Bijlage Samenwerkingsvormen en afwegingskader nota verbonden partijen.
Tekst van het document
Bijlage 21BIJ00875
Samenwerkingsvormen en afwegingskader nota verbonden partijen. (in relatie tot de Uitvoeringsorganisatie Jeugd en governance Rogplus) In deze bijlage staan de verschillende samenwerkingsvormen die de WGR biedt, en wat de mogelijkheden zijn voor de uitvoeringsorganisatie jeugd en de governance Rogplus. Tevens wordt het afwegingskader uit de nota verbonden partijen toegepast op de voorgenomen besluitvorming uit raadsvoorstel 21VR046.
Mogelijke vormen van samenwerking Om tot een keuze voor de juiste governance te komen is het belangrijk om te weten welke vormen van samenwerking er zijn. De Wet gemeenschappelijk regeling (Wgr) kent verschillende vormen van samenwerking: - op basis van afstemming, - op basis van een netwerkconstructie of - in een zelfstandige organisatie. De voorwaarden waaraan de Uitvoeringsorganisatie Jeugd moet voldoen maken dat een samenwerking op basis van afstemming of een netwerkconstructie (zoals een Centrumgemeente) niet aan de orde is; er is dan o.a. geen gelijkwaardige positie tussen de gemeenten. In een zelfstandige organisatie kunnen de criteria wel gerealiseerd worden. De Wgr kent drie vormen van zelfstandige organisaties: 1 Gemeenschappelijk orgaan: is een lichte vorm van samenwerking met een beperkte rechtspersoonlijkheid. Een gemeenschappelijk orgaan heeft een enkelvoudig bestuur zodat sterkere sturing vanuit de afzonderlijke gemeenten vereist is. Aan een gemeenschappelijk orgaan kunnen geen regelgevende bevoegdheden worden gedelegeerd en het kan geen eigen personeel in dienst nemen. 2 Bedrijfsvoering organisatie (hierna: BVO); heeft rechtspersoonlijkheid zodat het zelfstandig kan optreden in het maatschappelijk verkeer en heeft ook alleen een enkelvoudig bestuur.
Een BVO kan uitsluitend worden ingesteld bij collegeregelingen, een regeling waaraan uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders deelnemen. Daarmee is de samenwerking beperkt tot uitvoering van collegetaken of bedrijfsvoering. De BVO lijkt op de privaatrechtelijke stichting. 3 Openbaar lichaam (hierna: OL): heeft ook rechtspersoonlijkheid, een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. In principe kunnen vrijwel alle taken worden overgedragen aan een openbaar lichaam, zowel raadstaken als collegetaken. Want door het gelede bestuur is sprake van voldoende “checks en balances” tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De geformuleerde uitgangspunten bij het onderzoek van Vijverberg leiden automatisch tot de conclusie dat er feitelijk twee samenwerkingsvormen geschikt zijn om de (toekomstige) taken van ROGplus te organiseren. Het betreft een samenwerking in de vorm van een openbaar lichaam en een samenwerking in de vorm van een bedrijfsvoering organisatie (BVO). Bij beide vormen is sprake van rechtspersoonlijkheid zodat de organisatie zelfstandig kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.
Afwegingskader nota verbonden partijen De Nota Verbonden Partijen stelt de raad in staat haar kader stellende en controlerende taak uit te voeren. Hierin is benoemd dat het college bij het initiatief tot het aangaan of wijzigen van een relatie met een (nieuwe) verbonden partij de volgende punten inzichtelijk maakt: 1. Welk publiek belang wordt behartigd? De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg en voor de transformatie van de jeugdhulp. De invoering van het Jeugdmodel MVS maakt onderdeel uit van de transformatie doelstellingen binnen het Sociaal Domein en heeft als doel om de juiste passende hulp te kunnen bieden aan onze jeugdigen in Schiedam, tegen beheersbare kosten. Vanuit het perspectief om te komen tot meer samenhang in het sociaal domein heeft het de voorkeur om de nieuwe taken onder te brengen bij een bestaande gemeenschappelijke regeling en niet een nieuwe gemeenschappelijke regeling op te richten. 2. Waarom is betrokkenheid van de gemeente noodzakelijk? De uitvoering van de Jeugdtaken is een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. De betrokkenheid is dus noodzakelijk en een wettelijke verplichting. 3. Waarom wordt niet volstaan met een rol als facilitator, subsidieverstrekker of opdrachtgever? Zoals hierboven aangegeven is de uitvoering van jeugdtaken een wettelijke verplichting van de gemeente.
Betrokkenheid is daarnaast belangrijk vanwege het maatschappelijk belang van jeugdzorg. 4. Wat zijn de voor- en nadelen van het aangaan van de verbonden partij? Het nadeel van een verbonden partij is dat het maatwerk (‘couleur locale’ per gemeente) in de weg kan staan. Voordeel is dat de gezamenlijk inkoop van Jeugdhulp zorgt voor een sterkere positie. 5. Welke taken (beleid of uitvoering) worden overgedragen, op welke wijze (delegatie of mandaat) en welke consequenties heeft dit voor de gemeente? Contractmanagement van de taakgerichte opdracht, waarin de gezamenlijke transformatieopgave geborgd wordt. De inkoop van jeugdhulp staat in het MVS Jeugdmodel niet op zichzelf. Er ligt een gezamenlijke opgave voor verschillende maatschappelijke partners, de MVS-gemeenten en de uitvoeringsorganisatie. Elke partij heeft hierin vanzelfsprekend wel zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. De contractmanager vervult een belangrijke spilfunctie in dit samenspel. Administratieve taken die voortvloeien uit de contractering. Sturings- en beleidsinformatie. Toekomstige inkooptaken, zoals contractverlengingen en te zijner tijd de nieuwe aanbesteding. ROGplus voert de taken op het terrein van de Wmo uit in delegatie. De GRJR voert de taken op het terrein van de Jeugdwet uit in mandaat.
In de verdere uitwerking moet voor de totale organisatie ROGplus nader verkend worden wat de voorkeur is ten aanzien van delegatie of mandaat, niet alleen voor de uitvoering van de jeugdtaken maar ook wat ROGplus doet met betrekking tot de uitvoering van de Wmo taken. Bij deze uitwerking zal ook worden gekeken naar de wijze waarop dit bij Stroomopwaarts is vormgegeven. 6. Welk financieel belang wordt in de nieuwe verbonden partij belegd? De concrete financiële consequenties moeten nog nader worden uitgezocht. 7. Hoe zullen financieringsstromen gaan lopen? De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering voor de MVS-gemeenten moet voor de jeugdtaken nog nader bepaald worden. Er moet een passende verdeling van de kosten over de drie gemeenten komen. De intentie is om de verdeelsleutel in aansluiting op de bestaande verdeelsleutels bij andere
samenwerkingsverbanden volgens het principe van ‘gebruik’ vorm te geven. Dit kan bijvoorbeeld op basis van een aantal kengetallen bepaald worden. Dit wordt nader uitgewerkt. 8. Hoe is de bestuurlijke invloed geborgd (rol in dagelijks of algemeen bestuur)? Bij een samenstelling met een Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur (AB en DB) is AB verantwoordelijk voor het gevoerde bestuur van het Openbaar Lichaam en heeft een opdrachtgeversrol. Het DB is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur. Zij zien er ook op toe dat het Openbaar Lichaam in staat is om de opdracht uit te voeren. Het DB heeft hiermee een eigenaarsrol. De belangen van de deelnemende colleges en het belang van het Openbaar Lichaam zullen niet altijd hetzelfde zijn. Het is daarom goed om deze verschillende rollen scherp in beeld te houden. In het AB kunnen per gemeente twee portefeuillehouders worden afgevaardigd. Het AB kiest vervolgens uit haar midden het DB. In het DB zitten in de huidige praktijk altijd de inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouders. 9. Welke risico’s zijn aan de deelname verbonden? De risico’s worden nog nader uitgewerkt. Er dient in ieder geval rekening te worden gehouden met een wetswijziging in voorbereiding om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen verder te versterken waarop het vervolgtraject zal aansluiten.
Deze wijziging heeft betrekking op de volgende drie onderdelen: Het versterken van de positie van de gemeenteraden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. 10. Waarom is gekozen voor de specifieke organisatievorm (privaat- of publiekrechtelijk)? Op grond van de gemeentewet en jurisprudentie is sprake van een voorkeursvolgorde. Deze voorkeursvolgorde houdt in een zware privaatrechtelijke vorm zoveel als mogelijk moet worden voorkomen. Hierbij geldt dat als hetzelfde resultaat kan worden bereikt, gebruik gemaakt moet worden van de publiekrechtelijke weg. Dit betekent dus dat de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dan de voorkeur heeft. Met de vorm van een GR (AB/DB) is er ook meer sprake van directe invloed op de verbonden partij. Vanwege de wettelijke taken die hierin worden belegd, is de voorkeur duidelijk voor het oprichten van een gemeenschappelijke regeling. 11. Hoe wordt verantwoording afgelegd door de verbonden partij aan het college en de gemeenteraad? De wijze van verantwoording wordt nader uitgewerkt en zal worden opgenomen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Hierin zal ook de op handen zijnde wetswijzigingen van de GR worden meegenomen.