CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief Platform Slappe Bodem Nationaal Programma Bodemdaling

Raadscommissie 30 juni 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Leesmap3.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

P lat f orm S lap p e B od em p .a. Reg io M id d en -H ollan d Postbus 305 2800 AH Gouda info@slappebodem.nl www.slappebodem.nl

Tweede Kamer der Staten Generaal t.a.v. de informateur, mevr. drs. M.I. Hamer Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Datum 21 mei 2021

Uw kenmerk

Contactpersoon J.G. Mekenkamp

Ons kenmerk 086-MH

Telefoonnummer 06 1929 5415

Bijlage(n) 1

Onderwerp Nationaal programma bodemdaling: laat Nederland niet zakken!

Geachte mevrouw Hamer, U bent gestart met de complexe en eervolle taak om inhoudelijk te verkennen waar een nieuw kabinet zich in de komende periode op zou moeten richten en welke partijen dit kabinet zouden willen vormen. Complex, omdat een nieuw kabinet met grote en urgente opgaven te maken krijgt. Een van deze opgaven is het tegengaan van bodemdaling van slappe bodems in West- en Noord-Nederland, waarvoor naar overtuiging van het Platform Slappe Bodem een Nationaal Programma opgezet zou moeten worden. Bij gelijkblijvend beleid zou de schade 22 miljard euro tot 2050 kunnen bedragen (PBL, 2016), alle reden om in actie te komen om deze schade te vermijden! Bijgevoegd treft u ons voorstel aan hoe een Nationaal Programma er uit zou moeten zien. Aan het voorstel hebben veel partijen meegewerkt, het kan dan ook op breed draagvlak rekenen. Een aantal politieke partijen (VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA) heeft de nationale aanpak van bodemdaling onderkend in het verkiezingsprogramma. Dit biedt aanknopingspunten voor het programma dat wij voorstellen. Bodemdaling in landelijke en bebouwde gebieden vraagt om een nationale aanpak. Bottom up is veel opgezet door de decentrale overheden en partners, maar een integrale top down aanpak ontbreekt nog.

De rol van het rijk bestaat vooral uit het creëren van randvoorwaarden en (mede) organiseren van gezamenlijke doelen en wensen die overstijgend zijn voor decentrale overheden: - Beleidsdoelstellingen Naast het richtinggevende Veenplan zou een plan voor bodemdaling in de bebouwde omgeving opgesteld moeten worden met langetermijndoelen, bijvoorbeeld als aanvulling op de NOVI. - Wet- en regelgeving Beleidsdoelstellingen moeten waar nodig omgezet worden in wet- en regelgeving, bijvoorbeeld in bouwnormen. - Financiering van maatregelen Voor herstel en preventie van funderingsproblematiek en openbare ruimte is financiering van maatregelen nodig. Voor de openbare ruimte gaat het om circa 2,5 miljard. Deze investering betaalt zich in circa 13 jaar terug. Voor de funderingsaanpak moet het Fonds Duurzaam

Pagina 2

-

-

-

-

Funderingsherstel grondig worden verbeterd. Ook voor maatregelen in landelijk gebied en de transitie van de landbouw zijn langetermijninvesteringen nodig. Gevalideerde kennis en informatie Om beleid te maken en maatregelen te nemen moet kennis en informatievoorziening op orde zijn. De Nationale Informatievoorziening Bodemdaling kan hierin voorzien. De startkosten bedragen ca. 6 mln en de operationele kosten ca. 2 mln per jaar. Samenwerken De verantwoordelijkheid voor de aanpak van bodemdaling ligt niet alleen bij de centrale en decentrale overheden, maar ook bij inwoners en bedrijven. Met een nationale aanpak kunnen banken, verzekeraars en koepels hun rol hierin nemen. Binnen de overheid is het belangrijk om grenzen tussen beleidsterreinen op te heffen; de aanpak vergt een integrale aanpak. Onderwijs De aanpak van bodemdaling is een langetermijnaanpak. Het is daarom van belang om in opleidingen meer aandacht te besteden aan kennisdoorwerking rondom bodemdaling. Begeleiding, coaching, praktijktrainingen Om het nationale programma te ondersteunen is continu aandacht nodig voor actieve communicatie. Dit kan geborgd worden via het NKB en het in ontwikkeling zijnde Kenniscentrum bodemdaling en funderingen.

In de bijlage worden belang, doel en inhoud van het nationaal programma bodemdaling nader beschreven. Ik verzoek u vriendelijk om deze brief met bijlage te betrekken bij uw verkennende gesprekken. De urgentie vraag erom. Veel succes en wijsheid gewenst met uw opdracht. Met vriendelijke groet,

Hilde Niezen voorzitter Platform Slappe Bodem

--------------------------------------------------------------------------------------Het Platform Slappe Bodem is de netwerksamenwerking van 22 gemeenten, 6 waterschappen en 2 provincies met als doel het onder controle krijgen van de bodemdalingsproblematiek ten gevolge van slappe bodems.

NATIONAAL PROGRAMMA

LAAT NEDERLAND NIET VERDER ZAKKEN!

URGENTIE VOOR NATIONALE AANPAK: LEEFBAARHEID NEDERLAND ONDER DRUK In veel gebieden in Nederland zakt de bodem. De bodem daalt zelfs sneller dan de zeespiegel stijgt: gemiddeld 0,5 centimeter tot 2 centimeter per jaar. Een proces dat al vele honderden jaren plaatsvindt en daarmee meters daling heeft veroorzaakt. Maar de bodemdaling is nu echt urgent: de uitstoot van broeikasgassen in het landelijk gebied en oplopende schade aan gebouwen en infrastructuur in de dorpen en steden maken een nationale aanpak noodzakelijk. Het PBL heeft in 2016 berekend dat bodemdaling leidt tot 22 miljard euro aan meerkosten bij gelijkblijvend beleid. In landelijk gebied is met name de ontwatering debet, om landbouw mogelijk te maken. In bebouwd gebied is met name de door de eeuwen heen opgebrachte massa aan ophoogmateriaal, gebouwen en infrastructuur de oorzaak van de bodemdaling, in combinatie met (toenemende) droogte.

in meters t.o.v. NAP

50 Duinen

Volgens KNMI’14 scenario’s stijgt de zee komende jaren 0,35 tot 1,0 cm per jaar

0

-50

De bodem zakt ieder jaar tussen 0,5 en 2,0 cm horizontale schaal

bron: Deltares, TNO-GDN, WEnR, 2021

NOODZAAK NATIONAAL PROGRAMMA BODEMDALING ----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bodemdaling in landelijke en bebouwde gebieden vraagt om een nationale aanpak. Bottom up is veel opgezet, maar een integrale top down aanpak ontbreekt nog. De rol van het Rijk bestaat vooral uit het creëren van randvoorwaarden en (mede) organiseren van gezamenlijke doelen en wensen die overstijgend zijn voor decentrale overheden:

BELEIDSDOELSTELLINGEN Naast het richtinggevende veenplan is een plan voor aanpak van bodemdaling in de bebouwde omgeving noodzakelijk.

WET- EN REGELGEVING Beleidsdoelstellingen moeten waar nodig omgezet worden in wet- en regelgeving, bijvoorbeeld in bouwnormen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

FINANCIERING VAN MAATREGELEN

GEVALIDEERDE KENNIS EN INFORMATIE

Voor herstel en preventie van funderingsproblematiek en betaalbaarheid van openbare ruimte is financiering van veranderen in bodemdalingsbestendige maatregelen nodig. Voor de openbare ruimte gaat het om circa 2,5 miljard. Voor de aanpak en preventie van funderingsschade moet het nationale Fonds Duurzaam Funderingsherstel worden verbeterd. Ook voor maatregelen in landelijk gebied en de transitie van de landbouw zijn langetermijninvesteringen nodig.

Kennis en informatievoorziening zijn essentieel om beleid te maken en maatregelen te nemen. De Nationale Informatievoorziening Bodembeweging en het in ontwikkeling zijnde Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen kunnen hierin voorzien met een front- en backoffice. De startkosten bedragen ca. 6 miljoen euro en de operationele kosten ca. 2 miljoen euro per jaar.

SAMENWERKEN De verantwoordelijkheid voor de aanpak van bodemdaling ligt niet alleen bij de centrale en decentrale overheden, maar ook bij inwoners en bedrijven. Met een nationale aanpak kunnen banken, verzekeraars en koepels hun rol hierin nemen. Binnen de overheid is het belangrijk om grenzen tussen beleidsterreinen op te heffen; de aanpak moét integraal zijn.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

BEGELEIDING, COACHING, PRAKTIJKTRAININGEN Om het nationale programma te ondersteunen is continu aandacht nodig voor actieve begeleiding, coaching en praktijktrainingen. Dit kan geborgd worden via het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling en het in ontwikkeling zijnde Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen.

ONDERWIJS De aanpak van bodemdaling is een langetermijnaanpak. Het is daarom van belang om in opleidingen meer aandacht te besteden aan kennisdoorwerking rondom bodemdaling.

De Nederlandse bodem daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------

VERSNELLING: VAN VEEL WOORDEN NAAR CONCRETE DADEN De Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) stelt in haar advies Stop bodemdaling in veenweidegebieden’ het volgende: “Voor de daadwerkelijke realisatie van bodemdalingsreductie is een gebiedsgerichte aanpak nodig, voorbij de pilotfase, waarbij ook bovenregionale sturing plaatsvindt. Belangrijk is daarnaast dat er wordt voorzien in een adequaat, coherent uitvoeringsapparaat.” Visies en beleid op nationaal niveau worden momenteel versnipperd doorgetrokken naar (regionale) aanpak. Het kabinet heeft in februari op dit advies gereageerd: “Net als de Raad acht het kabinet meer structurele kennisontwikkeling, monitoring en voorlichting van belang.” en “Het kabinet deelt het advies van de Raad aan het Rijk om te sturen met een nationaal beleidskader voor het landelijk gebied en dat op te nemen in een volgende actualisatie van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De in de NOVI opgenomen (sectorale) programma’s zoals Veenplan en Beleidstafel Droogte, het instrumentarium van de Omgevingswet, de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en de Omgevingsagenda’s vormen de bouwstenen van een nationaal beleidskader. Het

komen tot een samenhangende aanpak van opgaven op gebiedsniveau is daarbij voor alle partijen de opgave”. Hoewel het advies van de Rli is gericht op het landelijk gebied, is deze conclusie door te trekken naar bebouwd gebied. Het is nu tijd om dit in samenhang én nationaal aan te pakken.

Samen NOVI-, Deltaprogrammaen klimaatakkoorddoelen bereiken In het zoeken naar handelingsperspectief moet de bestaande aanpak van de decentrale overheden worden aangevuld met een landelijk gecoördineerde aanpak vanuit het rijk waarin alle overheden samenwerken. Dit om de doelen die zo mooi in de NOVI, het Deltaprogramma en het klimaatakkoord staan te kunnen bereiken.

Lokaal waar het kan, bovenlokaal waar het moet Dat veel van de pilots gericht zijn op afzonderlijke sectorale thema’s hangt samen met de huidige versnippering van de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bodemdaling over vijf ministeries. Dat er zoveel pilots en projecten zijn, vergroot de complexiteit. De talloze verschillende pilots concurreren met elkaar om beleidsaandacht en financiële steun. Hoewel belangrijk, is alléén gebiedsgericht werken om verschillende

redenen onvoldoende. Het ontbreekt bij een gebiedsgerichte aanpak van bodemdaling immers vaak aan een bovenregionale bestuurlijke afweging. Keuzes in het ene gebied kunnen gevolgen en ‘afwentelingseffecten’ hebben in een ander gebied. Daarnaast is het de vraag of het op lokaal niveau gaat lukken om in alle gevallen vergaande keuzes te maken. De lokale gemeenschap is immers sterk verbonden met de bestaande situatie, het bestaande landschap en met de bestaande belangen. Door grote verschillen in perceptie van de problematiek en de gewenste oplossingsrichtingen bestaat het risico dat men er lokaal niet uitkomt en de voortgang beperkt blijft (Veerman, 2019). Waar nodig zullen op een hoger besluitvormingsniveau (provincie, Rijk) knopen moeten worden doorgehakt. Het is behulpzaam als gebiedsgericht maatwerk wordt gefaciliteerd door heldere kaders op een hoger bestuurlijk schaalniveau. Het uitgangsprincipe moet dan ook zijn ‘lokaal waar het kan, bovenlokaal waar het moet’.

#ZODUS: RIJK EN REGIO ZIJN SAMEN VERANTWOORDELIJK, ONDERSTEUNEN ELKAAR EN VULLEN ELKAAR AAN -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zoals het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in 2016 en Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in 2020 al heeft berekend, valt er veel geld te besparen. Nu investeren in een nationaal programma bodemdaling leidt tot beperking van schade en kosten in de toekomst. De investering verdient zich dus terug. Het betekent niet dat het Rijk alle verantwoordelijkheid (en kosten) op zich moet nemen: Rijk en decentrale overheden zijn samen verantwoordelijk en vullen elkaar aan in de aanpak. De rol van het Rijk bestaat vooral uit het creëren van randvoorwaarden en (mede) organiseren van gezamenlijke doelen en wensen die overstijgend zijn voor decentrale overheden:

en bedrijven hierbij te ondersteunen. Daarnaast vraagt de problematiek van funderingsschade om een nationaal herstelfonds, een verbeterde versie van het huidige Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Aangetekend moet worden dat het maatschappelijk rendement van deze middelen naar verwachting hoog zal zijn omdat de te vermijden schade zo groot is.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

GEVALIDEERDE KENNIS EN INFORMATIE BELEIDSDOELSTELLINGEN Het is van belang dat op nationaal niveau wordt aangegeven hoe Nederland met de bodemdalingsproblematiek wil omgaan. Het gaat dan om waterbeheer, bodembeheer, landbouwbeleid, bouwen en wonen, ruimtelijke ordening, klimaatbeleid. De NOVI, Nationale klimaatadaptiestrategie, Deltaprogramma, klimaatakkoord en het landbouwbeleid bevatten elementen hiervan en beïnvloeden elkaar ook. Een integrale benadering en dus afstemming tussen beleidsterreinen is noodzakelijk om tot een coherente aanpak te komen. Voor het landelijk gebied is een “Veenplan” dat richting geeft; een richtinggevend plan voor het stedelijk gebied ontbreekt nog volledig. En dat terwijl nu juist de grootste schade en overlast wordt verwacht in bebouwde gebieden (funderingen en openbare ruimte). Het opstellen van een plan voor bebouwde gebieden zou een grote stap voorwaarts zijn als aanvulling op, bundeling en concretisering van het beleid op rijksniveau. Het Platform Slappe Bodem staat met de Coalitie Stevige Steden klaar om bij te dragen aan dit plan voor bodemdaling in bebouwde gebieden.

FINANCIERING VAN MAATREGELEN Het PBL en Rli geven aan dat de schade ten gevolge van bodemdaling tot 2050 ruim 22 miljard bedraagt, bij gelijkblijvend beleid. Doel is om deze kosten te vermijden door het beleid actief te veranderen. Voor het verminderen van schade aan openbare ruimte en infrastructuur is ca. 2,5 miljard euro nodig. Hiermee kunnen gemeenten overschakelen op duurzame lichtgewicht materialen. De terugverdientijd is circa 13 jaar, vooral door besparing op beheer en onderhoud. Een deel van de funderingsschade (1/4 tot 1/3) kan bovendien worden voorkomen door verbetering van de riolering en drainage. De kosten hiervoor zijn naar schatting 1.500 tot 10.000 euro per woning. Kosten gaan vaak voor de baten uit; denk aan het toepassen van lichtgewicht ophoogmaterialen bij de aanleg en reconstructie van wegen, funderingsherstel bij gebouwen of het investeren in nieuwe gewassen of vee. Decentrale overheden moeten financieel in staat gesteld worden om deze stappen te zetten en inwoners

Besluitvorming op het gebied van bodemdaling is gebaat bij onafhankelijke en openbare wetenschappelijke kennis. Nederland loopt achter op de ontwikkeling van deze kennis en de beschikbare kennis wordt niet goed ontsloten. Hierdoor ontstaat het gevaar dat het wiel steeds weer opnieuw moet worden uitgevonden en dat er onvoldoende efficiënt met publieke middelen wordt omgegaan. Investeren in kennisontwikkeling en -ontsluiting gaat de directe belangen van individuele regionale overheden te boven. Deze faciliterende rol wordt bij andere dossiers (zoals archeologie) door het Rijk ingevuld. Om de juiste kennis bij overheden, maar zeker ook bij burgers en het bedrijfsleven te krijgen moet een onafhankelijke nationale informatievoorziening op het gebied van bodemdaling en funderingen worden opgezet. Dit omvat wetenschappelijk en toegepast onderzoek (o.a. een nationaal meetprogramma), validatie, monitoring, beschikbaar stellen van informatie en ondersteuning bij de toepassing van informatie door de verschillende betrokkenen. Hierbij wordt gewerkt aan een backoffice/frontoffice model waarbij de backoffice om kennisontwikkeling draait

#ZODUS: RIJK EN REGIO ZIJN SAMEN VERANTWOORDELIJK, ONDERSTEUNEN ELKAAR EN VULLEN ELKAAR AAN en de frontoffice de vertaalslag maakt naar betrouwbare informatie waarmee vragen van betrokkenen beantwoord kunnen worden. De partijen* die nu al betrokken zijn bij kennisontwikkeling en informatievoorziening over bodemdaling en funderingen hebben het voortouw genomen bij het versterken van de kennisen informatiefunctie en zoeken steun bij marktpartijen, het maatschappelijk middenveld en de (rijks)overheid. De startkosten bedragen ca. 6 mln. en de operationele kosten ca. 2 mln. per jaar. Hieronder de cyclus van onderzoek en toepassing van informatie in 6M’s:

1. M eten van bodemdaling

6. M onitoren van de maatregelen

5. M aatregelen nemen

2. M echanisme begrijpen

6M

kennisnetwerk terug. Ook deze partijen kunnen in het nationaal programma gestimuleerd worden hierin stappen te zetten.

WET- EN REGELGEVING Beleidsdoelstellingen moeten soms omgezet worden in wet- en regelgeving om de koers voor langere tijd vast te kunnen houden en om tot uitvoering te komen. Dit betekent niet altijd meer regelgeving maar kan soms ook het bijstellen van bestaande prikkels zijn. Dit geeft ook helderheid en houvast voor overheden, inwoners en bedrijven. Denk daarbij aan bouwwetgeving, normering, etc. De basis ligt in ervaring van decentrale overheden en marktpartijen. Het Rijk zou opdracht moeten geven om deze ervaring om te zetten in normen en wetgeving.

3. M odelleren van bodemdaling

ONDERWIJS In het onderwijs vindt nog weinig kennisdoorwerking plaats over de lessen die geleerd worden in alle pilots en onderzoeken over bodemdaling. Het verbeteren van de curricula van WO/HBO/ MBO-instellingen kan een hele nieuwe generatie denkers en doeners opleveren die vanzelfsprekend opgaven op een integrale en innovatieve wijze oppakken. Dit vraagt ook van het werkveld inzet op het vlak van goede stages en afstudeeronderwerpen.

4. M KBA maken

Daarmee bestaat het onderzoeksdeel van het beoogde nationaal programma uit een aantal samenhangende pijlers: 1. nationaal meetprogramma, 2. een onderzoeksprogramma (vertalingen doorontwikkelen van de fundamentele kennis), 3. een nationale informatievoorziening, 4. d iverse lopende onderzoeksprogramma’s vormen de backoffice en zijn daarmee het motorblok van de informatievoorziening.

______________________________________________ * De Kennisinstituten (Deltares/TNO/WUR/TUD/ UU), het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB), Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV), Het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF), Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, Nationale Wetenschapsagenda (Living on soft soils).

SAMENWERKEN Het moge duidelijk zijn dat bodemdaling niet alleen de verantwoordelijkheid van de overheden is. Daarom is het inzetten op samenwerking ook belangrijk: samen de schouders eronder zetten, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Diverse maatschappelijke partners kunnen hierin een steentje bijdragen. Zo zijn hypotheekverstrekkers, makelaars en taxateurs sleutelfiguren in de informatieverstrekking rond aan- en verkoop van woningen. Kennisinstellingen en marktpartijen werken aan kennisontwikkeling. Advies- en onderzoeksbureaus zijn aan zet voor het stellen van kritische vragen, kennisdoorwerking en bieden van goed gekwalificeerd personeel in alle vormen van adviesdiensten. Overheden verdienen op deze manier de investeringen in het

BEGELEIDING, COACHING, PRAKTIJKTRAININGEN De ervaring van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling leert dat er meer nodig is om kennis bij mensen te laten landen dan zenden alleen. Begeleiding, coaching, praktijktrainingen zijn allerlei manieren om de handelingsperspectieven die er zijn ook daadwerkelijk te integreren in de dagelijkse praktijk. Niet alleen bij ambtenaren, maar ook bij adviseurs, agrariërs en wetenschappers. Dit structureel borgen met een nationale aanpak, bijvoorbeeld via het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling en het in ontwikkeling zijnde Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen, kan een belangrijke stap voorwaarts zijn in de aanpak van bodemdaling.

#ZODUS: GEZAMENLIJK AAN DE SLAG MET EEN NATIONAAL PROGRAMMA BODEMDALING

GEBIEDSGERICHTE VISIE EN AANPAK BODEMDALING

Ontwerp & Illustratie: Hjalmar Haagsman

Er is op dit moment geen landelijk gremium of programma waarin Rijks- en regionale partners over de volle breedte praten over de (aanpak van de) toenemende problematiek van bodemdaling. Het onderwerp wordt in de Tweede Kamer en diverse gremia, zoals het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie en Deltaprogramma Zoetwater, wel besproken en geagendeerd, bijvoorbeeld als onderdeel van klimaatproblematiek (droogte). Het wordt echter onvoldoende als geheel en in zijn kern aangepakt en vertaald naar noodzakelijke acties. Een nationaal programma bodemdaling moet helpen om op politiek/bestuurlijk niveau een betere afstemming te verkrijgen. En gezamenlijk door alle relevante ministeries van het Rijk en regionale overheden een korte en lange termijn visie en stip op de horizon te ontwikkelen. Daarbij rekening houdend met en ter voeding van andere maatschappelijke opgaven en transities: - woningtekorten - klimaatdoelstellingen - duurzaam bodem- en waterbeheer - landbouwtransitie - toenemende kosten voor beheer en onderhoud in bestaande steden en infrastructuur. Een nationaal programma beïnvloedt vanuit de kennis over bodemdaling de lopende toekomstscenario’s over Nederland. Ook ontwikkelt het een programmatische aanpak om te leren om te gaan met de problematiek. Het stuurt op de ondersteuning en invulling van rollen en verantwoordelijkheden van de overheid zelf en ondersteuning

BODEMDALING REMMEN WE SAMEN VEILIGHEID

KLIMAAT

KLIMAATBESTENDIG BOUWEN SLIMMER OMGAAN MET BODEM EN WATER

WONEN OP SLAPPE BODEM KAN ALS JE HET VERSTANDIG DOET DURVEN EN EXPERIMENTEREN

RIJK PROVINCIE

www.slappebodem.nl

EEN GRONDIGE AANPAK

GEMEENTE WATERSCHAP KENNISINSTELLINGEN ONDERNEMERS & INWONERS

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------en stimulering van bijdragen van andere stakeholders. In de ondersteuning passen bestaande initiatieven op kennisgebied zoals het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, die hiermee meer paraplu krijgen vanuit een brede vertegenwoordiging van bestuurders in dit nationale programma. Last but not least: Bodemdalingskennis en de aanpak van bodemdaling kan een belangrijk export product zijn naar vele andere delta’s en kustgebieden die met deze problematiek van doen hebben.

Coördinerend (bewinds) persoon en/of een commissaris De opzet vraagt samenwerking tussen bestuurslagen, alle relevante

departementen, kennisinstellingen en bedrijven. Dat vraagt om een coördinerend (bewinds)persoon en/ of een commissaris (naar voorbeeld van het Deltaprogramma) en een team samengesteld uit vertegenwoordigers van alle departementen en overheidslagen. Een nationaal programma kan goed gebruik maken van bestaande lijnen en invulling van verantwoordelijkheden in het landelijk en bebouwd gebied. Bovenop ‘actieplannen/programma’s’ voor landelijk en bebouwd gebied zorgt het (wederom naar voorbeeld van een Deltaprogramma) voor de paraplu met borging van samenhang en afstemming en organisatie van kennismanagement.

COLOFON Het Platform Slappe Bodem, een samenwerkingsverband van gemeenten, provincies en waterschappen, werkt aan een integrale aanpak waarin nationale, lokale en provinciale overheden, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijfsleven gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en dragen op het gebied van bodemdaling. Met het pleidooi voor dit nationaal programma bodemdaling toont het Platform Slappe Bodem haar visie en netwerk dat al flink op dreef is met een grondige en praktijkgerichte aanpak van bodemdaling. Samen met Rijksoverheid, kennisinstellingen en marktpartijen willen we blijven investeren in onderzoek, kennis en innovatie.

Contactpersoon Jeroen Mekenkamp secretaris Platform Slappe Bodem info@slappebodem.nl / www.slappebodem.nl

Beeldmateriaal Vincent Basler en Platform Slappe Bodem

Het Platform Slappe Bodem werkt samen met:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218868/1