CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

f. 5e Wijziging Verordening onroerende zaakbelastingen Schiedam 2021

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsvoorstel Fiscale tarieven 2026728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 5e Wijziging Verordening (25VR054/25BIJ02162)

onroerende-zaakbelastingen

Schiedam

2021

De raad van de gemeente Schiedam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 (nummer 25INT00218); gelet op artikel 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: 5e Wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021 Artikel I De Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021 wordt gewijzigd als volgt: Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt: Huidige tekst Voorgestelde tekst Artikel 5 Tarieven Artikel 5 Tarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2740 % a. de gebruikersbelasting 0,2490% b. de eigenarenbelasting b. de eigenarenbelasting 1. Voor onroerende zaken die in 1. Voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen hoofdzaak tot woning dienen 0,0757% 0,0763% 2. Voor onroerende zaken die niet in 2. Voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen hoofdzaak tot woning dienen 0,3680% 0,3560% Toelichting op de wijziging Voorgesteld wordt om de tarieven per 2026 te verhogen met 8% hetgeen een extra verhoging ten opzichte van het percentage van 3,7% volgens CPB maart 2025 betekent. Deze extra verhoging draagt bij aan de gemeentelijke bezuinigingsopgave.

2 Artikel 7 wijzigt als volgt: Huidige tekst Voorgestelde tekst Artikel 7 Termijnen van betaling Artikel 7 Termijnen van betaling 1. De In afwijking van artikel 9, eerste lid, 1. De In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de van de Invorderingswet moeten de onroerende-zaakbelastingen worden onroerende-zaakbelastingen worden betaald binnen twee maanden na de betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt in 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één geval de verschuldigde bedragen aanslagbiljet verenigde aanslagen, of door middel van automatische als het aanslagbiljet maar één aanslag incasso kunnen worden afgeschrebevat het bedrag daarvan, minder is ven volgens het “Reglement autodan € 5.000,00 en zolang de matische incasso Regionale Belasverschuldigde bedragen door middel ting Groep”, dat de aanslagen moeten van automatische incasso kunnen worden betaald in maximaal 10 worden afgeschreven, dat de aanslagen termijnen. De eerste termijn vervalt een moeten worden betaald in maximaal 10 maand na de dagtekening van het termijnen. De eerste termijn vervalt een aanslagbiljet en elk van de volgende maand na de dagtekening van het termijnen telkens een maand later. aanslagbiljet en elk van de volgende 3.

Het minimum termijnbedrag bij termijnen telkens een maand later. automatische incasso bedraagt € 15,00. 3. Het minimum termijnbedrag bij 4. De Algemene termijnenwet is niet van automatische incasso bedraagt € 15,00. toepassing op de in de voorgaande leden 4. De Algemene termijnenwet is niet van gestelde termijnen. toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. TTToelichting op de wijziging In Ad lid 2 Met ingang van 2025 is de mogelijkheid voor automatische incasso opengesteld voor vrijwel alle belastingen die de RBG oplegt en int. Daarbij moet in de verordeningen verwezen worden naar het incassoreglement van de RBG. In het incassoreglement is de maximale grens voor het kunnen betalen van belastingaanslagen via de automatische incasso verhoogd van € 5.000 naar € 15.000. Het grensbedrag van € 5.000 is ruim tien jaar geleden vastgesteld en niet meer geactualiseerd. Nu krijgen steeds meer klanten (met een actieve automatische incasso) belastingaanslagen hoger dan € 5.000. Voor de RBG betekent de verhoging tot € 15.000 minder telefonische contacten voor de RBG met klanten die in de veronderstelling zijn dat hun aanslag via AIC wordt geïnd of die een aanslagbiljet van € 5.000 of meer ontvangen en die een betalingsregeling willen treffen. Het zorgt ook voor minder werkzaamheden voor invoeren en controleren van deze betalingsregelingen. Artikel II 1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De bepalingen die op grond van dit besluit in de verordening worden gewijzigd blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor de in het tweede lid genoemde datum hebben voorgedaan. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 11 november 2025 de griffier,

mr. M. Pe MEC

de voorzitter,

mr. H.M. Bergmann

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16078545/1