Brief E Ebbens 7 december 2021 over het Participatiebeleid
Tekst van het document
Geachte leden gemeenteraad Schiedam, Mede door ervaringen in het verleden in diverse rollen, posities en omstandigheden ben ik zeer geïnteresseerd in Participatie. En meen een goede reden te hebben om u met dit bericht lastig te vallen. Allereerst wil ik de gemeentelijke organisatie complimenteren met de door u te bespreken documenten. Zeer gedegen en uitgebreid, en voor zover te overzien met veel raadplegen van diverse op een of andere manier betrokken personen. Wel veel te lezen voor u. Er is echter één specifiek punt, waarvan ik denk dat de gemeente een principiële denkfout maakt dan wel halfslachtig is in de aangegeven werkwijze. Dat betreft het een begin van het proces van een project, van een initiatief van gemeente(of andere partij). Volgens de beschreven aanpak in de documenten wordt als eerste stap gekeken of er en in welke mate participatie moet plaatsvinden aan de hand van 5 toetspunten. Vervolgens wordt er een stakeholders-analyse gemaakt. Dat houdt echter in dat er intern de gemeente, eerst wordt bepaald hoe het probleemveld van het initiatief er uit ziet en of dat participatie in een bepaalde vorm rechtvaardigt.
En dat zo op deze wijze de kennis, ervaringen en soorten en mate van belangen van inwoners en bedrijven alleen goed in beeld komen als de gemeente intern hier vooraf al exact van op de hoogte is en daarnaast voornemens is rekening met deze kennis te houden. Als er één les uit het participatie-verleden van de gemeente is te trekken dan is dat wel dat de gemeente meestal niet, slecht, onvolledig op de hoogte van de kennis, ervaringen en soorten en mate van belangen van inwoners en bedrijven. En als ze wel op de hoogte zouden moeten zijn daar nog niet altijd automatisch voldoende rekening mee houdt. En dat dat aspect in het verleden veel problemen bij projecten heeft gegeven. Eén voorbeeld: bij de Westfrankelandsedijk was intern gemeente de wens van provincie voor een snelfietspad nadrukkelijk in beeld, maar had men de belanghebbende, aanliggende bedrijven compleet over het hoofd gezien. Met veel vervelend en sterk vertragend gedoe over al dan niet te kappen bomen als gevolg. Ik wil u dan ook dringend vragen om de procedure van te nemen stappen zodanig aan te passen dat er standaard altijd wordt begonnen met een bijeenkomst van mogelijke belanghebbenden, een z.g. nuloverleg. Waarin het initiatief kort wordt toegelicht en gevraagd wordt aan aanwezigen wat hun belang hierbij kan zijn en of er nog andere belanghebbenden in beeld zouden moeten komen.
Aan de hand van dit nul-overleg maakt de gemeente de afweging van of en welke wijze van participatie en vervolgt de procedure, zoals in de documenten met zonodig een stakeholdersanalyse en legt uit hoe ze tot de gekozen aanpak is gekomen. In het document Reacties zijn hierover opmerkingen weergegeven. Zie onder Inleiding (en andere plekken in het rapport), 2.2. Participatie schematisch in beeld en Bijlage 1: 1.1.2 Wat kunt u van de gemeente verwachten? Waar ik u voor verdere toelichting naar verwijs.
Deze reacties worden als het ware "weggeschreven" door te zeggen dat er wel betrokkenheid in beginfase is. Wat dus in werkelijk niet, onduidelijk of gedeeltelijk het geval is. Achterliggend lijkt er een soort vrees te bestaan dat er met een nuloverleg te hoge verwachtingen worden gewekt. De ervaring leert echter dat belanghebbenden juist meer begrip gaan tonen als ze zo vroeg mogelijk hun zegje mogen doen. Bovendien zou na een heldere afweging met kennis uit het nuloverleg de gemeente niet bang hoeven te zijn/ goed in staat moeten zijn om eventuele
beperkingen van participatie in het vervolg uit te leggen. Juist door zo vroeg mogelijk, dus in de begin/nulfase mogelijke belanghebbenden te informeren en naar hun beeld te vragen, krijg je zo veel mogelijk vertrouwen en gaat je project beter verlopen. Rest mij u veel succes te wensen bij de behandeling van het agendapunt Participatie. Met vriendelijke groet, Edzo Ebbens