CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 14 december 2021

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Vaststelling notulen28.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

als de Startnotitie;  dat financiële kaders de begrenzing geven in een Kadernota; verzoekt het college om gezamenlijk met de nieuwe raad een aparte Startnotitie, aparte Kadernota en apart Uitvoeringsprogramma op te stellen, en gaat over tot de orde van de dag.

17

Deze motie krijgt het nummer M3. Mevrouw Biekman heeft geen opmerkingen meer over de startnotitie, waarin zij zich prima kan vinden. De beantwoording van de wethouder in de raadscommissie was voor D66 duidelijk en de fractie vindt het goed te horen dat deze in het kader van toegankelijkheid het VN-verdrag Handicap in acht neemt. De heer Berns merkt op dat de Nederlandse grondwet de juridische grondslag vormt voor de klassieke en de sociale rechten van de burger, rechten die de burger beschermen tegen te veel overheidsbemoeienis en rechten opdat de overheid het nodige regelt voor haar burgers. De zorg voor het sociale domein is primair aan de gemeentelijke overheid overgedragen. In de afgelopen jaren hebben het college en de raad daarin veel geïnvesteerd om het samen met alle betrokkenen goed op de rails te zetten, te leren en het vervolg beter te doen. Spreker dankt de langst zittende wethouder, mevrouw Van Aaken, voor haar volhardende en doordachte bijdrage aan dit leerproces. De fractie van CU-SGP heeft er alle vertrouwen in dat de nieuwe gemeenteraad hiermee goed wordt voorgesorteerd om sociale verantwoordelijkheden dicht bij huis verder uit te werken en betaalbaar te organiseren. Mevrouw Bruggeman merkt op dat Schiedam een stad is met een bovengemiddelde problematiek in het sociaal domein, wat vraagt om goede samenwerking tussen zorgpartners.

Partijen moeten elkaar naar zij betoogt beter weten te vinden en samenwerking willen aangaan over de grenzen van het eigen domein, ook buiten de geijkte paden, op zoek naar innovatieve en nieuwe mogelijkheden om niet almaar pleisters te moeten plakken in het rode gebied. Zij is van oordeel dat de burgers in het voorliggende veld, het groene gebied, preventieve oplossingen moeten worden aangeboden. Haar fractie hoopt dat deze boodschap vorige week in de commissievergadering en de ophaalsessies duidelijk is geland. Dit vraagt ook een verandering van gedrag bij de gemeente en haar inwoners. De gemeente dient haar inwoners door middel van goede communicatie te stimuleren gezond te leven en hiermee de zelfredzaamheid te vergroten. Inwoners hebben in spreeksters visie tevens de verantwoordelijkheid om voor hulp niet als eerste aan te kloppen bij professionals maar zeker ook te kijken wat de mogelijkheden zijn in het eigen sociale netwerk. Schiedam biedt heel veel initiatieven aan die vrij toegankelijk zijn en helpen om naar eigen interesse en in eigen tempo aan de samenleving deel te nemen. Het AOV heeft er vertrouwen in dat in Schiedam altijd hulp zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig zal worden geboden. De fractie stemt in met de startnotitie en gaat ervan uit, dat ook de gebruikers van het sociaal domein worden geraadpleegd bij het uitvoeringsprogramma.

Zij hoopt dat dit een dynamisch document wordt en het kenniscentrum zal gaan sturen op de reeds bestaande problematiek maar zeker ook op nieuwe doelgroepen. Mevrouw Van Aaken is van oordeel dat de heer Voortman terecht een opmerking maakt over de afbakening van de doelgroep. Nu is al afgesproken dat ondersteuning wordt geboden aan de inwoners die deze nodig hebben. Met maatwerk wordt geprobeerd de inwoners te bereiken en te ondersteunen. Spreekster plaatst de oproep van de heer Voortman ook bij het vervolg naar aanleiding van de startnotitie, die een ophaalronde was. Zijn handreiking moet een belangrijke plaats krijgen in de kadernota. Er moet helder worden afgesproken hoe hiermee dient te worden omgegaan. Naar spreekster betoogt is de afbakening vooral bedoeld om aan te geven dat de financiële middelen beperkt zijn en dat keuzen dienen te worden gedaan maar mogen inwoners daarvan nooit de dupe worden. Spreekster dankt de heer Berns voor diens steun. Zij is mevrouw Bruggeman erkentelijk voor haar bijdrage en ook haar opmerkingen in de commissie, belangrijke aandachtspunten die zij zal meenemen in de kadernota en het vervolg daarop. De mogelijkheden die Schiedam kent zijn talrijk en zij is dankbaar dat die zullen blijven bestaan, omdat zij hard nodig zijn om maatwerk te kunnen bieden.

Een aandachtspunt in de kadernota moet ook zijn hoe daarmee en met de relatie tussen vrijwilligers en professionals wordt omgegaan en hoe niemand er qua inzet de dupe van wordt.

18

De heer Ruseler zegt dat er nog een procesbrief komt opdat de raad weet wat aan de nieuwe raad wordt voorgelegd. Wat in het dictum van de motie wordt gevraagd, noopt ertoe de stap van de startnotitie opnieuw te zetten. Naar hij hoopt is dat niet de vraag is die de indieners eigenlijk stellen. Zijns inziens verzoeken zij ook om voor een duidelijke scheiding tussen startnotitie, kadernota en uitvoeringsprogramma te zorgen. Volgens spreker moet de visie dienen als kadernota. Hij wijst erop dat er geen uitvoeringsprogramma voor het volledige sociale domein wordt gemaakt. Er zijn ook deelvisies, zoals het MVS Jeugdmodel, waaronder straks een uitvoering zal liggen. Ook zijn er discussies over Stroomopwaarts en allerlei andere zaken. Al met al weet spreker niet of er een uitvoeringsprogramma onder komt te liggen en kan hij dat ook niet toezeggen. Hij hoopt echter dat met de startnotitie zoals bedoeld in de motie de onderhavige visie wordt bedoeld. In dat geval is de motie absoluut beleidsondersteunend en zal de boel in de geest van de motie worden uitgewerkt. De Voorzitter zegt dat deze discussie in een vorige raad heel nadrukkelijk is gevoerd naar aanleiding van de inbreng van de heer Mostert bij de behandeling van de economische visie over de reinheid van het proces.

Ooit is afgesproken dat een startnotitie, bij voorkeur vast te stellen door de raad, wordt gevolgd door een kadernota en ten slotte een uitvoeringsprogramma, dat de input in het P&C-systeem van Zomernota en begroting netjes organiseerde. Spreker heeft de heer Mostert toegegeven dat het begrip “visie” langzamerhand vervuiling oplevert, iets waarop mevrouw Wilton kennelijk ook in de commissie heeft geduid. Kadernota’s behoren visies te zijn; wellicht is dat een betere terminologie. Inmiddels is het woord “visie” bij tal van documenten vastgesteld, waarbij spreker verwijst naar de Woonvisie, de Mobiliteitsvisie, de Groenvisie en de Economische Visie, al is hij blij dat de Kadernota Veiligheid gewoon kadernota is blijven heten. Zoals hij in de discussie met de heer Mostert heeft gezegd, moet worden getracht de reinheid weer terug te krijgen. Uitvoeringsprogramma’s zijn doorgaans van het college maar zij dienen als zij financiële consequenties hebben als onderdeel van de procesafspraak uit het verleden ook aan de raad te worden voorgelegd. Hij plaats graag de afspraak van een maand geleden naast de benadering van de wethouder. Het verdriet mevrouw Wilton dat zij de heer Ruseler in de volgende bestuursperiode niet als wethouder zal terugzien. Hij heeft haar woorden heel goed begrepen.

Aan het einde van haar betoog in eerste termijn heeft zij gezegd dat de motie Geef de raad de kaders terug voor meer dan het sociaal domein is bedoeld en dat de startnotitie voor het sociaal domein slechts de aanleiding is. De heer Ruseler heeft dat gemist maar zij denkt dat zij het volledig met elkaar eens zijn dat het om meer dan dat gaat. Voor dat missen heeft zij begrip omdat de Voorzitter de motie als regel niet volledig voorleest, wat zij ook begrijpt. Het zou beter zijn als de tekst werd uitgedeeld. Zij herhaalt dat de financiële kaders goed dienen te worden vastgelegd. De heer Ruseler vindt het fijn te constateren dat mevrouw Wilton en hij het eens zijn. Er komt geen nieuwe startnotitie maar een visie waarin die kaders zijn uitgewerkt. De Voorzitter zegt dat die visie ook kadernota zou kunnen worden genoemd. Mevrouw Wilton stelt voor het woord “visie” eruit te halen en te spreken van een startnotitie, een kadernota en een uitvoeringsprogramma, zodat het helder is. De Voorzitter noteert een non verbale toezegging van wethouder Ruseler. De heer Berns constateert dat de heer Ruseler zich inmiddels allerlei portefeuilles eigen heeft gemaakt, ook het sociaal domein, en hij snapt dan ook niet dat de Voorzitter heeft ingestemd met diens ontslagaanvraag. De Voorzitter antwoordt dat voorzitters ontslagaanvragen alleen in ontvangst nemen en doorsturen naar de gemeenteraad.

19

Spreker sluit de beraadslaging, brengt motie nr. 3 in stemming en stelt vast dat dat de aanwezige leden van de fracties van LOS, CU-SGP, het AOV, de VVD, het CDA, -Post, het SLV, DENK, de PvdA, de OPS, GroenLinks, -Van Dijk en PS voor de motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij met 25 tegen 4 stemmen is aangenomen. Spreker stelt voor de titel van het raadsvoorstel in die zin aan te passen dat deze komt te luiden: Startnotitie voor de kadernota sociaal domein, en constateert dat niemand zich daartegen verzet. Het gewijzigde voorstel wordt zonder stemming aangenomen onder de aantekening dat het lid Van Kraaij (OPS) geacht wenst te worden ertegen te hebben gestemd. 17.

Raadsvoorstel Ophoging budget lokale jeugdhulp 2021

Mevrouw Wilton zegt dat de Schiedamse VVD nooit iets zal willen doen wat de hulp aan de kwetsbare jeugd vertraagt en daarom instemt met het voorstel. Zij moet echter wel opmerken dat het een bijzondere gang van zaken is. Door het disfunctioneren van de GRJR moet Schiedam nu zelf de problemen van de GRJR oplossen, terwijl deze de kennis en kunde toch echt zelf in huis zou moeten hebben. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen. De vergadering wordt enige ogenblikken geschorst. 18. Gewijzigd raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening Maatschappelijke Ondersteuning MVS 2021 MVS Mevrouw Wilton zegt dat het de Schiedamse VVD buitengewoon veel deugd doet dat de door de fractie voorgestelde aanpassing is overgenomen. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen. 19.

Raadsvoorstel Strategische Visie Stroomopwaarts

De heer Lepidis is positief verrast door de Strategische visie van Stroomopwaarts en hij zal dan ook geen kritisch betoog houden, wat overigens niet wil zeggen dat het CDA zich in alles wat in dat document staat kan vinden. Dat kan ook niet altijd. De fractie is wel van mening dat met de komst van de nieuwe directeur van Stroomopwaarts en het aanbieden van deze visie voorzichtig kan worden gezegd dat een stap in de goede richting is gezet, waarmee zij alleen maar content kan zijn. Mevrouw Beenhakker begrijpt na goed in de commissie te hebben geluisterd dat dit raadsvoorstel kennelijk een visie en kadernota in één is, want voor de kadernota mist de Schiedamse VVD wel iedere vorm van financiële kaders, wat haar zorgen baart. Het betekent namelijk dat wat de financiën betreft carte blanche aan Stroomopwaarts wordt gegeven, terwijl Schiedam nog bij de laatste Zomernota Stroomopwaarts een taakstelling voor realistisch begroten heeft gegeven. Spreekster vraagt of de wethouder deze keuze kan uitleggen. Aangezien het uitvoeringsprogramma een collegebesluit is, betekent dit voorstel dat de raad hiermee zijn kader stellende functie ten aanzien van Stroomopwaarts voor de komende jaren zal hebben vervuld.

Zij vraagt de wethouder daarom de toezegging dat de drie ambities basisbanen, sociaal akkoord banenafspraak en intensivering contact doelgroep aparte raadsbesluiten zijn, omdat hiervoor nog een businesscase moet worden opgesteld. De heer Voortman zegt dat de fracties van GroenLinks, -Van Dijk en PS door het voorstel in eerste in een licht euforische stemming waren. De toon van het huidige document en het

20

centraal plaatsen van de behoeften van de klant vinden zij een geweldig en bemoedigend uitgangspunt. Door de beantwoording van de vragen in de commissie en van de technische vragen hebben de fracties namens welke hij spreekt echter hun standpunt heroverwogen. De voorgestelde opzet van de basisbaan maakt het hen moeilijk met het visiedocument in te stemmen, aangezien het naar hun mening oude wijn in nieuwe zakken. Een nieuwe naam voor een oud concept zal de uitkomst niet veranderen. Mensen krijgen een tijdelijke baan, gaan daarna weer naar de reguliere arbeidsmarkt met tijdelijke contracten en staan dan na een of twee contracten weer bij Stroomopwaarts op de stoep, een ervaring rijker en een illusie armer. Daarbij komt volgens spreker dat de doelgroep die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op het oog had en de neveneffecten van de basisbaan volledig buiten beschouwing zijn gelaten. Een basisbaan voor mensen die prima in staat zijn bepaalde taken uit te voeren, heeft het effect de deelnemers behalve bestaanszekerheid voor langere tijd rust en regelmaat te bieden, waardoor zij minder kans op gezondheidsproblemen en psychische problemen hebben voor henzelf en hun omgeving en dus minder druk ontstaat op voorzieningen waar Schiedam ook heel veel geld aan uitgeeft. Daarnaast kunnen mensen een zinnige bijdrage leveren aan de leefbaarheid in Schiedam.

Volgens spreker gaat het college er ten onrechte van uit, dat de keuze voor de wijze waarop de basisbaan zou moeten worden ingevuld uitsluitend een bedrijfsmatige overweging is. Het is echter een politieke keuze. Ook hier zijn er, net als bij de begroting, geen alternatieven gepresenteerd. De problemen in Schiedam zijn naar spreker betoogt al heel lang groot. Daarin komt geen verandering als telkens wordt teruggegrepen op dezelfde methodieken en wordt verondersteld dat het wel goed komt als er een nieuw sausje over wordt gegoten. Gezien deze overwegingen wil hij een aantal toezeggingen van het college hebben. In de eerste plaats wil hij dat meer alternatieven van de basisbaan worden uitgewerkt, inclusief de financiële keuzen die daarbij komen kijken, zodat er in de raad inhoudelijk en politiek over kan worden gediscussieerd en in de tweede plaats dat het college via de VNG dan wel Divosa bij het Rijk probeert te lobbyen om meer geld voor experimenten hiermee. Mevrouw Bruggeman zegt dat het AOV altijd constructief-kritisch is geweest ten aanzien van Stroomopwaarts. Niemand kan haars inziens tegen het feit zijn dat iedere Schiedammer naar vermogen meedoet in de samenleving en dat hierbij optimaal samenwerking met andere partijen wordt gezocht.

De manier waarop Stroomopwaarts voornemens is dit te doen en de onduidelijkheid over zijn ambities hebben haar echter de wenkbrauwen doen fronsen en niet direct overtuigd. Het AOV is nooit voorstander geweest van de basisbaan. De fractie voelt meer voor banen met loonkostensubsidie en het liefst bij een werkgever op de werkvloer. Stroomopwaarts geeft naar zij opmerkt wel aan dat de basisbaan die het wil voeren als doel de uitstroom naar regulier werk heeft. Onduidelijkheid blijft echter voor haar hoe deze ambitie zich verhoudt tot daadwerkelijk meetbare resultaten. Spreekster heeft ook te weinig vertrouwen in het hanteren van de menselijke maat. Naar zij betoogt wordt een langdurig en heel kostbaar proces in stand gehouden om te toetsen of mag worden afgeweken van de kostendelersnorm en wordt een wel zeer brede uitvraag (?) bij de aanvraag om een uitkering gedaan. De dienstverlening sluit niet aan op die van samenwerkingspartners. Tevens wordt met gemeenschapsgeld geëxperimenteerd om maatschappelijke en welzijnseffecten in beeld te brengen. Het voorgaande wil niet zeggen dat het AOV helemaal ontevreden is over deze visie. Het is er tevreden over dat uiteindelijk de armoede- en schuldenregelingen voor Schiedam overeind kunnen worden gehouden.

Ook is er inmiddels een lokaal SchuldenLab en is gehoor gegeven aan de wens tot uitbreiding van de loonkostensubsidie, waaruit blijkt dat een couleur locale nog altijd mogelijk is. Mevrouw Biekman zegt dat in de Strategische visie dingen staan waarin de fractie van D66 zich prima kan vinden. Zij verzoekt de wethouder te kijken naar een hybride vorm van de basisbaan, waarbij zowel uitstroom naar regulier werk als focus op de mentale gezondheid en welzijn centraal staat. Uitstroom naar regulier werk betekent ook uitstroom naar vastigheid en meer baanzekerheid voor mensen die het ook echt aan kunnen. Wat betreft de hybride vorm merkt spreekster op, dat de mentale gezondheid van de cliënten voor D66 een

21

voorwaarde is om uitstroom naar regulier werk te bevorderen. Door de combinatie van de hybride vorm kunnen de Schiedammers die het nodig hebben het beste worden gestimuleerd om weer aan het werk te gaan. Mevrouw Zwang is ook blij met de Strategische visie. Zij is van oordeel dat bij de verdere uitwerking en invulling niet alleen de cliëntenraad van Stroomopwaarts maar ook de Schiedammers heel goed betrokken kunnen en moeten worden. Dat moet dan niet aan het einde van het traject gebeuren en daarom dient zij met de fractie van PS een motie in, waarin wordt gevraagd bij de uitwerking in het uitvoeringsprogramma vanaf het begin de Schiedammers te betrekken.

De Voorzitter zegt dat door de leden Zwang en Maris de motie Samen naar een Strategische Visie Stroomopwaarts wordt voorgesteld: De raad van de gemeente Schiedam, in vergadering bijeen op dinsdag 14 december 2021,  er in Schiedam vele Schiedammers hun bijdrage willen leveren aan het bouwen aan een sociaal Schiedam;  er zich onder de Schiedammers veel kennis en expertise bevinden, waar we als stad te weinig gebruik van maken; is van mening dat:  in het coalitieakkoord nadrukkelijk een Pact met de Stad is opgenomen;  vanavond het raadsvoorstel Participatiebeleid Samenwerken in Schiedam op de agenda staat;  het opstellen van een Strategische Visie Stroomopwaarts een uitgelezen kans biedt om de daad bij het woord te voegen;  Schiedammers en bewonersinitiatieven gedurende het proces van tot stand komen van de Strategische Visie Stroomopwaarts nadrukkelijk te betrekken; verzoekt het college Schiedammers en bewonersinitiatieven gedurende het proces van tot stand komen van de Strategische Visie Stroomopwaarts nadrukkelijk te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag. Deze motie krijgt het nummer M4. De heer Ruseler krijgt nog graag even gelegenheid de motie te bestuderen, aangezien hij van het indienen ervan van te voren niet in kennis is gesteld. Spreker is blij met het vertrouwen dat de heer Lepidis in de Strategische visie heeft uitgesproken.

Hij constateert dat verschillend wordt gedacht over de basisbaan. Hij geeft de verzekering dat er vanuit dit document geen basisbaan wordt uitgewerkt waarmee aan de slag wordt gegaan zonder dat de raad erbij wordt betrokken. Binnen de participatiewet is er geen ruimte om dit soort initiatieven te ontplooien, reden waarom er in mei een discussie heeft plaatsgevonden om de extra middelen in te zetten voor de tijdelijke basisbaan. Daarbij heeft de raad in meerderheid voorgestemd. Spreker zegt dat daarover wordt gerapporteerd via de bestuursrapportages en wordt geëvalueerd wat het effect is geweest. Hij geeft de heer Voortman de verzekering dat constant bij het Rijk en de verschillende belangenorganisaties wordt gepleit voor middelen in de gereedschapskist die op grond van wetgeving beschikbaar is om mensen naar werk te begeleiden dan wel hen duurzaam aan het werk te houden, zo nodig in een beschutte sfeer. Op het moment dat stappen worden genomen inzake een basisbaanachtige constructie zal de raad daarover vanuit de verschillende invalshoeken kunnen spreken en besluiten. Hij heeft genoteerd dat het AOV een loonkostensubsidie verkiest, die ook in de visie staat en waarmee het college aan de slag is. Het is ook een middel in de gereedschapskist dat er volgens de Participatiewet nog niet is maar waarvan wel gebruik wordt gemaakt door

22

de extra inzet. De banenafspraak en de intensivering voor sociale doelgroepen komen ook terug in de raad op het moment dat ermee aan de slag wordt gegaan. De raad dient daarover een politieke afweging te maken. Dat is aan Stroomopwaarts noch aan het college, zij het dat dit de raad een voorstel zal doen waarover deze zich kan buigen als het zover is. Aan het adres van mevrouw Beenhakker en mevrouw Zwang merkt spreker op, dat het formeel om een strategische visie van een gemeenschappelijke regeling en dus niet van het college gaat, wat haar een wat vreemde eend in de bijt maakt en het de vraag is of je er een kadernota dan wel een uitvoeringsprogramma onder legt. In het raadsvoorstel staat heel duidelijk dat de financiële kaders in de begroting staan, waarvoor de raad een zienswijzeprocedure kent die naar voren komt als nieuwe zaken worden opgestart. Wat deze visie betreft is er geparticipeerd. Er is niet alleen met de cliëntenraad gesproken maar ook met bedrijven, gemeenteraden, belangengroepen, fondsen en verschillende partners in het sociaal domein. Ook ROGplus en welzijnsorganisaties hebben meegedacht in dit traject. Volgens spreker heeft Stroomopwaarts zich in dit traject laten zien als een organisatie die veel meer haar vleugels uitslaat en probeert iedereen mee te nemen. Hij ziet dan ook geen probleem.

Hij is overigens wel benieuwd naar bewonersinitiatieven op het gebied van de Participatiewet. Hij wacht met spanning op de uitkomst, ofschoon hij waarschijnlijk niet meer zo lang wethouder zal zijn. Aan het adres van mevrouw Bruggeman merkt spreker op dat er binnen de wetgeving geen mogelijkheden zijn om die volledig uit te sluiten. Er zijn ook andere regelingen waar mensen buiten vallen. De huidige manier zal worden gemonitord en de raad zal daarvan de cijfers krijgen. Hij beaamt dat couleur locale mogelijk is. Naar aanleiding van hetgeen mevrouw Biekman zei over de hybride vorm herhaalt hij dat deze nog niet in de standaardgereedschapskist zit en dat het college bij de raad terugkomt op het moment dat met de basisbaan aan de slag wordt gegaan. Wat betreft de motie merkt spreker op dat het college niet van plan was onder de Strategische visie een uitvoeringsprogramma te leggen, zodat er niet direct iets is om op te participeren. Stroomopwaarts neemt participatie echter mee in besluiten die het voorlegt. Hij vraagt zich dan ook af of hij kan toezeggen wat in de motie wordt gevraagd of dat hij de motie kan uitvoeren. De Voorzitter concludeert uit de woorden van de heer Ruseler dat de motie als het gaat om de uitvoering van de Strategische visie geadresseerd zou moeten worden aan Stroomopwaarts.

Als medeaandeelhouder kan de wethouder de motie bij aanvaarding onder de arm meenemen. De heer Ruseler vindt het lastig om te zeggen of hij haar technisch kan uitvoeren als hij geen uitvoeringsprogramma’s krijgt. Hij zegt toe dat hij op het moment dat er een uitvoeringsprogramma komt zijn best zal doen om de participatie als het, afhankelijk van het onderwerp, noodzakelijk is breed te trekken. Het is echter heel erg lastig om bij een gemeenschappelijk regeling te vragen wat aan participatie zal worden gedaan, zeker bij deze wetgeving. Mevrouw Zwang stelt vast dat de wethouder heeft gezegd dat er nog een aantal besluiten komen, onder meer rond de basisbanen. Schiedammers kunnen daarover meedenken en, zoals ook blijkt in andere gemeenten, kan in het kader van bewonersinitiatieven worden meegedacht over de vormgeving van basisbanen, waarbij het mes aan twee kanten snijdt. Men kan zowel het initiatief ondersteunen als de cliënten weer helpen in een ritme te komen. De heer Ruseler heeft totaal geen rekening gehouden met deze vriendelijke motie en weet nu niet wat hij ermee aan moet. Zaken uit de visie die worden uitgewerkt, komen naar de raad. Daarbij wordt de Participatieraad betrokken, wat in het sociaal domein het geëigende middel is om in ieder geval inbreng te hebben.

Bewonersinitiatieven worden natuurlijk altijd opgepakt gelet op het participatiebeleid dat de raad heeft vastgesteld. Wat betreft het uitvoe-

23

ren van de basisbanen vraagt hij zich af of bewoners in dat soort wetgeving willen participeren. Zijns inziens komt hij eerder bij de Participatieraad, de welzijnsorganisaties die ermee te maken hebben en de experts in het veld terecht, die Stroomopwaarts sowieso inschakelt. De Voorzitter stelt vast dat mevrouw Beenhakker zich afvraagt of de raad straks nog wel over iets gaat. Zoals de wethouder zegt blijven de kader stellende rol en het budgetrecht van der raad onaangetast. De raad stelt ook beleid, beleidskaders, beleidsplannen en verordeningen vast en dat zal zo blijven. Dat geldt hier ook, zij het dat het in het onderhavige geval gaat om een visiedocument van een uitvoeringsorganisatie. Spreker is dan ook van mening dat mevrouw Zwang er verstandig aan doet de motie niet alleen aan het college maar ook en met name aan Stroomopwaarts te adresseren. Komt er een wettelijke regeling voor de basisbanen en moet die worden geïmplementeerd, dan komt het bij de raad op tafel, omdat de raad de gemeentelijke verordeningen en het beleid vaststelt. Uit het knikken van mevrouw Zwang concludeert spreker dat de motie inderdaad mede aan Stroomopwaarts kan worden geadresseerd. Mevrouw Zwang wijst erop dat de raad geen rechtstreeks contact heeft met Stroomopwaarts maar dat de wethouder de motie onder zijn arm kan meenemen en kan meedelen wat de raad van Schiedam heeft gevraagd.

De Voorzitter acht het goed die interpretatie vast te leggen. De heer Ruseler wijst erop dat in een adviesgroep in Stroomopwaarts Schiedammers zitten en een vorm van participatie plaatsvindt. Op het moment dat dit soort nieuwe beleidsterreinen of zaken worden bekeken – in sommige wetgeving valt niet zo veel te participeren – zal Stroomopwaarts als er ruimte voor is dit natuurlijk breder beleggen. De Voorzitter kan zich voorstellen dat sommige raadsleden zich afvragen of zij voor dan wel tegen de motie, hoe sympathiek ook, moeten stemmen en of zij wel juist geadresseerd is. Wat de wethouder nu zegt is wellicht een mooie tegemoetkoming en hij vraagt de indieners of zij voor hen aanleiding is de motie in te trekken. De heer Maris ziet geen reden de motie in te trekken. Zoals mevrouw Zwang heeft gezegd, kan de wethouder de motie meenemen naar Stroomopwaarts. De Voorzitter stelt vast dat de motie primair gericht is op de uitvoeringsorganisatie en dat de raad haar doorgeeft aan de vertegenwoordiger van de raad daar, in casu het college. Spreker brengt motie nr. 4 in stemming en stelt vast dat de aanwezige leden van de fracties van PS, GroenLinks, -Van Dijk, de OPS, de PvdA, D66, DENK, het SLV en CU-SGP voor de motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van LOS, de VVD, het AOV, het CDA en –Post ertegen, zodat zij met 17 tegen 12 stemmen is aangenomen.

Spreker stelt de stemming over het raadsvoorstel aan de orde. Mevrouw Bruggeman zegt dat het AOV tegen het voorstel zal stemmen. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen onder de aantekening dat de leden van de fractie van het AOV geacht wensen te worden ertegen te hebben gestemd. 20. Raadsvoorstel Omvorming stichting ROGplus naar Openbaar Lichaam ROGplus De fractie van de Schiedamse VVD heeft in dit proces volgens mevrouw Wilton meerdere malen aangegeven dat ze niet zo blij is met de gang van zaken rond de totstandkoming van het openbaar lichaam. Zowel inhoudelijk als procesmatig is het college er niet in geslaagd

24

de zorgen van haar fractie weg te nemen, inhoudelijk als het gaat over democratische legitimatie en het waarborgen van een beleidsarme uitvoeringsorganisatie, maar procesmatig is het onder andere niet mogelijk enig amendement in te dienen op het voorstel. De VVD heeft bij de keus voor uittreding uit de GRJR aangegeven dat de raad meer in control moet zijn. Het gaat namelijk over de toekomst van eenieder: de jeugd. Daarom wil de Schiedamse VVD een aantal toezeggingen van dit college. Kan het college toezeggen dat de volgende raad het college nog steeds kan aanspreken op jeugdzorg, zowel qua beleid als qua financiën? En kan het college ook toezeggen dat de raad eens in de twee jaar de mogelijkheid krijgt om kaders aan het college mee te geven? Ook al is dit raadsvoorstel om vijf voor twaalf opgesteld en kan de raad uitsluitend kiezen tussen “ja” of “ja”, de fractie neemt haar bestuurlijke verantwoordelijkheid en zal netjes bij het kruisje tekenen, mits de gevraagde toezeggingen worden gedaan en in de hoop dat het volgende college dergelijke signalen van de Schiedamse VVD wel serieus neemt. De problematiek is volgens de fractie van de heer Van Wingerden bekend: geen of nauwelijks grip op met name de wachtlijsten voor complexere casuïstiek. Een andere aanpak, uit de GRJR stappen, en een oplossing in MVS-verband zoeken, lijkt daarom een logische stap.

Maar wat er nu gebeurt, is nog steeds sturen op een proces en dan maar hopen dat de resultaten vanzelf komen. Zo werkt het natuurlijk niet. De fractie blijft daarom pleiten voor een andere aanpak. Kijk naar je doel en naar wat je wilt bereiken en formuleer dat SMART. Daarna weet je wanneer je doel hebt behaald en met welk percentage de wachtlijsten zijn gereduceerd. Dan weet je ook of het proces is geslaagd. De fractie is nu van mening dat het een openbaar lichaam van de hoop wordt, maar dat moet je niet willen. Mevrouw Van Aaken herinnert eraan dat er de afgelopen tijd al flink is gediscussieerd over deze belangrijke kwestie. Dat is terecht, want de voorgestelde verandering in de uitvoering van de jeugdzorg in Schiedam is een mijlpaal. De fractie van de VVD is niet blij met het proces als zodanig, maar er is geprobeerd om de raad in een zo goed mogelijke positie te brengen, ook gelet op de nieuwe wetgeving. In die zin is alles uit de kast gehaald om de positie van de raad te verstevigen, want de raad moet kunnen sturen op deze gemeenschappelijke regeling, vooral omdat het om jeugdigen gaat. Spreekster zegt toe dat de volgende raad het volgende college kan blijven aanspreken op de jeugdzorg, zowel qua beleid als qua financiën. Het zou raar zijn als dat niet meer zou kunnen, maar eigenlijk staat dat ook al in het raadsvoorstel.

Het is juist de bedoeling om de beleidsverantwoordelijkheid, ook qua financiën, bij raad en college te houden -- de raad kan dus ook kaders blijven meegeven -- al gaat de uitvoering naar ROGplus. In die zin is er dus sprake van een knip. Het klopt dat er sprake is van een behoorlijke uitdaging in MVS-verband, maar juist daarom is het belangrijk om zo veel mogelijk met elkaar te doen. Onderweg zullen er qua aanpak en uitwerking wel dingen veranderen, want er komt een transformatie aan die is gebaseerd op een heel andere gedachtegang. Het is ook niet uitgesloten dat er kaders moeten worden gewijzigd. Daarom is het goed als raad en college elkaar scherp houden wat dit betreft. Er wordt sowieso om de vier jaar geëvalueerd, maar de volgende raad kan zich daar ook over uitspreken. Spreekster is verbaasd over de bijdrage van de heer Van Wingerden, want de deelnemende gemeenten gaan nu zelf een jeugdhulpmodel opzetten. Alles verandert dus, maar misschien heeft de heer Van Wingerden een paar debatten gemist. Eerst zaten vijftien gemeenten aan het stuur die het lang niet altijd met elkaar eens waren, omdat ze niet altijd met dezelfde problematiek kampten. Ze hadden ook geen gezamenlijke visie op waar ze naar toe wilden. Overigens zaten die gemeenten niet eens echt aan het stuur, want ze moesten altijd rekening houden met elkaar. Ook qua stemverhouding was er geen sprake van echt sturen.

In MVS-verband is sprake van drie gemeenten, met dezelfde problematiek, dezelfde aanpak en dezelfde beleidsvisie, die inmiddels hetzelfde traject met een koersdocument hebben doorlopen, waarbij niets van bovenaf is opgelegd en waarbij alle partners zijn betrokken.

25

De Voorzitter attendeert de heer Van Wingerden erop dat het hierbij om een breed gedragen keuze van de Schiedamse raad gaat, gedaan nog voordat de heer Van Wingerden als raadslid aantrad. Vervolgens sluit spreker de beraadslaging en geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. Mevrouw Zwang heeft oog voor de knelpunten in de jeugdzorg en voor de noodzaak om aan de slag te gaan met de financiën en de wachtlijst, maar de fractie ziet het MVS-jeugdhulpmodel niet als oplossing. Dat is echter geen reden om tegen de omvorming te stemmen. De heer Van Wingerden stemt namens zijn fractie tegen het voorstel. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen, onder de aantekening dat de fractie van het SLV geacht wenst te worden ertegen te hebben gestemd. 22. Terugkoppeling uit besturen van gemeenschappelijke regelingen De Voorzitter deelt mee dat de brief en de bijlage zijn besproken in de commissie. De heer Karens heeft er namens de fracties van GroenLinks, Progressief Schiedam en Van Dijk begrip voor dat niet altijd de meest recente cijfers voorhanden zijn bij het opstellen van een terugkoppeling. Maar in dit geval zijn oude cijfers over de GRJR gepresenteerd als huidige cijfers. Zoals de wethouder vorige week stelde: bij het moment van schrijven was de laatste stand van zaken niet beschikbaar.

Mevrouw Van Aaken moest eerlijk bekennen dat zij de persoon die daar kennis van had niet kon bereiken. Ze gaf verder aan niet te weten wat er precies was gebeurd, maar ze had het idee dat men daar niet scherp genoeg op was geweest. Mevrouw Van Aaken bood daarvoor haar excuses aan. Spreker wil niet flauw zijn, maar deze kwestie heeft zich al eerder voorgedaan. Het gaat opnieuw over communicatie en over het serieus nemen van de raad. Daarom is het wellicht raadzaam de kwestie breder te trekken dan deze ene verbonden partij. De kwartaalrapportage is het instrument voor de raad om de vinger aan de pols te houden bij de verbonden partijen. Het is aan de betrokkenheid en nauwgezetheid van mevrouw Van Dijk te danken, dat de fracties er bij deze specifieke terugkoppeling achter komen dat de cijfers niet kloppen, maar het feit dat dit de zoveelste keer is dat een terugkoppeling niet volledig, niet correct of niet actueel is, baart de fracties grote zorgen. Zij zouden daarom graag van de portefeuillehouder verbonden partijen willen horen hoe de raad zijn controlerende taak moet uitvoeren als er informatie naar de raad wordt gestuurd die niet klopt.

De fracties gaan ervan uit dat de controlerende taak van de raad niet zover gaat dat letterlijk alle cijfers en info moeten worden gecheckt, maar kunnen ze ervan uitgaan dat de andere terugkoppelingen in de brief wel kloppen? Hoe zit dat? De wethouder denkt hier niet scherp genoeg op te zijn geweest, maar is dat niet een beetje een vreemde uitleg? Zowel de inhoudelijke beleidsambtenaar, die een en ander opstelt, als de wethouder is het niet opgevallen dat de raad deze cijfers al eerder heeft gehad. Dat verbaast de fracties, aangezien de wethouder heeft aangegeven dat ze bij het moment van schrijven nog niet over de laatste stand van zaken beschikte. Hoe verloopt zo’n proces overigens? Er moet een terugkoppeling worden geschreven, maar er is geen recente stand van zaken. Wat gebeurt er dan? Wordt ervoor gekozen om dat aan de raad te melden? Worden dan oude cijfers gebruikt en is het goed als de raad dat niet merkt? Dat lijkt enigszins op minachting van de raad. Of je neemt de raad dan niet serieus, of je hebt zulke lage verwachtingen van de raad dat je denkt dat dat de raad niet opvalt. Na 3,5 jaar, vele gesprekken over dit onderwerp, en veel toezeggingen om de raad cijfers over wachttijden te geven die niet zijn nagekomen, wordt er nu een terugkoppeling gepresenteerd met dezelfde info. De oproep van de fracties is: wees eerlijk.

Schrijf eerlijk in de terugkoppeling als info er niet is en zit wat dichter op de bal. De boel enigszins bedotten met oude info is niet oké. Er is dus wat irritatie bij de fracties, want het is onbegrijpelijk dat je vorige week in de commissie stelt dat je niet begrijpt wat er is gebeurd, de ambtenaar niet te pakken kan krijgen, maar de

26

dag of de dagen daarna niet uitzoekt wat er aan de hand is en dat terugkoppelt. Er is wat irritatie over het gevoel van urgentie, dat het niet alleen over recente info gaat, maar nog veel meer over de houding richting de raad en hoe serieus het college de raad neemt. De fracties zijn benieuwd wat de burgemeester en de wethouder hiermee doen. Mevrouw Van Aaken stelt met nadruk dat er geen sprake is van het bedotten van de raad. Zij voelt zich wat dat betreft echt aangesproken. Er zijn problemen met de GRJR als het gaat om het aanleveren van cijfers, maar daar zit het college inmiddels bovenop. Er wordt maandelijks gevraagd om een update van de cijfers, maar vanwege de drukte is dat in dit geval helaas niet gelukt. Er had in de terugkoppeling moeten staan dat de meest recente cijfers van de GRJR nog niet binnen waren, maar helaas zijn de oude cijfers in het stuk terechtgekomen. Spreekster heeft daar geen verklaring voor. De Voorzitter meldt procesmatig dat de kwartaalrapportage een belangrijk instrument is bij het volgen van de verbonden partijen, maar er zijn er meer. Er is ook met de raad afgesproken dat de gang van zaken één keer in de vier jaar tegen het licht wordt gehouden om dan met de benen op tafel te beoordelen of de goede dingen nog wel met de goede partijen wordt gedaan. En zo zijn er nog meer instrumenten. Daar wordt nog op teruggekomen.

Bij de beoordeling en de weging van de verbonden partijen elke vier jaar wordt ook geduid welke partijen extra aandacht nodig hebben. Toevallig zijn het de drie grote partijen in het sociaal domein waarvoor dat financieel dan wel bestuurlijk geldt. Die zijn, overigens om verschillende redenen, als risicovol bestempeld: Stroomopwaarts, Rogplus en de GRJR. Bij Rogplus gaat het vooral om bestuurlijke governance-redenen. Die zijn vanavond een beetje opgelost. Voor Stroomopwaarts is sprake van een financieel risico, wat sowieso ook voor de GRJR geldt. Wellicht dat over een paar jaar het MVS-jeugdhulpmodel er nog bij komt. In de kwartaalterugkoppeling wordt daarom extra aandacht besteed aan de drie onder de loep liggende gemeenschappelijke regelingen, maar ook aan de andere regelingen. Het valt op dat er de afgelopen maanden, misschien zelfs afgelopen jaar, over de andere verbonden partijen door de raad heel weinig kritische vragen zijn gesteld, ook niet zozeer waardering geuit, omdat daar geen aanleiding voor was. Daar komt dus goede informatie vandaan. Dat is bijzonder, want het informatiegehalte van die regelingen is van een abstracter gehalte dan dat van de drie probleemgevallen, waarvoor inmiddels ook een risicoprofiel is vastgesteld.

De informatiebehoefte van de raad over met name de GR jeugd, maar het geldt ook een beetje voor Stroomopwaarts, is de afgelopen tijd toegenomen, maar het college kon dat deze keer niet helemaal goed bijhouden. Het is echter de vraag of dat het college te verwijten is, want het college is afhankelijk van de aanlevering van materiaal door de verbonden partijen. Er staat af en toe ook wel eens in een terugkoppeling dat een kwartaalrapportage van de DCMR of van de GGD niet beschikbaar was, maar die liggen niet onder een vergrootglas. Dan valt het minder op en dan irriteert het minder, maar ook dan is het college afhankelijk van de rapportage. De oproep van de heer Karens is uiteraard helemaal juist. Spreker sluit zich aan bij wat mevrouw Van Aaken daarover zei: Als er geen nadere informatie is, moet het college daar eerlijk over zijn en dan moet dat worden gezegd. Daar hoort bij dat ook wordt aangegeven wat er is gedaan om de informatie alsnog te krijgen, want als er iets ontbreekt, kan dat tot allerlei signalen leiden in de zin van: het is niet op orde, er zijn achterstanden, of er is iets anders aan de hand. Zo’n signaal kan dan worden opgepakt. Van de vermelding dat er iets niet is en waarom niet, wordt de volgende keer zeker gebruik gemaakt. De heer Karens is de wethouder en de voorzitter dankbaar voor hun woorden, maar hij wil het nog iets scherper hebben.

Hij kan zich voorstellen dat de GRJR de informatie nog niet heeft aangeleverd, maar dan had dat er moeten staan. De wethouder heeft echter aangegeven dat zij daar geen verklaring voor heeft, maar daar maakt spreker zich zorgen over. Het college moet dat ook meenemen. De Voorzitter vindt dat daar voortaan collectief op moet worden gelet. Mevrouw Zwang is verbaasd dat de wethouder vorige week nog andere cijfers noemde.

27

De Voorzitter vindt dat er nu verder niet in detail op deze kwestie moet worden ingegaan maar wil wel gezegd hebben dat raad en college zich gelukkig mogen prijzen met mevrouw Van Aaken omdat zij als DB-lid soms heel erg dicht op de informatie zit. Dat kan echter ook een valkuil zijn, want de managementinformatie die via de normale kanalen tot het college komt, is misschien niet altijd van dezelfde datering als de bestuursinfo die de wethouder krijgt. Maar dat mag niet gebeuren. Dat moeten de afnemers dan signaleren bij de instellingen, dus dat is ook een verbeterpunt. Voorts moet het college nog meer met één mond spreken, al is dat eigenlijk ook de mond van de GR. Een en ander moet synchroon verlopen. Mevrouw Zwang is dankbaar voor deze uitleg. De heer Voortman heeft een punt van orde. Volgens hem hebben raad en college afgesproken dat, als de voorzitter als portefeuillehouder optreedt, er een vervangend voorzitter wordt aangewezen. De Voorzitter merkt op dat dit straks ook gebeurt, maar de heer Karens kwam opeens met een verrassende bijdrage. De heer Berns deelt de algemene observatie van de voorzitter over de GR’en. Hij heeft hier in het begin ook een punt van gemaakt, maar is daarna afgehaakt, omdat de gegevens over de meeste kwesties pas drie maanden of een halfjaar later komen.

Het zou dus waardevol zijn als de wethouders de raad eerder meenemen bij wat er speelt en wat de inbreng van de raad daarbij zou kunnen zijn. De Voorzitter neemt daar kennis van. Het ging de heer Karens om het principe van de info en dat melden als die er nog niet is. Daar is voldoende op gereageerd. Spreker hoopt dat het college dat in de toekomst waar kan maken. Mevrouw Wilton wijst erop dat over de kwartaalrapportage van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond is afgesproken dat die terug zou komen in de cyclus van januari, maar de kwestie staat op de agenda van vandaag. Spreekster wil niet dat dit nu wordt afgehamerd en in januari niet meer terugkomt. De Voorzitter antwoordt dat die toezegging, als die is gedaan, overeind staat en dus wordt nagekomen. De brief wordt vervolgens voor kennisgeving aangenomen. 23Aangehouden motie nr. 17 begrotingsbehandeling 9 november 2021 Samen Schiedam De Voorzitter meldt dat mevrouw Zwang een gewijzigde motie heeft aangekondigd, naar aanleiding van de collegebrief over Samen Schiedam. Na de bijdrage van mevrouw Zwang volgt er een korte reactie van het college en dan kan de raad reageren. Mevrouw Zwang constateert namens haar fractie dat de kwestie Samen Schiedam, thematafels, subsidietafels, een ingewikkeld proces is dat maar niet goed lijkt te gaan.

Het is een mooi voorbeeld van innovatie dat niet zomaar overboord mag worden gegooid, maar het baart wel zorgen. Mag ik aan tafel? Moet ik aan tafel? Wat kost mij dat aan inzet? Er is sprake van grote organisaties met beroepskrachten, maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties, allemaal samen aan tafel en voor iedereen dezelfde regels. Veel overleggen overdag en wie beoordeelt de vragen? Klopt de onderbouwing? Spreekster is van mening dat het anders moet. De PvdA dankt het college voor de uitvoering van een deel van de motie. De fractie is blij dat het met de aanvragen een stuk beter gaat en dat onder andere het knelpunt met de scouting is opgelost. Dank daarvoor, maar het moet toch anders.

28

Daarom dient de PvdA samen met een flink aantal andere fracties een motie in, waarin het college wordt gevraagd om Samen Schiedam te evalueren. De Voorzitter zegt dat door de leden Zwang, Lourens, Hamerslag, Van Dijk, Karens, Ergin, Van Wingerden en Van Kraaij de motie Samen Schiedam wordt voorgesteld: De raad van de gemeente Schiedam, in vergadering bijeen op dinsdag 14 december 2021, overwegende dat: - er in Schiedam vele Schiedammers actief zijn, dan wel professioneel, dan wel als vrijwilliger, om samen een steentje bij te dragen aan een sociaal Schiedam; - Samen Schiedam een innovatieve wijze van subsidieverstrekking is; - onder andere naar aanleiding van schriftelijke vragen er maatwerk is in de intensiteit van deelname aan de verschillende tafels; - de wijze van aanvragen van subsidie door professionele aanvragers op dezelfde wijze gebeurt als door kleine organisaties of vrijwilligers; - er nog geen evaluatie plaatsgevonden heeft van deze nieuwe werkwijze; van mening dat: - na twee jaar er een patroon lijkt te ontstaan waarbij kleine en/of vrijwilligersinitiatieven door de wijze van scoren, de veelheid aan verplichte schriftelijke informatie, al dan niet gedwongen stoppen; - deze vrijwilligersinitiatieven meer bijdragen aan een sociaal Schiedam dan in hun plannen verwoord is; - naast de vrijwilligersorganisaties ook andere deelnemers steeds meer een kritisch geluid laten

horen over Samen Schiedam; verzoekt het college: - Samen Schiedam te evalueren op functioneren, efficiëntie en effectiviteit; - de evaluatie door een extern bureau te laten uitvoeren; - als onderdeel van de evaluatie en het evaluatierapport de bevindingen van de deelnemers op te nemen; - de raad voor de zomernota 2023 te informeren over de uitkomsten van deze evaluatie en de daaruit voortvloeiende verbetervoorstellen, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie, die in de plaats komt van motie nr. 17 die is ingetrokken, krijgt het nummer M5. De heer Ruseler meldt dat tijdens de begrotingsbehandeling en afgelopen week in de commissie al vrij uitgebreid over deze kwestie is gesproken. Het verzoek in de motie komt precies overeen met wat het college in de brief heeft aangegeven, namelijk dat er gaat worden geëvalueerd door een onafhankelijke derde. De vragen die in de commissie zijn gesteld, worden dan meegenomen. Voor de commissie- en raadscyclus heeft het college ook al enige vragen ter zake aan de raad gestuurd. In die zin is de motie dus overbodig, maar er kan er een punt mee worden gemaakt. Het gaat naar mevrouw Zwang betoogt de fracties die de motie hebben ingediend niet om het maken van een punt. De inzet van de wethouder op dit dossier wordt enorm gewaardeerd maar desondanks is het al heel lang tobben met de materie.

De motie moet daarom worden gezien als borging en beleidsondersteuning. De heer Lourens is het college dankbaar dat het heeft geluisterd, ook naar de vrijwilligersorganisaties en met name de scouting, en voor de komende periode een oplossing heeft gevonden. De motie is dus ondersteunend, zodat de evaluatie wat meer kracht krijgt.

29

Volgens de heer Mostert spreekt het vanzelf dat deze kwestie, omdat het nieuw beleid betreft, wordt geëvalueerd. Dat was ook al aangekondigd. De toezegging van het college kwam er nog overheen. Het college heeft voorts toegezegd dat er als zodanig niet wordt gesproken over de kosten van de evaluatie, maar hij wil er wel iets meer over horen. Er wordt iets te veel op de uitkomst van het onderzoek vooruitgelopen met het gestelde dat de diverse bevindingen in een bijlage moeten worden meegenomen. Spreker pleit ervoor om dat aan de onderzoeker over te laten en acht de motie in die zin overbodig. De heer Ruseler deelt mee dat datgene wat het college toezegt, in brieven schrijft en in besluiten opneemt, gewoon wordt uitgevoerd. In dit geval ligt er een collegebesluit en heeft het college een brief geschreven over de uitvoering. Daarmee is de raad volgens spreker bediend. Er is onderzoeksbudget beschikbaar binnen de begroting voor het sociaal domein, maar spreker heeft geen idee van de kosten van het onderzoek. Er is ook nog niet gestart met het onderzoek, want dat vindt in relatie tot de begroting pas in het tweede of derde kwartaal van 2022 plaats. In de motie wordt gesproken over de Zomernota van 2023. Dat zou ook kunnen, omdat de vaststelling van de subsidie voor twee jaar gebeurt.

De Voorzitter meldt dat het college de motie overbodig vindt, met verwijzing naar de brief van 1 december over de voortgang met Samen Schiedam. Spreker brengt motie nr. 5 vervolgens in stemming en constateert dat de leden van de fracties van de ChristenUnie-SGP, AOV, VVD en -Post tegen de motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ervoor, zodat zij met 19 tegen 10 stemmen is aangenomen. 24 Aangehouden motie nr. 9 begrotingsbehandeling van 9 november 2021: Structureel budget brede aanpak racisme en discriminatie De Voorzitter herhaalt dat de motie die DENK wil indienen over hoofdoekjes en keppeltjes bij boa’s ook in het kader van dit agendapunt ingediend en behandeld kan worden. De Voorzitter draagt de leiding van de vergadering aan de heer Mostert. Voorzitter: de heer Mostert. De Voorzitter stelt voor, omdat er bij de begrotingsbehandeling al enige tijd is besteed aan dit onderwerp, om deze kwestie in één termijn af te doen. Hij heeft begrepen dat de motie gaat worden gewijzigd. De indiener mag de motie toelichten. Vervolgens reageert het college op de motie, waarna de raad aan de beurt komt. Spreker constateert dat de raad daarmee instemt en geeft het woord aan mevrouw Dokgöz. Mevrouw Dokgöz merkt namens haar fractie op dat Schiedam een multiculturele en diverse stad is.

Er wonen mensen met verschillende achtergronden, verschillende geloofs- of levensovertuigingen, leeftijden en kwaliteiten. Daar mag Schiedam heel trots op zijn, want diversiteit is een rijkdom. Helaas is de samenleving nog niet zover om iedereen de ruimte te bieden die hij of zij nodig heeft. Helaas zijn er veel meldingen van uitsluiting bekend, die voornamelijk betrekking hebben op herkomst of huidskleur. Helaas is er vandaag de dag nog sprake van discriminatie en racisme, op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, in het onderwijs en ga zo maar door. Daarom vindt de fractie van DENK het tijd worden dat het college komt met een concreet, allesomvattende en voortvarende aanpak van racisme en discriminatie. De tijd dat beleid en financiën verschraald en versplinterd zijn, is wat DENK betreft nu echt voorbij. De fractie is zich ervan bewust dat dit een uitdaging is, want racisme en discriminatie worden ook wel een veelkoppig monster genoemd. Daarom juist dient dit probleem meerjarig, centraal en multidisciplinair te worden aangepakt.

30

De fractie heeft geluisterd naar de beantwoording van de burgemeester tijdens de commissievergadering. Hij was positief over een deel van de vier punten die de fractie heeft aangedragen. Met inachtneming van die opmerkingen heeft DENK zijn punten gebundeld tot een motie die mede is ondertekend door de fracties van GroenLinks en -Van Dijk. De fractie hoopt dat de burgemeester deze motie zal omarmen en dat zij kan rekenen op de steun van de raad. Tijdens de laatste commissievergadering stelde spreekster namens de fractie van DENK de vraag of een vrouw met een hoofddoek of een man met een keppel alle functies kan uitoefenen in Schiedam, dus ook de functie van boa. De burgemeester gaf daar een negatief antwoord op. Dat zou door landelijke richtlijnen niet mogelijk zijn, maar spreekster stelde toen dat andere gemeenten, zoals Utrecht en Rotterdam, al hebben laten weten dat mogelijk te zullen maken en dat demissionair minister Grapperhaus al heeft gezegd daar geen probleem in te zien, omdat sprake is van een lokale aangelegenheid en gemeenten over hun eigen toezichthouders en handhavers gaan. Daarnaast heeft de hoofdcommissaris van de Nationale Politie aangegeven voorstander te zijn van dat idee en er veel voordelen in te zien.

Hij heeft de politiek opgeroepen zich hierover uit te spreken en aangegeven dat hij van recruiters hoort dat veel talentvolle vrouwen met een hoofddoek en mannen met een keppel aangeven graag bij de politie of als boa te willen werken, maar niet willen kiezen tussen een deel van hun identiteit en ambities. Spreekster denkt dat dit het laatste is dat de gemeente moet willen: iemand forceren om een keus te maken tussen identiteit en ambitie. De fractie is ervan overtuigd dat toezicht en handhaving aan kwaliteit winnen door mensen met verschillende achtergronden aan te nemen. Of een boa nu wel of geen hoofddoek of keppel draagt tijdens het uitoefenen van zijn of haar functie, het blijft dezelfde persoon, namelijk een professional en dan staat gedrag centraal en niet wie je bent. Vaak worden de begrippen uniformiteit of neutraliteit aangehaald als enig argument om het niet te doen. Het gaat om uniforme kleding waarmee de drager kan worden herkend als lid van een organisatie. Het doel van een uniform is voornamelijk herkenning, zoals dat voor een doktersjas geldt of een jasje van Albert Heijn. Dat hoeft het dragen van andere zaken, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden, toch niet in de weg te staan? Kijk naar landen waar het al jaren de normale gang van zaken is, zoals de VS, Engeland, Canada en Schotland.

De mensen in die landen hebben bewezen dat een geloofsovertuiging niet ten koste gaat van neutraliteit, maar dat dit samen kan gaan. Dus doet de hoofddoek iets af aan de uniformiteit? DENK vindt van niet. Wat betreft de neutraliteit is er een groot verschil tussen die neutraliteit uitstralen en neutraal zijn. Het wordt tijd dat de gedachte dat neutraliteit in het uiterlijk zit, wordt losgelaten. Het gaat namelijk om gedrag. In het blote feit dat mensen bij het uitoefenen van een bepaalde functie geen religieuze symbolen mogen dragen, ligt geen enkele garantie dat zij burgers onpartijdig en neutraal zouden behandelen. Wat de fractie betreft stelt de gemeente zich niet neutraal op wanneer er geen ruimte is voor een stuk identiteit, een hoofddoek of een keppel, dat onlosmakelijk verbonden is met sommige mensen. Het idee dat zij niet neutraal kunnen handelen of beoordelen, kan wat DENK betreft niet. Het toestaan van hoofddoek of keppel bij de boa kan de neutraliteit van de overheid juist vergroten. Dat heet inclusieve neutraliteit. De ambtenaren die de overheid vertegenwoordigen, moeten een afspiegeling zijn van de diverse samenleving die Nederland is. Diversiteit is een rijkdom. Dat moet worden gekoesterd bij de boa’s die de gemeenten in de openbare ruimte vertegenwoordigen. Daarom dient DENK samen met GroenLinks en Van Dijk een motie in om dat mogelijk te maken.

Spreekster hoopt dat de burgemeester een change of heart ervaart en de motie omarmt en dat de gemeente uitstraalt dat iedereen alle functies kan uitoefenen in de gemeente Schiedam. De Voorzitter constateert dat mevrouw Dokgöz de toelichting op de twee moties van DENK in één keer heeft gegeven. Spreker zegt dat door de leden Dokgöz, Karens, en Van Dijk de motie Structureel, concreet en voortvarende aanpak van racisme en discriminatie wordt voorgesteld “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 14 december 2021,

31

constaterende dat: • uit de discriminatiemonitor blijkt dat racisme en discriminatie nog te vaak voorkomt; • de meeste meldingen bij RADAR betrekking hebben op herkomst en huidskleur; • gemeente Schiedam budget beschikbaar heeft om racisme en discriminatie aan te pakken, maar dat beleid en financiën verschraald en versplinterd is; • uit meerdere discriminatiemonitoren blijkt dat racisme en discriminatie een veelkoppig monster is en daardoor veelkoppig, meerjarig, centraal en multidisciplinair aangepakt dient te worden; • de overheid daarom een Nationaal Coördinator voor de aanpak van racisme en discriminatie heeft aangesteld; • gemeente Schiedam geen meetbare doelstellingen heeft geformuleerd als het gaat om de inzet om racisme en discriminatie actief tegen te gaan; overwegende dat: • naar voorbeeld van de Regenboogaanpak er op alle discriminatiegronden actief en innovatief beleid gevoerd dient te worden; • gemeente Schiedam gezien de diverse samenstelling van de stad voorloper dient te zijn op de aanpak van racisme en discriminatie; • gemeente Schiedam voortvarend en allesomvattend beleid dient te voeren om racisme en discriminatie actief aan te pakken; verzoekt het college: • een meerjarig en concreet actieplan met meetbare doelstellingen vast te stellen in de aanpak van racisme en discriminatie (en daarbij het actieplan van Rotterdam als voorbeeld te nemen); • in het

actieplan onder andere de volgende punten op te nemen: de voorbeeldaanpak Regenboog toepassen bij andere (meest voorkomende) discriminatiegronden, extra inzet bewustwording en meldingsbereidheid, uitbreiden van de huidige inzet naar andere beleidsterreinen, zoals onderwijs en sport, gelijkwaardigheid stimuleren bij Schiedamse werkgevers en het aansluiten bij het initiatief van Rotterdam bij de ontwikkeling van een inclusiviteitsindex; • een Schiedamse coördinator aan te stellen tegen racisme en discriminatie, die bijvoorbeeld kan onderzoeken hoe een meerjarige en brede aanpak van gemeente ingericht zou kunnen worden; • daarbij het budget voor de aanpak van racisme en discriminatie te verhogen; • de gemeenteraad te informeren over de voortgang en een dekkingsvoorstel te doen toekomen, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie krijgt het nummer M6.

Door de leden Dokgöz, Karens, en Van Dijk wordt de motie geef Schiedammers met een hoofddoek of een keppel de ruimte om zichzelf te zijn bij Toezicht en Handhaving voorgesteld: “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 14 december 2021, constaterende dat: • gemeente Schiedam voorstander is van het uitdragen van diversiteit en inclusie en hiervoor het diversiteitsbeleid kortgeleden heeft herzien; • vanwege kledingvoorschriften het in de praktijk niet mogelijk is voor mensen die een hoofddoek of keppel dragen alle functies binnen gemeente Schiedam te vervullen, bijvoorbeeld als handhaver en toezichthouder;

32

• in landen als de Verenigde Staten, Engeland, Schotland, Canada en Zweden het dragen van godsdienstige of levensbeschouwelijke uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden, al langere tijd wordt toegestaan; • gemeenteraden van Rotterdam, Amsterdam en Utrecht reeds hebben uitgesproken om mogelijk te maken dat godsdienstige of levensbeschouwelijke uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden, gedragen kunnen worden i.c.m. het uniform; • hoofdcommissaris en portefeuillehouder diversiteit bij de politie vele voordelen ziet als handhavers en toezichthouders de mogelijkheid krijgen om een hoofddoek te dragen; • demissionair minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat het mogelijk maken van het dragen van hoofddoeken en keppels een lokale aangelegenheid is en dat ‘gemeentes over hun eigen werknemers gaan; overwegende dat: • het onbegrijpelijk is dat inspecteurs, baliemedewerkers, juristen en bestuursadviseurs van de gemeente Schiedam wel een hoofddoek of keppel mogen dragen, maar handhavers en toezichthouders van de openbare ruimte niet; • het uitsluiten van potentiële medewerkers die een hoofddoek of keppel dragen niet past bij de ambities van het college als het gaat om inclusiviteit en een divers personeelsbestand; • handhavers en toezichthouders een weerspiegeling moeten zijn van de Schiedamse multiculturele samenleving; • gemeente Schiedam niet

achter kan blijven op de maatschappelijke verandering die in Nederland - op dit onderwerp - is ingezet door andere gemeenten; • het mogelijk maken van het dragen van godsdienstige of levensbeschouwelijke uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden, past bij de ambitie die in het bestuurs- en beleidsakkoord als volgt is vastgelegd: ‘In Schiedam koesteren we een open en vrije samenleving. Hierin heeft iedereen dezelfde rechten. En iedereen moet ook in gelijke mate van die rechten kunnen genieten’; • politiechef Martin Sitalsing voorstander is van het voorliggend voorstel, voordelen ziet en de politiek heeft opgeroepen om zich hierover uit te spreken; verzoekt het college: • de kledingvoorschriften voor de handhavers en toezichthouders van de openbare ruimte van de gemeente Schiedam te wijzigen, waardoor het mogelijk wordt om godsdienstige of levensbeschouwelijke uitingen die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden (bijvoorbeeld hoofddoeken en keppels), te dragen; • de gemeenteraad te informeren over de voortgang en inzet, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie krijgt het nummer M7. De Voorzitter geeft het woord aan de heer Lamers voor een reactie op de twee moties. De heer Lamers constateert dat motie M6 een voortzetting is van de motie die tijdens de begrotingsbehandeling is ingediend, maar die motie beperkte zich tot een verzoek om een structureel budget.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11105173/1