Bijlage Voortgangsrapportage Jeugdhulp Rogplus Q1Q2 2025 v 2.0
Tekst van het document
Voortgangsrapportage jeugdhulp Rogplus Periode: 1 januari 2025 – 30 juni 2025
Rogplus Maassluis, 14 oktober 2025 Opgesteld door: Programmateam Jeugd Rogplus
Bezoekadres Westlandseweg 1 Maassluis
Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis
www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 870 11 11
Rapport
Inhoud Inleiding
4
1
5
Aantallen cliënten 1.1
Aantallen cliënten geregistreerd door Mevis
5
1.1.1
Totaal aantal unieke cliënten
5
1.1.2
Totaal aantal unieke cliënten wijkteam
6
1.1.3
Totaal aantal unieke cliënten wachtlijst
6
1.1.4
Totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam
7
1.1.5
Totaal aantal unieke cliënten verwijszorg
8
1.2
Analyse en sturing
8
1.2.1
Analyse
8
1.2.2
Analyse verwijszorg
9
1.2.3
Sturing
10
2
Opdrachtdoelen
12
2.1
Kpi’s bij opdrachtdoel 1
12
2.1.1
Het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt
13
2.1.2
De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp neemt toe
14
2.1.3
De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan stijgt
15
2.1.4
Na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp
16
2.1.5
Proces reguliere hulpvragen
17
2.2
Kpi’s bij opdrachtdoel 2
17
2.2.1
In 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdhulpvragen door wijkteam
2.2.2
Afname van de gemiddelde duur van een ondersteuningstraject
19
2.2.3
Toename hulp op maat en dichtbij
20
2.2.4
Toename niet onnodig vaak opnieuw verhaal moeten doen,
2.2.5
3
18
vindbaarheid en samenwerking
20
Administratieve regeldruk
22
Transformatieopdracht
23
2 van 37
Rapport
3.1
Analyse en sturing
23
4
Rechtmatigheid en getrouwheid
26
5
Bezwaar en beroep
27
6
Cliëntervaringsonderzoek 2024
29
7
Contractmanagement
30
7.1
Contractmanagement onderaannemers
30
7.2
Onderzoeken en kwaliteitstoetsingen
30
8
Kansen- en risicodossier en veiligheidsventiel
32
8.1
Businesscase 2024
32
8.2
Externe onderzoeken
32
8.3
Aanvullende maatregelen
33
8.4
Knelpunten 2025
33
8.5
Opdracht opstellen Businesscase 2025
34
8.6
Scenario’s
34
9
Jaareindeverwachting
Bijlage 1 Analyse aantallen cliënten
35 36
3 van 37
Rapport
Inleiding Dit is de voortgangsrapportage van Rogplus over de jeugdhulp. Hiermee legt Rogplus verantwoording af over het eerste half jaar van 2025. De colleges van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (hierna: MVS-gemeenten) hebben de taken indicatiestelling, inkoop, contract- en informatiemanagement jeugdhulp op 1 januari 2023 gedelegeerd aan Rogplus. Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Mevis is sinds 1 januari 2023 verantwoordelijk voor het aanbieden van integrale jeugdhulp aan de inwoners van de MVS-gemeenten. De looptijd van de opdracht aan Mevis is zes jaar en bestaat uit drie fases: • Startfase: deze fase loopt tot halverwege 2023 en uiterlijk tot het einde van 2023; • Operationele fase: deze fase loopt tot uiterlijk het einde van 2025; • Volwassen fase: deze fase start op zijn laatst bij de start van 2026. De opdracht bevindt zich in de operationele fase. In de aanbestedingsleidraad is de operationele fase als volgt omschreven: ‘In deze fase krijgt opdrachtnemer goed zicht en grip op de inzet van capaciteit over de verschillende vormen van ondersteuning.
Inwoners weten de weg te vinden en de ondersteuning en hulpverlening is toegankelijk. Deze fase leidt tot continuïteit en stabiliteit in de primaire werkprocessen. De informatievoorziening van opdrachtnemer naar de MVS-gemeenten is hierop ingericht. In deze fase wordt de grote slag naar de vernieuwing van het integraal en dekkend jeugdhulpaanbod gemaakt.’ Mevis verantwoordt zich vanaf 2025 op de kritische prestatie indicatoren en op de voortgang van de transformatieopdracht. In deze voortgangsrapportage reflecteert Rogplus op deze verantwoording en geeft Rogplus aan welke sturingsmogelijkheden worden ingezet om die de ontwikkeling van het MVS Jeugdmodel te stimuleren. Anton van Genabeek Directeur Rogplus
4 van 37
Rapport
1
Aantallen cliënten
In dit hoofdstuk worden de aantallen cliënten die gebruik maken van jeugdhulp gepresenteerd, aangevuld met een analyse vanuit Rogplus. 1.1
Aantallen cliënten geregistreerd door Mevis
Mevis registreert haar cliënten in onderstaande vijf categorieën: 1. Totaal aantal unieke cliënten 2. Totaal aantal unieke cliënten wijkteam 3. Totaal aantal unieke cliënten wachtlijst 4. Totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam 5. Totaal aantal unieke cliënten verwijszorg Alle vijf categorieën zijn voorzien van een definitie en een grafiek. De optelling van het aantal cliënten uit de afzonderlijke figuren kan groter zijn dan het totaal in figuur 1. Een cliënt kan jeugdhulp ontvangen uit meerdere categorieën en bij iedere categorie wordt een cliënt geregistreerd. 1.1.1
Totaal aantal unieke cliënten
Dit betreft alle unieke cliënten die bekend zijn bij Mevis. Deze cliënten staan op de wachtlijst bij het wijkteam, zijn in onderzoek bij het wijkteam, ontvangen hulpverlening via het wijkteam en/of zijn doorverwezen naar de specialistische jeugdhulp (verwijszorg). 5000 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0
1664
1590 1618 1667
1682 1697 1661 1646 1665 1648 1653
1658
1889 1724 1760 1790 1815 1840 1724 1720 1746 1728 1686 1621 745 701 737 764 774 784 787 792 828 801 785 796
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 1: totaal aantal unieke cliënten per maand
5 van 37
Rapport
1.1.2
Totaal aantal unieke cliënten wijkteam
Dit betreft alle unieke cliënten die op de wachtlijst staan voor onderzoek, in onderzoek zijn en/of hulpverlening krijgen via het wijkteam. 3000 2500 2000
1093 1066 1069 1088 1104
1123 1081 1054 1072 1074 1082 1094
1080 1032 1030 1025 1043
1067 1015 985 994 985 982 983
1500 1000 500
500 479 516 550 586 618 623 641 674 652 645 650
0
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 2: totaal aantal unieke cliënten wijkteam per maand
1.1.3
Totaal aantal unieke cliënten wachtlijst
Dit betreft alle unieke cliënten die wachten op de analyse door de jeugdprofessional. Deze cliënten zijn, nadat ze gezien zijn door toegang en triage, op de wachtlijst gezet. De wachtlijst in Schiedam bevat verhoudingsgewijs meer wachtenden dan in Vlaardingen. Hoewel de wijkteams niet één op één met elkaar te vergelijken zijn, zien we dat in Schiedam relatief meer cliënten door het wijkteam zelf worden geholpen. Daarnaast kampt Schiedam met een lagere bezetting van jeugdprofessionals
6 van 37
Rapport
500
450 400 350 300 250
183
201 192
191
191
193 172
165
171 167
211
183
200 150
111
125
76
78
100 50
111
119
123
84
92
100
78
72
85
89
88
66
94
105
66
68
145
150
77
85
0
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 3: totaal aantal unieke cliënten op de wachtlijst bij het wijkteam per maand
1.1.4
Totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam
Dit betreft alle unieke cliënten die hulpverlening ontvangen van een jeugdprofessional uit het wijkteam. Deze categorie registreert Mevis vanaf 2025. 900 800 700 600
336
336
318
315
291
292
296
292
160
190
184
199
198
feb-25
mrt-25
apr-25
mei-25
jun-25
328
328
301
288
147 jan-25
500 400 300 200 100 0 Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 4: totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam
7 van 37
Rapport
1.1.5
Totaal aantal unieke cliënten verwijszorg
Dit betreft alle unieke cliënten die specialistische jeugdhulp ontvangen bij een onderaannemer en waarvoor daadwerkelijk een declaratie is ontvangen. 2500 2000 1500 1000
775 746
844 859 838 851 891 884 864 880 803 829
986 1011 986 989 1031 1009 994 1000 849 852 923 961
500 339 329 355 355 365 375 356 355 366 359 359 361 0
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 5: totaal aantal unieke cliënten verwijszorg per maand
1.2
Analyse en sturing 1.2.1
Analyse
In bijlage 1 zijn de tabellen opgenomen van de analyse die Rogplus heeft uitgevoerd. Rogplus heeft hierin de aantallen van het tweede half jaar van 2024 vergeleken met het eerste half jaar van 2025. Voor het aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam is er geen vergelijking te maken omdat deze aantallen pas vanaf het eerste half jaar van 2025 geregistreerd worden. Rogplus hanteert de onderstaande criteria. Aangezien de aantallen per categorie fors van elkaar verschillen hanteert Rogplus verschillende criteria, waarbij de norm strenger wordt naarmate de aantallen hoger worden. Dit is om te voorkomen dat normale fluctuaties ten onrechte worden geïnterpreteerd als een trend. •
•
Is het aantal unieke cliënten tussen de 0 en 100 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 7,5% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling Is het aantal unieke cliënten tussen de 101 en 1000 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 5,0% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling
8 van 37
Rapport
•
•
Is het aantal unieke cliënten tussen de 1001 en 2000 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 2,5% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling Is het aantal unieke cliënten meer dan 2001 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 2,0% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling
Categorie
MVS
M
V
S
Totaal aantal cliënten
stabiel
stijgt
daalt
stabiel
Aantal cliënten bij de wijkteams
stabiel
stijgt
daalt
stabiel
Aantal cliënten op de wachtlijst
stabiel
stabiel
stabiel
stabiel
Aantal cliënten in de verwijszorg
stijgt
stabiel
stijgt
stijgt
Tabel 1: trend per categorie
Op totaal niveau binnen de MVS gemeenten is er sprake van een stabiele situatie op drie van de vier categorieën, alleen het aantal cliënten in de verwijszorg stijgt. Dit is voor Rogplus een onwenselijke ontwikkeling. De opvallenste stijging (van bijna 20%) is in Maassluis bij het aantal cliënten bij het wijkteam. Deze stijging is verklaarbaar doordat de huisartsenroute (rechtstreekse verwijzing naar verwijszorg) is overgenomen door het wijkteam. Daarnaast is opvallend dat alleen in Maassluis de verwijszorg niet stijgt. Mogelijk is hier een relatie met de proeftuin Maassluis. De periode van de proeftuin is nog te kort om deze conclusie te onderbouwen. Bij Vlaardingen daalt het totaal aantal unieke cliënten en dat is grotendeels verklaarbaar door een daling van het aantal unieke cliënten bij de wijkteams. Schiedam volgt grofweg het totaal beeld van de MVS gemeenten en heeft alleen een stijging van het aantal cliënten in de verwijszorg. 1.2.2
Analyse verwijszorg
De oplevering van verschillende dashboards door Mevis begin 2025 resulteert in meer inzicht en de mogelijkheid om betere analyses te maken naar trends en ontwikkelingen. De stijging van het aantal cliënten in de verwijszorg vraagt om een nadere analyse. De verwijszorg wordt onderverdeeld in verblijfszorg (1) en ambulante ondersteuning (2). Het aantal cliënten in de verblijfszorg is stabiel en het aantal cliënten dat ambulante ondersteuning ontvangt stijgt. Wel is een afvlakking van de stijging van het aantal cliënten dat ambulante ondersteuning ontvangt zichtbaar in het eerste half jaar van 2025. De stijging van ambulante ondersteuning wordt vooral veroorzaakt door drie zorgvormen:
9 van 37
Rapport
1. Ambulante begeleiding 2. Daghulp/groep 3. Ernstige dyslexie (ED) – diagnostiek en behandeling Ambulante begeleiding De sterkste groei binnen ambulante begeleiding is bij Begeleiding op school (1), Specialistische gezinsbegeleiding (2) en Individuele begeleiding zwaar (3). Deze toename kent meerdere oorzaken. Zo wordt ambulante begeleiding vaker ingezet aanvullend op verblijfszorg, omdat de zorgzwaarte in de verblijfszorg toeneemt. Ook zorgt de afbouw van gesloten jeugdhulp voor meer gebruik van ambulante begeleiding. Vanuit het onderwijs neemt de vraag naar ambulante begeleiding toe. Daarnaast wordt ambulante begeleiding ingezet om wachttijden bij andere zorgvormen te overbruggen. Om dit op te vangen heeft Mevis meerdere aanbieders gecontracteerd. Bij sommige aanbieders zijn de wachttijden inmiddels kort of zelfs verdwenen. Daghulp/groep De groei binnen daghulp/groep komt vooral door een stijging in de specifieke producten Begeleiding groep regulier, Dagbehandeling zwaar en KDC. Er is ook een daling zichtbaar bij het product Dagbehandeling licht, waardoor het deels ook een verschuiving is van licht naar zwaar. Vooral de producten Dagbehandeling zwaar en KDC zijn kostbaar, waardoor zelfs een beperkte stijging in het aantal cliënten een grote financiële impact heeft.
Ernstige dyslexie (ED) De toename van EED-trajecten lijkt samen te hangen met een uitbreiding van personele capaciteit bij aanbieders op scholen. Daardoor zijn wachtlijsten weggewerkt en kunnen jeugdigen sneller behandeld worden. 1.2.3
Sturing
Naast het uitvoeren van specifieke acties op zorgvormen voert Mevis sinds eind 2023 verschillende beheersmaatregelen uit. In maart 2025 zijn aanvullende maatregelen vastgesteld in de Stuurgroep Transformatie & Normalisatie. De belangrijkste maatregelen zijn: • Productenboek: dit bevat per product duidelijke kaders (voorkeursaanbieders en richtlijnen inzet/duur) die ondersteunen bij het onderzoek door de jeugdprofessionals. Doel is de gemiddelde waarde per cliënt te verlagen en de eerste positieve resultaten zijn zichtbaar in 2025. • Inkoopbeleid en contractering: strakkere afspraken met aanbieders over tarieven en producten. Instroom bij duurdere aanbieders wordt beperkt als er passende alternatieven zijn.
10 van 37
Rapport
•
Maatregelen per categorie verwijszorg: o intensievere casusregie om tijdige passende afschaling en/of uitstroom te bevorderen o herbeoordeling van dossiers waar de kosten het hoogst zijn om tijdige passende afschaling en/of uitstroom of overdracht naar andere domeinen te bevorderen
Door de inzet van de bovenstaande maatregelen zijn de eerste positieve resultaten zichtbaar. Hierbij doet Rogplus de aanname dat de afvlakking van de stijging van het aantal cliënten vooral komt door de inzet van deze maatregelen. Ondanks de maatregelen blijft de vraag naar verwijszorg toenemen. Rogplus blijft continue sturen op de maatregelen. In het tweede half jaar van 2025 gaat Rogplus samen met Mevis een data-analyse doen naar de toegang tot de verwijszorg. Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen of Mevis haar sturing kan vergroten op de verwijszorg en een scherper beeld te krijgen welke interventies nodig zijn om de sturingsmogelijkheden van Mevis te vergroten.
11 van 37
Rapport
2
Opdrachtdoelen
In de aanbestedingsleidraad zijn twee (2) opdrachtdoelen geformuleerd, dit zijn: 1. De cliënt en/of diens opvoeder(s) krijgt (of krijgen) tijdig de passende hulp en ondersteuning die hij/zij nodig heeft (of hebben) en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige; 2. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de jeugdwet worden gerealiseerd. Aan ieder opdrachtdoel zijn een aantal kritische prestatie indicatoren (kpi’s) gekoppeld en daarop heeft Mevis zich verantwoord. Vanuit het contractmanagement analyseert Rogplus op de prestatie van het afgelopen half jaar en stuurt waar nodig op veranderingen in het komende half jaar. De analyse en sturing zijn onderdeel van de contractmanagement gesprekken die Rogplus voert met Mevis. Het tekstblok waarin de analyse en sturing door Rogplus worden beschreven is voorzien van een kleur. De kleur heeft onderstaande betekenis:
De prestatie is conform verwachting
De prestatie is verbeterd ten opzichte van de vorige periode maar nog niet conform verwachting De prestatie is niet verbeterd ten opzichte van vorige periode of er is geen actie ondernomen om de prestatie te verbeteren Nieuwe bevinding
2.1
Kpi’s bij opdrachtdoel 1
De onderstaande kpi’s zijn gekoppeld aan opdrachtdoel 1: 1. Het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt; 2. De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de Jeugdhulp neemt toe; 3. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan stijgt; 4. De mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start Jeugdhulp plaatsvindt stijgt; 5. Bij 80% van de reguliere hulpvragen (geen spoed of crisis) is er binnen 5 werkdagen een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner en wordt vervolgens binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld en de hulp tegelijkertijd gestart. De overige 20% informeert Mevis actief over de passende oplossing.
12 van 37
Rapport
2.1.1
Het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt
De onderstaande norm is getoetst aan de landelijke cijfers die het CBS presenteert1 over het eerste half jaar van 2024. Mevis sluit ongeveer hetzelfde percentage trajecten voortijdig af. Mevis sluit een hoger percentage van deze trajecten af in overeenstemming met cliënt. De norm die Mevis presenteert is hiermee een betrouwbaar uitgangspunt om trends en ontwikkelingen de komende jaren te monitoren.
Norm (2024)
Resultaten eerste half jaar 2025
In 2024 zijn 5020 trajecten afgesloten waarvan 757 trajecten voortijdig met onderstaande reden:
In het eerste half jaar van 2025 zijn 2732 trajecten afgesloten waarvan 297 voortijdig met onderstaande reden:
• • • •
576 (76%) trajecten zijn afgesloten in overeenstemming 108 (14%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door client 50 (7%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door aanbieder 23 (3%) trajecten zijn afgesloten door externe omstandigheden
• • • •
214 (72%) trajecten zijn afgesloten in overeenstemming 54 (18%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door client 17 (6%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door aanbieder 12 (4%) trajecten zijn afgesloten door externe omstandigheden
Analyse De aantallen en de percentages van de afgesloten trajecten over de tweede helft in 2024 en over het eerste half jaar in 2025 laten geen opvallende verschuivingen zien. Het opvallendste verschil is dat Mevis minder (297 – 11%) trajecten voortijdig afsluit in het eerste half jaar van 2025 ten opzichte van heel 2024 (757 – 15%). Sturing Deze resultaten geven geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement te veranderen. Het signaal van minder trajecten afsluiten wordt meegenomen in de contractgesprekken.
1 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/jeugdhulp-1e-halfjaar-2024?onepage=true
13 van 37
Rapport
2.1.2
De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp neemt toe
Deze kpi wordt door Mevis én door Rogplus gemonitord. Mevis vraagt de tevredenheid over het nut/effect van de jeugdhulp uit in het exitgesprek. Cliënten geven een cijfer tussen de 1 (zeer slecht) en 10 (uitmuntend) over het nut/effect van de jeugdhulp. Mevis rapporteert hierover twee keer per jaar aan Rogplus. Dit onderzoek betreft cliënten die een jeugdhulp traject hebben afgerond. Rogplus vraagt één keer per jaar de tevredenheid over het nut/effect van de jeugdhulp uit in het cliëntervaringsonderzoek (hierna CEO). In het CEO worden in totaal 13 vragen gesteld over het nut/effect van de jeugdhulp. De cliënt beantwoord deze vragen met ‘veel slechter’, ‘beetje slechter’, ‘hetzelfde’, ‘beetje beter’ en ‘veel beter’. Voor deze kpi heeft Rogplus alle antwoorden op de 13 vragen samengevoegd. Dit onderzoek betreft cliënten die nog jeugdhulp ontvangen of die een jeugdhulp traject hebben afgerond. Door de lage respons in 2023 en 2024 zijn beide onderzoeken niet representatief, maar heeft het een indicatief karakter op de tevredenheidservaring.
Norm (2024)
Resultaten eerste half jaar 2025
In 2024 hebben 119 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over het nut/effect van de jeugdhulp, op een schaal van 1 tot 10, beantwoord. Het gemiddelde cijfer in 2024 is een 7,5. In 2023 hebben 133 cliënten vragen over het nut/effect van de jeugdhulp in het CEO beantwoord.
In het eerste half jaar van 2025 zijn 115 cliënten tijdens het exitgesprek gevraagd naar het nut/effect, op een schaal van 1 tot 10, van de jeugdhulp. Het gemiddelde cijfer in 2025 is een 7,1. In 2024 hebben 102 cliënten vragen over het nut/effect van de jeugdhulp in het CEO beantwoord.
Nut/effect jeugdhulp, bron CEO 2023
Nut/effect jeugdhulp, bron CEO 2024
veel slechter
beetje slechter
veel slechter
beetje slechter
hetzelfde
beetje beter
hetzelfde
beetje beter
veel beter
veel beter
14 van 37
Rapport
Analyse In beide onderzoeken is een daling te zien van de tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp. Uit het CEO 2024 blijkt dat de grootste groep ouders (43%) geen directe positieve of negatieve effecten van de hulp op hun kind ervaart. 45% van de ouders ervaart dat het een ‘beetje beter’ of ‘veel beter’ gaat met hun kind en 12% van de ouders ervaart dat het een ‘beetje slechter’ of ‘veel slechter’ gaat met hun kind. Ten opzichte van 2023 is er sprake is van een afnemende waardering. Sturing De onderzoeken moeten representatief worden, anders hebben de onderzoeksbevindingen onvoldoende zeggingskracht. Rogplus en Mevis maken een plan van aanpak om het responspercentage te vergroten. 2.1.3
De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan stijgt
Deze kpi wordt door Mevis gemeten. Mevis vraagt de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan uit in het exitgesprek. Cliënten kunnen kiezen uit 4 antwoorden. Mevis rapporteert hierover twee keer per jaar aan Rogplus. Dit betreft cliënten die een jeugdhulp traject hebben afgerond.
Norm (2024)
Resultaten eerste half jaar 2025
In 2024 hebben 128 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan beantwoord.
In het eerste half jaar van 2025 hebben 103 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan beantwoord.
•
•
•
35 cliënten (27%) geven aan: ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ 5 cliënten (4%) geven aan: ‘met een lichtere vorm van hulp red ik het goed’ 35 cliënten (27%) geven aan: ‘voor nu heb ik geen verdere hulp nodig, maar ik verwacht dat ik
•
•
•
27 cliënten (26%) geven aan: ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ 7 cliënten (7%) geven aan: ‘met een lichtere vorm van hulp red ik het goed’ 22 cliënten (21%) geven aan: ‘voor nu heb ik geen verdere hulp nodig, maar ik verwacht dat ik
15 van 37
Rapport
•
later nog wel eens om hulp zal aankloppen’ 53 cliënten (41%) geven aan: ‘ik heb geen verdere hulp meer nodig’
•
later nog wel eens om hulp zal aankloppen’ 47 cliënten (46%) geven aan: ‘ik heb geen verdere hulp meer nodig’
Analyse De verwachting is dat de aantallen in 2025 hoger uitkomen dan in 2024 waardoor het risico wordt verminderd dat normale fluctuaties ten onrechte worden geïnterpreteerd als een trend. Tussen 2024 en het eerste half jaar van 2025 zijn er geen grote verschuivingen waarneembaar. Het percentage ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ is zowel in 2024 als in het eerste half jaar van 2025 aan de hoge kant. Sturing Deze resultaten geven geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement te veranderen. Het signaal van ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ wordt meegenomen in de contractgesprekken. 2.1.4
Na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp
Deze kpi wordt door Mevis gemeten. Mevis hanteert 180 dagen als referentiewaarde. Een aantal cliënten doen binnen 180 dagen een herhaald beroep op jeugdhulp en een aantal cliënten doen binnen 180 dagen geen herhaald beroep op jeugdhulp. In 2024 kon Mevis deze prestatie indicator nog niet uit hun registratiesysteem halen, waardoor een vergelijking met de tweede helft van 2024 niet mogelijk is.
Resultaten eerste half jaar 2025
In het eerste half jaar van 2025 zijn er 931 cliënten in het wijkteam die een herhaald beroep hebben gedaan op jeugdhulp, dit is 20%. In het eerste half jaar van 2025 zijn er 813 cliënten in de verwijszorg die een herhaald beroep hebben gedaan op jeugdhulp, dit is 27%.
16 van 37
Rapport
Wijkteam 2025
Verwijszorg 2025
Herhaald beroep
Herhaald beroep
Geen herhaald beroep
Geen herhaald beroep
Analyse Er is geen vergelijking tussen 2024 en het eerste half jaar van 2025 te maken, waardoor een norm ontbreekt. De resultaten uit het eerste half jaar van 2025 worden door Rogplus als norm gebruikt. De percentages herhaald beroep lijken aan de hoge kant. Het CBS2 rapporteert dat bij 27 procent van de nieuw begonnen jeugdhulptrajecten in 2024 er sprake was van herhaald beroep. CBS hanteert daarbij een tijdsperiode van 5 jaar. Mevis gebruikt een veel kortere periode van 180 dagen, maar de percentage verschillen niet veel. Sturing Rogplus treedt de tweede helft van 2025 in overleg met Mevis om te bespreken of de prestaties van Mevis te vergelijken zijn met de prestaties gepresenteerd door het CBS of dat hier sprake is van ‘appels met peren’ vergelijken. 2.1.5
Proces reguliere hulpvragen
In het eerste half jaar van 2025 heeft Mevis onvoldoende verantwoord op deze kpi. Rogplus geeft Mevis de opdracht om in de volgende bestuursrapportage wel conform afspraak te verantwoorden. 2.2
Kpi’s bij opdrachtdoel 2
De onderstaande kpi’s zijn gekoppeld aan opdrachtdoel 2: 1. De jeugd- en gezinsprofessionals en de plusteams bedienen in 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdhulpvragen;
2 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/jeugdhulp-2024?onepage=true
17 van 37
Rapport
2. Afname van de gemiddelde duur in dagen van een ondersteuningstraject door jeugd- en gezinsprofessionals; 3. Toename van het aantal cliënten dat aangeeft dat de door hun ontvangen hulp op maat was en dichtbij in hun eigen wijk plaatsvond; 4. Toename van het aantal cliënten dat tijdens het ondersteuningstraject heeft ervaren dat zij niet onnodig vaak hun verhaal opnieuw hoefden te doen, altijd wisten bij wie zij terecht konden en het idee hebben dat hulpverleners goed samenwerken; 5. Toename van het aantal professionals dat aangeeft dat de administratieve regeldruk laag is, waardoor zij de ruimte hebben om zoveel mogelijk van hun tijd aan hulp te besteden en niet aan administratie. 2.2.1
In 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdhulpvragen door wijkteam
Deze kpi wordt door Mevis gemeten. In 2024 kon Mevis deze kpi nog niet uit hun registratiesysteem halen Mevis heeft nader gespecificeerd welke hulpvragen in aanmerking komen voor overname door het wijkteam. Verblijfszorg en de meest specialistische ambulante hulp komen hiervoor niet in aanmerking. Alle overige ambulante hulp kan door het wijkteam worden overgenomen, zoveel mogelijk in getransformeerde vorm. Onder getransformeerde vorm wordt verstaan dat het wijkteam integraler kan werken, waardoor mogelijk niet het hele traject, maar slechts onderdelen van de ambulante hulp nodig zijn. Daarnaast verwacht Mevis dat, doordat het wijkteam eerder betrokken is dan de specialistische aanbieder, hulpvragen eerder kunnen worden opgepakt en er minder zware zorg nodig is. In het eerste half jaar van 2025 levert onderstaande data op.
Doelgroep eerste half jaar 2025
Aantal cliënten
Totaal aantal cliënten met ambulante hulpvraag
1894
Aantal cliënten in hulpverlening bij wijkteam
725
Aantal cliënten in ambulante verwijszorg
1169
Verhouding wijkteam versus verwijszorg
38% versus 62%
Analyse
18 van 37
Rapport
Eind 2028 moet de verhouding 38/62 zijn omgebogen naar 80/20. In het eerste half jaar van 2025 is deze ombuiging onvoldoende in gang gezet, omdat Mevis gekozen heeft om budgetdiscipline te prefereren boven deze ombuiging. Sturing Mevis, het MVS-team en Rogplus zijn met elkaar in gesprek hoe er in de tweede helft van 2025 en daarna meer evenwicht komt tussen budgetdiscipline en de transformatieopgave (o.a. bovenstaande ombuiging). Daarna kan Rogplus ook gericht sturen op deze prestatie indicator. 2.2.2
Afname van de gemiddelde duur van een ondersteuningstraject
Deze kpi wordt door Mevis gemeten. Als een ondersteuningstraject wordt afgerond dan wordt de duur van het traject bepaald. De onderstaande norm is getoetst aan de landelijke cijfers die het CBS presenteert3 over het eerste half jaar van 2024. Gemiddelde duur van een ondersteuningstraject bij Mevis bedraagt tussen de 279 en 287 dagen en dat komt overeen met de CBS categorie 6 tot 12 maanden. Ook bij het CBS is de gemiddelde duur tussen de 6 tot 12 maanden. De norm die Mevis presenteert is hiermee een betrouwbaar uitgangspunt om trends en ontwikkelingen de komende jaren te monitoren.
Norm (2024)
Resultaten eerste half jaar 2025
400
400
350
350
300
300
250
250
200
200
150
150
100
100
50
50
0
0 Maassluis Vlaardingen Schiedam
Maassluis Vlaardingen Schiedam
3 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/jeugdhulp-1e-halfjaar-2024?onepage=true
19 van 37
Rapport
Analyse De grafiek laat zien dat de gemiddelde duur van een ondersteuningstraject toeneemt. In de realiteit is lastig vasttestellen of er daadwerkelijk langer wordt hulpverleend, omdat de registratie niet op orde is. Mevis geeft aan een verbeteractie in te zetten om de registratie beter inzichtelijk te maken. Sturing Rogplus geeft Mevis de opdracht om de registratie zorgvuldig uit te voeren. 2.2.3
Toename hulp op maat en dichtbij
In het eerste half jaar van 2025 heeft Mevis onvoldoende verantwoord op deze kpi. Deze kpi moet aantonen dat het aantal cliënten dat aangeeft dat de door hun ontvangen hulp op maat was en dichtbij in hun eigen wijk plaatsvond. Mevis verantwoord alleen of de hulp op maat was en niet of deze dichtbij in de eigen wijk plaatsvond. Rogplus geeft Mevis de opdracht om in de volgende bestuursrapportage wel conform afspraak te verantwoorden. 2.2.4
Toename niet onnodig vaak opnieuw verhaal moeten doen, vindbaarheid en samenwerking
Deze kpi is een samengestelde kpi. Het gaat om de onderstaande sub-indicatoren: 1. Toename van het aantal cliënten dat tijdens het ondersteuningstraject heeft ervaren dat zij niet onnodig vaak hun verhaal opnieuw hoefden te doen; 2. Toename van het aantal cliënten dat altijd weet bij wie zij terecht kunnen; 3. Toename van het aantal cliënten dat het idee heeft dat hulpverleners goed samenwerken. Mevis verantwoord op deze kpi en maakt daarbij gebruik van de vragen die in het CEO zijn gesteld.
Ik heb maar één keer mijn verhaal hoeven te vertellen
2023
2024
Ja
38%
39%
Nee
62%
61%
20 van 37
Rapport
Ik heb maar één keer mijn verhaal hoeven te vertellen
2023
2024
Nooit
7%
7%
Soms
44%
37%
Vaak
33%
33%
Altijd
16%
23%
De verschillende organisaties werken goed samen
2023
2024
Nooit
22%
22%
Soms
34%
31%
Vaak
30%
27%
Altijd
14%
11%
Weet ik niet
0%
9%
Analyse Er zijn geen significante verschuivingen tussen 2023 en 2024 waardoor er sprake is van een trend. Alleen op de vraag ‘ik heb maar één keer mijn verhaal hoeven te vertellen’ is het percentage dat aangeeft ‘altijd’ gestegen van 16% naar 23%. Sturing De resultaten komen uit het CEO. Het CEO moet representatief worden, anders hebben de onderzoeksbevindingen onvoldoende zeggingskracht. Rogplus en Mevis maken een plan van aanpak om het responspercentage te vergroten.
21 van 37
Rapport
2.2.5
Administratieve regeldruk
In het eerste half jaar van 2025 heeft Mevis onvoldoende verantwoord op deze kpi. Mevis heeft een deel van de uitkomsten van een onderzoek onder medewerkers opgenomen in haar bestuursrapportage. Dit geeft nog onvoldoende goed beeld om deze kpi te monitoren. Rogplus geeft Mevis de opdracht om in de volgende bestuursrapportage wel conform afspraak te verantwoorden.
22 van 37
Rapport
3
Transformatieopdracht
Naast het leveren van de jeugdhulp heeft Mevis ook een transformatieopdracht. Om goed zicht te houden op de voortgang van deze transformatieopdracht en de rol die Mevis hierin vervult, voeren de contractmanagers van Rogplus periodiek overleg met sleutelfiguren binnen de transformatieopdracht. Het gaat hierbij om vertegenwoordigers van de MVS-gemeenten, de wijkteams 18- en 18+, samenwerkingsverbanden in het onderwijs en organisaties in het voorveld. De uitkomsten van de contractgesprekken, de gesprekken met sleutelfiguren en de input uit de bestuursrapportage van Mevis vormen gezamenlijk de basis voor Rogplus om op onderdelen van de transformatieopdracht een waardeoordeel te geven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een stoplichtsystematiek, waarbij de voortgang per onderdeel inzichtelijk wordt gemaakt en, waar nodig, wordt aangevuld met een actie of instructie voor verdere opvolging. Dit betreft adviezen voor zowel Mevis als aan de MVS-gemeenten, via de bestuurders van Rogplus. De ontwikkeling loopt volgens plan Er is extra onderzoek of evaluatie nodig De ontwikkeling stagneert interveniëren is noodzakelijk 3.1
Analyse en sturing
Mevis heeft in haar bestuursrapportage (hoofdstuk 2) verantwoord op de voortgang van de transformatieopdracht. Hieronder reflecteert Rogplus op een aantal onderdelen van dit transformatieplan. Nr.
Ontwikkeling
Analyse en sturing
1
Juiste hulp op juiste plek op het juiste moment
Proeftuin Maassluis is geëvalueerd en loopt volgens plan. JOS-er: signalen op deze ontwikkeling zijn de borging van inzetbaarheid binnen scholen en de mogelijke toename van verwijszorg door JOS-er. JIP-er: signalen op deze ontwikkeling zijn dat 9 van de 17 huisartspraktijken werken met een JIP-er. De overige 8 huisartspraktijken hebben een alternatieve verbinding met het wijkteam. De inzet van de JIP-er is één van de speerpunten van de transformatie en een bezettingsgraad
23 van 37
Rapport
van 52% is laag. Zeker omdat Mevis meerdere pogingen heeft gedaan om de bezettingsgraad om hoog te kijken. In het tweede half jaar 2025 wordt de opdracht van Mevis middels een tussenevaluatie geëvalueerd. De inzet van de JIP-er en de bezettingsgraad in de huisartspraktijken worden hierin meegenomen. 2
Veiligheid
Loopt volgens plan
3
Samenwerking 18+
Meeste onderdelen lopen volgens plan. Coördinatiefunctie Vlaardingen is specifiek aandachtspunt geweest en verbeteringen zijn zichtbaar.
4
Wachtlijstbeheer wijkteams
Wachtlijstbeheer wordt nog steeds volgens plan uitgevoerd, dit staat los van wachtlijstgroei.
5
Professionals wijkteam
Door de overschrijdingen op de verwijszorg en de sturing van Mevis op het totale budget heeft de in het transformatieplan opgenomen ambitie om de wijkteams verder uit te breiden vertraging opgelopen. Tegelijkertijd leidt de toename van het aantal cliënten en het feit dat de wijkteams zelf steeds meer hulpverlenen tot knelpunten in de uitvoering. Mevis heeft bestuurlijk opgeschaald en neemt in de businesscase 2025 verschillende scenario’s op. Mevis werkt scenario’s uit die sturen op budgetdiscipline of budgetdiscipline combineren met waarborgen voor doorontwikkeling wijkteams. Signalen op deze ontwikkeling is dat de duale sturing op de jeugdprofessionals voor onduidelijkheid zorgt en er sprake is van ziekteverzuim. De procesmanagers van Mevis sturen inhoudelijk aan, terwijl HRM-zaken en hiërarchische aansturing via Skala verloopt. Met name aan de kant van Skala wordt directe sturing gemist. In het tweede half jaar van 2025 voert Rogplus een onderzoek uit naar de aansturing van de Jeugdprofessionals
24 van 37
Rapport
6
Plusteams
Loopt volgens plan
7
Sturing en kwaliteit
Loopt volgens plan
8
Beweging naar voren
Loopt volgens plan
9
Wachtlijstbeheer verwijszorg
Rogplus heeft onvoldoende zicht op de aantallen die op de wachtlijst staan bij de onderaannemers van verwijszorg. Rogplus heeft al eerder de opdracht gegeven om dit beter in kaart te brengen, maar in praktijk blijkt dit een complex proces. Rogplus verwacht in het tweede half jaar van 2025 een oplossingsrichting.
10
Groepsgericht werken
Loopt volgens plan
8
Digitalisering ( eHealth)
Loopt volgens plan
9
Bijdrage Mevis breed lokaal team
Loopt volgens plam
25 van 37
Rapport
4
Rechtmatigheid en getrouwheid
In het eerste half jaar van 2025 heeft Baker Tilly een onderzoek naar prestatielevering gedaan. Het onderzoek is onderdeel van de P&C-cyclus van Rogplus. Hiervoor is een steekproefonderzoek uitgevoerd dat zich richt op de rechtmatigheid en de getrouwheid van de gedeclareerde zorg binnen Mevis. Het doel was te verifiëren of de zorg zoals beschreven in het zorgplan rechtmatig en daadwerkelijk is geleverd aan de cliënten en daarmee de gemaakte kosten getrouw zijn. Voor dit onderzoek is een selectie gemaakt van 103 unieke cliëntdossiers (over de periode januari tot en met december 2024) op basis van de betaalregels t/m 31 december 2024. Bij de zorgaanbieders die verbonden zijn aan de geselecteerde dossiers zijn de registratiegegevens van de betreffende maand, alsook de inhoudelijke verslaglegging, opgevraagd. Tijdens het steekproefonderzoek zijn 103 dossiers onderzocht, waarbij onderscheid is gemaakt tussen vier routes: wijkteam, verkorte route, huisarts en gecertificeerde instelling. De resultaten van deze controle hebben onderstaande inzichten opgeleverd. 1. Bij de verkorte route, huisarts en gecertificeerde instelling zijn geen bevindingen geconstateerd; 2. Bij de wijkteam route zijn wel bevindingen geconstateerd. Een van de bevindingen is de tijdigheid van het opstellen van het ondersteuningsplan.
In de controle is naar voren gekomen dat de ondersteuningsplannen niet altijd binnen 6 weken na de aanvraag opgesteld zijn. Een andere bevinding bij de wijkteam route is dat product, periode en omvang niet structureel worden meegenomen in het opstellen van het ondersteuningsplan. Dit kan leiden tot incomplete en inconsistente plannen, wat de effectiviteit van de ondersteuning kan verminderen. De bovenstaande bevindingen van Baker Tilly worden door Rogplus overgenomen. Mevis krijgt de opdracht om hierin verbeteringen in door te voeren. In 2025 wordt Baker Tilly gevraagd om het onderzoek te herhalen.
26 van 37
Rapport
5
Bezwaar en beroep
De afdeling juridische zaken bij Rogplus handelt bezwaar- en beroepsprocedures af die voortkomen uit besluiten op grond van de Jeugdwet. Dit betekent dat zij: • Jeugdprofessionals van Mevis juridisch ondersteunen en adviseren; • Bezwaar- en beroepsschriften van cliënten inhoudelijk afhandelen; • Zorgen voor een correcte en tijdige afhandeling van het bezwaar en/of beroepschriften; • De MVS-gemeenten vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep. Rogplus voert namens de MVSgemeenten het verweer tijdens een zitting; • De MVS-gemeenten adviseren over de uitvoerbaarheid van het beleid. In het eerste half jaar van 2025 zijn de volgende bezwaar- en beroepschriften in behandeling genomen door of in behandeling bij Rogplus.
Totaal
M
V
S
Aantal (ingediende) bezwaarschriften
5
0
4
1
- in behandeling
1
0
1
0
In gebreke stelling
1
0
1
0
- in behandeling
1
0
1
0
Aantal voorlopige voorzieningen
0
0
0
0
Aantal beroepszaken
0
0
0
0
- in behandeling
0
0
0
0
Aantal hoger beroepszaken
3
0
3
0
- in behandeling
3
0
3
0
27 van 37
Rapport
In de samenwerking met de jeugdprofessionals hebben de juristen van Rogplus geconstateerd dat de basiskennis over de verordening en het doen van onderzoek conform de tien stappen van de Centrale Raad van Bberoep nog onvoldoende is. In het eerste half jaar van 2025 heeft Rogplus in samenwerking met Scala e-modules ontwikkeld voor de jeugdprofessionals van Mevis over wetgeving en de tien stappen van de Centrale Raad van Beroep.
28 van 37
Rapport
6
Cliëntervaringsonderzoek 2024
In het eerste half jaar van 2025 heeft Rogplus een cliëntervaringsonderzoek (hierna CEO) uitgevoerd over de jeugdhulp die in 2024 is geleverd. Het CEO 2024 geeft inzicht in de cliëntervaring ten aanzien van de toegankelijkheid, de kwaliteit en het effect van de jeugdhulp. Door de lage respons is het CEO 2024 niet representatief en heeft het een indicatief karakter. De belangrijkste indicatieve conclusies zijn: 1. Toegankelijkheid: Er blijven belangrijke knelpunten bestaan in de toegankelijkheid en duidelijkheid over waar hulp te vinden is. Hoewel er een positieve verschuiving is als het gaat om waar ouders terecht kunnen met vragen over de hulp van hun kind, blijft het voor veel ouders nog onduidelijk. In vergelijking met het CEO 2023 voelen ouders zich minder snel geholpen en vinden minder ouders dat ze de hulp krijgen die echt nodig is; 2. Kwaliteit: Ouders vinden dat de samenwerking tussen de verschillende organisaties niet altijd soepel verloopt. De tevredenheid over de zorg en de hulpverleners is gedaald, wat bijdraagt aan de gevoelens van ontevredenheid; 3. Effect: Ouders zien geen directe positieve effecten van de hulp op hun kind, maar het is niet per sé verslechterd. De zelfstandigheid en zelfredzaamheid van kinderen verbeteren nauwelijks. Ouders merken geen duidelijke verandering in hoe goed hun kind weet wat het wil of dit kan aangeven.
Positief is dat ouders vinden dat hun kind zich over het algemeen, gehoord, gerespecteerd en serieus genomen voelt. Toch is ook het gevoel van gerespecteerd worden en serieus genomen worden iets afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Goed is dat ouders dit jaar, meer dan vorig jaar, aangeven dat hun kind wordt gehoord. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van stagnatie en afnemend vertrouwen en waardering. Het effect van hulp aan een kind of de ondersteuning, die zij krijgen vanuit de Jeugdhulp, lijkt niet erg te verslechteren, maar ook niet te verbeteren. Het CEO onderzoek moet representatief worden, anders hebben de onderzoeksbevindingen onvoldoende zeggingskracht. Rogplus en Mevis maken een plan van aanpak om het responspercentage te vergroten.
29 van 37
Rapport
7
Contractmanagement
De MVS-gemeenten hebben het contractmanagement gedelegeerd aan Rogplus. In de vorige hoofdstukken heeft Rogplus al deels beschreven hoe het contractmanagement wordt vormgegeven en dit hoofdstuk voegt nog een aantal werkzaamheden vanuit contractmanagement toe die Rogplus heeft verricht in het eerste half jaar van 2025. 7.1
Contractmanagement onderaannemers
Het contractmanagement van onderaannemers wordt uitgevoerd door Mevis, waarbij Rogplus periodiek overleg heeft met de contractmanagers van Mevis. Ook tijdens de reguliere contractgesprekken tussen Mevis en Rogplus staat het verkrijgen van meer grip op de verwijszorg hoog op de agenda. Momenteel werkt Mevis samen met circa 70 onderaannemers. Partijen die twijfelachtige werkwijzen hanteren of buiten de regio actief zijn, worden niet langer gecontracteerd. Dit heeft geleid tot een cliëntenstop bij drie onderaannemers. In de eerste helft van 2025 is één nieuwe aanbieder (“Check-in Genderzorg”) gecontracteerd. Daarnaast heeft Mevis de financiering en het contractmanagement van Yets overgenomen in het kader van de Stepup-klas. 7.2
Onderzoeken en kwaliteitstoetsingen
Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten en in specifieke gevallen ook de gemeenteraden, voeren zelf onderzoeken uit of laten deze uitvoeren. In de eerste helft van 2025 zijn de volgende onderzoeken en toetsingen uitgevoerd.
Thema
Uitleg
Partij
Budgetdoelmatigheid
Analyse verschillen tussen begroot en gerealiseerd jeugdhulpbudget 2024
HHM
Getrouwheid en rechtmatigheid van gedeclareerde zorg
Het doel is te verifiëren of de zorg zoals beschreven in het zorgplan rechtmatig en daadwerkelijk is geleverd aan de cliënten en daarmee de gemaakte kosten getrouw zijn
Baker Tilly
Toegang Vlaardingen
Onderzoek naar kwaliteit van de toegang tot geïndiceerde jeugdhulp
Rekenkamer
30 van 37
Rapport
Client ervaringsonderzoek
Jaarlijks terugkerend onderzoek naar de client ervaring met jeugdhulp
Rogplus
QuickScan volledigheiddossier
Toets voor voorbereiding uitvoering vergewisplicht op elk dossier
Rogplus
Werkdruk jeugdprofessionals
Onderzoek administratieve werklast jeugdprofessionals 0-meting
Mevis
Businesscase 2024
Onderzoek naar verklaring overschrijdingen
Mevis
Mevis heeft voor 2024 een goedkeurende controleverklaring ontvangen van haar accountant. De belangrijkste bevindingen hieruit worden door Mevis opgevolgd en getoetst door haar accountant Baker Tilly. Voor het tweede half jaar van 2025 zijn de volgende onderzoeken/kwaliteitstoetsing gepland: • Dialoogsessies met onderwijs over samenwerking met Mevis • Kwalitatief onderzoek onder huisartsen • Belevingsenquête onderaannemers • Tussenevaluatie jeugdhulpopdracht • Onderzoek naar aansturing Jeugdprofessionals
31 van 37
Rapport
8
Kansen- en risicodossier en veiligheidsventiel
8.1
Businesscase 2024
Mevis heeft in het eerste half jaar van 2024 een overschrijding op haar begroting van 2024 gepresenteerd en heeft deze overschrijding onderbouwd in de businesscase 2024. Rogplus en de MVS-gemeenten hebben de businesscase van Mevis getoetst aan de voorwaarden en zijn tot de conclusie gekomen dat Mevis rechtmatig een beroep doet op het veiligheidsventiel. Het dagelijks bestuur van Rogplus heeft op 3 april 2025 het besluit genomen om een bedrag van € 13.884.506 aan extra gelden uit te keren voor 2024, dit bedrag komt overeen met het gevraagde bedrag door Mevis in de businesscase 2024. Bij dit besluit is opgenomen dat het definitieve tekort wordt vastgesteld op het moment dat Mevis de jaarrekening 2024 vaststelt en deze jaarrekening 2024 voorzien is van een goedkeurende verklaring. In de businesscase 2024 toont Mevis aan dat de knelpunten onvoorzien of niet (volledig) te beïnvloeden waren door Mevis. Het betreft een drietal knelpunten: 1. Toename in zorgvraag en zorgzwaarte (€ 6.321.217) 2. Krapte op de arbeidsmarkt (€ 1.760.265) 3. Kosten van de uitvoeringsorganisatie (€ 5.803.024) In het tweede half jaar van 2025 worden de gemaakte afspraken naar aanleiding van onder andere de businesscase 2024 vastgelegd in een addendum. 8.2
Externe onderzoeken
De forse overschrijding in 2024 was voor de MVS-gemeenten aanleiding om onafhankelijk onderzoek te doen naar de kostenstijging. Twee onafhankelijke onderzoeksbureaus (Significant en HHM) hebben onderzoek gedaan naar de kostenstijging. Het MVS-team zal in haar voortgangsrapportage nader ingaan op de uitkomsten en aanbevelingen van het HHM onderzoek. Belangrijkste conclusies van Significant in relatie tot de businesscase 2024 zijn: • Tarieven voor verwijszorg zijn marktconform. De kosten voor verwijszorg zijn in de eerste helft van 2024 15% hoger dan begroot door vraagontwikkeling en nieuw aanbod; • Kosten van teams zijn plausibel, passend en reëel bij de huidige taken van de wijkteams; • De formatie, de kosten en de activiteiten van Mevis zijn logisch en uitlegbaar voor de opbouwfase waarin het stelsel zich bevindt.
32 van 37
Rapport
De overschrijding in 2024 is verklaarbaar doordat het jaarlijkse budget geen rekening houdt rekening met de vraagontwikkeling. Daarnaast is de aanname in het inkoopdocument dat de uitvoeringsorganisatie bekostigd kan worden uit het budget, is in de praktijk niet haalbaar. Deze risico’s zijn tijdens de onderhandelingsgesprekken tussen de MVS-gemeenten en Mevis besproken. Voor de ondertekening van de overeenkomst is besloten om af te wachten of deze risico’s zich voor gaan doen in de praktijk en zo ja welke financiële gevolgen deze risico’s hebben. Achteraf kan gesteld worden dat het oorspronkelijke budget te laag was en dat een aantal aannames in de praktijk niet zijn uitgekomen. 8.3
Aanvullende maatregelen
Met de vaststelling van de businesscase 2024 zijn in april 2025 een aantal aanvullende maatregelen opgenomen in het kansen- en risicodossier. Inmiddels zijn tien maatregelen geformuleerd, variërend van beleidsmatige ingrepen tot uitvoeringsgerichte interventies. Voorbeelden hiervan zijn: • Brede vraagverheldering; • Het inkaderen van de jeugdhulpplicht in de nieuwe Verordening Jeugdhulp; • Aanbieden collectieve informatie en trainingen tijdens wachttijd op specialistische jeugdhulp; • Het onderzoeken van dossiers waarin de overgang naar de Wmo of Wlz reëel is, met als doel verlengde jeugdhulp te beperken; • Uitbreiding kwaliteitscontroles en regievoering op complexe verwijszorg Deze koers sluit aan bij het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (januari 2025). Daarin wordt benadrukt dat de oplossing voor de hoge vraag naar jeugdhulp niet uitsluitend binnen het jeugdstelsel ligt, maar vooral in het bredere sociale domein van gezin, school en samenleving. De maatregelen richten zich dan ook zowel op het beperken van de inzet van specialistische jeugdhulp, als op het versterken, herstellen en verrijken van het gewone leven van ouders en jongeren. Dit gebeurt onder meer door de toegang tot laagdrempelige basisvoorzieningen in de wijken te verbeteren, in lijn met de uitgangspunten van het MVS-jeugdmodel. 8.4
Knelpunten 2025
Het budget 2025 is gebaseerd op het budget 2024. Bij het bepalen van het budget 2025 is rekening gehouden met de contractafspraken voor indexatie en het inverdieneffect. Daarnaast is rekening gehouden met een lichte stijging van de zorgzwaarte en is rekening gehouden met het verwachte rendement van ingezette beheersmaatregelen. Daarbij is aangenomen dat de vraagontwikkeling in de verwijszorg zou afvlakken, aangezien die trend zich inzetten eind 2024.
33 van 37
Rapport
De eerste eindejaarsverwachting voor 2025 laat een overschrijding zien ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget. Twee knelpunten liggen hieraan ten grondslag: 1. Hogere kosten voor JeugdhulpPlus. Dit wordt veroorzaakt door stijgende tarieven die door de GRJR met aanbieders zijn overeengekomen. Mevis heeft hierop geen directe invloed; 2. Toename van unieke cliënten in de verwijszorg. In de eerste vier maanden van 2025 stijgt het aantal unieke cliënten in de verwijszorg met 4% ten opzichte van de laatste vier maanden van 2024. 8.5
Opdracht opstellen Businesscase 2025
Het dagelijks bestuur van Rogplus heeft Mevis de opdracht gegeven om een nieuwe businesscase voor 2025 op te stellen, die deze overschrijding verklaart. De businesscase 2025 wordt in september 2025 besproken in de Stuurgroep Transformatie & Normalisatie en vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan het dagelijks bestuur van Rogplus. In de volgende voortgangsrapportage zal Rogplus de uitkomsten rapporteren. 8.6
Scenario’s
In het eerste half jaar van 2025 heeft Mevis financieel gestuurd om binnen de totale begroting te blijven. Voor Mevis zijn de kosten van de verwijszorg en de kosten voor de wijkteams communicerende vaten. Door de stijgende kosten in de verwijszorg heeft Mevis de gewenste uitbreiding van wijkteams niet doorgevoerd. Dat is een onwenselijke situatie want sterke wijkteams zijn een belangrijke pijler van het MVS Jeugdmodel. Het dagelijks bestuur van Rogplus heeft Mevis gevraagd om in de businesscase 2025 meerdere scenario’s uit te werken waarbij uitgaven/investeringen en de impact op de transformatieopgave in kaart worden gebracht.
34 van 37
Rapport
9
Jaareindeverwachting
Mevis stelt maandelijks een jaareindeverwachting (JEV) op, die in overleg met Rogplus en de MVS-gemeenten wordt besproken. In deze overleggen komen de kostenontwikkelingen in de wijkteams, binnen de uitvoeringsorganisatie Mevis en in de verwijszorg aan de orde. Wanneer zich significante ontwikkelingen voordoen, worden deze opgeschaald en verwerkt in het kansen- en risicodossier, inclusief maatregelen om de effecten te mitigeren. Indien sprake is van een structureel knelpunt, kan het dagelijks bestuur van Rogplus besluiten een businesscase uit te laten werken door Mevis. Dit is het geval geweest in 2023, 2024 en ook in 2025. De jaareindeverwachting is gebaseerd op reeds ingediende declaraties en een inschatting van nog te verwachten declaraties. Een periode is pas representatief ongeveer twee maanden na afloop van de periode. Begroting eerste wijziging 2025
Jaareindeverwachting 2025
Verschil
€ 84.355.800
€ 87.869.000
- € 3.513.200
35 van 37
Rapport
Bijlage 1 Analyse aantallen cliënten In deze bijlage staan de tabellen die gebruikt zijn voor de analyse van de aantallen cliënten. De optelling van het aantal cliënten uit de afzonderlijke tabellen kan groter zijn dan het totaal de eerste tabel. Een cliënt kan jeugdhulp ontvangen uit meerdere categorieën en bij iedere categorie wordt een cliënt geregistreerd.
Minimaal 2e
Maximaal 2e
Gemiddeld
Minimaal 1e
Maximaal 1e
Gemiddeld
helft 2024
helft 2024
2e helft 2024
helft 2025
helft 2025
1e helft 2025
Totaal
4015
4370
4207
4052
4233
4157
Wachtlijst
328
411
377
323
450
374
Wijkteam
2570
2821
2679
2659
2783
2715
Verwijszorg
1924
2245
2092
2179
2288
2229
Maassluis
Minimaal 2e
Maximaal 2e
Gemiddeld
Minimaal 1e
Maximaal 1e
Gemiddeld
helft 2025
helft 2025
1e helft 2025
MVS
e
helft 2024
helft 2024
2 helft 2024
Totaal
701
784
751
785
828
798
Wachtlijst
72
85
76
66
89
79
Wijkteam
479
618
542
623
674
648
Verwijszorg
329
375
353
355
366
359
Vlaardingen
Minimaal 2e
Maximaal 2e
Gemiddeld
Minimaal 1e
Maximaal 1e
Gemiddeld
helft 2025
helft 2025
1e helft 2025
e
helft 2024
helft 2024
2 helft 2024
Totaal
1724
1889
1803
1621
1740
1704
Wachtlijst
84
125
112
92
150
114
Wijkteam
1025
1080
1046
982
1015
991
Verwijszorg
849
1011
930
986
1031
1002
36 van 37
Rapport
Schiedam
Minimaal 2e
Maximaal 2e
Gemiddeld e
2 helft 2024
Minimaal 1e
Maximaal 1e
Gemiddeld
helft 2025
helft 2025
1e helft 2025
helft 2024
helft 2024
Totaal
1590
1697
1653
1646
1665
1655
Wachtlijst
172
201
189
165
211
181
Wijkteam
1066
1123
1091
1054
1094
1076
Verwijszorg
746
859
809
838
891
868
37 van 37