Bijlage TKN2 Kwartaalrapportage Q1 VTRR
Tekst van het document
Voorwoord Naast de druk van alledag hebben we dit kwartaal veel tijd en aandacht besteed aan het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de aangrijpende gebeurtenissen rondom het meisje uit het pleeggezin in Vlaardingen. We voerden hier extern en intern gesprekken over en waren ook aanwezig bij de hoorzitting in de Tweede Kamer. Wat dit meisje is overkomen, heeft diepe indruk gemaakt en zal blijvend impact hebben op ons handelen. We dienden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ons verbeterplan in en gingen hier al mee aan de slag. Dit kwartaal stond ook in het teken van de gesprekken met de gemeenschappelijke regeling jeugdhulp Rijnmond (GRJR) over de noodzaak voor een hogere financiering, ons formatiekostenmodel en onze begroting. We begrijpen dat de gemeenten op veel vlakken grote financiële opgaven hebben en dat de beslissing niet licht kan worden genomen. De toezegging voor in ieder geval 1,5 miljoen euro maakt dat we extra investeringen kunnen doen om de wachtlijsten en de doorlooptijden iets te beperken. We blijven kampen met veel crisissen en ook de wachtlijsten leveren extra werk op.
We hopen daarom dat extern onderzoek naar de benodigde formatie en financiering van Veilig Thuis snel kan starten zodat duidelijk wordt dat wij de extra financiering nodig hebben om te kunnen voldoen aan al de gevraagde verbeterplannen en de acties die wij moeten inzetten om huiselijk geweld en kindermishandeling in onze regio te stoppen. Crisismeldingen hebben bij ons de hoogste prioriteit en we zien kansen om samen met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en het crisisteam van VTRR een efficiëntere aanpak te organiseren. Eerste stap op weg naar een integraal crisisinterventieteam 0-100 is een pilot voor een integraal werkproces crisisinterventieteam 0-18. Het is pijnlijk dat we juist door het hoge aantal crisismeldingen een pauze hebben moeten inlassen in deze pilot, omdat dit soort samenwerkingen in eerste instantie extra tijd vragen van de collega’s die hier met elkaar de beste weg in moeten vinden. Naast het grote aantal crisismeldingen blijft de beschikbaarheid van crisisplekken/-bedden een groot probleem. Het lukt ons regelmatig niet om betrokkenen op een crisisbed te plaatsen als er sprake is van een ernstig onveilige situatie. We moeten dan uitwijken naar hotels of ander opvangfaciliteiten. Het zoeken en plaatsen kost ons veel tijd en is een oneigenlijke taak voor Veilig Thuis.
Op dit moment stemmen we met de gemeenten af hoe we dit proces kunnen verbeteren en anders inrichten. Bij Filomena blijven we tijd maken voor uiteenlopende kennissessies. We bezochten de gemeente Krimpen aan den IJssel, het Albeda college en een bijeenkomst van het onderzoeksnetwerk partnergeweld op de politieacademie in Apeldoorn. In Straatsburg presenteerden we samen met de politie onze samenwerking als best practice bij de jaarlijkse conferentie van het netwerk van nationale correspondenten van politieautoriteiten. In huis ontvingen we burgemeester Carola Schouten van Rotterdam, burgemeester Huri Sahin van Rijswijk, D66-kamerlid Hanneke van der Werf en VVD-Kamerlid en vicefractievoorzitter Bente Becker. We ondertekenden met bijna alle samenwerkingspartners, onder wie Rotterdamse wethouder Buijt, de samenwerkingsovereenkomsten. Een mooie mijlpaal, waarmee we met elkaar erkennen dat Filomena een stevige positie heeft in de keten. Ook mooi nieuws is dat Den Haag ook een Filomena wil opzetten, waarmee we straks in drie van de G4 een locatie hebben. De NRC publiceerde in een weekendbijlage een uitgebreid artikel (en later ook een podcast) over één van de eerste cliënten en de werkwijze van Filomena.
Naast hulp bij casuïstiek en begeleiding van supportgroepen gaven de ervaringsdeskundigen van Ervaring in Huis een aantal voorlichtingen, waaronder aan het Leger des Heils en op de themamiddag Plegerperspectief voor Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel. Tijdens Internationale Vrouwendag namen vijf collega’s van Ervaring in Huis deel aan een empowerment-activiteit van Stichting Speak Up.
Belangrijk voor ons, is de ervaring van onze cliënten. Mooi dat daarom ons cliënttevredenheidsonderzoek nu naast het Nederlands ook beschikbaar is in acht andere talen. Tot slot was er de driejaarlijkse grote audit voor een nieuwe officiële certificatieronde van ons kwaliteitsmanagementsysteem (ISO). De auditoren koppelden ons al terug dat zij geen grote en belangrijke verbeterpunten constateerden en dat we op een goede wijze bezig zijn met de inhoudelijke kwaliteit van ons werk. Vooral de betrokkenheid van de collega’s prezen ze en vinden ze bewonderenswaardig. Daar zijn we trots op en we gaan dan ook graag op dezelfde voet door, met aandacht voor de werkdruk en de wachtlijsten. We zien op alle vlakken een grote toename. Deze toename is in 2023 ingezet en in het derde kwartaal van 2024 exponentieel verder gestegen. Het aantal meldingen van kindermishandeling en huiselijk geweld in de regio Rotterdam Rijnmond begint zeer bijzondere proporties aan te nemen. Op grond van de toename van het aantal crisissen, calamiteiten en (tijdelijke) huisverboden kan gesteld worden dat ook de zwaarte en complexiteit toeneemt.
Deze toename komt bovenop het al bovengemiddelde aantallen meldingen en adviesvragen in 2023 en 2024 in de regio Rotterdam Rijnmond ten opzichte van vergelijkbare regio’s in Nederland (2023: regio Rotterdam Rijnmond 31% meer adviesvragen en 19% meer meldingen dan vergelijkbare regio’s. 2024: regio Rotterdam Rijnmond 38% meer adviesvragen en 27% meer meldingen dan vergelijkbare regio’s). De problematiek van kindermishandeling en huiselijk geweld in de regio Rotterdam Rijnmond neemt zowel in omvang als in zwaarte toe. Dit merken we niet alleen bij Veilig Thuis maar ook bij andere partijen in de keten.
Vriendelijke groet, Ernie van Dooren Bestuurder Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond Bestuurder Filomena Rotterdam Rijnmond, Centrum huiselijk geweld en kindermishandeling
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 1 1.
Primair proces ................................................................................................................. 5 1.1
Advies en Ondersteuning .............................................................................................. 6
1.2
Chat ............................................................................................................................. 7
1.3
Melding........................................................................................................................ 7
Overige politiezorgmeldingen jeugd ........................................................................................... 8
2.
3.
4.
1.4
Veiligheidsbeoordeling ................................................................................................. 8
1.5
Ondersteuning na veiligheidsbeoordeling .................................................................... 10
1.6
Geen vervolg en Overdracht........................................................................................ 10
1.7
Vervolg bij Veilig Thuis ................................................................................................ 11
1.7.1
Crisis .......................................................................................................................... 11
1.7.2
Gebiedsteam .............................................................................................................. 11
1.7.3
Tijdelijke Huisverboden .............................................................................................. 14
1.8
Monitoring ................................................................................................................. 14
1.9
Voorlichting................................................................................................................ 15
1.10
Begrote versus gerealiseerde aantallen Q4 .................................................................. 15
1.11
Data-analyse .............................................................................................................. 16
Procesverbetering ......................................................................................................... 17 2.1
Omgaan met wachtlijsten ........................................................................................... 17
2.2
Digitaal waar mogelijk ................................................................................................ 17
2.3
Samenwerken met lokale veld .................................................................................... 18
Kwaliteitsversterking ..................................................................................................... 19 3.1
Expertise-ontwikkeling ............................................................................................... 19
3.2
ISO-certificering .......................................................................................................... 19
3.3
Werken met ervaringsdeskundigen ............................................................................. 20
3.4
Samenwerking Kennis- en Expertisecentrum ............................................................... 21
3.5
Verbeterplan Vlaardingen ........................................................................................... 21
Duurzaam werkgeverschap ............................................................................................ 22 4.1
5.
Samenwerking met MBO, HBO, WO ............................................................................ 22
Innovaties op anders werken ......................................................................................... 23 5.1
Proeftuin .................................................................................................................... 23
5.2
Integraal crisisteam .................................................................................................... 23
1.
Primair proces
In onderstaand figuur geven we in grote lijnen ons primair proces weer. Aan de hand van deze processtappen lichten we in dit hoofdstuk onze prestaties in het eerste kwartaal toe. Bij iedere processtap wordt het gepresteerde aantal vermeld over het eerste kwartaal (exclusief onder handen werk).
In het eerst kwartaal van dit jaar is er door de medewerkers van VTRR veel werk verzet. We willen het met elkaar zo goed mogelijk doen en proberen onveilige situatie te doorbreken. Dat vraagt veel van alle medewerkers in het primaire proces en alle ondersteunende afdelingen. Het is onze taak om advies te geven, meldingen in ontvangst te nemen en onderzoek te doen of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Zo nodig kunnen er vervolgstappen in gang gezet worden in de vorm van het overdragen naar vrijwillige hulp. Hierover geven wij de melder een terugkoppeling. We zien op dit moment dat de focus zich verplaatst naar het inzetten van capaciteit op crisis. Dit heeft direct effect op de werkvoorraad binnen het Advies & Meldpunt. Voor alle taken die VTRR uitvoert dient het uitvoeren van het aantal taken in lijn te zijn met de begroting. Dat betekent dat onze financiering op zodanig niveau is dat meldingen tijdig kunnen worden opgepakt binnen de gestelde termijnen en de formatie is afgestemd op de benodigde capaciteit. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de werkdruk niet verhoogt, en het verzuim zal dalen. In het eerste kwartaal zien we een overproductie op het aantal tijdelijke huisverboden, het aantal crisissen en het aantal adviezen. Het aantal meldingen en veiligheidsbeoordelingen lijkt achter te blijven bij de begroting.
Dit is echter een vertekend beeld. Door capaciteitsproblemen worden steeds meer meldingen op de wachtlijst geplaatst. De overige diensten laten ten opzichte van de begroting 2025 een gelijke of onderproductie zien. Het verleden leert ons alert te blijven op schommelingen. We zien dat het aantal crisissen onveranderd hoog blijft en we ten opzichte van vorig jaar in het eerste kwartaal bijna 30% meer crisissen hebben verwerkt. 1.1 Advies en Ondersteuning We adviseren en ondersteunen burgers en professionals bij alle zorgen en vragen over huiselijk geweld en kindermishandeling. In de onderstaande grafiek is de ‘stippellijn’ het begrote aantal adviezen en ondersteuningen 2025. In alle volgende paragrafen is de ‘stippellijn’ het begrote aantal 2025.
Figuur 1: Aantal advies- en ondersteuningsvragen (exclusief chat).
In het afgelopen kwartaal werden er 3.660 adviesvragen gesteld. Ten opzichte van vorig jaar gaf VTRR ruim 5% meer adviezen in dezelfde periode.
1.2 Chat Op werkdagen zijn we overdag ook via de chat beschikbaar voor advies.
Figuur 2: Aantal chats.
In het afgelopen kwartaal zochten 323 kinderen en volwassenen via de chat contact voor advies; dit is rond de verwachte begroting van 330 chats per kwartaal. 1.3 Melding Is het voor de particuliere adviesvrager te lastig om de situatie zelf op te lossen óf heeft een professional het vermoeden dat er sprake is van acute of structurele onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties? Dan wordt bij ons een melding gemaakt. Professionals volgen verplicht de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Wij splitsen reguliere meldingen en overige zorgmeldingen jeugd van de politie, omdat bij deze zorgmeldingen niet altijd sprake is van onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie. Wij screenen deze meldingen om te kijken of er sprake is van onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie. Als dat niet aan de orde is, worden de meldingen direct doorgezet naar het lokale veld of Pak je Kans. Betrokkenen worden hierover door ons geïnformeerd en de melding wordt na een maand uit ons systeem verwijderd. Wanneer uit de screening blijkt dat er wel mogelijk sprake is van onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie dan volgt er een veiligheidsbeoordeling.
Figuur 3: Aantal meldingen (exclusief overige politiezorgmeldingen jeugd).
We ontvingen afgelopen kwartaal 3.836 meldingen, gemiddeld 1.278 meldingen per maand. Zoals in de grafiek zichtbaar is zijn dit er meer dan vorig jaar. Door de toename van het aantal meldingen wordt het capaciteitsprobleem steeds groter en worden steeds meer meldingen op de wachtlijst geplaatst (ongeveer 522 eind maart). Voor de meldingen op de wachtlijst is geen veiligheidsbeoordeling uitgevoerd. Het totaal aantal meldingen komt daarmee uit op 4.358 meldingen aan het einde van het eerste kwartaal. Begroot voor het eerste kwartaal 2025 waren 3.564 meldingen.
Overige politiezorgmeldingen jeugd Binnen een politiemelding overige zorgen is er geen sprake van huiselijk geweld of kindermishandeling.
Figuur 4: Aantal overige politiezorgmeldingen jeugd.
In het eerste kwartaal ontvingen we 532 overige politiezorgmeldingen jeugd. Ten opzichte van vorig jaar zijn dit er een stuk minder. 1.4 Veiligheidsbeoordeling Voor alle meldingen voeren we een veiligheidsbeoordeling uit aan de hand van een triage-instrument. Uitgezonderd zijn de overige politiezorgmeldingen jeugd – deze worden na screening, indien nodig, zo snel mogelijk naar een lokaal team of Pak je Kans doorgestuurd. Prestatieafspraak: In 80% van het aantal meldingen, die VTRR ontvangt, wordt binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen na binnenkomst van de melding een veiligheidsbeoordeling uitgevoerd.
Figuur 5: Aantal uitgevoerde veiligheidsbeoordelingen.
Afgelopen kwartaal beoordeelden we 3.451 meldingen op veiligheid. Meldingen worden binnen 24 uur gescreend. Wanneer we acute onveiligheid vermoeden wordt de melding een crisismelding. Crisismeldingen worden direct opgepakt. Ook meldingen binnen lopende interventies worden binnen vijf dagen beoordeeld. Gemiddeld werd 48% (in plaats van 55,6% in het vorige kwartaal) van de veiligheidsbeoordelingen uitgevoerd binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen. Dat betekent dat we het nog niet voor elkaar krijgen de doorlooptijden op het Advies & Meldpunt te verkorten. Het aantal veiligheidsbeoordelingen is iets lager dan begroot in het eerste kwartaal omdat er steeds meer meldingen op de wachtlijst komen te staan waarbij er nog geen veiligheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden.
Het aantal meldingen ‘nog te beoordelen buiten de wettelijke termijn’ betreft meldingen die bij binnenkomst op veiligheid zijn gescreend, maar waarbij de veiligheidsbeoordeling buiten de wettelijke termijn van vijf werkdagen valt. Het aantal nog te beoordelen meldingen buiten de wettelijke termijn stijgt. De vertraging komt primair doordat het aantal meldingen toeneemt en wij onvoldoende capaciteit hebben om deze meldingen tijdig op te pakken, waardoor meldingen op een wachtlijst komen te staan. Wij hebben afscheid genomen van de externe krachten, waardoor de capaciteit op de afdeling tijdelijk is afgenomen (er wordt geïnvesteerd in werving van nieuwe medewerkers). Verder hebben we te maken met een groot aantal spoedmeldingen. Deze worden binnen 24 uur opgepakt en kosten meer tijd dan een reguliere melding, waardoor de reguliere werkvoorraad blijft liggen. Er zijn - ter ondersteuning - een aantal crisiszaken ingevuld door medewerkers van het Advies- en Meldpunt. In combinatie met de hoge instroom en het hoge verzuim zorgen deze ontwikkelingen voor een oplopende werkvoorraad. Daarnaast lukt het niet altijd een beoordeling binnen 5 dagen af te ronden, doordat het niet altijd lukt om binnen enkele dagen betrokkenen te spreken.
Figuur 6: Doorlooptijden veiligheidsbeoordelingen.
In de periode januari tot en met maart 2025 is de werkvoorraad meldingen gestegen.
Figuur 7: Werkvoorraad Advies- en Meldpunt.
1.5 Ondersteuning na veiligheidsbeoordeling De dienst Ondersteuning na veiligheidsbeoordeling betreft een verkennend gesprek met VTRR, de directbetrokkenen en het wijkteam. Dit gesprek is gericht op het maken van afspraken over de nodige ondersteuning en hulp aan directbetrokkenen, waarmee direct een warme overdracht plaatsvindt. Wanneer tijdens het gesprek blijkt dat er meer nodig is om de veiligheid te vergroten, dan kan VTRR alsnog besluiten een interventie in te zetten.
Figuur 8: Aantal dienst Ondersteuning na veiligheidsbeoordeling.
We zetten de dienst Ondersteuning na veiligheidsbeoordeling vaker in dan vorig jaar. Dit legt eveneens beslag op de capaciteit op het Advies- en Meldpunt en de gebiedsteams. Meer inzet betekent immers minder capaciteit voor het verwerken van meldingen of het uitvoeren van interventies. Met deze dienst kiezen we ervoor om de kwaliteit van ons werk en de samenwerking in de keten te vergroten. We blijven inzetten op het continu verbeteren en optimaliseren van deze dienst. 1.6 Geen vervolg en Overdracht Geen vervolg: Wanneer er geen sprake (meer) is van een redelijk vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling én er geen overdracht of vervolgstap bij VTRR nodig is, sluiten we na de veiligheidsbeoordeling af. Overdracht: Wanneer bemoeienis vanuit VTRR niet noodzakelijk is, kunnen we de casus direct na de veiligheidsbeoordeling overdragen aan het lokale veld, de lopende hulpverlening, een multidisciplinair team of aan directbetrokkenen zelf. Overdracht kan ook plaatsvinden na een interventie vanuit VTRR.
Figuur 9: Aantal Overdracht na veiligheidsbeoordeling.
Van de 3.451 veiligheidsbeoordelingen die we in het eerste kwartaal hebben uitgevoerd, zijn 1.900 meldingen na de veiligheidsbeoordeling overgedragen voor hulp en ondersteuning aan één van de netwerkpartners. Deze meldingen representeren niet hetzelfde aantal individuele casussen. Met regelmaat komen er meerdere
meldingen binnen over één huishouden. Deze meldingen (en veiligheidsbeoordelingen) leiden dan uiteindelijk tot één dossier. 1.7 Vervolg bij Veilig Thuis Wanneer een melding een vervolg krijgt bij VTRR, wordt de melding opgepakt door het crisisteam of het gebiedsteam. 1.7.1 Crisis Alle meldingen worden dagelijks gescreend om te kijken of er sprake is van acute onveiligheid. Als daarvan sprake is gaat ons crisisteam er direct op af.
Figuur 10: Aantal crisissen.
Het waarborgen van de veiligheid van kwetsbare kinderen en volwassenen staat bij ons altijd voorop. In situaties van acute onveiligheid ondernemen we altijd direct actie. In het eerste kwartaal kwamen er 256 (276 in het vierde kwartaal van 2024) meldingen binnen waarin sprake was van acute onveiligheid. Het crisisteam gaat er direct op af. De laatste maanden laten nog steeds een flinke toename zien in het aantal crisissen. Vergeleken met het begrote aantal verwerkt VTRR ruim 25% meer crisissen. Het crisis werk is onvoorspelbaar, intens en vraagt om daadkracht. We moeten snel schakelen en flexibel zijn. Het huidige tekort aan opvangplekken betekent dat onze medewerkers langer bezig zijn een geschikte plek te vinden en ondersteuning te organiseren; een rol die niet bij VTRR hoort te liggen. Hierover is VTRR met gemeenten in gesprek. 1.7.2 Gebiedsteam De gebiedsteams voeren interventies Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek uit.
Voorwaarden & Vervolg: We kiezen voor deze interventie in het geval: • er aanwijzingen zijn voor acute en/of structurele onveiligheid en/of een multi-problematische leefsituatie; • het niet noodzakelijk of wenselijk is een vermoeden van kindermishandeling en/of huiselijk geweld te bevestigen of te weerleggen; • de directbetrokkene(n) voldoende bereid en in staat is (zijn) om samen te werken aan het herstel van de veiligheid en zo nodig hierbij hulp te accepteren. Onderzoek: We kiezen voor deze interventie in het geval: • er aanwijzingen zijn voor acute en/of structurele onveiligheid en/of een multi-problematische leefsituatie;
• •
directbetrokkenen onvoldoende meewerken of onvoldoende bereid zijn hulp te accepteren; het voor het zetten van vervolgstappen noodzakelijk is de gemelde vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling te bevestigen of te weerleggen.
Figuur 11: Aantal gestarte en afgesloten interventies Voorwaarden & Vervolg.
Het afgelopen kwartaal zijn er 218 interventies Voorwaarden & Vervolg opgestart en 249 afgesloten. Het aantal afgeronde Voorwaarden & Vervolg ligt in het eerste kwartaal onder het begrote aantal van 270 per kwartaal. Van deze interventies sloten we gemiddeld 15% af binnen de wettelijke termijn van tien weken na afronding veiligheidsbeoordeling (ten opzichte van de norm van 70%). De wettelijke termijn start na het afronden van de veiligheidsbeoordeling (zie hiervoor het handelingsprotocol hoofdstuk 10.2). Dit percentage is laag omdat we een wachtlijst hebben waardoor de interventie bij het opstarten vaak al buiten de wettelijke termijn valt. Wel zijn we erin geslaagd om gemiddeld 92% van de interventies binnen tien weken na het opstarten van de interventie af te ronden (ten opzichte van 80% norm). De doorlooptijd vanaf de melddatum tot afsluiting was gemiddeld tweeëntwintig weken. De doorlooptijd van start tot afronden was gemiddeld zes weken.
Figuur 12: Aantal gestarte en afgesloten interventies Onderzoek.
Het afgelopen kwartaal zijn er 133 Onderzoeken opgestart en 103 Onderzoeken afgesloten. Het aantal afgeronde onderzoeken ligt in het eerste kwartaal onder het begrote aantal van 129 per kwartaal. We sloten gemiddeld 27% van de onderzoeken af binnen de wettelijke termijn van tien weken na veiligheidsbeoordeling, waarmee we onder de norm van 70% blijven. Verder zien we dat gemiddeld 91% van de Onderzoeken wordt afgerond binnen tien weken na start van de interventie; dit ligt boven de norm van 80%. De doorlooptijd vanaf de melddatum tot afsluiting was gemiddeld drieëntwintig weken. De daadwerkelijke doorlooptijd van start tot afronden was gemiddeld zeven weken. Door de vakantie werden er in december minder onderzoeken opgestart.
Figuur 13: Werkvoorraad gebiedsteams.
De werkvoorraad bestaat uit casussen waarin een interventie van VTRR (Voorwaarden & Vervolg of Onderzoek) nodig is, maar waaraan nog geen procesregisseur is gekoppeld. Tijdens deze wachttijd is er altijd een contactpersoon vanuit het gebiedsteam als aanspreekpunt bereikbaar, die ook de veiligheid opnieuw beoordeelt als er tussentijds nieuwe informatie komt. De stijging van de werkvoorraad wordt enerzijds veroorzaakt door een verhoogde inzet bij het Advies- en Meldpunt waar veiligheidsbeoordelingen sneller worden afgerond en anderzijds is bij het gebiedsteam minder opgepakt ten opzichte van de norm. De gebiedsteams hebben nog steeds te kampen met een hoog verzuim en verloop en een hogere instroom van meldingen hetgeen een effect heeft op de productiviteit. Vertrekkende collega’s pakken geen zaken meer op en nieuwe collega’s moeten eerst worden ingewerkt voordat zij tot productie komen. Dat inwerken kost tijd van de ervaren collega’s dus ook zij kunnen minder zaken oppakken. Daarnaast kost een werkvoorraad ook capaciteit, om signalen en meldingen van zaken die op de werkvoorraad staan te managen. Deze tijd kan niet besteed worden aan het uitvoeren van de interventies. Ook zijn er regelmatige crisissen binnen de dossiers die bij het gebiedsteam worden opgepakt. Dit maakt gezamenlijk dat er krapte is op de capaciteit.
Externe professionals hebben ook begin 2025 enkele zaken opgepakt. Vanwege de kosten is de inzet van de externen gestopt.
1.7.3 Tijdelijke Huisverboden Een Tijdelijk Huisverbod wordt opgelegd door een burgemeester. Het doel van een Tijdelijk Huisverbod is dat de uithuisgeplaatste tijdelijk vertrekt, waardoor de achterblijvers (waaronder kinderen) thuis kunnen blijven en wij voor alle betrokkenen in het systeem de juiste hulp in kunnen zetten. Vanuit VTRR voeren wij het casemanagement voor het Tijdelijk Huisverbod uit.
Figuur 14: Aantal Tijdelijk Huisverboden.
In het eerste kwartaal werd casemanagement voor 182 Tijdelijke Huisverboden uitgevoerd. Dit ligt ver boven het begrote aantal van 150 dit kwartaal en boven het aantal van vorig jaar. 1.8 Monitoring Na een interventie wordt Monitoring ingezet. Samen met directbetrokkenen (waaronder ook de kinderen) en overdrachtspartijen kijken we tijdens Monitoring of er wordt gewerkt aan de doelen gericht op stabiele veiligheid en herstel van opgelopen schade. Tijdens Monitoring worden directbetrokkenen en medewerkers van VTRR gevraagd de veiligheid te scoren.
Figuur 15: Veiligheidsscores (DB = directbetrokkene).
Door te vragen naar de veiligheidsscore krijgen we een beeld van het effect van ons werk en de mate waarin het heeft bijgedragen aan het creëren van structurele veiligheid. Drie maanden na het afsluiten van een interventie geeft 63,8% van onze medewerkers een score van 6 of hoger. In diezelfde periode geeft 88,0% van
de directbetrokkenen een score 6 of hoger op de veiligheid in hun eigen situatie. Twaalf maanden na afsluiting zijn deze cijfers respectievelijk 79,0% en 90,0%. Hieruit blijkt dat de inzet van VTRR bijdraagt aan het herstel van veiligheid. 1.9 Voorlichting In het eerste kwartaal zijn er 22 voorlichtingen gegeven over de werkwijze en taken van VTRR (ten opzichte van 24 begroot per kwartaal). Er werd voorlichting gegeven over huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast was er aandacht voor ouderenmishandeling. 1.10 Begrote versus gerealiseerde aantallen Q4 De waardes in onderstaand figuur zijn cumulatief en laten onze gerealiseerde aantallen zien ten opzichte van de begrote aantallen in het jaar 2025 tot en met maart. De wachtlijsten zijn hierbij niet inzichtelijk. We zien op alle vlakken een toename. Er komen meer meldingen binnen dan begroot. Het aantal adviesvragen neemt toe (+7,4%) en er wordt meer ondersteuning gevraagd (+12,9%) door de lokale teams aan Veilig Thuis. Daarnaast zijn er meer crisissen (+28,6%) en worden er meer (tijdelijke) huisverboden opgelegd (+22,5%). Dit alles afgezet tegen de begroting 2025 waarbij al rekening is gehouden met de stijging die zich in de laatste maanden van 2024 heeft laten zien. De problematiek van kindermishandeling en huiselijk geweld in de regio Rotterdam Rijnmond neemt zowel in omvang als in zwaarte toe.
Dit afgezet tegen het feit dat de regio Rotterdam Rijnmond in 2024 al 38% meer meldingen en 27% meer adviesvragen heeft dan vergelijkbare regio’s in Nederland. Het aantal veiligheidsbeoordelingen ligt 3,2% lager dan begroot in het eerste kwartaal 2025. Dit wordt veroorzaakt omdat steeds meer meldingen op de wachtlijst staan en er voor die meldingen geen veiligheidsbeoordeling is uitgevoerd. Door de hoge instroom, en het verhoogd aantal crisissen zien we sinds november 2024 een stijging van de werkvoorraad. Het aantal afgeronde veiligheidsbeoordelingen komt voor dit kwartaal iets onder de begroting uit. Wij hebben geen invloed op de instroom binnen het Crisisteam en team Tijdelijke Huisverbod. Hetzelfde geldt voor het aantal chats. Voor het aantal overige politiezorgmeldingen jeugd zijn we afhankelijk van de instroom en inzet vanuit de politie.
Figuur 16: Begrote versus gerealiseerde aantallen.
1.11 Data-analyse Om een vergelijking te kunnen maken tussen gemeenten zijn onderstaande regiokaarten ontwikkeld, waarin het aantal adviezen en meldingen per gemeente is doorgerekend naar aantallen per 100.000 inwoners. Hieronder de aantallen adviezen en meldingen per 100.000 inwoners per gemeente in Q1 2025.
Figuur 17: Aantal adviezen per gemeente doorberekend naar 100.000 inwoners – periode januari tot en met maart 2025.
Figuur 18: Aantal meldingen per gemeente doorberekend naar 100.000 inwoners – periode januari tot en met maart 2025.
2.
Procesverbetering
2.1 Omgaan met wachtlijsten We zijn in januari begonnen met uitvoering van het programma Aanpak Doorlooptijden. Dit programma hebben we opgesteld naar aanleiding van het IGJ-rapport en brief over de wachtlijsten bij de Veilig Thuisorganisaties. Het plan bevat vijf pijlers van verbeteringen. De pijler capaciteitsversterking bevat het verzoek om het verhogen van het subsidiebudget. Naar aanleiding van de gedeeltelijke inwilliging van ons verzoek door het Algemeen Bestuur van de GRJR, herzien we momenteel, in gesprek met de GRJR en de gemeenten, het programma. Het algemeen bestuur heeft opgedragen het plan te herzien op basis van een onafhankelijk kostprijsonderzoek. Het programma ligt daarmee niet stil. Verbeteracties in het programma die onderdeel zijn van het project Wachtlijst Vrij werken zetten we voort, onder andere de pilot gebiedsgericht werken, in beeld brengen van het capaciteitsverlies van het niet-kunnen-overdragen-in-de-keten en een meetinstrument om inzicht te krijgen in de complexiteit van casussen. Daarnaast wordt extra ingezet op het werven van personeel, en zijn we met de GRJR en gemeenten in gesprek welke keuzes we kunnen maken om zoveel mogelijk van de beschikbare capaciteit vrij te maken voor onze primaire taken.
2.2 Digitaal waar mogelijk Binnen digitaal waar mogelijk richten we ons op het verder optimaliseren van de telefoondienst gericht op efficiëntie en kwaliteit voor zowel het Advies- en Meldpunt als het secretariaat. Na het succesvol testen van de applicatie voor het digitaal bellen via de computer of telefoon, zal de pilot worden uitgebreid. Deze uitbreiding vindt echter pas plaats als een aantal knelpunten in het systeem zijn opgelost. Om zo efficiënt mogelijk te kunnen testen wordt een instructie gemaakt. De pilot integrale crisisdienst heeft impact op de manier waarop VTRR de telefoondienst heeft ingericht en daarmee raakt de pilot dit project. Het is belangrijk om verbinding tussen deze twee ontwikkelingen te houden. We roepen onze medewerkers op om zorgvuldig om te gaan met het invoeren van gegevens in generatieve AI-toepassingen. Daarbij blijft het belangrijk dat sommige gegevens niet mogen worden ingevoerd in diverse chatbots. Dit wordt tevens onderschreven in de AI-verordening. In de AI-verordering zijn allerlei relevante links opgenomen die ons voorzien van een solide basis voor ons beleid.
2.3
Samenwerken met lokale veld
Vorig jaar zijn de hernieuwde samenwerkingsafspraken met de lokale teams vastgesteld. In het eerste kwartaal hebben we de hernieuwde samenwerkingsafspraken met de lokale teams aandacht gegeven. Medewerkers namen deel aan een algemene briefing en aan verdiepende sessies, waarin zij samen keken naar de verschillen ten opzichte van de oude afspraken en de betekenis van de nieuwe afspraken voor ons werk. De afspraken blijven we dit jaar herhaaldelijk onder de aandacht brengen, ook in de overleggen met gemeenten.
3.
Kwaliteitsversterking
3.1 Expertise-ontwikkeling Onze deskundigheidsbevordering is voortdurend in ontwikkeling. Het basisaanbod voor trainingen ter ondersteuning van het primaire proces staat en dit kwartaal is er een uitvraag gedaan waar de scholingsbehoeften liggen. Vanuit team scholing zijn we actief bezig om scholing aan te bieden aan de expertisegroepen om zo hun kennis te kunnen verbreden. Hiervoor wordt een programma gemaakt. We nemen actief deel en hebben extra aandacht voor academie 1sociaaldomein. Als uitvoerende collega in het sociale domein biedt het platform waardevolle informatie en biedt het de mogelijkheid om met andere professionals in contact te komen. Naast het beantwoorden van vragen en het delen van dilemma’s – zowel binnen als buiten de regio – kent het platform ook een scholingsaanbod. Dit kwartaal ging één van onze vertrouwensartsen naar San Diego voor de International Conference on Child and Family Maltreatment, een congres waar 1500 experts van over de hele wereld samenkwamen om de nieuwste inzichten en aanpakken rond kindermishandeling en huiselijk geweld te bespreken. Het congres bood waardevolle inzichten en bevestigde hoe essentieel onze rol is in het signaleren en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. De samenwerking met medische professionals, het belang van kennisdeling en preventie kwamen steeds naar voren.
Dit onderstreept hoe belangrijk het is om te blijven investeren in scholing en bewustwording binnen alle betrokken disciplines. Vanuit het landelijke project ‘feitenonderzoek’ is gesproken over het niveau van feitenonderzoek en hoe dit te verbeteren. Daar wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van een werkwijzer. Wij houden deze ontwikkeling nauw in de gaten en kijken uit naar nieuwe mogelijkheden voor het aanbieden van gerichte training over hoe je feiten verzamelt, analyseert en conclusies trekt en opschrijft in rapportages en dossiers. 3.2 ISO-certificering Afgelopen kwartaal heeft VTRR de driejaarlijkse grote inspectie (audit) voor een nieuwe officiële certificatieronde afgrond. De auditoren hebben aangegeven dat we op een goede wijze bezig zijn met de inhoudelijke kwaliteit van ons werk. Vooral de betrokkenheid van de collega’s prezen ze en vinden ze bewonderingswaardig. Ze geven een positief advies aan de certificeerder voor het toekennen van de certificering. VTRR ziet uit naar het hernieuwde kwaliteitscertificaat.
3.3 Werken met ervaringsdeskundigen De vragen naar de inzet van een ervaringsdeskundige vanuit plegerperspectief nemen toe, niet alleen in casuïstiek maar ook in voorlichting en uitwisseling over de meerwaarde van deze inzet. Inzet bij casuïstiek In het eerste kwartaal zijn 28 nieuwe zaken gestart waarbij de inzet van een ervaringsdeskundige wenselijk bleek, waarvan het merendeel uit Rotterdam en overige uit 6 omliggende gemeenten. De verwijzers zijn wijkteams, procesregisseurs van gemeenten of van Veilig Thuis, proeftuinen, Centrum voor Dienstverlening, Filomena, Elckerlyc en Arosa. Er liepen nog circa 60 zaken door die in 2024 zijn gestart. Hiervan zijn er 15 in het 1e kwartaal van 2025 afgerond en 5 casussen staan op monitoring, d.w.z. de client wil graag nog een “lijntje houden voor geval dat” maar heeft geen structurele ondersteuning meer nodig. Supportgroepen In Schiedam, Vlaardingen, Maassluis zijn we gestart met het promoten – door middel van flyers en presentaties - van een supportgroep voor plegers. Het is ons vooralsnog niet gelukt voldoende deelnemers aan te laten sluiten waardoor de startdatum is uitgesteld naar eind april. In Spijkenisse hebben we de samenwerking met Avant Sanare gezocht, omdat zij een training gestart zijn voor plegers en wij het verzoek hebben om ook daar een supportgroep te starten.
We zitten nu in de ontwikkel- en wervingsfase voor de supportgroep voor voormalige plegers/veroorzakers, en verwachten in juni van start te kunnen gaan. Voorlichting en kennisoverdracht We hebben kennis gemaakt met Centrum Veerkracht en ervaringen uitgewisseld over elkaars werkwijzen en hoe elkaar te vinden in het bieden van ondersteuning aan cliënten. We hebben voorlichting - inclusief workshop - verzorgd voor de ambtenaren en betrokken uitvoerders en procesregisseurs van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In het wijkteam van Maassluis is gestart met een kennismaking en is voorlichting gegeven over onze werkwijze. Ervaring in Huis heeft deelgenomen aan de bijeenkomst in de gemeente Rotterdam over de LHBTQgemeenschap. Ook zijn er meerdere kennismakingen en voorlichtingen geweest in wijkteams in Vlaardingen. Dit wordt georganiseerd door wijkmanagers in dienst van de gemeente die in de wijk overleggen met alle betrokken organisaties waaronder zorg en welzijn, woningbouwvereniging, ouderen zorg en andere welzijnsorganisaties. We hebben twee workshops verzorgd tijdens de themabijeenkomst “plegerperspectief” in de gemeente Lansingerland, waarbij ook alle uitvoerders in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling van de gemeenten Capelle a/d IJssel en Krimpen a/d IJssel aanwezig waren.
We gaven voorlichting en presentatie bij meerdere wijkteams in Rotterdam waaronder Kralingen-Crooswijk en Delfshaven. We hebben in 3 dagen alle teams van de Rotterdamse meldkamers van politie uitleg gegeven over onze functie en de impact van cliëntgericht ondersteuning bieden bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Tijdens de internationale vrouwendag op 8 maart heeft ervaring in huis een presentatie en workshop verzorgd op uitnodiging van de stichting Speak Up die met name slachtoffers steunt. Stichting Speak Up is opgericht door een groep multidisciplinaire, ervaringsdeskundige professionals. We gaven voorlichting bij GGZ Delfland, met name om de supportgroep in Vlaardingen onder de aandacht te brengen. Ook gaven we voorlichting aan
ambulante gezinsbegeleiders van het Leger des Heils in onze regio. Aan het lokaal team huiselijk geweld in Capelle a/d IJssel is ook voorlichting gegeven. Zelf hebben wij kennis opgedaan over het werken in een applicatie van Myneva zodat onze registratie ook centraal en digitaal beschikbaar is. We hebben een voorlichting gevolgd van een ervaringsdeskundige die schadelijke traditionele praktijken vanuit het christelijke geloof met ons heeft gedeeld. We hebben digitaal de masterclass over destructieve partnerrelaties gevolgd en digitaal de opfris cursus over de meldcode geactualiseerd. Beleidsontwikkeling Tijdens de bijeenkomst over het toekomstscenario - waarbij gemeenten en organisaties aanwezig waren die nog niet zijn betrokken bij de proeftuinen – zijn workshops gegeven over het belang van de inzet van ervaringsdeskundigen in het toekomstscenario. Er is meegewerkt aan een expertise sessie op het ministerie van VWS over de aanpak huiselijk geweld, seksueel geweld maar ook (STP) schadelijke traditionele praktijken. Naar aanleiding van het onderzoek rondom het meisje van Vlaardingen, hebben wij deelgenomen aan de sessies om een verbeterplan op te stellen vanuit en binnen Veilig Thuis. 3.4
Samenwerking Kennis- en Expertisecentrum
Iedereen die betrokkenen is bij huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld waarvoor vergaand specialisme en deskundigheid en een multidisciplinaire aanpak vereist is, kan terecht bij onze specialistische entiteit Filomena, op locatie Via225, het Kennis- en Expertisecentrum Huiselijk Geweld, Seksueel Geweld en Kindermishandeling. Onze medewerkers van Filomena én Veilig Thuis werken daar samen met andere professionals uit de medische, zorg- en strafketen om gespecialiseerde en laagdrempelige zorg te verlenen. We hebben goede afspraken met elkaar over de taken en verantwoordelijkheden in deze interdisciplinaire samenwerking. We gaan aan de slag om deze afspraken stevig te verankeren in de werkprocessen van Filomena én Veilig Thuis. In 2025 implementeren we de uitwerking van de nieuwe samenwerkingsafspraken met de partners van het Kennis- en Expertisecentrum Huiselijk Geweld, Seksueel Geweld en Kindermishandeling, waarmee we het open karakter, de brede aanwezigheid van expertise en het lerend vermogen van dit samenwerkingsverband borgen. 3.5
Verbeterplan Vlaardingen
Naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de aangrijpende gebeurtenissen rondom het meisje uit het pleeggezin in Vlaardingen heeft VTRR een verbeterplan opgesteld. We richten ons hierbij op drie pijlers te weten: alle kinderen zien en spreken bij ‘disclosure’ en bij letsel medisch adequaat onderzoeken, de taak en rol van VTRR versterken en verduidelijken en aanscherping van onze dossiervorming. De volgende stap zal zijn het uitwerken van de genoemde pijlers, in samenwerking met andere betrokken partijen.
4.
Duurzaam werkgeverschap
In het eerste kwartaal werd er een medewerkerstevredenheidsonderzoek opgestart. Zo meet VTRR de personeelstevredenheid en betrokkenheid. Tegelijkertijd biedt dit ons de kans om onze organisatie nog beter te positioneren en in lijn te brengen met de behoeften van onze medewerkers. De resultaten zullen op een later moment worden gedeeld en worden besproken in de afzonderlijke teams. Om de veiligheidsrisico’s binnen het pand tot een minimum te beperken hebben we ervoor gekozen een paslezersysteem te installeren op de begane grond. Met dit systeem kan het gebouw alleen nog worden betreden met een geldige VTRR-pas. We kunnen hiermee ongewenste bezoekers weren en de risico’s minimaliseren. Verzuim en verloop We stellen als norm dat het ziekteverzuim dit jaar maximaal 8,5% is. We hebben een toename in het aantal en de duur van ziekmeldingen gezien waardoor we denken dat dit een realistisch cijfer is. We hebben ervoor gekozen het ziekteverzuimpercentage te noemen exclusief zwangerschapsverlof. In het eerste kwartaal is het gemiddeld verzuimpercentage gemiddeld 11,7%. Hiermee zitten we boven de norm. Tot en met maart ligt het verloop op 2%. Dit ligt onder onze norm van 20%. Het verlooppercentage zal gedurende het jaar stijgen omdat gedurende het jaar het aantal medewerkers dat de organisatie verlaat bij elkaar opgeteld worden.
De instroomcijfers laten zien dat we in het eerste kwartaal meer medewerkers hebben kunnen binden dan het aantal medewerkers dat de organisatie verliet. In het eerste kwartaal zijn er 9 FTE aangenomen en hebben 4 FTE de organisatie verlaten. 4.1
Samenwerking met MBO, HBO, WO
Begin kwartaal één is er een stagiair gestart op het Advies- en Meldpunt. We bezochten een bijeenkomst bij de Hogeschool Rotterdam waarbij de stagebegeleiding een andere structuur zal krijgen. Vanuit de school worden de stageperiodes anders ingericht. We blijven de ontwikkelingen volgen.
5.
Innovaties op anders werken
5.1 Proeftuin Toekomstscenario In januari heeft het ‘Festival Toekomstscenario’ plaatsgevonden; een afsluitend moment van de proeftuin die in 2024 gedraaid heeft in de gemeenten Goeree en Capelle en in werkgebied IJsselmonde waarop de opbrengsten met elkaar besproken en gedeeld zijn. In 2025 heeft de proeftuin een vervolg gekregen in dezelfde werkgebieden echter met een aangepaste focus. De opdracht die er voor 2025 geformuleerd is bestaat onder andere uit het werken met een uniform werkproces waarin de belangrijkste basisfuncties van het RVT zijn uitgewerkt. Verder worden de werkzame elementen zoals geschetst door Regioplan verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Daarin wordt de omvang en deskundigheid van een optimaal RVT verder onderzocht en worden er aanbevelingen gedaan rekening houdend met de rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de samenwerking tussen het RVT en de lokale teams. Door de projectleider toekomstscenario en teamcoördinator proeftuin is aan nieuwe collega’s – die deelnemen aan de proeftuin - in februari een toelichting gegeven op de activiteiten en werkwijze van de proeftuin. Tevens is met ingang van maart het beproeven in Capelle, Goeree en IJsselmonde weer opgestart. Naast drie procesregisseurs vanuit VTRR zijn ook nog steeds een GW, VA en collega’s van Ervaring in Huis betrokken.
Omdat in het eerste kwartaal de focus lag op het inrichten van de lokale teams voor het uitrollen van het werkproces is de verwachting dat vanaf kwartaal twee meer casuistiek zijn weg gaat vinden naar de praktijkgroep. De regio Rijnmond gaat meedoen in de landelijke cohortstudie van het Verwey-Jonker Instituut. In het onderzoek wordt nagegaan wat de aanpak van de proeftuinen oplevert als het gaat om de veiligheid in de gezinnen/huishoudens. 5.2 Integraal crisisteam Vorig jaar hebben het Crisisinterventieteam JBRR en het VTRR crisisteam met het oog op de toekomst naar het toekomscenario van de gemeente opdracht gekregen om samen tot één integrale werkwijze te komen. Het is de eerste stap richting de ontwikkeling naar een integraal crisisinterventieteam 0-100. In januari zijn we gestart met fase 1 van het plan integraal werkproces crisisinterventieteam 0-18. Tijdens deze pilot zullen we de werkprocessen van het CIT en VTRR verder integreren. Waarom we dit doen? We werken al veel samen,
maar onze bevoegdheden verschillen. Met een integrale crisisdienst willen we een efficiëntere werkwijze om dubbelingen te voorkomen, een (gedeeltelijke) oplossing te bieden voor de arbeidsmarktproblematiek en expertise te bundelen en benutten bij het oppakken en beoordelen van casuïstiek. De voordelen, vragen of knelpunten waar we in deze pilot tegenaan lopen, zullen we gaandeweg inventariseren, beantwoorden of oplossen. Met elkaar werken we toe naar de volgende fase: een integrale werkwijze CIT & VTRR Crisis 0-100 met als einddoel fase 3: een integrale werkwijze regio Rotterdam Rijnmond 0-100. In februari stelden we vanwege de hoge werkdruk bij het crisisteam een time-out in voor de pilot integrale crisisdienst 0-18. De pilot is inmiddels in beperkte vorm hervat.