Bijlage Startnotitie Kadernota Beheer - Evaluatie kadernota 2017-2021
Tekst van het document
Evaluatie Kadernota 2017-2021
1. Inleiding In 2016 is het traject van de Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2017-2021 gestart. Hierbij zijn keuzemogelijkheden voor de kwaliteit van de buitenruimte aan de raad voorgelegd. Dit waren keuzemogelijkheden voor het ambitieniveau voor het uitvoeringsprogramma IUPB en het kwaliteitsniveau voor het regulier / dagelijks beheer. Voor het IUPB is gekozen voor het ambitieniveau “doelmatig”. Dit is omschreven als “buurtgerichte en integrale aanpak bij de vernieuwing van de buitenruimte. De uitvoeringsprogramma’s van de beleidsplannen Gemeentelijk Verkeer- en VervoersPlan (GVVP) en de Groen Blauwe Structuurvisie (GBSV) worden zoveel mogelijk meegenomen”. Voor het dagelijks onderhoud is gekozen om de arealen bomen, groen, spelen, openbare verlichting en reiniging te onderhouden op een beeldkwaliteit. De overige arealen (wegen, bruggen en sluizen, kades zeehavens, kades binnenhaven, watergangen, verkeersregelinstallaties, parkeersystemen, verwijsborden, straatmeubilair en markeringen) worden onderhouden op de minimale technische ondergrens. Dit is beschreven als “het moment waarop het areaal nog functioneert en niet onveilig is”. In de basis is dit het laagste beheerniveau voordat zaken uit gebruik genomen of worden afgesloten. De Kadernota is in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld.
Op basis van dit besluit zijn binnen de gegeven kaders 10 beheerplannen opgesteld voor de diverse arealen. Deze zijn door het college vastgesteld. Deze beheerplannen geven invulling aan de beheermaatregelen om het gewenste kwaliteitsen ambitieniveau van de openbare ruimte te behalen en te behouden.
2. Proces Kadernota en beheerplannen Het proces om te komen tot vaststelling van de Kadernota is niet vlekkeloos verlopen. Na een eerste bestuurlijke behandeling is gebleken dat de raad zich onvoldoende meegenomen voelde in de te maken keuzes en de achterliggende afwegingen. Dit is gerepareerd waarna besluitvorming heeft plaatsgevonden. Gedurende het proces zijn de voorgelegde kwaliteitskeuzes meerdere malen doorgerekend. Ook zijn meerdere versies van zowel de Kadernota als de beheerplannen, met keuzemogelijkheden, opgesteld. Dit heeft veel ambtelijke capaciteit gevraagd. Ambtelijk blijft het gevoel bestaan dat de keuzes in de raad vooral gemaakt zijn op basis van beschikbare financiële kaders en minder op inhoudelijke keuzes. Dit vertaald zich bijvoorbeeld in gebieden waar groenonderhoud en reiniging op een hoger niveau plaatsvinden dan arealen die op een minimale technische ondergrens worden onderhouden. Signalen vanuit de stad ondersteunen de stelling dat het uiteindelijke beeld wordt bepaald door de zwakste schakel. Het feit dat de looptijd van het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) niet gelijk loopt met de Kadernota en de beheerplannen zorgt ervoor dat de integraliteit nog niet optimaal is. Dit heeft impact op bijvoorbeeld de projecten in het IUPB. Er zijn uiteindelijk 10 beheerplannen gemaakt voor de diverse arealen.
Deze sluiten niet altijd aan bij de diverse producten in de gemeentebegroting.
3. Integraal UitvoeringsProgramma Buitenruimte (IUPB) Het Integraal Uitvoerings Programma Buitenruimte (IUPB) heeft zich ontwikkeld van een monodisciplinair uitvoeringsprogramma van beheer openbare ruimte tot het uitvoeringsprogramma van de stad. Hierin worden met een doelmatige, integrale en buurtgerichte aanpak delen van de stad en
1
individuele objecten vernieuwd. Dit varieert van het vernieuwen van een brug of gemaal tot het integraal ophogen, vernieuwen en herinrichten van hele wijken. Het programma wordt bepaald door de kwaliteit van de buitenruimte. Noodzakelijk groot onderhoud en vervangingen zijn de aanleiding voor een ingreep. Dit is immers ook waar het budget voor beschikbaar is gesteld. De integrale aanpak geeft de mogelijkheid om wensen van de bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties in de stad en de gemeentelijke organisatie in één keer te verwezenlijken. Hiermee worden twee doelstellingen gerealiseerd: alles in één keer goed en voor een periode van 20 jaar geen groot onderhoud meer. Dit resulteert in minder overlast voor bewoners. Met name het integrale aspect om per buurt meerdere disciplines aan te pakken is zowel voor gebruikers als eigen organisatie goed bevallen. Men kan wel stellen dat Schiedam hiermee binnen Nederland nog steeds voorop loopt. Voor alle IUPB-projecten zitten de belanghebbenden vanaf de start van de voorbereiding met elkaar aan tafel. Dit betreffen zowel interne afdelingen, externe stakeholders en bewoners. Door deze wijze van integraal werken voelen de verschillende disciplines binnen de gemeente zich beter betrokken. Er wordt in de IUPB-projecten een strakke budgetbewaking gehanteerd.
Door het samenvoegen van budgetten uit verschillende financieringsbronnen in één integraal projectbudget, is meer mogelijk. Werk met werk maken levert kansen op.
Raadskader “Doelmatig” In de kadernota heeft de gemeenteraad het ambitieniveau voor het IUPB gesteld op “doelmatig”. Dit is een passend ambitieniveau voor het onderhoud van de buitenruimte. Wel levert dit een grijs gebied op als het gaat in de overlap/aansluiting op andere uitvoeringsprogramma’s of beleidskaders: wat nemen we wel en wat nemen we niet mee? Waar ligt de grens? Duidelijk moet zijn dat als er geen budget is vanuit een bepaalde visie of beleidsambitie, er ook geen grote ambities kunnen worden meegefinancierd uit het budget voor het beheer. De beheersmatige noodzaak is leidend en financieel kader stellend voor het uit te voeren project. Optimalisaties worden meegenomen, grote ingrepen niet. Dat levert niet altijd een optimaal resultaat op voor de stad. Het GVVP en GBSV waren vooral visies op hoofdlijnen en beschikten niet over een gefinancierd uitvoeringsprogramma. Dit heeft ertoe geleid dat niet alle kansen om zaken te verwezenlijken zijn gelukt.
Professionalisering In 2020 is het governanceproces vastgesteld door het college. Het proces is aangescherpt en verduidelijkt, met als kernbegrippen transparantie, sturing en verantwoording. In het governanceschema staat het samenspel tussen de gemeenteraad, het college, de portefeuillehouder en de ambtelijke organisatie weergegeven. Er zijn naast het vaststellen van het IUPB governanceproces grote stappen gemaakt in de professionalisering van het opdrachtgeverschap en de projectmanagement in zijn algemeen. We zijn meer “in control” en zowel het interne, externe als bestuurlijke draagvlak is gegroeid. Dit is een voortdurend proces waarin grote en kleine stappen bijdragen aan verbetering.
2
4. Financiën IUPB De bedragen (in 2017 € 17,5 mln.) bestonden uit circa € 3,5 mln. aan exploitatiebudgetten voor groot onderhoud en voor circa € 14 mln. aan investeringsbedragen. In 2020 is het uitvoeringsplan klimaatadaptatie behorende bij het vGRP vastgesteld. Het Uitvoeringsplan betreft de onderzoeken, maatregelen en communicatie ervan die door de gemeente zullen worden getroffen van 2020 t/m 2023. Om problemen door wateroverlast en watertekort te voorkomen worden bij de herinrichting van de openbare ruimte op verschillende niveaus maatregelen getroffen, bijvoorbeeld door aanleg van een regenwaterriool, waterberging of infiltratie-riool. Deze maatregelen dragen bij aan de doelen van het vGRP en sluiten hiermee aan bij de ambities uit het klimaatadaptatieplan. Vanwege de integraliteit en verwevenheid met de projecten in het IUPB is vanaf 2021 het investeringsbudget van het klimaatadaptatieplan (ca. € 0,6 mln.) aan het IUPB toegevoegd.
Indexaties Een deel van de beschikbare IUPB-budgetten worden geïndexeerd. Dit betreft het exploitatiedeel, niet de beschikbare investeringskredieten. Op dit moment is er sprake van grote inflatie en kostenstijgingen. Een aanbeveling is om de komende jaren de investeringsbudgetten wel te indexeren.
Financieel verloop In onderstaand overzicht zijn de totale uitgaven van het IUPB over de afgelopen jaren in beeld gebracht. In de afgelopen jaren is het uitgavenpatroon vrij stabiel geweest (rond de € 16 mln.). De laatste 2 jaar (2021 en 2022) is er een forse stijging te constateren omdat projecten die eerder vertraagd waren nu in uitvoering zijn en nieuwere projecten wel volgens planning lopen. Kadernota BOR T OT AAL IUPB
17.500.000
Jaarrekening Jaarrekening 2017 2018
16.375.564
16.649.000
Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021
15.458.000
15.872.000
23.023.000
IUPB exploitatie In de exploitatie is tot en met 2020 een dalende lijn te constateren. Deze dalende lijn is mede het gevolg van een wijziging in de BBV regels, waardoor meer uitgaven die voorheen ten laste van het exploitatiebudget kwamen, nu als investeringen aangemerkt worden. Het jaar 2021 is echter een uitzondering, met name vanwege de baggerkosten in de binnenhavens en zeehavens en daarnaast een forse stijging in het groenonderhoud. Kadernota BOR 2017 2021 Wegen, Straten, pleinen Verkeersregeliinstallaties Bruggen Zeehav ens Binnenhav ens / kadem uren Afwatering en waterkwantiteit Openbaar groen Straatm eubilair Speeltuinen en speelv oorzieningen T otaal ex ploitatie
850.000 100.000 300.000 300.000
Jaarrekening Jaarrekening 2017 2018
804.039 483.226 268.906
300.000
Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021
433.000 -21.000 629.000 425.000
391.000 0 338.000 819.000
644.000 13.000 304.000 277.000
772.000 354.000 405.000 967.000
231.000
74.000
393.000
2.196.000
200.000 1.200.000 50.000
315.375 1.691.886
205.000 1.263.000 0
23.000 1.376.000 19.000
92.000 1.353.000 30.000
3.000 2.305.000 126.000
170.000
172.025
42.000
15.000
27.000
43.000
3.470.000
3.735.457
3.207.000
3.055.000
3.133.000
7.171.000
IUPB investeringen In de investeringen is tot en met 2020 een nagenoeg stabiel uitgavenpatroon te constateren. Het uitgavenpatroon van het onderdeel riolering is de afgelopen jaren achtergebleven bij de begrote uitgaven.
3
2021 en vooral 2022 laten een stijging in de investeringskredieten zien. Dit komt voornamelijk doordat eerder vertraagde projecten inmiddels in uitvoering zijn. Kadernota Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening BOR 2017 2018 2019 2020 2021 € 6.850.000 € 8.958.61 4 € 9.7 32.000 € 1 0.009.000 € 9.034.000 € 8.7 1 9.000
Wegen Bruggen
€ 7 00.000
€ 580.087
€ 56.000
€ 1 90.000
€ 351 .000
€ 1 .21 2.000
OV Arm aturen
€ 1 85.000
€ 31 8.468
€ 1 60.500
€ 239.500
€ 242.500
€ 7 7 9.500
OV Lichtm asten
€ 1 85.000
€ 31 8.468
€ 1 60.500
€ 239.500
€ 242.500
€ 7 7 9.500
Verkeersregelinstallaties
€ 1 00.000
€0
€ 1 51 .000
€0
€ 84.000
€0
Parkeerautom aten
€ 60.000
€0
€0
€0
€0
€0
Zeehav ens
€ 500.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1 .000.000
€ 451 .836
€ 1 85.000
€0
€ 58.000
€ 1 27 .000
€ 450.000
Binnenhav ens Watergangen Klim aatadaptiev e m aatregelen Riolering ten noorden A20
€0
€0
€0
€ 254.000
€ 30.000
€0
€0
€0
€0
€ 99.000
€ 7 52.000
€ 2.000.000
€ 1 .006.31 7
€ 1 .498.500
€ 862.500
€ 1 .1 87 .000
€ 1 .7 26.500
Riolering ten zuiden A20
€ 2.000.000
€ 1 .006.31 7
€ 1 .498.500
€ 862.500
€ 1 .1 87 .000
€ 1 .7 26.500
€ 14.030.000
€ 12.640.107
€ 13.442.000
€ 12.403.000
€ 12.7 39.000
€ 15.852.000
T otaal inv esteringen
Reserve IUPB Om fluctuaties in de jaarlijkse uitgaven op te kunnen vangen bestaat de Reserve IUPB. Hieraan worden de kapitaallasten van vertraagde investeringen (projecten) toegevoegd. Deze blijven dan beschikbaar. In de afgelopen periode zijn daar een aantal keer middelen uit onttrokken. Dit leidt tot een risico dat overschrijdingen op het IUPB budget niet meer uit deze reserve gedekt kunnen worden. Jaarrekening
Jaarrekening
Jaarrekening
Jaarrekening
Jaarrekening
2017
2018
2019
2020
2021
Stand 1 januari
€ 4.465.000
€ 3.7 03.000
€ 2.61 8.000
€ 3.409.000
€ 3.81 6.000
T oev oegingen
€ 1 03.000
€ 1 43.000
€ 1 .541 .000
€ 1 .244.000
€ 1 .008.000
Onttrekkingen
€ -865.000
€ -1 .228.000
€ -7 50.000
€ -837 .000
€ -3.7 83.000
Stand 31 decem ber
€ 3.7 03.000
€ 2.61 8.000
€ 3.409.000
€ 3.81 6.000
€ 1 .041 .000
5. Regulier onderhoud buitenruimte Naast de grootschalige werkzaamheden uit het IUPB wordt de kwaliteit van de buitenruimte bepaald door het reguliere dagelijkse onderhoud. Dit onderhoud is ondergebracht in de dienstverleningsovereenkomst met Irado, areaalgerichte raamcontracten en klein onderhoudsbudget voor zaken die niet in contracten zijn georganiseerd.
Beeldkwaliteit Een deel van de buitenruimte wordt onderhouden op beeldkwaliteit. Dit betreft de bomen, groen, spelen, openbare verlichting en reiniging. De overige arealen (wegen, bruggen en sluizen, kades zeehavens, kades binnenhaven, watergangen, verkeersregelinstallaties, parkeersystemen, verwijsborden, straatmeubilair en markeringen) worden onderhouden op de minimale technische ondergrens. Over het algemeen genomen voldoet het onderhoud om dit niveau te garanderen. Voor groenonderhoud bleef de gemeten kwaliteit in 2021 onder het afgesproken niveau. Hiervoor is in 2022 een verbeterplan ingezet wat zijn vruchten lijkt af te werpen. Wel moet opgemerkt worden dat de focus die in de afgelopen periode geweest is op het deelareaal bomen ten koste is gegaan van andere aspecten van groenbeheer. Voor wat betreft zwerfvuil voldoet de beeldkwaliteit over het algemeen aan het vastgestelde niveau. Deels zit dit in de manier van meten. Door conform de CROW-richtlijn niet in het weekend te meten ontstaat een vertekend beeld. In de praktijk blijkt dat in delen van stad met een hoge vervuilingssnelheid in weekenden een hogere vervuiling ontstaat dan afgesproken. Dit wordt dan in de loop van de maandag weggewerkt. Met de speerpunten uit het coalitieakkoord en de besluitvorming tijdens de begroting 2023 wordt hiervoor een verbetering geboden.
4
Er wordt op verschillende manieren aangekeken tegen de gehanteerde niveaus voor de afgesproken beeldkwaliteiten en hoe daar invulling aan wordt gegeven door de uitvoerende partijen. Om dit te objectiveren is gekozen om in 2022 de zogenaamde beeldschouw door een externe partij te laten uitvoeren.
Minimale technische ondergrens De andere, veelal technische, arealen worden onderhouden op de minimale technische ondergrens. Dit is het laagste onderhoudsniveau wat niet aansluit bij het beeld dat bewoners verwachten van de buitenruimte. Dit geeft aanleiding tot verloedering. Een dergelijk laag onderhoudsniveau leidt op termijn tot snellere achteruitgang van elementen in de buitenruimte waardoor vervanging of extra inzet nodig gaat worden.
Differentiatie Er is verschil zichtbaar in de gebieden waar een hogere beeldkwaliteit wordt gehanteerd voor groen en straatreiniging ten opzichte van het onderhoud van de arealen die op de technische ondergrens worden beheerd zoals wegen, straatmeubilair etc. Het totale (door bewoners ervaren) eindbeeld wordt bepaald door het laagste onderhoudsniveau (de zwakste schakel). Het verdient aanbeveling om een differentiatie aan te brengen in het beheer van de technische arealen zodat die beter aansluiten bij de vastgestelde beeldkwaliteit.
Benchmarken Daar waar het in gevallen gemakkelijk is om het benodigde budget voor onderhoud te toetsen qua marktcomformiteit, is dat bij beeldkwaliteit en criteria als “minimale technische ondergrens” lastiger. Hiervoor is een cyclische benchmark op de dienstverleningsovereenkomst met Irado per areaal afgesproken. Uitgezonderd enige incidenten werkt Irado marktconform. Buiten de langjarige dienstverleningsovereenkomst met Irado zijn er andere contracten voor het onderhoud van de buitenruimte. Deze worden cyclisch opnieuw aanbesteedt om de marktconformiteit te garanderen.
Externe invloeden Er zijn “externe factoren” die invloed hebben op de (technische) achteruitgang van de buitenruimte en extra inzet. Daarbij valt te denken aan ander gebruik dan in het ontwerp is bedoeld, werkzaamheden door derden (het aanleggen van nieuwe kabels en leidingen, het vernieuwen van woningen, het uitvoeren van nieuwbouwplannen etc.). Ook het niet ophogen van kruipruimtes en slecht aangesloten hemelwaterafvoeren zorgt voor verzakkingen langs gebouwen. Hier is lastig grip op te krijgen. Door steeds de randvoorwaarden rondom deze activiteiten scherper af te kaderen worden er steeds verbeteringen bewerkstelligd.
Klimaatverandering Klimaatverandering heeft effect op de buitenruimte en het onderhoud daarvan. Naast regen en droogte en de noodzaak voor technische oplossingen daarvoor (waterbergingen) zorgt het ook voor andere inzet in het groenonderhoud. Er zijn meer ziekten en plagen te zien die voorheen in andere klimaatregio’s voorkwamen. Er is meer wortelopdruk te constateren wat extra aandacht vraagt. De spagaat tussen klimaat adaptieve maatregelen en het behouden van een beeldkwaliteit vraagt om slimme maar ook lastige keuzes en een goede integrale afweging. Een klimaat adaptieve verharding (open en waterdoorlatend) geeft al snel meer onkruid en hogere onderhoudskosten dan gesloten verharding.
“Vergeten arealen” In het verleden zijn een aantal “arealen” toebedeeld aan begrotingsproducten. Dit is bijvoorbeeld het areaalgebonden vastgoed bij Groen. De kosten voor het onderhoud van de kinderboerderij in het Beatrixpark en het prieel in het Julianapark zijn eerder niet begroot. De diverse cultuurhistorische en
5
maatschappelijke objecten als de Spoelingsschuit en de objecten op de Maasboulevard zijn toebedeeld aan het areaal straatmeubilair. Naast het feit dat onderhoudskosten niet begroot zijn, is het kwaliteitsniveau (minimale technische ondergrens) niet passend bij dit deelareaal.
Afvalbeheer Afvalbeheer (ophalen huisvuil etc.) is onderdeel van de begroting van het team Beheer. De benodigde budgetten komen beschikbaar uit de afvalstoffenheffing. Uiteraard is de mate van doelmatigheid en efficiëntie van de afvalinzameling en bestrijding van zwerfvuil van invloed op de buitenruimte en de beleving daarvan. Maar omdat dit niet specifieke component is in het beheer en onderhoud van de buitenruimte wordt afvalbeheer buiten deze evaluatie en kadernota gehouden.
Riolering Een uitgebreide evaluatie van het vGRP wordt meegenomen in het proces naar het nieuwe vGRP. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie van het vGRP 2019-2023 kan worden gesteld dat het toekomstbestendig beheer goed gaat en er zijn meerdere resultaten behaald. Echter zijn er ook nog doelen waar aan gesleuteld moet worden en die terug moeten komen in het nieuwe vGRP. Hierbij moet worden gedacht aan het klimaatbestendig ontwerpen, het in beeld houden van het grondwater in Schiedam en meten wat er precies gebeurt in het riool. Ook moet het risicogestuurd beheer verder ontwikkeld worden.
Meer investeringen Vanwege wijzigingen in de BBV regels, zijn meer zaken te investeren. De budgetten van een aantal arealen zijn erop gebaseerd dat kleinschalige investeringen uit exploitatiebudget gefinancierd worden. Om beter aan te sluiten op de actualiteit zal de nota waarderen, investeren en afschrijven uit 2014 aangepast moeten worden. Dit kan leiden tot een verschuiving van exploitatiebudgetten naar investeringskredieten. Dit is geen bezuiniging, maar een verschuiving omdat deze kleinschalige vervangingen wel gedaan moeten worden.
Financiën regulier onderhoud Uit de reguliere jaarlijkse beheerbudgetten worden de kosten van de autonome beheerwerkzaamheden, het dagelijks beheer (o.a. Irado), de beheerorganisatie, inspecties en monitoren, onderzoek en adviezen, verplichtingen en kapitaallasten gedekt. In de Kadernota 2017-2021 is jaarlijks een bedrag van ca. € 21,5 miljoen opgenomen. Daarnaast stond er in 2017 ca. € 9,1 mln. in de begroting voor afvalinzameling. De onderhoudsbudgetten worden jaarlijks geïndexeerd. De budgetten voor rioolonderhoud en afvalinzameling worden middels heffingen doorberekend aan de inwoners van Schiedam.
Wegen, Straten, pleinen
Kadernota Jaarrekening Jaarrekening BOR 2017 2017 2018 2021 € 1 .932.000 € 2.960.895 € 3.842.1 67
€ 4.499.47 5
€ 4.262.360
€ 5.454.097
Wegen, Straten, pleinen Reiniging
€ 3.587 .000
€ 2.528.000
€ 2.682.305
€ 2.87 4.7 94
€ 2.97 1 .502
€ 2.804.043
Verkeersregeliinstallaties
€ 408.000
€ 391 .41 5
€ 344.91 9
€ 37 3.1 36
€ 400.57 6
€ 1 67 .01 2
Bruggen , regulier onderhoud
€ 7 89.256
€ 1 .31 1 .57 6
€ 1 .069.01 1
€ 1 .030.565
€ 881 .7 80
€ 833.1 91
Openbare v erlichting, regulier onderhoud
€ 7 89.01 7
€ 87 0.235
€ 1 .37 8.91 4
€ 1 .1 80.841
€ 1 .1 84.605
€ 1 .037 .086
Straatm eubilair, regu;ier onderhoud
€ 682.450
Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021
€ 600.7 28
€ 600.235
€ 468.1 91
€ 525.838
€ 57 3.7 30
Kleine aanpassingen in de buitenruim te
-
€ 5.266
€ 5.7 53
€ 1 5.489
€ -5.97 6
€ 22.7 61
Gladheidbestrijding (begroting 2018)***
€ 1 99.667
€ 288.260
€ 309.7 21
€ 346.1 04
€ 1 99.7 83
€ 400.826
Kabels en Leidingen
-
€ 28.81 1
€ 1 0.028
€ -80.7 96
€ -1 08.236
€ -58.534
Wegen, straten, pleinen reiniging zwerfafv al
-
€0
€ 30.035
€ -94.960
€0
€0
€ 456.1 88
€ 1 36.51 8
€ 88.1 1 2
€ 1 37 .060
€ 1 51 .395
€ 1 41 .361
Binnenhav ens: werkzaam heden afd. BOR
€ 87 7 .1 36
€ 1 .269.584
€ 1 .030.094
€ -1 90.1 00
€ -1 83.1 69
€ 1 .1 98.469
Afwatering en waterkwantiteit, regulier onderhoud
€ 41 9.000
€ 422.829
€ 342.959
€ 667 .537
€ 263.7 97
€ 482.897
Riolering (GRP*)
€ 7 .7 34.898
€ 8.047 .263
€ 7 .341 .51 5
€ 7 .262.355
€ 7 .7 01 .1 44
€ 8.1 67 .262
Openbaar groen, regulier onderhoud
€ 3.327 .7 68
€ 3.824.532
€ 2.683.400
€ 3.965.949
€ 4.628.625
€ 4.654.522
€ 426.000
€ 320.860
€ 396.641
€ 389.1 7 7
€ 47 6.469
€ 51 7 .925
-
€ 7 0.927
€ 7 2.064
€ 90.860
€ 86.987
€ 67 .220
€ 9.097 .243
€ 9.1 69.896
€ 9.1 7 6.37 3
€ 9.508.045
€ 1 0.1 99.904
€ 9.935.97 2
Reinigingsrecht/Bedrijfsafv al
-
€ 1 7 4.7 62
€ 31 9.1 58
€ 226.21 3
€ 1 85.544
€ 229.835
Ongediertebestrijding
-
€ 81 .223
€ 1 07 .583
€ 201 .896
€ 92.508
€ 7 7 .507
€ 30.643.901 € 32.503.087
€ 31.698.943
€ 32.929.47 8 € 33.963.328
€ 36.815.902
Zeehav ens: werkzaam heden BOR
Speeltuinen en speelv oorz.: regulier onderhoud Beheer en inkom sten gem .electriciteitkasten Afv alinzam eling en afv alv erwijdering (Begroting) **
T otaal ex ploitatie
6
Analyse exploitatiebudget In grote lijnen is een stijging van de uitgaven te constateren. Dat is deels te wijten aan kostenstijgingen. De beschikbare exploitatiebudgetten worden ook geïndexeerd waardoor de uitgaven niet 1-op-1 te relateren zijn aan de budgetten in de 1e kolom. Voor gladheidsbestrijding worden alleen de “vaste” kosten begroot. De operationele kosten (het uitvoeren van strooirondes) wordt als overschrijding op het budget verantwoord. De post “Kabels en Leidingen” betreffen degeneratiekosten. Dit is een doorbelasting aan de ingraver van de hogere onderhoudskosten die nodig als gevolg van werkzaamheden in de ondergrond. Voor een aantal arealen is in de kadernota onvoldoende budget beschikbaar gesteld om dat areaal op het gewenste niveau te onderhouden. Voor de arealen straatmeubilair en spelen wordt minimaal onderhoud gepleegd, wat regelmatig onvrede oplevert. Bij deze arealen heeft dat deels tot gevolg dat kleine investeringen uit exploitatiebudget gefinancierd worden. Voor het areaal groen is te constateren is dat voor bijvoorbeeld de bestrijding van boomziekten en invasieve exoten, maar ook voor het onderhoud van areaalgebonden vastgoed, in de kadernota onvoldoende budget is gevraagd. Dit areaal is zeer divers van aard. De focus is de afgelopen jaren vooral geweest op solitaire bomen. Door deze focus zijn andere delen van het areaal achtergebleven.
Dat manifesteert zich vooral in de technische kwaliteit van het bosplantsoen en de heesters in de stad. Maar ook voor bomen is gebleken dat er structureel onvoldoende budget is om het areaal op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. Dit brengt mogelijk veiligheidsrisico’s met zich mee. Door een gebrek aan strakke financiële sturing is lastig helder te krijgen waar de problemen precies zitten. Het algehele beeld is wel dat een structureel budgettekort is.
6. Aanbevelingen In de vorige hoofdstukken zijn diverse aanbevelingen gedaan naar aanleiding van de evaluatie van de Kadernota. De belangrijkste daarvan zijn: Raad goed informeren over keuzes door meegeven context Beheerplannen aan laten sluiten op begrotingsproducten Technisch noodzakelijk onderhoud blijft leidend Integrale aanpak doorzetten Verdere professionalisering nastreven Opleverprotocol actualiseren Investeringen indexeren Reserve IUPB als systeemreserve beschouwen Differentiatie in onderhoudsniveaus nivelleren waar nodig Aandacht houden voor klimaatverandering Alle arealen in beeld hebben en meenemen Beheersystematiek riolering uitwerken Budgettekorten helder maken
7