Bijlage Transformatieplan
Tekst van het document
Opgroeien naar een kansrijke toekomst TRANSFORMATIEPLAN MVS JEUGDMODEL GEMEENTEN MAASSLUIS, VLAARDINGEN EN SCHIEDAM
Versie: september 2023 1
Vooraf Het MVS Jeugdmodel regelt ondersteuning dichtbij voor de jeugdigen en gezinnen in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, zo snel als mogelijk en zo breed als de vraag om hulp is. De basis daarvoor is het Koersdocument MVS jeugdmodel dat eind 2020 door de gemeenteraden vastgesteld en tot stand kwam met de input, kaders en visie van zeer veel personen en instanties die betrokken zijn bij het opgroeien van kinderen in onze gemeenten. Na jaren die in het teken hebben gestaan van de voorbereidingen om het MVS Jeugdmodel daadwerkelijk in de praktijk te brengen, zijn we het jaar 2023 gestart met de eerstvolgende grote stap voor de invulling ervan: één organisatie die de toegang en uitvoering van vrijwel alle ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen uitvoert. Het consortium Mevis is deze partij. Mevis speelt een belangrijke rol bij het realiseren van de opgaven die voortkomen uit het Koersdocument MVS Jeugdmodel. De gemeenschappelijke regeling Rogplus voert vanaf 2023 het contract- en informatiemanagement uit voor de jeugdhulp binnen onze gemeenten en vormt daarmee een belangrijke schakel in de sturing op het jeugdhulpstelsel. Zij toetsen op afspraken die contractueel aangegaan zijn met Mevis.
Wij vinden het van groot belang dat jeugdigen en gezinnen ook daadwerkelijk de verbetering van het nieuwe model zullen gaan ervaren; dit geldt voor zowel de inspanningen van Mevis als voor de inspanningen van onze andere partners, bijvoorbeeld de organisaties die in het voorliggend veld actief zijn. Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten zijn weliswaar belangrijke partijen om de kaders en de organisatie van de jeugdhulp in onze gemeenten te borgen, maar het succesvol realiseren van het MVS Jeugdmodel kunnen we alleen gezamenlijk met de kinderen en gezinnen om wie het gaat, met alle mensen uit de praktijk, die als geen ander weten waar het anders kan en wat er echt nodig is. Dichtbij, in de directe omgeving van het kind en het gezin. In dit document gaan we in op wat we gaan doen om de doelen uit het koersdocument te realiseren. Hierbij is voor velen een rol weggelegd; voor de jeugdigen en hun opvoeders zelf, voor partijen zoals Mevis, Rogplus, partners uit het onderwijsveld, het Centrum voor Jeugd & Gezin, het medisch domein, de voorschoolse instellingen, het welzijns- en vrijwilligersveld en partners uit de veiligheidsketen. Met de overgang van de jeugdhulp naar gemeenten in 2015 zijn al flinke stappen gezet in de transformatie. Denk aan de komst van de wijkteams, de gezinsspecialisten (nu de Jeugdprofessional op School) en de lokale jeugdhulp.
De MVS-gemeenten willen een stap verder gaan en alle ondersteuning en hulp aan jeugdigen en gezinnen zoveel mogelijk lokaal bieden, in de wijk waar dat kan en rond gezinnen. De jeugdprofessional krijgt daarbij het mandaat te doen wat nodig is en de zorg erbij te halen die nodig is. Dat vraagt ook van ons een andere manier van werken. Alle stakeholders dragen de verantwoordelijkheid om de jeugdige de ondersteuning te bieden die nodig is en kan dit ook niet alleen. We kiezen daarom voor het transformeren in netwerken, om onze kracht te bundelen in de verbetering van de zorg, naar meer aansluitende zorg rond het kind. Transformeren is een groeiproces dat tijd vraagt en meerdere jaren inzet van alle betrokken partijen vraagt; een proces van vallen en opstaan. Wij zullen gezamenlijk moeten ondervinden en leren wat wel werkt en wat niet. We organiseren met en voor elkaar inspiratiesessies, kennisbijeenkomsten en leer2
en verteltafels. 2023 is voor ons het jaar waarin we met elkaar de basis op orde brengen voor de transformatieslag die we de komende jaren met elkaar gaan maken. We zijn en blijven met elkaar in gesprek en leren met en van elkaar. We houden onze blikken gericht op de goede zorg en ondersteuning voor jeugdigen, maar vooral maken we het mogelijk om de goede dingen te kunnen doen voor onze jeugdigen. Dit document is dan ook een leidraad voor ons allen om onze doelen voor de ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen met elkaar te realiseren.
mw. C. Bronsveld-Snoep wethouder gemeente Maassluis
mw. J. Silos-Knaap wethouder gemeente Vlaardingen
3
dhr. D. Ergin wethouder gemeente Schiedam
Inhoudsopgave Vooraf
2
1 De bedoeling van het MVS Jeugdmodel
5
2 Hoe willen we samenwerken rond het MVS jeugdmodel?
8
2.1 2.2 2.3
Strategisch partnerschap Co-creatie Situationeel handelen
8 9 9
3 Wat gaan we doen? 3.1 3.2 3.3 3.4
10
Voorliggend veld versterken Netwerken Regisseren van een netwerk Lerend ontwikkelen
10 11 15 15
4 Communicatie en participatie
18
5 Monitoring, verantwoording en succesfactoren
19
Bijlage 1
Landelijke en autonome ontwikkelingen
4
20
1
De bedoeling van het MVS Jeugdmodel
Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp; de lichte preventieve hulp, de hulp en ondersteuning via de wijkteams en de specialistische hulp. Gemeenten waren al verantwoordelijk voor preventie in het voorliggende veld. Gemeenten hebben de opdracht, vanuit de Jeugdwet, om de ondersteuning voor jeugdigen dichtbij te organiseren met als doel kwalitatief goede en betaalbare zorg te bieden. Deze decentralisatie heeft vanaf 2015 geleid tot de komst van wijkteams, gezinsspecialisten en praktijkondersteuners Jeugd in de huisartsenpraktijk. In 2020 is de volgende stap gezet in de transformatie van de jeugdhulp. In dat jaar hebben de MVSgemeenten samen met professionals uit de praktijk het Koersdocument MVS Jeugdmodel1 ontwikkeld. Dit koersdocument richt zich op de twee onderdelen waarmee we de jeugdhulp willen transformeren. Ten eerste is de wijze van inkopen van jeugdhulp anders dan voorheen; er is sprake van de inkoop van integrale jeugdhulp en een transformatieopgave om te komen tot andere lichtere vormen van zorg, dicht bij de burger. Om deze transformatieopgave te kunnen realiseren is de looptijd van het contract is langer. Deze opgave vraagt ook om een andere werkwijze van alle stakeholders, inclusief de gemeenten, om te werken naar de leidende principes zoals we met elkaar opgesteld hebben.
Het daadwerkelijk transformeren van de hulp, waarmee we de kwaliteit van de hulp vergroten en willen voorkomen dat jeugdigen een beroep op jeugdhulp moeten doen. Waarbij de zorg dicht bij de jeugdige geboden wordt, zorg erbij gehaald wordt en niet overgedragen wordt. Zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig is. Dit transformatieplan Opgroeien naar een kansrijke toekomst beschrijft hoe wij het MVS Jeugdmodel met elkaar willen realiseren. Op basis van dit plan zal jaarlijks een transformatieagenda worden opgesteld In dit hoofdstuk gaan we in op de bedoeling van het MVS Jeugdmodel. Hiervoor grijpen we terug naar het Koersdocument MVS Jeugdmodel. De kernboodschap uit het koersdocument is: “Het MVS Jeugdmodel maken we samen met het kind en iedereen die voor een kind iets kan betekenen. We spreken dezelfde taal en streven naar hetzelfde doel voor het kind. We werken samen als een netwerk vanuit ieders toegevoegde waarde. We leren samen het beter te doen, creëren overzicht of we de goede dingen doen en voelen ons ervoor verantwoordelijk het systeem betaalbaar te houden. Vertrekpunt voor alles wat we doen is de vraag van het kind en het gezin.”
Dat betekent dat we nog meer willen werken vanuit het “één kind, één gezin, één plan, één regisseur”principe. Eén (casus)regisseur is verantwoordelijk voor het ondersteuningsplan van het kind. Deze krijgt het mandaat alle ondersteuning in te zetten die nodig is, zo’n licht als mogelijk en zo zwaar als nodig is. We halen er zorg bij en dragen niet over, of in ieder geval zo min mogelijk. We maken meer dan voorheen gebruik van het netwerk rond het kind en in de buurt. Dat betekent dat het kind/het gezin ook een netwerk ervaart van samenwerkende partijen die doen wat nodig is. 1
Het koersdocument is eind 2020 door de gemeenteraden van Vlaardingen, Schiedam en Maassluis vastgesteld
5
Met alle betrokkenen zijn leidende principes opgesteld die handvatten bieden voor ons handelen.
Leidende principes 1) We gunnen elk kind een goede start en toekomst, gewoon opvoeden is daarbij uitgangspunt. 2) We gaan uit van het gezin in het dagelijks leven, we werken aan een gezamenlijk doel om te komen tot duurzame oplossingen. 3) De inhoud is leidend, niet het systeem: Mensen zijn belangijker dan regels, we bieden maatwerk Ruimte voor professionals en vertrouwen in professionele afwegingen Zorg en begeleiding tijdig, passend en dichtbij Transparante en eenvoudige verantwoording 4) We praten met kinderen, jongeren en opvoeders/voogden en bepalen samen wat passend en nodig is. 5) We laten kinderen en jongeren niet los totdat een ander ze vastheeft. 6) De veiligheid van het kind en de jongere is altijd de ondergrens.
De uitwerking van het MVS Jeugdmodel is een gezamenlijk proces van leren en creëren van partners en ouders, jongeren, ervaringsdeskundigen en de gemeenten. Het is een veranderopgave die het gehele domein van jeugd raakt. Het gaat om veranderingen van bestaande structuren en culturen. Van een organisatiegerichte naar een netwerkgerichte aanpak. Dit vraagt om de bereidheid en het vermogen van alle lagen binnen het domein om samen te leren en te creëren. Hoofdstuk 2 gaat hier nader op in. In onze transformatiestrategie staan de volgende acht lijnen centraal: De kracht van de mensen achter het MVS Jeugdmodel Essentieel in jeugdhulp is de vertrouwensrelatie tussen het kind, het gezin en de (informele) hulpverlener. We praten met de ouders en jeugdigen en niet over de jeugdige. Er is meer aandacht voor professionals en vrijwilligers en minder nadruk op organisaties. We maken zoveel mogelijk gebruik van het netwerk rond het gezin. Daarnaast hebben professionals de ruimte om met elkaar netwerken te smeden in en rondom jeugdigen en hun gezinnen en de tijd om dit met elkaar te leren. Leidende principes De eerder weergegeven leidende principes (zie kader) verwoorden onze gezamenlijke visie en zijn het vertrekpunt voor het werken vanuit een gezamenlijke taal en werkwijze.
Gezamenlijke doelen De doelencirkel beschrijft vooral de ontwikkelrichting die we voor ieder kind essentieel vinden. Wat realistische doelen zijn wordt per individu bezien. Er is geen absolute norm, het is geen doel op zich. De doelen zijn vooral positief geformuleerd. Ze gaan niet over aandoeningen, gebreken of tekortkomingen maar over het potentieel van elk van onze kinderen. Situationeel en netwerkgericht handelen
6
Elke professional werkt netwerkgericht en handelt situationeel (zie ook de toelichting in hoofdstuk 2). We willen de professionals in de juiste positie brengen om gezamenlijk te doen wat nodig is voor onze kinderen, jongeren en hun opvoeders. Dialoog als communicatieprincipe We dagen uit om te bezien wat het beste is voor onze kinderen en daarover met elkaar een open dialoog te voeren, juist als we vanuit andere perspectieven naar de wereld kijken. Dit is niet alleen een dialoog tussen ouders, betrokkenen en professionals, maar ook een maatschappelijk debat over wanneer en waarom we wel of niet jeugdhulp willen inzetten. In de hervormingsagenda jeugd is vastgesteld dat het Rijk ook initiatief gaat nemen om dit maatschappelijke debat te initiëren, waar mogelijk en wenselijk sluiten wij ons daarbij aan. Sturing op de randvoorwaarden voor het MVS Jeugdmodel De MVS-gemeenten creëren de randvoorwaarden om integraal, systeemgericht en situationeel te kunnen handelen. Om deze reden is gekozen voor een andere inkoopvorm met een integrale opdracht en een meerjarige looptijd. Daarnaast organiseren we ons op een andere manier en willen we samen met onze partners leren op een niet-bureaucratische wijze. Leiderschap en boegbeeldfunctie Transformeren is ook een leiderschapsvraag.
Onze professionals moeten kunnen rekenen op de steun en een consistente aansturing van hun managers en bestuurders om de andere manier van werken te mogen ontwikkelen en daarin te mogen leren. Van iedere professional vraagt het om persoonlijk leiderschap. Samenwerking De MVS-gemeenten onderschrijven het belang van regionale samenwerking in de jeugdhulp, ook als het gaat om landelijke ontwikkelingen. De MVS-gemeenten maken onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) voor de onderdelen Veilig Thuis, jeugdbescherming en -reclassering, de landelijke transitie-arrangementen en de schaarse JeugdhulpPlus-zorg. Binnen deze gemeenschappelijke regeling en op basis van data en monitoring willen MVS en de 10 overige gemeenten van elkaar leren.
7
2
Hoe willen we samenwerken rond het MVS jeugdmodel?
Bij het opstellen van het Koersdocument is samengewerkt met alle partijen die betrokken zijn bij het veilig en gezond opgroeien van onze jeugdigen. Nu we stappen gaan zetten in de uitvoering van het koersdocument, is het van groot belang dat we kritisch kijken naar de manier waarop we met elkaar willen samenwerken. De gemeenten zullen daarbij kritisch naar zichzelf moeten kijken wat nodig is om hun rol in dit proces zo goed mogelijk te vervullen. Al enige jaren zien we een omslag van een sturende overheid naar een samenwerkende overheid die eerder en sneller wil kunnen reageren op een veranderende samenleving. Deze kanteling is noodzakelijk om tijdig in te kunnen spelen op wat leeft in de samenleving en op wat nodig is voor bepaalde inwoners. Die omslag vraagt een verandering van rollen en werkwijzen van gemeenten, college, raad en de ambtelijke organisatie, maar vraagt ook een omslag van organisaties en professionals daarbuiten. Partijen zullen continu met elkaar in dialoog zijn om tijdig te kunnen anticiperen op een veranderende vraag van de samenleving. Samenwerking is hierbij essentieel. De lokale overheid doet als overleg- en samenwerkingspartner actief mee in netwerken en faciliteert het eigen initiatief van professionals en inwoners. Het perspectief van de gemeenten verschuift in de richting van de samenleving en is meer gericht op de uitvoering.
De netwerkgerichte benadering en het in partnerschap aanpakken van complexe maatschappelijke vraagstukken past binnen de veranderende rol van de overheid. De gemeente vervult hierin meerdere rollen: een regierol, een samenwerkingspartner in de netwerkorganisatie en op onderdelen uitvoerder van bepaalde taken.
2.1
Strategisch partnerschap
Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten staan samen met verschillende andere partners rondom jeugdigen en opvoeders voor een gezamenlijke maatschappelijke opgave. Gezamenlijk werken we aan de verwezenlijking van de transformatiedoelen, ieder vanuit de eigen rol en middels strategisch partnerschap dat zich onder meer kenmerkt door een continue dialoog. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor kwalitatief goede, integrale en betaalbare jeugdhulp. Mevis is verantwoordelijk voor de inhoud van de zorg en ondersteuning en de ontwikkeling daarvan. Rogplus ziet namens de MVS-gemeenten vanuit het contractmanagement toe op de uitvoering van de integrale opdracht en de kwaliteit van de jeugdhulp en verzorgt de informatievoorziening hieromtrent. De MVS-gemeenten hebben het “wat” geformuleerd in de opdracht aan Mevis, Mevis gaat over het “hoe” (hoe de opdracht uit te voeren). Sinds 1 januari 2023 voert Mevis de integrale jeugdhulpopdracht uit in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Het koersdocument vormt de basis voor de opdracht van Mevis en bevat de volgende elementen:
Het vormgeven van het Jeugd- en Gezinsteam binnen het wijkteam, voor mensen van 0-18 jaar. Dit team gaat zelf vaker hulp verlenen in plaats van door te verwijzen en draagt zorg voor alle vormen van specialistische jeugdhulp. Het Jeugd- en Gezinsteam sluit aan op het Volwassenteam van de wijkteams. Er wordt intensief samengewerkt met collega’s die zich in de wijkteams bezighouden met 18+ zorg, hierop wordt integraal regie gevoerd. In Schiedam en Maassluis coördineren de gemeente de wijkteams en in Vlaardingen is dit Mevis. 8
Het vormen van een plusteam. Vanuit dit plusteam kan direct specialistische expertise worden ingezet. Een praktijkondersteuner Jeugd (POH-J) in elke huisartsenpraktijk. Deze biedt laagdrempelige ondersteuning binnen de huisartsenpraktijk , zodat niet elke hulpvraag uitmondt in een doorverwijzing naar specialistische hulp. Als er wel specialistische hulp nodig is, dan wordt er gezorgd voor een gerichtere doorverwijzing omdat er een intensievere triage plaats kan vinden.De praktijkondersteuner Jeugd is onderdeel van het wijkteam.
Mevis speelt een belangrijke rol bij het realiseren van het MVS Jeugdmodel, maar is zeker niet de enige speler. De samenwerking in de netwerken is van groot belang om de bouwstenen verder en beter vorm te kunnen geven.
2.2
Co-creatie
Het MVS Jeugdmodel vraagt om gezamenlijk creëren en de bereidheid van alle betrokkenen om netwerkgericht te werken. We dagen onszelf en de ander uit om te bezien wat het beste is voor onze kinderen en daarover met elkaar een open dialoog te voeren, juist als we vanuit andere perspectieven naar de wereld kijken. Een GGZ-psycholoog kijkt bijvoorbeeld anders naar kinderen dan een ouder, leerkracht, pastor, sportcoach of politieagent. Elk van de perspectieven is van waarde. Met elkaar bepalen we wat voor elke jeugdige in een specifieke situatie het beste is, wat dat betekent voor de aard en inhoud van het beroep dat inwoners op de gemeente, jeugdhulp en anderen kunnen doen en wat zij daarin zelf kunnen betekenen. Dit kan alleen als we vertrouwen hebben in elkaars expertise en oordeel. Dit is niet alleen een dialoog tussen professionals, maar ook een maatschappelijk debat over wanneer en waarom we wel of niet jeugdhulp willen inzetten. Dit debat gaat ook op landelijk niveau plaatsvinden. Om de ondersteuning aan jeugdigen te verbeteren stellen we verbeterplannen op samen met het netwerk om de jeugdigen en gezinnen heen.
2.3
Situationeel handelen
Transformeren is mensenwerk en de mensen achter het model maken het verschil. Het is belangrijk dat we de juiste zorg op de juiste plaats kunnen bieden. Situationeel handelen betekent dat professionals zich kunnen focussen op wat een jeugdige en diens gezin nodig heeft, in plaats van dat ze zich moeten laten leiden door ketens en protocollen. Dat vraagt ook ruimte voor de professional om zelf de gewenste zorg te bieden en er zo nodig zorg bij te halen (dus niet over te dragen of door te verwijzen). We bieden zoveel mogelijk ondersteuning op de plekken waar het kind of het gezin de vraag stelt, zoals op school, in de huisartsenpraktijk of het Centrum voor Jeugd en Gezin. Omdat de ondersteuningsbehoefte en de context waarbinnen kinderen opgroeien verschillen, kunnen de netwerken er in elke situatie anders uitzien en dat vergt maatwerk.
9
3
Wat gaan we doen?
Aan de transformatiedoelen wordt op verschillende niveaus door meerdere partijen gewerkt: door opvoeders en het sociale netwerk van een jeugdige en diens gezin, door buurtgenoten, op school of de sportvereniging, door de huisarts of kinderarts, door de verpleegkundige van het Centrum voor Jeugd en Gezin, door professionals uit de gespecialiseerde zorg, door vrijwilligers, door mantelzorgers enzovoort. Vanuit de wijkteams van Mevis wordt hulp verleend en casusregie gevoerd. De bedoeling is dat deze ondersteuning laagdrempeliger, meer integraal en doelgerichter is dan voorheen. Professionals krijgen meer ruimte om te doen wat zij nodig achten. Bovendien wordt binnen het MVS Jeugdmodel de verbinding versterkt met onder meer het onderwijs en de medische sector. Juli 2023 start een pilot met een Plusteam in Vlaardingen met het streven plusteams te organiseren voor alle drie de MVSgemeenten. Het Plusteam levert expertise in advisering en ondersteuning aan de wijkteams. In voorliggend transformatieplan Opgroeien naar een kansrijke toekomst beschrijven we de activiteiten die vanuit de MVS-gemeenten worden verricht. Beide plannen verschijnen tegelijk en zijn complementair aan elkaar. Ook op de verantwoordingsmomenten wordt tegelijk gerapporteerd, omdat de stappen die vanuit iedere geleding worden gezet van invloed zijn op elkaar.
Basis voor de activiteiten die vanuit de MVS-gemeenten plaatsvinden in 2023 vormt het Koersdocument MVS Jeugdmodel waarvan de hoofdlijnen in het eerste hoofdstuk zijn beschreven.
3.1
Voorliggend veld versterken
De scope van het MVS Jeugdmodel is breder dan de (specialistische) jeugdhulp en de wijkteams. In de netwerken komt nu nadrukkelijk naar voren dat om onze doelen te behalen, we de kansen in het voorliggend veld moeten zien en dus niet uitsluitend binnen de (specialistische) jeugdhulp. Bij het zo dichtbij mogelijk ondersteuning en zorg bieden, zo licht als kan en zo zwaar als nodig is, is een goed georganiseerd, vraaggericht voorliggend veld van groot belang: in de wijk, op school, bij de huisarts en rond het gezin. Onder het voorliggend veld verstaan we het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een wijk of gemeente. Het gaat dus om alle voorzieningen voor (hulp)vragen waarvoor geen indicatie nodig is, zoals het jongerenwerk, het Centrum voor Jeugd en Gezin, opbouwwerk en diverse vormen van vrijwilligersinitiatieven. Vanaf dit jaar zetten we samen met onze partners stappen om het voorliggend veld verder te versterken, zodat het aanbod in dit veld goed aansluit op de behoefte van de doelgroep. Het doel is dat inwoners eerder zelf steun kunnen vinden in de buurt, elkaar kunnen ondersteunen of eerder informatie vinden die hen op weg helpt. Voor jeugd willen we met name dat ouders vroegtijdig ondersteuning vinden met een mentor of ondersteuner in de eigen omgeving en dat ze tijdig de juiste informatie ontvangen.
Daarvoor willen we netwerken in de wijk rond de gezinnen die tijdig (AVGproof) informatie met elkaar delen en waarin aandacht is voor de thuissituatie, zodat sneller en eerder ondersteuning ingezet kan worden. Het versterken van de sociale infrastructuur van de wijken draagt bij aan de normalisering die we graag willen bereiken. Een passend subsidiekader is hiervoor een randvoorwaarde. Als kinderen en gezinnen zich gesteund weten door personen rond het gezin en het netwerk in de wijk, is specialistische hulp minder, korter of wellicht helemaal niet noodzakelijk. Mevis heeft hier een belangrijke rol als het gaat om de verbinding met de sociale basis en het bieden van preventieve ondersteuning. De MVS-gemeenten richten zich op wat in 2023 al gerealiseerd kan worden, het zogeheten ‘laaghangend fruit’. Voor 2024 en verder bekijken we per gemeente op welke 10
wijze we subsidies effectiever in kunnen zetten.
3.2
Netwerken
De komende jaren worden verschillende opgaven samen met partners via een netwerkgerichte benadering uitgewerkt. Hiertoe zijn de werkgroepen die tot 2022 actief waren binnen het programma omgevormd naar netwerken. Ieder netwerk heeft een eigen netwerkregisseur. Op dit moment zijn vijf netwerken actief, te weten:
Voor de nieuwe fase die we zijn ingegaan, is voor ieder netwerk eind 2022 een concept plan van aanpak opgesteld, waarin het proces en de doelen zijn vastgelegd. De conceptplannen worden nog doorontwikkeld en herzien, de netwerken moeten eerst de ruimte krijgen zich goed ‘te zetten’, waarna in gezamenlijkheid een definitief plan van aanpak kan worden opgesteld dat door een ieder gedragen wordt en waar alle deelnemers zich verantwoordelijk voor voelen. De plannen van de vijf netwerken zullen de gezamenlijke doelen van betrokken stakeholders op de korte en lange termijn bevatten om de transformatie te realiseren. Deze doelen staan vast, maar kunnen door voortschrijdend inzicht met instemming van betrokken stakeholders aangepast of aangescherpt worden. De doelen en kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) die hieronder zijn opgenomen geven een voorlopige richting aan de inspanningen binnen de netwerken en vormen de basis voor de inrichting van de verantwoording voor onze inspanningen. In het vierde kwartaal 2023 worden de doelen en KPI’s zo nodig herijkt. Ook qua vorm zijn de netwerken niet in beton gegoten. Werkende weg kan voortschrijdend inzicht leiden tot de keuze voor een andere vorm of aanpak om onze doelen te bereiken. Dit hoort bij de flexibiliteit en ruimte die gewenst is om te kunnen transformeren.
Na twee plenaire stakeholdersbijeenkomsten in oktober 2022 is een ‘doorstart’ gemaakt met de netwerken en ook in 2023 komen de netwerkpartners geregeld bijeen om samen onderdelen van het MVS Jeugdmodel uit te werken, te bespreken en/of te implementeren. We ervaren grote betrokkenheid en een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid tijdens de netwerkbijeenkomsten. Dit vergroot het vertrouwen dat we de opdracht samen gaan klaren! Ook in het najaar 2023 vinden weer stakeholdersbijeenkomsten plaats.
11
De werkgroepen/netwerken in de vorige fase nog uit een beperkt aantal (vooral MVS-) deelnemers bestonden, is het aantal externe deelnemers nu uitgebreid. In 2023 zullen we ook de inbreng van ervaringsdeskundigheid in de netwerken borgen. Daar waar van toepassing zullen de doelgroep (jeugdigen en opvoeders) en uitvoerende professionals zoals wijkteamleden, jongerenwerkers en vrijwilligers gaan participeren in de netwerken en/of bij de verdere uitwerking van subopgaven van de netwerken betrokken worden. Ieder netwerk werkt aan de hieronder omschreven doelen. Deze zijn in de tabel hieronder met de daarbij behorende KPI’s weergegeven.
1. Opgroeien in de buurt
Dit netwerk richt zich op het versterken van het netwerk rond het kind/het gezin en het voorliggend veld
BEDOELING
DOELEN
Ondersteuning in de gezinssituatie, het onderwijs
-Voorkomen of vroegtijdig formuleren van hulpvragen
en derde leefmilieu bevat zo min mogelijk
-Vroegsignalering
hulpinterventies en een minimum aan
-Integraliteit dienstverlening/benadering neemt toe
doorverwijzingen. Geen versnippering.
-Er wordt meer één aanpak/één plan gehanteerd
Ruimte voor eigen initiatief inwoners
-Samenredzaamheid en eigen kracht worden versterkt -Hulpvraag wordt voorkomen -Passend, vraaggericht aanbod
Indien nodig ieder kind een eigen
-Kind wordt beter ondersteund
vertrouwenspersoon
-Problemen worden voorkomen of eerder gesignaleerd beroep op hulp neemt af -Hulp wordt vroegtijdig ingezet
Meer aandacht voor thuissituatie en problematiek
-Integraliteit dienstverlening/benadering neemt toe (alle
van ouders/ opvoeders
leefgebieden komen zo nodig aan bod) -Duurzaamheid van de aanpak wordt vergroot -Hulpvraag wordt voorkomen -Problemen worden voorkomen of eerder gesignaleerd beroep op hulp neemt af
Vertaling van bovenstaande in toekomstige
-Effectiviteit inzet wordt vergroot
(subsidie)contracten
-Betere sturing op de doelen van het MVS Jeugdmodel -Integraliteit dienstverlening/benadering neemt toe
Wat gaan we meten (KPI’s)? - Een toename van het aantal casussen dat afgeschaald wordt naar het voorveld; - Een afname van het aantal casussen dat opgeschaald wordt naar een jeugdhulpaanbieder vanuit het voorveld; - Een toename van het aantal vrijwilligersorganisaties dat deelneemt aan trainingen die handvatten bieden om knelpunten bij het opgroeien/opvoeden te signaleren, te bespreken en zo nodig naar professionele hulp door te geleiden.
2. Opgroeien door spelen en leren
BEDOELING
Dit netwerk richt zich op de samenwerking met het onderwijs, de voor- en vroegschoolse educatie en kinderdagverblijven DOELEN 12
Alle kinderen kunnen passend meedoen aan de
-Aantal thuiszitters (brede definitie) en voortijdig
maatschappij. Jeugdigen groeien mede op binnen
schoolverlaters gaat omlaag
het onderwijs en de kinderopvang. Daar is sprake
-Doelgroep 0-4 jaar eerder in beeld om
van een passende en pedagogische
ontwikkelachterstanden of problemen eerder te
ondersteuningsstructuur en -klimaat
signaleren en/of vroege uitval richting onderwijs te voorkomen. Zowel vanuit PO als netwerk 0-4 wordt dit als een toenemend zorgsignaal/knelpunt genoemd. Dit moet uiteraard verder verkend worden om invloed hierop nader te definiëren. Vanuit de kinder- en peuteropvang worden bijv. wel mogelijkheden gezien. -Betere ondersteunings- en signaleringsstructuur ontwikkelen voor de kinderopvang en voorschoolse voorzieningen. Mogelijkheden voor een (aansluiting met) JOS worden hierin onderzocht - De huidige ondersteuningsroutes, metrolijnen en verzuimkaarten, die beschrijven wie, wat, wanneer, doet voor leerlingen die extra steun nodig hebben, worden geactualiseerd naar de huidige situatie.
Als er signalen zijn vanuit het onderwijs en de
-Aansluiting interne leerlingenzorg en wijkteams
kinderopvang dat kinderen in kwetsbaarheid
verbetert
opgroeien worden deze signalen vroegtijdig en op
-Problemen worden voorkomen en/of eerder
maat opgepakt.
gesignaleerd beroep op (hoog) specialistische
Het onderwijs maakt meer gebruik van preventie.
jeugdhulp neemt af en/of is van kortere duur
Er wordt niet losgelaten tot een ander een jeugdige
-De samenwerking tussen de professionals neemt toe
vastheeft.
-Onderwijsprofessionals zijn minder handelingsverlegen -Er is passend preventief aanbod en men weet elkaar te vinden -Jeugdigen ontvangen tijdig passende ondersteuning/zorg.
In het geval van meervoudige of zwaardere
-Problemen worden voorkomen of eerder gesignaleerd
problematiek komen betrokken partijen tot
beroep op jeugdhulp neemt af of de afstemming voor de
passende zorgarrangementen en integrale
juiste jeugdhulp neemt toe
onderwijszorgplannen. Ook ontschotten we om
-Meldcode is bekend en wordt toegepast
passende zorg en ondersteuning te bieden voor de
-De integraliteit van de ondersteuning verbetert (middels
jeugdige. Daarin functioneren we als
passende zorgarrangementen en onderwijszorgplannen)
gelijkwaardige partners en zien we elkaar als
- Het Niet Opgeven Team (NOT) bespreekt de meest
collega’s. We benutten elkaars expertise.
complexe zaken voor de tijdige inzet van passend onderwijs en zorg.
Wat gaan we meten (KPI’s)? -aantal thuiszitters (brede definitie) gaat omlaag -aantal voortijdig schoolverlaters gaat omlaag -aansluiting interne leerlingenzorg en wijkteams verbetert -aantal onderwijszorgarrangementen neemt (indien nodig) toe -er wordt meer met integrale onderwijszorgplannen gewerkt
3. Opgroeien in gezondheid
Dit netwerk richt zich op de samenwerking met huis-, jeugd- en kinderartsen en de GGZ-zorg 13
BEDOELING
DOELEN
Onnodige doorverwijzingen naar specialistische
-Beroep op specialistische zorg neemt af
zorg worden voorkomen
-De directe doorverwijzing door huisartsen neemt af -De juiste hulp wordt sneller ingezet -Integraliteit dienstverlening/benadering neemt toe -De bereidheid van huisartsen voor integrale dienstverlening/samenwerking neemt toe
Ondersteuningsvragen van ouders en jeugdigen in
-
de praktijken van jeugd- en huisartsen kan integraal geboden worden.
De POH-GGZ Jeugd werkt nauw samen of is goed aangesloten op het wijkteam 0-100.
-
Een Jeugdprofessional in de Huisartsenpraktijk is onderdeel van het wijkteam 0-100.
-
Er zijn goede samenwerkingsafspraken met huisartsen, CJG en het onderwijs.
-
Er wordt gebruik gemaakt van het coördinatieteam en Plusteam van Mevis.
Wat gaan we meten (KPI’s)? - Het aantal wachtenden op GGZ daalt. - De kosten/aantal verwijzingen voor de s-GGZ via de huisarts dalen. - Het aantal integrale zorgvragen aan het wijkteam vanuit de praktijken neemt toe. - CJG, onderwijs, POH-GGZ Jeugd, Mevis, Minters en huisartsen hebben kennis van elkaars deskundigheid en wat zij elkaar te bieden hebben bij de ondersteuning van ouders en jeugdigen.
4. Opgroeien in veiligheid
Dit netwerk richt zich op de veiligheid rond de jeugdige en het gezin
BEDOELING
DOELEN
Veiligheid wordt meer aan de voorkant
-Situaties van onveiligheid binnen gezinnen worden vroeg
verwezenlijkt
gesignaleerd -Meer casussen rond veiligheid worden in het vrijwillige kader opgelost, waardoor dwangmaatregelen worden voorkomen -Het vrijwillige kader creëert meer opties om dwangmaatregelen af te schalen -Aantal trajecten dat vanuit een crisis start neemt af
Wat gaan we meten (KPI’s)? -Een toename van het aantal vrijwilligersorganisaties dat deelneemt aan trainingen die handvatten bieden om onveilige situaties voor kinderen vroeg te signaleren -MVS laat een dalende trend zien ten opzichte van vergelijkbare gemeenten binnen de regio RotterdamRijnmond op:
Aantal ingezette OTS-en door GI’s
Aantal ingezette Voogdij-producten GI’s voortkomend uit (langlopende) OTS
Het aantal ‘Verzoeken tot onderzoek’ bij de RvdK
Het aantal VTO’s dat RvdK niet doorzet naar de Kinderrechter vanwege onvoldoende benutten voorliggende voorzieningen
Het aantal kinderen met residentiële plaatsingen
Aantal meldingen bij VTRR
Aantal onderzoeken bij VTRR
14
Aantal jeugdreclasseringsmaatregelen
-Aantal casussen waar 1 of meer teamtafels GI2’s met Mevis zijn gehouden -Het aantal crisisinterventies bij CIT, uitgesplitst in a) nieuwe cases, b) cases onder regie van Mevis en c) cases onder regie van GI’s
5. Opgroeien naar volwassenheid
Dit netwerk richt zich op de verbetering van de overgang van zorg van 18- naar 18+
BEDOELING
DOELEN
Jongeren vallen niet tussen wal en schip wanneer
Aantal jeugdigen dat gebruik moet maken van de
zij de 18-jarige leeftijd bereiken.
verlengde jeugdzorg, doordat de doorstroom naar andere vormen van dienstverlening en of voorzieningen stagneert, neemt af
Wat gaan we meten (KPI’s)? -Het aantal verlengde jeugdhulptrajecten neemt af -Er wordt tijdig contact opgenomen met instanties die zorg voor volwassenen toewijzen en/of leveren
3.3
Regisseren van een netwerk
De gemeenten hebben bewust gekozen voor een netwerkgerichte benadering voor de implementatie van het MVS Jeugdmodel. We willen stakeholders de gelegenheid geven om met eigen initiatieven te komen voor de verbetering van de jeugdhulp. Alle betrokken partners kunnen en nemen eigenaarschap over een onderwerp. Daar waar nodig en/of mogelijk sluiten we als gemeente aan bij bestaande netwerken en faciliteren het vormen van nieuwe netwerken. Netwerken kunnen bestaan uit overleggen met niet-professionals, semi-professionals en professionals. Bij netwerkgericht werken speelt de netwerkregisseur een belangrijke rol. Netwerkgericht werken is relatief nieuw binnen onze gemeenten. Om ons verder te bekwamen in deze benadering en het proces van de netwerken goed te faciliteren, wordt begin 2023 een professionaliseringstraject gestart in samenwerking met de Bestuursacademie Erasmus Universiteit. Daarnaast worden de netwerkregisseurs getraind in communicatiebewustzijn en -vaardigheden die passen bij een transformatieproces.
3.4
Lerend ontwikkelen
Transformeren is een groeiproces; een iteratief proces wat inhoudt dat we stapje voor stapje bij onze doelen komen en daarbij telkens gebruik maken voor de gezamenlijke ervaringen en voortschrijdende inzichten. Met de transformatie van de jeugdhulp willen we de aanpak binnen het jeugddomein vernieuwen. Daarmee willen we het aanbod voor jeugdigen en opvoeders effectiever en efficiënter maken. De gewenste verandering is onderdeel van een ontwikkelproces dat gezamenlijk vorm wordt gegeven. Leren is een essentieel onderdeel van dit proces. Leren gaat niet vanzelf; hiervoor moet een infrastructuur worden ingericht. De MVS-gemeenten faciliteren en instrumenteren het gezamenlijk leren. Transformeren vraagt ook om continu samen te willen leren en verbeteren. De regierol hiervoor ligt bij de MVS-gemeenten als primair verantwoordelijke voor het MVS Jeugdmodel. Wij zorgen voor een leer-infrastructuur om continu te kunnen leren. 2
GI = Gecertificeerd Instelling
15
We zien drie niveaus van leren: Niveau 1: leren op het niveau van het stelsel - overlegtafels tussen professionals (op wijkniveau en gemeentelijk); - maatwerktafels voor maatwerk/doorbraken/innovaties op niveau van casuïstiek; - idem op het niveau van samenwerking met andere domeinen (gemeente, onderwijs, werk, wonen). Niveau 2: Leren op het niveau van de transformatie van de interne organisatie Het gaat hierbij om het gezamenlijk binnen de gemeenten leren op de nieuwe rol, de andere wijze van sturen en samenwerking binnen en tussen gemeenten en met andere partijen. De andere verhoudingen tussen college, gemeenteraad, ambtelijk organisatie en “buitenwereld”. De jeugdhulp is ondergebracht bij twee uitvoerende partijen met verantwoordelijkheden voor de (toegang tot) jeugdhulp, Rogplus en Mevis. Dit vraagt om een andere wijze van samenwerken en sturen. En vraagt om het gezamenlijk werken aan de competenties die hierbij nodig zijn op organisatieniveau en op het niveau van de individuen. Niveau 3: Andere werkwijzen en taal Daarnaast is het van belang om alle professionals (los van expertise) te trainen op het gebruik van de kernbegrippen opdat we het gesprek vanuit een gemeenschappelijk referentiekader kunnen voeren. Werken vanuit een netwerk en anders sturen vraagt om anders werken, dat vraagt om training. En dus ook om een leerplan per organisatie.
Dit is onderdeel van het co-creatieproces en de planvorming daaromtrent. Om onze lange termijndoelen te bereiken is het belangrijk om enerzijds continu onze stip op de horizon voor ogen te hebben en hier consistent aan te werken en tegelijk flexibiliteit en wendbaarheid in het proces aan te brengen om te anticiperen op wat zich voordoet en om optimaal resultaat te behalen. Het MVS Jeugdmodel zal geleidelijk - met vallen en opstaan - verder vorm krijgen. Het is belangrijk dat het continu leren en verbeteren goed geborgd wordt in het proces. En dat doen we op verschillende manieren en op verschillende niveaus; in de uitvoering, binnen de netwerken, op beleidsniveau en op bestuurlijk niveau. Lerend ontwikkelen doen we samen en is een voorwaarde voor het welslagen van het MVS Jeugdmodel. Het is een permanent proces om ons doelbereik stapsgewijs te vergroten. We doen dit gezamenlijk binnen de vijf netwerken, maar ook met behulp van bijvoorbeeld thematische inspiratiesessies. En wát we leren delen we ook; met elkaar en met andere gemeenten of organisaties; kennisdeling is immers een kritische succesfactor voor op innovatie gerichte samenwerking. Andersom kijken we om ons heen en leren we van elders opgedane ervaringen, inzichten en ontwikkelde methoden. Hoe we dit gaan organiseren wordt in het derdekwartaal 2023 nader uitgewerkt.
Een goed voorbeeld is de inspiratiesessie die door een aantal professionals in het tweede kwartaal van 2023 is georganiseerd. Uit het Netwerk “Opgroeien naar volwassenheid” blijkt dat veel partijen in het voorliggend veld elkaar niet kennen. Deze partijen zouden elkaar goed kunnen gebruiken in het netwerk om de hulp aan jeugdigen te verbeteren. Er heeft een goed bezochte bijeenkomst plaatsgevonden in het Delta Hotel metmeer dan honderd professionals. DE PLAN DO CHECK ACT (PDCA)-CYCLUS EN LEREND ONTWIKKELEN
16
Uitvoerend niveau Een van de principes van ons model is dat jeugdhulpprofessionals de ruimte krijgen om goed, situationeel te kunnen handelen. Door de administratieve taaklast te verlagen, krijgen professionals letterlijk meer ruimte om te doen waar zij goed in zijn: het bieden van hulp en ondersteuning en bijdragen aan de versterking van zelfredzaamheid. Hoe dit verder wordt vormgegeven is met name aan Mevis te bepalen. Tegelijk is het van belang dat de wettelijke, kwalitatieve en budgettaire kaders in acht genomen worden. Beleids-, management- en bestuurlijk niveau Ook op deze niveaus moet ruimte geboden worden om met elkaar te kunnen ontdekken wat werkt. Voor alle niveaus geldt dat we moeten voorkomen in de oude reflexen te schieten op de momenten dat het erom spant. Dat deze momenten gaan komen staat vast; dat hoort immers bij innoveren. Onze kaders zijn bepaald in het koersdocument en dienen als ‘vangrails’ die onze beweegruimte bepalen. We gaan onze ervaringen op dit gebied vastleggen in een logboek te kunnen bepalen of onze beelden van het bieden van ruimte overeenkomen of dat ze nader gedefinieerd moeten worden. Voor het geven van ruimte is vertrouwen en gezamenlijk eigenaarschap nodig. Dit krijgt verder vorm vanaf het moment dat het MVS Jeugdmodel in werking treedt.
Door het delen van ervaringen en inzichten tussen betrokkenen van de verschillende functieniveaus faciliteren we dit. Dit betekent onder meer dat op alle niveaus aan de hand van (geanonimiseerde) casuïstiek ingezoomd wordt op de gezamenlijke opdracht en de voorwaarden voor het welslagen van het nieuwe model. Casuïstiek, want het draait uiteindelijk immers om het verschil dat we in de praktijk willen maken. Introspectie Voor de implementatie van het MVS Jeugdmodel worden meerdere jaren uitgetrokken. Vanaf 2023 monitoren we periodiek in welke mate we op de goede weg zijn en of bijstelling nodig is om op koers te blijven richting de stip op de horizon. We gaan daartoe vanaf 2024 halfjaarlijks evalueren en koppelen dit aan de momenten van de voortgangs- / bestuursrapportages. 2023 is een implementatiejaar voor Mevis en Rogplus en ligt de focus vooral op het overnemen en inrichten van de nieuwe taken. Vanaf 2024 en de daaropvolgende jaren zullen we samen met Rogplus en Mevis ons richten op de doeltreffendheid van de wijze waarop we georganiseerd zijn. We zullen hierbij de SWOT-analyse gebruiken (strengths, weaknesses, opportunities en threats). Samen Leren met de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond De MVS-gemeenten maken deel uit van de GRJR.
Binnen deze gemeenschappelijke regeling hebben we, omdat er gekozen is voor een andere wijze van inkopen van (onder meer) de specialistische jeugdhulp, een aparte positie. De MVS hebben een eigen inkoopmodel. Er is afgesproken dat we binnen de GR leren van de twee inkoopmodellen. Er is een externe partij gestart met een eerste inventarisatie om vorm te geven aan het leermodel.
17
4
Communicatie en participatie
De transformatie die wordt beoogd met het MVS Jeugdmodel vraagt om adequate en transparante communicatie met én door alle betrokken stakeholders en dus om communicatiebewustzijn van alle betrokkenen. Elke stap in het proces vraagt om heldere communicatielijnen om samen op te blijven trekken in de veranderingen. Om een soepele en integrale communicatie te borgen en ieders communicatiebewustzijn en vaardigheden te vergroten, is het belangrijk het aspect communicatie steeds in alle onderdelen en overleggen van het samenwerken terug te laten komen en te adresseren. We beleggen communicatie daarom niet in een aparte werkgroep, maar laten dit aspect in ieder netwerk terug komen. In het derde kwartaal hebben de netwerkregisseurs een stakeholdersanalyse gemaakt van ieder netwerk. Dit geeft input om tot een algeheel plan van aanpak voor de communicatie te komen. Daarnaast is het van belang dat stakeholders - ook zij die minder direct betrokken zijn - geïnformeerd worden over onze activiteiten en de vorderingen die we maken. Dit doen we via het up-to-date houden van de website www.jeugdhulpmvs.nl en middels een maandelijkse nieuwsbrief. De website ontwikkelen we dit jaar verder door zodat de functionaliteit ervan verbetert. We organiseren inspiratiebijeenkomsten voor een brede groep stakeholders.
Deze bijeenkomsten benutten we onder meer om (ook elders opgedane) kennis en ervaringen uit te wisselen en tegelijk faciliteren de bijeenkomsten de onderlinge ontmoeting. De inspiratiebijeenkomsten zijn bedoeld voor een brede groep stakeholders. Participatie Voor het welslagen van de transformatie is participatie van de doelgroep in het proces cruciaal. De inbreng van deze ervaringsdeskundigheid is naast de inbreng van deskundigheid vanuit uitvoeringsniveau van grote waarde omdat de vraagstukken op deze wijze vanuit verschillende benaderingen worden beschouwd en aangepakt. Ieder netwerk zal uitwerken op welke wijze participatie van de doelgroep en de uitvoeringspraktijk wordt vormgegeven.
18
5
Monitoring, verantwoording en succesfactoren
In het kader van monitoren en verantwoorden wordt onderscheid gemaakt tussen de integrale opdracht van Mevis en de transformatie in brede zin. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op laatstgenoemd perspectief. Verantwoorden Vanaf 1 januari 2023 voert Rogplus de taken voor informatiemanagement uit. De MVS-raden sturen op de kaders van het Koersdocument MVS Jeugdmodel en of Mevis de opdracht goed uitvoert. Om hierop te kunnen sturen, legt Rogplus halfjaarlijks verantwoording af over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering middels bestuursrapportages. Het MVS-team levert voorts ieder kwartaal informatie aan de MVS-raden over de voortgang van het MVS Jeugdmodel. Tweemaal per jaar wordt deze informatie tegelijk aangeboden met de bestuursrapportages van Rogplus. Gerelateerde en autonome ontwikkelingen In het kader van monitoring en sturing is het van belang ook bepaalde autonome ontwikkelingen in acht te nemen, zoals de gevolgen van de coronacrisis op de geestelijke gesteldheid van jongeren en de economische crisis. Dergelijke ontwikkelingen beïnvloeden de transformatie en de uitvoering van de opdracht. Door het continu volgen van de ontwikkelingen zijn we in staat hier zo tijdig mogelijk op te anticiperen. De autonome ontwikkelingen en enkele andere ontwikkelingen die van invloed zijn op of gerelateerd zijn aan het MVS Jeugdmodel zijn weergegeven in bijlage 1.
Succesfactoren Op de mate van uitvoering van dit transformatieplan is een aantal factoren van invloed. Zo beïnvloeden de in de eerste bijlage opgenomen landelijke en autonome ontwikkelingen de ontwikkeling van het MVS Jeugdmodel. Beleidswijzigingen die op Rijksniveau worden ingevoerd -al dan niet gepaard gaande met bezuinigingen- zijn bijvoorbeeld van directe invloed op het welslagen van het MVS Jeugdmodel. De mate waarin Mevis, Rogplus en de MVS-gemeenten (zowel kwantitatief als kwalitatief) gesteld staan voor de uitvoering van hun taken vormt eveneens een succesfactor. In dit kader is goede borging van de zorgcontinuïteit in dit eerste jaar, waarin Mevis als nieuwe partij de integrale jeugdhulpopdracht uitvoert, bijvoorbeeld van invloed op de transformatie die we gezamenlijke willen realiseren. Ook vormt de samenwerking met en de inzet en betrokkenheid van de vele relevante partijen in het veld een belangrijke voorwaarde voor het welslagen van ons model. Van een ieder vraagt dit commitment, innovatief vermogen, lef en het vermogen/de bereidheid zich boven het organisatiebelang te plaatsen wanneer dit nodig is. De beschikbare capaciteit vormt, juist in deze tijden van krapte op de arbeidsmarkt, eveneens een succesfactor; zowel in de uitvoering bij Mevis, Rogplus en andere partners als bij de gemeenten zelf.
Een andere belangrijke factor vormt de wachtlijstproblematiek waar gemeenten al jaren mee kampen. De wachtlijsten binnen de GGZ-zorg en bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen baart grote zorgen waar wij samen met onze partners slechts beperkte invloed op kunnen hebben. Genoemde succesfactoren zullen betrokken worden bij de SWOT-analyse die opgesteld wordt.
19
Bijlage 1 Landelijke en autonome ontwikkelingen Het MVS Jeugdmodel staat natuurlijk niet op zichzelf. In deze paragraaf wordt ingegaan op enkele landelijke en regionale ontwikkelingen die gerelateerd zijn aan ons model. Daarnaast zijn autonome ontwikkelingen binnen onze samenleving van invloed op de vraag naar jeugdhulp en/of op de resultaten van het MVS Jeugdmodel. Hervormingsagenda jeugd Sinds juni 2021 werken het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de VNG aan een landelijke hervormingsagenda jeugd. De hervormingsagenda bevat onder meer uitdagingen die moeten leiden tot besparingen in de jeugdhulp, zoals de afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulp, het beperken van verwijzingen naar gecontracteerd aanbod en een brede invoering van de praktijkondersteuner Jeugd GGZ. Tot nu toe zijn de partijen niet tot overeenstemming gekomen, vooral omdat er grote vraagtekens worden gezet bij de haalbaarheid van de geformuleerde financiële doelstellingen. Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen In het eerste kwartaal van 2023 wordt het wetsvoorstel verbetering zorg voor jeugdigen verwacht. Zaken die in deze wet zullen worden opgenomen zijn: het versterken tot de toegang naar jeugdhulp, het versterken van de regionale samenwerking, verplichting tot het opstellen van een regioplan, verplichte samenwerking met het onderwijs.
Als deze wet is aangenomen volgt er een algemene maatregel van bestuur waarin nader wordt toegelicht welke vormen van zorg lokaal, regionaal, bovenregionaal dan wel landelijk moeten gaan worden ingekocht. Deze wet kan consequenties hebben voor de koers van MVS. Als de nieuwe wet voor gaat schrijven dat een groot deel van de specialistische jeugdhulp, die nu onder de opdracht van Mevis valt, op een grotere schaal moet worden ingekocht zullen de gemeenten hierop moeten anticiperen. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Er is vanuit het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming een landelijke ontwikkeling om de jeugd- en gezinsbescherming beter in te richten, met meer nadruk op de basisprincipes gezinsgericht, rechtsbeschermend, transparant, eenvoudig en lerend. Hiervoor zijn ook diverse proeftuinen binnen het Toekomstscenario gestart om te leren de diverse onderdelen zo passend mogelijk te benutten richting een brede landelijke aanpak. Samenwerking in de Rotterdam Rijnmond Maassluis, Vlaardingen en Schiedam maken nog altijd deel uit van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Vrijwel alle specialistische jeugdhulp is op subregionaal niveau ingekocht; voor de inkoop van jeugdbescherming en Veilig Thuis zijn we aangesloten bij de GRJR.
Verder participeren we, om van elkaar te kunnen blijven leren, in regionale platforms betreffende onder meer aansluiting jeugdhulp onderwijs, overgang naar volwassenheid, bestaanszekerheid en maken we deel uit van het regionale programmateam. In welke mate de doelen van de transformatie behaald worden, wordt ook beïnvloed door autonome ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling van de gemeenten of maatschappelijke trends. Zo zijn de volgende trends mogelijk van invloed op het MVS-jeugdmodel:
Toename vraag naar jeugdhulp 20
De vraag naar jeugdhulp neemt al jaren toe. Als gevolg van de maatregelen die de overheid in het kader van Covid-19 trof, kampen meer jeugdigen met somberheid, depressiviteit en suïcidaliteit. Dit beïnvloedt naar alle waarschijnlijkheid de vraag naar jeugdhulp. Krapte op de arbeidsmarkt De huidige arbeidsmarkt kent personeelstekorten in verschillende sectoren en deze tekorten nemen de komende jaren alleen maar toe. Ook de jeugdhulpsector wordt hiermee geconfronteerd. Dit beïnvloedt de wachttijden en wachtlijsten en mogelijk ook de kwaliteit van de hulp en ondersteuning. Krapte op de woningmarkt Door krapte op de woningmarkt kunnen jongeren die in een beschermde woonvoorziening verblijven niet of nauwelijks uitstromen naar de reguliere woningmarkt. Dit beperkt de instroom naar deze intramurale voorzieningen én is een van de oorzaken van de verhoogde inzet van verlengde jeugdhulp. Toenemende armoede Opgroeien in armoede beïnvloedt de ontwikkeling van kinderen. Als gevolg van de mondiale ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis neemt het aantal kinderen dat in armoede opgroeit toe. Door de inflatie verdiept en verbreedt dit probleem zich. Dit is sterk van invloed op hulpvragen van/over jeugdigen.
Individualisering en versnippering Als gevolg van de individualisering en versnippering binnen de samenleving wordt het sociale netwerk rondom jeugdigen en gezinnen kleiner. Deze trends zijn mogelijk ook van invloed op de sociale cohesie in de buurten. Afnemend vertrouwen in de overheid Het vertrouwen in de overheid neemt de laatste jaren verder af en kan de bereidheid van opvoeders of jeugdigen om hulp te vragen beïnvloeden. Ook de crisis die momenteel gaande is in de jeugdhulpsector kan van invloed zijn. Toename aantal vechtscheidingen Het aantal vechtscheidingen neemt toe. Deze vechtscheidingen vragen naar verhouding veel aandacht en tijd van jeugdhulpverleners.
21