Bijlage Zomernota
Tekst van het document
Zomernota 2027
Zomernota 2027
x juni 2026
1
Zomernota 2027
Versiebeheer 0.3 21 mei 2026 C&B, F&C
2
Zomernota 2027
1
Voorwoord Deze zomernota geeft het beeld van de (financiële) situatie voordat het bestuur van de stad door het zittende, demissionaire college wordt overgedragen aan een nieuw college. Het is daarom een beleidsarme zomernota. Deze zomernota omvat de Staat van de stad en de financiële uitgangspunten om de begroting te kunnen opstellen.
Wij staan aan de vooravond van de bestuursoverdracht. Wanneer deze zomernota door de raad wordt ontvangen, vindt kort daarna de installatie plaats van het nieuwe stadsbestuur. Als demissionair college kijken wij terug op bewogen jaren waarbij wij, ondanks bezuinigingen, hebben kunnen bouwen aan Schiedam als kleurrijke, toekomstbestendige stad. Hierbij stonden de speerpunten zoals het bouwen van woningen, het werken aan een schone stad en het tegengaan van discriminatie en racisme, met een beperkte lastenverhoging voor de Schiedammers centraal.
Beleidsarme zomernota als basis voor bestuurlijke overdracht Vanuit de demissionaire status is het niet gepast beleidskeuzes of onomkeerbare keuzes te maken. Alleen de wettelijke en onvermijdelijke zaken zijn in het financiële beeld verwerkt om Schiedam verantwoord over te dragen aan het nieuwe bestuur. De meerjarenprognose laat op dit moment een structureel sluitend beeld zien. Dit sluitende beeld is de uitkomst van de intensieve bezuinigingsaanpak van de afgelopen jaren. Bezuinigingen op rijksniveau vertaalden zich naar de Schiedamse begroting en lokale keuzes om financieel hoofd boven water te houden. Het voeren van een structureel financieel beleid werd en wordt gemeenten als Schiedam lastig gemaakt. Wij kijken terug op moeilijke keuzes waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar en merkbaar zijn in de stad, bij onze inwoners, onze samenwerkingspartners en de ambtelijke organisatie. Het was nodig om zelf de regie over de financiën van de gemeente te behouden. Met het sluitende financiële beeld dragen we het bestuur van de stad verantwoord over. Tegelijkertijd zien we dat er nog de nodige uitdagingen en onzekerheden zijn waar het toekomstige gemeentebestuur op zal moeten anticiperen. Deze zijn transparant in beeld gebracht als winstwaarschuwingen.
Deze zomernota geeft het volgende college een basis om opnieuw de koers te bepalen, zonder dat op dit moment ingrijpende bezuinigingen noodzakelijk zijn.
Proces naar begroting Het proces naar de begroting toe verloopt dit jaar, zoals na iedere gemeenteraadsverkiezing, anders dan gewoonlijk. In deze zomernota is in beeld gebracht waar en hoe in het proces de beleidsinvulling van het nieuwe college gestalte kan krijgen in de begroting via de lopende P&C-cyclus. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen hoe en op welke wijze op basis van deze zomernota de algemene beschouwingen gestalte gaan krijgen.
Tot slot Het blijft anticiperen op wat er binnen en buiten Schiedam gebeurt, om de begroting van de gemeente een realistisch beeld te laten blijven geven. Het is aan een nieuw college om hier verder invulling aan te geven. Burgemeester en wethouders van Schiedam
3
Zomernota 2027
Inhoudsopgave 1 Voorwoord
3
2 Staat van de Stad
5
3 Meerjarig financieel perspectief
9
3.1 3.2 3.2. 3.3 3.4 3.5
Algemeen financieel beeld Financiële stand zomernota Terugblik begrotingsproces 2026-2029 Meerjarig financieel perspectief Aanpak richting Begroting 2027 Winstwaarschuwingen
Bijlage 1 Financiële ruimte 1 2 3 4 5 6 7 8
9 9 10 12 13 14
15
Algemeen Bepaling van de beginstand De loon- en prijsontwikkelingen Meicirculaire 2026 Ontwikkelingen Sociaal Domein Interne en externe autonome ontwikkelingen Overige ontwikkelingen Recapitulatie Financiële ruimte
4
15 16 16 18 19 19 23 23
Zomernota 2027
2
Staat van de Stad Jaarlijks wordt onder de noemer de Staat van de stad een beeld geschetst van hoe Schiedam zich ontwikkelt op thema’s als bevolking, woningvoorraad, sociaal domein, economie en veiligheid. In deze paragraaf wordt ingegaan op de meest in het oog springende trends van de afgelopen tijd.
Bevolking Al ruim 20 jaar vertoont het inwonertal van Schiedam een opgaande lijn. Wat dat betreft was er vorig jaar sprake van een trendbreuk. Voor het eerst in 13 jaar daalde het inwonertal licht. Per 1 januari 2026 telde de stad 81.949 inwoners. Deze afname wordt met name veroorzaakt doordat er in 2025 woningen leeg kwamen te staan in afwachting van renovatie of sloop/nieuwbouw. De toevoeging aan de voorraad van nieuwbouwwoningen in andere delen van de stad, kon dat niet voldoende compenseren. Voor dit jaar wordt een enigszins hogere nieuwbouwproductie verwacht. Met als gevolg dat het inwonertal vermoedelijk weer zal toenemen. Hoewel er de komende jaren nog diverse woningbouwplannen in de pijplijn zitten (o.m. Schieveste), is het de vraag of het record aantal inwoners dat Schiedam ooit heeft gehad - 83.319 in 1971 - op korte termijn in zicht gaat komen. Het tempo van deze groei is namelijk niet alleen afhankelijk van ontwikkelingen op de woningmarkt maar ook van ontwikkelingen rondom netcongestie: overbelasting van het elektriciteitsnetwerk is mogelijk van invloed op het tempo waarin nieuwbouwplannen kunnen worden uitgevoerd. Onder de meest gunstige omstandigheden zou Schiedam over twintig jaar ca. 92 duizend inwoners tellen. Onafhankelijk van wel of geen groei van het aantal inwoners, wordt de stad steeds multicultureler van samenstelling.
Zo heeft van de nieuwe inwoners die zich in Schiedam vestigen, een veel groter deel een migratieachtergrond dan Schiedammers die uit de stad vertrekken. Dit heeft mede tot gevolg dat inmiddels vrijwel de helft van de Schiedammers (49,4%) een migratieachtergrond heeft. Naar verwachting zal dat in de loop van volgend jaar voor de meerderheid van de inwoners gelden. Tegelijkertijd is er echter ook sprake van een trendbreuk: voor het eerst in 20 jaar is het aantal Oosten Midden-Europeanen in Schiedam afgenomen. Fig. 1 Ontwikkeling Schiedamse bevolking met Midden-/Oost-Europa als herkomstgebied 8.000 7.000 5.857 5.778 5.717 5.409 5.143 4.706 4.355
6.000 5.000
3.832 3.489 3.182 2.962 2.576 2.332 2.068 1.870
4.000 3.000 2.000
1.000
458 522
639
911
1.397 1.135
0
5
Zomernota 2027
De afname doet zich vooral voor in de wijken Oost en West. Indien wordt gekeken naar de leeftijd in combinatie met de herkomst van Schiedammers, zijn vrij grote verschillen waarneembaar. Schiedammers van 50 jaar en ouder hebben overwegend Nederland als herkomstgebied terwijl de meerderheid van de jongere Schiedammers een migratieachtergrond heeft (figuur 2). Fig. 2 Bevolking Schiedam naar herkomst en leeftijd (per 1-1-2026), volgens landelijke definitie van het CBS 100%
84%
90%
76%
80% 70% 60%
57%
61%
63%
64%
56%
51%49% 43%
50%
39%
40%
36%
37%
44% 24%
30%
16%
20% 10% 0% 0-11 jr.
12-19 jr.
20-29 jr.
Nederl.
30-39 jr.
40-49 jr.
50-64 jr.
65-79 jr.
80+
Migrant of kind van migr.
De bevolkingsgroep 50+ is vooral in Schiedam-Noord sterk vertegenwoordigd en dan met name in de wijken Woudhoek en Spaland/Sveaparken (aandeel 50+ 46%). Wat dat betreft heeft de wijk Oost een veel jongere bevolking (aandeel 50+ 28%). Woningmarkt Gedurende lange tijd steeg jaarlijks het aantal (en aandeel) particuliere huurwoningen in Schiedam, met name in de wijken Oost en West. Twee jaar geleden was er sprake van een trendbreuk: het aantal particuliere huurwoningen nam voor het eerst af. Deze nieuwe trend heeft zich ook het afgelopen jaar doorgezet. Begin 2026 waren er enkele honderden particuliere huurwoningen minder dan in 2023. De afname betreft voornamelijk de wijken Oost en West. Vermoedelijk heeft de invoering van nieuwe regelgeving met betrekking tot het verhuren van woningen hier invloed op. Zo verplicht de Wet Goed Verhuurderschap (per 1 juli 2023) onder meer tot het schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst. Een kernpunt is de strikte scheiding tussen de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst (het principe van 'scheiding van baan en bed'), een verschijnsel waar arbeidsmigranten nogal eens mee worden geconfronteerd. Ook lijkt er een verband te bestaan met de Wet Betaalbare Huur (per 1 juli 2024). Deze wet reguleert de huren in het middensegment en breidt het woningwaarderingsstelsel (puntentelling) uit, wat de huurprijsbescherming versterkt.
Daardoor is het minder aantrekkelijk geworden om woningen te verhuren en worden deze om die reden vaker dan voorheen te koop aangeboden. De bouw van nieuwe woningen - en daarmee het veranderen/verbeteren van de woningvoorraad - is belangrijk om de wooncarrièremogelijkheden van Schiedammers binnen de stad te vergroten. Uit de jaarlijkse verhuiscijfers blijkt dat zodra het nieuwbouwaanbod terugloopt, het vertrek van Schiedammers naar andere gemeenten toeneemt. Dat betreft met name oudere Schiedammers (vaak afkomstig uit Schiedam-Noord). Zo is de afgelopen 6 jaar als gevolg van verhuizingen het aantal 50plussers per saldo met bijna duizend personen afgenomen (meer naar andere gemeenten vertrokken dan dat er naar Schiedam zijn toegekomen). Tot 50 jaar ligt dat geheel anders. Dan is er sprake van
6
Zomernota 2027
een positief saldo van 5 duizend personen. Kortom, Schiedam trekt per saldo jonge mensen aan en ziet de oudere bevolking vertrekken. Veiligheid Over een langere periode bezien vertonen de criminaliteitscijfers een licht dalende trend. De omvang van de criminaliteit in Schiedam is vergelijkbaar met andere zeer sterk stedelijke gemeenten. Zo is ook het aandeel high impact crimes (geweldsdelicten, overvallen, straatroof, woninginbraak etc.) in Schiedam vrijwel gelijk aan het landelijk gemiddelde. Waarin Schiedam wel afwijkt van veel andere steden is het veiligheidsgevoel: al vele jaren ligt dit beneden het landelijk gemiddelde. Dat geldt voor het veiligheidsgevoel in het algemeen maar ook voor het veiligheidsgevoel in de eigen woonbuurt. Volgens de uitkomsten van de landelijke Politiemonitor (CBS) behoort Schiedam tot de groep van gemeenten die ongunstig scoort. De tweejaarlijkse gemeentelijke Monitor Leefbaarheid & Veiligheid bevestigt dat beeld. Met name in de wijken Oost, Nieuwland en Groenoord ligt het veiligheidsgevoel op een laag niveau. Uit nader onderzoek blijkt dat schoon, heel, sociale cohesie en overlast gevend gedrag - in die volgorde - het meest van invloed zijn op de veiligheidsbeleving van Schiedammers. Sociaaleconomisch De veranderingen in de woningvoorraad beginnen geleidelijk aan zichtbaar te worden in de stad.
Zo staat Schiedam sociaaleconomisch gezien er tegenwoordig beter voor dan 10-15 jaar geleden. Onder meer op het gebied van inkomen en opleiding is de achterstand ten opzichte van veel andere gemeenten niet meer zo groot als voorheen. Ook het aantal bedrijven en arbeidsplaatsen in de stad (10.025 bedrijven en 37.886 arbeidsplaatsen) vertoont de laatste vijf jaar een stijgende lijn. Daarbij moet worden aangetekend dat 82% van de bedrijven uit zzp-ers bestaat. Doorgaans zijn zzp-ers sterk conjunctuurgevoelig. Omdat zij vaak deel uitmaken van de flexibele schil van bedrijven, worden ze als eerste geraakt bij economische tegenwind. Dat maakt de stad relatief kwetsbaar. De werkloosheids- en bijstandscijfers liggen enigszins boven het landelijk gemiddelde, maar de verschillen worden geleidelijk aan minder groot. De situatie in Schiedam is inmiddels goed vergelijkbaar met andere sterk stedelijke gemeenten. Sociaal welbevinden Op het gebied van sociaal welbevinden ligt misschien wel de grootste uitdaging van Schiedam. Als het gaat om zaken als gezondheid, eenzaamheid, overgewicht, voldoende bewegen, stress etc. zijn de scores ongunstig. Weliswaar is ook op dit punt een lichte verbetering zichtbaar, maar de afstand tot het landelijk gemiddelde is nog groot. Wat dat betreft vertoont Schiedam veel overeenkomsten met de vier grootste steden van Nederland.
Armoede en schulden Ook als het gaat om armoede en schulden is de situatie in Schiedam zorgelijk. Ondanks het feit dat het gemiddelde inkomen in de stad stijgt, blijft het aandeel Schiedammers dat in armoede leeft bovengemiddeld hoog. Dat geldt ook voor het aantal huishoudens met schulden. Dit uit zich onder meer in een relatief hoog percentage personen met een betalingsachterstand zorgpremie (het één na hoogste van Nederland).
7
Zomernota 2027
Taalachterstand, laaggeletterdheid Uit gegevens vanonder meer het CBS blijkt dat het niveau van laaggeletterdheid in Schiedam hoger is dan landelijk gemiddeld. Dat heeft tot gevolg dat relatief veel Schiedammers moeite hebben met het digitaal aanvragen van een paspoort, het schrijven van een sollicitatiebrief, het lezen van een brief van de gemeente etc. Dit bemoeilijkt de kansen van hen in de maatschappij maar ook die van hun persoonlijke ontwikkeling en welzijn.
8
Zomernota 2027
3
Meerjarig financieel perspectief Deze zomernota bevat zoals gebruikelijk de verkennende bepaling van de financiële ruimte (begrotingssaldo) als start van het begrotingsproces. Bijlage 1 bevat de gedetailleerde technische uitwerking van de verschillende stappen om dit te bepalen. Ons belangrijkste algemene uitgangspunt blijft het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid. Vanwege de demissionaire status van het college bevat de verkennende financiële bepaling alleen voorstellen die beleidsluw zijn.
3.1 Algemeen financieel beeld Schiedam hanteert de volgende (meerjarige) speerpunten van het financieel beleid: • • • •
beheersing van de lastenontwikkeling voor inwoners en bedrijven; faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad; genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing.
3.2 Financiële stand zomernota Deze financiële stand wordt ieder jaar op dezelfde, consistente wijze bepaald. De route naar de financiële stand in de zomernota kent vier elkaar opvolgende stappen. Dit jaar is de zomernota beleidsarm. Dit betekent dat de op een na laatste stap in het proces niet heeft plaatsgevonden en wordt overgeslagen. Schematisch ziet dit proces op hoofdlijnen er als volgt uit:
Startpunt financiële Ruimteberekening
Wettelijk en onvermijdelijk
Beleidskeuzes
9
Financiële stand zomernota
Zomernota 2027
De processtappen om de financiële stand voor deze zomernota te bepalen is uitgewerkt in bijlage 1. De financiële ruimteberekening wordt opgebouwd vanuit de beginstand van de begroting (oftewel de eindstand van de begroting 2026-2029), rekening houdend met loon-, prijs en renteontwikkelingen en de ontwikkelingen in het sociaal domein. Vervolgens worden de interne en autonome ontwikkelingen (wettelijk verplichte en onvermijdelijke ontwikkelingen) in beeld gebracht en resteert er een tekort dan wel overschot. Een vast onderdeel in deze methodiek is het beoordelen van de mogelijke vrijval van reserves. Deze beoordeling is ook dit jaar weer uitgevoerd, maar het laten vrijvallen van reserves is in de meeste gevallen een beleidsbeslissing. U ziet daarom in deze zomernota geen voorgestelde vrijval van reserves terug.
3.2. Terugblik begrotingsproces 2026-2029 Het afgelopen begrotingsproces is intensief geweest. Ingrijpende bezuinigingsmaatregelen zorgden ervoor dat de begroting meerjarig sluitend was. Ondanks een financieel ‘wankel’ beeld, lukte het om zelf de regie over de financiën van Schiedam te houden. De meerjarenbegroting 2026 – 2029 sloot met de volgende stand: Stand financieel meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000)
2026
Begrotingssaldo Structureel begrotingssaldo
2027
2028
2029
329
2.507
3.123
716
-2.796
1.458
2.860
4.224
In de begroting en bovenstaande standen zijn onderstaande bezuinigingen verwerkt: Bezuinigingen begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Bezuinigingen begroting 2025
8.034
8.614
9.766
9.766
Bezuinigingen begroting 2026
2.932
3.066
3.516
3.501
Totaal bezuinigingen
10.966
11.680
13.282
13.267
Naast bovenstaande bezuinigingen is gericht ingezet om te bezuinigen op de uitvoering van wettelijke taken die bij gemeenschappelijke regelingen liggen. De gemeenschappelijke regelingen in de regio is op initiatief van Schiedam, in regionale afstemming, gevraagd om met bezuinigingsscenario’s te komen voor de Begroting 2026. In de zienswijzen op de ontwerpbegrotingen 2027 van de gemeenschappelijke regelingen is wederom aandacht gevraagd voor de voortdurende financiële uitdagingen bij gemeenten. Hierbij is gevraagd om in gesprek te blijven over mogelijke keuzes met financieel effect richting de begrotingen 2028. Ook dit laatste verzoek volgt uit de regionale afstemming. Op dit moment constateren wij dat een tweetal bezuinigingen niet te realiseren zijn, dit betreft de volgende bezuinigingen die in deze zomernota als overige ontwikkelingen in de financiële ruimte zijn verwerkt.
10
Zomernota 2027
Bezuinigingen begroting 2026 (bedragen x € 1.000) Wijkbrandweerman
2026
2027
2028
2029
-80
-80
-80
-80
Contractmanagement ICT
-200
-200
-200
-200
Totaal bezuinigingen
-280
-280
-280
-280
Wijkbrandweerman De inzet van de wijkbrandweerman verloopt via de GR VRR. De voorgenomen bezuiniging op de Wijkbrandweerman kan niet worden gerealiseerd. Het anders organiseren van deze taken, om te blijven voldoen aan doelstellingen die rondom (brand)veiligheid in Schiedam spelen, brengt bij nader onderzoek hogere kosten met zich mee. Contractmanagement ICT In de zomernota 2026 is een bezuiniging doorgevoerd van € 200.000 voor de invoering van contractmanagement in de ICT portefeuille. Deze bezuiniging bleek op een ander budgetnummer al in de begroting 2025 te zijn opgenomen en is daarmee abusievelijk dubbel verwerkt in de begroting. De realistische bezuiniging bedraagt € 200.000. De dubbele verwerking is hiermee gecorrigeerd.
11
Zomernota 2027
3.3 Meerjarig financieel perspectief Algemeen beeld De verkennende bepaling van de financiële ruimte geeft het volgende financiële beeld van de meerjarige ontwikkeling: Stand financiële ruimte (bedragen x € 1.000)
2027 1.024
2028 2.971
2029 387
2030 -248
B. Totaal loon-, prijs- en renteontwikkelingen
-2.687
-3.307
-2.887
-3.639
C. Totaal algemene uitkering
5.668 -1.000
4.969
4.786
4.729
-263
-662
-342
E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk
-960
-866
-691
-733
F. Overige ontwikkelingen
-280
-280
-280
-280
Totaal financiële ruimte ongewijzigd beleid
1.767
3.234
653
-513
Waarvan saldo incidentele baten en lasten
1.415
750
-3.133
-2.933
Prognose structureel begrotingssaldo
351
2.485
3.786
2.420
A. Totaal beginstand
D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein
Een positief saldo van incidentele baten en lasten wil zeggen, dat er meer incidentele baten/dekking het begrotingssaldo c.q. de financiële ruimte bepalen. Om het structurele begrotingssaldo te berekenen, moet dit uit het saldo worden gehaald. Een negatief saldo van incidentele baten en lasten wil zeggen dat er in het begrotingssaldo meer incidentele lasten zitten. Om het structurele begrotingssaldo te berekenen worden deze bij het saldo aan financiële ruimte opgeteld. In bijlage 1 is de gedetailleerde opbouw van bovenstaande informatie opgenomen. In deze stand is rekening gehouden met een prognose van de ontwikkeling van de algemene uitkering. Op het moment van verschijnen van de zomernota is de meicirculaire net bekend en dient deze nog te worden doorgerekend. Wij stellen de gemeenteraad op de hoogte van de uitkomsten hiervan via een raadsinformatiebrief. De prognose in bovenstaande stand is berekend op basis van de Voorjaarsnota van het kabinet, gebruikmakend van een landelijk gevalideerd model. De daadwerkelijke meicirculaire gaat hiervan afwijken. Daarnaast is rekening gehouden met de actuele prijsontwikkelingen. Gerekend is met een prijsindex voor goederen, diensten en subsidies met het prijsindexcijfer van de laatst bekende raming en ontwikkeling van het Centraal Plan Bureau (CPB). Voor 2027 bedraagt deze index 2,7 %.
Voor de ontwikkeling van de loonvoet is uitgegaan van een voorlopige prognose op basis van de lopende CAO.
Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen moeten op basis van het gegeven ‘reëel’ begroten worden meegenomen. Op dit moment zijn dat de volgende ontwikkelingen:
12
Zomernota 2027
2027
2028
2029
2030
Wettelijk onvermijdelijk Uitvoering wettelijke taken Spreidingswet, huisvestingsopgave asielzoekers en Europese beschermingsrichtijn opvang Oekraïners
-350
-350
-175
-175
-130
-134
-134
-134
Beleidsmatig onvermijdelijk CAO ontwikkeling Jongerenwerk Sportzaal Oost
-43
Areaaluitbreiding openbare ruimte
-82
-82
-82
-82
Areaaluitbreiding onderhoud bomen
-165
-165
-165
-165
BBQ overlast
-135
-135
-135
-135
-866
-691
-733
Uitvoering WOO
-98
Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims
-960
Een nadere toelichting op bovenstaande claims is te vinden in bijlage 1.
3.4 Aanpak richting Begroting 2027 Deze zomernota is beleidsarm, omdat er op dit moment nog geen nieuw collegeprogramma is. Richting de Begroting 2027 zijn er verschillende momenten waarop nieuwe beleidsinitiatieven kunnen worden verwerkt in de begroting. Afhankelijk van het aantreden van het nieuwe college en de planning van het reces zijn de volgende momenten daarvoor beschikbaar:
Stand beleidsarme zomernota
Verwerking meerjarige effecten Berap (inclusief Meicirculaire)
Actualisatie technische doorrekening
Effecten nieuw collegeprogramma
Aanvullende financiële effecten
Stand in de begroting
Effecten nieuw collegeprogramma
Via de route van de Bestuursrapportage kunnen structurele ombuigingen die in 2026 worden ingezet met meerjarig effect in de meerjarenbegroting worden verwerkt. Ombuigingen die later dan 2026 plaatsvinden zullen via de begrotingsroute moeten lopen. Het zomerreces valt vroeg dit jaar, de voorbereidingen voor de begroting lopen op dit moment al. Het kan zijn dat de begroting zich in een te ver gevorderd stadium bevindt op het moment dat een nieuw college is aangetreden en is ingewerkt. Een alternatieve route is dan om de begroting in november vast te stellen en in december via een 1e wijziging in de Begroting 2027 de noodzakelijke beleidsaanpassing te verwerken.
13
Zomernota 2027
3.5 Winstwaarschuwingen Deze paragraaf geeft inzicht in ontwikkelingen die het financieel beeld de komende periode positief, dan wel negatief zullen beïnvloeden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkelingen die de komende tijd de financiële ruimte zullen beïnvloeden. Externe ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen die buiten Schiedam ontstaan en waarop wij vrijwel geen invloed hebben. Interne ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen binnen Schiedam waarop beïnvloeding via beleidskeuzes mogelijk is.
Externe ontwikkelingen
Interne ontwikkelingen
• Ontwikkelingen algemene uitkering • Ontwikkelingen rondom SPUKS/BDU • Prijs- en marktinvloeden (cao, ontwikkeling inflatie, situatie arbeidsmarkt) • Renteontwikkeling • Omgevingswet • Financiële situatie verbonden partijen en partners in de stad (subsidierelaties) • Opvang vluchtelingen (Oekraïners) • Spreidingswet • Duurzaamheidsregelgeving • Belasting energienet • Beleidswijzigingen Wet Bibob • Landelijke ontwikkelingen rondom coalitieakkoord (o.a verkorten WW, effecten op bijstand)
• Uitvoering Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Nieuwland en Oost • Huisvesting Stroomopwaarts • Ontwikkeling ambtelijke organisatie in relatie tot omvang taken en opgaven • Gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse • Jeugdzorg/MVS Jeugdmodel • Vervolg MIRT-verkenning • Meerjarenperspectief Vastgoed: routekaart verduurzaming vastgoed • MJOP’s gemeentelijk vastgoed • Cofinanciering gebiedsontwikkelingen • Binnensportaccommodaties • Verplichtingen rondom onderwijshuisvesting
14
Zomernota 2027
Bijlage 1 Financiële ruimte 1
Algemeen
Voor het bepalen van de financiële ruimte is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting vast te stellen. Het belangrijkste algemene uitgangspunt is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de reële (meerjaren)begroting structureel en reëel in evenwicht is. Structureel evenwicht betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. Structureel evenwicht is het belangrijkste element in het financieel toezichtkader van de Provincie Zuid-Holland. Onderdelen van dit uitgangspunt zijn de volgende (meerjarige) speerpunten van beleid: • • • •
beheersing van de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven; faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad; genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing.
Daarnaast gelden voor het opstellen van de begroting onderstaande uitgangspunten: • • • •
• • •
• •
De Begroting 2027 wordt opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor het opstellen van de Begroting 2026 en de meerjarenramingen geldt als uitgangspunt het beleid dat tot en met de het opstellen van de financiële ruimteberekening is vastgesteld. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en tenminste op programmaniveau zijn ingevuld; het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. De ramingen van de algemene uitkering voor 2026 en verder worden in de begroting gebaseerd op de meicirculaire 2026 en via de Berap 2026 in de meerjarenbegroting verwerkt. Het weerstandsvermogen dient een voldoende niveau te hebben volgens de normen uit de Kadernota Financieel Beleid. De ramingen voor 2027 – 2030 worden meerjarig berekend met constante prijzen. De berekening van de afschrijvingslasten wordt gebaseerd op de in oktober 2023 vastgestelde beleidsnota Investeren, waarderen en afschrijven; de afschrijving begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering. Het te hanteren renteomslagpercentage wordt 3,75%.
Conform de in 2023 vastgestelde Kadernota Financieel Beleid 2024 wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten voor goederen en diensten en de subsidies met het prijsindexcijfer van de laatst bekende raming van het CPB (Centraal Economisch Plan 2026, prijs bruto nationaal product); voor 2027 is dat 2,7 %. De huidige CAO loopt tot maart 2027, voor de periode daarna is gerekend met een loonvoet van 4,2%.
15
Zomernota 2027
2
Bepaling van de beginstand
Beginstand (x € 1.000) Saldi begrotingen 2027-2030
2027 2.507
2028 3.123
2029 716
2030 313
Reeds door de gemeenteraad besloten met financieel effect op de stand: 25VR062 Benodigd budget wettelijke taken dierenwelzijn
-90
-90
-90
-90
25VR071 Vergroten van revolverend fonds voor de Starterslening
-27
-27
-27
-27
-1.671
-
-
-
25VR 077 Saldo TA2 2025 (incl. septembercirculaire 2025)
345
4
-173
-404
25VR093 Verhogen budget Rekenkamer Schiedam
-40
-40
-40
-40
Totaal beginstand
1.024
2.971
387
-248
25VR074 IKC Kethel
Saldi begrotingen 2027-2030 Het uitgangspunt is de laatst door de gemeenteraad vastgestelde begroting inclusief de saldi van de jaren erna. Dit is de Begroting 2027 met daarin de jaarschijven 2027 tot en met 2029. De stand van het boekjaar 2030 is het nieuwe jaar dat met deze meerjarenbegroting wordt geopend.
3
De loon- en prijsontwikkelingen
De kosten van het bestaande beleid wijzigen ten opzichte van het vorige begrotingsjaar: met name loon- en prijsstijgingen maken dat het bestaande beleid niet meer kan worden uitgevoerd voor hetzelfde bedrag als het jaar daarvoor. Loon-, prijs en renteontwikkelingen (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
1. Salarissen, incl. sociale lasten
-2.669
-2.669
-2.669
-2.669
2. Prijscompensatie 2,7%
-2.130
-1.997
-1.960
-1.954
-853
-853
-853
-853
-406
-406
-406
-406
557
561
564
564
3. Prijscompensatie contract Irado 3,05% 4. Prijscompensatie Gemeenschappelijke regelingen Rijnmond 3,41% 5. Belastingopbrengsten/leges 6. Consequenties begroting RBG
114
94
67
64
7. Renteontwikkeling
2.701
1.964
2.370
1.614
Totaal loon, prijs- en renteontwikkelingen
-2.685
-3.307
-2.887
-3.639
1. Salarissen, incl. sociale lasten. De huidige CAO heeft een beperkte duur tot 31 maart 2027. Op dit moment is nog geen zicht op de uitkomsten van een nieuwe CAO. Voor de prognose van de loonsom is uitgegaan van een loonvoet van 4,2% vanaf maart 2027.
16
Zomernota 2027
2. Prijscompensatie Het prijsindexcijfer van 2,7% wordt toegepast op de uitgaven voor goederen en diensten, subsidies, nadelige exploitatiesaldi bedrijven en bijdragen schoolbesturen en decentrale overheden.
3. Prijscompensatie contract Irado Ook voor 2027 wijkt het indexeringspercentage voor het budget van Irado af van dat van de gemeente Schiedam. Hiervoor gelden contractuele voorwaarden, op basis waarvan de indexatie 3,05% bedraagt.
4. Belastingopbrengsten/leges De belastingopbrengsten worden eveneens verhoogd met het prijsindexcijfer. Dit geldt voor de onroerendezaakbelastingen, precariobelasting, leges, jachthavengeld, woonschepenrechten en marktgelden. De tarieven worden later in het jaar zodanig vastgesteld, dat de geraamde opbrengst met 2,7% wordt verhoogd. Dit is op basis van het huidige beleid. Voor sommige leges geldt, dat de hoogte ervan wordt bepaald door het Rijk (bijvoorbeeld paspoorten en rijbewijzen). Inflatiecorrectie leidt dan niet tot extra opbrengsten. Voor de volgende leges is aanpassing aan de inflatie wel mogelijk: BRP en Burgerzaken.
5. Bijdragen aan samenwerkingsverbanden Voor de gemeenschappelijke regelingen is uitgegaan van een indexeringspercentage van 3,41 %. Dit percentage is in onderling overleg met de omliggende gemeenten besloten. Dit geldt voor de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, DCMR, GGD en Jeugdhulp Rijnmond. Het financieel effect is berekend op basis van conceptbegrotingen van de GRen, voor zover beschikbaar.
6. Consequenties begroting RBG De uitbreiding van RBG heeft een positief effect op de omvang van de bijdrage van de gemeente.
7. Renteontwikkelingen Voor het bepalen van de rentelast zijn twee componenten van belang. Enerzijds een berekening van de omvang van het te lenen bedrag, anderzijds een aanname voor het rentetarief dat we de komende jaren verwachten te betalen over nieuwe leningen. De volgende bouwstenen zijn gebruikt voor het bepalen van het jaarlijks te financieren bedrag: • De (geüpdatete) meerjaren liquiditeiten planning voor exploitatie uitgaven; • Het meerjaren rente- en aflossingsschema van de bestaande lening portefeuille; • De in de financiële administratie openstaande investeringskredieten en de geplande investeringen over 2027 (incl. IUPB investeringen) en verder; • De meerjarenprognose van de grondexploitaties (“JHG”) 2026; • De financieringsactiviteiten tot en met april 2026. Voor deze Zomernota is de financieringsbehoefte (dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen) op basis van bovenstaande bouwstenen als volgt bepaald: Begroting
2027
2028
2029
2030
Exploitatie
10,4
14,3
15,4
14,7
Financiering (aflossing)
-29,7
-24,3
-26,5
-25,9
Investeringen en grexen
-34,3
-57,9
-14,2
-23,4
Financieringsbehoefte (in mln. euro)
-53,6
-67,9
-25,3
-34,6
17
Zomernota 2027
Dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen. Het exploitatiesaldo laat op basis van de verwachte inkomende en uitgaande kasstroom de komende jaren een licht stijgende lijn zien. De investeringen en grondexploitaties geven een fluctuerend beeld vanwege de gefaseerde lasten en baten bij met name de Woonontwikkeling Schieveste. Het rentepercentage waarmee gerekend wordt voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op 3,75 %. Dit is gebaseerd op de meest recente rentestanden. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de rente zich zal gaan ontwikkelen in verband met de oorlogen in Oekraïne en Iran, de economische vooruitzichten en de inflatie. Dat zijn op dit moment onzekere factoren. De rente schommelt op dit moment tussen de 3,2% voor een 10 jaars lening en 3,8% voor een 30 jaars lening. Gemiddeld betekent dit een rentepercentage van 3,5%. Om rentestijgingen op te kunnen vangen in de komende periode is een marge aangehouden van 0,25%. Deze marge houden we aan, in verband met de verwachting in de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 3,75 %. Vertaald naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel effect op:
Renteontwikkeling (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Begrote rentelast
10.130
11.490
12.864
11.509
Rentelast op basis van verwachte ontwikkelingen
7.429
9.527
10.494
9.895
Renteontwikkeling
2.701
1.963
2.370
1.614
De rentelasten laten de komende jaren een stijging zien van € 7,4 miljoen in 2027 naar € 9,9 miljoen in 2030. Dit heeft enerzijds te maken met het relatief hoge rentepercentage en anderzijds de fluctuerende financieringsbehoefte. In de lopende begroting was rekening gehouden met een hogere rentelast. We zien dat de uitvoering (en dus de financiering) van grote projecten in Schiedam meer gefaseerd verloopt dan verwacht, daarnaast zien we dat hier tegenover ook inkomende geldstromen zoals subsidiemiddelen staan.
4
Meicirculaire 2026
De eerstvolgende circulaire is de meicirculaire 2026, die eind mei is verschenen. Dit is te laat voor verwerking in deze ruimteberekening. Zodra de meicirculaire is verschenen worden de financiële gevolgen ervan geanalyseerd en zo spoedig mogelijk gecommuniceerd via een raadsinformatiebrief. De meerjarige verwerking vindt plaats conform de bestendige gedragslijn in Schiedam in de Bestuursrapportage 2026. Een eerste analyse van de Voorjaarsnota 2026 van het kabinet geeft de volgende voorlopige indicatie voor de uitkomsten van de meicirculaire: 2027
2028
2029
2030
Meicirculaire op basis van 1e analyse voorjaarsnota
5.668
4.969
4.786
4.729
Totaal
5.668
4.969
4.786
4.729
Deze indicatie is gebaseerd op het gebruik van een landelijk gevalideerd model.
18
Zomernota 2027
5
Ontwikkelingen Sociaal Domein
De conceptbegrotingen in het sociaal domein geven het volgende beeld: Ontwikkelingen Sociaal Domein
2027
Jeugdzorg regionaal (GR Jeugd) Rogplus (Mevis) Rogplus (Wmo)
2028
2029
2030
-524
-448
-382
-382
-2.649
-3.552
-3.676
-3.820
-926
-773
-786
17
-2.839
-655
-1.013
-1.352
Begrotingswijziging CJG
-272
-272
-272
-272
BUIG (o.g.v. macrobudget)
2.135
2.135
2.135
2.135
SPUK Inburgering
-585
SPUK Kinderopvangtoeslagaffaire
2.045
Terugdraaien begrotingswijziging vorming reserve Jeugd
2.614
3.312
3.332
3.332
Totaal
-1.000
-253
-662
-342
Stroomopwaarts (conceptbegroting)
In deze prognose is rekening gehouden met het effect vanuit de voorlopige BUIG-beschikking 2026. Jaarlijks ontvangt Schiedam een beschikking over de SPUK inburgering. SPUK Kinderopvangtoeslagaffaire kan voor 2027 worden aangevraagd over de gemaakte kosten conform begroting SOW. In de begroting van Stroomopwaarts is de lastenkant van deze SPUK’s begroot. Op basis daarvan is een prognose gemaakt van de omvang van de SPUK zoals de regeling nú is. Op het moment dat meer duidelijk is over de toekomstige ontwikkeling van de SPUKS leidt dit mogelijk tot een aanpassing van de begroting van Stroomopwaarts en de raming van de baten uit de SPUK. De meerjarige jeugdzorgbudgetten die via de algemene uitkering (via de mei- en septembercirculaire 2025) zijn ontvangen, zijn op basis van besluit 25VR053 gestort in de reserve Jeugd. Voorgesteld wordt om deze begrotingswijziging terug te draaien en de middelen direct als algemene uitkeringsbaten in de meerjarenbegroting te verwerken. De lasten zijn in de financiële systematiek structureel, de meerjarige bijdrage ook. Op deze wijze is duidelijker waar in het structurele beeld en financiering vanuit de algemene uitkering mogelijke problemen ontstaan, kunnen structurele lasten worden gedekt met de baten voor Jeugd vanuit de algemene uitkering en blijven de middelen beschikbaar voor Jeugdtaken.
6
Interne en externe autonome ontwikkelingen
Interne en externe autonome ontwikkelingen leiden tot claims met een onvermijdelijk of wettelijk verplicht karakter. In beide gevallen gaat het in principe om ongewijzigd beleid, maar deze ontwikkelingen hebben wel invloed op de omvang van de financiële ruimte. Nieuwe wet- en regelgeving leiden (mogelijk) tot kosten voor voorbereiding en invoering.
19
Zomernota 2027
Onvermijdelijke ontwikkelingen zijn wat lastiger te onderscheiden. De voorstellen, die zijn getoetst op de onvermijdelijkheid, staan in onderstaande tabel. 2027
2028
2029
2030
Wettelijk onvermijdelijk Uitvoering wettelijke taken Spreidingswet, huisvestingsopgave asielzoekers en Europese beschermingsrichtijn opvang Oekraïners
-350
-350
-175
-175
-130
-134
-134
-134
Beleidsmatig onvermijdelijk CAO ontwikkeling Jongerenwerk Sportzaal Oost
-43
Areaaluitbreiding openbare ruimte
-82
-82
-82
-82
Areaaluitbreiding onderhoud bomen
-165
-165
-165
-165
BBQ overlast
-135
-135
-135
-135
Uitvoering Wet Open Overheid
-98
Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims
-960
-866
-691
-733
1. Uitvoering wettelijke taken Spreidingswet, huisvestingsopgave asielzoekers en Europese beschermingsrichtlijn opvang Oekraïners Voor de uitvoering van deze wettelijke taken waren in de meerjarenbegroting nog geen structurele middelen opgenomen. Er is nu sprake van een achterstand voor de taakstelling rondom statushouders, die per 1 juli 2026 formeel moet zijn ingelopen, de voorgestelde middelen gaan uit van een blijvende wettelijke taak voor de gemeente. Met het vaststellen van de spreidingswet geldt ook hiervoor een (structurele) wettelijke taak die de gemeente dient uit te voeren. Tenslotte is de locatie voor de gemeentelijke Oekraïne opvang verlengd met twee jaar (en een optie op een derde jaar). Bij de voorgestelde middelen is voor deze taak nu uitgegaan van een gemeentelijke inzet tot eind 2028.
2. CAO ontwikkeling Jongerenwerk Voor het jongerenwerk is sprake van een lopende overeenkomst (sinds 2022) die in ieder geval loopt tot juli 2028. De reguliere indexatie van de gemeente dekt niet de stijging van de onvermijdelijke personeelskosten van de uitvoerende organisatie(s) van het jongerenwerk. De CAO stijging van de loonkosten bedroeg de afgelopen jaren rond de 15% tegenover gemiddelde indexatie van de gemeentelijke budgetten van 3%. Gemeente Schiedam is aangesloten bij het Convenant Verantwoord Marktbedrag, waarin is opgenomen dat er op basis van redelijkheid en billijkheid, meebewogen dient te worden bij inflatiecorrecties en cao-stijgingen. In Schiedam zien we de afgelopen jaren een verharding, verjonging en verzwaring in jeugdproblematiek. Dit vraagt om minimaal een bestendige inzet om afglijding richting criminaliteit of toestroom naar jeugdhulp te voorkomen, vanuit dat oogpunt is de voorgestelde meerjarige budgetaanpassing onvermijdelijk.
3. Sportzaal Oost In 2021 is voor de vervanging van Sportzaal Oost een investeringsbudget aangevraagd van € 2.385.000. Dit bedrag is echter ontoereikend om te voldoen aan de huidige en onontkoombare landelijke normeringen.
20
Zomernota 2027
Sportzaal Oost huisvest momenteel Schiedamse basketbalvereniging SBV Juventus. SBV Juventus is een relatief kleine vereniging met circa 125 leden, maar maakt zeer intensief gebruik van de accommodatie. De vereniging huurt de sportzaal structureel op doordeweekse avonden voor trainingen en speelt in het weekend haar competitiewedstrijden. Zij zijn daarmee de enige huurder van Sportzaal Oost. Daarmee is SBV Juventus een vaste en betrouwbare gebruiker van de sportzaal en vormt zij een belangrijke pijler onder de bezetting en exploitatie van de accommodatie. De bestaande accommodatie voldoet niet aan de verplichte normafmetingen zoals vastgesteld door NOC*NSF en de Nederlandse Basketbal Bond (NBB). Het gebruik van de zaal is nu uitsluitend mogelijk dankzij een jaarlijkse dispensatieregeling. Deze situatie is tijdelijk en uiterst kwetsbaar. Bij nieuwbouw wordt geen enkele dispensatie meer verleend. De bond is hier zeer expliciet over: nieuw te realiseren sportaccommodaties moeten onverkort voldoen aan de vastgestelde normen. Indien hier niet aan wordt voldaan, verliest SBV Juventus definitief het recht om gebruik te maken van de sportzaal. Dit betekent feitelijk dat de vereniging geen thuisbasis meer heeft. Daarnaast is het risico groot en reëel dat het voortbestaan van SBV Juventus ernstig in gevaar komt.
Tijdens de noodzakelijke tijdelijke uitverhuizing blijkt dat de vereniging de (aanzienlijk hogere) huurlasten van alternatieve sportaccommodaties niet kan dragen. Terugkeer naar de locatie Peperklip is voor de vereniging daarom een absolute voorwaarde om überhaupt te kunnen blijven bestaan. Indien SBV Juventus niet kan terugkeren naar Sportzaal Peperklip, heeft dit niet alleen grote gevolgen voor de vereniging zelf, maar ook voor de exploitatie van de accommodatie. In de huidige financiële uitgangspunten is expliciet rekening gehouden met huurinkomsten van deze vereniging. Het niet terugkeren van SBV Juventus leidt daarmee direct tot structurele derving van inkomsten en leegstand van Sportzaal Peperklip. Dit vergroot het exploitatierisico aanzienlijk en leidt tot een situatie waarin de gemeente blijft zitten met een deels onbenutte sportvoorziening. Een sportzaal die voldoet aan alle eisen maakt het mogelijk om deze flexibel in te zetten voor verschillende sporten, verenigingsgebruik en bewegingsonderwijs. Hiermee wordt optimaal gebruik van de voorziening geborgd en wordt ingespeeld op toekomstige behoeften en de opgaven van het NPNO. De aanvullende investering is daarmee noodzakelijk om te voldoen aan wettelijke en functionele eisen en om een duurzame, breed inzetbare sportvoorziening voor de gemeente te realiseren.
De in deze zomernota opgenomen claim bestaat uit de verhoging van het krediet met € 779.661 (indexering € 602.512, aanpassing basketbalvereniging € 177.149) en daarmee de jaarlijkse kapitaallasten vanaf 1 jaar na ingebruikname (2030).
4. Areaaluitbreiding openbare ruimte In de openbare ruimte zijn steeds meer sport- en speeltoestellen geplaatst. Deze toestellen moeten worden beheerd en onderhouden. In het kader van de prestatieafspraken met Woonplus gaat wordt het beheer en onderhoud van (speel)toestellen op gronden van Woonplus overgedragen aan de gemeente. Het gaat om 14 speelplekken die worden toegevoegd aan het areaal spelen. De afgelopen jaren zijn er meerdere sporttoestellen in de openbare ruimte geplaatst. Deze toestellen zijn aangeschaft, echter er is geen rekening gehouden met het dagelijks beheer en onderhoud dat nodig is. Daarnaast is er ook het beheer en onderhoud van objecten in de openbare ruimte met cultuurwaarde, zoals de ijsbreker en de molenmotor. Hiervoor is geen budget gereserveerd, maar vragen wel om
21
Zomernota 2027
jaarlijkse onderhoud. Deze mutaties brengen extra kosten met zich mee en zullen vanaf 2027 in de jaaropdracht van Irado worden meegenomen. De kosten voor de speel- en sporttoestellen worden ondergebracht bij spelen (€ 58.000) en die voor de objecten met cultuurwaarde onder straatmeubilair (€ 25.000).
5. Areaaluitbreiding onderhoud bomen Vanuit het Uitvoeringsprogramma Groen en Bomenplan worden er jaarlijks 70-100 bomen extra geplant. Deze bomen hebben verzorging en inspecties nodig. Hierdoor blijft de conditie goed, waardoor ze kunnen uitgroeien tot volwassen bomen. Ook dit jaar zijn er ruim 90 bomen aangeplant. Naast het onderhoud van bomen blijkt dat er door intensiever gebruik van de openbare ruimte meer inboet nodig te zijn dan voorheen. Dit betekent dat meer groenvakken vervangen en aangevuld moeten worden. Aan inboet betreft het jaarlijks circa 100 bomen (€ 1000 per boom) worden geplant en circa 50 groenvakken Het leveren van beplanting en bomen voor deze groenvakken is in 2025 aanbesteed en deze areaalmutaties brengen extra kosten met zich mee. Areaaluitbreiding als gevolg van de benodigde inboet van bomen en beplanting bedraagt € 150.000 per jaar. De benodigde inspecties en verzorging van de bomen bedraagt € 15.000 per jaar.
6. BBQ overlast De afgelopen jaren zorgde het barbecueën in het Beatrixpark en op de Maasboulevard voor geluids-, parkeer- en rookoverlast en vervuiling. De gemeenteraad heeft op 4 juni 2024 de motie “Beperken overlast bij barbecueën” aangenomen. Deze motie riep het college op om met een voorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening te komen waarmee gebieden kunnen worden aangewezen waar het verboden is om te barbecueën. Dit heeft geleid tot een APV-wijziging en een aanpak in het Beatrixpark en op de Maasboulevard om het barbecueën op de daarvoor bestemde plekken en met minder overlast te laten plaatsvinden. Voor deze inzet vanaf 2024 heeft de gemeenteraad een incidenteel budget beschikbaar gesteld van € 213.930,-. Voor 2025 en 2026 heeft de gemeenteraad, naar aanleiding van de evaluatie van het seizoen 2024, incidenteel budget vrijgemaakt. Daarbij is aangegeven dat op basis van een evaluatie over het seizoen 2025 opnieuw zal worden bekeken of structureel budget noodzakelijk is om de overlast in de barbecuegebieden te beperken. De gemeenteraad is via 26UIT01027 op de hoogte gebracht over de uitkomsten van de evaluatie. In de evaluatie worden aanbevelingen gedaan voor structurele inzet vanaf 2027 om overlast tijdens het barbecueseizoen blijvend te beperken.
7. Uitvoering Wet Open Overheid (WOO) De uitvoering van de Wet open overheid (Woo) legt aantoonbaar een steeds grotere druk op de gemeentelijke organisatie. Sinds de implementatie van de Woo in 2022 is er een toename zichtbaar van 47% van het aantal ingediende verzoeken. Ook de complexiteit en omvang van verzoeken neemt toe: 16% minder eenvoudige verzoeken en ruim 25% meer reguliere en complexe verzoeken. De afgelopen jaren is deze toename binnen de huidige formatie (2,0fte) opgevangen en is de formatie niet meegegroeid. Hierdoor staan wettelijke afhandeltermijnen onder druk en neemt de belasting op de organisatie toe. Vanaf 2026 ontvangt de gemeente bovendien 1/3 minder (incidentele) middelen voor de uitvoering van de Woo, terwijl de opgave naar verwachting verder toeneemt. Om ook in de komende periode op een zorgvuldige wijze uitvoering te geven aan deze wettelijke taak, is in ieder geval tijdelijke aanvullende capaciteit noodzakelijk. Met dit voorstel wordt voorzien in een tijdelijke uitbreiding van 1,0 fte op schaal 10 voor de duur van ten minste één jaar. Deze capaciteit wordt ingezet voor de behandeling en coördinatie van Woo‑verzoeken, ondersteuning van vakteams en het beheersen van werkdruk en afhandeltermijnen. Na afloop van de periode wordt geëvalueerd of structurele aanpassing noodzakelijk is.
22
Zomernota 2027
7
Overige ontwikkelingen
Op dit moment constateren wij dat een tweetal bezuinigingen niet te realiseren zijn, dit betreft de volgende bezuinigingen die in deze zomernota als overige ontwikkelingen in de financiële ruimte zijn verwerkt. Bezuinigingen begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Wijkbrandweerman
-80
-80
-80
-80
Contractmanagement ICT
-200
-200
-200
-200
Totaal bezuinigingen
-280
-280
-280
-280
2027 1.024
2028 2.971
2029 387
2030 -248
B. Totaal loon-, prijs en renteontwikkelingen
-2.687
-3.307
-2.887
-3.639
C. Totaal algemene uitkering
5.668 -1.000
4.969
4.786
4.729
-263
-662
-342
E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk
-960
-866
-691
-733
F. Overige ontwikkelingen
-280
-280
-280
-280
Totaal financiële ruimte ongewijzigd beleid
1.767
3.234
653
-513
Waarvan saldo incidentele baten en lasten
1.415
750
-3.133
-2.933
Prognose structureel begrotingssaldo
351
2.485
3.786
2.420
8
Recapitulatie Financiële ruimte
Stand financiële ruimte (bedragen x € 1.000) A. Totaal beginstand
D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
23