CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief Stokers Belang 18 juli 2023 Houtrook eerste klas veroorzaker vergiftigd milieu

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Leesmap16.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: Stokers Belang <stokersbelang@gmail.com> Verzonden: dinsdag 18 juli 2023 10:13 Aan: undisclosed-recipients: Onderwerp: Bijlage ontbrak

Geachte heer/mevrouw, Wilt u dit bericht doorsturen aan de raadsleden en aan de lokale politieke partijen? Alvast hartelijk dank hiervoor. Helaas ontbrak de bijlage. Excuses voor het ongemak. Volgens het email programma zat de bijlage er wel bij maar hij ontbrak helaas. Mijn excuses. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? Tips van het Kenniscentrum Houtrookoverlast. Met vriendelijke groet, Stokers Belang Dijkhof www.rookoverlast.wordpress.com

Houtrook: eerste klas veroorzaker van een vergiftigd milieu

www.groningen.milieudefensie.nl

Het stoken van hout lijkt een spannende bezigheid. Een kampvuurtje, een snorrende houtkachel of een open haard zet onze fantasie in beweging. De walmende dampen van de barbecue verhogen het genot van een warme zomeravond. Daar kunnen we uren van genieten. We voelen ons rijk en tevreden met een glas wijn binnen handbereik en de kiloknaller op het vuur.

Bedenking De fles azijn staat nooit ver weg bij zoveel genot. De luchtvervuiling door al die rook gooit letterlijk roet in het eten. De buren gaan klagen. Hun huis loopt vol met de rookgassen van uw vuurtje. Dat gaat verschrikkelijk stinken, vooral als de rook belegen is geworden. Wat erger is: de buren krijgen het benauwd. Geen wonder, houtrook bevat vele gifstoffen. Een behoorlijke hoeveelheid fijn stof komt zo in de tuin en de kamers van de buren terecht. Dat is niet onschadelijk fijn stof; het zijn teerachtige deeltjes. Ook wel roet genoemd; of zwart stof. Wetenschappers noemen het O.C. (= Organisch Carbon), Ook is er het schadelijke E.C. (= Elementair Carbon). Dat wordt gevormd door dieselmotoren. Hier een greep uit de bestanddelen van houtrook: meer dan 100 chemische stoffen en de samenstellingen daarvan: dioxines, lood, cadmium en arsenicum, om te beginnen. Koolmonoxide (kolendamp), methaan, aldehyden + formaldehyde, fenolen en derivaten (veroorzaakt o.a. hartritmestoornissen, lager gewicht van baby’s), benzeen, vluchtige organische stoffen (oorzaak vorming ozon). En de PAK’s (polycyclische organische koolwaterstoffen), waaronder benzo(a)pyreen, zoals bekend, zeer kankerverwekkend. Voor het grootste gedeelte komen deze stoffen met het ultrafijne stof in de omgeving terecht; in onze tuinen, woon- en slaapkamers. Krijg het daar maar weer uit, als het eenmaal binnen is.

Totaal onbekend Zolang de mensen geen weet hebben van het brede scala aan gifstoffen in houtrook, heeft bezwaar maken tegen de vervuilde lucht weinig effect. Sterker nog, klagers vinden zelf vaak ook wel een beetje dat ze aanstellers zijn. Want onze voorouders hadden niets anders om zich mee warm te houden. En het is toch een natuurproduct! Het geeft zo’n oergevoel, dat houtvuurtje!

Puur natuur Alsof in de natuur geen gifstoffen voorkomen! We kennen allemaal wel giftige planten; nachtschade, bijvoorbeeld, of de gele pijpbloem. Die laatste is een oud geneeskruid; maar bij gebruik geeft het ernstige nierklachten. Dat wist ook niemand. Evenzo gaat het met houtrook. Omdat bij de verbranding van organische stoffen (hout dus) zoveel schadelijke stoffen vrijkomen, is het onzin te spreken van 'schoon' hout, als dat bestemd is voor verbranding. Bedoeld wordt, natuurlijk, onbewerkt hout. Dat wil zeggen dat het niet bewerkt is met verf of wolmanzouten of andere impregneermiddelen. Die wolmanzouten zijn al 50 jaar verboden, maar er ligt nog 700.000 ton van met dit gif bewerkt hout in Nederland. Er zijn mensen die er geen been in zien dat in hun kachel te gooien. Het is dan net alsof er een chemische fabriek vlak naast je woning staat. Er ligt in de regel wel een frontje 'schoon' hout klaar voor het geval van een inspectie. Een schraapsel uit de schoorsteenpijp kan inzicht geven in het stookgedrag. Maar dat doet geen enkele gemeente, ook niet na ernstige klachten. Wanneer er een vuilverbrandingsinstallatie in een buurt wordt gepland, ontstaat er in de regel paniek. Die paniek is terecht. Maar het verbranden van afval in houtkachels in woonbuurten is een regelrechte misdaad! Voor gemeenten maakt het in de praktijk geen verschil wat er in houtkachels verbrand wordt.

Maar juist gewoon, onbewerkt hout produceert bij verbranding al die bovengenoemde gifstoffen. Ontwerpers van houtkachels zoeken daarom, nu in opdracht van de EU, naar verbeterde typen houtkachels. Bij kleine houtkachels voor particulieren is de uitstoot, ook bij de beste modellen, nog altijd aanzienlijk. In het laboratorium lijkt die uitstoot binnen de perken te blijven, in de praktijk is dat altijd veel hoger. Een grote risicofactor is de gebruiker of stoker. Vaak een zichzelf overschattende hobbyist. Door verkeerd stoken kan de uitstoot oplopen tot honderden of zelfs duizenden milligrammen (ultra)fijn stof extra. In een Zwitsers onderzoek bleek een houtkachel bij juist gebruik (in het laboratorium) 50 mg fijn stof per m3 fijn stof uit te stoten. Maar bij verkeerd stapelen van het hout loopt dat op naar 500 mg per m3. Wordt de zuurstoftoevoer afgeknepen door de klep te sluiten, dan loopt de uitstoot van fijn stof op naar 15000 mg per m3. Bij gebruik in de praktijk liggen deze hoeveelheden nog aanzienlijk hoger. 2

Gezondheid De grootte van de fijn stof deeltjes, PM genoemd, wordt uitgedrukt in getallen: PM10 betekent stof met een doorsnee van 10 micrometer. Dat ademen we niet al te diep in. Anders is het met fijn stof, PM2.5 genoemd. Dat is 0,1 tot en met 2,5 micrometer in doorsnee. Dan is er ultrafijn stof: 50 tot 100 nanometer doorsnee. Dat ademen we zeer diep in. Die laatste roetdeeltjes kunnen een ware ravage aanrichten in het menselijk lichaam. Houtrook bestaat voor 80% tot 90% uit fijn stof, aangeduid in rapporten als PM2.5. Dat staat voor Particulate Matter, materie deeltjes, fijn stof dus. Die stofdeeltjes dringen diep in de longen door. Door de longblaasjes komen ze in de bloedbaan. De teerachtige stof, de PAK’s, polycyclische organische koolwaterstoffen, gaan mee de bloedbaan in. Van die PAK’s zijn er wel een paar honderd, maar in Nederland wordt een 10-tal daarvan uitgekozen voor onderzoek. In andere landen hebben ze veel meer PAK’s als schadelijk uitgekozen. Deze kunnen in het laboratorium worden aangetoond, met speciale apparaten. Een daarvan is uitgekozen als gidsstof. De scheikundige naam hiervan is benzo(a)pyreen, kortweg BaP. Sommigen hebben ook benzo(e)pyreen onderzocht en vastgesteld dat het nog schadelijker is dan BaP. Beide veroorzaken ze op termijn kanker. Daarom mag van BaP vanaf 1 januari 2013 maar 1 nanogram per m3 in de lucht zitten.

Een nanogram is een miljardste gram. In 1990 drong de Gezondheidsraad er al op aan niet meer dan 0.5 ng per m3 toe te staan. De overheid heeft er 1 ng per kuub van gemaakt. Ondertussen is uit verder onderzoek gebleken dat PM0.1 tot 2.5 veel gevaarlijker is dan men dacht. Ook hart- en vaatziekten worden door ultrafijn stof veroorzaakt of verergerd. En wel direct nadat men het heeft ingeademd. Dit leidt tot extra ziekenhuisopnamen. Zonder dat de patiënten de oorzaak van de verergering meteen doorhebben. Astma- en COPD patiënten weten veel sneller dan gezonde mensen wat de nare gevolgen zijn van houtrook, dat wil zeggen van de inademing van de roetdeeltjes of zwart stof. Hun ademhalingsorganen zijn veel minder in staat de deeltjes te filteren. Ze krijgen zo de volle mep in hun longen. Uit een van de onderzoeken kwam naar voren, dat houtrook 30% schadelijker is dan sigarettenrook. Onderzoek van de Amerikaanse EPA (= Environmental Protection Agency) heeft vastgesteld dat houtrook met dezelfde dichtheid als sigarettenrook, 12 maal schadelijker is. Dat is ook logisch: in houtrook zitten veel meer gifstoffen dan in sigarettenrook. De roetdeeltjes veroorzaken ook bij gezonde mensen ontstekingen op plaatsen waar deze zich nestelen. Bij inademing: in de longen, maar via de neus kunnen ze rechtstreeks in de hersenen terechtkomen. Daar veroorzaken ze ontstekingen.

Later kan dat het ontstaan van Alzheimer bevorderen. Bij kinderen kan het de ontwikkeling van hun IQ nadelig beïnvloeden. Maar bij hartpatiënten richt het de meeste schade aan, onder hen vallen de meeste sterfgevallen gerelateerd aan het voorkomen van fijn stof. In een artikel in The Lancet van december 2012 is het mondiale aantal doden door zwart fijn stof bijgesteld van 2 miljoen naar 4 miljoen per jaar. 3

Regelgeving fijn stof in het algemeen Voor fijn stof als factor van de luchtkwaliteit zijn er allang afspraken gemaakt: in 2005 zou er voor PM10 een grenswaarde van 40 microgram/m3 als daggemiddelde gaan gelden. Maar daaraan kon de Nederlandse overheid, toen het zover was, niet voldoen. Ze had zelf in 1999 de voorstellen bij de EU ingediend voor verdere reductie van fijn stof na 2005. Pas in juni 2011 kon Nederland voldoen aan de norm van 40 microgram per m3 als daggemiddelde. Maar dat was meer het gevolg van trucage in de berekening van de hoeveelheid fijn stof; de waarden kwamen zo heel wat lager uit dan de feitelijke stand van zaken. De geregistreerde uitstoot van fijn stof is letterlijk naar beneden gerekend. Het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van fijn stof nam de laatste jaren toe. Wat is er zo schadelijk aan fijn stof? Dat is juist dat element zwart of bruin stof of roet. Een gedeelte van die 40 microgram van bv. het verkeer bestaat uit roet. Dit is afkomstig van dieselmotoren. Een tamelijk klein gedeelte daarvan is ultrafijn stof, PM2.5. Maar het fijn stof uit houtkachels bestaat voor 90% uit (ultra)fijn stof. Daarom is het zo onjuist wanneer gemeenten de norm voor fijn stof naar PM10 (40 microgram) hanteren voor de uitstoot van houtkachels. Dat bestaat immers bijna uitsluitend uit het meest schadelijke gedeelte van fijn stof.

Door medische onderzoekers ook wel aangeduid als: killer. Er zijn in de buurt van één houtkachel extreem hoge waarden van fijn stof gemeten.

Maatregelen tegen de gevolgen van gezellig hout stoken Mag dat allemaal maar? Vuurtje stoken bij de ramen en deuren van de buren? Of een schoorsteenpijp die vlak bij de slaapkamerramen van de buren uitkomt? We kennen de term 'uitroken'. Er zijn mensen die letterlijk hun huizen zijn uitgerookt. Enkele jonge gezinnen uit de stad G. zijn vanwege rookoverlast door open haarden en houtkachels van hun buren de stad ontvlucht. Lange tijd hadden we tegen deze vorm van vervuiling een artikel in de vroegere Bouwverordening (art. 7.3.2). De Bouwverordening is afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam het Bouwbesluit 2012, artikel 7.22. Daarin staat: 'Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op, of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor: a. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid; b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van dit bouwwerk, open erf of terrein; c.

op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid, trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of ... etc.' 4

Bij de presentatie van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) in 2009, is de taak om de regels aangaande houtrook te handhaven door de toenmalige minister naar de gemeenten verwezen. Meer wilde de minister toen niet tegen deze bron van luchtvervuiling ondernemen. De gemeente is volledig aan te spreken op deze bron van overlast. Zij heeft de bevoegdheid op te treden. Dit is vastgelegd in de Gemeentewet artikel 125: '1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. 2. De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitoefent...etc.' In samenhang met afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft een gemeente de wettelijke grond om de rookoverlast aan te pakken. En de gemeente moet de nodige kennis vergaren bij de voorbereiding van een besluit. Awb, art. 3.2

Wat is overlast? Maar dan begint het pas: wat is overlast. Geen wethouder of ambtenaar die enig idee daarvan heeft. Evenmin de onderzoekers van ingenieursbureaus. Die meten of berekenen alleen maar. Vaak fout, maar dan heeft de gemeente tenminste een getal in handen. Ze denkt dan meer te weten. Maar wat weet ze dan? Omdat de gemeente niet weet hoe de verschijnselen te beoordelen, is de conclusie meestal: niets aan de hand. Een mogelijke definitie van overlast zou zijn: Een persoon die aangeeft, dat op enigerlei wijze zijn of haar lichamelijke integriteit wordt aangetast door bepaalde stoffen verspreid in de omgeving die door hun aard de eigenschap bezitten zijn of haar lichaam binnen te dringen en daar schade aan te richten.

Verificatie of bewijs

Vaak heeft zo’n persoon al klachten ontwikkeld, na langere of kortere blootstelling. Daarna wordt de bron van de klachten ontdekt. Die persoon kan dan als volgt te werk gaan: Hij/zij ontdekt de bron van vervuiling, bv. de bron wordt nauwkeurig in de gaten gehouden om de waarschijnlijkheid vast te stellen, dat de stoffen de omgeving en het lichaam van hem/haar binnendringen. Vaak is ook de klager aanvankelijk niet op de hoogte van de schadelijkheid van de gifstoffen in houtrook. Maar na een lange zoektocht wordt er van alles ontdekt. Die schadelijkheid of giftigheid van de componenten van houtrook zijn immers bekend van wetenschappelijke publicaties. Die zijn volop toegankelijk voor iedere burger. Ook is er de neerslag van vroegere acties tegen houtrookoverlast hier en daar te vinden. Door de nieuwe media vindt de klager tegenwoordig zijn lotgenoten. Door onderlinge uitwisseling van gegevens is men uitstekend op de hoogte van de ware aard van houtrook. 5

Wat gebeurt er meestal na het indienen van een klacht? Er zijn verschillende mogelijkheden. 1. De ambtenaren komen niet eens kijken. 2. Ze komen wel kijken, maar zonder enig begrip van houtverbranding en houtkachels. 3. Ze komen kijken zonder dat de geoormerkte houtkachel brandt. Dergelijke bezoekjes duren meestal maar een paar minuten. Vaak denken ambtenaren ook: "Een beetje rook moet kunnen." Terwijl artikel 7.22 Bouwbesluit 2012 nadrukkelijk elk plukje rook in het huis van de buren verbiedt! Dit is daarom zo nadrukkelijk gesteld door de VNG (= Vereniging van Nederlandse Gemeenten), omdat er, volgens de WHO, geen veilige ondergrens is van ultrafijn zwart stof. Het resultaat van de ambtelijke inspectie(s) is, dat het verzoek om handhaving wordt afgewezen. Het stoken gaat met extra elan door. De overheid hoort zowel op de hoogte te zijn van de schadelijkheid van de rook als van de wetgeving in dezen. Maar vaak is ze dat niet en wil dat ook niet zijn. Onbekendheid met de materie zou niet mogen leiden tot afwijzing van de klacht. Weliswaar kan de klager (eiser(es)) hiertegen bezwaar aantekenen bij B&W van de gemeente, maar dat is een lange weg. Na een hoorzitting volgt het besluit van de gemeente. Als dat besluit weer negatief voor de klager is, volgt een gang naar de regionale rechtbank.

Is deze rechtbank het eens met het besluit van B&W, dan rest de gang naar de Raad van State. De Raad van State heeft echter een dubbelfunctie: ze is tevens adviseur van de overheid. Beoordelaar en adviseur is een slechte combinatie. Soms heeft een gemeente, voor de klager aantoonbaar, een onderzoek zo slecht uitgevoerd, dat de rechter het besluit van die gemeente afwijst. Pakt een gemeente de zaak iets gecompliceerder aan en laat ze technici een onderzoek doen, dan wordt die gemeente waarschijnlijk in het gelijk gesteld. Ook al is het onderzoek aantoonbaar vals. Als het technisch iets te ingewikkeld is, dan laat de rechter het afweten. Er wordt dan een oordeel geveld door instanties die daarvoor niet geëquipeerd zijn.

Onderzoek in opdracht van de overheid Er is veel onderzoek gedaan naar de milieueffecten van houtkachels en open vuren. Van 1982 tot 2000 zijn er ettelijke rapporten opgesteld door het ministerie van (vroeger) VROM en ook van I&M. Pas nadat er vanuit de gemeenschap protest kwam tegen de rookoverlast, werden er door de toenmalige minister maatregelen aangekondigd. Van 1997 tot 2004 gold er een typekeuring voor houtkachels. Ze moesten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, anders mochten ze niet worden verkocht. Niet dat het ideale kachels waren, maar de rest was nog veel slechter. Enkele daarvan stootten, ook in het laboratorium, wel 40 gram fijn stof per kg gestookt hout uit, laat staan in de praktijk. Het is waarschijnlijk dat er nog grote aantallen van dergelijke houtkachels in omloop zijn.

6

De goedgekeurde houtkachels hebben alleen in het laboratorium een tamelijk lage uitstoot. Met kunst en vliegwerk kon men dat klaarspelen. In de praktijk gaven ze veel aanleiding tot klachten en nu is bekend dat de uitstoot hoog is van deze kachels. Vanaf 2004 mochten er in Nederland weer alle mogelijke soorten houtkachels worden verkocht. Er worden nauwelijks eisen gesteld . De aanduiding CE zou kwaliteit garanderen, maar heeft alleen betrekking op de brandveiligheid. Voor de uitstoot is het een nietszeggend keurmerk.

Het is ook mogelijk dat de gemeente na klachten onderzoek laat doen Als het de bedoeling van de gemeente is, om de aantasting van de kwaliteit van de lucht vast te stellen, dan kan dat voor de klager goed aflopen. Maar meestal hebben de leden van alle overheden zelf een open haard of houtkachel. En geen van hen heeft weet van de nadelige gevolgen van hun gedrag. En willen dat ook niet weten. Want dan zouden ze maatregelen moeten nemen; de kans dat hun dat kiezers kost willen ze niet eens onder ogen zien. Dat gaat zover, dat ambtenaren onderzoeksbureaus opdracht hebben gegeven onjuiste gegevens in te vullen over de uitstoot van houtkachels. Hiervan zijn voorbeelden te noemen. Dit gedrag bestaat vanouds bij het ministerie van (vroeger) VROM, nu I&M. Daarom liepen Kamervragen van de SP in 2008 op niets uit. Er werd een TNO rapport aan de minister getoond, waarin staat dat de uitstoot van BaP uit houtkachels nauwelijks bijdraagt aan het totaal. Als het ministerie werd benaderd door burgers met vragen over houtrook, dan kregen ze als reactie: "Dat probleem is toch allang achterhaald." Bij het ministerie van I&M zijn in 2009, 2010, 2011 en 2012 alarmerende rapporten over houtrook binnengekomen. Een daarvan is een bundel studies van medici over PM2.5, Black Carbon (B.C.). Hierin wordt B.C. een 'killer' genoemd.

In 2013 besluiten de ambtenaren van I&M niets aan het probleem van hout stoken te willen doen. Dit delen ze mee aan de onderzoeksinstituten in Nederland. Waarop de onderzoeksinstituten besluiten het ministerie niet tegen de haren in te strijken en geen onderzoeksresultaten meer naar buiten te brengen die tegen het 'beleid' van het ministerie ingaan. In de officiële publicaties staan enkele rapporten met aantoonbaar onjuiste gegevens. Tot in de hoogste instanties, ook rechterlijke, wordt hieruit geput. Milieudefensie Groningen heeft al lange tijd voorlichting gegeven over de gevolgen van het verbranden van hout. En tot in de hoogste instanties hiertegen geprotesteerd. De laatste jaren zijn ook een aantal burgers in opstand tegen rookoverlast gekomen. Ze hebben zich enigszins georganiseerd. Onderling worden er kennis en ervaringen uitgewisseld. 7

Klimaat Gebruik van hout als energiebron zou een bijdrage leveren aan de reductie van CO2. Dat is alleen onder zeer stringente voorwaarden het geval. In de eerste plaats moet de totale hoeveelheid bomen niet teruglopen. Herplant moet daarom verplicht zijn. Snoeihout uit de directe omgeving komt hiervoor het meest in aanmerking. Maar alleen grote verbrandingsinstallaties voldoen aan strenge eisen van verbranding. Deze bezitten elektrostatische filters voor de afvang van roet. Kleine houtkachels hebben deze filters niet. Ook de meest geavanceerde modellen, bv. pelletkachels, hebben nog een uitstoot van 25 tot 50 mg fijn stof per m3. Andere kachels zitten daar ver boven. Eigenlijk moet de uitstoot van fijn stof het nulpunt bereiken, niet alleen om de gezondheid van mensen niet te schaden, maar ook omdat het zwarte stof zonnewarmte absorbeert en zo de temperatuur verhoogt. De techniek heeft die nuluitstoot voor kleine houtkachels nog lang niet bereikt.

Daarom zijn houtkachels en ook andere houtvuurtjes af te raden. Niet alleen voor de bebouwde omgeving maar ook daarbuiten; vanwege de stofuitstoot. Het CBS schat het aantal houtkachels in Nederland op 1.297 miljoen eenheden tot 18 kiloWatt (kW). Maar geeft een onzekerheid aan van 50%. We weten het niet. De registratie door TNO is in 2002 gestopt. Tot 1997 waren er ook geen gegevens over de aantallen. Er werden door de handel geen gegevens verstrekt over de verkochte aantallen.

Bij verbranding van hout komt ook methaan vrij. Methaan verwarmt de aarde met een factor 25 meer dan CO2. Het is dus een zwaar broeikasgas. Samen met het zwart stof, roet dus, dat zonnewarmte absorbeert, wordt de temperatuur aanzienlijk verhoogd door methaan. Maar als de roetdeeltjes de hogere luchtlagen bereiken, dan kunnen ze terecht komen op de Noordpool. Daar kleurt het de sneeuw donker, waardoor die extra zonnewarmte absorbeert en sneller smelt. Maak de balans wel goed op, voordat de reductie van CO2 door het gebruik van houtkachels wordt geclaimd.

Nadere inlichtingen: www.groningen.milieudefensie.nl info@houtrook.nl en: houtrookpuntnl@gmail.com

14 december 2016 8

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? Tips van het Kenniscentrum Houtrookoverlast Voor vragen en opmerkingen: mail Martin van Raay: mhvanraay@live.nl.

Inhoud De gemeenteraad is de baas Wet Ruimtelijke ordening (WRO) Wet Aanpak Woonoverlast Neem in de APV een criterium op voor hinder/overlast Geef voorlichting aan gedupeerden Handhaaf de bestaande wetgeving Brief van de gemeente aan de stoker Voorkom belangenverstrengeling Stel raadsvragen Inventariseer het probleem Neem 'houtrookoverlast' op in de Leefbaarheidsmonitor Vraag instanties naar meldingen Open een meldpunt Ga de stad in Organiseer een informatieavond Ga via het Interventiekompas in gesprek met stokers Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij Voorbeelden: Amsterdam; Helmond; Koggenland; Venray Sluit uw gemeente aan bij het Schone Lucht Akkoord Slooppremie voor houtkachels Voorbeelden: Noordwijk; Almelo; Nijmegen; Utrecht Landelijke subsidie op het verwijderen van het rookkanaal Subsidieer de aanschaf van LED-haarden Stookalert = stookverbod Voorbeeld: Amersfoort De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

1/32

Stel geurregels op Stel een registratie- en vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op Pas de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) toe Voer de Urgenda-uitspraak uit Profiteer van het werk van uw partijgenoten - en andersom Overzicht van de belangrijkste updates

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

2/32

De gemeenteraad is de baas Zoals de website Parlement.com HIER meteen in zijn openingszin schrijft: "Sinds 1851 bepaalt de Gemeentewet dat de raad ‘aan het hoofd van de gemeente’ staat, dat de gemeenteraad dus de baas is." Dit blijkt uit de volgende artikelen uit de Gemeentewet:

Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad Artikel 147 1. Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. [...] Artikel 147a 1. Een lid van de raad kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad indienen. [...] Artikel 147b 1. Een lid van de raad kan een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering van de raad geagendeerde ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing indienen. [...] Artikel 149 De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Dit betekent dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) niets kan doen zonder eerst de toestemming van de meerderheid van de gemeenteraad gekregen te hebben, maar het betekent ook dat een gemeenteraadsfractie niet alleen maar passief de teugels in handen heeft ('ja' of 'nee' zegt tegen collegevoorstellen), maar ook actief kan zijn: • moties (voorstellen) kan indienen om het College op te roepen iets te doen (of na te laten); • amendementen (voorstellen tot wijziging) kan indienen om een collegevoorstel te veranderen.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? Tips van het Kenniscentrum Houtrookoverlast beschrijft een aantal actieve manieren die door een gemeenteraadsfractie gebruikt kunnen worden om het probleem van de houtrookoverlast aan te pakken.

Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) In zijn afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast?1 (2022) schrijft N.J. Aalberts over de Wet Ruimtelijke Ordening:

De Wro biedt een gemeente twee instrumenten waarin zij mogelijk maatregelen tegen houtstook overlast kan nemen. Dit zijn de structuurvisie (hoofdstuk 2 Wro) en het bestemmingsplan (hoofdstuk 3 Wro). 1

Dit onderzoek is (nog) niet beschikbaar op internet; het is wel op te vragen bij het Kenniscentrum Houtrookoverlast.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

3/32

De structuurvisie is een inhoudelijk richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente is verplicht één of meer structuurvisies vast te stellen. De structuurvisie bevat hoofdlijnen voor ruimtelijk beleid en geeft tevens aan hoe de gemeente dit verwacht uit te voeren. Het belangrijkste aan de structuurvisie is dat het een beleids- en ontwikkelingskader betreft en geen toetsingskader. Burgers en andere overheden zijn er dus niet aan gebonden, enkel de gemeente zelf. In structuurvisies kan de gemeente bijvoorbeeld opnemen dat zij het gebruik van houtkachels wil doen afnemen door alternatieven aantrekkelijker te maken. De gemeenteraad is verplicht om één of meer bestemmingsplannen vast te stellen voor haar grondgebied. Het bestemmingsplan bestaat uit bestemming en regels. Met de bestemming wordt aangegeven waarvoor een stuk grond gebruikt mag worden. Met het oog op de bestemming worden regels gegeven over het gebruik van de grond en de daar aanwezige en gewenste bouwwerken. In sommige gevallen kan de gemeente optreden tegen het stoken van vuur omdat dit niet past binnen het bestemmingsplan. Het stoken van openhaarden houtkachels en het gebruik van vuurkorven en barbecues vallen echter onder activiteiten die niet worden geregeld in een bestemmingsplan. De APV2 regelt onderwerpen ‘betreffende de huishouding der gemeente’.

De APV heeft betrekking op de bescherming van de woon- en leefomgeving, de bescherming van flora en fauna en het belang van openbare orde en veiligheid. De APV regelt uitsluitend onderwerpen die nog niet in bijzondere wetten zijn geregeld.

Wet Aanpak Woonoverlast De allereerst stap in de aanpak van houtrookoverlast is: kijk in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van uw gemeente of daarin de Wet Aanpak Woonoverlast opgenomen is. De Wet Aanpak Woonoverlast trad in werking op 1 juli 2017 en heeft kort gezegd als doel te voorkomen dat inwoners vanuit hun woning ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaken. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een model-formulering opgesteld en deze is inmiddels al door heel veel gemeenten in hun APV opgenomen, meestal als artikel 2:79. Als de Wet Aanpak Woonoverlast nog niet in de APV van uw gemeente opgenomen is, dan kunt u in de gemeenteraad een motie indienen die de Raad oproept om dit artikel op te nemen. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast heeft hiervoor een voorbeeld-motie geschreven. Het enige dat u nog hoeft te doen, is: de datum, de naam van de gemeente en uw naam invullen. Deze wet (en dus dit artikel uit de APV) is gebaseerd op de Gemeentewet:

Artikel 151d 1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2

APV = Algemene Plaatselijke Verordening.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

4/32

Neem in de APV een criterium op voor hinder/overlast Gemeenten die in de APV de Wet Aanpak Woonoverlast (zie punt 2) opgenomen hebben, blijken volgens een onderzoek van het Algemeen Dagblad (augustus 2018) zelden het betreffende artikel in te zetten tegen woonoverlast. De oorzaak hiervan zal liggen in hetzelfde argument dat gemeenten ook gebruiken om artikel 7.22 uit het Bouwbesluit 2012 niet te handhaven. Dit artikel verbiedt: • het "op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof" te verspreiden en • het "op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal" te verspreiden. Het argument om dit verbod niet te handhaven is dan: "Er bestaan geen landelijke normen voor hinder/overlast door houtkachels, dus we kunnen niet handhaven". Het is dus belangrijk om het College van B&W een instrument (een norm, een criterium) in handen te geven waar het College aan kan toetsen of er sprake is van hinder/overlast door houtstook - net zoals veel gemeenten in de APV normen voor geluidsoverlast opgenomen hebben, want ook op dat gebied bestaan er geen landelijke normen voor particulieren. De Toolkit Je ziet het niet, maar het is er wel geeft in de bijlage (*) een bruikbare suggestie voor een norm die opgenomen kan worden in de APV:

Hinder wordt in wetenschappelijke zin op verschillende, maar vergelijkbare, manieren gedefinieerd. Uit alle definities komt naar voren dat het effect van geur niet alleen hinder is, maar ook de verstoring van gedrag of activiteiten. Dit betekent dat een verstoring van het gedrag, bijvoorbeeld het binnen blijven met gesloten ramen, als gevolg van de blootstelling aan rook, of het treffen van compenserende maatregelen, ook als hinder of overlast moet worden beoordeeld. (* = we kunnen geen betrouwbare link geven naar dit document, omdat het door het Ministerie voortdurend verplaatst wordt en zo nu en dan zelfs helemaal verwijderd wordt. Als u de tekst wilt ontvangen: mail mij en ik stuur hem op. De Toolkit is in 2019 door het Ministerie van I&W aan alle gemeenten gestuurd, dus ook uw gemeente moet erover beschikken. Op 25 mei 2021 was de bijlage HIER te vinden; de Toolkit zelf, voorafgegaan door de aan de gemeenten gerichte brief, was HIER te vinden.) U zou een motie kunnen indienen om het criterium "verstoring van gedrag of activiteiten" in de APV toe te voegen aan het artikel over Woonoverlast.

Geef voorlichting aan gedupeerden Veel gemeenten geven op hun website voorlichting aan stokers: hoe kun je 'goed stoken'. Maar het effect van voorlichting wordt overschat, zo blijkt uit een onderzoek dat Buro Blauw in 2021 uitvoerde voor de gemeente Utrecht:

-

Voorlichting die leidt tot een juiste keuze van een aan te schaffen houtkachel, een goede installatie van die houtkachel en goed stookgedrag van de gebruiker is de meest kosteneffectieve maatregel voor het verminderen van de negatieve effecten van particuliere houtstook op de luchtkwaliteit. Het effect van voorlichting op de emissies van houtkachels is evenwel onzeker.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

5/32

-

Door voorlichting over installatie en stookgedrag kan de geuremissie gereduceerd worden. De effectiviteit van deze maatregel is evenwel onzeker, omdat niet bekend is in hoeverre houtstokers adviezen opvolgen.

"Onzeker" is mild uitgedrukt als je leest wat een onderzoek van de Australische tegenhanger van ons Astmafonds in 2013 uitwees over het effect van voorlichting op het gedrag van houtstokers:

A 1999 survey in Armidale reported that 52% of residents with wood heaters believed the statement "emissions from open fires and solid fuel heaters contain substances harmful to humans" was false, 24% said it was true, and the remainder were unsure. This was despite a $46,000 wood smoke education program by the NSW EPA in Armidale acouple of years earlier. Voorlichting aan stokers heeft dus weinig zin: ze geloven vaak niet eens wat je ze vertelt. En als ze het wel geloven, dan is het nog maar helemaal de vraag wat het effect daarvan is op hun stookgedrag. Waar wél behoefte aan is en wat wél een positief effect heeft, is voorlichting aan gedupeerden: wat kun je doen als je overlast ondervindt van houtstokende buren? Bijna geen enkele gemeente verstrekt die informatie, zodat veel gedupeerden niet eens wéten dat het veroorzaken van houtrookoverlast verboden is. Laat staan dat ze handhaving van dat verbod eisen. Zo blijft de overlast bestaan. Een gemeenteraadsfractie kan aan die ongelijke voorlichting een eind maken door een motie in te dienen die B&W oproept om ook voorlichting te geven aan gedupeerden. Op de gemeentelijke website, in huis-aan-huis-bladen, via een folder etc. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast zal, op basis van de in de loop der jaren verzamelde kennis, graag een voorbeeld-tekst aanleveren.

Handhaaf de bestaande wetgeving Sommige gemeenten zeggen dat ze geen instrumenten hebben om houtrookoverlast aan te pakken en weigeren dus handhavend op te treden bij overlast. Als uw gemeente er ook zo over denkt, dan kunt u B&W erop wijzen dat andere gemeenten wél handhavend optreden. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast kan hier een lijstje van geven en heeft ook een uitgebreid overzicht van de jurisprudentie. Wetten en regels die door een gemeente ingezet kunnen worden om een stookverbod op te leggen, zijn bijvoorbeeld: • Bouwbesluit 2012 (art. 7.22 en diverse andere artikelen); • Woningwet (art. 1a); • Wet Milieubeheer (WM) (art. 5.6, 1e lid e.v.; te gebruiken tegen het verbranden van afval); • Wet Aanpak Woonoverlast (in de APV); • verbod vuur te stoken (in de APV, te gebruiken tegen vuurkorven etc.). Ook het nogal eens gehoorde argument dat de gemeente niet achter de voordeur mag komen om bijvoorbeeld te controleren of er afval verbrand wordt, is onjuist. Zo goed als elke APV bevat het volgende artikel:

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

6/32

Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Kortom: ook in de huidige situatie is handhaven mogelijk. U kunt dus een motie indienen die B&W oproept om de bestaande mogelijkheden tot handhaving te gebruiken. Aan zo'n motie kunnen de volgende overwegingen ten grondslag liggen: • inwoners hebben recht op gezonde lucht; • de vrijheid van de één mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander (premier Mark Rutte, 21 april 2020); • een door een gedupeerde aangespannen handhavingsprocedure gaat de gemeente veel tijd en geld kosten, want gedupeerden procederen na een afwijzing van hun handhavingsverzoek door tot aan de Raad van State (en het Kenniscentrum Houtrookoverlast helpt hen daarbij, als dat nodig is).

De allereerste stap in het handhavingstraject is dat de gemeente, na een melding, klacht of handhavingsverzoek, een brief stuurt aan de stoker, waarin men de stoker erop wijst dat er een klacht over zijn stookgedrag is binnengekomen, dat de stoker aan die overlast onmiddellijk een eind moet maken en maatregelen moet treffen om te voorkomen dat er overlast opnieuw ontstaat en dat, als de stoker dit niet doet, men een bestuursrechtelijke procedure zal starten. Ook kan de gemeente laten weten dat, als de overlast voortduurt, men de stoker een last onder dwangsom zal opleggen, wat betekent dat de stoker een boete krijgt als de overlast niet ophoudt. De ervaring leert dat zo’n brief vaak een eind maakt aan de overlast. Omdat dergelijke brieven over het algemeen niet gepubliceerd worden op internet en er, als de overlast stopt, geen rechtszaak volgt, zijn veel gemeenten niet op de hoogte van hoe goed dit middel werkt en dus denken ze dat er niet succesvol opgetreden kan worden tegen stookoverlast, maar dat is dus echt een misvatting. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast beschikt over diverse van deze brieven; u kunt ze bij ons opvragen, zodat u uw gemeente kunt wijzen op deze effectieve (want: snelle en goedkope) optie.

Voorkom belangenverstrengeling De ervaring van het Kenniscentrum Houtrookoverlast leert dat handhavingsambtenaren opvallend vaak zelf een houtkachel stoken. En dan het probleem bagatelliseren en weigeren handhavend op te treden. Hoewel precieze cijfers ontbreken (houtkachels hoeven niet geregistreerd te worden), is het een veilige aanname dat op dit moment (stand van zaken: augustus 2020) in 25% van de huishoudens hout gestookt wordt en/of 's zomers regelmatig een vuurkorf of iets dergelijks aangestoken wordt. Dan is het opvallend dat in alle drie de handhavingsprocedures die wij zeer intensief begeleidt hebben sprake was van een handhavingsambtenaar die zélf een houtkachel stookte: dat is 100%! In de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) staat:

Artikel 2:4 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

7/32

2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Dit betekent dat personen die zelf een houtkachel stoken of regelmatig een vuurkorf aansteken eigenlijk niet betrokken mogen zijn bij een handhavingsprocedure die gaat over overlast door een houtkachel of een vuurkorf, want dan ontstaat al snel minimaal de schijn van vooringenomenheid en/of persoonlijk belang en dat is via dit artikel verboden. U kunt een motie indienen dat B&W erop toeziet dat belangenverstrengeling voorkomen wordt door AWB art. 2:4 strikt na te leven, dat wil zeggen: dat er bij de besluitvorming in een handhavingsprocedure rond houtrookoverlast geen personen betrokken zijn (van de handhavingsambtenaar tot en met de burgemeester) die zelf hout stoken. Overigens: in twee van de zaken die hierboven aangehaald worden, is na hoger beroep duidelijk geworden dat de betreffende ambtenaar inmiddels niét meer in deze functie werkzaam is. Kennelijk hebben beide gemeenten besloten voortaan het zekere voor het onzekere te nemen en niet langer het risico te lopen dat een bestuursrechter op grond van belangenverstrengeling een collegebesluit vernietigt.

Stel raadsvragen Eén van de manieren om als raadsfractie aandacht te vragen voor een probleem (en falend beleid aan de kaak te stellen) is: raadsvragen stellen. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast beschikt over een groot aantal raadsvragen die door diverse partijen in diverse gemeenten gesteld zijn over houtrookoverlast. Ook over biomassacentrales zijn al op diverse plaatsen raadsvragen gesteld. In één geval (Den Haag) hebben zulke vragen zelfs geleid tot het aftreden van een burgemeester: in 2019 moest burgemeester Krikke aftreden nadat er in de Raad kritische vragen gesteld waren over de vreugdevuren op het strand van Scheveningen. Deze vragen werden onder andere ingegeven door het feit dat het Kenniscentrum Houtrookoverlast de raadsfracties geïnformeerd had over het illegale karakter van die vuren. Raadsvragen die u kunt stellen, zijn bijvoorbeeld: Is het College het eens met de fractie van [naam van uw partij] dat iedereen in [naam van uw gemeente] recht heeft op schone lucht? Worden er metingen verricht om de luchtkwaliteit in onze gemeente vast te stellen? Zo niet: bent u bereid zo'n onderzoek te laten uitvoeren? Indien niet: waarom niet? Hoeveel klachten en meldingen over houtrookoverlast (zowel van open haarden en houtkachels alsook van apparaten als tuinhaarden, vuurkorven en vuurschalen) zijn er de afgelopen 5 jaar binnengekomen? Graag uitgesplitst naar jaar.

N.b.: in het hoofstuk Vraag instanties naar meldingen van dit bestand ziet u bij welke instanties er allemaal klachten kunnen binnenkomen, dus beperk u niet tot de klachten die binnenkomen op het gemeentehuis. Is bekend of deze inwoners knelpunten of barrières hebben ervaren bij het maken van hun melding/klacht? Hoeveel van deze klachten/meldingen zorgen voor escalaties tussen bewoners onderling? Hoe vaak is buurtbemiddeling ingezet en ziet de gemeente toe op het proces? Is in voorkomende gevallen sprake geweest van mediation, tussen buren, door de gemeente? Hoeveel handhavingsverzoeken komen er jaarlijks binnen in verband met houtrookoverlast?

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

8/32

-

Kan het College ons vertellen wat de kosten zijn van de afwijzing van een handhavingsverzoek (met het oog op bezwaar, beroep, hoger beroep) en wat de kosten zijn van het opleggen van een stookverbod? Hoe worden klachten over en meldingen van houtrookoverlast behandeld? Als een handhavingsverzoek? Hoeveel woningen/bedrijfspanden in onze gemeente worden verwarmd met hout(producten)? Graag onderverdeeld in hoofd- en sfeerverwarming. Als dat onbekend is: bent u bereid een inventarisatie uit te voeren? Als het College inzet op voorlichting, kunt u dan aangeven welk concrete effecten dat inmiddels heeft? Wat is op dit moment het beleid in onze gemeente ten aanzien van houtrookoverlast? Is het college bereid om een verbod op open haarden en houtkachels te onderzoeken, net als de gemeente Amsterdam? Zo nee, waarom niet?

Behalve deze specifieke vragen kunt u uiteraard ook iets algemenere vragen stellen, zoals: Is het College bekend met hoeveel mensen er in Nederland jaarlijks voortijdig overlijden als gevolg van de herhaalde blootstelling aan houtrook; hoeveel doden zijn dat, omgerekend, in onze gemeente? TIP: zet de raadsvragen ook op uw website, zodat iedereen kan zien waar u in de gemeenteraad aan werkt. Stuur ook een persbericht naar lokale en regionale media - met een beetje geluk nemen ze het bericht over en dat is mooie (en gratis!) publiciteit voor uw partij.

Inventariseer het probleem Als B&W en de andere partijen in de gemeenteraad er niet van overtuigd zijn dat houtrookoverlast een probleem is in uw gemeente, dien dan een motie in die B&W oproept om een inventarisatie uit te voeren, om de omvang van het probleem in kaart te brengen. Het beste kan zo'n inventarisatie gebeuren door alle inwoners persoonlijk een brief te sturen, maar een oproep in hetzelfde huis-aan-huisblad waarin de gemeente zijn raadsvergaderingen aankondigt en besluiten publiceert, is een goed begin. Een oproep op de gemeentesite is geen goed idee, want zo goed als niemand kijkt regelmatig op de website van zijn gemeente, dus zo'n oproep zal nauwelijks reacties opleveren.

Neem 'houtrookoverlast' op in de Leefbaarheidsmonitor Veel gemeenten houden jaarlijks een onderzoek onder een representatief gedeelte van de inwoners naar de leefbaarheid in de gemeente; vaak heet dit onderzoek 'leefbaarheidsmonitor', maar het kan ook een andere naam hebben. De ervaring van het Kenniscentrum Houtrookoverlast leert dat in zulke onderzoeken het onderwerp 'overlast door houtstokende buren' vaak niet voorkomt als probleem dat de inwoners kunnen aanvinken. Als je er niet naar vraagt, zul je ook niet te weten komen hoe groot het probleem is. Omdat leefbaarheidsonderzoeken vaak de basis vormen voor het beleid in een gemeente, is het zinvol om in zo'n onderzoek ook te vragen naar ervaren overlast door houtstook. U kunt dus een motie indienen om dit probleem in de leefbaarheidsmonitor op te nemen. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

9/32

Vraag instanties naar meldingen Een houtrookgedupeerde heeft geen idee waar hij terecht kan met een klacht over zijn houtstokende buren. De één belt de politie, de ander mailt de GGD, een derde doet niets, want weet niet waar hij moet aankloppen. Om een redelijk idee te krijgen van hoe vaak het probleem zich in uw gemeente voordoet, kunt u alle instanties waar inwoners zich toe zouden kunnen wenden, vragen hoe vaak ze een overlastmelding krijgen: • gemeente; • politie; • brandweer; • GGD; • wijkteams; • Buurtbemiddeling; • Mediation; • woningbouwverenigingen en woningbouwcorporaties; • bewonerscommissies en huurcommissies (i.v.m. huurhuizen). Daarnaast is er een aantal landelijke websites waar inwoners een melding kunnen doen: • Meldpunt houtrookoverlast; • Stop de houtstook; • Stichting Houtrookvrij; • Milieuklachten.nl; • Longfonds; • GGD Leefomgeving; • Het Schone Oosten. (Deze lijst is niet volledig; dit zijn de bekendste en langst bestaande websites.)

Open een meldpunt Een andere manier om erachter te komen hoeveel personen in uw gemeente houtrookoverlast ondervinden, is: open zelf een meldpunt. Dit doet u heel simpel door aan uw website een pagina toe te voegen met een antwoordformulier. Kondig dit meldpunt aan via een persbericht dat u stuurt naar alle lokale en regionale media en u bent verzekerd van gratis publiciteit voor het meldpunt én voor uw partij. Dit soort acties kan uw partij bij de volgende raadsverkiezingen aan merkbaar meer stemmen helpen er zijn gevallen bekend waarin een partij dankzij één zo'n actie zó groot werd dat hij in het College opgenomen werd. U kunt uiteraard gedupeerden ook oproepen om u als raadslid meldingen te e-mailen, maar realiseert u zich dan dat alle berichten die via de griffie aan de gemeenteraad gestuurd worden, gelezen worden door of namens de burgemeester; zoals geregeld in de Gemeentewet:

Artikel 74 1. Alle aan de raad of aan het college gerichte stukken worden door of namens de burgemeester geopend.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

10/32

Als u het niet op prijs stelt dat het College aan u gerichte hartekreten leest, dan kunt u op de website van uw partij uw eigen e-mailadres vermelden, zodat gedupeerden u rechtstreeks kunnen bereiken. Nadat u een aantal meldingen verzameld hebt, hebt u voldoende munitie om kritische vragen te stellen aan B&W, zoals: • is het College op de hoogte van de omvang van dit probleem? • zo nee: hoe komt dat? En wat is het College van plan daaraan te gaan doen? • wat gaat het College doen om het probleem aan te pakken?

Ga de stad in De beste manier om in gesprek te komen met de inwoners is nog altijd: ga de stad in! Zet een tafeltje neer in een winkelcentrum, hang de partijvlag eraan, zet er een stoepbord naast met daarop groot: "Houtrookoverlast", zorg dat alle fractieleden en een aantal bestuursleden het standje bemannen en de verhalen zullen binnenstromen. Hou er wel rekening mee dat er personen zullen zijn die ook andere problemen aankaarten, dus zorg voor voldoende pennen en papier om aantekeningen te maken en volg die aantekeningen op door contact op te nemen met de inwoners die een opmerking achterlieten. Zichtbare aanwezigheid in de stad, duidelijk laten merken dat je niet alleen praat in de Raad, maar ook met de Straat, zorgt altijd voor veel goodwill onder de bevolking. En het is een mooie manier om buiten verkiezingstijd je programma onder de aandacht te brengen.

Organiseer een informatieavond Iets dat altijd goed aanslaat bij de inwoners is: een informatieavond. Dit kun je als partij in je eentje organiseren, door een zaaltje te huren, maar het mooiste is als het door meerdere raadsfracties samen gedaan wordt. Zo'n gezamenlijke informatieavond kan dan in de raadszaal gehouden worden en heeft als voordeel dat ook de andere fracties, die niet bij de organisatie betrokken zijn, aanwezig zullen zijn, want zo'n groot evenement, daarop kun je niet ontbreken, ook al heb je het niet zelf georganiseerd. Op een informatieavond kun je externe deskundigen uitnodigen voor een presentatie. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast beschikt over de adressen van enkele deskundigen die al eens een presentatie gehouden hebben op een informatieavond. Reiskosten voor zulke externe deskundigen kunnen vergoed worden uit het fractiebudget: het budget dat een raadsfractie vanuit de gemeente ter beschikking gesteld krijgt voor fractiedoeleinden. Uiteraard is er ook ruimte voor een presentatie vanuit de gemeente: een ambtenaar/wethouder kan uitleggen hoe vaak het probleem zich voordoet en wat de mogelijkheden zijn om het aan te pakken. En het belangrijkste gedeelte is natuurlijk: inwoners kunnen hun ervaringen vertellen en vragen stellen aan de deskundigen en de ambtenaar/wethouder.

Reserveer voor deze vragen veel tijd, want de ervaring leert dat als er eenmaal een paar vragen gesteld zijn, de rest van de aanwezigen ook hun angst verliezen en dan blijkt dat dit het meest productieve deel is van de avond, dus voorkom dat je het uit tijdgebrek moet afkappen. Na zo'n avond heeft de gemeenteraad meestal voldoende informatie om een raadsdebat te voeren over het onderwerp. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

11/32

Ga via het Interventiekompas in gesprek met stokers Het Interventiekompas is een instrument, ontwikkeld door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Zoals de bijbehorende site zegt:

Het helpt je om stapsgewijs de motieven voor het wel of niet naleven van regels in kaart te brengen en biedt op basis van je analyse oplossingsrichtingen. Het instrument is een gestructureerde vragenlijst waarmee jij met de doelgroep zelf of met mensen die de doelgroep kennen in gesprek kunt gaan en in vier stappen kunt achterhalen waarom een bepaalde groep zich niet (of wel) aan de regels houdt. Deze inzichten geven jou de ‘knoppen om aan te draaien’ om het gewenste gedrag te stimuleren. Daarbij geeft het InterventieKompas ter inspiratie voorbeelden van (gedrags)interventies die je kunt gebruiken voor een passende aanpak. Het instrument is gemaakt volgens de laatste inzichten binnen de gedragswetenschap. Op een webpagina met een terugblik op het Schone Lucht Jaarcongres (30 mei 2022) lezen we:

Ervaringen Helmond CCV vertelde onder meer over de ervaringen van de gemeente Helmond, die het Interventiekompas al heeft gebruikt om goed in gesprek te kunnen gaan met stokers in een woonwijk met veel houtstookoverlast. De gemeente heeft een training bij het CCV gevolgd. Bij die training zijn het probleem en de doelgroep geanalyseerd en is de koers bepaald om gewenst gedrag te bevorderen. Een belangrijk leerpunt van Helmond is dat het effectief is om samen te werken [met] de wijk. Sinds deze wijkaanpak zijn er minder overlastmeldingen. Maar de webpagina waarschuwt ook voor te hoge verwachtingen:

Bewustwording niet genoeg Bewustwording betekent niet meteen gedragsverandering. Als mensen zich bewust zijn van de gevolgen van houtstook, betekent dit niet dat het gedrag daadwerkelijk verandert. Weten hoe je mensen die hout stoken zover krijgt dat ze hun gedrag aanpassen en de regels naleven? Het Interventiekompas biedt inzicht in gedragsinterventies die je kunt inzetten om gewenst gedrag wél te bevorderen. Kortom: het Interventiekompas is geen tovermiddel. Maar omdat stokers, in tegenstelling tot voorlichting in een wijkkrant of op een website, persoonlijk aangesproken worden, is de kans op gedragsverandering groter dan bij voorlichting.

Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij Als uit bovenstaande inventarisatie gebleken is dat houtrookoverlast in uw gemeente een serieus probleem is, of zelfs als dat niet gebleken is, maar wel veel personen de wens geuit hebben dat er een einde komt aan houtstook (bijvoorbeeld uit milieu- of klimaatoverwegingen), dan kunt u een motie indienen die bepaalde wijken of de hele gemeente uitroept tot houtrookvrij gebied. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

12/32

Er zijn al diverse gemeenten die hieraan denken (Amersfoort, Amstelveen, Amsterdam, Emmen, Groningen, Rotterdam, Utrecht en Veenendaal), want ambtenaren, wethouders en burgemeesters die zeggen dat zo'n verbod helemaal niet kan, vergissen zich. Zoals een ambtenaar van Utrecht het eens verwoordde: "Als je het centrum kunt sluiten voor oude dieselauto's, dan kun je ook houtkachels verbieden". Dit is nu typisch iets waar de APV voor bedoeld is: het oplossen van plaatselijke problemen als er geen landelijke wetgeving is - zoals een lachgasverbod, dat veel gemeenten ingevoerd hebben. Een verbod op houtstook is strijdig met geen enkele landelijke wetgeving, dus is prima te verwezenlijken. Voor een gemeente die groeien wil, is het zelfs aan te raden, want wie wil er nu niet verhuizen naar een houtrookvrije gemeente? In het in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgestelde rapport Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken (2022) zegt Royal HaskoningDHV:

In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kunnen regels worden gesteld aan buitenstook. Nu staan daar reeds regels in gericht op het verbod afvalstoffen te verbranden en het voorkomen van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Maar er kan ook gedacht worden aan introductie van een verbod op stoken bij windstil weer. Eind 2020 maakte Helmond bekend dat men, in het kader van het proefproject "houtstookarme/ houtstookvrije wijken" (uit het Schone Lucht Akkoord), gaat onderzoeken of de nieuwbouwwijk Brainport Smart District (BSD) houtstookarm gemaakt kan worden. In april 2021 maakte Amsterdam bekend een verbod op open haarden en houtkachels te overwegen. Als voorbeeld van een eerste stap naar een houtrookvrije gemeente kunt u de APV (2021) van de gemeente Venray gebruiken (belangrijke punten zijn hier rood geaccentueerd):

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 Overlast 1. In dit artikel wordt verstaan onder schoon stookhout: hout, alsmede speciaal voor het gebruik in open haarden en houtkachels bestemde, in de handel verkrijgbare brandstoffen. Niet als stookhout wordt aangemerkt: verlijmd, ondergedompeld, geïmpregneerd en/ of gelakt hout, hardboard, MDF, tri- of multiplex, dakleer, kunststoffen, e.d. 2. Het is van 1 september tot en met 31 mei verboden in, op, of aan een bouwwerk, voorwerpen of stoffen te plaatsen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, waardoor: a. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de omgeving; b. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, rook, roet of walm wordt verspreid; c. brand of ander gevaar wordt veroorzaakt. 3. Het verbod uit lid 1 geldt in elk geval indien: a. het windstil en/of mistig is; b. er geen schoon stookhout wordt gebruikt; c. het schone stookhout een vochtigheidspercentage heeft van meer dan 20%.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

13/32

4.

Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde milieuwet van toepassing is.

De APV van Koggenland bevat (op punt 3a (dat ontbreekt) na) dezelfde bepaling. Een nog duidelijker definitie van schoon stookhout zou zijn: "Hout, dat geteeld en verkocht is als haardhout, wat blijkt uit een op verzoek te produceren factuur". Hiermee is nog beter afgedekt dat er geen afval gestookt wordt. Bij het ontbreken van een factuur kan aangenomen worden dat er sprake is van afvalhout en kan er een bekeuring opgelegd worden. Je kunt nog een stap verder gaan en eisen dat het haardhout een FSC-certificaat heeft. De eis van een factuur is niet vreemd: wie (bijvoorbeeld als ZZP'er) een privé-auto ook voor de zaak gebruikt, moet voor de fiscus voor het zakelijk gebruik van de auto een sluitende kilometeradministratie overleggen, die onderbouwd is met tankbonnetjes en garagerekeningen. Een bijkomend voordeel van deze definitie is dat je woning verwarmen met in de detailhandel verkrijgbaar haardhout duurder is dan je woning verwarmen met een cv op aardgas - waarmee één van de smoezen om hout te stoken ("Gas is te duur") wegvalt. Aan punt 3 van dit artikel uit Venray zou toegevoegd kunnen worden: d. er sprake is van een RIVM staakalert. Zie hiervoor punt 15. Stookalert = stookverbod.

Sluit uw gemeente aan bij het Schone Lucht Akkoord Sinds 2019 maakt het Schone Lucht Akkoord het nemen van maatregelen tegen houtrookoverlast nog veel gemakkelijker: elke gemeente kan zich bij dit akkoord aansluiten en gebruikmaken van de subsidie die binnen dit SLA beschikbaar is voor maatregelen om de lucht daadwerkelijk schoner te maken. Dus ook hiervoor kunt u een motie indienen: aansluiting bij het SLA. Het Kenniscentrum Houtrookoverlast heeft hier een voorbeeld-motie voor geschreven, inclusief motivering. Deze motie + toelichting is op te vragen bij mhvanraay@live.nl. Als uw gemeente aangesloten is bij het SLA, dan zullen houtrookoverlastmeldingen die gedaan worden op de site van Stookwijzer automatisch doorgegeven worden aan uw gemeente. Als uw gemeente (nog) niet aangesloten is bij het SLA, dan kunnen meldingen op de site van Stookwijzer toch automatisch doorgegeven worden aan uw gemeente. Hiervoor moet de gemeente zich dan aanmelden via schoneluchtakkoord@minienw.nl. Zo houden ook niet-aangesloten gemeenten zicht op overlast en klachten en kunnen ze actie ondernemen bij herhaalde overlast. En denk nu niet: “Die beschikbare subsidie zal wel op zijn; ons project maakt geen kans meer”, want op 2022-09-29 meldde gemeente.nu dat veel gemeenten het subsidiebudget voor een groot deel links laten liggen.

Met andere woorden: ook voor uw project is er zeer waarschijnlijk nog geld beschikbaar! Op de webpagina van het schone Lucht Akkoord is te lezen dat in 2021 de volgende projecten op het gebied van houtstook een Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA) ontvangen hebben: Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

14/32

• Utrechtse Stook Standaard, gemeente Utrecht • Gebiedsgerichte aanpak houtrook, gemeente Maastricht • Houtstook, gemeente Rotterdam • Pilot houtstookarme wijk, gemeente Helmond • Houtstook, gemeente Eindhoven • Houtstook, onderzoek en alternatief lespakket kampvuur, gemeente Den Haag • Project houtstook, gemeente Nijmegen • Campagne verantwoord stoken en barbecueën, gemeente Amsterdam

In 2022 ontvingen de volgende projecten op het gebied van houtstook een SpUk SLA:

• Houtstook communicatie - werken aan een betere luchtkwaliteit en gezondheidswinst, gemeente Deventer • Communicatiecampagne houtstook, gemeente Utrecht • Voorlichting tegen houtstookoverlast, gemeente Nijmegen

Slooppremie voor houtkachels Eén van de maatregelen die u als gemeenteraad kunt nemen in het kader van het SLA is een slooppremie voor houtkachels. Stel in de voorwaarden dan wel duidelijke eisen, zoals: de premie wordt alleen uitgekeerd bij vernietiging van een houtkachel, gecombineerd met de aanschaf van een warmtepomp of bijv. een hybride of elektrische kachel. Als u zulke voorwaarden niet stelt, loopt u de kans dat handige houtstokers een oude houtkachel vervangen door een nieuwe, zo eentje waarvan de kachelverkopers beweren dat hij "veel schoner" is dan die oude kachels. Op die manier blijft de overlast bestaan en subsidieert u hem nog ook, wat niet de bedoeling zal zijn. Zie hieronder bij het voorbeeld uit Utrecht, waar men deze fout aanvankelijk maakte, maar uiteindelijk corrigeerde. Een andere fout die gemakkelijk gemaakt wordt, is dat de premie ook geldt bij het plaatsen van een filter of een katalysator - Almelo, Noordwijk en Nijmegen maakten die fout. Waarom u beter niet kunt kiezen voor het subsidiëren van filters en katalysatoren, staat duidelijk in het rapport (Kosten)effectiviteit en toepasbaarheid maatregelen particuliere houtstook dat Buro Blauw in 2021 schreef in opdracht van de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13037615/1