Bijlage Sociale index 2022 begeleidende notitie
Tekst van het document
Sociale Index 2022 – begeleidende notitie De Sociale Index is een periodiek onderzoek waarin allerhande informatie over de sociale staat van Schiedam en haar wijken wordt samengebracht. Het doel van de Sociale Index is drieledig; een beeld schetsen van hoe de stad er in sociaal opzicht voor staat, inzicht geven in verschillen binnen de stad en een stapeling van problemen signaleren. De huidige editie is de derde in zijn soort, na eerdere edities in 2015 en 2017. Sinds de eerste editie bestaat de Sociale Index vier hoofdthema’s: Sociale Stijging en Persoonlijke Kansen, Participatie, Sociale Cohesie en Leefomgeving. Elk van deze vier thema’s is onderverdeeld in enkele subthema’s, die op hun beurt bestaan uit meerdere indicatoren. Scores op deze indicatoren worden gerelateerd aan een relevant ijkpunt en zo verwerkt tot een rapportcijfer op een schaal van 1 (Zeer zwak) tot 10 (Zeer sterk). De rapportcijfers geven daarmee vooral een indicatie van de relatieve score op een bepaald thema. Voor de scores zelf wordt geput uit verschillende bronnen, zowel interne (de BRP, BAG en bevolkingsonderzoeken) als externe (zoals het CBS, RIVM en de Politie). De voorliggende editie van de Sociale Index vertoont veel overeenkomsten met eerdere edities, maar wijkt daar op een aantal punten ook vanaf.
Sommige bronnen bleken bijvoorbeeld niet meer beschikbaar; de getroffen indicatoren zijn waar mogelijk vervangen door een alternatief en anders weggelaten. Deze en andere aanpassingen maken dat rapportcijfers in de huidige editie van de Sociale Index beperkt vergelijkbaar zijn met die in eerdere edities. Om die reden worden de rapportcijfers in deze begeleidende notitie niet in historisch perspectief geplaatst. In plaats daarvan is er als bijlage een vergelijking op onderdelen opgenomen. Deze vergelijking betreft uitsluitend indicatoren waarvoor ten opzichte van eerdere edities vergelijkbare data beschikbaar is.
Sociale Index 2022 in vogelvlucht In algemene zin valt op dat Schiedam vaak gemiddeld scoort. Hoewel het rapportcijfer van de gemeente op sommige thema’s net iets lager is dan dat van andere gemeenten en op andere juist net iets hoger, zijn deze verschillen relatief klein. Dit geldt ook voor de verschillen binnen thema’s, al zijn er wel enkele uitschieters. Zo valt in positieve zin op dat relatief weinig Schiedammers een bijstandsuitkering ontvangen, dat Schiedammers relatief vaak contact hebben met vrienden of familie en dat Schiedamse woningen relatief weinig gas verbruiken. In minder positieve zin valt op dat Schiedam relatief weinig theoretisch opgeleide jongeren telt en dat relatief veel Schiedammers nog niet zo lang in de gemeente wonen. Deze kleine verschillen op gemeenteniveau staan in schril contrast met de verschillen op wijkniveau. Schiedam is in meerdere opzichten een sterk gesegregeerde gemeente en dit uit zich ook in de Sociale Index. Wijken die in de meeste opzichten relatief goed scoren zijn Spaland/Sveaparken, Kethel en Woudhoek, wijken die relatief slecht scoren zijn onder meer Oost en Nieuwland (maar in sommige opzichten ook Groenoord, Zuid en Centrum). Aangezien veel uitkomsten van de Sociale Index op dit patroon kunnen worden teruggevoerd, richten we ons bij het bespreken van de individuele thema’s vooral op de uitkomsten die hier een uitzondering op zijn.
Thema 1: Sociale stijging/persoonlijke kansen Het thema Sociale stijging/persoonlijke kansen omvat vooral indicatoren die betrekking hebben op de basis voor een succesvolle toekomst; een goede (basis)opleiding, voldoende inkomen en een goede gezondheid. Ten aanzien hiervan valt op dat de wijken Zuid en Nieuwland zowel relatief veel -1-
praktisch opgeleide inwoners en relatief weinig theoretisch opgeleide jongeren hebben – ook in vergelijking met andere wijken. Daarnaast valt ook het relatief hoge aantal minima in Nieuwland en Groenoord op; met een rapportcijfer van respectievelijk 2,0 en 3,6 scoren deze wijken beduidend slechter dan wijken als Zuid (4,6) en Oost (5,1). Tot slot valt binnen dit thema nog op dat relatief veel inwoners van Groenoord de eigen gezondheid als (zeer) slecht ervaren. Dit komt vermoedelijk deels doordat de inwoners van deze wijk gemiddeld wat ouder zijn, maar het verschil met andere wijken is aanzienlijk.
Thema 2: Participatie Het thema Participatie omvat vooral indicatoren over de mate waarin mensen meedoen in de samenleving; of ze actief zijn in werk of opleiding, of ze voldoende sociale contacten hebben en of ze zich sociaal-maatschappelijk inzetten. Ten aanzien hiervan valt op dat het aantal werkzoekenden in de meeste wijken gemiddeld of laag is. Hoewel dit niet per se iets zegt over de werkloosheid in deze wijken, impliceert het wel dat van de inwoners die actief zijn op de arbeidsmarkt, er relatief weinig zijn die geen baan kunnen vinden. Het aantal jongeren zonder startkwalificatie is in sommige wijken wel aan de hoge kant, met name in Nieuwland, Zuid en Oost. Tot slot valt bij dit thema op dat met name in Oost en Nieuwland relatief weinig inwoners actief zijn als mantelzorger of vrijwilliger – vooral ten opzichte van andere wijken. Het is niet duidelijk wat de oorzaak is van dit verschil.
Thema 3: Sociale cohesie Het thema Sociale cohesie omvat vooral indicatoren die gaan over de manier waarop inwoners met elkaar samenleven; of er veel verhuizingen zijn, of inwoners zich verbonden voelen met anderen en of ze vertrouwen hebben in de toekomst van hun wijk. Ten aanzien hiervan valt op dat er met name in Centrum en Oost relatief veel verhuizingen zijn en inwoners pas relatief kort in de gemeente wonen. Tegelijkertijd is het aantal bewoners dat in deze wijken al lang in dezelfde buurt woont gemiddeld. Dit impliceert dat Centrum en Oost een relatief kleine kern van inwoners hebben die er al langere tijd wonen, naast een zeer flexibele schil van inwoners die relatief snel komen en gaan. Dat een relatief groot aantal verhuizingen geen direct verband heeft met gevoelens van binding, blijkt wel uit het feit dat Centrum hierop relatief goed en Oost (samen met Nieuwland) gemiddeld scoort. Tot slot valt op dat inwoners in bijna alle wijken gemiddeld of relatief weinig vertrouwen hebben in de toekomst van hun wijk. Alleen inwoners van Kethel en Spaland/Sveaparken scoren in dit opzicht bovengemiddeld. Dit lijkt overigens weinig van doen te hebben met het vertrouwen in de gemeente; alleen in Zuid zien relatief weinig inwoners dat de gemeente helpt om hun wijk te verbeteren.
Thema 4: Leefomgeving Het thema leefomgeving omvat vooral indicatoren die betrekking hebben op de interactie tussen mens en ruimte; of er sprake is van een goede woonsfeer, hoe het met de veiligheid is gesteld, of er voldoende voorzieningen zijn, of de woningvoorraad voldoet en hoe duurzaam inwoners leven. Ten aanzien hiervan valt in de eerste plaats op dat de inwoners van Zuid, Oost, Nieuwland en Groenoord hun eigen buurt als onvoldoende schoon, heel en netjes ervaren. In Zuid hangt dit vooral samen met de ervaren hoeveelheid vuil naast containers en hondenpoep op straat, in Oost, Nieuwland en Groenoord met ervaren vernielingen van het straatmeubilair. In sommige wijken wordt bovendien relatief veel overlast ervaren. In Zuid en West gaat het onder meer om geluidsoverlast door industrie, in Oost door omwonenden en in Centrum en Nieuwland om drugsoverlast.
-2-
Bij een ander onderwerp binnen dit thema, veiligheid, valt vooral het gebrek aan een opvallende uitkomst op. Schiedam wordt al langere tijd gekenmerkt door een combinatie van relatief lage ervaren veiligheid en relatief hoge objectieve veiligheid. Dat is in deze editie van de sociale index niet anders. De ervaren veiligheid van Schiedammers is met een rapportcijfer van 5,2 net iets lager dan in andere gemeenten – maar beduidend lager in wijken als Centrum (3,4), Oost (2.2) en Nieuwland (3,2). In Centrum geven inwoners bovendien relatief vaak aan dat ze zich gediscrimineerd voelen. Deze relatief hoge mate van ervaren onveiligheid staat in schril contrast met het aantal aangiften; dat is in Schiedam juist relatief laag. De belangrijkste uitzondering is Kethel, waar veel diefstal, geweld en vernieling plaatsvindt. Dit concentreert zich met name in het Beatrixpark, winkelcentrum Hof van Spaland, het Welnesscluster en Park Harga. Ten aanzien van het onderwerp voorzieningen vallen vooral enkele uitschieters op. Zo scoort West, aanzienlijk slechter dan andere wijken als het gaat om de nabijheid van winkels voor dagelijkse boodschappen en parkeergelegenheid. In Centrum zijn inwoners juist relatief ontevreden over het aantal basisscholen en de speelgelegenheid voor jonge kinderen.
Groenoord is een uitschieter in positieve zin; op de tevredenheid met jongerenvoorzieningen scoren inwoners uit deze wijk maar liefst een 10. Het is niet bekend waarom Groenoord in dit opzicht zo hoog scoort, maar wel valt op dat deze wijk ook in vorige edities al relatief hoog scoorde op dit punt. Op het onderwerp duurzaamheid scoort Schiedam tot slot wisselend. Het gemiddelde gas- en elektriciteitsgebruik van woningen is in de meeste wijken gemiddeld of laag, al is er wel sprake van een wisselwerking; in wijken waar relatief weinig gas wordt verbruikt, verbruiken woningen relatief veel stroom en vice versa. Het aandeel inwoners met zonnepanelen is in de meeste wijken juist relatief laag, ook in minder kwetsbare wijken als West en Woudhoek. Ten aanzien van afvalscheiding is een duidelijke tweedeling te zien; inwoners van Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken geven aanzienlijk vaker dan gemiddeld aan dat ze hun afval scheiden, inwoners van Centrum, Oost, Zuid en Groenoord aanzienlijk minder vaak.
Bijlagen Bijlage 1. Sociale Index 2022 Bijlage 2. Historische vergelijking op onderdelen, 2017-2022
-3-