Brief Stroomopwaarts 18 maart 2025 Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Raadsbrief
Aan gemeenteraden en de colleges van B&W van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam cc. het AB Stroomopwaarts De colleges van de MVS-gemeenten Onderwerp
Kaderbrief Stroomopwaarts 2026
ons kenmerk
datum
18 maart 2025
bijlage(n)
Kaderbrief 2026
Geachte dames en heren, Met deze brief bieden wij u de kaderbrief Stroomopwaarts 2026 van het participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS aan. Deze kaderbrief 2026 benoemt de belangrijkste ontwikkelingen en uitgangspunten voor de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029. De kaderbrief geeft aan wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn voor de nog te maken begroting van 2026. Voornaamste aandachtspunt is de bezuinigingen voor 2026 in het kader van het Ravijnjaar. Daarnaast geven we uiteraard invulling aan de opmerkingen die vooraf zijn meegegeven. Een thema daarbij is: meer inzicht en transparantie over de resultaten. In de kadernota gaan we in op de door het CPB voorspelde stijging van het aantal mensen in de bijstand, op de verbeteringen in onze dienstverlening, de strategische nota werk en inkomen die nog in 2025 gemaakt wordt en de veranderingen in wet- en regelgeving. De Kadernota en de begroting van 2026 kunnen niet los gezien worden van de jaarstukken over 2024 en de begroting(swijziging) van 2025. Graag willen we de volgende punten toelichten: Jaarstukken 2024 Het resultaat 2024 is 2,1 miljoen positief: dit wordt veroorzaakt door incidentele meevallers. Dit bedrag zal terugvloeien naar gemeenten na het vaststellen van de jaarstukken in mei. De accountantscontrole heeft nu plaats en de concept jaarstukken worden in april met de raden gedeeld.
De voorschotbedragen voor inburgeringstrajecten in 2022-2023 zijn ook in 2024 verrekend, dit heeft al geleid tot 2,2 miljoen teruggave aan gemeenten. Zonder deze eenmalige impact zijn de dekkingsbijdrage 9,0 miljoen hoger dan eerder opgenomen in de originele begroting 2024, waarop ook de originele begroting 2025 is gebaseerd. Dat de voorschot bedragen voor inburgeringstrajecten hoger zijn dan de realisatie komt doordat deze voorschotbedragen zijn gebaseerd op de initiële inschatting voor deze nieuwe activiteit (in 2022 en 2023) op basis van taakstelling en algemene uitvoeringsnormen voor trajecten die in de praktijk lager blijken te zijn.
1
Begrotingswijziging 2025 Op basis van de realisatie 2024, de verwachte ontwikkelingen in 2025 is er een gewijzigde begroting 2025 opgesteld, die half april voor zienswijze aan de raden zal worden aangeboden. Hierin leidt voornamelijk de stijging in de kosten van de uitkeringen tot hogere bedragen. Hiervoor ontvangen gemeenten ook extra middelen vanuit de BUIG. Niet alle middelen die de gemeenten krijgen worden doorgezet naar Stroomopwaarts. Het voordeel voor de MVS-gemeenten op de BUIG middelen was 6,9 miljoen in 2024. De eerste begrotingswijziging voor 2025 resulteert in een toename van de gemeentelijke bijdragevan 9,4 miljoen. Het voordeel op de BUIG-middelen blijft hierbij instant (op basis van de huidige voorlopige budgetten). Vanuit het Rijk zijn er extra middelen beschikbaar gesteld voor Werkontwikkelbedrijven (SZW Kamerbrief2024-0000671362). Landelijk staan de uitvoeringskosten van deze Werkleerbedrijven onder druk door de uitstroom van productieve Wsw-medewerkers en instroom van (minder) Nieuw Beschut medewerkers met een lagere loonwaarde (arbeidsproductiviteit). Het extra bedrag voor deze uitvoeringskosten bedraagt 1,1 miljoen. Daarnaast is in de begrotingswijziging maatwerk toegevoegd zoals voor meldpunt kinderopvangtoeslag en voor de compensatie toeslag alleenverdieners en enkele lokale initiatieven.
In deze begrotingswijziging worden ook de transitiekosten voor de implementatie van de besparingen opgenomen met een toelichting. Begroting 2026 In de Kaderbrief is een structurele besparing van 2,6 miljoen opgenomen. Daarnaast worden de impact van de gebruikelijke prijs- en volume-ontwikkelingen doorgerekend op basis van MVS-richtlijn voor uitvoeringskosten (2,2%) en landelijke cijfers voor de ontwikkeling van uitkeringen en loonkosten van de doelgroepen. Om de besparingen vanaf 1 januari te realiseren is een incidenteel implementatiebudget voorzien van 1,6 miljoen. Dit bedrag zal in een aparte bestemmingsreserve worden opgenomen met als doel om frictiekosten, implementatiekosten en kosten van aangepaste fasering (maatregelen die later zijn geïmplementeerd dan 1 januari 2026) op te vangen. Deze incidentele middelen zijn in de begrotingswijziging 2025 opgenomen zodat de implementatie van de maatregelen na de zomer 2025 stapsgewijs kan starten. In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van de begroting van Stroomopwaarts vergeleken met de Rijksmiddelen voor het uitvoeren van de Participatiewet die voor MVS-middelen beschikbaar zijn. De begroting 2026 wordt half april met de raden gedeeld voor zienswijze.
2
2024>2026 Ontwikkeling SOW begroting ten opzichte van Rijksmiddelen Participatie MVS-gemeenten in EUR x 1 miljoen
+11,5
250,0
+11,9 BUIG & LKS 9,0
200,0 Rijksmiddelen 2024
AU/GF P-wet IU Wsw & Beschut 0,6 2,3
182,8
7,9 175 150,0
100,0
BUIG & LKS Rijksmiddelen 2025 9,2 194,7
Begroting SOW
8,2 186,5 BW1 176,7 primaire begroting 2025
8,2 186,5
Rijksmiddelen 2026 AU/GF P-wet IU Wsw & Beschut 206,2 0,1 2,1
10,3 195,9
Begroting SOW
50,0
-
Door de prijs- en volume-ontwikkelingen stijgt de begroting van Stroomopwaarts in 2026 naar 195,9 miljoen (zonder SPUK trajecten inburgering). De Rijksbijdragen aan MVS-gemeenten stijgen echter meer, hierdoor wordt het voordeel voor gemeenten naar verwachting 10,3 miljoen in 2026. Het overgrote deel van de uitvoeringskosten van de Participatiewet ligt bij Stroomopwaarts, enkele andere kosten zoals de exploitatie en huur van de panden ligt bij gemeenten. Graag willen wij deze ontwikkelingen persoonlijk toelichten in de daarvoor geschikte bijeenkomsten de komende maanden. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS de secretaris
de voorzitter
mw. N.C. van der Wekken
dhr. S.B. Kuiper
3