CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief RBG 11 september 2025 Vaststelling begroting Regionale Belasting Groep 2026

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen14.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: Aan: Cc: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

Sijnesael, Andre Griffie gemeente Schiedam Vaststelling begroting Regionale Belasting Groep 2026 donderdag 11 september 2025 13:36:07 image001.png Begroting Regionale Belasting Groep 2026 vastgesteld wg.pdf

Geachte leden van de raad, Op grond van artikel 30, lid 8 van de gemeenschappelijke regeling RBG deel ik u mede dat het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep op 11 september 2025 de begroting voor het jaar 2026 heeft vastgesteld. Bijgaand treft u de vastgestelde begroting aan. Deze wordt nu ter beoordeling aangeboden aan gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland,

Met vriendelijke groet, André Sijnesael Adviseur bestuur & beleid Regionale Belasting Groep

Postbus 923, 3100 AX SCHIEDAM Bezoekadres: Spoorstraat 7, Schiedam I. www.derbg.nl

Begroting 2026

Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 923 3100 AX Schiedam _______________________________________________________________________

Begroting Regionale Belasting Groep 2026

Inhoudsopgave Inleiding

2

Beleidsbegroting Algemeen Ontwikkelingen Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Ontwikkelingen reeds verwerkt in vorige meerjarenbegroting Actuele ontwikkelingen verwerkt in de nieuwe meerjarenraming Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2026-2030 Ontwikkelingen te bekostigen uit de bestaande begroting

4 4 6 6 7 8 10

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Paragrafen Inleiding Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen

14 14 14 17 18 21

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

Financiële begroting Financiële kaders Reserves Financiële mutaties Staat van baten en lasten programma heffen en invorderen Begroting naar kosten- en opbrengstsoorten Geprognosticeerde balans

22 22 23 25 28 29 30

4.

Meerjarenperspectief 2026-2030

31

5.

Verdeelsleutel en bijdragen deelnemers Verdeelsleutel Bijdragen deelnemers BTW Compensatie

33 33 36 36

Vaststelling

37

Overzicht baten en lasten per taakveld Kerngegevens en prestatie-indicatoren Kerngegevens Prestatie-indicatoren

38 39 41 41 42

1. 1.1. 1.2. 1.2.1. 1.2.2. 1.2.3. 1.2.4. 1.2.5. 2.

3.

5.1. 5.2. 5.3. 6. Bijlagen: I. II. II.a. II.b..

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 1

10

Inleiding De voorliggende begroting 2026 RBG is opgebouwd vanuit de jaarschijf 2026 van de conversie van de meerjarenbegroting 2025-2029, zoals vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 5 december 2024. Tot en met 2024 volgde de RBG met goedkeuring van de provincie voor de opmaak van de financiële stukken, de zogenaamde Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW). Dit omdat de oorsprong van de RBG bij de waterschappen ligt. De RBG volgt met ingang van de conversiebegroting 2025 het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Volgens de begrotingsprocedure uit de gemeenschappelijke regeling moet het algemeen bestuur van de RBG vóór 15 september 2025 de begroting 2026 vaststellen. Om de deelnemers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken, moet de ontwerpbegroting twaalf weken voor vaststelling aan hen worden toegezonden. Na vaststelling in het AB wordt de begroting naar de deelnemers en naar de provincie gestuurd. In deze begroting 2026, zijn de ontwikkelingen (hoofdstuk 1) bij onze deelnemers en de Rijksoverheid en alle overige ontwikkelingen verwerkt in de jaarschijf 2026 en ook in het meerjarenperspectief 2026-2030.

In deze begroting 2026 is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Kaderbrief 2025, zoals deze is vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 21 maart 2025 en ook met de uitkomsten van de jaarrekening 2024. Diverse onderzoeken die met gemeenten zijn besproken in het kader van mogelijke kostenreducties of opbrengstverbeteringen, moeten nog worden opgestart of afgerond. De nu doorgevoerde wijzigingen op de jaarschijf 2026 worden in deze begroting nader toegelicht. Hoofdstuk 2 (de paragrafen) is een verplicht onderdeel van het BBV. In hoofdstuk 3 is de financiële begroting van het programma heffen en invorderen van belastingen nader beschreven volgens de BBV en inclusief een (verplichte) geprognosticeerde balans. De hoofdstukken 4 en 5 betreffen de meerjarenbegroting 2026-2030 en de toelichting op de verdeelsleutels van de netto kosten over de deelnemers. Toetreding gemeente Zuidplas In het algemeen bestuur van 16 mei 2025 wordt het toetredingsverzoek van de gemeente Zuidplas tot de RBG per 1-1-2026 behandeld aan de hand van het bedrijfsplan 2025. In deze begroting 2026 zijn de financiële consequenties van deze toetreding al verwerkt. Ook zijn de verdeelsleutels van de netto kosten over de bestaande deelnemers en de gemeente Zuidplas aangepast.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 2

Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf boekjaar 2025 moet het dagelijks bestuur van de RBG een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening opnemen. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht in hoeverre de RBG rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft met ingang van het boekjaar 2025 dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te ondersteunen tussen het algemeen- en het dagelijks bestuur over de (financiële) rechtmatigheid. Het doel hiervan is om de kaderstellende en controlerende rol van het algemeen bestuur op dit vlak te versterken. Het is daarnaast de verwachting dat dit een kwaliteitsimpuls zal geven aan de interne processen en beheersing, zodat het dagelijks bestuur kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem. Ook is de verwachting dat er meer vooruitgekeken gaat worden naar het oplossen van onrechtmatigheden, omdat he dagelijks bestuur ook beheersmaatregelen moet formuleren.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 3

1

Beleidsbegroting 2026

1.1. Algemeen Wat zijn de missie en de visie van de RBG? Missie

De RBG is een belastingsamenwerking tussen het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De RBG maakt het mogelijk om het heffen en innen van lokale belastingen en waardering van objecten op een betrouwbare, doelmatige en klantgerichte wijze uit te voeren. De medewerkers van de RBG leveren kwaliteit en hebben oog voor vernieuwing. Visie Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument “De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen” vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van onze werkzaamheden. Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. We zullen onze klanten altijd centraal stellen.

Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in vakkundige en bevlogen medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien met inliggende gemeenten binnen de beheersgebieden van onze twee waterschappen. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er financieel voordeel te behalen. Groei is vanuit de grootte van de organisatie en robuustheid geen must. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten altijd een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen.

Hij hoeft dan maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 4

We werken samen met andere belastingorganisaties om ook kosten gezamenlijk te dragen. Zo kunnen wij profiteren van (elders) ontwikkelde best practices. Tevens werken wij samen met onze gemeentelijke deelnemers bij het bepalen van de oppervlakte van woningen. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden zelf niet meer uitvoeren. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten gebeurt kosteloos. Met de deelnemende gemeenten zijn hiervoor werkafspraken opgesteld. De RBG heeft in de afgelopen jaren de nodige nieuwe activiteiten uitgevoerd zonder dat daarvoor extra kosten werden opgenomen in de begrotingen. Wij kunnen dit doorvoeren omdat we er steeds in slagen om efficiencyverbeteringen te realiseren. De wijze waarop de RBG de efficiency realiseert is divers. Voorbeelden daarvan zijn: • • • • •

Doorlopende aandacht voor procesoptimalisatie; Gebruikmaken van klantreacties; Flexibele inzet van personeel; Afsluiten van convenanten; Realiseren van voordelige aanbestedingen en slim inkopen.

In de loop van 2025 zal het visiedocument worden geactualiseerd naar de periode 2026-2029/

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 5

1.2. Ontwikkelingen 1.2.1. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Wijzigingen waterschapsbelastingen Op 4 februari 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met wijzigingen van de Waterschapswet. De invoering van de wijzigingen zal bij Koninklijk Besluit gebeuren en staat momenteel (maart 2025) gepland vóór 1 januari 2026. De RBG participeert in de aanpassing van het belastingsysteem. Deze aanpassingen zullen op tijd gereed zijn: vanaf 1 juli 2025 worden de aanpassingen getest en begin oktober 2025 worden deze opgeleverd. Watersysteemheffing Deze wijzigingen versterken in de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht de toepassing van het profijtbeginsel bij watersysteemheffingen. Hiermee krijgen waterschappen betere mogelijkheden om het profijtbeginsel toe te passen. Wie profijt heeft van de werkzaamheden van een waterschap, betaalt. Dit kan leiden tot verschillen in waterschapheffingen tussen ingezetenen, eigenaren van gebouwd onroerend goed, eigenaren van ongebouwd terrein en eigenaren van natuurterreinen. Er komen onder meer verschillende tarieven voor woningen en nietwoningen.

Klimaatverandering zorgt dat het waterbeheer in Nederland de komende jaren te maken krijgt met nieuwe uitdagingen zoals zeespiegelstijging, wisselende aanvoer van water in de rivieren, droogte en toegenomen wateroverlast. Daarom krijgen waterschappen meer mogelijkheden om hun belastingopbrengsten te gebruiken om hun doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, energietransitie en circulaire economie te behalen. Zuiveringsheffing bedrijfsruimten Voor de zuiveringsheffing bedrijfsruimten komt er een nieuwe milieuvriendelijkere methode om de vervuilingswaarde van het afvalwater te bepalen. De huidige methode maakt namelijk gebruik van vervuilende stoffen. De tabel afvalwater coëfficiënten gaat niet meer uit van bedrijfscategorieën maar van specifieke bedrijfsomstandigheden. Er komt een overgangsperiode van tien jaar voor de herindeling van bedrijven in de nieuwe tabel. Behandeltermijn bezwaarschriften tegen aanslagen waterschapsbelastingen Een bezwaarschrift tegen waterschapsbelastingen moet vanaf 2026 worden afgehandeld in het jaar waarin het is ingediend, dus uiterlijk op 31 december. Als het bezwaar in de laatste zes weken van het jaar wordt ingediend, bedraagt de afdoeningstermijn zes weken. Door deze wijziging wordt de behandeltermijn voor waterschapsbelasting gelijkgetrokken met de termijn die geldt voor gemeentebelastingen.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet doorgeschoven. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. Daarbij werd gedacht aan de mogelijkheid dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozb-gebruikersheffing op woningen invoeren, waardoor de belastingopbrengsten kunnen stijgen. Daartegenover zou dan een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds en de inkomstenbelasting staan. In november 2024 heeft de Tweede Kamer echter met ruime meerderheid een motie verworpen om met voorstellen te komen

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 6

om het lokale belastinggebied uit te breiden. De kans dat het gemeentelijk belastinggebied wordt uitgebreid is dus gedurende deze kabinetsperiode klein. Wet modernisering elektronisch bestuurlijke verkeer (WMEBV) De Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer is op 9 mei 2023 aangenomen door de Eerste Kamer. Na meerdere keren te zijn uitgesteld zal de wet deels op 1 januari 2026 in werking treden (voor de verplichte notificaties aan de burger wordt dit 1 januari 2027). De wet regelt het digitale verkeer tussen burgers voor formele berichten. De wet geeft burgers het recht om digitaal met ons te communiceren. Het recht om per post te communiceren blijft nadrukkelijk bestaan; de burger kiest. Het overheidsorgaan bepaalt langs welke kanalen digitaal gecommuniceerd kan worden. Wetsvoorstel “versterking waarborgfunctie AWB” In januari 2023 is de pre-consultatie gestart voor het wetsvoorstel “Versterking waarborgfunctie AWB”. Het wetsvoorstel beoogt een meer “mensgerichte AWB” door de positie van de burger tegenover de overheid te versterken.

De voorgestelde wijzigingen behelzen onder meer: • De overheid wordt verplicht zich dienstbaar op te stellen; • De motiveringsplicht bij uitspraken op bezwaar- en beroepschriften wordt uitgebreid zodat besluiten begrijpelijker zijn voor de burger; • de hoorplicht wordt uitgebreid; • meer stimuleren van betalingsregelingen; • meer ruimte voor verschoonbare overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn en • meer regels rondom “Passend contact met de Overheid”. In februari 2024 is een internetconsultatie van start gegaan. Deze is op 31 juli 2024 gesloten. Over diverse deelonderwerpen zijn meerdere reacties verschenen, onder meer van de rechtspraak en verschillende (juridische) beroepsgroepen. Mede aan de hand van die reacties en de reacties op de (pre-) internetconsultaties zal het Kabinet -mogelijk in 2025- een herzien wetsvoorstel bij de Tweede Kamer indienen. Project “Inwinning Secundaire Objectkenmerken” Sinds december 2023 is het landelijke project “Het nieuwe waarderen” van start gegaan met als uitgangspunt het verbeteren en uniformeren van het WOZ-beschikkingsproces. De nadruk ligt op het belang van het informeel contact voorafgaand aan de waarde vaststelling en het betrekken van burgers bij de totstandkoming ervan. De bezwaren tegen de WOZ-waarde zijn de afgelopen jaren namelijk enorm gestegen.

Omdat de grote hoeveelheid bezwaren voornamelijk betrekking heeft op de secundaire objectkenmerken, hebben woningeigenaren bij deze ‘nieuwe manier van waarderen’ zelf de regie over de staat van hun secundaire objectkenmerken. Klanten krijgen de mogelijkheid om zelf gegevens aan te leveren over de kwaliteit van de woning. Hierdoor wordt meer inzicht verkregen over de kwaliteit van de woningen voor de jaarlijkse herwaardering. Vanuit het perspectief dat de woningeigenaar zijn eigen woning het beste kent, checkt de woningeigenaar bij deze nieuwe waarderingsmethode de staat van zijn woning aan de hand van foto’s van de secundaire objectkenmerken in een (online) portaal. Woningeigenaren kiezen uit drie foto’s van de kenmerken kwaliteit, onderhoud, voorzieningen en ligging – die variëren van zeer slechte staat tot uitstekende staat – de foto die het beste bij hun woning past. Deze algemene fotosets zijn door ons verzameld. De woningeigenaar hoeft zelf geen foto’s in te sturen.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 7

De beoogde doelen: • De inwoner aan de voorkant betrekken en de regie over de kenmerken van de woning aan de inwoner geven; • Bijdragen aan het begrip in het WOZ beschikkingsproces; • Het dalen van de WOZ-bezwaren met betrekking tot de secundaire objectkenmerken; • Door de nieuwe manier van waarderen bijdragen aan het vertrouwen in de (lokale) overheid De RBG participeert in dit project. De verwachting is dat de impact voor de RBG beperkt zal zijn, aangezien het aantal bezwaarschriften bij de RBG over secundaire objectkenmerken gering is.

1.2.3. Actuele ontwikkelingen verwerkt in nieuwe meerjarenbegroting 2026-2030 Huisvesting kantoor Schiedam Sinds mei 2014 beschikken wij over ons kantoorpand in Schiedam. In 2024 is het huurcontract met vijf jaar verlengd. De huur- en servicekosten waren al in de meerjarenbegroting 2025-2029 verwerkt. In het jaar 2029 is nog een verlenging mogelijk (optie) van de huurtermijn met 5 jaar van het (bestaande) contract. De huurovereenkomst van ons kantoor in Schiedam eindigt 31 mei 2034. Verdeling bijdrage kosten uitvoering WOZ en LV-WOZ over waterschappen. Alle waterschappen betalen net als het Rijk en de gemeenten een bijdrage in de kosten voor de uitvoering van de Wet WOZ voor de waardering van gebouwde objecten. De bijdrage van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt onderdeel uit van de begroting van de RBG. Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begrotingen 2022 en 2023 is de bijdrage van de twee waterschappen t/m het jaar 2025 officieel door het Rijk neerwaarts bijgesteld met ca € 1,1 miljoen. Vanaf 2026 heeft het Rijk de korting niet meer toegepast. De hogere bijdrage (zonder korting) was al opgenomen in de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2029. De Unie van Waterschappen onderzoekt in 2025 andere mogelijkheden om de bijdrage in de kosten van de uitvoering WOZ voor waterschappen te verlagen.

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding Tegen een besluit op een verzoek om kwijtschelding is alleen administratief beroep bij de RBG mogelijk. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is bepaald dat tegen besluiten op verzoeken om kwijtschelding en uitstel van betaling voortaan de bezwaarprocedure van de AWB opengesteld wordt. Dit betekent dat tegen deze besluiten ook beroep, hoger beroep en cassatie bij de rechter mogelijk is. De invoering van deze bepaling is uitgesteld tot een nader Koninklijk Besluit. Het Kabinet heeft besloten dat invoering voor de Rijksbelastingdienst per 2027 plaats zal vinden. Daarna vindt evaluatie plaats of invoering voor de lokale overheden ook gewenst is. Invoering voor lokale overheden zal dus tussen 2028 en 2030 plaats kunnen vinden. De wijziging in de invorderingswet brengt - naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken - extra kosten van behandeling van bezwaar- en beroepschriften met zich mee. In de huidige meerjarenbegroting 20252029 waren de kosten van deze wijziging (€ 300.000) al vanaf 2027 verwerkt. Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag is in het verleden veel niet goed gegaan. De Belastingdienst heeft daarbij de gevolgen voor en de impact op de betrokken ouders uit het oog verloren.

Op 18 januari 2021 is door het Kabinet besloten dat de gedupeerden kwijtschelding krijgen van hun belasting-/toeslagenschulden. Ook aan de lagere overheden is verzocht te anticiperen op de Verzamelwet herstelwet toeslagen en te starten met de kwijtschelding van publieke schulden per

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 8

1 juli 2021. Inmiddels is de uitvoering van de KOTA door de lagere overheden vastgelegd in de Invorderingswet. Met de Belastingdienst vindt gegevensuitwisseling plaats met de RBG. Mogelijke gedupeerden konden zich officieel tot en met 2023 melden bij de Rijksbelastingdienst. Ook ex-partners en meerderjarig geworden kinderen konden zich melden. De afwikkeling zal tot na 2026 door lopen. We zien ook dat gedupeerden in plaats van de rechtsmiddelen van de Algemene Wet Bestuursrecht, voor de weg kiezen van een civiele procedure voor de Rechtbank. Dit kan langdurige procedures tot gevolg hebben. De kwijtgescholden aanslagen worden, evenals de daarmee samenhangende uitvoeringskosten, vergoed door de Rijksoverheid. De uitvoering van de werkzaamheden vindt plaats met eigen medewerkers van de RBG. De ontvangen vergoedingen van het Rijk voor de uitvoering van de KOTA bij de RBG worden door middel van een gemiddelde onttrekking aan de bestemmingsreserve jaarlijks ten gunste van de begroting gebracht. De ontvangen compensatie over het jaar 2024 zal aan de reserve worden toegevoegd na besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2024. De gemiddelde onttrekking voor de jaren 2025-2027 (verhoging van de opbrengsten) zal dan met € 80.500 toenemen. Deze reeks is opgenomen in de voorliggende meerjarenbegroting 2026-2030.

Opbrengst dwanginvordering De Kostenwet invordering rijksbelastingen is door de bijstellingsregeling directie belastingen van 20 december 2024 gewijzigd. De aan de klant op te leggen kosten van aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen zijn net als in 2024 ook per 1-1-2025 gestegen. Vervolgingsstuk

2024

2025

€ 9 (of € 19 indien gevorderde som >€ 454)

€ 9 (of € 21 indien gevorderde som >€454)

Dwangbevel minimaal

€ 46

€ 53

Hernieuwd bevel

€ 19

€ 21

Aanmaning

Wij hebben in de voorgaande begroting 2025 beperkt rekening gehouden met de verhoogde kosten van vervolging. Daarnaast hebben we geen rekening gehouden met het effect van de tariefstijgingen van de deelnemers op de vervolgingskosten. De kosten van incassostukken worden in ranges van aanslagbedragen bepaald. Door de tariefstijgingen 2024 én 2025 zijn incassostukken in een hogere kostenrange gekomen. Dit leidt tot een meeropbrengst invordering van € 1 miljoen (zie ook 3.3. Financiële mutaties). Bijstelling hoogte proceskostenvergoeding WOZ-bezwaarzaken De Eerste Kamer heeft op 17 december 2024 het Pakket Belastingplan 2025 aangenomen. Daarin is de factor van 0,25 uit artikel 30a van de Wet WOZ met ingang van 1 januari 2025 voor bezwaarprocedures verlaagd naar 0,125. Dit in verband met een uitspraak van de Hoge Raad. Deze verlaagde factor moet ervoor zorgen dat de proceskostenvergoeding die in de bezwaarfase in WOZzaken kan worden toegekend in lijn blijft met hetgeen de wetgever voor ogen stond bij de invoering van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm. Gevolgen voor de RBG In de begroting 2025 van de RBG was rekening gehouden met de factor 0,25. De waarde per toegekende vergoedingspunt is echter in 2024 op grond van een uitspraak van de Hoge Raad verhoogd van € 310 tot € 624 (2025: € 647). In de huidige meerjarenbegroting 2025-2029 was een

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 9

structureel budget geraamd van € 100.000. We calculeren vanaf 2026 een geringe bijstelling naar een budget van € 125.000.

1.2.4. Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2026-2030 Modernisering invorderingswet en incassovisie Rijk Eind 2025 is het Kabinet voornemens te komen met een wetsvoorstel modernisering invorderingswet. Het Kabinet Schoof heeft in het Hoofdlijnenakkoord aangegeven dat de invorderingskosten substantieel verlaagd moeten worden. Een van de voornemens van het Kabinet is een “recht op vergissen” binnen het bestuursrecht, waarbij een fout of vergissing niet onmiddellijk leidt tot boetes en kosten. Op welke wijze dit vorm gegeven gaat worden is op dit moment niet bekend. Mogelijk maakt ook een verplichte kosteloze betalingsherinnering voor vorderingen van de overheid hiervan deel uit. Als eerste wordt deze herinnering in 2025 verplicht gesteld voor het CJIB. Daarnaast roept het Kabinet overheden op werk te maken van het maatschappelijk verantwoord invorderen. Eind 2025 is het Kabinet voornemens te komen met een wetsvoorstel modernisering invorderingswet.

Kosteloze betalingsherinnering (KBH) Op 13 oktober 2022 nam de Tweede Kamer met een ruime meerderheid (3 tegenstemmen) de motie aan van de leden Dekker en Kat met de volgende strekking: • de regering wordt verzocht overheden op te roepen voortaan vóór een aanmaning een kosteloze betalingsherinnering te sturen; • de regering wordt verzocht te onderzoeken of een kosteloze betalingsherinnering voor overheden wettelijk verplicht kan worden. Dit naar analogie van de Wet Incasso Kosten (WIK, opgenomen in het Burgerlijk Wetboek), waarin private schuldeisers verplicht zijn om voordat incassokosten worden gerekend, eerst een kosteloze herinnering te sturen (de zogenaamde “14 dagen-brief”). Tot nu toe hebben zowel de vorige regering als de huidige geen gevolg aan de motie gegeven. Wel is het Ministerie van SZW een onderzoek gestart naar de “doelmatigheid ophogingen” (kosten). Dit onderzoek is onderdeel van de actualisering van de Rijksincassostrategie. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht en Panteia en loopt tot 1 mei 2025. Het Ministerie van BZK heeft overheden opgeroepen vrijwillig een vorm van kosteloze betalingsherinnering in te voeren, dan wel de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken.

De Unie van Waterschappen heeft aangekondigd een consultatie bij haar leden te zullen houden om te inventariseren of het beleid ten aanzien van een kosteloze herinnering inmiddels is aangepast. BZK onderzoekt momenteel een aantal vraagstukken rondom de KBH, met name: - of verplichte invoering van de KBH juridisch haalbaar én wenselijk is; - of selectief toezenden van een KBH aan bijvoorbeeld alleen “nette betalers” mogelijk is. In het Hoofdlijnenakkoord van de coalitie PVV-VVD-NSC-BBB is het “recht op vergissen” opgenomen. Doel daarvan is te voorkomen dat burgers die een fout maken of iets te laat betalen, daar niet meteen ernstige gevolgen van ondervinden. Onderdeel daarvan is het fors verlagen van kosten van aanmaningen en dwangbevelen. Of een kosteloze herinnering daar onderdeel van zal uitmaken is nu nog niet bekend.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 10

De RBG heeft in 2024 twee pilots gehouden met een kosteloze betalingsherinnering met een beperkte doelgroep. Doel daarvan was om: - te bepalen welke verzendwijze (brief, e-mail, telefoon) het meest effectief is; - te bepalen of de herinnering aan alle of een selecte groep klanten gestuurd moet worden. In 2025 wordt een nieuwe pilot gehouden met een aselecte groep klanten, waarbij de herinnering wordt gecombineerd in één brief met een aanmaning. Daarin krijgt de klant de gelegenheid de aanslag alsnog te betalen, alvorens aanmaningskosten in rekening worden gebracht. Daarbij wordt ook de mogelijkheid bekeken om aanmaningskosten te laten vervallen als een machtiging voor automatische incasso door de klant wordt afgegeven. De kosteloze betalingsherinnering heeft invloed op de invorderingsopbrengst. Uit de eerder gehouden pilots blijkt dat tussen de 35 en 40% van de ontvangers van een KBH direct betaald. Deze klanten betalen dus geen aanmaningskosten meer. Dit betekent een daling van de invorderingsopbrengst. Ook op de opbrengst van de zonder KBH te verzenden dwangbevelen heeft dit een negatief effect. Een eerste voorzichtige berekening gaat uit van een daling van de invorderingsopbrengst per jaar met € 1 tot 1,5 miljoen (zie ook 3.3. Financiële mutaties).

Wij onderzoeken de invloed die een KBH kan hebben op de cashflow, omdat er mogelijk later betaald zal worden bij invoering hiervan.

1.2.5. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting Algemeen De RBG is een organisatie die continu bezig is om efficiency te realiseren. Procesoptimalisatie is een onderwerp waar nadrukkelijk op gestuurd wordt. We zijn ook met onze leveranciers op zoek naar nieuwe methoden en technieken die onze uitvoering kan verbeteren. Zo worden diverse nieuwe activiteiten uitgevoerd, zonder dat wij daarvoor extra budget vragen. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden geraamd. Maatschappelijk verantwoord invorderen Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat een klant niet zal kunnen voortgaan met het betalen van schulden, of waarin deze heeft opgehouden te betalen. We streven naar een klantgerichte benadering, waarbij we niet alleen bureaucratische processen vermijden, maar ook streven naar eenvoudige en toegankelijke oplossingen voor onze klanten. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van schuldenproblematiek volgen en passen onze strategieën en procedures daar op aan. Hiervoor zijn inmiddels de volgende maatregelen genomen: • In 2024-2025 is de RBG gestart met het houden van “spreekuren” op geselecteerde locaties in Den Haag, Delft, Vlaardingen en Schiedam. Daarbij moet gedacht worden aan wijkcentra, bibliotheken, kerken, voedselbanken enz.

Hiermee willen we een laagdrempelige contactmogelijkheid voor onze klanten bieden, en ook vrijwilligers ter plaatse motiveren en instrueren contact met ons op te nemen voor klanten met hulpvragen. Deze werkwijze zal ook in 2026 worden voortgezet; • De mogelijkheden voor betalen per automatische incasso zijn verruimd: het maximale aanslagbedrag bedraagt met ingang van 2025 € 15.000 (was € 5.000) en is beschikbaar voor vrijwel alle belastingsoorten die de RBG int;

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 11

•

Onze klanten krijgen een mail vóórdat de aanslag wordt bezorgd, waarin ze er op gewezen worden dat zij binnenkort een aanslag ontvangen van ons. Ook proberen wij in onder meer lokale kranten, in bussen en op stations onze klanten hiervan bewust te maken.

Vroegsignalering Het doel van vroegsignalering is om burgers met (mogelijk) problematische schulden tijdig in beeld te krijgen bij (schuld)hulpverlenende instanties. Tot nu toe is vroegsignalering voor belastingschulden alleen mogelijk met toestemming van de klant. In 2022 is een pilot gestart met 10 lokale overheden (gemeenten en belastingsamenwerkingen) om vroegsignalering van lokale belastingschulden aan gemeenten of voor hen werkende schuldhulpverlenende organisaties zonder die toestemming van de klant mogelijk te maken. Dit was al mogelijk voor schulden aan woningcorporaties en energie- en waterbedrijven. In de “Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden” is deze mogelijkheid uitgebreid met lokale belastingschulden en hypotheekschulden. De pilot is op 30 september 2024 afgesloten. Deelnemers moesten hun evaluatie vóór 31 december 2024 bij het Ministerie van SZW indienen. De regering zal in 2025 moeten besluiten of de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening met lokale belastingschulden kan worden uitgebreid. In dat geval kunnen lokale overheden zoals de RBG zonder toestemming van de klant overgaan tot vroegsignalering bij de gemeentelijke schuldhulporganisaties. Dit mag overigens pas nadat sociaal incasseren geen effect heeft gehad. De RBG was geen deelnemers aan deze pilot.

In afwachting van wetgeving overlegt de RBG al intensief met de deelnemende gemeenten over de mogelijkheden van gegevensuitwisseling over problematische schulden bij klanten (binnen de wettelijke kaders). Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van cybercriminelen en statelijke actoren, is het zorgvuldig omgaan en beveiligen van de gegevens van inwoners en bedrijven essentieel. De RBG maakt voor de beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Op deze onderdelen werken we nauw samen met andere belastingkantoren. De RBG houdt samen met haar leveranciers de digitale weerbaarheid op peil. De NIS2-richtlijn is sinds 17 oktober 2024 van kracht in de Europese Unie. In Nederland is de implementatie van de NIS2-richtlijn echter vertraagd. De verwachting is dat de nationale wetgeving, de Cyberbeveiligingswet, in het derde kwartaal van 2025 in werking zal treden. In de NIS2 worden onder andere de keten- en bestuurlijke aansprakelijkheid vastgelegd. De BIO 2.0 (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) zal worden geharmoniseerd met de NIS2 richtlijnen. De impact voor de RBG zal beperkt zijn, aangezien de huidige BIO al vergevorderde maatregelen heeft op het gebied van risicobeheersing en beveiliging.

De RBG neemt de bescherming van persoonsgegevens zeer serieus en handelt in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en landelijke wet- en regelgeving op gebied van informatiebeheer- en beveiliging. De RBG verzamelt en verwerkt persoonsgegevens alleen voor legitieme doeleinden en zorgt voor passende beveiligingsmaatregelen.

WOZ ontwikkelingen Tweejaarlijkse herwaardering

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 12

Momenteel loopt een onderzoek naar aanleiding van de VNG-motie “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ”. Deze motie stelt voor over te gaan op een tweejaarlijkse herwaardering van de WOZ-waarde, in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. De gedachte achter deze motie is dat dit leidt tot minder druk op de capaciteit in de uitvoering en tot verbetering van de kwaliteit. Op dit moment wordt door de VNG in samenwerking met de Landelijke Vereniging voor Lokale Belastingen (LVLB) uitvoering gegeven aan het in de motie gevraagde onderzoek. Momenteel (maart 2025) doet het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokale Overheden (ESBL) in opdracht van de VNG een onderzoek naar de tweejaarlijkse herwaardering. De Staatssecretaris van Financiën is geen voorstander van de tweejaarlijkse herwaardering, maar wacht de bevindingen van dit onderzoek af. De RBG steunt niet álle argumenten en overwegingen die in de motie zijn verwoord. Dit is afgestemd met de deelnemende gemeenten en verwerkt in de enquête die over dit onderwerp gehouden is. Dienstverlening Klantgerichte en servicegerichte dienstverlening Het KCC is de centrale schakel tussen organisatie en klant. Het is het kloppend hart van de klantcommunicatie van de RBG, waar de contacten met onze klanten zoveel mogelijk op één centrale plek worden afgehandeld. Contact met onze klanten is van grote waarde.

Klanten verwachten niet alleen een kwalitatief hoogwaardig product of dienst, maar ook een uitstekende service, snelle responstijden en effectieve oplossingen voor hun vragen en problemen. Het KCC speelt een cruciale rol in dit proces. De rol van technologie in onze klantcommunicatie In dit steeds meer digitale tijdperk is het integreren van technologie in klantcommunicatie niet langer een luxe, maar een noodzaak. Met behulp van CRM-systemen kunnen onze medewerkers snel toegang krijgen tot klantgegevens, eerdere interacties met en voorkeuren van klanten. Dit stelt de medewerkers van de RBG in staat om gepersonaliseerde service te bieden en de klantbeleving te verbeteren. Bovendien kunnen geavanceerde analyses en rapportagetools inzicht geven in belangrijke prestatie-indicatoren (KPI’s), zoals gemiddelde wachttijden, oplossingen bij het eerste contact en de klanttevredenheidsscores.

Robotisering (RPA) en kunstmatige intelligentie (AI) Om de dienstverlening naar onze klanten nog verder te verbreden, onderzoeken wij in 2026 hoe kunstmatige intelligente (AI) en Robotic Proces Automation (RPA) stapsgewijs te integreren in onze processen. De RBG neemt daarbij de wet- en regelgeving op dit gebied in acht. Wij zullen als interne richtlijn een “strategiedocument AI” vast gaan stellen. Voor zowel RPA als AI zijn meerdere ontwikkelplatforms beschikbaar (o.a. UIPath), waaruit wij een keuze kunnen maken. Klantcommunicatie Door toepassing van geavanceerde AI-analysetools kunnen we de klantinteracties in real-time analyseren en daardoor waardevolle inzichten krijgen. Wanneer een klant belt, herkent AI de stemming en het probleem van de klant door middel van spraakanalyse. Dit stelt de medewerkers in staat om sneller en effectiever te reageren. Bovendien voorspelt de AI-toepassing toekomstige klantbehoeften op basis van eerdere interacties en gedragspatronen, waardoor wij proactief nog beter de juiste oplossingen kunnen aanbieden. AI ondersteunt ook het genereren van gedetailleerde rapporten die trends en knelpunten identificeren,

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 13

wat ons helpt om strategische beslissingen te nemen en de klanttevredenheid te verhogen. Dankzij deze innovaties is onze klantcommunicatie niet alleen efficiënter, maar ook klantgerichter en toekomstbestendig. Bezwaarbehandeling Daarnaast willen we bezwaarschriften in de toekomst meer gaan afdoen met behulp van RPA (Robotic en AI. AI kan met name nuttig zijn voor het in kaart brengen van de gronden van een bezwaarschrift uit een door de klant geschreven tekst, het zogeheten “ontgrieven”. RPA kan worden ingezet voor het (deels) geautomatiseerd afdoen van bezwaarschriften. Overige toepassingen RPA is in te zetten voor het uitvoeren van gestandaardiseerde, repeterende taken zoals bestandscontroles en bulkmutaties. AI is daarnaast een tool die trends kan analyseren en voorspellen, zoals bijvoorbeeld betaalgedrag, maar ook kan ondersteunen en adviseren bij beslissingen in en controleren van het belastingproces.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 14

2. Paragrafen 2.1. Inleiding Artikel 26 BBV schrijft voor dat in de begroting dezelfde paragrafen moeten worden opgenomen als in het jaarverslag. Volgens artikel 9 BBV zijn paragrafen verplicht, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is. Dit laatste geldt voor de RBG voor de paragrafen grondbeleid, onderhoud kapitaalgoederen en lokale heffingen. De verplichte paragrafen zijn in de paragrafen 2.2. tot en met 2.5. opgenomen. Deze verplicht paragrafen zijn ook in de financiële verordening RBG 2025 opgesomd.

2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De RBG houdt geen weerstandsvermogen aan. Dit onderwerp is meerdere keren aan de orde geweest in de bestuursvergaderingen. Overschotten in de jaarrekening worden altijd teruggestort naar onze deelnemers. Volgens artikel 31 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling RBG zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de RBG altijd beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen richting derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Het is daarom van groot belang om risico’s goed te beheersen. Binnen de begroting is een post onvoorzien opgenomen van € 250.000 die gebruikt kan worden om niet begrote kosten te dekken. Risicomanagement De RBG streeft ernaar de risico’s in de processen in hoge mate te vermijden en/of beheersen. We willen voorkomen dat er te laat, onvolledig of onjuist wordt opgelegd of beschikt, om zo te voorkomen dat de klanten in financiële problemen komen of ons imago een flinke deuk oploopt. De RBG is bekend met de risico’s (bijvoorbeeld financiële of imago) die gelopen worden bij de uitvoering van de werkprocessen. Op een groot aantal onderdelen zijn maatregelen getroffen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dat is vooral gebeurd waar de risico’s het grootst (kans en impact) zijn.

Op basis van een risico-inventarisatie wordt per jaar een top vijf van processen nader onderzocht om verdere verfijning van beheersmaatregelen door te voeren om de risico’s verder af te dekken. Vanaf 2025 is het tevens van belang om de rechtmatigheidsverantwoording voor dat jaar te waarborgen, waarbij de verantwoordelijkheid hiervoor bij het dagelijks bestuur komt te liggen. Om de risico’s te beheersen, maken we gebruik van het zogenaamde Three Lines of Defense-model. Primair verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstelling en beheersing van risico’s van het proces is het lijnmanagement (eerste lijn). Een ander onderdeel van het model is het (intern) uitvoeren van verbijzonderde interne controles (VIC’s) en audits. Dit zijn respectievelijk de tweede en derde lijn. Toezichthouders zoals de accountant en de Waarderingskamer kunnen gezien worden als vierde (externe) lijn.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 15

Risicoposten in de begroting De ontwikkelingen en doelen benoemd in het programma heffen en invorderen van belastingen kennen op onderdelen financiële onzekerheden. Het gaat daarbij om de volgende posten: 1. Gevolgen van de oorlog in Oekraïne, importheffingen VS en de wereldeconomie De Russische inval en oorlog in de Oekraïne is nog steeds gaande. Sinds 24 februari 2022 woedt er binnen Europa een oorlog, waarin de situatie onzeker blijft. De indirecte effecten van deze oorlog zorgen voor stijgende (energie)prijzen en een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. De onlangs ingevoerde importheffing in de V.S. kunnen van invloed zijn op prijsstijgingen in Nederland en voor minder stabiliteit in de wereldeconomie zorgen. 2. Opbrengst dwanginvordering De opbrengst voor de dwanginvordering is een belangrijk dekkingsmiddel voor de uitgaven van de RBG. De invorderingsopbrengst blijft naast onze eigen tijdige incassoactiviteiten sterk afhankelijk van het betaalgedrag van de klanten en externe ontwikkelingen, zoals het economisch klimaat of wijzigingen in het belastingstelsel. De hoogte van de opbrengst is daardoor ongewis. Daarnaast bestaat het risico dat deze opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd (betaald) in 2026. Om dit risico op te vangen wordt jaarlijks bij de jaarrekening de stand van de voorziening dubieuze debiteuren bepaald.

Ook zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving met betrekking tot maatschappelijk invorderen en is het kabinet aan het onderzoek of kosten van invorderingsdocumenten verlaagd kunnen worden. Deze wijzigingen kunnen ook van invloed zijn op de hoogte van de opbrengst dwanginvordering. 3. Loon, prijs- en rentestijgingen Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2026-2030 is rekening gehouden met een stijging van de jaarlijkse loonkosten van 2,5% vanaf 2026. Een nieuwe CAO per 1 januari 2025 moet nog worden afgesloten. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuwe af te sluiten CAO, kunnen van invloed zijn op de personeelskosten. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten is gerekend met een stijging van 2,6%. De post onvoorzien van € 250.000 kan als dekkingsmiddel worden aangewend voor hogere kosten ten opzichte van de geraamde mutaties. 4. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten Niet-kernactiviteiten zijn waar mogelijk uitbesteed. Het risico is dat afspraken niet, of niet tijdig worden nagekomen, of dat de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende is. Door middel van algemene leveringsvoorwaarden, contracten, dienstverleningsovereenkomsten, stuurinformatie en controlemaatregelen houdt de RBG grip op de dienstverlening die is uitbesteed.

Via het afsluiten van verwerkersovereenkomsten wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld bescherming persoonsgegevens. 5. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. In het kader van het uitvoeringsprotocol zijn goede afspraken met deelnemers gemaakt maken over beheer, verantwoordelijkheid, gebruik en uitwisseling van gegevens. Door middel van een stelsel van periodieke verbandcontroles worden de juistheid en volledigheid van de administraties geborgd. Foutieve en/of onvolledige gegevens van derden worden volgens protocol terug gemeld aan de bronhouder van de betreffende (landelijke) basisregistraties.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 16

6. Fraude Onder frauderisico verstaan we: het risico dat met opzet handelingen worden verricht, door eigen personeel of derden, waardoor de RBG en daarmee de deelnemers financiële schade oplopen. Er zijn grofweg een tweetal onderdelen in de RBG-organisatie waar fraude aan de orde zou kunnen zijn: het belastingproces en de financiële administratie. De RBG heeft mogelijke situaties waarin fraude zich voor zou kunnen doen geïnventariseerd en maatregelen beschreven om de risico’s op fraude tot een minimum te beperken. De frauderisicoanalyse is onderdeel geworden van het risicomanagement. 7. Integriteit De RBG besteedt nadrukkelijk aandacht aan het thema integriteit. De (her)invoering van de ambtseed heeft vanaf 2015 plaatsgevonden en maakt vast onderdeel uit van het integriteitsprogramma. Alle medewerkers doen jaarlijks mee aan workshops of e-learning waar diverse dilemma’s worden besproken en de medewerkers worden geconfronteerd met fraudegevoelige situaties. Voor nieuwe medewerkers wordt elk jaar de eed of belofte afgelegd. 8. Claims van derden De RBG is verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden. Daarnaast kunnen in bepaalde gevallen ook claims door derden worden ingediend die niet onder de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Claims van derden kunnen betrekking hebben op claims wegens aansprakelijkheid door onzorgvuldig handelen. 9.

Informatiebeveiliging en privacy Vanwege de grote afhankelijkheid van een goed functionerende ICT-infrastructuur en de eisen (ook door derden) die aan de betrouwbaarheid daarvan worden gesteld, heeft de RBG het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld, die periodiek wordt geactualiseerd. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die noodzakelijk zijn (en soms ook wettelijk verplicht) om een betrouwbare werking van onze informatiesystemen zoveel mogelijk te garanderen. In het plan komen onderwerpen aan de orde zoals: beveiliging van de toegang, privacy persoonsgegevens, DigiD- beveiligingscertificaat en certificering van onze leveranciers. In het privacybeleid is rekening gehouden met de bepalingen uit de Wet Meldplicht Datalekken en de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 17

2.3. Financiering De RBG heeft geen lopende leningen en uitgangspunt is dat vervangingsinvesteringen vanuit de eigen liquide middelen gefinancierd worden. De rentelasten zijn nihil en het renteresultaat is positief vanwege de rentebaten op het bankieren. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2026 is dit: 8,2% van € 20.844.000 = € 1.945.000 (afgerond). Renterisiconorm De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. De lening van de RBG is in 2024 volledig afgelost. Er is daarom geen sprake van een renterisiconorm. Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. In paragraaf 5.2. is de liquiditeitsbegroting 2026 weergeven. Van de deelnemers wordt in 2026 een totaalbedrag van € 17.207.000 ontvangen. EMU-saldo De RBG is niet gehouden aan de EMU-regels. De effecten van de RBG behoren tot uitdrukking te komen via de individuele bijdragen aan de RBG in de begrotingen van de deelnemers.

Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken. Belastingopbrengsten van de deelnemers De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Vermogensbehoefte De lening van de RBG van € 1,7 miljoen met een looptijd van 10 jaar is in 2024 volledig afgelost. Treasurybeheer en beleid De financieringsfunctie van de RBG is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de RBG een treasurystatuut.

In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden weergegeven van de verschillende functionarissen binnen de RBG, die een rol hebben in het treasury beheer.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 18

Verplichte kengetallen Volgens het BBV dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. De kengetallen zijn gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen in paragraaf 3.6. van deze begroting. De kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de RBG. Kentgetallen Solvabiliteit Netto schuldquote Structurele exploitatie ruimte

2024 54% -19% 2%

2025 34% -15% 0%

2026 27% -9% 0%

2027 23% -8% 0%

2028 23% -7% 0%

2029 23% -7% 0%

2030 23% -7% 0%

De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van de RBG gelimiteerd is en overschotten in de jaarrekening altijd teruggestort worden naar de deelnemers, is deze ratio relatief laag (zie ook paragraaf 2.2. Weerstandvermogen). De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er moet een onderscheid gemaakt worden door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de RBG geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Als de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Bij structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. De jaarrekening 2024 sloot met een positief resultaat van € 519.500.

Hierdoor wordt voor 2024 een percentage van 2% berekend. De begrotingen van de RBG worden altijd volledig sluitend opgesteld, zodat voor de jaren 2025 tot en met 2030 een percentage van 0 wordt berekend.

2.4. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van activiteiten die ondersteunend zijn aan de primaire taak heffen en invorderen van belastingen. In deze paragraaf zijn diverse ontwikkelingen ten aanzien van de bedrijfsvoering opgenomen en wordt ingegaan op de toetsing van de financiële rechtmatigheid met ingang van 2025. Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn altijd klantgericht. Omdat onze klantgegevens op orde zijn met betrouwbare data, kunnen onze klanten goed worden bediend. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij voorop. We moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we uit eigen middelen bekostigen. Onze website voldoet aan de eisen van de Europese verordening inzake “Single Digital Gateway”.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 19

Heldere overheidscommunicatie Het Rijk wil dat overheden duidelijke en begrijpelijke teksten schrijven. Het doel hiervan is dat meer mensen kunnen meedoen en weten wat er van ze verwacht wordt. De landelijke campagne Direct Duidelijk van Het Ministerie van BiZa en de Taalunie ondersteunt overheidsorganisaties bij het verbeteren van hun communicatie. De RBG heeft in 2023 de Direct Duidelijk Deal ondertekend. Hiermee heeft de RBG verklaard stapsgewijs te transformeren naar een overheidsorganisatie die duidelijk en begrijpelijk communiceert. Onze medewerkers hebben een training gevolgd om op taalniveau B1 te schrijven. Daarnaast heeft de RBG taalcoaches die medewerkers continu coachen. De communicatie naar klanten wordt stapsgewijs aangepast (brieven, e-mails, de website, brochures en invorderingsstukken). B1 is inmiddels geborgd binnen de organisatie. In 2026 wordt het project afgerond door de herschreven output te toetsen bij de verschillende doelgroepen. Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van cybercriminelen en statelijke actoren, is het zorgvuldig omgaan en beveiligen van de gegevens van inwoners en bedrijven essentieel. De NIS2-richtlijn is sinds 17 oktober 2024 van kracht in de Europese Unie. In Nederland is de implementatie van de NIS2-richtlijn echter vertraagd.

De verwachting is dat de nationale wetgeving, de Cyberbeveiligingswet, in het derde kwartaal van 2025 in werking zal treden. In de NIS2 worden onder andere de keten- en bestuurlijke aansprakelijkheid vastgelegd. De BIO 2.0 (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) zal worden geharmoniseerd met de NIS2 richtlijnen. Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief (ongevraagd) openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 20

Het wetsartikel in de Woo dat per categorie aangeeft welke gegevens verplicht actief openbaar moeten worden gemaakt is nog niet in werking getreden. Dit zal op een nog te bepalen moment en in fasen via koninklijke besluiten gebeuren. Het gaat daarbij om de volgende categorieën: 1. Wet- en regelgeving; 2. Organisatiegegevens; 3. Vergaderstukken en verslagen; 4. Bestuursstukken; 5. Stukken van adviescolleges; 6. Convenanten; 7. Jaarplannen en -verslagen; 8. Wob/Woo-verzoeken; 9. Onderzoeken; 10. Beschikkingen; 11. Klachten. De RBG maakt de informatiecategorieën 1, 2, 3, 4, 7, 8 en 11 reeds (actief) openbaar (3 en 4 alleen voor zover het betreft de agenda, stukken en verslagen van het AB). Per 1 november 2024 zijn de eerste categorieën bij Koninklijk Besluit verplicht gesteld. De overige nog niet verplichte categorieën worden op een later, nog niet bekend tijdstip bij Koninklijke Besluiten gefaseerd verplicht gesteld. Koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving.

Als de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het btw-compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 21

Planning- en controlcyclus Op basis van de afspraken uit het prestatiecontract met de deelnemers en op basis van de financiële verordening van de RBG is de planning & control cyclus 2025/2026 als volgt: Onderwerp Eindrapportage prestatiecontract 2025 Specifieke belasting-verantwoording 2025 inclusief accountantsverklaring Kaderbrief begroting 2027 1e Kwartaalrapportage 2026 prestatiecontract Jaarrekening 2025 RBG Raming 2026 belastbare eenheden 2e Kwartaalrapportage 2026 prestatiecontract Begroting 2027 RBG 3e Kwartaalrapportage 2026 prestatiecontract Managementrapportage t/m september 2026, alleen financieel Eindrapportage prestatiecontract 2026

AB/DB Uiterlijk 31 januari 2026 Eind februari 2026 Eind maart 2026 Uiterlijk 30 april 2026 Concept cijfers voor 30 april 2026 Vaststelling voor 15 juli 2026 Uiterlijk 1 juni 2026 Uiterlijk 31 juli 2026 Vaststelling voor 15 september 2026 Uiterlijk 30 oktober 2026 Uiterlijk eind oktober 2026 Uiterlijk 31 januari 2027

Financiële rechtmatigheid De toetsing van financiële rechtmatigheid wordt geborgd binnen het intern controleplan van de RBG. Met ingang van 2025 wordt over de financiële rechtmatigheid door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur. In het jaarverslag 2025 wordt in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting gegeven over de financiële rechtmatigheidstoetsing.

2.5. Verbonden partijen Vanuit het publiek belang kunnen banden worden aangegaan met derden, de zogenaamde verbonden partijen. De RBG heeft hierbij een bestuurlijk en/of een financieel belang. De RBG is sinds januari 2019 lid van de werkgeversvereniging waterschappen om de CAO voor waterschappen van toepassing te kunnen verklaren. Lid worden van de werkgeversvereniging is een keuze van elk waterschap en elke sectorvolger (de RBG is een sectorvolger). Een vereniging wordt gevormd door leden die ambitie en doelstellingen delen en verwachten deze gezamenlijk beter te kunnen realiseren dan ieder voor zich. De vereniging heeft tot taak te verbinden, draagvlak onder haar leden te verwerven en zo het samen sterker staan te realiseren.

Begroting Regionale Belasting Groep 2026 22

3. Financiële begroting 3.1. Financiële kaders Inleiding De financiële overzichten in dit hoofdstuk zijn opgemaakt volgens de BBV-regelgeving. De financiële begroting heeft een aantal doelen. Door de vaststelling geeft het bestuur goedkeuring aan het doen van de uitgaven binnen de gestelde kaders (autorisatie). Tevens maakt de financiële begroting duidelijk voor welke werkzaamheden de middelen worden ingezet (allocatie) en wordt ook inzicht verschaft in de financiële positie op langere termijn (meerjarenbegroting en geprognosticeerde balans). Onderstaande uitgangspunten zijn gebaseerd op de vastgestelde kaderbrief 2026. Uitgangspunt lonen Het aantal formatieplaatsen is per 1 januari 2026 112,7 plus 4 extra f.t.e. voor werkzaamheden vanwege de toetreding van de gemeente Zuidplas per 1-1-2026. In de vastgestelde begroting 2025 was meerjarig gerekend met een loonkostenstijging van 2,5%. Vooralsnog continueren we dit percentage voor de begroting 2026. De nieuwe CAO-afspraken voor de waterschappen 2025 zal rond 9 april worden goedgekeurd. Voor de jaren vanaf 2027 calculeren we in de meerjarenbegroting 2026-2030 eveneens een jaarlijks stijgingspercentage van 2,5% gelijk aan de voorgaande meerjarenbegroting. Uitgangspunt prijzen De indexering is een algemeen vertrekpunt voor de ramingen van de deelnemersbijdrage aan de GR.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15957452/1