Collegebrief 9 mei 2022 zienswijze Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Tekst van het document
gemeente Schiedam
gemeente Schiedam
team Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501
Aan de gemeenteraad van Schiedam
3100 EA Schiedam 14 010
schiedam.nl
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
datum
22U1T03366
9mei 2022
doorkiesnummer
14 010
contact@schiedam.nl
onderwerp
Zienswijze wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Geachte leden van de gemeenteraad, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 29 maart 2022 het ontwerpbesluit wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ter inzage gelegd, en bieden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regels inzake de fysieke leefomgeving, en zal gaan gelden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Vanaf dat moment dient de gemeente bij het vaststellen van een Omgevingsplan rekening te houden met deze regels. Wij hebben besloten een zienswijze in te dienen ten aanzien van het ontwerpbesluit wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het indienen van een zienswijze heeft met name als doel ongewenste of onjuiste punten in het ontwerpbesluit te benoemen en de provincie te bewegen deze aan te passen. Daarnaast wordt gevraagd om verduidelijking van enkele regels. De zienswijze wordt door Provinciale Staten betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming over de wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Wij gaan ervan uit u met toezending van de zienswijze voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
1 11111 Hili NH11 1 1 1 1 1 IN 1111111111111111111INIlUl
••
gemeente Sch led a m
gemeente Schiedam
team Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf i Postbus 1501
.
.
.
3100 EASchiedam
Provincie Zrna Honana Team Omgevingsbeleid Postbus9o6o2 2509 LP ‘S-GRAVENHAGE
Uw kenmerk
Uw briefvan
14 010
schiedam.nl
Ons kenmerk
Datum
22U1T03365
2
Doorkiesnummer
010-219 1736
b.hovens@schiedam.nl
mei 2022
Onderwerp
Zienswijze wijziging Zuid-Ilollandse Omgevingsverordening
Geachte mevrouw, heer,
op 30 maart 2022 heeft u het ontwerpbesluit tot wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ter inzage gelegd. Met deze brief maken wij gebruik van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Samenloop omgevingsverordeningen In algemene zin willen wij u wijzen op de onduidelijkheid die door u wordt gecreëerd met het nagenoeg gelijktijdig wijzigingen van zowel de (huidige) Omgevingsverordening Zuid-Holland als de (toekomstige) Zuid-Flollandse Omgevingsverordening. Op de onduidelijkheden in het proces hebben wij u reeds gewezen in onze zienswijze ten aanzien van de Herziening 2021 Omgevingsbeleid van 8 september 2021. Deze onduidelijkheid wordt verder versterkt door er voor te kiezen om vrijwel parallel zowel de huidige als de toekomstige omgevingsverordening te wijzigen.
Wij begrijpen de noodzaak die u ervaart om u met de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voor te bereiden op de in komst van de Omgevingswet. Dit neemt niet weg dat het nagenoeg gelijktijdig wijzigingen van beide omgevingsverordeningen onduidelijkheid en onzekerheid over het van toepassing zijnde ruimtelijke kader in de hand werkt. Wij verzoeken u daarom, in aanvulling op ons eerdere verzoek om de frequentie van de actualisaties te beperken, er voor te kiezen om te stoppen met actualisaties van de thans nog geldende Omgevingsverordening Zuid-Holland en de wijzigingen die gewenst zijn uitsluitend door te voeren in de ZuidHollandse Omgevingsverordening die in werking zal treden samen met de Omgevingswet. Bedrijventerreinen In onze zienswijze van 8 september 2021 hebben wij reeds gewezen op de solitaire bedrijfspercelen aan de Polderweg en dat deze niet zijn te kwalificeren als bedrijventerrein als bedoeld in de omgevingsverordening. Wij kunnen ons niet vinden in uw eerdere beantwoording aangezien deze solitaire bedrijfspercelen niet voldoen aan de door u in de omgevingsverordening gehanteerde definitie van bedrijventerrein. Wij verzoeken daarom nogmaals de aanduiding voor deze percelen van de kaart te verwijderen.
IIllIllII II IllhIll IIII HhI llI 1 1 1 IH III
In dat kader willen wij u wijzen het op i8 december 2012 vastgestelde bestemmingsplan Poldeiwetering. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is geoordeeld dat behoud van deze bedrjfspercelen op de middellange termijn ongewenst is. Om die reden is er voor gekozen om voor deze percelen een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, die het mogelijk maakt de bedrijfsbestemmingen te wijzigen naar een woon- en natuurbestemming. Dit biedt de mogelijkheid om door middel van natuurlijk verloop, bij beëindiging of verplaatsing van de bedrijven, de kenmerkende lintbebouwing van de Poldeiweg te herstellen en versterken. Dit uitgangspunt is nogmaals bevestigd met de vaststelling van de gemeentelijke Woonvisie in 2020. Op dit moment zijn meerdere plannen in voorbereiding waarbij gebruik zal worden gemaakt van voornoemde wij zigingsbevoegdheid. Het aanwijzen van de solitaire bedrijfskavels als bedrijventerrein doorkruist op onaanvaardbare wijze de gemeentelijke beleidsdoelen en de concrete projecten, zonder dat sprake is van dwingende provinciale reden. De aanwijzing beperkt daarbij de mogelijkheden om de regionale woningmarktafspraken te realiseren, mede gelet op de compensatieplicht die is opgenomen in de regels. Wij verzoeken u daarom deze kavels niet te kwalificeren als bedrijventerrein en de ruimte te laten deze te transformeren naar ldeinschalige woningbouwlocaties.
In maart 2021 hebben wij met u het Woonwerkakkoord $chiedam Nieuw-Mathenesse gesloten. Dit akkoord ziet op de transformatie van het noordelijke deel van het bedrijventerrein NieuwMathenesse naar een woonlocatie. Als onderdeel van dit akkoord is door ons een compensatieplan vastgesteld en zijn wij inmiddels gestart met het uitwerken van de relevante planologische wijzigingen. Later dit jaar wordt het ontwerp van het bestemmingsplan waarin de transformatie is vormgegeven, in procedure gebracht. Wij verzoeken u het transformatiegebied waarop dit akkoord betrekking heeft niet langer aan te wijzen als bedrijventerrein. Molenbiotoop In onze eerdere zienswijze hebben wij u verzocht om aan de $chiedamse molens een bijzondere molenbiotoop toe te kennen, zoals ook is gedaan voor een viertal molens in Leiden en twee molens in Den Haag.
In de reactie op onze eerdere zienswijze bent u zonder nadere motivering voorbij gegaan aan ons verzoek, waarin door ons werd gewezen op de vergelijkbare situatie als in Leiden, de uitdagingen waar wij als stad voor staan om invulling te geven aan de regionale woningmarktafspraken, alsmede de stedelijke vernieuwing die met behulp van de Woningbouwimpulsgelden in Nieuwland is opgestaa Mede uit het oogpunt van rechtsgeljkheid verzoeken wij nogmaals om aan de $chiedamse molen een bijzondere molenbiotoop toe te kennen, dan wel deugdelijk te motiveren waarom dit, mede gelet op de beleidskeuzes die u heeft gemaakt ten aanzien van de situaties in Leiden en Den Haag, niet mogelijk is. Ruimtelijke kwaliteit De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat regels die betrekking hebben op de ruimtelijke kwaliteit (paragraaf 7.3.7). De toelichting op dit onderwerp lijkt te veronderstellen dat deze paragraaf betrekking heeft op het gehele grondgebied van de provincie Zuid-Holland. Dit lijkt niet in lijn met de regels, aangezien uit artikel 7.42 en 7.43a volgt dat de regels inzake ruimtelijke kwaliteit uitsluitend van toepassing zijn op de in de verordening aangewezen gebieden met een beschermingscategorie. Wij verzoeken u deze discrepantie te verduidelijken. 22U1T03365
Pagina 2
Aanvullend verzoeken wij u te aan te geven welk provinciaal belang het noodzakelijk maakt regels te stellen inzake de ruimtelijke kwaliteit van het bestaand stad- en dorpsgebied en waarom dit niet in voldoende mate door de gemeente zou kunnen worden geborgd. Dit ook gelet op het zeer algemene karakter van de richtpunten die u in dat kader in de omgevingsvisie stelt ten aanzien van het bestaand stad- en dorpsgebied. Wij wijzen u er daarbij op dat uitgangspunt van de Omgevingswet is dat u terughoudend dient om te gaan met uw bevoegdheid, zeker voor wat betreft aspecten die in voldoende mate decentraal, door de gemeente, kunnen worden geregeld.
Grote buitenstedeljke bouwlocaties De locatie Polderweg / $chiekade is in het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen als een grote buitenstedeljke bouwlocatie. Deze aanwijzing wordt overgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hoewel deze aanwijzing ons de ruimte biedt deze locatie te ontwikkelen blijven wij van mening dat hier geen sprake is van een buitenstedeljke locatie. Wij verzoeken u te onderbouwen en motiveren waarom een locatie die volledig is omsloten door het stadsgebied van Rotterdam en Schiedam (zie foto) wordt aangemerkt als buitenstedeljke locatie.
Risico’s van klimaatverandering Met de wijziging wordt het onderwerp ‘Risico’s voor klimaawerandering’ toegevoegd in paragraaf 7.3.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Bepaald wordt dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van ldimaatverandering. Wij onderschrijven het belang hiervan, maar zien niet in welk provinciaal belang het stellen van een dergelijke regel noodzakelijk maakt. Wij verzoeken u dan ook te motiveren waarom het stellen van deze regel uit provinciaal oogpunt noodzakelijk is, mede daar de Omgevingswet de zorg voor de fysieke leefomgeving verplicht stelt. Deze algemene zorgplicht uit de wet vereist daarmee reeds dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de risico’s van klimaatverandering. Daarnaast wijzen wij u op de formulering van de regel. Gekozen wordt voor een instructieregel waarbij gebruik wordt gemaakt van de zinsnede ‘rekening houden met’ De systematiek van de Omgevingswet vereist dat het gebruik van een dergelijke instructieregel nadere concretisering vereist, zodat in objectieve zin bepaald kan worden of al dan niet in voldoende mate rekening wordt gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. De regel bevat geen concretisering, 22U1T03365 Pagina 3 .
waardoor het onmogelijk is om op voorhand te bepalen wanneer al dan niet aan deze vereiste wordt voldaan. Deze onduidelijkheid leidt tot onzekerheid bij de uitvoering van projecten. Indien u van mening bent dat het stellen van deze regeling gelet op het provinciaal belang noodzakelijk is, verzoeken wij u de regel te herformuleren. Gelet op de toelichting en de systematiek van de Omgevingswet zou daarbij gekozen moeten worden voor de zinsnede ‘betrekken bij’ in plaats van ‘rekening houden met’. Indien u niet bereid bent tot een dergelijke herformulering dan verzoeken wij u de regel nader te concretiseren zodat op voorhand duidelijk is wanneer wordt voldaan de vereiste inzake de risico’s van klimaatverandering. Tot slot Met deze zienswijze hopen wij op een constructieve manier bij te dragen aan uw voorbereiding op de Omgevingswet. Uiteraard zijn wij bereid om over de aangedragen punten in onze zienswijze met u nader het gesprek aan te gaan. Wij nodigen u daarvoor van harte uit in $chiedam.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van $chiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.EJ3os
C.H.J. am s
22U1T03365
Pagina 4