Nota van Bevindingen inwonerparticipatie in Schiedam
Tekst van het document
Na afloop zijn de reacties, vragen en andere opmerkingen verzameld in een participatieverslag. Bij het vaststellen van het ruimtelijk raamwerk voor fase 1 heeft de gemeenteraad een uitgebreid document ontvangen waarin de afzonderlijke reacties van belanghebbenden zijn opgenomen.14 Hierbij is per reactie aangegeven wie deze heeft ingediend en welke afweging het college heeft gemaakt om de inbreng wel of niet te verwerken. Met een presentatie is de gemeenteraad geïnformeerd over hoe het participatieproces is verlopen. Bij het vaststellen van het ruimtelijk raamwerk voor fase 2 heeft de gemeenteraad echter zeer beperkte informatie ontvangen over het participatieproces. De raad heeft alleen de formele nota inspraak ontvangen, waarin op de tien ingediende inspraakreacties wordt
13 Gemeente Schiedam. (2024). Uitnodiging. Denk mee over de toekomst van Gusto en Nieuwe Maas. 14 Gemeente Schiedam. (2021, 7 september). Bijlage 1 Uitkomsten wel-niet opnemen voorgestelde aanpassingen Ruimtelijk
Raamwerk Nieuw-Mathenesse. Geraadpleegd van: https://schiedam.notubiz.nl/document/10494721/1/Bijlage+1+Uitkomsten+welniet+opnemen+voorgestelde+aanpassingen+Ruimtelijk+Raamwerk+NieuwMathenesse?connection_type=1&connection_id=6205360
22.
gereageerd.15 In een eerdere collegebrief wordt aangegeven dát er een participatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden, maar er wordt niet verder ingegaan op de inhoudelijke opbrengst van deze bijeenkomst en hoe deze is verwerkt.16
3.2.3 Ervaring intern en extern Ervaring gemeente De gemeente beschouwt het participatietraject voor Nieuw-Mathenesse als succesvol. Het feit dat er slechts drie bezwaren en zienswijzen zijn ingediend duidt, zo noemen gesprekspartners, op breed draagvlak voor de plannen. Vooral het feit dat deze bezwaren niet onverwacht waren, laat zien dat met de participatie een diversiteit aan perspectieven op tafel is gekomen. Belangrijke factoren die hieraan bijdroegen zijn: ● Vroegtijdige en brede betrokkenheid van de doelgroepen welke gericht werden uitgenodigd. Denk aan ondernemers, omwonenden en woningzoekenden, met een open uitnodiging voor overige belangstellenden. ● Inclusieve sessies, waarin uiteenlopende belangengroepen gezamenlijk participeerden. ● Transparante communicatie, waarin verwachtingen en mogelijkheden tot inspraak helder werden gecommuniceerd. ● Actieve terugkoppeling van resultaten en gemaakte keuzes via formele documenten zoals de Nota van Inlichtingen. De combinatie van digitale en fysieke bijeenkomsten, schriftelijke reactiemogelijkheden en de bewuste keuze voor gezamenlijke sessies, heeft volgens betrokkenen geleid tot een breed gedragen proces. De inzet van Mentimeter tijdens fysieke bijeenkomsten droeg bij aan een visueel en gezamenlijk begrip van de verschillende standpunten.
Gevraagd naar de toepassing van het participatiebeleid en diverse tools wordt opgemerkt, dat het Schiedamse participatiebeleid geen daadwerkelijke koerswijziging betekent voor de participatie bij Nieuw-Mathenesse. Het gemeentelijke beleid is vanzelfsprekend de basis, Maar, in de praktijk moet er maatwerk geleverd worden, waarbij ook ervaring en kennis van het project en de omgeving meespelen. Het beleid geeft bij het voorbereiden van participatie wel meer duidelijkheid over welke stappen die in een participatieproces genomen kunnen/moeten worden. Wat helpt is de Beslisboom die duidelijk maakt wat de voorwaarden zijn om te bepalen of er daadwerkelijk ruimte voor invloed en dus voor participatie is. Wat ook helpt is het duidelijk onderscheid in informeren en raadplegen en het online participatieplatform dat nu beschikbaar is. Ervaring deelnemers Er is voor fase 1 (het vaststellen van het raamwerk) geen evaluatie geweest van hoe belanghebbenden het participatieproces hebben ervaren. Voor fase 2 (ontwikkeling Nieuwe Maas) is een evaluerende vragenlijst uitgestuurd onder deelnemers. In totaal vulden 15 deelnemers alle vragen in (een aantal deelnemers vulde de vragenlijst gedeeltelijk in). Het merendeel van hen was omwonende (80%, 11 van de 15 invullers) en een aantal (ook) ondernemer (27%, 4 van de 15 invullers).
15 Gemeente Schiedam. (2025, 8 april). Nota inspraak Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 2. Geraadpleegd van:
https://schiedam.notubiz.nl/document/15408926/1/Bijlage+1+Nota+inspraak+Ruimtelijk+Raamwerk+NieuwMathenesse+fase+2?connection_type=1&connection_id=9295503 16 College van burgemeester en wethouders Schiedam. (2024, 11 december). Collegebrief ‘Ontwerp Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-
Mathenesse fase 2). Geraadpleegd van: https://schiedam.notubiz.nl/document/14937806/1?connection_type=17&connection_id=11278150
23.
Het merendeel van de invullers is tevreden over de communicatie: de gebruikte taal (bijna 70%, 13 van de 19 invullers), de volledigheid van informatie (ruim 40%, 8 van de 19 invullers), de manier waarop het participatieproces is uitgelegd (ruim 50%, 10 van de 19 invullers). Zij zijn kritischer over de beïnvloedingsruimte. 33% (5 van de 15 invullers) is tevreden over de mate waarin zij konden meedenken en de mate waarin hun mening serieus werd genomen. 20% (3 van de 19 invullers) is hierover ontevreden. Slechts 27% (4 van de 15) van de invullers is het eens met de stelling dat het verloop van het participatietraject aan hun verwachtingen heeft voldaan (tegenover 40% (zeer) oneens [6 van de 15], 33% neutraal [5 van de 15]).
3.3 Casus beeldend kunstwerk in Oost Kernbevinding: In lijn met de cultuurvisie zijn meerdere kunstwerken gerealiseerd in Schiedamse wijken samen met inwoners en de Adviescommissie Beeldende Kunst. Zo ook in Oost. In deze wijk was het lastig om mensen te betrekken en betrokken te houden. In de eerste fase was een kleine groep inwoners betrokken waarmee de samenwerking nauw was. Zij kwamen bij een meestal in de week overdag op werkdagen. Die samenwerking verliep prettig, aldus betrokkenen. Toen de voortgang stokte, verwaterde het contact en daarmee ook de binding met de wijk. Sinds 2024 staat het beeldend kunstwerk ‘Geluk’ aan de Boerhavelaan in Schiedam-Oost. De realisatie van dit kunstwerk had een lange aanloop. Het kunstwerk is gerealiseerd als onderdeel van het herinrichtingsproject Drie Lanen (2016-2018), waar de Boerhavelaan onderdeel van uitmaakte. Met het kunstwerk wilde de gemeente het diverse karakter van de wijk erkennen en hier uitdrukking aan geven. Het doel was om een blijvend kunstwerk te realiseren dat verbinding tot stand zou brengen tussen inwoners. Inwoners werden vanaf het begin van het project door de gemeente betrokken. De gemeente wilde bewoners van de wijk betrekken bij het formuleren van de opdracht aan een beeldend kunstenaar, de keuze voor een kunstenaar en diens ontwerp voor het kunstwerk.
Daarnaast was het doel om inwoners bij de onthulling van het kunstwerk te betrekken, door middel van activiteiten die de kunstenaar zou organiseren. Bij de herinrichting van de wijk in de periode van 2016 tot 2018 was al een participatietraject opgestart. Concrete ideeën in deze eerdere fase voor een kunstwerk liepen op niets uit, omdat deze niet pasten binnen de budgettaire of ruimtelijke kaders. Deze casusbeschrijving gaat over het vervolg van het participatietraject dat van 2022 tot 2024 plaatsvond.
3.3.1 Ontwerp van het participatietraject In de gemeente Schiedam is het gebruikelijk om inwoners te betrekken bij het realiseren van kunstwerken in de buitenruimte. De Adviescommissie Beeldende Kunst adviseert de gemeente hierbij. In de cultuurvisie beschrijft de gemeente dat het samenwerken aan een activiteit of aan een kunstproject mensen bij elkaar kan brengen, nieuwe relaties tot stand kan laten komen en de sociale cohesie kan vergroten.17 In lijn met de cultuurvisie zijn in Schiedam meerdere kunstwerken in wijken gerealiseerd, waarbij het streven is om inwoners en experts op een gelijkwaardige manier te betrekken. Dit geldt ook voor het kunstwerk Geluk. Aan de start van het participatietraject zijn weinig kaders gesteld. Er was daardoor veel ruimte voor inwoners om met de Adviescommissie Beeldende Kunst en de gemeente in gesprek te gaan over het kunstwerk. Betrokkenen geven aan dat het participatietraject startte met een gezamenlijk doel om een 17 Gemeente Schiedam. (2024). Geactualiseerde Cultuurvisie – verder voor een kleurrijke stad.
24.
kunstwerk te realiseren dat verbinding bracht. Verder is geleund op de ervaringen van betrokkenen bij eerdere kunstwerken in de openbare ruimte. Bij het traject werden zes inwoners betrokken. Drie van hen waren betrokken bij de eerdere plannen en drie van hen raakten betrokken vanaf de doorstart van het traject in 2022. De wijkregisseur die eerder contact met hen had, speelde een belangrijke rol in het betrekken van deze inwoners. De wijkregisseur is het gezicht van de gemeente in de wijk en weet zodoende wie er wonen en wat er speelt. De wijkregisseur heeft nadrukkelijk een rol om inwoners te betrekken, zodat “zoveel mogelijk Schiedammers participeren”18 De wijkregisseur heeft zich ingespannen om een grotere en meer diverse groep inwoners te betrekken. Er is bijvoorbeeld een open uitnodiging in de wijk verspreid. Het is niet gelukt om meer inwoners te bereiken. Betrokken medewerkers geven aan dat het vanwege de samenstelling van de wijk lastig is om een meer diverse groep te bereiken. Inwoners in deze wijk verhuizen snel (de doorstroom is hoog), zijn vaker laagopgeleid of spreken de Nederlandse taal niet. Deze inwoners zijn lastiger te bereiken. Gesprekspartners noemen dat de betrokken inwoners veelal wit waren, ouder en dat meerdere van hen gedurende het traject uit de wijk verhuisden.
Verder valt op dat inwoners aangeven dat zij door hun buren werden ‘voorgedragen’ om deel te nemen aan het participatietraject. Dit sluit minder aan op het principe van een open uitnodiging, maar laat wel het belang van een informeel netwerk in de wijk zien. Onderdeel van de opdracht aan de kunstenaar was om inwoners ook te betrekken bij de realisatie en oplevering van het kunstwerk. De kunstenaar probeerde daarom rondom de oplevering met name met jongeren in contact te komen. Dit contact kwam niet tot stand, ondanks een poging van de wijkregisseur om de kunstenaar via een wijkfeest in contact te brengen met jongeren en andere inwoners.
3.3.2 Verloop van het participatietraject Het participatietraject bestond uit een aantal bijeenkomsten tussen de inwoners, de Adviescommissie Beeldende Kunst en de gemeente. De eerste bijeenkomst werd gezamenlijk door de gemeente en de adviescommissie georganiseerd. Onderwerp van gesprek waren de wensen en voorwaarden waaraan het kunstwerk moest voldoen. De betrokken inwoners werd gevraagd om hun wijk te typeren en aan te geven wat voor een kunstwerk zij passend vonden in de wijk, bijvoorbeeld wat betreft kleur, grootte, vorm. De adviescommissie gaf richting aan het gesprek door waar nodig kaders te schetsen. Op basis van de wensen van de inwoners heeft de adviescommissie een opdracht aan geïnteresseerde kunstenaars opgesteld. In de tweede bijeenkomst stond de selectie van de kunstenaars centraal. Op basis van een longlist met tien kunstenaars, samengesteld door de adviescommissie, selecteerden de deelnemers gezamenlijk drie kunstenaars. De eerste twee bijeenkomsten vonden plaats in de wijk, overdag op werkdagen. De derde bijeenkomst vond eind 2022 plaats op het stadhuis. Tijdens die bijeenkomst presenteerden de drie geselecteerde kunstenaars hun schetsontwerp voor het kunstwerk. De adviescommissie en de inwoners konden stemmen op hun favoriete ontwerp, de gemeente onthield zich van stemming. Nadat een kunstenaar geselecteerd werd, maakte deze een definitief ontwerp.
Hier ging meer tijd overheen dan voorzien. In de tussentijd verwaterde het contact tussen de gemeente en inwoners. Bij de presentatie van het definitieve ontwerp in het voorjaar van 2024 waren de inwoners niet aanwezig, de adviescommissie
18 Gemeente Schiedam. (2025). Wijkregisseurs via Wijkregisseurs | Schiedam.
25.
wel. De inwoners werden hier wel voor uitgenodigd, maar gingen – onder meer door verhuizing of overlijden – niet meer op de uitnodiging in. Ook viel in die periode de bewonersvereniging uit elkaar. De kunstenaar die het kunstwerk heeft gerealiseerd, wilde de betrokkenheid van inwoners bij de oplevering van het kunstwerk vormgeven met een ‘Geluksparade’. Onder meer scholen en andere organisaties in de wijk zouden hierbij worden betrokken en zouden kunnen deelnemen aan workshops. De parade is niet uitgevoerd zoals oorspronkelijk bedacht. Betrokkenen hebben verschillende beelden bij de redenen hierachter (zie volgende paragraaf). De kunstenaar had moeite om inwoners in de afrondende fase van het project te betrekken. Met een campagne die werd uitgevoerd door een extern bureau zijn inwoners uitgenodigd voor de onthulling van het kunstwerk. Hier waren zo’n 50 inwoners bij aanwezig.
3.3.3 Ervaringen intern en extern Ervaring gemeente Medewerkers van de gemeente kijken positief terug op het eerste deel van de participatie, waarin inwoners, de Adviescommissie Beeldende Kunst en de gemeente samen een kunstenaar selecteerden. Hoewel het jammer was dat slechts een kleine groep inwoners betrokken raakte, verliep die samenwerking goed. De samenwerking kwam voortijdig tot een eind toen bij de presentatie van het definitieve ontwerp geen van de inwoners meer reageerde op de uitnodiging en herinnering. Over het tweede deel van het traject, waarin de kunstenaar verantwoordelijk werd om inwoners te betrekken, zijn de betrokken medewerkers kritisch. De gemeente geeft aan dat de kunstenaar meermaals vroeg om contactgegevens en mogelijke ‘ingangen’ bij jongeren en deze ook kreeg aangereikt, maar hen zelf niet wist te bereiken. De verantwoordelijkheid voor dat participatieve element lag bij de kunstenaar, aldus de gemeente. De focus op de doelgroep jongeren werd als riskant beschouwd. De kunstenaar zou zich verkeken hebben op die ambitie en zou zich onvoldoende hebben verdiept in de dynamiek in Schiedam-Oost, een wijk die voor de kunstenaar nog onbekend was. Een gezamenlijke conclusie van de gemeente en de kunstenaar is dat dit participatietraject vroeg om iemand die in de haarvaten van de wijk zat: deze rol werd nu niet ingevuld.
Vanwege de zakelijke rolverdeling tussen de gemeente en de kunstenaar, zag de gemeente geen rol voor zichzelf om het participatieve element verder te ondersteunen. Wel is de gemeente uiteindelijk bijgesprongen door een informatiecampagne op te zetten waarmee inwoners geïnformeerd werden over het kunstwerk en de aanstaande opening. Gesprekspartners geven overigens aan dat de manier van participeren die bij deze casus is toegepast bij andere beeldende kunstwerken in de openbare ruimte wel tot een meer succesvolle betrokkenheid van inwoners leidde. De gemeenteraad en het college hebben geen concrete rol gehad in het participatietraject. Wel hebben zij indirect een rol gehad door in de cultuurvisie kaders te stellen over de betrokkenheid van inwoners bij kunstwerken in de openbare ruimte. In de gemeenteraad zijn vragen gesteld over het doorlopen proces, nadat inwoners zich negatief hadden uitgelaten over het opgeleverde kunstwerk.19 Ervaring betrokken inwoners en Adviescommissie Beeldende Kunst Uit gesprekken blijkt dat inwoners en de adviescommissie de samenwerking als gelijkwaardig hebben ervaren. Hoewel de deelnemers het jammer vonden dat er geen diverse groep inwoners betrokken raakte, waren de gesprekken open. Er was veel mogelijk en de deelnemers hebben vanuit een 19 PvdA Schiedam. (2025, 6 januari). Schriftelijke vragen over het nieuwe kunstwerk in Oost.
26.
gelijkwaardige positie met elkaar kunnen samenwerken, waarbij inbreng van inwoners serieus genomen werd. De betrokkenen noemen een aantal praktische knelpunten. Voor werkende inwoners was het moment waarop de bijeenkomsten werden georganiseerd niet passend: op werkdagen overdag kunnen zij niet aanwezig zijn. Dit is aangekaart richting de gemeente, maar dit veranderde niets aan de voorgestelde data en tijdstippen. Ook was het lastig dat er een wisseling was van betrokken ambtenaren in de fase tussen de keuze voor de kunstenaar en het definitieve ontwerp. Het contact verwaterde in deze fase, omdat er een lange tijd tussen de contactmomenten zat. Een aantal inwoners verhuisde in de tussentijd en de bewonersvereniging viel uiteen. Hierdoor waren er geen inwoners meer betrokken bij de presentatie van het definitieve ontwerp.
3.4 Reflectie op participatiepraktijk Dit hoofdstuk beschrijft de eerste reflectie op de deelvragen op basis van de in dit hoofdstuk beschreven bevindingen. Voor de reflectie in deze paragraaf steunt de Rekenkamer op het casusonderzoek en de waardevolle reflectiesessie met betrokken ambtenaren, waar eerdere bevindingen zijn geduid. Beantwoording onderzoeksvraag 4. Hoe verhoudt de uitvoering in de praktijk zich tot de vastgelegde beleidsdoelstellingen en uitvoeringsrichtlijnen? In twee van de drie onderzochte casussen werd expliciet genoemd dat het proces is ontworpen in lijn met het geldende participatiebeleid. Medewerkers noemen ook dat het beleid geen koerswijziging betekent voor de manier waarop zij participatie invullen in de praktijk. Ervaring, kennis van het project en de doelgroepen blijven belangrijk en bepalend voor de invulling van participatie. De beperkte sturing op participatie en het feit dat participatie niet expliciet is belegd, betekent ook dat het beleid en de diverse tools niet automatisch onderdeel zijn bij het nadenken over inwonerparticipatie. Uit interviews blijkt dat medewerkers in principe de ambitie onderschrijven om inwoners breed te betrekken, maar alleen als dit ook voor inwoners relevant is. Deze keuze is in de praktijk gemaakt om participatie liever gericht te doen, zodat samenwerken ook meerwaarde heeft voor inwoners en de gemeente.
Dit maakt dat participatie in Schiedam aan de orde is, als het door de medewerkers relevant wordt geacht. Bij de onderzochte casussen werden belanghebbenden overigens vroeg in het proces betrokken, op het moment dat de plannen nog vorm moesten krijgen en er nog ruimte voor invloed was. Gevraagd naar het participatiebeleid en de betekenis voor participatie in de praktijk noemen medewerkers dat het beleid helpt om meer gestructureerd af te wegen of participatie aan de orde is en hoe het proces eruit kan zien en meer gestructureerd wordt teruggekoppeld aan deelnemers hoe met hun inbreng is omgegaan. Het online platform Praat Mee wordt meerdere keren genoemd als een goed participatiekanaal dat beschikbaar is gekomen met het nieuwe beleid. Beantwoording onderzoeksvraag 5. Hoe ervaren de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en inwoners participatie? Dit onderzoek biedt goed zicht op het perspectief van de gemeentelijke organisatie. Over het algemeen wordt participatie als positief ervaren en kijken medewerkers constructief naar participatie. Vooral vanuit de bril: voor wie en wanneer is participatie relevant? Maar in alle beschreven casussen zitten ook knelpunten die voortkomen uit de samenwerking met andere partijen met een ander
27.
perspectief en/of belang. Dit was het duidelijkste in de casus Beeldend kunstwerk Geluk in SchiedamOost, waar een samenloop van omstandigheden maakte dat het contact verwaterde en inwoners niet langer betrokken waren. De vraag is dan hoe je met dergelijke (onverwachte) situaties omgaat en flexibel erop in weet te spelen. Het perspectief van inwoners is minder duidelijk naar voren gekomen, omdat we niet breed deelnemers aan participatietrajecten konden bevragen. Het casusonderzoek geeft wel enig inzicht. Voor zover wij kunnen beoordelen, zijn de inwoners die betrokken raken tevreden over de manier van communiceren en participeren. Voor deelnemers die intensief betrokken zijn, is duidelijk waar de participatie over gaat, wat de beïnvloedbare ruimte is en hoe zij betrokken kunnen zijn. Dit betrof bijvoorbeeld de Participatieraad of inwoners die meedachten over het kunstwerk Geluk (in de eerste fase). Voor andere deelnemers, die meer op afstand stonden, is dit lastiger. Op voorhand lukte het al niet om hen te betrekken. Bij de Kadernota Sociaal Domein en het kunstwerk was de groep betrokken inwoners klein en lukte het niet die uit te breiden. Bij Nieuw-Mathenesse werden inwoners en andere belanghebbenden betrokken via bijeenkomsten waaraan een grotere groep betrokkenen deelnam.
Bij dergelijke grotere trajecten en waarbij het contact met grotere groepen tegelijk was, lijken inwoners kritischer. Over het algemeen waren deelnemers aan fase 2 van Nieuw-Mathenesse tevreden over de communicatie en uitleg over het participatieproces. Maar zij waren kritischer op de ruimte die er was om hun mening te geven, de mate waarin die serieus werd genomen en het verloop van het participatieproces wat voor relatief veel invullers niet aan hun verwachtingen voldeed. Dit blijkt uit de evaluerende vragenlijst die de gemeente zelf uitzette onder deelnemers (zie paragraaf 3.2.3). Beantwoording onderzoeksvraag 6. In hoeverre is de gemeenteraad in staat zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van inwonerparticipatie te vervullen? De rol van de raad betrof in alle gevallen het stellen van kaders vooraf en bij twee van de drie casussen had de raad ook een rol in de besluitvorming. Namelijk bij de kadernota Sociaal Domein en gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse. Die rol was op voorhand duidelijk bij de diverse casussen. Bij de Kadernota Sociaal Domein stelde de raad ook expliciet kaders vast voor participatieproces. Bij de besluitvorming over de kadernota en Nieuw-Mathenesse werd de raad uitgebreid geïnformeerd over de opbrengsten van het participatietraject. Deze werden als bijlage meegestuurd naar de raad en voorzien van een reactie.
Waarmee duidelijk werd hoe met de diverse ingebrachte inhoudelijk punten is omgegaan. In die terugkoppeling ligt de focus sterk op de inhoud. Bij het kunstwerk Geluk in SchiedamOost pakte de gemeenteraad na afloop een rol toen onvrede ontstond binnen de gemeenschap. De raad vulde toen zijn volksvertegenwoordigende rol in door het stellen van raadsvragen. Rondom de besluitvorming wordt opgemerkt dat het gesprek in de raad niet altijd wordt gevoerd op basis van gestelde kaders in de participatieverordening en startnotities. Hierin spelen ook signalen uit de samenleving een belangrijke rol. Beantwoording onderzoeksvraag (vanuit de praktijk) 7. Hoe streeft de gemeente ernaar om alle (relevante groepen) inwoners te bereiken in participatietrajecten? De gemeentelijke organisatie zet zich in om meer inwoners te laten participeren. Bijvoorbeeld via het netwerk van de wijkregisseur, brede promotie via onder andere sociale media en een open uitnodiging. Hiermee lukt het niet altijd om een bredere groep te betrekken. Dat roept de vraag op of de gemeente maximaal aansluiting weet te vinden bij de relevante groepen inwoners. We zien dat de gemeentelijke organisatie zich erg bewust is van de specifieke groepen inwoners binnen haar grenzen. Dit blijkt uit de statistieken in het beleid, maar ook in de diverse casussen. In de
28.
reflectiesessie met de betrokken medewerkers wordt de rol van het kenniscentrum hierin nog genoemd. Zij beschikken over sociaal-demografische informatie per gebied. Maar, dit vertaalt zich nog niet naar overtuigende communicatie aangezien sommige groepen lastig te bereiken blijven. De vraag is daarom of het instrumentarium passend is. Ook wordt in de (ambtelijke) praktijk soms expliciet de afweging gemaakt om inwoners niet te betrekken, omdat dit niet passend is bij (bijvoorbeeld) abstracte onderwerpen. Gezien de specifieke samenstelling van Schiedamse inwoners heeft de gemeente ervoor gekozen om wijkregisseurs in te zetten. Zij zouden vaste gezichten in de wijk moeten zijn die een netwerk kunnen opbouwen en zo contact kunnen leggen en houden met lastig te bereiken doelgroepen. Die aanpak past goed bij doelgroepen met wat meer afstand en wellicht wantrouwen in de overheid. Wat dit lastig maakt, is dat recent is besloten om de wijkregisseurs te rouleren. Tot slot blijkt dat aan het einde van een participatietraject niet de vraag wordt gesteld of inwoners vaker betrokken willen zijn bij hun gemeente. Dit is een gemiste kans om de betrokkenheid van inwoners vast te houden en deze ook voor andere projecten te blijven benutten.
29.
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Geraadpleegde bronnen Voor de geraadpleegde schriftelijke documentatie wordt verwezen naar de voetnoten in de rapportage.
Gehouden interviews Hieronder staat een overzicht van de gehouden interviews. Van ieder interview is een verslag gemaakt dat door de gesprekspartner(s) is geaccordeerd. Functie Casus Datum Portefeuillehouder
n.v.t.
3 juli 2025
Bestuursadviseur
n.v.t.
3 juli 2025
Voorzitter Participatieraad
Kadernota Sociaal Domein
30 juni 2025
Voormalig voorzitter Participatieraad
Kadernota Sociaal Domein
30 juni 2025
Projectleider
Kadernota Sociaal Domein
7 juli 2025
Communicatieadviseur
Kadernota Sociaal Domein
7 juli 2025
Lid adviescommissie Beeldende Kunst
Geluk Schiedam Oost
7 juli 2025
Wijkregisseur
Geluk Schiedam Oost
26 juni 2025
Beleidsmedewerker cultuur
Geluk Schiedam Oost
26 juni 2025
Coördinator cultuur en vrijetijdseconomie
Geluk Schiedam Oost
26 juni 2025
Gebiedsmanager
Nieuw-Mathenesse
25 juni 2025
Communicatieadviseur
Nieuw-Mathenesse
25 juni 2025
Projectleider
Nieuw-Mathenesse
25 juni 2025
Wijkregisseur
Reflectiesessie
3 september 2025
Woordvoerder college
Reflectiesessie
3 september 2025
Coördinator Beeldende Kunst Openbare Ruimte
Reflectiesessie
3 september 2025
Projectleider
Reflectiesessie
3 september 2025
Communicatiemedewerker
Reflectiesessie
3 september 2025
Communicatieadviseur
Reflectiesessie
3 september 2025
Coördinator Beeldende Kunst
Reflectiesessie
3 september 2025
Uitvoering van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in de periode van mei 2025 tot september 2025 en is opgebouwd in vijf fases.
Fase 1: Opstarten van het onderzoek Voor de start van het onderzoek is een bijeenkomst geweest met de rekenkamer over de verwachtingen rondom dit onderzoek. Hierin is het normenkader opgesteld en van feedback voorzien door de rekenkamer. Ook werden de praktische randvoorwaarden van dit onderzoek besproken. Daarnaast zijn er twee separate startgesprekken geweest met de ambtelijke organisatie en de klankbordgroep van de gemeenteraad.
30.
Op 27 mei 2025 heeft het startgesprek plaatsgevonden met de ambtelijke organisatie. In dit startgesprek is het informatieverzoek besproken en toegelicht dat als basis diende voor het aanleveren van documentatie door de ambtelijke organisatie. De documenten zijn in de weken daarna aangeleverd aan de onderzoekers. Het startgesprek met de klankbordgroep van de gemeenteraad, op 10 juni 2025, had een informeel karakter. In dit gesprek is de opzet van het onderzoek besproken en hebben wij de ervaringen van de raadsleden en hun feedback op de onderzoeksopzet besproken.
Fase 2: Beleidsonderzoek Heldere beleidskaders zijn essentieel voor een zorgvuldig proces. Daarom is in deze fase het beleid van de gemeente Schiedam in beeld gebracht. Door middel van een documentanalyse zijn de verschillende beleidsdocumenten, zoals de participatieverordening, geanalyseerd. Ook is er met de portefeuillehouder participatie en een participatieadviseur gesproken over de invulling die de gemeente geeft aan participatie en hoe zij zich hierin georganiseerd heeft. In deze fase is ook een selectie gemaakt van de verschillende casussen voor de volgende fase van het onderzoek.
Fase 3: 360 graden casusonderzoek In deze fase stond de participatiepraktijk centraal. Deze praktijk is onderzocht aan de hand van drie casussen, namelijk Kadernota Sociaal Domein, Geluk Schiedam Oost en Nieuw-Mathenesse. Hierbij was aandacht voor verschillende perspectieven, zowel van binnen de gemeente als daarbuiten. Op basis van het normenkader is beoordeeld in hoeverre de praktijk voldoet aan de kaders van de gemeente en de randvoorwaarden voor geslaagde participatie. De drie casussen zijn onderzocht aan de hand van een specifieke documentanalyse per casus en interviews met medewerkers en georganiseerde betrokkenen. Casusinventarisatie en -selectie Om tot een goede selectie van drie casussen te komen, werd de organisatie gevraagd om een overzicht aan te leveren van doorlopen participatietrajecten. Voor alle casussen golden de volgende randvoorwaarden: ● De gemeente nam het initiatief. Overheidsparticipatie (waar het initiatief vanuit de samenleving komt) maakt expliciet geen onderdeel uit van dit onderzoek; ● Casus vond plaats na vaststelling participatieverordening (2022); ● Het participatietraject en de besluitvorming over het traject zijn afgerond. Na overleg met de ambtelijke organisatie, is de inventarisatie verder ingekaderd.
De gestelde kaders zouden volgens de organisatie te veel casussen opleveren, aangezien breed in de organisatie heel veel medewerkers participatie organiseren. Daarnaast zou het te veel uitzoekwerk betekenen, omdat een overzicht van alle participatietrajecten niet voorhanden was. Dit overzicht moest uitgevraagd en gemaakt worden bij verschillende teammanagers. De organisatie is vervolgens gevraagd om een overzicht aan te leveren van alle participatietrajecten, die vallen binnen het: ● Sociaal domein en die ontwikkeling van beleid betreffen; ● Ruimtelijk domein en die ontwikkeling van beleid betreffen of gaan om een project; ● Openbaar domein en die gaan om een project. Dit leverde in totaal een overzicht op van negen participatietrajecten. Tijdens het startgesprek met medewerkers (27 mei 2025) is dit overzicht besproken. Na een verdere inventarisatie zijn niet meer
31.
casussen naar boven gekomen. Op basis van de inventarisatie selecteerde de rekenkamer drie casussen. Die criteria waren: ● Spreiding over zowel het ruimtelijk als het sociaal domein. ● Een casus die binnen als succesvol wordt gezien door de gemeente en/of deelnemers en casussen die verbeterpunten opleverden. ● Casussen waar al dan niet een rol is weggelegd voor de gemeenteraad (bijvoorbeeld in kaderstelling en besluitvorming). Casusonderzoek: in contact komen met deelnemers Een lastig punt in het casusonderzoek betrof het in contact komen met deelnemers. De oorspronkelijke aanpak van de rekenkamer ging uit van een online vragenlijst die specifiek zou worden uitgezet onder deelnemers van de geselecteerde casussen. Een randvoorwaarde voor het toepassen van deze onderzoeksmethode was dat de contactgegevens van deelnemers beschikbaar zouden zijn. De contactgegevens van deze deelnemers bleken echter niet of maar beperkt beschikbaar. Daardoor was het niet mogelijk om de online vragenlijst gericht te versturen aan deelnemers van de geselecteerde participatietrajecten. Soms waren contactgegevens niet beschikbaar omdat deze niet bewaard zijn gebleven. Soms waren maar weinig inwoners betrokken bij de casus en een deel al verhuisd of overleden. En soms bleken gesprekspartners niet bereid tot een interview of niet eerder betrokken te zijn geweest.
Voor een van de casussen was recent een evaluerende vragenlijst verstuurd aan deelnemers. Daardoor was het voor deze casus niet opportuun om onze vragenlijst uit te sturen. De resultaten van de door de gemeente uitgevoerde evaluatie onder deelnemers aan Nieuw-Mathenesse (fase 2) zijn wel betrokken in het casusonderzoek. Het gevolg hiervan is dat het inwonersperspectief binnen het kader van dit onderzoek beperkt in beeld is gebracht. Voor twee van de drie casussen hebben wij extern betrokkenen kunnen spreken. Voor een van de casussen hebben wij de resultaten van een evaluatie onder deelnemers meegenomen. Hiermee hebben wij zicht op de ervaringen met participatie bij drie casussen. Helaas ontbreekt breed inzicht in de ervaringen van deelnemers, omdat het niet mogelijk bleek om de oorspronkelijk voorziene online vragenlijst uit te zetten in het kader van dit onderzoek
Fase 4: Lessen leren De vierde fase van het onderzoek stond in het teken van lessen leren. In deze fase hebben we dat wat we verzameld hebben in het beleidsonderzoek en casusonderzoek vertaald naar algemene lessen over participatie in Schiedam. Om te komen van drie casussen naar relevante lessen voor Schiedam, is een reflectiesessie georganiseerd met tien medewerkers die vaak betrokken zijn bij (de uitvoering van) participatie. Samen met hen zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de drie casussen geduid in de Schiedamse context. Een overzicht van de deelnemers aan deze sessie staat in de bovenstaande tabel.
Fase 5: Rapportage en wederhoor In deze laatste fase van het onderzoek is een begrijpelijke en toegankelijke rapportage opgesteld. Dit rapport bestaat uit een deel met bevindingen (nota van bevindingen) en een bestuurlijk deel (conclusies en aanbevelingen). Een conceptversie van de nota van bevindingen is op 9 september 2025 met de rekenkamer gedeeld voordat deze werd aangeboden voor ambtelijk wederhoor. Na het ambtelijk wederhoor is de rapportage aangepast en is een definitieve versie van de nota van bevindingen opgesteld. Na het vaststellen van het rapport is het rapport op 7 oktober 2025 aangeboden voor bestuurlijk wederhoor. Het rapport wordt met nawoord van de rekenkamer aangeboden aan de gemeenteraad.
32.
Bijlage 2. Normenkader Randvoorwaarde 1: Zorgvuldig proces Beleid • De gemeente heeft vastgelegd waarom, waartoe en hoe inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. • Participatiebeleid omvat handvatten voor een zorgvuldig proces. • Er is sprake van een participatiestrategie die organisatiebreed wordt toegepast en past bij de samenleving. Uitvoering en • Participatie krijgt zo vroeg mogelijk in het proces een plek. ervaringen • Binnen een participatieproces vindt een eenduidige werkwijze en communicatie vanuit de gemeente plaats. • De gemeente legt bij de besluitvorming uit hoe derden zijn betrokken. • De gemeente betrekt de opbrengsten van participatie bij de integrale belangenafweging en legt uit hoe de opbrengsten meewegen in planen besluitvorming. Resultaat en leren • De participatieopbrengsten dragen bij aan de gestelde doelen. • Lessen uit deze evaluaties worden geborgd in beleid, organisatie en uitvoering. Randvoorwaarde 2: Participatiepraktijk waarin iedereen zijn rol kent en neemt Beleid
• • •
Uitvoering en ervaringen
• • • • •
Resultaat en leren
•
Alle gemeentelijke rollen (raad, B&W, ambtelijke organisatie) zijn beschreven. Voor de raad is duidelijk hoe participatie zich verhoudt tot zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol. Houding en gedrag hebben een plek in het gemeentelijk beleid om te komen van “nee, tenzij..” naar “ja, mits…”. Ieders inbreng kan worden meegenomen, voordat er onherroepelijk wordt besloten. De gemeente is duidelijk over de rollen van organisatie, college en raad voorafgaand aan, tijdens en na afronding van participatietrajecten. Raad, college en ambtelijke organisatie hebben elk hun eigen rol en houden hier ook aan vast gedurende het participatieproces. Voor belanghebbenden is duidelijk waar participatie over gaat. Voor belanghebbenden is duidelijk wat de beïnvloedbare ruimte is Voor belanghebbenden is duidelijk hoe zij betrokken kunnen zijn. Er wordt regelmatig met elkaar geëvalueerd met betrekking tot participatie. Daarbij is aandacht voor alle betrokken perspectieven.
Randvoorwaarde 3: Aansluiting vinden bij de verschillende doelgroepen Beleid
•
• •
De gemeente heeft zicht op de verschillende doelgroepen en samenstelling van haar inwoners en de betekenis daarvan voor participatie. De gemeente heeft een breed communicatie- en participatieinstrumentarium tot haar beschikking. Er wordt een participatie-strategie gekozen die maximaal aansluit op de relevante groepen inwoners.
33.
Uitvoering en ervaringen
• • •
• Resultaat en leren
•
De gemeente communiceert naar inwoners over de mogelijkheden tot participatie. De gemeente zet zich in om meer inwoners te laten participeren. De kaders voor participatie (inhoud, vorm, proces) zijn vanaf de start en gedurende het participatieproces helder voor de participerende partijen. In de keuze voor communicatie- en participatiemiddelen wordt maximaal aansluiting gezocht bij de relevante groepen inwoners. Uitkomsten van het participatieproces worden altijd gedeeld met minimaal de participerende partijen.
34.