk met de Wabo reeds ingezette procedurele versnelling, gaat de Omgevingswet door op de verdere inkorting van doorlooptijden van vergunningverlening. Dankzij de hoge woningnood is versnelling van het bouwtempo urgent. Dit maakt dat nog efficiënter moet worden omgegaan met de ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming op een aanvraag vergunning. Om die reden is het adviesrecht voor de raad bepaald op projecten waarbij meer dan 50 woningen worden toegevoegd.
Dit zijn de grotere projecten en ontwikkelingen in de stad, waarbij een mogelijke impact op de bestaande stedelijke structuur niet ondenkbaar is. Bij deze projecten is advisering door de raad noodzakelijk. Bij initiatieven met 50 woningen of minder zal vaak sprake zijn van planuitwerking op perceelniveau, waarbij de impact op de structuur van de stad of de wijk klein of niet aanwezig zal zijn. Wanneer sprake is van gebiedsontwikkelingen die om aanpassing van het omgevingsplan vragen, is de raad aan zet vanwege de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan.
Participatie onder de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet en is verplicht voor de gemeente bij een omgevingsvisie of een omgevingsplan. Participatie is echter niet verplicht gesteld voor aanvragen om omgevingsvergunning. Hoewel uit de wet geen directe verplichting voor het voeren van participatie geldt, biedt de wet de mogelijkheid om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie wel verplicht is. Daarbij geldt echter dat, hoewel participatie verplicht kan worden gesteld, de wet het niet toelaat aanvragen om omgevingsvergunning omwille van een onvoldoende of gebrekkige participatie te weigeren.
1.5
1.6 Aanwijzing gevallen verplichte participatie De categorieën waarvoor het adviesrecht van de raad geldt, hebben een relatief grote impact op de omgeving. Daarnaast is de wenselijkheid van dergelijke initiatieven niet eerder afgewogen in het kader van een omgevingsvisie of omgevingsplan. Dit maakt dat hier ook niet eerder participatie van en met betrokkenen en andere belanghebbenden heeft kunnen plaatsvinden. Gelet hierop worden de gevallen waarvoor het adviesrecht van de raad geldt tevens aangewezen als gevallen waarvoor de verplichte participatie geldt. In de gemeentelijk participatieverordening zal worden vastgelegd op welke wijze invulling moet worden gegeven aan de verplichte participatie. E. Duurzaamheid
N.v.t. F. Kanttekening en risico’s:
Aanwijzing vereist om positie gemeenteraad te waarborgen In de huidige systematiek met de verklaring van geen bedenkingen geeft de gemeenteraad op voorhand aan wanneer geen advies vereist is. De overige gevallen waarbij met de uitgebreide procedure wordt afgeweken van het bestemmingsplan dienen te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De systematiek wordt met de Omgevingswet ‘omgekeerd’, waarbij uitsluitend gevallen die op voorhand zijn aangewezen, dienen te worden voorgelegd. Deze omkering maakt het noodzakelijk om die gevallen op voorhand aan te wijzen. Zou dit niet gebeuren dan zou een ongewenst beleidsvacuüm ontstaan, waarbij de raad zich niet kan en mag uitspreken over ontwikkelingen die niet eerder waren voorzien op basis van de omgevingsvisie of het omgevingsplan. 1.1
G. Financiën:
Het voorstel heeft geen financiële consequenties.
H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Het besluit zal op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt.
Bijlage(n):
Nota ‘Adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet’ (22BW000297)
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Larners
gemeente Schiedam
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 augustus 2022 (22VR033) gelet op artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet en artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet Besluit: het adviesrecht van de gemeenteraad en de verplichte participatie van toepassing te verklaren op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij sprake is van: a. het toevoegen van meer dan 50 woningen, tenzij het een ontwikkeling betreft die concreet is benoemd in de Omgevingsvisie of de daar onderdeel van zijnde Woonvisie, zoals deze luiden op het moment van aanvraag; b. het toevoegen van gebouwen hoger dan 50 meter; c. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen ten behoeve van horeca, detailhandel en kantoren met een brutovloeroppervlakte groter dan 3.000 m2; d. projecten waarvoor een MER-plicht geldt; e. het realiseren van één of meerdere windturbines, met een hoogte groter dan 15,0 meter; f. het realiseren van weiden met zonnepanelen groter dan 1 hectare; g. het realiseren van biomassacentrales en andere centrales voor de productie van energie of warmte; h. het winnen of opslaan van delfstoffen uit de ondergrond, niet zijnde installaties of systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van water of aardwarmte ten behoeve van de verwarming en of koeling van woningen en die reiken tot een diepte van maximaal 500 meter;
i.
de aanleg en of verbreding van rijkswegen, spoorbanen of metrobanen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van iS oktober 2022.
de griffier a.i.,
de voorzitter,
C.H.JÇ