Brief preadvies college Onderzoek NEvG
Tekst van het document
gemeente Schiedam
gemeente Schiedam
Stadskantoor, Stadserf 1
•
Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Aan de gemeenteraad van Schiedam
14010
schiedam.nl
Uw kenmerk
Uw brief van
Ons kenmerk
Datum
22U1T00279
24janUari 2022
Doorkiesnummer
010-2192628
s.haleplioglu@schiedam.nl
Onderwerp
Voorstel onderzoek NevG
Geachte leden van de gemeenteraad, Wij hebben kennisgenomen van het voorstel aan de raad van de fracties van OPS, PvdA en LOS voor het doen van nader onderzoek naar de besluitvorming omtrent het vaststellen van het raadsbesluit Nieuwe Energie voor Groenoord (NEvG). Graag voorzien wij u van een préadvies dat u kunt betrekken bij de oordeelsvorming en de besluitvorming over het onderzoeksvoorstel. Daarbij concentreren wij ons op de bestuurlijke aspecten rond dit voorstel en niet zozeer op de inhoud ervan. Het doel van de fracties van OPS, PvdA en LOS tot het doen van nader onderzoek is onder andere het trekken van lessen ten aanzien van de financiën, de governance, het risicomanagement en de positie van de raad. Ook wensen de genoemde fracties antwoord op een aantal vragen waaronder de kosten van het alsnog stopzetten van het project. Het middel dat de genoemde fracties voorstellen voor dit nader onderzoek is het instellen van een raadsenquête op grond van artikel 155h t/m 155f van Gemeentewet. Een raadsenquête is het zwaarste middel dat u als raad kunt inzetten. De democratische instrumenten die de gemeenteraad tot zijn beschikking heeft, vormen een oplopende reeks.
Dat begint bij het stellen van informele en informatieve vragen, vervolgens (formele) schriftelijke vragen, het recht tot het indienen van moties en amendementen, waaronder het indienen van een motie van afkeuring of van wantrouwen, vervolgens het recht om een initiatiefvoorstel in te dienen en tot slot het recht van interpellatie en het recht van onderzoek en het recht van enquête. Daarnaast doen zich diverse andere instrumenten voor. Zoals de accountant die de vaste adviseur van de raad is als het gaat om doelmatigheid en rechtmatigheid en de Rekenkamer die een belangrijk onderzoeksinstrument van de raad vormt. In zijn algemeenheid is in bestuurlijk Nederland de gewoonte en het advies de instrumenten van de raad in oplopende zin te gebruiken en niet direct naar een van de zwaarste instrumenten te grijpen.
111111111 1 Uh 1 1 1 1 INI I I I 1 1 1 1 1 1 fIN liiilI III
Zo valt het ons op dat de fracties van OPS, PvdA en LOS een aantal onderzoeksvragen stellen waarvan diverse om concrete en gerichte informatie gaan. Daar is het instrument van de raadsenquête niet voor nodig en zou volstaan kunnen worden met schriftelijke vragen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de deelvragen 3 en 5. Met schriftelijke vragen kan hier binnen relatief korte tijd antwoord op gegeven worden, in tegenstelling tot een langdurige raadsenquête. Het is van belang dat een raadsenquête zich veelal kenmerkt door terug te kijken op het gevoerde beleid in het (recente) verleden. Dat betreft dan zowel de initiële besluitvorming, als de realisatiefase daarna. Daar is in deze casus echter nog zeker geen sprake van: in dit project kan nog slechts op de besluitvorming in de initiële fase worden teruggekeken, terwijl de realisatiefase nu op gang komt. Een aantal van de onderzoeksvragen van OPS, PvdA en LOS kan pas beantwoord worden als het project in een volgende fase is gekomen. In de huidige fase van het project kunnen voor diverse doelen en vragen nog zeker niet de gevraagde lessen worden getrokken. Hiernaast speelt een rol dat het houden van een raadsenquête een tijdrovende aangelegenheid is. Ervaringen met dit instrument bij andere gemeenten leren ons dat het tenminste enkele maanden tot een halfjaar kan duren voordat er conclusies getrokken kunnen worden.
In die periode wordt er een groot beroep gedaan op de griffie, het ambtelijke apparaat, maar ook op raadsleden die zitting nemen in de commissie belast met het uitvoeren van de enquête. Naar schatting kost dit alleen al de betrokken raadsleden tussen de tien en twintig uur in de week. Bovendien zijn raadsenquêtes budgettair tamelijk kostbaar. Tot slot is van belang dat als de raad mocht besluiten tot het honoreren van het onderzoeksvoorstel, er nog niet direct met een enquête kan worden aangevangen. Er dient eerst een verordening te worden opgesteld met nadere regels omtrent het onderzoek, er dient een onderzoekscommissie te worden ingesteld en er is een raming van kosten nodig zodat door de raad budget voor het onderzoek beschikbaar kan worden gesteld, waarna een onderzoeksbureau kan worden geselecteerd. Kortom: een eventuele raadsenquête kan zeker niet voor de zomer van 2022 van start gaan. Dan is er inmiddels wel een nieuwe raad aangetreden, die ongetwijfeld ook zijn opvattingen over de raadsenquête kenbaar zal willen maken, immers: het is de nieuwe raad die het onderzoek zou moeten gaan doen. Het is vanuit de overgang van de oude naar de nieuwe raad bestuurlijk verstandig om de besluitvorming over een raadsenquête aan een nieuwe raad over te laten.
Gelet op de kanttekeningen die wij hiervoor hebben geplaatst, kunnen wij ons voorstellen dat niet direct naar het instrument van de raadsenqllête wordt gegrepen, maar dat eerst gebruik wordt gemaakt voor een ‘voorliggend’ instrument. U zou de nieuwe Rekenkamer die dit voorjaar van 2022 start, kunnen vragen onderzoek te doen naar het project NEvG op het moment dat de Rekenkamer daarvoor geschikt acht. Wij gaan ervan uit dat in de tussentijd vragen die bij uw raad leven met meer voor de hand liggende instrumenten beantwoord kunnen worden, zoals schriftelijke vragen.
22U1T00279
Pagina 2
Tot slot: In onze brief van 15 oktober 2021 (21U1T08745) hebben wij u aangegeven dat enkele zaken rond NEvG mede als gevolg van nieuwe inzichten worden onderzocht. Dit proces loopt momenteel en u zult hier nog nadere informatie over ontvangen. Mede in verband hiermee attenderen wij graag nogmaals op de raadsinformatiebijeenkomst van 27januari a.s. Deze bijeenkomst heeft als doel u te informeren over de stand van zaken, maar biedt ook volop de gelegenheid tot het stellen van inhoudelijke en verhelderende vragen.
Hoogachtend, bllrgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeest r,
C.H.J.La
22U1T00279
Pagina 3