CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Verdiepende rapportage Doe Mee 2022

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven en documenten van derden:7.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Over de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging De bevindingen uit het DoeMee-onderzoek 2022 in breder perspectief versie 1.0 december 2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en context Over het onderzoek Over deze rapportage

1 1 2

2.

Over de griffie

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Budgetten Personele samenstelling Opvattingen over de griffie

3 4 7 8

3.

De rekenkamer

9

4.

Fractieondersteuning

10

5.

De informatievoorziening

12

6.

Ter afsluiting

17

Bijlage A

Overzicht van deelnemende overheden

18

Bijlage B

Relevante publicaties

19

0

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en context

De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVVR) stelt de leden elk jaar in de gelegenheid om deel te nemen aan een gezamenlijk onderzoek. Deze onderzoeken worden gangbaar aangeduid als een DoeMee-onderzoek. Het DoeMee-onderzoek van 2022 is ondersteund door PBLQ. De NVRR heeft voor het DoeMee-onderzoek van 2022 de staat van de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging in het decentraal bestuur als onderwerp gekozen. Vanuit maatschappelijk perspectief is dit thema van groot belang. De gemeenteraad, Provinciale Staten (PS) en het Algemeen Bestuur (AB) van een waterschap doen hun werk in een steeds complexere omgeving. De maatschappelijke uitdagingen, en daarmee de opgaven voor deze bestuursorganen, nemen sterk toe. Om de kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen blijven vervullen, is een goede ondersteuning onontbeerlijk. De inventarisatie verschaft inzicht in de randvoorwaarden en uitgangspunten bij die ondersteuning.

1.2

Over het onderzoek

Leden van de NVRR zijn rekenkamers van gemeenten, provincies en waterschappen. Voor de jaargang 2022 hebben 60 rekenkamers zich aangemeld voor deelname. Verschillende rekenkamers zijn actief in meer dan één gemeente of provincie. Enkele belangrijke begrippen en uitgangspunten Als wij in deze rapportage spreken over deelnemers, bedoelen wij daarmee de 60 aan het DoeMeeonderzoek deelnemende rekenkamers en rekenkamercommissies. Gemakshalve gebruiken we in het vervolg van dit onderzoek louter de term rekenkamers. In het onderzoek is bruikbare informatie 1 verstrekt door: - 70 gemeenten - 6 provincies - 6 waterschappen. Gemeenten kennen een gemeenteraad, in de provincies zijn er Provinciale Staten en waterschappen hebben een Algemeen Bestuur. De in dit rapport gehanteerde verzamelterm voor deze bestuursorganen is volksvertegenwoordiging. De kern van een DoeMee-onderzoek bestaat uit een vaak overwegend kwantitatieve inventarisatie van relevant geachte kerngegevens van de deelnemende overheden. In deze jaargang betreft dat gegevens over de griffie, over de rekenkamer en over het benutten van specifieke instrumenten voor de volksvertegenwoordiging, zoals het stellen van vragen of het doen van onderzoek. Tevens is aandacht besteed aan de informatievoorziening ten behoeve van de volksvertegenwoordiging. De voorbereidingen voor het onderzoek zijn gestart vlak voor de zomer van 2022.

De vragenlijst is eind augustus aan de deelnemers verzonden. Het was vervolgens aan de rekenkamers zelf om ‘hun’ 1

In aanvang waren er meer deelnemende overheden, maar een klein aantal is er niet in geslaagd bruikbare informatie te verstrekken.

pagina 1/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

overheden te betrekken bij het verstrekken van de gegevens. Deze inventarisatie van relevante gegevens is voor het merendeel van de deelnemers medio oktober afgerond. Bij een klein aantal overheden heeft dit tot in november geduurd. De opbrengsten van deze inventarisatie zijn opgenomen in zogenaamde factsheets. Aan elke deelnemende overheid is een op maat opgestelde factsheet verstrekt. In die factsheet zijn de antwoorden van deze overheid weergegeven, die vervolgens vergeleken worden met het gemiddelde van alle overheden. Dat heeft plaatsgevonden op het niveau van gemeenten, provincies en waterschappen afzonderlijk. Bij de factsheets van de deelnemende gemeenten zijn de bevindingen ook vergeleken met het gemiddelde van specifieke gemeentegrootteklassen. De bevindingen van de provincies zijn tevens vergeleken met die van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Om een generieke inventarisatie en vergelijking mogelijk te maken, is overwegend gebruik gemaakt van betrekkelijk algemeen omschreven begrippen en categorieën. Dit doet onvoldoende recht aan zowel de inhoudelijke variatie in die categorieën als specifieke omstandigheden bij de deelnemende overheden. De beschikbare informatie sloot niet altijd aan op de manier waarop de informatie ten behoeve van de inventarisatie verstrekt moest worden. Hierdoor ontstaan geregeld marges in de verstrekte informatie.

De medewerkers van PBLQ hebben met vrijwel2 alle personen die (het meest) verantwoordelijk waren voor de verstrekte informatie een kort verdiepend gesprek gevoerd. Deze gesprekken, die hebben plaatsgevonden vanaf eind oktober tot medio november, hebben bijgedragen aan inzicht in die informatie waar mogelijk marges of ruis zijn opgetreden. In de gesprekken is tevens ingegaan op achtergronden bij de verstrekte informatie en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Deze inzichten zijn benut om de opbrengsten beter in hun context te kunnen plaatsen en van nadere duiding te kunnen voorzien. Daarnaast heeft PBLQ enkele aanvullende analyses verricht, die tot een beter inzicht in de bevindingen leiden.

1.3

Over deze rapportage

In de navolgende hoofdstukken wordt ingegaan op de kwaliteit van de verkregen informatie. Tevens wordt er richting gegeven aan de interpretatie van de inzichten. In bijlage zijn bovendien enkele verwijzingen naar relevante publicaties opgenomen die eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een interpretatie van de bevindingen. Het is belangrijk om te benadrukken dat het uiteindelijk aan elke rekenkamer zelf is om te bepalen op welke wijze gerapporteerd wordt aan hun volksvertegenwoordiging. De factsheet en deze rapportage zijn hieraan louter ondersteunend. Zowel deze verdiepende rapportage als de factsheets bevatten onderscheiden naar specifieke groepen gemeenten, onderverdeeld naar grootteklasse. In bijlage 2 is opgenomen van welke waterschappen, provincies en gemeenten informatie is verkregen. Daarbij zijn de deelnemende gemeenten ook gerangschikt naar grootteklasse. Daaruit is ook af te leiden op hoeveel deelnemers de verkregen informatie is gebaseerd. Sommige overheden konden niet bij elke vraag de verlangde informatie verstrekken. Voor zinvolle berekeningen en vergelijkingen is als uitgangspunt gehanteerd dat tenminste drie overheden relevante informatie moeten hebben verstrekt. 2

Om sterk uiteenlopende redenen heeft met een klein aantal vertegenwoordigers van de deelnemende overheden geen verdiepend gesprek plaatsgevonden.

pagina 2/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Over Rotterdam in deze inventarisatie Rotterdam is één van de deelnemende overheden. Deze gemeente telt twee tot wel vijf keer meer inwoners dan elke andere gemeente in de categorie van de deelnemende 100.000+-gemeenten. In het verleden zijn binnen Rotterdam enkele beslissingen genomen waardoor de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging een extra impuls heeft gekregen. 3 De gegevens van Rotterdam hebben daarmee bij enkele vragen een onevenredig grote invloed op de vastgestelde gemiddelden bij de budgetten, bestedingen en omvang van de griffie. Dat geldt ook voor de rekenkamerfunctie en voor de fractie-ondersteuning. In goed overleg met de rekenkamer van deze gemeente is daarom besloten om Rotterdam buiten de berekening van de gemiddelden van de 100.000+-gemeenten te laten voor de griffie, rekenkamer en fractie-ondersteuning. Bij de overige vragen zijn de antwoorden van Rotterdam wél meegenomen in de berekeningen. In de navolgende hoofdstukken wordt steeds een categorie uit de gehanteerde inventarisatie behandeld. Respectievelijk zijn dat: -

De budgetten en omvang van de griffie (hoofdstuk 2); De budgetten van de rekenkamer (hoofdstuk 3); De omvang van de fractieondersteuning (hoofdstuk 4); Het functioneren van instrumenten ten behoeve van de volksvertegenwoordiging, zoals het stellen van vragen, het doen van onderzoek, het verkrijgen van ambtelijke bijstand, informatiebijeenkomsten en werkbezoeken en het functioneren van de informatievoorziening (hoofdstuk 5).

In hoofdstuk 6 wordt, met gebruikmaking van de reacties op algemene vragen in de inventarisatie, gereflecteerd op enkele van de geconstateerde ontwikkelingen en inzichten.

2.

Over de griffie

2.1

Inleiding

De griffie is één van de meest essentiële instanties voor de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging. Over de mogelijkheden en randvoorwaarden van de griffies om de volksvertegenwoordiging te ondersteunen zijn daarom relatief veel vragen gesteld. Tegelijkertijd zorgt de noodzakelijke aandacht voor de griffie direct voor een inhoudelijke uitdaging in het onderzoek. De griffie is ontstaan bij de dualisering van gemeentelijk en provinciaal bestuur, respectievelijk in 2002 en 2003. Bij de waterschappen is geen sprake van gedualiseerd bestuur. De ondersteuning van zowel het Dagelijks als het Algemeen Bestuur gebeurt vanuit dezelfde afdeling van de organisatie.

3

Toen de deelgemeenten werden opgeheven zijn de budgetten die op dat niveau bestonden ter ondersteuning van de deelraden toegevoegd aan de budgetten op centraal niveau.

pagina 3/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Over ‘de griffie’ bij de waterschappen Bij de waterschappen is geen sprake van dualisering van het bestuur, en is evenmin sprake van een griffie. Daarmee konden geen vragen worden gesteld over ‘de griffie bij de waterschappen’. Tegelijkertijd is evident dat het Algemeen Bestuur bij de waterschappen moet kunnen rekenen op ondersteuning. Er zullen medewerkers van waterschappen zijn die de vergaderingen van het Algemeen Bestuur voorbereiden, de agenda opstellen, de relevante stukken verzamelen, annoteren en verspreiden, die de verslagen opstellen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en die opvolging van besluiten bewaken. Leden van het Algemeen Bestuur zullen voor zowel inhoudelijke als praktische zaken in hun functioneren te rade moeten kunnen gaan bij medewerkers van het waterschap. Voorafgaand aan de verspreiding van de vragenlijst onder de waterschappen is met de rekenkamers van dit bestuur van gedachten gewisseld over de mogelijkheden om op een goede manier met deze uitdaging om te gaan. Uiteindelijk is besloten om aan de waterschappen te verzoeken om de beschikbare informatie zoveel als mogelijk gespecificeerd naar de ondersteuning van het Algemeen Bestuur te verstrekken; ‘alsof er sprake is van een griffie’. Uiteindelijk heeft dit bij slechts een beperkt aantal waterschappen geleid tot betrouwbare informatie.

Zowel in de factsheet als in deze rapportage worden wel bevindingen over ‘de waterschappen’ gerapporteerd, maar daarbij geldt de uitdrukkelijke nuance dat de kwaliteit van deze informatie beperkt is, of in ieder geval gebaseerd is op een beperkt aantal deelnemende waterschappen.. Mede met gebruikmaking van de inzichten die in verdiepende gesprekken met medewerkers van de waterschappen zijn opgedaan, is duidelijk dat het niet altijd mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de ondersteuning van het Algemeen Bestuur van de Waterschappen en de ondersteuning van het Dagelijks Bestuur. Binnen menig waterschap wordt tegelijkertijd wel degelijk een discussie gevoerd over de positie en de ondersteuning van het Algemeen Bestuur. Uit deze analyse blijkt dat bij het merendeel van de waterschappen goede informatie over de ondersteuning van het Algemeen Bestuur ontbreekt. Daarmee is een voor de hand liggende aanbeveling om hier beter inzicht in te verwerven.

2.2

Budgetten

Een nadere verkenning van het functioneren van de griffie is begonnen met de vraag naar het beschikbare budget. Op het eerste gezicht lijkt dat een vraag naar informatie die eenvoudig beschikbaar zou moeten zijn. Inderdaad kunnen vrijwel alle deelnemende overheden opgave doen van bedragen, maar dat maakt deze bedragen niet zonder meer onderling goed vergelijkbaar. Er zijn tussen overheden verschillen in de opbouw van het bedrag dat wordt begroot (en besteed) aan de griffie. Soms beperken de gerapporteerde bedragen zich louter tot de salarislasten. Bij verschillende griffies maken opleidingskosten en kosten voor deelname aan congressen deel uit van de begroting. Bij andere overheden worden dergelijke kosten begroot en bekostigd vanuit generieke, organisatiebrede opleidingsbudgetten, die niet herleidbaar zijn tot specifieke organisatieonderdelen, zoals tot de griffie. Overheden gaan wisselend om met de manier waarop ‘overhead’, zoals huisvestingslasten en de kosten voor (ICT- en HRM-)ondersteuning worden doorberekend aan de verschillende onderdelen van hun organisatie. Bij verschillende overheden worden eventuele kosten voor externe inhuur voor de

pagina 4/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

griffie ook ten laste gebracht van het budget van de griffie4, bij andere overheden wordt externe inhuur bekostigd uit een daarvoor beschikbaar generiek budget. In een aanvullende vraag is een specificatie gevraagd welke posten onderdeel uitmaken van de begrote kosten voor de griffie. Deze informatie is kwalitatief van aard. Daarmee is het niet mogelijk geweest om te komen tot een voor alle griffies op identieke wijze samengesteld bedrag. Bij vergelijking van het budget van individuele overheden met het gemiddelde past daarmee de nadrukkelijke kanttekening dat geen sprake is van een zuivere vergelijking. Aangenomen dat in alle jaren de bedragen bij elke afzonderlijke overheid op dezelfde wijze zijn opgebouwd, verschaffen de vastgestelde trends wel een betrouwbaar beeld. De trends zijn weergegeven in de factsheet. Uit die overzichten blijkt dat bij zowel bij provincies als gemeenten er over de periode 2018-2022 in het algemeen sprake is van stijgend budget voor de griffie. Toch past ook daar een nuancering. In verschillende gemeenten en provincies worden voorheen specifieke budgetten waarvan ook de ervaring is dat die lang niet altijd besteed worden (zoals communicatie, onderzoek, opleiding) ondergebracht in het algemene budget voor de griffie.

Daarmee stijgt niet zozeer in het algemeen het beschikbare budget voor de griffie, maar krijgt de griffie vooral meer armslag om zelf keuzes voor de besteding van het budget te maken. Soms wordt er al rekening mee gehouden dat er geschoven kan worden met projectgelden, waardoor griffiers niet de behoefte voelen om aan te dringen op structurele verhoging van het budget. De trend is ook inzichtelijk te maken aan de hand van het voor griffies begrote budget per inwoner van de desbetreffende overheid.5 Het resultaat is weergegeven in tabel 1. Tabel 1 Gemiddeld budget van de griffie per inwoner 2018 2019

2020

2021

2022

Waterschappen

€ 0,18

€ 0,22

€ 0,23

€ 0,23

€ 0,26

Provincies

€ 0,61

€ 0,63

€ 0,72

€ 0,76

€ 0,76

Gemeenten

€ 7,93

€ 9,51

€ 9,59

€ 9,94

€ 10,69

Meer dan 100.000 inwoners

€ 4,69

€ 5,11

€ 5,25

€ 5,55

€ 6,01

50.000 – 100.000 inwoners

€ 5,82

€ 6,24

€ 6,33

€ 6,55

€ 6,86

30.000 – 50.000 inwoners

€ 6,46

€ 6,85

€ 6,89

€ 7,50

€ 8,00

Minder dan 30.000 inwoners

€ 11,63

€ 14,75

€ 14,77

€ 14,80

€ 16,03

Er kan betoogd worden dat de belasting van een griffie niet zozeer bepaald wordt door het aantal inwoners van de overheid in kwestie, maar veeleer door het aantal volksvertegenwoordigers dat een griffie geacht wordt te ondersteunen. In tabel 2 is dat verband inzichtelijk gemaakt.

4

In een enkel geval kan het daarom gebeuren dat er in een jaar meer geld door de griffie wordt besteed dan er oorspronkelijk is begroot. 5 In deze berekening, en alle in dit rapport navolgende vergelijkbare berekeningen is aan elke overheid eenzelfde gewicht toegekend. Mede gezien het ontbreken van griffies bij waterschappen hebben niet alle deelnemende waterschappen in elk jaar de verlangde informatie kunnen verstrekken. pagina 5/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Tabel 2. Gemiddeld budget griffie per volksvertegenwoordiger 2018 2019

2020

2021

2022

Waterschappen

€ 6.492

€ 8.054

€ 8.467

€ 8.371

€ 9.463

Provincies

€ 17.807

€ 18.548

€19.222

€ 20.400

€ 20.442

Gemeenten

€ 11.291

€ 12.310

€ 12.473

€ 13.252

€ 13.982

Meer dan 100.000 inwoners

€ 20.462

€ 22.915

€ 24.156

€ 25.842

€ 27.865

50.000 – 100.000 inwoners

€ 12.150

€ 12.964

€ 13.042

€ 13.483

€ 14.092

30.000 – 50.000 inwoners

€ 9.648

€ 10.321

€ 10.364

€ 11.266

€ 11.974

Minder dan 30.000 inwoners

€ 9.169

€ 10.631

€ 10.676

€ 11.352

€ 11.810

Begrote bedragen worden niet altijd besteed. Er is daarom ook navraag gedaan naar de jaarlijkse besteding van de beschikbare bedragen. Onderstaande tabel 3 maakt duidelijk dat de begrote bedragen over het algemeen volledig worden besteed. In een enkel geval wordt er op jaarbasis zelfs meer uitgegeven dan begroot. Een en ander kan te maken met de inzet van (tijdelijk) extra personeel. Ook komt het voor dat gedurende een jaar een griffie al toestemming krijgt van de volksvertegenwoordiging om meer geld te besteden, anticiperend op een structurele verhoging van het beschikbare budget. Tabel 3. Verhouding begroot en besteed bedrag griffie (100% = begroot bedrag in een jaar) 2018 2019

2020

2021

Waterschappen

100

100

95

97

Provincies

102

108

96

96

Gemeenten

99

100

101

100

Meer dan 100.000 inwoners

95

91

94

99

50.000 – 100.000 inwoners

97

98

99

99

30.000 – 50.000 inwoners

98

97

102

100

Minder dan 30.000 inwoners

103

106

102

100

In het kader van beschikbare budgetten is geïnformeerd naar specifieke posten, zoals een budget voor opleidingen van het griffiepersoneel en een budget voor communicatie. Als gezegd zijn er overheden waar een generiek, organisatiebreed budget bestaat voor de opleiding van de eigen medewerkers. Dergelijke kosten worden daarom lang niet altijd apart voor de griffie begroot. De griffiemedewerkers kunnen dan toch opleidingen volgen. Bij communicatie komt naar voren dat veel griffies geen bedragen begroten voor communicatie. Wel bestaat er de vaak impliciete, maar geregeld ook expliciete, afspraak dat de griffie in voorkomende gevallen een beroep kan doen op ondersteuning vanuit de afdeling communicatie. Anders gezegd, ook zonder dat er bedragen worden begroot, kunnen veel griffies rekenen op beschikbare capaciteit voor communicatie. Geregeld noemen griffiers dat ze voor andere specifieke expertise (HRM, juridisch advies) eveneens een beroep kunnen doen op de organisatie. Naast opleidingen voor het eigen personeel kan de griffie ook een budget beheren voor trainingen en opleidingen van de volksvertegenwoordigers. Door verschillende griffiers wordt geconstateerd dat de opleidingsbehoefte onder volksvertegenwoordigers toeneemt, mede vanwege het feit dat er meer pagina 6/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

relatief onervaren volksvertegenwoordigers aantreden. Er zijn ook meer volksvertegenwoordigers die geen gebruik kunnen maken van een landelijke partijorganisatie met eigen opleidingsfaciliteiten. Toch is deze groeiende behoefte niet direct zichtbaar omdat veel opleidingen ‘om niet’ door specialisten vanuit de organisatie van de betrokken overheid, waaronder de griffie zelf, worden verzorgd. Bij griffier wordt met enige regelmaat ook een budget begroot voor zelfstandig onderzoek door de volksvertegenwoordiging, los van de rekenkamer. Desgevraagd geven verschillende griffiers aan dat dergelijke budgetten vooral worden ingezet om integriteitsonderzoeken te doen.

2.3

Personele samenstelling

In het onderzoek is ook navraag gedaan naar de omvang van de griffie. Het algemene beeld is als volgt: Tabel 4. Begrote formatie griffie in FTE 2018

2019

2020

2021

2022

Waterschappen6

2,0

2,2

2,3

2,3

2,6

Provincies

9,0

8,9

9,2

10,0

10,2

Gemeenten

3,1

3,3

3,4

3,5

3,8

Meer dan 100.000 inwoners

8,7

9,0

9,4

10,1

11,0

50.000 – 100.000 inwoners

3,7

4,0

4,1

4,1

4,2

30.000 – 50.000 inwoners

2,6

2,6

2,8

2,9

3,1

Minder dan 30.000 inwoners

1,8

1,9

2,0

2,0

2,2

De beschikbare formatie wordt vrijwel altijd geheel benut, en in sommige gevallen zelfs meer dan oorspronkelijk geraamd, zo blijkt in de volgende tabel. Tabel 5. Verhouding begrote en daadwerkelijke beschikbare formatie griffie (100% = begrote formatie in een jaar)

2018

2019

2020

2021

Waterschappen

100

93

96

96

Provincies

91

97

103

98

Gemeenten

99

98

100

99

Meer dan 100.000 inwoners

97

99

103

95

50.000 – 100.000 inwoners

97

100

101

100

30.000 – 50.000 inwoners

99

100

99

98

Minder dan 30.000 inwoners

100

94

100

99

Voor het actuele jaar is tevens verzocht om die omvang te specificeren naar verschillende functies binnen de griffie. Naast de bij provincies en gemeenten (wettelijk verplichte) griffier kunnen dat zogeheten commissiegriffiers zijn, raads- of provinciale staten-adviseurs, communicatiemedewerkers en secretariële ondersteuning. De praktijk bleek wat dit betreft veelzijdiger dan in de vragenlijst was voorzien. In menig aanvullend gesprek is gesproken over de definitie van de verschillende functies. 6

Deze gegevens zijn gebaseerd op de opgave door slechts 4 waterschappen. Elk van deze waterschappen heeft benadrukt dat hun opgave is gebaseerd op een schatting.

pagina 7/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Aansluitend ging de discussie over de vraag of de personele samenstelling van die griffie in kwestie dan wel goed in de verschillende categorieën paste. Voor die functies zijn echter geen concrete, algemeen gedeelde omschrijvingen bekend, zodat een goede specificatie niet mogelijk is. Een enkele keer is aangegeven dat sommige termen (zoals commissiegriffier) bij menige griffie in ongebruik is geraakt, terwijl er nieuwe categorieën zijn ontstaan. Zo noemen verschillende griffies dat zij onlangs een informatiemedewerker hebben aangesteld of dat overwegen. In lijn met eerdere constateringen rond communicatie vanuit de griffie, kan worden vastgesteld dat het ontbreken van een communicatiemedewerker binnen de griffie niet automatisch betekent dat er geen sprake is van professioneel ondersteunde communicatie vanuit de griffie. Menige griffie is in de gelegenheid om een communicatiemedewerker ‘in te lenen’ vanuit de communicatie-afdeling van de betrokken overheid. Uiteindelijk is het aldus ontstane beeld dusdanig veelzijdig dat een generieke vergelijking op functies binnen de griffie geen toegevoegde waarde heeft.

2.4

Opvattingen over de griffie

In de vragenlijst is het blok over de griffie afgesloten met de algemeen geformuleerde vraag of de budgetten waar de griffie over beschikt naar mening van de invuller voldoende zijn om de ambities met betrekking tot de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging waar te maken. In het algemeen is de beantwoording van deze vraag als volgt: Tabel 6. Opvatting over budget griffie Ruim voldoende

Voldoende

Te weinig

Veel te weinig

Waterschappen

0%

100%

0%

0%

Provincies

0%

67%

33%

0%

Gemeenten

3%

62%

31%

4%

Meer dan 100.000 inwoners

0%

50%

38%

13%

50.000 – 100.000 inwoners

0%

64%

36%

0%

30.000 – 50.000 inwoners

5%

71%

19%

5%

Minder dan 30.000 inwoners

4%

56%

36%

4%

Bij alle overheden is er sprake van een ‘gematigde tevredenheid’ over de voor de griffie beschikbare budgetten. In de aanvullende gesprekken is herhaaldelijk benadrukt dat er een grote druk op de griffie wordt gevoeld om op vele vlakken ondersteuning te verschaffen aan de volksvertegenwoordiging. Deze druk komt onder meer voort uit het inzicht dat de taken en verantwoordelijkheden van de volksvertegenwoordiging in de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen, en dat in de toekomst zullen blijven doen. De toegenomen budgetten voor de griffie zijn daar een gevolg van. Veel griffies ervaren dat de stijging in beschikbaar budget lang geen gelijke tred houdt met de stijgende verwachtingen ten aanzien van de griffie. Anders gezegd, de vastgestelde stijging in budgetten betekent niet automatisch dat de griffies beter aan de verwachtingen kunnen voldoen. In veel van de gesprekken (ongeacht overheid of gemeentegrootte) is gerefereerd aan de ervaren noodzaak om de griffie te professionaliseren. Verschillende griffiers werken al enige tijd met griffie(jaar)plannen, waarover zij afspraken maken met ofwel de werkgeverscommissie of het presidium. Zo’n jaarplan biedt aan de voorkant mogelijkheden om met de vertegenwoordiging van de raad of Provinciale Staten afspraken te maken over de inzet van de beschikbare capaciteit.

Het plan dient vervolgens als sturingsinstrument en kan eveneens als uitgangspunt voor een evaluatie dienen. Om zo’n plan goed te kunnen gebruiken als sturingsinstrument, zorgen veel griffiers voor actueel pagina 8/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

inzicht in de inzet van middelen en in de geleverde prestaties. Deze griffies waren in de context van de inventarisatie daarom vaak goed in staat om de verlangde informatie op gedetailleerd niveau te verstrekken. Tegelijkertijd is in de verdiepende gesprekken herhaaldelijk genoemd dat de armslag van de griffie voor een belangrijk deel wordt bepaald door de ambities van de volksvertegenwoordiging en door de bereidheid om die ambities in beschikbaar budget waar te kunnen maken. Verschillende griffiers benadrukken dat het essentieel is om daarover het gesprek met hun volksvertegenwoordiging aan te gaan. De inventarisatie heeft betrekking op de periode 2018 tot 2022. Dit begin- en eindjaar waren voor gemeenten beide verkiezingsjaren. Verkiezingsjaren zijn anders dan andere jaren. Geregeld worden in die jaren incidenteel de budgetten verhoogd, zowel bedoeld voor intensievere communicatie (opkomstbevordering) als voor het inwerkprogramma van de nieuwe raad. Bij de provincies en waterschappen trad dat effect logischerwijs alleen in 2019 op.

3.

De rekenkamer

Alle deelnemers aan het DoeMee-onderzoek 2022 hebben gemeenschappelijk dat er sprake is van een actieve rekenkamer, met budget en ambitie. In het kader van de inventarisatie zijn enkele kerngegevens van de deelnemende rekenkamers, gespecificeerd naar deelnemende overheid, geïnventariseerd. Over het functioneren van de rekenkamerfunctie zijn niet veel gedetailleerde vragen gesteld. Er wordt vanuit het DoeMee-onderzoek gerapporteerd aan de deelnemende rekenkamers die zelf – veel beter dan uit een generieke inventarisatie kan blijken – weet hebben van hun eigen functioneren. De geïnventariseerde gegevens zijn daarmee vooral bedoeld om inzicht te verschaffen in enkele algemene uitgangspunten en trends, zodat de deelnemende rekenkamers hun relatieve positie kunnen bepalen. Ook al is de inventarisatie beperkt gebleven tot enkele generieke gegevens, dan nog zijn er wat de vergelijking betreft tekortkomingen. In veel gemeenten, provincies en waterschappen wordt verschillend omgegaan met de wijze waarop de ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer plaatsvindt.

In sommige gemeenten en waterschappen is er geen sprake van ambtelijke ondersteuning, in verschillende gemeenten wordt ambtelijke ondersteuning vanuit de griffie verleend zonder dat deze wordt doorberekend aan de rekenkamer, andere rekenkamers kennen een zelfstandige ondersteuning die vanuit het budget van de rekenkamer wordt bekostigd. Weliswaar is in de inventarisatie navraag gedaan naar deze verschillende varianten, maar dan nog is het niet mogelijk om al die varianten goed te verwerken in de bepaling van de gemiddelde budgetten. Rekenkamers die verschillende gemeenten of provincies bedienen specificeren niet altijd welk deel van hun budget of bestedingen toegerekend kan worden aan de afzonderlijke overheden. Met al deze slagen om de arm kan het gemiddelde budget van de rekenkamer per inwoner van de overheid in kwestie worden bepaald. Het resultaat is weergegeven in tabel 7.

pagina 9/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Tabel 7. Budget rekenkamer (per inwoner) 2018

2019

2020

2021

2022

Waterschappen

€ 0,06

€ 0,07

€ 0,06

€ 0,07

€ 0,08

Provincies

€ 0,29

€ 0,29

€ 0,30

€ 0,31

€ 0,32

Gemeenten

€ 1,03

€ 1,10

€ 1,15

€ 1,23

€ 1,25

Meer dan 100.000 inwoners

€ 1,13

€ 1,13

€ 1,20

€ 1,24

€ 1,25

50.000 – 100.000 inwoners

€ 0,89

€ 0,92

€ 0,98

€ 0,97

€ 0,98

30.000 – 50.000 inwoners

€ 0,79

€ 0,78

€ 0,83

€ 0,92

€ 0,97

Minder dan 30.000 inwoners

€ 1,34

€ 1,50

€ 1,52

€ 1,61

€ 1,64

Voor gemeenten wordt soms wel de vuistregel gehanteerd dat een budget van € 1,33 per inwoner gewenst is.7 Voor de deelnemende gemeenten komt in het algemeen het vastgestelde budget daar dicht bij in de buurt. De begroting van rekenkamers in gemeenten met minder dan 30.000 inwoners ligt zelfs boven dit richtgetal. Ook nu is relevant of de rekenkamers jaarlijks hun budget ook daadwerkelijk besteden. In tabel 8 zijn de resultaten van deze berekening weergegeven. Tabel 8.

Verhouding begroot en daadwerkelijk besteed budget rekenkamer (100% = begroot budget in een jaar) 2018 2019 2020

2021

Waterschappen

43

64

62

89

Provincies

97

95

95

97

Gemeenten

74

84

83

82

Meer dan 100.000 inwoners

79

89

93

89

50.000 – 100.000 inwoners

76

78

79

81

30.000 – 50.000 inwoners

68

83

80

87

Minder dan 30.000 inwoners

76

88

85

77

Voor Waterschappen is de rekenkamer vooralsnog niet verplicht. De deelnemende waterschappen hebben gemeenschappelijk dat daar wel een rekenkamer actief is. Het gegeven dat zij niet altijd de beschikbare budgetten aanwenden, kan er mee te maken hebben dat zij moeite hebben om goede invulling te geven aan hun rol en functie. De provinciale rekenkamers benutten jaarlijks vrijwel geheel hun budget. Dat geldt ook voor de rekenkamers in de grotere gemeenten, maar in de klassen daaronder valt op dat menige rekenkamer niet het jaarlijks beschikbare budget volledig weet in te zetten.

4.

Fractieondersteuning

Het thema fractieondersteuning is in verschillende opzichten interessant. Om te beginnen bleek het aantal varianten in de inrichting van de fractieondersteuning in de praktijk groter dan vooraf was 7

Dit bedrag is ontleend aan door Berenschot in 2020 opgestelde ‘Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer’.

pagina 10/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

verondersteld. Daardoor komen sommige van die varianten niet goed tot hun recht in de inventarisatie. Zo was een onvoorziene variant dat bij sommige overheden zogenaamde fractievolgers of commissieleden geacht worden om fractieondersteunende werkzaamheden te verrichten. Hun vergoeding voor die activiteiten bestaat uit de bedragen die zij ontvangen voor hun aanwezigheid bij commissievergaderingen. Naast de veelzijdigheid bij de inrichting van de fractieondersteuning is de grote spreiding in beschikbare budgetten uiterst opmerkelijk. Bij sommige overheden is er niet tot nauwelijks sprake van een budget voor fractieondersteuning, bij andere is er sprake van zeer aanzienlijke bedragen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij alle deelnemende provincies. In verschillende (grote) gemeenten en in het merendeel van de deelnemende provincies is de ambitie dat elke fractie een betaalde medewerker zou moeten kunnen aanstellen. In de praktijk blijkt echter dat niet elke fractie, hoewel het budget daarvoor beschikbaar is, van die mogelijkheid gebruik maakt. Tabel 9. Budget fractieondersteuning (per inwoner) 2018 2019

2020

2021

2022

Waterschappen

€ 0,01

€ 0,01

€ 0,01

€ 0,01

€ 0,01

Provincies

€ 0,35

€ 0,37

€ 0,37

€ 0,40

€ 0,41

Gemeenten

€ 0,54

€ 0,64

€ 0,64

€ 0,63

€ 0,65

Meer dan 100.000 inwoners

€ 1,00

€ 1,05

€ 1,19

€ 1,14

€ 1,26

50.000 – 100.000 inwoners

€ 0,50

€ 0,56

€ 0,56

€ 0,57

€ 0,59

30.000 – 50.000 inwoners

€ 0,44

€ 0,45

€ 0,45

€ 0,47

€ 0,47

Minder dan 30.000 inwoners

€ 0,52

€ 0,73

€ 0,69

€ 0,67

€ 0,67

Naast de relatie met inwoneraantallen kan ook een gemiddeld bedrag voor fractieondersteuning per volksvertegenwoordiger worden bepaald. Dit is weergegeven in tabel 10. Overigens geldt dat bij een groot deel van de deelnemende overheden elke fractie een vaste vergoeding ontvangt, aangevuld met een bedrag per fractielid. Tabel 10. Budget fractieondersteuning (per volksvertegenwoordiger) 2018 2019 2020

2021

2022

€ 254

€ 348

€ 463

€ 452

€ 472

Provincies

€ 9.833

€ 10.532

€ 10.656

€ 11.804

€ 12.078

Gemeenten

€ 1.174

€ 1.256

€ 1.347

€ 1.325

€ 1.399

Meer dan 100.000 inwoners

€ 5.194

€ 5.435

€ 6.474

€ 6.324

€ 6.864

50.000 – 100.000 inwoners

€ 1.070

€ 1.189

€ 1.193

€ 1.209

€ 1.251

30.000 – 50.000 inwoners

€ 664

€ 679

€ 679

€ 703

€ 701

Minder dan 30.000 inwoners

€ 415

€ 519

€ 490

€ 478

€ 472

Waterschappen

Opmerkelijk zijn de hoge bedragen bij de deelnemende provincies; bedragen die gemiddeld hoger zijn dan in alle andere categorieën.8

8

Zoals eerder aangegeven is Rotterdam buiten deze overzichten gelaten. In deze gemeente ligt de fractievergoeding wezenlijk hoger dan in welke andere gemeente.

pagina 11/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

De trend is over het algemeen stijgend. Alleen in de kleinere gemeenten is dat niet tot nauwelijks het geval. In verschillende gesprekken is naar voren gekomen dat het in kleine gemeenten om dusdanig kleine bedragen zou gaan, dat er weinig van wordt verwacht. Om die reden wordt er geregeld in het geheel vanaf gezien. Veel griffiers geven aan ambities te hebben met fractieondersteuning, maar moeten constateren dat hun volksvertegenwoordiging zelf weinig geneigd is om daarin mee te gaan. Als er al sprake is van budgetten voor fractieondersteuning, dan noemen veel griffiers dat afzonderlijke fracties daar zeer verschillend mee omgaan. Een en ander leidt er toe dat lang niet alle begrote bedragen daadwerkelijk worden besteed, zoals blijkt uit tabel 11. Al met al leeft breed onder griffiers het gevoel dat er wezenlijk meer rendement is te halen uit een professioneel ingerichte fractieondersteuning. Hierbij hebben zij echter te maken met zowel terughoudendheid van volksvertegenwoordigers om ‘geld aan zichzelf te besteden’ als met een weinig doelgerichte aanwending van de beschikbare gelden door afzonderlijke fracties. Tabel 11. Verhouding begrote en bestede bedragen fractieondersteuning (100% = begroot bedrag fractieondersteuning)

2018

2019

2020

2021

Waterschappen

87

43

46

39

Provincies

103

90

100

99

Gemeenten

68

72

71

70

Meer dan 100.000 inwoners

90

89

88

99

50.000 – 100.000 inwoners

68

72

68

63

30.000 – 50.000 inwoners

59

68

65

62

Minder dan 30.000 inwoners

67

69

71

73

In sommige gesprekken is ter sprake gekomen dat er fracties zijn die de beschikbare budgetten niet altijd conform de daaraan gestelde regels en voorschriften besteden, of de besteding niet goed verantwoorden. Ook dat draagt er aan bij dat betrokken griffiers, of de volksvertegenwoordigers zelf, terughoudend omgaan met de fractievergoeding en niet gauw bereid zijn te pleiten voor uitbereiding.

5.

De informatievoorziening

Een goede informatievoorziening ten behoeve van de volksvertegenwoordiging vormt een essentiële voorwaarde voor goede kaderstelling en controle. Vanuit die optiek is een betrekkelijk groot aantal vragen gesteld over manieren en mogelijkheden waar volksvertegenwoordigers over beschikken om hun informatiepositie te versterken. Dat begon met vragen naar het verkrijgen van zogeheten ambtelijke bijstand. Hiermee wordt gedoeld op de mogelijkheid waar volksvertegenwoordigers een beroep op kunnen doen op intensieve en gerichte ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie. Deze mogelijkheid was al voorafgaand aan de dualisering in de Gemeente- en Provinciewet opgenomen en is ook daarna blijven bestaan. Op de vraag of er sprake is van een regeling voor ambtelijke bijstand kunnen gemeenten en provincies eigenlijk geen ander antwoord geven dan ‘ja, deze is vastgelegd in een verordening’. Immers, in de wet is ook genoemd dat er een verordening voor ambtelijke bijstand dient te worden opgesteld. Desalniettemin noemen zes gemeenten dat er geen sprake is van een verordening. Eén provincie stelt dat het verstrekken van ambtelijke bijstand louter op informele basis is geregeld. pagina 12/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Overigens is ‘ambtelijke bijstand’ geen wettelijke vastgelegde mogelijkheid bij de waterschappen. Dit zorgt ervoor dat ook nu de relevante vragen in de waterschappen sterk verschillend zijn geïnterpreteerd en de aantallen een afwijkend patroon hebben. Er kunnen daarmee geen generieke uitspraken over de waterschappen worden gedaan. Tabel 12. Gemiddeld aantal keren dat ambtelijke bijstand is verleend 2018 2019 2020

2021

2022

6

4

5

1,3

1,3

0,7

1,3

1

1

1

1

1

A. Meer dan 100.000 inwoners

2,3

3,0

3,0

3,8

2,0

B. 50.000 – 100.000 inwoners

0,8

0,8

0,8

1,0

1,0

C. 30.000 – 50.000 inwoners

0

0

0

0

1

D. Minder dan 30.000 inwoners

0,5

0,5

0,6

1,7

1,8

Waterschappen9

10

10

Provincies

0,7

Gemeenten

Veel invullers hebben in de aanvullende gesprekken genoemd dat er geen duidelijk onderscheid is aan te brengen tussen een begrip als ‘technische bijstand’ en ‘ambtelijke bijstand’. Er is hooguit sprake van een gradueel verschil. Technische bijstand betreft in aanvang de reactie op technische of onderhandse vragen. Maar het kan bij menige overheid eveneens betrekking hebben op advisering over de formulering van moties en amendementen.10 Er zijn geen vaste criteria om te bepalen wanneer intensieve vormen van ‘technische bijstand’ gelden als ‘ambtelijke bijstand’. Dat betekent dat er in de praktijk met grote regelmaat vanuit de ambtelijke organisatie, soms direct, soms via de griffie, informatie wordt verstrekt aan individuele volksvertegenwoordigers. Alleen wordt dit zelden bestempeld als ‘ambtelijke bijstand’. Dit leidt er toe dat het gros van de deelnemers heeft geantwoord dat op jaarbasis ‘0’ keer ambtelijke bijstand is verstrekt. Sommige griffiers benadrukken in dit verband dat de meer intensieve vormen van technische bijstand een groot beslag leggen op de capaciteit van zowel de ambtelijke organisatie als de griffie. Dit blijft nu verborgen achter het lage aantal meldingen van ambtelijke bijstand. Tevens is gevraagd om aan te geven hoe vaak er door volksvertegenwoordigers schriftelijke vragen zijn gesteld.

Het recht op het stellen van schriftelijke vragen is vastgelegd in de Gemeente- en Provinciewet. Dit leidt er toe dat in de praktijk het aantal schriftelijke vragen vaak wel wordt bijgehouden. Over het aantal mondelinge vragen is echter veel minder bekend. Veel overheden geven aan dat sommige volksvertegenwoordigers wel twintig vragen kunnen stellen over hetzelfde onderwerp, zodat ze ook niet zouden weten of ze dat als ‘1’of als ‘20’ vragen zouden moeten registreren. Bij verschillende overheden zijn afspraken gemaakt over het maximale aantal vragen dat elke volksvertegenwoordiger per vergadering mag stellen.

9

10

Voor de goede orde moet benadrukt worden dat er bij de waterschappen geen wettelijk vastgelegd recht bestaat op ambtelijke bijstand. Dat is in die vorm niet nodig, omdat er maar één – algemeen – bestuur is. Daarmee is eigenlijk ook niet te bepalen hoe vaak daarvan sprake zou zijn. In de verdiepende gesprekken is naar voren gekomen dat bij waterschappen eerder vormen van ondersteuning zijn meegeteld dan het geval zou zijn bij gemeenten of provincies. Daardoor liggen de gemiddelde aantallen bij de waterschappen wezenlijk hoger. Een tweede nuance is dat deze gemiddelde cijfers gebaseerd zijn op de opgave van slechts een beperkt aantal waterschappen. Bij verschillende overheden is genoemd dat hier soms intensief een beroep op wordt gedaan, hetgeen leidt tot een aanzienlijke belasting van zowel de griffie als de ambtelijke organisatie.

pagina 13/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Een overzicht van gestelde schriftelijke vragen is opgenomen in tabel 13. Als het gaat om mondelinge vragen, hebben betrekkelijk veel overheden aangegeven informatie daarover niet bij te houden. Als er al informatie bekend is, is in de praktijk de variatie in het gebruik van mondelinge vragen – en de wijze manier waarop dat geregistreerd wordt – dusdanig veelzijdig dat betekenisvolle vergelijkingen niet aan de orde zijn. Informatiebijeenkomsten en werkbezoeken zijn gangbare instrumenten voor volksvertegenwoordigers om geïnformeerd te worden over actuele thema’s. Deze instrumenten konden ten tijde van de beperkingen vanwege Corona maar weinig worden ingezet, hetgeen blijkt uit de vastgestelde trend. Bij sommige gemeenten vinden informatiebijeenkomsten standaard plaats voorafgaand aan een raads- of commissieavond (als eerste stap in een zogeheten BOB-model, waarin de eerste stap betrekking heeft op ‘beeldvorming’, of in de vorm van een ‘politieke markt’ of ‘raadsplein’). Dit leidt er toe dat deze gemeenten verhoudingsgewijs veel informatiebijeenkomsten kunnen melden. In de tabellen 14 en 15 zijn de aantallen informatiebijeenkomsten en werkbezoeken gespecificeerd. Van instrumenten als enquêtes of onderzoeken die door de volksvertegenwoordiging zelf kunnen worden georganiseerd, is in de praktijk zelden tot nooit sprake.

Sinds enkele jaren is er sprake van verschillende initiatieven om de Planning- en Control-cyclus ook als informatie-instrument ten behoeve van de volksvertegenwoordiging te benutten. Blijkens de beantwoording van de vraag hierover heeft dit in de praktijk enig rendement: 49% van de invullers bij gemeenten, 67% bij provincies en 100% bij waterschappen geven op de vraag in welke mate de P&Ccyclus bijdraagt aan de informatievoorziening ten behoeve van de volksvertegenwoordiging het antwoord ‘in sterke mate’. Er is tevens geïnformeerd naar het gebruik van en de tevredenheid over informatiesystemen ten behoeve van de volksvertegenwoordiging. Hoewel er een wezenlijk onderscheid zit tussen informatiesystemen en vergadersystemen worden deze systemen in de praktijk vaak door elkaar heen gebruikt. Uit de beantwoording blijkt dat ongeacht welk systeem bij een overheid werd gebruikt11, er sprake is van overwegende tevredenheid over functies als gebruikersvriendelijkheid en techniek. 12 Bij vragen over de zoek- en dossierfunctie zakt de tevredenheid wezenlijk terug. 13 Al met al kan worden vastgesteld dat de gangbare systemen voldoen als vergadersysteem, maar (nog) niet als informatiesysteem. In verschillende gesprekken is genoemd dat griffiers wel de bestaande mogelijkheden beter willen benutten, maar over onvoldoende kennis of tijd beschikken om dat te realiseren.

Sommigen zijn daarover in gesprek met de diverse leveranciers en zien vooruitgang op dat punt.

11

12

13

Dat betreft respectievelijk iBabs (in gebruik bij 53,7% van de deelnemende overheden), Notubiz (in gebruik bij 19,5%) Parlaeus (3,7%), Green Valley/Roxit Visma (1,2%), Gemeenteoplossingen (16%) en overige (0%). Bij de vraag naar gebruikersvriendelijkheid is 23% van alle overheden ‘heel tevreden’ en 56% ‘tevreden’. Bij de techniek zijn die percentages respectievelijk 10,9% en 63,4%. Bij de vraag naar de tevredenheid over de zoekfunctie is 4,8% van de overheden ‘heel tevreden’ en 28% tevreden. Bij de dossierfunctie zijn die percentages respectievelijk 1,2% en 25,6%.

pagina 14/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Tabel 13. Schriftelijke vragen 2018

2019

2020

2021

2022

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

max

Waterschappen

5

19

28

5

20

33

3

29

63

5

30

45

4

21

37

Provincies

7

97

153

27

90

119

68

123

169

69

112

150

52

78

92

Gemeenten

0

82

667

3

87

776

4

89

706

4

83

360

1

54

360

- Meer dan 100.000 inw.

118

255

667

162

311

776

105

306

706

92

201

317

53

123

194

- 50.000-100.000 inw.

0

95

229

52

112

221

35

123

219

36

120

214

22

75

148

- 30.000-50.000 inw.

5

58

350

8

62

350

12

68

360

4

73

360

3

44

360

- minder dan 30.000 inw.

1

49

313

3

42

251

4

40

224

5

52

293

1

40

288

Tabel 14. Informatiebijeenkomsten 2018

2019

2020

2021

2022

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

max

Waterschappen

5

7

11

3

4

5

5

8

11

4

8

15

3

7

10

Provincies

10

41

65

8

25

38

8

36

60

7

41

73

8

25

37

Gemeenten

0

20

160

2

25

160

1

21

160

1

24

160

0

16

120

- Meer dan 100.000 inw.

15

84

160

17

100

160

6

94

160

10

90

160

5

70

120

- 50.000-100.000 inw.

0

18

80

6

22

80

1

20

80

1

24

80

0

11

20

- 30.000-50.000 inw.

0

12

35

3

16

37

3

12

35

2

15

35

3

11

35

- minder dan 30.000 inw.

1

11

30

2

16

40

5

14

50

5

18

50

1

14

60

pagina 15/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Tabel 15. Werkbezoeken 2018

2019

2020

2021

2022

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

Max

Min

Gem

max

Waterschappen

0

1

2

0

2

4

0

1

1

0

1

3

0

2

4

Provincies

2

12

20

4

7

9

1

4

10

3

3

4

5

8

10

Gemeenten

0

5

26

0

6

52

0

4

21

0

3

21

0

4

32

- Meer dan 100.000 inw.

8

19

26

9

18

28

1

12

21

0

9

21

10

17

21

- 50.000-100.000 inw.

0

4

15

0

5

15

0

3

15

0

4

15

0

5

15

- 30.000-50.000 inw.

0

4

12

1

8

52

0

4

21

0

4

17

0

5

32

- minder dan 30.000 inw.

0

3

6

0

3

6

0

1

8

0

1

8

0

2

8

pagina 16/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

6.

Ter afsluiting

Uit de inventarisatie blijkt een paradox. De aandacht voor de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging neemt toe. Onder meer blijkt dat uit de door de tijd heen toenemende budgetten voor de griffie en de rekenkamer. Ook is er sprake van een meer gestructureerde en doelgerichte inzet van instrumenten zoals fractieondersteuning en de P&C-cyclus. Maar directbetrokkenen menen dat de toename van de ondersteuning achterblijft bij de sterk toegenomen eisen en verwachtingen ten aanzien van de volksvertegenwoordiging. Genoemd worden dat het politieke discours, de versnippering in de volksvertegenwoordiging en de rol van social media er alle toe leiden dat ‘de waan van de dag’ meer en meer aandacht opeist, zowel van de volksvertegenwoordigers zelf als van hun ondersteuning. De buitenwereld vraagt om meer aandacht, hetgeen onder meer leidt tot een toenemende behoefte aan communicatieondersteuning om de relatie tussen raad en samenleving te versterken, bijvoorbeeld met behulp van burgerparticipatie. In de praktijk komt deze communicatieondersteuning er structureel toch wat bekaaid vanaf. Ook de vraagstukken waar volksvertegenwoordigers voor staan (denk aan zaken als de decentralisaties in het sociaal domein, de Omgevingswet, informatiebeveiliging, WOO) zijn ingewikkelder geworden, hetgeen eveneens een wissel trekt op de ondersteuning.

In verschillende gemeenten en provincies herkennen griffie(r)s deze toenemende uitdagingen. Zij reageren daarop door te streven naar structurele professionalisering van de griffie, door meer (structureel) budget te vragen (en te krijgen), en door planmatig te sturen op in overleg met de volksvertegenwoordiging overeengekomen ambities. Ook worden meer proces- en inhoudelijke afspraken gemaakt met het college van B&W en de ambtelijke organisatie. Maar in de waan van de dag, die nu eenmaal eigen is aan de politiek, worden al deze goede voornemens geregeld doorkruist. Al met al is er nog een wereld te winnen.

pagina 17/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Bijlage A

Overzicht van deelnemende overheden

Waterschappen (6) Brabantse Delta Holland Noorderkwartier Limburg

Rivierenland Rijnland Stichtse Rijnlanden

Provincies (6) Flevoland Gelderland Noord-Holland

Overijssel Utrecht Zuid-Holland

Gemeenten (70) 100.000+-gemeenten (8) Breda Dordrecht Eindhoven Haarlemmermeer

Leeuwarden Rotterdam Utrecht Zaanstad

50.000-100.000 inwoners (14) Assen Capelle aan den IJssel Doetinchem Fryske Marren Gouda Heerlen Hengelo

Leidschendam-Voorburg Schiedam Sittard-Geleen Stichtse Vecht Westerkwartier Woerden Zeist

30.000 – 50.000 inwoners (22) Aalsmeer Barendrecht Berg en Dal Bernheze Bodegraven-Reeuwijk Echt-Susteren Huizen Kerkrade Lingewaard Medemblik Noardeast-Fryslân

Oude IJsselstreek Overbetuwe Papendrecht Schouwen-Duiveland Teylingen Tynaarlo Tytsjerksteradiel Valkenswaard Waddinxveen Wageningen Zuidplas

Minder dan 30.000 inwoners (26) Achtkarspelen Albrandswaard Ameland Baarn Beesel Bladel Culemborg Dantumadiel Druten Eersel Kaag en Braassem Koggenland Krimpen aan den IJssel

pagina 18/19

Oegstgeest Oirschot Opmeer Reusel-de Mierden Schiermonnikoog Steenbergen Terschelling Texel Vlieland Voorschoten Wassenaar Woensdrecht Zaltbommel

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

Bijlage B -

Relevante publicaties

Berenschot, Onderzoek naar knelpunten in Gemeentewet, Provinciewet en Wgr. Utrecht 2020 Peter, K. en P. Castenmiller, Om de controle door de Raad, Den Haag, 2019 Raad voor het Openbaar Bestuur, Goede ondersteuning, sterke democratie; over de ondersteuning van decentrale volksvertegenwoordigingen. Den Haag 2020 Bureau MB, Raadsgriffies anno 2022, De toekomstbestendige lijn! Zeeland, 2022.

pagina 19/19

15 december 2022

PBLQ – verdieping DoeMee2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12863647/1