Bijlage Zomernota 2023
Tekst van het document
Zomernota 2023
Zomernota 2023 Financiële uitgangspunten voor de begroting 2023
2 juni 2022
1
Zomernota 2023
Versiebeheer 2 juni 2022
2
Zomernota 2023
Voorwoord Deze zomernota wordt geschreven aan de vooravond van het aantreden van een nieuw stadsbestuur. Het zittende college is demissionair. Het is daarom een beleidsarme zomernota. Deze zomernota omvat de Staat van de stad en de financiële uitgangspunten om de begroting te kunnen opstellen.
Beleidsarme zomernota met onzekerheden Vanuit de demissionaire status is het niet gepast beleidskeuzes te maken. Wel hebben wij de wettelijke en onvermijdelijke zaken verwerkt om Schiedam verantwoord over te dragen aan een nieuw bestuur. We zien dat de zomernota nog geen meerjarig sluitende begroting oplevert. Veel zal afhangen van de uitkomst van de verwerking van de meicirculaire. Dat is het moment om, met een nieuw collegeprogramma, opnieuw de koers te bepalen. Op dit moment is er voldoende weerstandsvermogen om incidentele tekorten op te vangen. In deze zomernota zijn ook de onzekerheden in beeld gebracht, die niet in de laatste plaats ontstaan door de huidige markt- en prijsomstandigheden. De gevoeligheid van de budgetten is in beeld gebracht. Op basis daarvan wordt voorgesteld om in het begrotingsproces opnieuw de actuele situatie te beoordelen en indien dit nodig wordt geacht de raming bij te stellen.
Proces naar begroting Het proces naar de begroting toe zal dit jaar het verloop van de collegevorming anders verlopen dan gewoonlijk. In deze zomernota is in beeld gebracht waar en hoe in het proces de beleidsinvulling van het nieuwe college gestalte kan krijgen in de lopende P&C-cyclus. Wij concluderen dat het goed is om met deze beleidsarme zomernota het moment van de algemene beschouwingen te verschuiven naar de begrotingsbehandeling in november.
Tot slot De afgelopen drie jaar is het proces rond de zomernota anders gelopen dan wij hadden verwacht. Corona, financieel onzekere tijden rondom financiële compensatie door het Rijk (arbitrage jeugdzorgmiddelen) en dan nu een demissionaire status: het blijft anticiperen op wat er binnen en buiten Schiedam gebeurt, rekening houdend met het belangrijkste uitgangspunt van ons meerjarig financieel beleid: een meerjarig structureel sluitende begroting. Het is aan een nieuw college om hierin de koers te bepalen.
3
Zomernota 2023
Inhoudsopgave 1 Staat van de stad 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5
Trend van de afgelopen jaren Sociale samenstelling Sociale problematiek blijft groot Effecten van Corona Conclusie
5 6 6 7 7
2 Financiën 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
8
Algemeen financieel beeld Financiële stand zomernota Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Winstwaarschuwingen Aanpak richting Begroting 2023 Tot slot
Bijlage 1 Bepaling financiële ruimte 1 2 3 4 5 6 7. 8
Algemeen Bepaling van de beginstand De loon- en prijsontwikkelingen Meicirculaire 2022 Ontwikkelingen Sociaal Domein Interne en externe autonome ontwikkelingen Renteontwikkeling Financiële ruimte ongewijzigd beleid
4
8 8 10 11 12 13
14 14 15 16 17 18 19 21 22
Zomernota 2023
1
Staat van de stad Jaarlijks wordt onder de noemer de Staat van de stad een beeld geschetst van hoe Schiedam zich ontwikkelt op thema’s als bevolking, woningvoorraad, sociaal, economie en veiligheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de meest in het oog springende trends van de afgelopen tijd.
1.1 Trend van de afgelopen jaren Het bouwtempo van de afgelopen jaren zorgt ervoor dat het inwonertal van Schiedam al langere tijd een opgaande lijn vertoont. Met zo’n 79.770 inwoners per 1 januari 2022 kwam de 80 duizendgrens al in zicht. Inmiddels is die grens op 25 april 2022 behaald met de inschrijving van de 80.000e inwoner. De laatste keer dat Schiedam meer dan 80 duizend inwoners telde was in 1973. Gezien de woningbouwplannen die nog op stapel staan, mag worden verwacht dat de groei nog wel even zal aanhouden. Terwijl er landelijk sprake is van een (sterk) toenemende vergrijzing van de bevolking, valt op dat het aandeel ouderen in Schiedam wederom stabiel is gebleven. Zo behoort landelijk inmiddels ruim 20% tot de groep 65+, in Schiedam bedraagt dit aandeel 17,5%. Het effect van een verouderende bevolking wordt in Schiedam namelijk teniet gedaan door een - per saldo - forse instroom van jonge mensen die zich in de stad vestigen en tegelijkertijd door een (beperkte) uitstroom van ouderen. Op de wat langere termijn zal ook het aandeel senioren in Schiedam nog wel enigszins toenemen, maar veel minder sterk dan landelijk. Dat heeft onder meer tot gevolg dat het gebruik van allerlei Wmovoorzieningen in Schiedam naar verwachting minder sterk zal toenemen dan gemiddeld in Nederland. Verder wordt de stad elk jaar multicultureler van samenstelling.
Zo heeft bijna 46% van de Schiedammers een migratie-achtergrond. Het snelst groeit de groep afkomstig uit Midden- en OostEuropa, jaarlijks met zo’n 10%. Doorgaans betreft dit arbeidsmigranten. In totaal gaat het om ruim 5.100 inwoners, van wie ruim de helft oorspronkelijk afkomstig is uit Polen en een kwart een Bulgaarse achtergrond heeft. Het merendeel van hen woont in Schiedam-Oost. Inmiddels heeft 1 op de 6 inwoners van deze wijk een Oost-Europese achtergrond. Meerdere jaren achtereen verlieten Schiedammers met belangstelling voor een woning in het midden of hogere segment vaak de stad, omdat dergelijke woningen niet in voldoende mate in Schiedam voorhanden waren. De ruimte die daardoor in het lagere woningmarktsegment vrijkwam, werd relatief vaak ingevuld door huishoudens van buiten de stad, met name uit Rotterdam en (in de particuliere voorraad) uit het buitenland (onder wie veel arbeidsmigranten). Door de bouw van een flink aantal (grondgebonden) woningen was er in 2020 sprake van een duidelijke stijging van het aantal Schiedammers dat in de eigen stad een woning in het midden en hogere segment had betrokken. Deze ontwikkeling heeft zich in 2021 voortgezet. Dat geldt ook voor de trend dat Rotterdamse huishoudens veel meer dan voorheen in het duurdere deel van de Schiedamse woningvoorraad een woning zoeken.
Dat heeft alles te maken met de forse prijsstijgingen van woningen in Rotterdam. Schiedam is daardoor voor veel Rotterdammers aantrekkelijk geworden bij de zoektocht naar een woning in het midden en hogere segment. Met overigens als gevolg dat ook in Schiedam de huizenprijzen fors stijgen. Dat blijkt onder meer uit de ontwikkeling van de woz-waarde van woningen. De stijging in Schiedam lag vorig jaar boven het landelijke gemiddelde (+12,8% in
5
Zomernota 2023
Schiedam tegen +7,4% landelijk). Dit heeft mede tot gevolg gehad dat de gemiddelde woz-waarde van koop- en huurwoningen met €221.000 voor het eerst hoger is dan in Vlaardingen. De ontwikkelingen van de afgelopen tijd maken duidelijk dat veranderingen in de woningvoorraad qua aanbod en prijs, invloed hebben op de verhuisstromen en het type huishoudens dat de stad aantrekt. Dat neemt niet weg dat sociale stijging ook nu nog steeds leidt - zij het in mindere mate - tot het vertrek van (oudere) Schiedammers en een instroom van jonge huishoudens aan de onderkant van de woningmarkt. In het topsegment is er overigens weinig veranderd en is er evenals voorheen nog altijd sprake van een uitstroom van huishoudens.
1.2 Sociale samenstelling De veranderingen in de woningvoorraad beginnen geleidelijk aan zichtbaar te worden in de sociale samenstelling van de bevolking. Een duurdere woningvoorraad trekt huishoudens aan die doorgaans meer te besteden hebben en/of vaker theoretisch zijn opgeleid. Uit de onlangs door het CBS gepubliceerde opleidingsgegevens blijkt dat als het gaat om theoretisch (HBO/WO) opgeleiden het aandeel in Schiedam weliswaar lager is dan landelijk maar dat er wel sprake is van een inhaaleffect. In iets mindere mate is zo’n zelfde effect waarneembaar voor wat betreft het inkomen: voor het tweede achtereenvolgende jaar is de achterstand op het landelijk gemiddelde iets kleiner geworden. Ook het aandeel huishoudens dat van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum moet rondkomen, vertoont in Schiedam een snellere daling dan landelijk. Was het verschil vijf jaar geleden nog 4 procentpunt (Schiedam 18%, landelijk 14%), inmiddels is dat teruggelopen tot 2,7 procentpunt (Schiedam 15,7%, landelijk 13,0%). De eerste uitkomsten van de monitor Leefbaarheid & Veiligheid van december 2021 laten zien dat de situatie qua veiligheid en overlast gemiddeld genomen redelijk stabiel is. Dat neemt niet weg dat het veiligheidsgevoel van de Schiedammer nog altijd behoorlijk achterblijft bij dat in vrijwel alle andere gemeenten in Nederland.
Voor wat betreft het thema overlast komen - mede als gevolg van corona zaken als vliegtuiglawaai, agressief verkeersgedrag en te hard rijden minder vaak voor. Zo was er de laatste tijd aanzienlijk minder vliegverkeer geweest en werkten veel mensen thuis, waardoor de auto vaker voor de deur bleef staan. Daarentegen is er veel meer sprake van overlast door parkeren (als gevolg van datzelfde thuiswerken), jongeren en vuilnis-bijplaatsingen naast de container. Met name tijdens de lockdown- en avondklokperiodes was overlast door jongeren een vaker terugkerend probleem. Ook het op grote schaal opruimen van zolders/schuren/kelderboxen en het klussen in de woning leidde zeker in het begin van corona tot nogal wat bijplaatsingen naast vuilcontainers en files in de milieustraat. Verwacht mag worden dat dit soort vormen van overlast vooral tijdelijk van aard zijn geweest.
1.3 Sociale problematiek blijft groot Ondanks de betere economische cijfers blijft de sociale problematiek van de stad groot. Zo blijven de schooladviezen van kinderen in groep 8 van het basisonderwijs met betrekking tot het voortgezet onderwijs steevast behoorlijk achter bij het landelijk gemiddelde. Dat verkleint de kansen op succes als deze jonge generatie over enige jaren de weg op de arbeidsmarkt moet gaan vinden. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken blijft het belangrijk om in een vroeg stadium – bij voorkeur vóór het betreden van de basisschool - eventuele taalachterstanden weg te werken. Maar ook het gericht aanbieden in het voortgezet onderwijs van opleidingen waar in kansrijke sectoren vraag naar is, vergroot de mogelijkheden voor jongeren op de arbeidsmarkt en daarmee op een onafhankelijk bestaan.
6
Zomernota 2023
In vergelijking met andere gemeenten zijn de verschillen per buurt binnen Schiedam nog altijd fors. Zo is het inkomen het meest gestegen in Spaland/Sveaparken en Kethel, gebieden waar het inkomen altijd al hoog was. Anderzijds is er in Groenoord, een wijk met laag gemiddeld inkomen, nauwelijks sprake van een stijging. Ook verschillen in opleidingsniveau en de veiligheidsbeleving dragen ertoe bij dat in geografische zin de kloof tussen kansrijken en kansarmen steeds groter wordt. Met name in delen van Nieuwland, Oost en Groenoord heeft dit problematische vormen aangenomen. Zo heeft bijvoorbeeld in Nieuwland de herstructurering tot gevolg dat de wijk er in sociaaleconomisch opzicht flink op vooruit is gegaan, maar komen huishoudens uit de gesloopte (goedkope) huurwoningen vaak in andere delen van de stad terecht waar de sociale problematiek al groot was. Kortom, dit waterbedeffect zorgt er mede voor dat de problemen zich nog sterker in bepaalde gebieden concentreren. Dat maakt het tegengaan van de grote verschillen in de stad er niet gemakkelijker op. Wellicht kan een ondersteuningsplan voor huishoudens die vanwege herstructurering gedwongen moeten verhuizen uitkomst bieden.
1.4
Effecten van Corona
In de monitor Leefbaarheid & Veiligheid was - eenmalig - een vragenblok opgenomen over de effecten van corona op het dagelijks leven van de Schiedammer. Zoals te verwachten viel zijn deze effecten er zeker. Bovendien zijn ze behoorlijk sterk. Zo zegt ruim 40% dat de algehele kwaliteit van leven er slechter door is geworden. En bijna 40% van de Schiedammers geeft aan dat de mentale gezondheid (stress, angst, piekeren) is verslechterd. Bovendien hebben de corona-restricties de relatie met vrienden/kennissen geen goed gedaan. Ruim een derde deel van de Schiedammers geeft aan hier last van te hebben.
1.5
Conclusie
Voor het tweede achtereenvolgende jaar is zichtbaar dat het toevoegen van nieuwe woningen in het midden en hogere segment helpt om enerzijds meer Schiedammers een wooncarrière binnen de stad te laten maken en anderzijds om nieuwe doelgroepen naar de stad te trekken. Mede als gevolg van de alsmaar stijgende huizenprijzen trekt Schiedam in toenemende mate huishoudens aan die wat meer te besteden hebben en vaker theoretisch zijn opgeleid. Effecten van het aanpassen/veranderen van de woningvoorraad op de samenleving worden pas goed zichtbaar als het grote aantallen betreft. Het in stand houden van de nu ingezette trend vraagt dan ook om een lange adem. Anderzijds zijn de grote verschillen op het gebied van onder meer inkomen, opleiding en veiligheidssituatie een probleem dat de nodige aandacht behoeft. Het alleen inzetten op een meer evenwichtige woningvoorraad is niet genoeg. Een sociale aanpak, zoals het investeren in onderwijs, het wegwerken van taalachterstanden, het toeleiden naar werk en het aantrekken en behouden van bedrijven die werkgelegenheid bieden is minstens zo belangrijk voor de sociaaleconomische stijging van de stad als geheel.
7
Zomernota 2023
2
Financiën In bijlage 1 is de verkennende bepaling opgenomen van de financiële positie als start van het begrotingsproces via deze zomernota. Het belangrijkste algemene uitgangspunt is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid. Hierbij is het belangrijk dat de (meerjaren)begroting materieel in evenwicht is. Dat betekent dat het totaal van alle jaren geen begrotingstekort mag vertonen.
2.1 Algemeen financieel beeld Schiedam hanteert de volgende (meerjarige) speerpunten van het financieel beleid:
beheersing van de lastenontwikkeling voor inwoners en bedrijven; faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad; genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing.
De afgelopen jaren zijn deze speerpunten van beleid onder druk komen te staan, waarbij de financiële situatie steeds meer een bron van zorg is geworden. Het is steeds moeilijker om tot een sluitende begroting te komen zonder een beroep te doen op de reserves of via verhoging van de belastingen of bezuinigingen op het voorzieningenniveau. De financiële stand is meer dan ooit afhankelijk van de uitkomsten van de meicirculaire. In de meicirculaire van dit jaar wordt ook de herijking van het Gemeentefonds verwerkt. Schiedam is in deze herijking een nadeelgemeente. Een prognose van dit nadeel is al eerder in de meerjarenbegroting verwerkt.
2.2 Financiële stand zomernota Deze financiële stand wordt ieder jaar op dezelfde, consistente wijze bepaald. De route naar de financiële stand in de zomernota kent vier elkaar opvolgende stappen. Dit jaar is de zomernota beleidsarm. Dit betekent dat de op een na laatste stap in het proces niet heeft plaatsgevonden en wordt overgeslagen. De laatste jaren gedwongen door de financiële situatie en onzekerheden door corona, dit jaar door het ontbreken van een collegeprogramma.
8
Zomernota 2023
Schematisch ziet dit proces op hoofdlijnen er als volgt uit:
Financiële Ruimteberekening
Wettelijk en onvermijdelijk
Beleidskeuzes, Nieuw voor Oud
Zomernota
De processtappen om de financiële stand voor deze zomernota te bepalen is uitgewerkt in bijlage 1. De financiële ruimteberekening wordt opgebouwd vanuit de beginstand van de begroting (oftewel de eindstand van de begroting 2022-2025), rekening houdend met loon- en prijsontwikkelingen en de ontwikkelingen in het sociaal domein. Vervolgens worden de interne en autonome ontwikkelingen (wettelijk verplichte en onvermijdelijke ontwikkelingen) in beeld gebracht en de prognose van de rente-ontwikkeling en resteert er een tekort dan wel overschot. Een vast onderdeel in deze methodiek is het beoordelen van de mogelijke vrijval van reserves. Deze beoordeling is ook dit jaar weer uitgevoerd, maar het laten vrijvallen van reserves is in de meeste gevallen een beleidsbeslissing. U ziet daarom in deze zomernota geen voorgestelde vrijval van reserves. Samenvattend geeft de zomernota het volgende beeld1. 2023
2024
2025
A. Totaal beginstand
1.553
4.279
3.922
3.497
B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen
-5.208
-5.387
-5.318
-5.309
PM
PM
PM
PM
D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein
1.350
1.667
1.759
1.937
E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk en dilemma's
-1.449
-789
-579
-47
50
-15
-155
-104
-3.704
-245
-371
-26
C. Totaal algemene uitkering
F. Renteontwikkeling Totaalstand zomernota
2026
De meerjarenbegroting van Schiedam is op dit moment niet structureel sluitend. Dit is echter de stand vóór de verwerking van de meicirculaire 2022. Deze meicirculaire heeft een wezenlijk effect op de genoemde standen. In deze circulaire wordt namelijk de herijking van het Gemeentefonds doorgevoerd. Schiedam is een nadeelgemeente in deze herijking. Een prognose van het nadeel is al in 1
Alle bedragen in hoofdstuk 2 en bijlagen 1: x € 1.000
9
Zomernota 2023
de meerjarenbegroting opgenomen. Het is op dit moment onduidelijk wat het exacte nadeel gaat worden. In algemene zin lijkt de tendens van het Gemeentefonds op macroniveau voor de jaren tot en met 2025 positief te zijn voor gemeenten. Een belangrijke winstwaarschuwing daarbij vormt overigens wel de ontwikkeling van het begrotingstekort op rijksniveau. Daarnaast pakken de prognoses van het Gemeentefonds voor het jaar 2026 negatief uit. Toezeggingen van het kabinet zijn voor de gehele kabinetsperiode (tot en met 2025) doorgerekend, maar vervallen daarna. De VNG spreekt daarom over een ‘financieel ravijn’ voor gemeenten. Eind juni zal de ledenvergadering van de VNG hierover een standpunt innemen. Al met al betekent dit dat de financiële stand van de zomernota daarmee meer dan ooit een tussenstand is. De verwachting is dat voor de behandeling van de zomernota de effecten van de meicirculaire 2022 zijn doorgerekend. U ontvangt in de tweede helft van juni een actuele financiële stand. Mocht het meerjarig beeld dan op hoofdlijnen hetzelfde blijven (groot incidenteel tekort in 2023), dan heeft het nadrukkelijk de voorkeur om de incidentele dekking hiervan uit de reserve compensatie Rijk te halen. Deze reserve is met deze doelstelling vorig jaar gevormd.
2.3 Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Interne en externe autonome ontwikkelingen leiden tot claims met een onvermijdelijk of wettelijk verplicht karakter. In beide gevallen gaat het in principe om ongewijzigd beleid, maar deze ontwikkelingen hebben wel invloed op de omvang van de financiële ruimte. Nieuwe wet- en regelgeving leiden (mogelijk) tot kosten voor voorbereiding en invoering. Onvermijdelijke ontwikkelingen zijn wat lastiger te onderscheiden. Hierbij bestaat het afwegingskader uit de toets of zonder de financiële verwerking van de claim er urgente knelpunten in de continuïteit van uitvoering ontstaan die uiteindelijk leiden tot een grotere (financiële) schade voor de gemeente. De voorstellen, die zijn getoetst op de onvermijdelijkheid, staan in onderstaande tabel. 2023
2024
2025
2026
Wettelijk onvermijdbaar Werkkostenregeling
-40
-20
Impact Omgevingswet
-362
-522
Vergunningen havengebied
-200
-200
Areaaluitbreiding ruimtelijke ontwikkeling
-47
-47
-47
-47
Woonvisie
-800 -789
-579
-47
-532
Beleidsmatig onvermijdbaar
Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims
-1.449
Een nadere toelichting op deze wettelijke en onvermijdelijke claims is te vinden in bijlage 1. Voor de claim rondom de Omgevingswet wordt opgemerkt dat de kost voor de baat gaat: de uitgaven zijn al geraamd en in beeld gebracht, de baten (via algemene uitkering) moeten nog komen.
10
Zomernota 2023
2.4 Winstwaarschuwingen Deze paragraaf geeft inzicht in ontwikkelingen die het financieel beeld de komende periode positief, dan wel negatief zullen beïnvloeden. Hierbij wordt apart stilgestaan bij de markt- en prijseffecten, omdat dit een urgente (onzekere) ontwikkeling is waarop we in de Bestuursrapportage terug zullen komen.
Markt- en prijseffecten In de berekening van de financiële stand is volgens de bestendige gedragslijn van Schiedam gerekend met de loonvoet sector overheid zoals opgenomen in de meest recente publicatie van het CPB. Uit de Macro-economische verkenning (CEP) 2022 van het CPB is het indexpercentage loonvoet sector overheid voor het jaar 2023 bepaald op 4,1%. Ook voor het prijsindexcijfer wordt uitgegaan van de index afgegeven door het CPB. Er is gerekend met 3,0%. Deze prijsindex wordt ook gebruikt om de prijsstijging op belastingen, heffingen en leges door te rekenen. De gehanteerde indices zijn gemiddelden. We zien inmiddels dat de werkelijke inflatie de afgelopen maanden hier behoorlijk van afwijkt. Los daarvan zien we in diverse sectoren schaarste ontstaan, wat ook weer prijsopdrijvend werkt. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de projectenportefeuille in de fysieke buitenruimte in Schiedam. Op dit moment worden deze gevolgen in beeld gebracht, waarop in de Bestuursrapportage 2022 wordt teruggekomen. Bij langdurig aanhouden van de schaarste en de prijsstijgingen zal dit gevolgen hebben voor het tempo van uitvoering. Een eerste gevoeligheidsanalyse geeft aan dat een stijging van één procent een financieel effect heeft van 0,7 miljoen op de financiële ruimte. Met andere woorden: gerekend wordt met het gemiddelde van 3%.
Op het moment dat de werkelijke inflatie 5% bedraagt en de gemeente in het realiseren van haar doelstellingen hier 1:1 in meegaat, dan heeft dit een nadelig effect voor de begroting van 1,4 miljoen. In deze berekening is (nog) geen rekening gehouden met het effect op de grote projecten vanuit het IUPB en de grondexploitaties. Het weerstandsvermogen en de risicoreserve van de gemeente hebben op dit moment een voldoende omvang om een beperkt incidenteel nadeel te dragen. De vraag is echter hoe incidenteel deze effecten zijn. Langdurig optreden van deze situatie zal betekenen dat ambities moeten worden bijgesteld om financieel gezond te blijven. Omdat sprake is van een bijzonder onzekere situatie, wordt in juli opnieuw beoordeeld hoe de prijzen en de marktomstandigheden zich ontwikkelen. Op basis van die analyse wordt dan mogelijk een voorstel tot aanpassing gedaan om de gehanteerde parameters aan te passen (in de stap ‘actualisatie technische doorrekening’, zie paragaaf 2.5).
Overige ontwikkelingen Onderstaande tabel geeft een niet limitatief overzicht van de overige ontwikkelingen die de komende tijd de financiële ruimte (positief dan wel negatief ) zullen beïnvloeden. Externe ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen die buiten Schiedam ontstaan en waarop wij vrijwel geen invloed hebben. Interne ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen binnen Schiedam waarop beïnvloeding via beleidskeuzes mogelijk is.
11
Zomernota 2023
Externe ontwikkelingen
Interne ontwikkelingen
Herziening Gemeentefonds
Effecten nieuw collegeprogramma
Structurele financiële compensatie voor overgedragen taken uit hoofde van Omgevingswet, Klimaatakkoord, Wet Inburgering, Wet Kwaliteitsborging Bouw
Opgaven uit de handreiking: Woonopgave Mobiliteit Onderwijshuisvesting Participatiebeleid Wendbaarheid en herhuisvesting organisatie
Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing Nieuwe Energie voor Groenoord Herzieningen Schiedistrict Stedelijke vernieuwing Gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse Implementatie Omgevingswet Herziening woonwagenbeleid Ontwikkeling erfpachtinkomsten MVS - jeugdhulp Bestuursrapportage 2022
2.5 Aanpak richting Begroting 2023 Deze zomernota is beleidsarm, omdat er op dit moment nog geen nieuw collegeprogramma is. Richting de Begroting 2023 zijn er verschillende momenten waarop nieuwe beleidsinitiatieven kunnen worden verwerkt in de begroting. Afhankelijk van het aantreden van het nieuwe college en de planning van het reces zijn de volgende momenten daarvoor beschikbaar:
Stand beleidsarme zomernota
Verwerking meerjarige effecten Berap (inclusief Meicirculaire)
Actualisatie technische doorrekening
Effecten nieuw collegeprogramma
Aanvullende financiële effecten
Stand in de begroting
Effecten nieuw collegeprogramma
Via de route van de Bestuursrapportage kunnen structurele ombuigingen die in 2022 worden ingezet met meerjarig effect in de meerjarenbegroting worden verwerkt. Ombuigingen die later dan 2022 plaatsvinden zullen via de begrotingsroute moeten lopen. Het zomerreces valt vroeg dit jaar, de voorbereidingen voor de begroting lopen op dit moment al. Het kan zijn dat de begroting zich in een te ver gevorderd stadium bevindt op het moment dat een nieuw college is aangetreden en is
12
Zomernota 2023
ingewerkt. Een alternatieve route is dan om de begroting in november vast te stellen en in december via een 1e wijziging in de Begroting 2023 de noodzakelijke beleidsaanpassing te verwerken.
2.6 Tot slot Het financiële totaalbeeld geeft op dit moment nog niet het gewenste resultaat van een structureel sluitende begroting. Veel van dit beeld zal nog wijzigen door de verwerking van de meicirculaire. Dat is het moment om, met een nieuw collegeprogramma, opnieuw de koers te bepalen. Op dit moment is er voldoende weerstandsvermogen om incidentele tekorten op te vangen.
13
Zomernota 2023
Bijlage 1 Bepaling financiële ruimte De bepaling van de financiële ruimte bestaat uit de volgende onderdelen: de bepaling van de beginstand; de loon- en prijsontwikkelingen; de meicirculaire; de ontwikkelingen in het sociaal domein; externe en interne autonome ontwikkelingen; financiële ruimte ongewijzigd beleid - tussenstand;
1
Algemeen
Voor het bepalen van de financiële ruimte is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting vast te stellen. Het belangrijkste algemene uitgangspunt is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de reële (meerjaren)begroting structureel en reëel in evenwicht is. Structureel evenwicht betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. Structureel evenwicht is het belangrijkste element in het financieel toezichtkader van de Provincie Zuid-Holland. Onderdelen van dit uitgangspunt zijn de volgende (meerjarige) speerpunten van beleid:
beheersing van de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven; faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad; genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing.
Daarnaast gelden voor het opstellen van de begroting onderstaande uitgangspunten:
De Begroting 2023 wordt opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor het opstellen van de begroting 2023 en de meerjarenramingen geldt als uitgangspunt het beleid dat tot en met de het opstellen van de financiële ruimteberekening is vastgesteld. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en tenminste op programmaniveau zijn ingevuld; het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. De ramingen van de algemene uitkering voor 2022 en verder worden in de begroting gebaseerd op de meicirculaire 2022 en via de Berap 2022 in de meerjarenbegroting verwerkt. Het weerstandsvermogen dient een voldoende niveau te hebben volgens de normen uit de Kadernota Financieel Beleid. De ramingen voor 2023 – 2026 worden meerjarig berekend met constante prijzen. De berekening van de afschrijvingslasten wordt gebaseerd op de in januari 2014 vastgestelde beleidsnota Investeren, waarderen en afschrijven; de afschrijving begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering. Het te hanteren renteomslagpercentage wordt 2,0%.
Conform de in 2016 vastgestelde Kadernota Financieel Beleid wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten voor goederen en diensten en de subsidies met het prijsindexcijfer van de laatst bekende raming van het CPB (Centraal Economisch Plan 2022, prijs bruto nationaal product); voor 2023 is dat 3,0 %.
14
Zomernota 2023
2
Bepaling van de beginstand
Beginstand
2023
2024
2025
2026
-234
2.152
159
-793
- Septembercirculaire
2.365
2.407
3.075
3.075
- Uitbreiding formatie sociaal domein
-298
0
0
0
1. Saldi begrotingen 2023-2026 2. Verwerking resultaat TA 2021-4
3. Correctie algemene uitkering extra jaar
0
0
968
1.495
4. Rotterdampas
-280
-280
-280
-280
Totaal beginstand
1.553
4.279
3.922
3.497
1. Saldi begrotingen 2023-2026 Het uitgangspunt is de laatst door de gemeenteraad vastgestelde begroting inclusief de saldi van de jaren erna. Dit is de Begroting 2022 met daarin de jaarschijven 2023 tot en met 2025. De stand van het boekjaar 2026 is het nieuwe jaar dat met deze meerjarenbegroting wordt geopend. 2. Effecten Vierde Technische Aanpassing 2021 voor de begroting 2023 e.v. Structurele effecten uit de tussentijdse besluitvorming (vooral in de Technische Aanpassingen van de begroting) zijn ook van invloed op het begrotingssaldo. Deze zijn voor 2022 reeds verwerkt en – zoals gebruikelijk in de TA - verrekend met de algemene reserve, maar structureel worden de wijzigingen ten laste van de ruimte gebracht. 3. Correctie algemene uitkering extra jaar De raming van de algemene uitkering dient voor het nieuwe, laatste jaar (2026) te worden gecorrigeerd. Ook voor 2025 blijkt een correctie noodzakelijk. 4. Rotterdampas Bij de behandeling van de Begroting 2022 is een motie aangenomen met als strekking de Rotterdampas niet alleen voor het jaar 2022, maar ook structureel te handhaven. Daarmee wordt een bezuiniging van € 280.000 per jaar ongedaan gemaakt.
15
Zomernota 2023
3
De loon- en prijsontwikkelingen
De kosten van het bestaande beleid wijzigen ten opzichte van het vorige begrotingsjaar: met name loon- en prijsstijgingen maken dat het bestaande beleid niet meer kan worden uitgevoerd voor hetzelfde bedrag als het jaar daarvoor. Loon- en prijsontwikkelingen
2023
2024
2025
2026
1. Salarissen, incl. sociale lasten 4,1%
-1.882
-1.882
-1.882
-1.882
- goederen en diensten (m.u.v. budgetten Irado)
-1.965
-1.917
-1.895
-1.905
- subsidies en nadelige exploitatiesaldi bedrijven
-761
-750
-749
-749
2. Prijscompensatie 3,0 %:
- bijdragen decentrale overheden/schoolbesturen
-90
-88
-89
-89
3. Prijscompensatie contract Irado 4,5%
-420
-420
-420
-420
4. Belastingopbrengsten/leges
501
501
501
501
5. Consequenties begroting RBG
-48
-48
-48
-48
6. Bijdragen aan samenwerkingsverbanden
-63
-63
-63
-63
7. Gemeenschappelijke regelingen
-480
-720
-673
-654
-5.208
-5.387
-5.318
-5.309
Totaal loon- en prijsontwikkelingen
1. Salarissen, incl. sociale lasten. Toepassing loonvoet Over een nieuwe cao wordt nog onderhandeld. Dat betekent, dat de cao-loonstijging nog niet bekend is. Gebruikelijk is dan om voor de loonkosten de loonvoet sector overheid te nemen, zoals opgenomen in de meest recente publicatie van het CPB. Uit de Macro-economische verkenning (CEP) 2022 van het CPB is het indexpercentage loonvoet sector overheid voor het jaar 2023 bepaald op 4,1%. Voor de personele kosten kan deze index worden toegepast. De loonvoet overheid is de gemiddelde loonvoetontwikkeling in de sector overheid (per fte). De loonvoet is inclusief de incidentele loonontwikkeling. Op basis van dit cijfer wordt de loonstijging in 2022 geraamd op € 1.882.000. In het kader van het realistisch ramen verwacht de provincie dat integraal rekening wordt gehouden met de budgettaire effecten van de in de meicirculaire van BZK genoemde loonstijgingen. 2. Prijscompensatie Het prijsindexcijfer van 3,0% wordt toegepast op de uitgaven voor goederen en diensten (inflatiecorrectie 2023: € 1.965.000), subsidies en nadelige exploitatiesaldi bedrijven (inflatiecorrectie: € 761.000) en bijdragen schoolbesturen en decentrale overheden (inflatiecorrectie: € 90.000). Mocht de inflatie een procent extra bedragen, dan is het effect daarvan circa € 0,7 mln. negatief. 3.
Prijscompensatie contract Irado Ook voor 2023 wijkt het indexeringspercentage voor het budget van Irado af van dat van de gemeente Schiedam. In de meeste jaren is dit percentage pas bekend na het verschijnen van de zomernota. Voor de budgetten van Irado moet dan worden gerekend met nog een opslag op het algemene percentage. Als voorlopig percentage geldt 4,5. Dan is sprake van een opslag van circa € 420.000 per jaar. 4. Belastingopbrengsten/leges De belastingopbrengsten worden eveneens verhoogd met het prijsindexcijfer (inflatiecorrectie € 501.000). Dit geldt voor de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting, precariobelasting, leges, jachthavengeld, woonschepenrechten en marktgelden. De tarieven worden later in het jaar zodanig vastgesteld, dat de geraamde opbrengst met 3,0% wordt verhoogd. Dit is op basis van het huidige
16
Zomernota 2023
beleid. Voor sommige leges geldt, dat de hoogte ervan wordt bepaald door het Rijk (b.v. paspoorten en rijbewijzen). Inflatiecorrectie leidt dan niet tot extra opbrengsten. Voor de volgende leges is aanpassing aan de inflatie wel mogelijk: BRP en Burgerzaken. 5. Consequenties begroting Regionale Belastinggroep (RBG) In de begroting van de bijdrage aan de RBG is rekening gehouden met de BTW-restitutie (doorschuif-BTW). Deze bedraagt jaarlijks een bedrag van ca. € 90.000. Daarnaast wordt de begroting RBG gecorrigeerd naar contante prijzen. De bijdrage voor 2023 is ongeveer € 48.000 hoger door indexering en door lagere inkomsten uit invordering. 6. Bijdragen aan samenwerkingsverbanden - Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) In de begroting van de bijdrage aan de MRDH is rekening gehouden met een stijging van de inwonerbijdrage van € 0,05. De bijdrage voor 2023 wordt daardoor ongeveer € 4.000 hoger. - VNG, Stedennetwerk G40 en Platform 31 Voor het jaar 2022 is geconstateerd (adviesnota 22INT00003), dat de bijdragen aan VNG, Stedennetwerk G40 en Platform31 hoger zijn dan in de begroting was opgenomen. De totale bijdrage voor 2022 aan deze verbanden is daarom met € 42.000 in de begroting verhoogd. Deze verhoging is nu ook in deze ruimteberekening meegenomen. Een mogelijke verdere verhoging wordt voorgesteld, zodra bekend is wat de nieuwe inwonersbedragen voor 2023 worden.
- Coöperatief Beheer Groengebieden (CBG). Voor de bijdrage aan het Coöperatief Beheer Groengebieden (CBG) is in de begroting een bedrag van € 17.000 te weinig opgenomen, doordat eerder de prijscompensatie niet werd meegenomen in de ruimteberekening. Met ingang van 2023 is dat wel het geval. 7. Gemeenschappelijke regelingen Voor de gemeenschappelijke regelingen wordt uitgegaan van een indexeringspercentage van 4,8 % (conform het besluit van B&W d.d. 23 november 2021). Dat leidt tot een stijging van de ramingen met totaal € 480.000 (in 2023). Dit geldt dan voor de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Rotterdam, DCMR, GGD en Jeugdhulp Rijnmond (voor deze laatste zie 2.4 Ontwikkelingen Sociaal Domein).
4
Meicirculaire 2022
De eerstvolgende circulaire is de meicirculaire 2022, die eind mei wordt verwacht. Dit is te laat voor verwerking in deze ruimteberekening. Zodra de meicirculaire is verschenen worden de financiële gevolgen ervan geanalyseerd en zo spoedig mogelijk gecommuniceerd via een raadsinformatiebrief. De meerjarige verwerking vindt conform de bestendige gedragslijn in Schiedam in de Bestuursrapportage 2022 plaats. De herijkte verdeling van het Gemeentefonds wordt per 1 januari 2023 ingevoerd. Het ministerie heeft inmiddels indicatieve herverdeeleffecten per gemeente gepubliceerd, waarbij het uitgangsjaar is aangepast naar 2019. In de lopende meerjarenbegroting is een prognose opgenomen van het herverdeeleffect. Actualisatie hiervan vindt plaats met de verwerking van de meicirculaire.
17
Zomernota 2023
5
Ontwikkelingen Sociaal Domein
In de volgende tabel staan de op dit moment voorgestelde aanpassingen van de begroting, benodigd in het sociaal domein (vooral in de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen) vermeld. Ontwikkelingen Sociaal Domein
2023
2024
2025
2026
Jeugdzorg regionaal (GR Jeugd)
PM
PM
PM
PM
Lokale jeugdhulp
PM
PM
PM
PM
Rogplus (WMO)
1.952
2.715
3.074
3.172
Stroomopwaarts (conceptbegroting)
5.082
4.866
4.813
4.893
BUIG (o.g.v. macrobudget)
-5.684
-5.914
-6.128
-6.128
Totaal
1.350
1.667
1.759
1.937
Gemeenschappelijke regelingen Sociaal Domein De vijf gemeenschappelijke regelingen en regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal domein (Stroomopwaarts/ROGplus/GRJeugd/CJG en GGD) hebben hun conceptbegrotingen ter zienswijze aangeboden. In bovenstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de concept-begrotingen van het sociaal domein verwerkt. Jeugdzorg regionaal (GRJR) en lokale jeugdhulp In de meerjarenbegroting 2022-2025 is een voorzichtige calculatie opgenomen van de geschatte effecten in de jeugdzorg. Op dit moment is nog geen actualisatie hiervan mogelijk omdat de analyse van de afgelopen periode binnen GRJR nog plaatsvindt. Zodra een indicatie is te geven van het meerjarig effect op de begroting van Schiedam, dan zal daar richting de begroting separaat over worden gecommuniceerd. Rogplus (WMO) De ontwerpbegroting 2023 van Rogplus is ongewijzigd overgenomen in de gemeentebegroting 2023. Gebundelde uitkering (BUIG) De raming voor de BUIG-middelen is in lijn gebracht met de uitgangspunten waarmee de begroting van Stroomopwaarts is opgesteld. Het betreft de prognose die staat opgenomen in de (nader) voorlopige BUIG-toekenning. De raming van de lasten in de primaire begroting 2023 is verwerkt op basis van de conceptbegroting van Stroomopwaarts.
18
Zomernota 2023
6
Interne en externe autonome ontwikkelingen
Interne en externe autonome ontwikkelingen leiden tot claims met een onvermijdelijk of wettelijk verplicht karakter. In beide gevallen gaat het in principe om ongewijzigd beleid, maar deze ontwikkelingen hebben wel invloed op de omvang van de financiële ruimte. Nieuwe wet- en regelgeving leiden (mogelijk) tot kosten voor voorbereiding en invoering. Onvermijdelijke ontwikkelingen zijn wat lastiger te onderscheiden. De voorstellen, die zijn getoetst op de onvermijdelijkheid, staan in onderstaande tabel. Claims
2023
2024
2025
2026
Wettelijk onvermijdbaar Werkkostenregeling
-40
-20
Impact Omgevingswet
-362
-522
Vergunningen havengebied
-200
-200
Areaaluitbreiding ruimtelijke ontwikkeling
-47
-47
-47
-47
Woonvisie
-800 -789
-579
-47
-532
Beleidsmatig onvermijdbaar
Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims
-1.449
Werkkostenregeling (WKR) In het najaar van 2021 is besloten om aan alle Schiedamse ambtenaren een zakelijke telefoon beschikbaar te stellen. Daarbij is ook besloten om de telefoonvergoeding ‘zakelijk bellen met de privételefoon’ uit te faseren. Doordat deze vergoeding nog twee jaar wordt doorbetaald, is het verplicht om dit in de eindheffing op te nemen in de WKR. Het opgenomen bedrag bestaat uit een calculatie van de verwachte eindheffing. Impact Omgevingswet Een nieuwe wet met een nieuw digitaal stelsel (DSO). De wet leidt tot een aantal veranderingen in het werkveld. Procedures en termijnen zijn veranderd. De Omgevingswet heeft financiële effecten op meerdere onderdelen. In samenwerking met de VNG is een impactanalyse opgesteld op basis waarvan de opgenomen bedragen zijn gecalculeerd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen: a) b)
c) d)
Beheerbijdrage DSO-lv: bijdrage voor de landelijke voorziening waar alle gemeentes in Nederland aan meebetalen. Functioneel beheer DSO: Meerdere teams binnen de organisatie werken met het DSO. Meerdere softwarepakketten sluiten aan op dit DSO. Het DSO is een centraal punt voor alle activiteiten en aanvragen van het fysieke domein. Dit vraagt om integraal functioneel beheer. Capaciteit voor begeleiden participatie: het verplicht stellen van participatie houdt in dat er ook capaciteit moet zijn om participatietrajecten te begeleiden en te beoordelen. Structurele afname van leges vanwege de inwerkingtreding van de wet private kwaliteitsborging (WKB).
19
Zomernota 2023
Daarnaast is sprake van extra capaciteit in het voortraject voor een vergunningsaanvraag. Binnen Schiedam gaat het team Vergunning & Handhaving een centrale rol spelen in het voorbereiden van de intake en omgevingstafel. Dit vraagt extra capaciteit, die momenteel nog in beeld wordt gebracht. Vergunningen havengebied Door een uitspraak van de Raad van State is het noodzakelijk om de vergunningssituatie in het havengebied aan te passen. Niets doen is geen optie. Het gevraagde budget is noodzakelijk voor de uitvoering van extra werkzaamheden door de DCMR Milieudienst Rijnmond en externe juridische ondersteuning. Areaaluitbreiding ruimtelijke ontwikkeling In 2021 is het areaal openbare ruimte op enkele onderdelen uitgebreid. Het betreft opgeleverde werkzaamheden die nu al door gemeente/Irado onderhouden moeten worden. Het gaat om de openbare verlichting aan het IJsbaanpad, nieuwe afvalbakken in de openbare ruimte, een 8e strooiroute gladheidsbestrijding, Hargalaan/Olympiaweg en de continuering van de aanpak van zwerfvuil. Woonvisie De woonopgave van Schiedam is vastgelegd in meerdere overeenkomsten met een niet-vrijblijvend karakter, die zijn vertaald in de Woonvisie en waarmee in aantallen een netto bouwopgave van 6.000 woningen is vastgelegd.
In de toekomstige situatie komen daar de prestatieafspraken van het Rijk met regio’s en provincies bij, alsmede de Wet versterken regie volkshuisvesting. Dit heeft tot gevolg dat de incidentele middelen die via de Zomernota 2020 voor de jaren tot en met 2022 waren opgenomen, vanuit deze context een structureler karakter moeten krijgen om de woonopgave binnen de afgesproken planning te realiseren en lopende projecten te kunnen continueren. Het is aan een volgend college te bepalen of en in welke mate dit in de begroting zou moeten worden vertaald. Om te zorgen dat de continuïteit van de huidige aanpak niet te veel onder druk komt te staan en daardoor achterstanden gaan ontstaan, die in het nadeel van Schiedam kunnen uitpakken is het onvermijdelijk om middelen nog voor één jaar beschikbaar te stellen.
20
Zomernota 2023
7.
Renteontwikkeling 2023
2024
2025
2026
50
-15
-155
-104
Renteontwikkeling
Voor het bepalen van de renteontwikkeling zijn twee componenten van belang. Enerzijds een berekening van de omvang van het te lenen bedrag, anderzijds een aanname voor het rentetarief dat we de komende jaren verwachten te betalen over nieuwe leningen. De volgende bouwstenen zijn gebruikt voor het bepalen van het jaarlijks te financieren bedrag:
de (geüpdatete) meerjarenliquiditeitenplanning voor exploitatie uitgaven; het meerjaren rente- en aflossingsschema van de bestaande leningportefeuille; de in de financiële administratie openstaande investeringskredieten en de geplande investeringen over 2023 (incl. IUPB-investeringen) en verder; het MPG 2022; de financieringsactiviteiten tot en met maart 2022.
De financieringsbehoefte (dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen) op basis van bovenstaande bouwstenen is als volgt bepaald: 2023
Begroting
2024
2025
2026
Exploitatie
6,5
10,4
10,3
9,1
Investeringen en grexen
-19,3
-25,3
-31,0
4,1
Financiering (aflossing)
-36,6
-36,8
-29,9
-32,5
Financieringsbehoefte (in mln. euro)
-49,4
-51,7
-50,6
-19,3
Dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen. Het rentepercentage waarmee gerekend wordt voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op 2,0%. Dit is gebaseerd op het economisch beeld dat wordt gerapporteerd door de BNG waarin een rentevisie is afgegeven. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de rente zich zal gaan ontwikkelen in verband met de oorlog in Oekraïne, de economische vooruitzichten en de inflatie. Dat zijn op dit moment onzekere factoren. In 2021 is er voor € 15 mln aan langlopende leningen aangetrokken. In het eerste halfjaar van 2022 is er één langlopende lening aangetrokken tegen een rentepercentage van 0,86%. Om rentestijgingen op te kunnen vangen in de komende periode is een marge aangehouden van 1,0%. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 2,0%. Deze marge houden we aan, in verband met de verwachting in de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Vertaling naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel effect op: 2023
2024
2025
2026
Begrote rentelast
8,3
8,1
8,3
8,6
Rentelast op basis van verwachte ontwikkelingen
8,3
8,2
8,5
8,7
renteontwikkeling (x € 1.000)
0,0
-0,1
-0,2
-0,1
Begroting
De financieringsbehoefte schommelt de komende jaren rond de € 50 mln. De rentelasten laten de komende jaren een lichte stijging zien van € 8,3 mln in 2023 naar € 8,7 mln in 2026. De financieringsbehoefte is vrij stabiel, maar de rente stijgt wel. De daling van de financieringsbehoefte
21
Zomernota 2023
in 2026 wordt voornamelijk veroorzaakt door de meeropbrengsten van de diverse grondexploitaties (o.a. woonontwikkeling Schieveste) conform MPG 2022. De renteontwikkeling hangt hier nauw mee samen en een lagere financieringsbehoefte leidt tot een lagere rentelast voor de periode na 2026, maar is nog zeer onzeker vanwege de eerder genoemde ontwikkelingen.
8
Financiële ruimte ongewijzigd beleid
Stand financiële ruimte
2023
2024
2025
2026
A. Totaal beginstand
1.553
4.279
3.922
3.497
B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen
-5.208
-5.387
-5.318
-5.309
PM
PM
PM
PM
D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein
1.350
1.667
1.759
1.937
E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk F. Renteontwikkeling
-1.449 50
-789 -15
-579 -155
-47 -104
Totaal financiële ruimte Zomernota
-3.704
-245
-371
-26
649
289
-243
-267
-3.055
44
-614
-293
C. Totaal algemene uitkering
Effect MPG Financiële ruimte na MPG
22
Zomernota 2023
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
23