CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Zienwijze Herziening 2024 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Raadscommissie 2 oktober 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Schiedam

Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam

Provincie Zuid Holland Postbus 90602 2509 LP 'S-GRAVENHAGE

Uw kenmerk

14 010 schiedam.nl

Ons kenmerk

Datum

24UIT03295

12 juni 2024

Uw brief van

Doorkiesnummer

E-mail

14 mei 2024

010-2191736

b.hovens@schiedam.nl

Onderwerp

Zienswijze wijziging Omgevingsverordening Herziening 2024

Geacht bestuur, Op 14 mei 2024 heeft u de ‘Herziening Omgevingsbeleid 2024’ ter inzage gelegd. De herziening betreft een wijziging van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, het Omgevingsprogramma ZuidHolland en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Met deze brief maken wij gebruik van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen ten aanzien van de Omgevingsverordening. Wonen De zienswijze heeft betrekking op het onderdeel wonen. Wij wijzen op de onduidelijkheid die bestaat over de door u voorgestelde wijzigingen in paragraaf 7.3.8.a van de verordening. Deze lijken niet in overeenstemming te zijn met de strekking van uw brief van 30 april 2024 aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Wij zijn van mening dat wij hadden mogen verwachten dat de omgevingsverordening, zoals deze door u ter inzage is gelegd, in overeenstemming zou zijn met deze brief. Het laten voortbestaan van deze onduidelijkheid draagt nodeloos bij aan de onzekerheid op de woningmarkt. Hoewel wij er van uitgaan dat u alsnog gevolg zult geven aan hetgeen u heeft gesteld in uw brief van 30 april 2024, zien wij ons, nu dit nog niet is gebeurd, toch genoodzaakt te reageren op de omgevingsverordening. Op 13 oktober 2022 heeft u met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen woningen.

Afgesproken is dat het regionale woningbouwprogramma vanaf 2025 bestaat uit minimaal 2/3 betaalbare woningen (waarvan de helft gebouwd door woningcorporaties) en dat wordt gestreefd naar tenminste 30% sociale huur in de voorraad per gemeente. Dit uitgangspunt wordt door u bevestigd in uw brief aan de minister van 30 april 2024, waarin u de doelstelling benoemt om voldoende sociale woningen te realiseren en het toegroeien naar minimaal 30% sociaal in de bestaande woningvoorraad.

*24UIT03295*

Wij onderschrijven uw doelstelling om te voorzien in voldoende sociale en betaalbare woningen. Deze doelstelling is ook onderdeel van de gemeentelijke woonvisie en de, mede door u ondertekende, Realisatieagenda regio Rotterdam. Wij constateren echter dat de door u beoogde herziening van het onderdeel wonen van de verordening (paragraaf 7.3.8a) niet in overeenstemming is met deze doelstelling en geen recht doet aan de lokale situatie en opgaven. De wijze waarop artikel 7.47a van de Omgevingsverordening is geformuleerd, maakt dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden voorzien in 40% sociaal. Hoewel een dergelijke bepaling te begrijpen is voor gemeenten die achterblijven bij de doelstelling van 30% sociaal in de totale woningvoorraad, wordt in de regel geen voorbehoud opgenomen voor gemeenten waar het aandeel sociaal reeds groter is dan het landelijk gemiddelde, zoals Schiedam. Gelet op uw eigen doestellingen, als voornoemd, verzoeken wij u artikel 7.47a van de omgevingsverordening zodanig te wijzigen dat de vereiste voor minimaal 40% sociaal niet geldt voor gemeenten waar het aandeel sociaal reeds groter is dan het landelijk gemiddelde. In dat kader wijzen wij er op dat het beoordelen van de sociale opgave per project, in plaats van de gemeente als geheel, zorgt voor een ongewenste doorkruising van de opgaven die wij hebben voor onze kwetsbare wijken.

De wijken Nieuwland en Oost zijn aangewezen als stedelijke focusgebieden in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid & Veiligheid. Deze wijken kenmerken zich door een bovengemiddeld aanbod aan sociale woningen. Om de problemen in deze wijken aan te pakken, is het, onder andere, noodzakelijk om te komen tot een betere balans in de woningvoorraad. Dit door het aandeel sociale woningen in deze wijken te verminderen. De voorgestelde regeling maakt dit onmogelijk. Door bij ontwikkelingen elders in de stad voldoende sociale woningen mee te nemen, wordt gewaarborgd dat voor de gemeente als geheel aan het percentage van 30% sociaal zal worden voldaan. Wij verzoeken u rekening te houden met de ongewenste gevolgen van de regeling, zoals u deze thans heeft geformuleerd, en het percentage sociaal te laten gelden voor de gemeente als geheel. Voornoemde regel vereist daarnaast dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling de inzet van woningcorporaties vereist is, ook bij kleine woningbouwprojecten (vanaf 12 woningen). Dit kan leiden tot een versnipperd woningbezit voor corporaties. Onduidelijk is of dit met de woningcorporaties is afgestemd of een dergelijke vereiste voor hen acceptabel en werkbaar is. Wij verzoeken u hier duidelijkheid over te geven.

Daarbij vragen wij u de betreffende regel niet eerder vast te stellen dan nadat de woningcorporaties hebben toegezegd medewerking te willen verlenen aan de uitvoering daarvan, ook bij kleinere woningbouwprojecten.

24UIT03295

Pagina 2

Tot slot Wij herhalen ons eerdere verzoek om terughoudend om te gaan met het stellen van regels in de Omgevingsverordening en dit te beperken tot zaken waarvoor het noodzakelijk is dit op provinciaal niveau te reguleren. Wij betreuren het dan ook dat u het als enige provincie nodig acht regels te stellen inzake externe veiligheid, terwijl op grond van de wet voor ons reeds een verantwoordingsplicht geldt. Daarnaast verzoeken wij u ook om bij het stellen van regels de uitvoerbaarheid van de regels op voorhand te beoordelen. Daarnaast vragen wij u het vertrouwen te hebben dat de gemeenten, gelet op de vereisten uit de Omgevingswet, voldoende bekwaam zijn om alle belangen in afdoende mate, en integraal, mee te wegen bij nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,

de burgemeester,

C.E. Bos

mr. H.M. Bergmann

24UIT03295

Pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14276963/1