Bijlage Wateragenda 2023 2028
Tekst van het document
Wateragenda Schiedam 2023 - 2028
Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................... 3 1. Wateragenda .................................................................................................................. 4 2. Watersysteem Schiedam ................................................................................................ 5 3. Schiedamse opgaven ...................................................................................................... 7
3.1 Klimaatadaptatie ...................................................................................7
3.2 Biodiversiteit .........................................................................................7 3.3 Waterkwaliteit .......................................................................................8 4. Doelen en ambities ......................................................................................................... 9
4.1 Droge voeten en natte bodem:................................................................9
4.2 Bestand tegen extreme hitte ..................................................................9 4.3 Schoon, gezond en levend water: ............................................................9 4.4 Veilig water ..........................................................................................9 4.5 Beleving van water ................................................................................9 5. Knelpunten deelgebieden van Schiedam ....................................................................... 10
5.1 Knelpunten wateroverlast ..................................................................... 10 5.2 Knelpunten waterkwaliteit .................................................................... 13
6. Proces tot samenwerking ............................................................................................. 16
6.1 Verdeling van verantwoordelijkheden ..................................................... 16
6.2 Gedeelde verantwoordelijkheid .............................................................. 16 6.3 De bewoner of eigenaar ....................................................................... 17 6.4 De wateragenda .................................................................................. 17 7. Financiering van maatregelen ...................................................................................... 18 Bijlage 1. Water in ruimtelijke plannen ............................................................................ 19 Bijlage 2. Uitvoeringsagenda ............................................................................................ 21 Bijlage 3. Uitgevoerde projecten ...................................................................................... 22
2
Voorwoord Water is een belangrijk onderdeel van de leefomgeving. Natuur, bewoners en bedrijven kunnen niet zonder. Een goede waterbalans is daarbij essentieel. Schiedam en Delfland beschermen de stad tegen te veel water, maar tegelijkertijd zorgen zij voor genoeg, schoon, veilig en duurzaam water. Voor zowel de bewoners van Schiedam als de bezoekers van de stad is het belangrijk dat het water er aantrekkelijk uitziet en dat er ook recreatief gebruik van kan worden gemaakt. De Schie, de Poldervaart en de havens in de binnenstad zijn belangrijk voor de recreatie van Schiedammers en bezoekers. In 2020 heeft de gemeente Schiedam haar Woonvisie gepresenteerd. De Woonvisie geeft op het gebied van woningbouw een stevige impuls aan de stad. In combinatie met meer hevige regenbuien en langere perioden van droogte zal dit leiden tot nieuwe opgaven. Het is een uitdaging om het water en de manier waarop we daarmee omgaan voldoende ruimte en aandacht te geven. Met water en bodem meer sturend in de ruimtelijke planvorming zetten wij als gemeente en hoogheemraadschap ons in om ook op de langere termijn klimaatbestendig te blijven. Dat is nodig, want Schiedam wordt nadrukkelijk geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling.
We moeten zorgen dat het watersysteem en het stedelijk gebied ook in de toekomst veilig (droge voeten), schoon (gezond water met goede kwaliteit voor mens en natuur) en duurzaam (anticiperen op klimaatverandering, bewustwording en beleving) blijft. Water wordt daarom geïntegreerd in verschillende plannen en ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen. Naast de stedelijke ontwikkelingen zien we dat individuele Schiedammers zich meer betrokken voelen bij het water. Wateroverlast is de afgelopen jaren een terugkerend thema en bewoners hebben mogelijk goede ideeën om het water aantrekkelijker te maken. Daar maken wij dankbaar gebruik van en dit willen we vooral stimuleren. Schiedam en Delfland zetten hun samenwerking voort om een goed werkend watersysteem te behouden en kansen tot verbetering te benutten. Deze wateragenda geeft ons hierbij houvast. Schiedam en Delfland leggen hierin de onderlinge afspraken voor de komende jaren vast en stemmen activiteiten op elkaar af. Tegelijkertijd geven we burgers, bedrijven, andere overheden en maatschappelijke organisaties een indruk van onze plannen om het Schiedamse water nu en in de toekomst veilig, schoon en duurzaam te houden.
Schiedam en Delfland zetten samen in op het aanpakken van de wateroverlast in de stad, het ontvlechten van schoon en vuil water, het versterken van de ecologische structuur (natuurwaarden), het verbeteren van de kwaliteit en het recreatief gebruik van water. We bouwen voort op onze inzet voor de aanpak van de problematiek rondom droogte en bodemdaling, in relatie tot klimaatadaptatie en funderingsproblematiek. Wateroverlast gaan we onder andere tegen door het toevoegen van waterbergingen en extra vierkante meters divers groen in de stad. We blijven onze eigenaren stimuleren met het vasthouden van hemelwater op eigen terrein en pakken de kansen die nieuwbouwplannen en ontwikkelingen in de openbare ruimte bieden, maar zoeken ook door de hele stad naar initiatieven, klein en groot, die bijdragen aan een betere leefkwaliteit en een robuuster watersysteem. Vele kleintjes maken één grote. Dit is een grote uitdaging en biedt kansen voor de komende jaren.
C.H.J. Lamers
P.H.W.M. Daverveldt
Burgemeester, Gemeente Schiedam
Dijkgraaf, Hoogheemraadschap van Delfland 3
1. Wateragenda Schiedam en Delfland werken al een flink aantal jaren samen aan wateropgaven in de stad. In verschillende gebiedsprocessen wordt gezamenlijk gewerkt aan oplossingen. Met de eerste wateragenda 2016-2020 is de goede samenwerking geformaliseerd. Diverse opgaven zijn de afgelopen jaren door middel van een gezamenlijke aanpak gerealiseerd. Met deze tweede wateragenda 2023 – 2028 wordt de samenwerking formeel voortgezet. De wateragenda is gebaseerd op nieuwe projecten/ontwikkelingen en verdere aanscherping van de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en waterkwaliteit. In de wateragenda staan heldere afspraken over het omgaan met water in en om de stad. Met deze wateragenda pakken Schiedam en Delfland de wateropgaven integraal op in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen, economie, recreatie, cultuurhistorie en maatschappelijkeopgaven. Te veel of te weinig water leidt tot problemen als wateroverlast, natte kelders en tuinen, funderingsproblematiek en verzilting. Klimaatverandering en bodemdaling zijn belangrijke oorzaken, maar ook de verstedelijking speelt een rol. Er komt steeds meer verhard oppervlak, waardoor er minder water in de bodem kan infiltreren en er te weinig ruimte voor water overblijft. Behalve de hoeveelheid water is ook de kwaliteit van het water van belang. Die hangt nauw samen met gebiedsinrichting, hemelwaterafvoer en rioleringssysteem.
Van schoon, gezond en voldoende water profiteren bewoners, bedrijven, natuur en recreanten. Reden genoeg om als gemeente en waterschap samen te zoeken naar de beste manier om water in de ruimte op te nemen. Doelen wateragenda Met de wateragenda wordt concreet invulling gegeven aan de samenwerking. Dit vervolg op de eerste wateragenda focust op het voorkomen van wateroverlast (in het stedelijk gebied) in combinatie met klimaatadaptatie, het verbeteren van de waterkwaliteit en het bevorderen van de biodiversiteit. Dit betekent dat bij de vertaling naar projecten integraal naar het watersysteem wordt gekeken, dus ook naar de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie, ecologie en waterkwaliteit. De wateragenda zorgt voor afstemming van maatregelen van Schiedam en Delfland en voor de invulling van de opgaven binnen de kaders van de beschikbare middelen. Voor de komende jaren is een uitvoeringsagenda op hoofdlijnen opgesteld met daarin concrete acties en projecten waarmee degezamenlijk geformuleerde ambities en doelen behaald kunnen worden. Ook staat benoemd aan welke projecten gezamenlijk wordt gewerkt en wat de planning daarbij is. Jaarlijks wordt de uitvoeringsagenda tegen het licht gehouden en geactualiseerd.
4
2. Watersysteem Schiedam Het watersysteem (inclusief riolering) in Schiedam bestaat uit verschillende onderdelen, die zijn verbonden met deelgebieden met elk hun eigen karakteristiek. De hele stad is dooraderd met bredere watergangen, de zogenoemde hoofdwatergangen. Vanaf de Nieuwe Waterweg gezien naar het noorden heeft Schiedam: •
Buitendijks gebied (Riviersysteem): ten zuiden van de Westfrankenlandsedijk, de dijk in park Maasboulevard en de Maasdijk en ten oosten van de Nieuw-Mathenesserstraat ligt het buitendijkse gebied. Dit gebied wordt niet beschermd door een dijk (primaire waterkering) en de neerslag die hier valt stroomt rechtstreek af naar de Nieuwe Maas. Het buitendijkse gebied is in het verleden opgehoogd en de hoge ligging van het gebied zorgt voor bescherming tegen hoge rivierwaterstanden.
•
Boezemland (Boezemwatersysteem): het historische centrum van Schiedam is zogeheten boezemland en ligt tussen de boezemkanalen Noordvestgracht, Nieuwe Haven en Lange Haven. Het maaiveld ligt hier hoger dan het boezemwater, waardoor deze gebieden direct kunnen afwateren naar de boezem. Het boezemwatersysteem is het hoofdafvoersysteem van Delfland en wordt in Schiedam gevormd door de Schie die via het Schiegemaal op de kop van de Houthaven afwatert op de Nieuwe Maas.
•
Polders (Polderwatersysteem): aan weerszijden van het boezemland en aan de noordkant van Schiedam ligt een drietal polders: Schiedam Oost, Schiedam West en de Poldervaartpolder. Deze polders liggen over het algemeen lager dan de boezem. In de Poldervaartpolder wordt neerslag opgevangen, vastgehouden en vertraagd weggepompt naar de boezem. In Schiedam West en Schiedam Oost wordt neerslag grotendeels afgevoerd naar de gemengde riolering en bij extreme neerslag naar Nieuwe Maas.
5
Afbeelding 1. Ligging van de polders en het boezemgebied van het stedelijk gebied Schiedam.
6
3. Schiedamse opgaven 3.1 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is verankerd in het Klimaatadaptatieplan Schiedam (2019) het Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan 2019-2023 Dit thema speelt in op veranderende weersomstandigheden. De urgentie om onze (gebouwde) omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat neemt toe. Klimaatadaptatie heeft vier belangrijke subthema’s, die samenhangen met een ‘teveel’ of een ‘tekort’ aan water: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Wateroverlast en droogte Extreme buien en periodes van droogte komen steeds vaker voor in Nederland en dus ook in Schiedam. De grootste opgave ten aanzien van water liggen in deze dichtbebouwde en daarmee sterk verharde polders, die sterk onderhevig zijn aan bodemdaling. Hier zal de komende decennia het meeste moeten gebeuren om wateroverlast te voorkomen. Om wateroverlast te voorkomen, is uitgangspunt dat de stad een extreme bui (waarbij 60 mm neerslag valt in een uur tijd) kan verwerken. Om in tijden van droogte het uitdrogen van de bodem en het ‘uitzakken’ van de grondwaterstand tegen te gaan, wordt zoveel mogelijk water opgevangen en vastgehouden (geïnfiltreerd in de bodem), daar waar het valt. Is vasthouden niet mogelijk, dan wordt het water (tijdelijk) geborgen in het gebied.
Alleen overtollig water wordt geleidelijk afgevoerd naar het omliggende oppervlaktewater-systeem of de (gescheiden) riolering. Hitte Warme dagen komen steeds vaker voor. Om de opwarming van de stad in tijden van een hittegolf te beperken, is de doelstelling dat de stad hooguit 2 0C meer opwarmt dan het omliggende landelijke gebied. Bebouwing en openbare ruimte zijn zo goed mogelijk ingericht op het ‘koel’ houden van de omgeving in tijden van extreme hitte. Overstromingen De zeespiegel stijgt en ook hevige stormen komen vaker voor. Doelstelling voor overstromingen is dat Schiedammers beschikken over een handelingsperspectief voor de overstromingsgevoelige, vaak buitendijks gelegen gebieden. 3.2 Biodiversiteit Een ander aandachtspunt is de wereldwijde afname van biodiversiteit. Om verschillende redenen wil Schiedam het groen in de stad versterken. De doelstelling, opgenomen in het Klimaatbeleidsplan en de Groenvisie, is om de biodiversiteit te vergroten en de ecologische waarde in en buiten Schiedam te versterken. Er is een samenhang met klimaatadaptatie, omdat vergroening ook een rol speelt in met name de aanpak van wateroverlast en hittestress. Door een juiste groeninrichting van de buitenruimte en door in en rond bebouwing natuur-inclusieve maatregelen te nemen, wordt (mede) een belangrijke bijdrage geleverd aan het versterken van de biodiversiteit in de stad.
Ook kunnen gerichte acties, zoals natuurlijk peilbeheer, ecologisch maaien, maatregelen voor vismigratie en een groene inrichting van onze terreinen een positieve invloed hebben op het bevorderen van de biodiversiteit.
7
3.3 Waterkwaliteit Voor het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn maatregelen nodig. In grote wateren, de zogeheten KRW-waterlichamen, moeten de maatregelen vóór 2027 zijn uitgevoerd en de doelen in 2027 zijn gehaald. Om dit te bereiken zal ook de waterkwaliteit in de kleinere wateren, ook wel overig of lokaal water genoemd, waarmee KRW-waterlichamen in verbinding staan, moeten verbeteren. Dit betekent dat in de kleinere wateren eveneens waterkwaliteitsmaatregelen nodig zijn. Het KRW-waterlichaam in gemeente Schiedam is onderdeel van Boezem Schie. Delfland en Schiedam zoeken naar samenwerking en efficiëntie in de uitvoering vanwaterkwaliteitsmaatregelen.
8
4. Doelen en ambities Schiedam heeft de ambitie om de stad in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. De lange termijn-doelstellingen voor het water in Schiedam zijn onder te verdelen in volgende beleidsdoelen: 4.1 Droge voeten en natte bodem: Vanaf 2014 is naar aanleiding van de regelmatig terugkerende wateroverlast de focus van zowel Schiedam als Delfland verschoven. Beide partijen zijn sterker gaan inzetten op het bestrijden van acute wateroverlast bij hevige regenbuien om droge voeten te houden. We werken wijkgericht aan voldoende bergings-en afvoercapaciteit in zowel oppervlaktewater als riolering. Doel is om wateroverlast, nu en in de toekomst, zoveel mogelijk te voorkomen. In samenhang hiermee staat het thema ‘participatie’ inmiddels stevig op de agenda. Bewoners hebben zelf ook een rol. Doel is ook dat, indien wateroverlast niet kan worden voorkomen, voor Schiedammers duidelijk is hoe zij moeten handelen om schade en onveilige situaties zoveel mogelijk vóór te zijn. Tegelijk is het van belang om het teveel aan water niet zonder meer af te voeren. Om uitdrogen van de ondergrond in tijden van droogte te vermijden, is het streven om zo veel mogelijk water vast te houden in het gebied waar het valt. Bij voorkeur in de ondergrond en anders in het oppervlaktewatersysteem. Niet in alle wijken beschikt Schiedam over voldoende oppervlaktewater.
De komende jaren is vooral de aanpak van droogte een belangrijk aandachtspunt. 4.2 Bestand tegen extreme hitte Het stedelijke gebied warmt in periodes van (extreme) hitte meer op dat het omliggende buitengebied. Het is van belang de opwarming te beperken, met het oog op de gezondheid van de Schiedammers en van hetstedelijke ecosysteem. Groen en water spelen een belangrijke rol in het beperken van deopwarming van de stad. De kansen en mogelijkheden in kaart brengen en benutten, om de stad te vergroenen en waterrijker te maken, is een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren. 4.3 Schoon, gezond en levend water: Het Schiedamse watersysteem is uiterlijk in 2027 (doeljaar voor de Europese Kader Richtlijn Water) chemisch schoon en gezond én ecologisch robuust ingericht. 4.4 Veilig water waterkeringen langs de rivier en langs de boezemkanalen zorgen ervoor dat lagere delen van Schiedam niet overstromen. Zo wordt de stad beschermd tegen water. 4.5 Beleving van water Het Schiedamse watersysteem is zodanig ingericht dat Schiedammers en bezoekers van Schiedam de stad een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving vinden. Schiedammers waarderen het water in hun directe leefomgeving en moeten weten welke bijdragen zij zelf kunnen leveren aan het bereiken en in stand houden van een veilig, schoon en duurzaam watersysteem.
Maatregelen worden uitgewerkt in samenhang met andere maatschappelijke opgaven als ruimtelijke ordening,recreatie, cultuurhistorie en economie.
9
5. Knelpunten deelgebieden van Schiedam Schiedam is een divers stedelijk gebied met een uniek watersysteem. In Schiedam spelen uiteenlopende “water-issues”. In de historische stadsdelen Oost, West en Zuid is weinig oppervlaktewater of is er sprake van wateroverlast, grondwateroverlast en onderlast, als gevolg van te veel verharding en verzakkingen. Deze issues spelen op verschillende niveaus en hebben te maken met grondwater, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Door de diversiteit van het gebied en de verschillende issues die spelen ten aanzien van water, is er niet één panklare oplossing te geven. Per gebied zal naar de beste oplossing gezocht moeten worden. Onderstaand is per gebied aangegeven waar Schiedam en Delfland samenwerken om de nu bekende knelpunten aan te pakken. 5.1 Knelpunten wateroverlast Schiedam West Een groot deel van de neerslag die in Schiedam West valt komt in het gemengde rioolstelsel terecht. Onder normale omstandigheden wordt dit stedelijk afvalwater naar de afvalwaterzuivering afgevoerd. Dit is geen wenselijke situatie, omdat het de prestaties van de zuivering negatief beïnvloedt. Bovendien komt in normale omstandigheden (met normale buien) het schone neerslagwater onnodig in de zuivering. Dat is niet duurzaam.
Wanneer het hard regent, kan het rioolstelsel de waterhoeveelheden niet verwerken en wordt het water, inclusief het ongezuiverde rioolwater, rechtstreeks naar de Nieuwe Maas gepompt. Dit noemen we overstortbemaling. Een klein deel van de neerslag die in Schiedam West valt komt in de enige watergang van deze polder uit: de Stadhouderslaansingel. Deze staat via 2 inlaatduikers in verbinding met de boezem. Wanneer het waterpeil in deze singel te hoog wordt (bij hevige buien), stroomt het water deels af naar de boezem en loopt het water deels over in het riool. Knelpunten • Weinig oppervlaktewater, veel verhard oppervlak, verzakkende woningen en deels lage ligging van de wijk. Effect bij hevige neerslag; rioolwater op straat en rioolwater in de woningen. • Hemelwaterafvoer loopt via de gemengde riolering, zodat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. Dit levert kosten op voor transport en zuivering en is op lange termijn niet duurzaam. • Overstortbemaling zorgt voor afvoer van grote hoeveelheden hemelwater vermengd met vuil rioolwater naar de Nieuwe Maas. Aanpak Een integrale aanpak is noodzakelijk om de wijk in de toekomst voldoende te beschermen tegen wateroverlast. In Schiedam-West wordt waar mogelijk is en bijdraagt aan de doelstellingen ingezet op het scheiden van hemelwater en afvalwater door de aanleg van gescheiden riolering.
Daarbij wordt het gebied verdeeld, waarbij het water in de hogere wijkdelen direct op de boezem wordt afgevoerd. De riolering in de lager gelegen wijkdelen wordt geïsoleerd van de hogere delen. Het afvalwater gaat naar de afvalwaterzuivering, het schone hemelwater wordt via de Julianasingel afgevoerd naar de boezem. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor afkoppelen in volle gang en is het vergroten van de afvoerduiker naar de boezem al gerealiseerd. Dit zal tevens leiden tot een betere lokale waterkwaliteit. Met het aanleggen van gescheiden riolering wordt, waar nodig, ook drainage aangelegd, ter voorkoming van grondwateroverlast. Het biedt wijkbewoners de mogelijkheid om het eigen overtollige grondwater aan het regenwaterriool aan te bieden.
10
Bewoners worden betrokken bij het gezamenlijk oplossen van de overlast. Visie is dat 'woning-gebonden' berging van regenwater een belangrijke bijdrage kan leveren aan het afvlakken van de piekafvoer. Dit is niet alleen techniek, maar ook bewustwording. Voorbeelden zijn het realiseren van een groen dak of het gebruik van regenwater voor bevloeien van tuinplanten, het inzetten van een regenton voor berging en het ontharden van tuinen. Schiedam Oost Ook in Schiedam Oost komt het overgrote deel van de neerslag terecht in het riool. Ook vanuit deze sterk versteende polder gaat neerslag onder normale omstandigheden naar de afvalwaterzuivering en wordt het bij hevige neerslag direct uitgemalen op de boezem en de Nieuwe Maas. Schiedam Oost beschikt daarnaast over een aantal watergangen die via lange duikers met elkaar zijn verbonden. Het water wordt aan de westzijde vanuit de Schie ingelaten en stroomt via de watergangen naar een riool overstort waar het uiteindelijk in de riolering terechtkomt en deels afstroomt naar Rotterdams water. Knelpunten • Weinig oppervlaktewater, veel verhard oppervlak, verzakkende woningen en deels lage ligging van de wijk veroorzaken overlast door grondwater, rioolwater op straat en rioolwater in de woningen, o.a. in de lagergelegen Singelkwartier (Oosterstraat e.o.).
• Hemelwaterafvoer loopt via de gemengde riolering, zodat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. Dit levert extra kosten op voor transport en zuivering en is op lange termijn niet duurzaam. • Overstortbemaling zorgt voor afvoer van grote hoeveelheden hemelwater, vermengd met vuil rioolwater naar de Nieuwe Maas. • Funderingsproblemen (funderingsschade als gevolg van zetting woningen) door te lage grondwaterstanden in het hoge gebied. Aanpak Er is een integrale aanpak noodzakelijk om de wijk in de toekomst voldoende te beschermen tegen wateroverlast. Delen van Schiedam Oost staan aan de vooravond van grootschalige herstructurering, die kansen biedt om het riolerings- en watersysteem duurzaam te ontwikkelen. Voor de singels in Schiedam Oost is inmiddels een ambitiedocument ontwikkeld, waarin maatregelen om wateroverlast aan te pakken staan beschreven. In 2016 is in samenwerking met Delfland door de gemeente Schiedam een proces opgestart, waarin een Masterplan water en een afkoppelstructuurvisie voor de wijk zijn uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in een uitvoeringsprogramma. De Wetenschappersbuurt en de 3-Lanen zijn opnieuw ingericht. In deze gebieden zijn maatregelen genomen om hemelwater en afvalwater te scheiden en is een infiltratiesysteem aangelegd met als doel het voorkomen van paalrot van de houten paalfunderingen.
Lokaal zijn groen-, weg- en rioleringsonderhoud uitgevoerd om meer water vast te houden en (ondergronds) te bergen en is oppervlaktewater gerealiseerd in de Wetenschappersbuurt. Inmiddels is ook middels het uitvoeren van een onderbemaling van de riolering in het Singelkwartier dit wijkdeel bestendiger tegen wateroverlast als gevolg van hevige neerslag. De singels van oost zijn in de vastgestelde groenblauwe structuurvisie (2015) benoemd als groenblauwe verbinding. Deze verbinding heeft de potentie om een mooie doorgaande structuur te vormen. De visie stelt in te zetten op het versterken van de continuïteit van de structuur, ruimtelijke obstakels verwijderen en de parkeerdruk proberen te verlagen. De gepresenteerde ambitie en ontwerpkaders geven richting aan toekomstige herinrichtingsvoorstellen. Het doel hiervan is om een gedeelde ambitie en visie voor het gebied te formuleren en samenhang tussen de herinrichtingsprojecten langs de singel te waarborgen. In 2020 is een analyse uitgevoerd op welke wijze het singelsysteem in Oost kan bijdragen aan de klimaatadaptieve opgave. 11
Poldervaartpolder Ten opzichte van de polders Schiedam Oost en West werkt de Poldervaartpolder als een échte polder. De neerslag die er valt komt voor een groot deel in sloten terecht en gaat via een stelsel van sloten en duikers naar het poldergemaal aan de Fokkerstraat, waarmee het naar de boezem wordt verpompt. De polder bestaat uit verschillende peilvakken met een waterpeil zo tussen de 2 en 3 meter onder NAP. Een vreemde eend in de bijt is de Poldervaart; een oude watergang en boezemtak die deels hoger dan de polder ligt. Kwalitatief gezien heeft ook in de Poldervaartpolder het riool een grote invloed. Flinke delen van de Poldervaartpolder beschikken over een gemengd rioolstelsel, dat bij hevige neerslag overstort op het oppervlaktewater. Knelpunten • De watersysteemanalyse van de polder laat zien dat er verspreid in de polder 17 knelpunten wateroverlast zijn die om een toekomstbestendige oplossing vragen. • Het noorden van de Poldervaartpolder heeft een slappe ondergrond. Zonder maatregelen zakken stedelijke functies hier letterlijk richting het (grond)waterpeil. • In een aantal peilvakken is een tekort aan waterberging. • De polderkade aan de Kasteelweg is niet hoog genoeg. Aanpak In de Poldervaartpolder wordt ingezet op afkoppelen van de riolering in delen van Nieuwland en Schiedam Noord. Waar nodig wordt extra oppervlaktewater gerealiseerd.
Bebouwing en de openbare ruimte worden aangepast aan eigenschappen van het gebied (in relatie tot slappe bodem in noorden Poldervaartpolder). Het ophogen van de polderkade wordt in combinatie met de aanpak van het fietspad opgepakt. De 17 knelpunten wateroverlast worden in samenhang aangepakt. Bijdorp De wijk Bijdorp is onderdeel van de Poldervaartpolder, maar kent zijn eigen problematiek. De wijk ligt laag ten opzichte van de rest van de Poldervaartpolder. Knelpunten • De drooglegging (het verschil tussen maaiveld en waterpeil) is klein, waardoor het risico op wateroverlast door hevige regenval in deze wijk groot is. • De riolering raakt bij hevige regenval overbelast. • Het watersysteem is krap. • Obstakels in watergangen stremmen de doorstroming. Aanpak Wateroverlast kan worden voorkomen door het watersysteem van de wijk af te sluiten van de rest van de polder. Hierdoor ontstaat een apart peilgebied met een eigen gemaal (onderbemaling). Hierdoor kan de peilstijging in de rest van de Poldervaartpolder omhoog en kan de gemeente Schiedam nieuwe ontwikkelingen in deze polder mogelijk maken met minder areaal aan oppervlaktewater. Een samenhangend maatregelenpakket in watersysteem en riolering van Bijdorp maakt dit mogelijk en voorkomt wateroverlast in de toekomst. In 2020 zijn de maatregelen hiervoor uitgevoerd en is een waterberging aangelegd.
Deze laatste maakt het verder afkoppelen (gescheiden riolering) van de wijk in de toekomst mogelijk.
12
Boezemgebied Kwantitatief gezien is de boezem in Schiedam op orde. Dit betekent dat de boezemkanalen voldoende capaciteit hebben om ook bij extreme neerslag het water af te kunnen voeren richting de Nieuwe Maas. Kwalitatief gezien kan de boezem nog wel verbeteren. Zowel chemisch, als ecologisch is het nodig om de waterkwaliteit te verbeteren. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers worden aangelegd. De Polderwetering biedt hier goede kansenvoor. Daarnaast kan het terugdringen van het aantal riool-overstorten en ongezuiverde lozingen de waterkwaliteit verbeteren. Enkele regionale waterkeringen langs de boezem zijn nog niet op de vereiste hoogte om de achtergelegen polders te beschermen. Door voortschrijdende maaivelddaling blijft het op hoogte houden van de waterkeringen een continue punt van aandacht. Het op hoogte houden van de waterkeringen wordt bij voorkeur tegelijkertijd met andere werkzaamheden in de openbare ruimte afgestemd en opgepakt. Met name daar waar een weg of fietspad op de waterkering ligt. 5.2 Knelpunten waterkwaliteit Schiedam West Het water in Schiedam-West heeft een hoge ecologische potentie. Dit wil zeggen, dat de fysisch-chemische kwaliteit van het water (stikstof, doorzicht) in een groot deel van de watergangen voldoende is voor de ontwikkeling van een goede ecologische waterkwaliteit (vissen, planten, e.d.). Aandachtspunt zijn de oevers.
De ruimte voor een ecologische inrichting van de oevers is beperkt. De uitdaging is dan ook om bij gebiedsontwikkelingen in Schiedam-West te zoeken naar kansen voor een natuurvriendelijke inrichting van de oevers. Daarnaast kan de ecologische waterkwaliteit verbeterd worden door ecologisch beheer en onderhoud van de watergangen. Knelpunten • Weinig ruimte op de oever voor een ecologische inrichting. • Beheer en onderhoud nog onvoldoende afgestemd op ontwikkeling van waterplantzones in de watergangen? • Riool overstorten zijn mogelijk één van de emissiebronnen die een knelpunt zijn in het bereiken van een goede waterkwaliteit. Schiedam-Oost De waterkwaliteit in Schiedam-Oost is vergelijkbaar met die in Schiedam West. Ook in Schiedam-Oost is de ecologische potentie van het water in een groot deel van de watergangen hoog, maar is de ruimte op de oever voor een ecologische inrichting beperkt. Ook voor Schiedam-Oost geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen gezocht moet worden naar kansen voor een natuurvriendelijke inrichting van oevers. En dat ecologisch beheer en onderhoud van watergangen de ecologische waterkwaliteit kan verbeteren. Knelpunten • Beheer en onderhoud nog onvoldoende afgestemd op ontwikkeling van waterplantzones in de watergangen? • Weinig ruimte op de oever voor een ecologische inrichting.
• Riool overstorten zijn mogelijk één van de emissiebronnen die een knelpunt zijn in het bereiken van een goede waterkwaliteit.
13
Poldervaartpolder De watergangen in de Poldervaartpolder hebben veelal een hoge ecologische potentie. Dit wil zeggen, dat de fysisch-chemische kwaliteit van het water en de ruimte op de oever van een groot deel van de watergangen voldoende is voor de ontwikkeling van een goede ecologische waterkwaliteit. De ecologische waterkwaliteit (EKR: 0,25) ligt op dit moment nog onder het ecologische doel en de ambitie van Schiedam (EKR: 0,55) en Delfland (EKR: 0,50). Inspanningen zijn nodig voor het bereiken van doel en ambitie. Hierbij moet worden gedacht aan een natuurvriendelijke inrichting van de oevers, ecologisch beheer en onderhoud voor een meer diverse oevervegetatie en helder water met meer waterplanten in de waterkolom. De ecologische potentie van een groot deel van de watergangen biedt hiervoor voldoende mogelijkheden. De waterkwaliteit in de wijk Bijdorp is vergelijkbaar met die in het andere deel van de Poldervaartpolder. Knelpunten • Een groot deel van de watergangen heeft beschoeide oevers, deze oevers zijn niet of nauwelijks begroeid; • Het water is veelal troebel en het aandeel waterplanten in een groot deel van de watergangen is beperkt; Boezem Schie De waterkwaliteit in het KRW-waterlichaam Boezem Schie is nog niet op orde.
Het ontbreekt aan een soortenrijke (onder)watervegetatie, omdat er te veel voedingsstoffen in het water en de waterbodem zitten en het water troebel is. Maar ook omdat de Schie intensief gebruikt en onderhouden wordt voor het aan- en afvoeren van water en beroeps- en recreatievaart. Daarnaast is door het intensieve gebruik van de Schie op veel plekken de uitbreidingsruimte in de breedte beperkt en de ecologische inrichting onvoldoende. Ook is de toxische druk in de Schie nog te hoog door normoverschrijding van een aantal prioritaire en specifiek verontreinigende stoffen, zoals gewasbeschermingsmiddelen, PAK’s en zware metalen. Van belang is dat emissies vanuit rioolstelsels, foutaansluitingen en omliggende polders worden gereduceerd. Ook zal het beheer en onderhoud van de Schie ecologisch geoptimaliseerd moeten worden. En zal in de lengte van de Schie gezocht moeten worden naar ruimte voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers, vispaaiplaatsen en waterplantzones om te komen tot een aaneengesloten ecologisch netwerk. Delfland en Schiedam werken samen in de aanpak van de emissies naar het oppervlaktewater, zoeken samen naar ruimte voor een ecologische inrichting in of langs de Schie en stemmen hun beheer en onderhoud af op verbetering van de ecologische waterkwaliteit.
Knelpunten • Emissies vanuit de rioolstelsels, foutaansluitingen en omliggende polders; • Waterbeheerpraktijk nog niet ecologisch optimaal; • Beperkt areaal aan ecologische zones: natuurvriendelijke oevers, vispaaiplaatsen en waterplantzones.
14
Buitendijks gebied en hoogwaterbescherming De primaire waterkering (Delflandsedijk) loopt langs de Westfrankenlandsedijk, door park Maasboulevard en de Maasdijk, onder de Nieuw-Mathenesserstraat, Van Deventerstraat en Rotterdamsedijk. Deze kering beschermt niet alleen Schiedam, maar ook een groot deel van West Nederland tegen extreem hoge waterstanden op de rivier (en op zee). Als gevolg van de verwachte zeespiegelstijging zullen ook vaker extreem hoge waterstanden voor gaan komen op de rivier. Sinds 1 januari 2017 gelden nieuwe normen voor primaire waterkeringen. De primaire waterkeringen zijn niet langer ingedeeld in dijkringen maar in dijktrajecten. Het zal naar verwachting nog tot 2050 duren voordat de primaire waterkeringen in heel Nederland aan de nieuwe normen voldoen. In de komende beoordelingsrondes (2023–2034, 2035–2046) worden de primaire waterkeringen getoetst. Als uit de beoordeling blijkt dat de primaire waterkering in Schiedam niet aan de norm voldoet, dan wordt deze kering verbeterd. De programmering van de toetsing wordt gedaan door het HWBP. Naar verwachting vindt de toetsing van de Delflandsedijk ergens rond 2032 plaats. Momenteel zijn er geen opgaven voor de Delflandsedijk. In de tussentijd is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen in- en om de primaire waterkering een eventuele dijkversterking in de toekomst niet in de weg staan.
Delfland zal hierover adviseren in het kader van het watertoetsproces en/of bij vergunningverlening. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ontwikkelingen in NieuwMathenesse wat direct gelegen is aan de Delflandsedijk. Naast de primaire waterkering is er de zogeheten compartimenteringskering: Vlaardingerdijk, Korte Haven, Hoogstraat, Rotterdamsedijk. In het geval de primaire waterkering mocht falen (doorbreken) en het rivierwater Schiedam binnenstroomt, beschermt deze compartimenteringskering de noordelijke stadsdelen (Nieuwland en Schiedam Noord). Aan de waterkeringen worden eisen gesteld ten aanzien van hoogte, breedte, bebouwingen beplanting.
15
6. Proces tot samenwerking 6.1 Verdeling van verantwoordelijkheden Schiedam en Delfland hebben ieder een duidelijk eigen verantwoordelijkheid in het waterbeheer. Om aan deze individuele verantwoordelijkheden invulling te geven stellen Schiedam en Delfland ieder ook eigen plannen op. Het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) beschermt het gehele beheersgebied tegen overstromingen met waterkeringen en zorgt voor het juiste waterpeil en het voorkomen van te veel water (wateroverlast) of te weinig water (watertekort). Daarnaast is Delfland op allerlei manier bezig met het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en verzorgt voor Schiedam en de omliggende gemeenten de zuivering van het afvalwater. Om ervoor te zorgen dat het water ook in de toekomst veilig, schoon en op peil blijft, wordt bij het waterbeheer rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op crises en calamiteiten. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) dat op 10 maart 2022 is vastgesteld, staan de doelen voor de waterveiligheid, de aan- en afvoer van water, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater opgenomen. De manier waarop en waarmee we deze doelen willen bereiken, staat in onderliggende programma’s en beleidsdocumenten. Delfland gaat graag samen met de gemeente in gesprek over water in de omgevingsvisie.
De Watervisie is één van de instrumenten van Delfland om hierover in gesprek te gaan. De gemeente heeft de taak om verantwoord met riolering en stedelijk water om te gaan. Dit doet de gemeente door te zorgen voor een goede afvoer en transport van stedelijk afvalwater, het opvangen en verwerken van regenwater en het voorkomen van overlast vanuit het grondwater. Belangrijke gemeentelijke plannen die de basis vormen voor de wateragenda zijn de Stadsvisie Schiedam 2030, de Groen Blauwe Structuurvisie Schiedam, de Groenvisie, het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023, het Waterplan Schiedam 2e fase 2006-2015, het Gemeentelijk Waterbeheerplan, het Klimaatadaptatieplan Schiedam en het Klimaatbeleidsplan. Delfland heeft bijgedragen aan het tot stand komen van de Groen Blauwe Structuurvisie, het Waterplan en het Klimaatadaptatieplan Schiedam. 6.2 Gedeelde verantwoordelijkheid Delfland en Schiedam delen een verantwoordelijkheid in het dagelijks onderhoud van watergangen. Delfland is verantwoordelijk voor de Schiedamse Schie en de havens in het verlengde daarvan, alsmede voor de vaarten met een primair water afvoerende taak. Schiedam is verantwoordelijk voor delen van het overige water. Ieder voor zich hebben we ook ecologische doelstellingen en daarbij is duidelijk dat de ecologie op het droge nooit volledig los kan worden gezien van de natte ecologie.
Groen en blauw zijn sterk verweven. Waar de verantwoordelijkheden bij elkaar komen worden gezamenlijke plannen opgesteld. Samen zijn acties opgepakt in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW, waterkwaliteit) en het Netwerk (Afval)waterketen Delfland (NAD, afvalwater/rioleringszorg). Onder het NAD opereert het Waterketenteam De Groote Lucht (WKT DGL), waarin gemeente en Delfland samenwerken. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets.
16
6.3 De bewoner of eigenaar De bewoner heeft ook een taak in het waterbeheer op het eigen perceel. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de riolering in huis en op het eigen terrein. De eigenaar van een woning is zelf verantwoordelijk voor het op eigen terrein treffen van maatregelen tegen wateroverlast. Samenwerking is de succesfactor voor een toekomstbestendige leefomgeving. Bij ons werk aan water zoeken wij de verbinding met de omgeving, wij staan open voor initiatieven van inwoners en sluiten daar graag bij aan. Door samen regenwater op te vangen en vast te houden, verminderen we de kans op overlast door weersextremen als hoosbuien en periodes van droogte. Denk aan een groot groen dak, een wadi of een ondergrondse waterberging. Zowel Delfland als Schiedam hebben een stimuleringsregeling om bewoners hierbij financieel te ondersteunen. 6.4 De wateragenda Aan het begin van elk nieuw jaar wordt het uitvoeringsprogramma bij deze wateragenda geactualiseerd (kwartaal 1) en in het Bestuurlijk Overleg tussen Schiedam en Delfland vastgesteld. Aan het eind van elk jaar (kwartaal 4) wordt de voortgang van het uitvoeringsprogramma in het Bestuurlijk Overleg tussen Schiedam en Delfland besproken. De ambtelijke samenwerking vindt plaats in de verschillende gebiedsprocessen. Daarbij zijn de projectleiders van beide partijen vertegenwoordigd.
Aanvullend vindt 2 tot 4 keer per jaar ambtelijk overleg plaats over de voortgang.
17
7. Financiering van maatregelen Vertrekpunt in de kostenverdeling is in eerste instantie de wettelijke taak en verantwoordelijkheid van beide organisaties. Delfland heeft de zorg voor het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterzuivering, de gemeente voor de openbare ruimte, waaronder de riolering. Aangezien in grote delen van Schiedam het watersysteem en de waterketen volledig met elkaar vervlochten zijn, is een exacte verdeling van kosten op basis van deze taken en verantwoordelijkheden niet (altijd) te maken. Maatregelen in het watersysteem dragen bij aan knelpunten in de riolering en vice versa. Bovendien is een individuele maatregel in de meeste gevallen niet doelmatig, het gaat vaak om de uitvoering van een totaalpakket aan maatregelen. Kostenverdelingen vragen dus bijna altijd om maatwerk. Met deze wateragenda wordt de intentie uitgesproken om de financiën voor de benodigde maatregelen, voor zover bekend, op de Meerjarenbegroting te houden of te plaatsen. Bij de gemeente vindt financiering grotendeels plaats via het GRP 2019-2023 en het Integraal Uitvoeringsprogramma Beheer Openbare Ruimte (IUPB). Delfland zal individuele maatregelen indien nodig ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorleggen. Deze wateragenda dient daarbij als paraplu.
18
Bijlage 1. Water in ruimtelijke plannen De essentie van de watertoets Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is een van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. De watertoets stimuleert gemeentelijke RO-ers en waterschappers om samen aan de slag te gaan, met als doel de ruimtelijke functies optimaal te laten aansluiten bij wat waterhuishoudkundig mogelijk is. De watertoets beslaat het hele proces van vroegtijdig overleg bij de eerste ideeontwikkeling tot aan de voorbereiding, vaststelling en eventuele beroepsfase van plannen en besluiten. Het gaat erom dat ‘water’ expliciet en evenwichtig meeweegt bij alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het overleg is in een aantal gevallen verplicht, bijvoorbeeld bij bestemmingsplannen. Voor andere gevallen, zoals bij structuurvisies, is de wenselijkheid vastgelegd in het Nationaal Bestuursakkoord Water (Rijk, VNG, IPO en Unie van Waterschappen, 2008). Voorwaarde voor vruchtbaar overleg is begrip voor elkaars werkveld, onderling vertrouwen en een open opstelling. Reguliere contacten, zowel ambtelijk als bestuurlijk, leggen hiervoor de basis. Daarmee verlopen ook de intensievere contacten beter, die nodig zijn voor concrete projecten.
Handreiking watertoets voor gemeenten De Handreiking watertoets geeft inzicht in hoe Delfland de watertoets procedureel en inhoudelijk invult. De watertoets is erop gericht ruimtelijke functies en waterhuishoudkundige mogelijkheden optimaal op elkaar aan te laten sluiten en is gebaseerd op bestaand beleid. De watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003; NBW-actueel, 2008). De toets berust op twee uitgangspunten: 1. Standstill-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In de handreiking is een overzicht opgenomen van alle wateraspecten die van belang zijn bij het opstellen van een ruimtelijk plan of besluit. De aspecten zijn binnen de onderwerpen onderverdeeld naar de volgende thema’s: • • • • • •
Stevige dijken: Veiligheid en waterkeringen; Voldoende water: Voorkomen van wateroverlast, Grondwater en voorkomen van (zoet)watertekort, Onderhoud en bagger; Schoon water: Watersysteemkwaliteit en ecologie; Gezuiverd afvalwater: Afvalwaterketen; Klimaatadaptatie.
Het resultaat van de watertoets is de borging van het waterbelang in het ruimtelijke plan. De watertoets wordt ingezet bij de volgende formele ruimtelijke plannen en besluiten: • • •
structuurvisie; bestemmingsplan; omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing.
19
Het ruimtelijke plan kent altijd een waterparagraaf in de toelichting of in de ruimtelijke onderbouwing. Door waterstaatkundige belangen mee te nemen wordt voldaan aan het vereiste van 'een goede ruimtelijke ordening'. Voor een bestemmingsplan is de waterparagraaf verplicht. In artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening is namelijk opgenomen, dat een toelichting op een bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Er bestaan ook vele niet-formele initiatieven van gemeenten, maatschappelijke organisaties of particulieren. Denk bijvoorbeeld aan: • stedenbouwkundige schetsen; • inrichtingsvisies; • masterplannen. Ook deze plannen worden uiteindelijk vaak vastgelegd in een formeel besluit. Daarom adviseert Delfland om ook hier de watertoets te gebruiken en Delfland er vroegtijdig bij te betrekken. De gemeente Schiedam heeft als uitgangspunt dat een plangebied een extreme bui van 60 mm/ uur moet kunnen verwerken. Indien de watertoets lager uitvalt dan de gemeentelijke eis van 60 mm/ uur, dient te worden voldaan aan de hoogste bergingsnorm. Gebiedsgerichte aanpak Het beoordelen van elke afzonderlijke ontwikkeling en het zoeken naar de beste oplossing om de (negatieve) gevolgen van een ruimtelijke ontwikkeling op het watersysteem te compenseren, levert niet altijd de meest optimale oplossing op.
Door meerdere ontwikkelingen te combineren en de effecten daarvan op het watersysteem te bekijken in een groter gebied, ontstaan er meer mogelijkheden voor een optimale oplossing (‘de taart vergroten’). We spreken dan van een gebiedsgerichte aanpak. Standstill beginsel Ruimtelijke ontwikkelingen worden waterneutraal gerealiseerd en mogen niet leiden tot een grotere kans op wateroverlast of droogte. Het watersysteem blijft minimaal even goed functioneren, inclusief de afvoer- en buffercapaciteit. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd (voor de start van de werkzaamheden). We noemen dit het standstill principe. Voor de locatiekeuze wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd: 1. Compensatie binnen het plangebied en binnen de waterhuishoudkundige eenheid (peilgebied). 2. Compensatie buiten het plangebied, maar binnen de waterhuishoudkundige eenheid(peilgebied). 3. Compensatie buiten de waterhuishoudkundige eenheid (peilgebied), maar binnen depolder of bemalingseenheid (zoals boezemgebied). Aanvullend mag er ook anderszins geen verslechtering optreden in het functioneren van het watersysteem: bijvoorbeeld in structuur, afvoer, beheer en/of onderhoud. Conform de beleidsregel ‘eerst graven dan dempen’ dient de compensatie voorafgaand aan de ontwikkeling te zijn gerealiseerd.
20
Bijlage 2. Uitvoeringsagenda
21
Bijlage 3. Uitgevoerde projecten
22