Bijlage Realisatieagenda Regio Rotterdam
Tekst van het document
Water en bodem sturend De regio Rotterdam heeft, net zoals in meerdere gebieden in Nederland, te maken met aandachtspunten op het gebied van (hoog)water en bodemdaling. Gemeenten hebben te maken met de stijgende zeespiegel, liggen in een waterwingebied, of hebben te maken met slappe bodem/bodemdaling. Het realiseren van de realisatieagenda hangt samen met de uitwerking van het principe ‘water en bodem sturend’ in het gelijknamige programma. De richtinggevende keuzes uit dit programma geven voor woningbouw sturing aan de locatiekeuze. De manier waarop gebouwd wordt, wordt beïnvloed door de eigenschappen van het watersysteem en de bodem.
Procedures Het doorlopen van procedures voor woningbouwplannen kan een grote vertragende factor zijn voor het realiseren van woningbouw. In de regio Rotterdam worden verschillende knelpunten ervaren als het gaat om procedures. De wet Natuurbescherming levert vaak problemen op. Bezwaarprocedures worden soms oneigenlijk gebruikt door inwoners en bedrijven. Beroepsprocedures kunnen een heel project stilleggen, waarbij het belang van één (huidige) bewoner opweegt tegenover het belang van meerdere toekomstige bewoners of woningzoekenden.
Onzekerheid wegnemen bij marktpartijen Gemeenten in de regio Rotterdam zien een terugtrekkende beweging van ontwikkelaars en bouwbedrijven uit de markt Bouwpartijen zijn meer afwachtend vanwege de vele ontwikkelingen die spelen. Een voorbeeld is dat er geen prijsafspraken te maken meer zijn met bouwbedrijven / aannemers. Door stijgende kosten en te weinig capaciteit is het lastig voor marktpartijen om een rendabele businesscase te krijgen. Zij vinden dat de risico’s voor hen zijn toegenomen, terwijl de marges afnemen. Daarbij komt marktpartijen op zaken zoals vergunningverlening en beleid geen invloed hebben, en hierin afhankelijk zijn van de overheid. Als voorbeeld wordt genoemd de vele wet- en regelgeving die elkaar in hoog tempo opvolgt.
Stikstof Het stikstofprobleem heeft grote impact op infrastructurele en woningbouwplannen in Nederland. Alleen al in de provincie Zuid-Holland worden zo’n 145.000 te realiseren woningen geraakt. Een aanzienlijk deel daarvan is voorzien in de regio Rotterdam. Een van de redenen daarvoor is het besluit tot een algemene rekengrens van 25 km voor alle stikstofbronnen. Dit heeft het risico voor de woningbouwplannen vergroot. Zeker gezien er verschillende N2000-gebieden liggen in deze regio. Daarnaast brengt de recente uitspraak, waardoor de bouwvrijstelling is komen te vervallen, onzekerheid met zich mee. Er is 21
behoefte aan centrale regie op het vraagstuk. Daarnaast betekent de uitspraak dat er in het vervolg meer capaciteit, expertise en tijd nodig is voor de stikstofberekeningen, onderzoeken naar interne saldering of voor extra maatregelen ter voorkoming van nadelige gevolgen voor de natuurgebieden. Dit terwijl er al een gebrek is aan capaciteit bij overheden. Het is van belang oplossingen te vinden voor deze stikstofproblematiek
Aansluiten op nutsvoorzieningen Energie en drinkwater (e.a. nutsvoorzieningen) zijn randvoorwaardelijk voor nieuwe woningbouwlocaties, net als de capaciteit van transport en zuivering van afvalwater. In heel Nederland is op dit moment sprake van capaciteitstekorten bij de netbeheerders en er is netcongestie. Dit is ook merkbaar in de regio Rotterdam. Projecten lopen vertraging op omdat tijdige aansluiting op het net niet kan plaatsvinden. Voor de toekomst wordt tevens voorzien dat het omzetten van de huidige systemen naar nieuwe duurzame systemen hoge kosten met zich mee gaat brengen. Om ervoor te zorgen dat de woningbouwproductie niet vertraagd wordt is het nodig dat het energienetwerk wordt uitgebreid en de netcapaciteit vergroot. Met drinkwaterbedrijven, netbeheerders en waterschappen wordt in 2023 nader onderzocht welke monitorings- en afstemmingsafspraken mogelijk zijn op het niveau van tijd (planning) en omvang (aantallen).
Toekomstbestendig bouwen Alle partijen onderschrijven de noodzaak om toekomstbestendig te bouwen. Er is echter wel het knelpunt dat de vele eisen kostenverhogend werken en een negatief effect hebben op de planning van projecten. Dit ervaren met name gemeenten. Voor corporaties en marktpartijen zorgen de vele eisen ervoor dat de financiële haalbaarheid in het geding kan komen. Ook werken bovenwettelijke eisen vanuit gemeenten vertragend omdat er dan geen eenduidigheid is. Waar de kostenverhoging vooral speelt op de korte termijn, levert toekomstbestendig bouwen juist besparingen en baten op, op de lange termijn. Door nu te investeren wordt er niet afgewenteld in tijd.
Complete steden en dorpen In relatie tot het streven naar complete steden en dorpen speelt ruimtegebrek een rol. Gemeenten ervaren regelmatig concurrerende ruimteclaims. Dit vraagt om een belangenafweging die vanwege de complexiteit vaak een langere doorlooptijd tot gevolg heeft. Ook zijn er te weinig sturingsmogelijkheden voor bedrijfsaanpassingen en verplaatsingen.
7. De agenda voor 2023 en verder Een goede samenwerking tussen Rijk, provincie en regio vraagt om voorspelbaarheid, duidelijkheid, betrokkenheid en wederkerigheid. Met deze realisatieagenda is een eerste stap gezet in het maken van (proces)afspraken om de woningbouwproductie te continueren en waar mogelijk te versnellen, en om de ambities m.b.t. betaalbaarheid te halen. Met deze eerste stap zijn we er nog niet. Er is duidelijkheid nodig hoe er oplossingen worden gevonden voor de kritische succesfactoren en afspraken zijn nodig op een aantal thema’s dat nog niet is behandeld. Hieronder staat beschreven wat er in het komende jaar en daarna voor stappen worden gezet. Kritische succesfactoren Er dient een aantal condities en randvoorwaarden op orde te zijn om alle woningen bijtijds, in het juiste prijssegment en met de beoogde kwaliteiten te kunnen realiseren. Het realiseren van de woningbouwambities is afhankelijk van ontwikkelingen in de markt en de mate waarin oplossingen worden gevonden voor de kritische succesfactoren. Indien dit (nog niet) het geval is, is de programmering niet haalbaar en valt de jaarlijkse productie lager uit. Partijen zullen zich maximaal inspannen om elkaar de komende jaren te helpen en ondersteunen bij het vinden van oplossingsrichtingen voor deze KSF’s. Niet om elkaar af te rekenen, maar wel
22
om daarop aanspreekbaar te zijn: we vragen daarbij het maximale van elkaar, niet het onhaalbare. In dat kader spreken partijen op dit punt het volgende af voor het vervolg:
Op korte termijn wordt – mede op basis van de in deze realisatieagenda geagendeerde KSF’s- gezamenlijk bepaald op welke tafel het beste kan worden gezocht naar benodigde oplossingsrichtingen. Het tweede kwartaal wordt benut om zoveel mogelijk oplossingsrichtingen nader uit te werken en afspraken te maken over eenieders bijdrage aan de oplossing. De samenwerkende partijen zullen via de begeleidingsgroep van de regionale realisatieagenda het initiatief nemen om op voorgaande punten stappen zetten. Daarbij sluiten in elk geval de (regio)gemeenten, provincie Zuid-Holland, het Rijk en de corporaties uit de Rotterdamse regio aan. Optioneel sluiten hierbij ook andere partijen aan.
Woningbouw is complex, tijdrovend en kostbaar. We zullen bij woningbouwprojecten tegen (nu soms nog onbekende) vraagstukken blijven aanlopen. Het vinden van oplossingen voor knelpunten is daarom een continu proces. De knelpunten die we kennen en nu nog niet kennen zullen periodiek worden besproken in de regionale of landelijke woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. We kijken daarbij ook naar de economische ontwikkelingen, die sterke invloed hebben op de voortgang van de bouw van woningen. Daarbij hanteren we de volgende vertrekpunten:
Wanneer partijen tegen locatie- of gebiedsspecifieke knelpunten aanlopen voor de realisatie van de woningbouw worden deze ingebracht op de Regionale Bouwtafel. Indien er sprake is van locatie- of gebiedsoverstijgende problematiek, dan kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. Wanneer er al een andere gebiedsspecifieke, regionale of landelijke tafel is voor een kritische succesfactor wordt het knelpunt primair daar besproken en opgelost. BZK coördineert de opgaven die samenhangen met woningbouw waarvoor de inzet van het Rijk nodig is en fungeert als eerste aanspreekpunt (en indien nodig als toegangspoort) richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collegaministers oplossingen te vinden voor de problemen die de woningbouw- en betaalbaarheidsambities in de weg zitten. Het Rijk informeert de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opgesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.
Thema’s om afspraken over te maken. In de voorgaande hoofdstukken hebben we op een aantal onderdelen afspraken gemaakt. Op een aantal thema’s zijn er nog geen (proces)afspraken gemaakt. Dat zijn: o Woon-zorgvisie o Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken o Herstructurering o Vakantieparken o Duurzaam en toekomstbestendig bouwen o Ruimtelijke ordeningsaspecten o Flexibele woningen o Transformeren van vastgoed Voor uitwerking van deze thema’s zal per onderdeel afzonderlijke trajecten voor uitwerking worden uitgezet en gevolgd.
23
Handtekeningen
Provincie Zuid-Holland Gedeputeerde Anne Koning Ministerie van BZK Minister Hugo de Jonge Gemeente Albrandswaard Wethouder Richard Polder Gemeente Barendrecht Wethouder Dirk Vermaat Gemeente Capelle aan den IJssel Wethouder Sjoerd Geissler Gemeente Krimpen aan den IJssel Wethouder Kirsten Jaarsma Gemeente Lansingerland Wethouder Michiel Muis Gemeente Maassluis Wethouder Sjoerd Kuiper Gemeente Nissewaard Wethouder Jan Willem Mijnans Gemeente Ridderkerk Wethouder Kees van der Duijn Schouten Gemeente Rotterdam Wethouder Chantal Zeegers Gemeente Schiedam Wethouder Antoinette Laan Gemeente Vlaardingen Wethouder Ivana Somers
24
Gemeente Voorne aan Zee Wethouder Aart Jan Spoon Maaskoepel, namens onderstaande woningcorporaties: A. van Ettinger 3B wonen De Leeuw van Putten Habion (BVOW) Havensteder Hef Wonen Maasdelta Groep MaasWonen Mooiland Patrimonium Barendrecht Qua Wonen Ressort Wonen Samenwerking Vlaardingen SOR Waterweg Wonen Wbv Poortugaal Woonbron Wooncompas Woonplus Schiedam Woonstad Rotterdam Woonstichting De Zes Kernen Woonzorg Nederland WVH
25
Bijlage 1 Grafieken ontwikkeling aandeel sociaal per gemeente regio Rotterdam
Figuur 1: aandeel sociale voorraad van totale voorraad per gemeenten op basis van het Regioakkoord 2022
Figuur 2: aandeel DAEB-woningen van totale voorraad per gemeente op basis van het Regioakkoord 2022
26
Bijlage 2 Plannen (200+ woningen) regio Rotterdam 2022 t/m 203016 Gemeente
Plannaam
Bruto plancapaciteit
Albrandswaard
Antes-terrein
500
Albrandswaard
De Omloop
300
Albrandswaard
Schutskooiwijk
240
Barendrecht
De Stationstuinen
3.500
Barendrecht
Vrouwenpolder
272
Capelle aan den IJssel
Fascinatio
636
Capelle aan den IJssel
Middengebied Florabuurt
256
Capelle aan den IJssel
Rivium
Ca. 5.000
Krimpen aan den IJssel
Centrum-Zuid
277
Krimpen aan den IJssel
Crimpenersteyn
225
Lansingerland
Bleiswijk
900
Lansingerland
Westpolder-Bolwerk
799
Lansingerland
Wilderszijde
2.700
Lansingerland
Wolfend
600
Maassluis
Burgemeesterswijk
312
Maassluis
De Kade/Van Gelderenterrein
1.054
Maassluis
Het Balkon
274
Maassluis
Kapelpolder
500
Maassluis
Sluispolder-West / De Vliet
402
Maassluis
Station West e.o.
375
Maassluis
Wilgenrijk
1.484
Nissewaard
De Dijk 2
1.138
Nissewaard
De Haven - Haven Veerweg
630
Nissewaard
Heijwegenlaan
273
Nissewaard
Metro/Busstation
224
Nissewaard
Sterrenkwartier herstructurering
335
Ridderkerk
P.C. Hooftstraat en omgeving
500
Ridderkerk
Wooncompas Koninginneweg-west
273
Ridderkerk
Wooncompas Retiefstraat
325
16 Deze lijst bevat het merendeel van de projecten met 200 of meer woningen die zijn opgenomen in het door GS op 24 januari 2023 vastgestelde regionale woningbouwprogramma van regio Rotterdam.
27
Rotterdam
Locatie Zuidplein Coeur du Sud
229
Rotterdam
Studentenwoningen Woudestein
360
Rotterdam
Alexanderknoop Fase 1 -Saturnus
500
Rotterdam
Baantoren
427
Rotterdam
Binnenhof
370
Rotterdam
Blaak 20-24 "The One"
275
Rotterdam
Blaak 333 "Perspective House"
306
Rotterdam
Boezembuurt
345
Rotterdam
Boompjes 60-68
342
Rotterdam
Brainpark I
1.044
Rotterdam
Bundweg
482
Rotterdam
Carnisse-eiland
414
Rotterdam
Centrumplan Ijsselmonde
570
Rotterdam
Conradstraat
250
Rotterdam
Hart 010
600
Rotterdam
Cooltoren -The CoolTower
282
Rotterdam
Dakpark
341
Rotterdam
Zuiderhof Fase 3
234
Rotterdam
De Sax
912
Rotterdam
Excelsior
550
Rotterdam
Folkert Elsingastraat
257
Rotterdam
GGD locatie
380
Rotterdam
Havenkwartier
200
Rotterdam
Havenziekenhuis locatie
420
Rotterdam
Hoge Wiek
347
Rotterdam
Hof van Maesdam
540
Rotterdam
Hofplein 33 "The Rise"
932
Rotterdam
Hoofdweg 256 -260
220
Rotterdam
Hoofdweg 480 - 490 Alexanderpark Rotterdam
353
Rotterdam
Kantoorgebouwen Strevelsweg -Twentestraat
456
Rotterdam
Katshoek
245
Rotterdam
Kouwenhoek
420
Rotterdam
Krimsloot
750
Rotterdam
Lloydpier
350
Rotterdam
Lumieretoren
416
28
Rotterdam
Meerweide
216
Rotterdam
Merwe4haven
1.410
Rotterdam
De Sprong-Oden_Stadshart Hoogvliet
211
Rotterdam
Nieuw Kralingen
833
Rotterdam
Oechies/Boogjes
205
Rotterdam
Oudeland Oost
496
Rotterdam
Parkhaven
264
Rotterdam
Parkstad
1.259
Rotterdam
Pompenburg
994
Rotterdam
Postkantoor Coolsingel "Post"
305
Rotterdam
Rijnhaven
1.000
Rotterdam
Rotta Nova
259
Rotterdam
Schiebroek Zuid
531
Rotterdam
Schiehaven Noord
950
Rotterdam
Schiekadeblok Schietoren/Perrontoren
576
Rotterdam
Simeon & Anna (Veldstraat)
269
Rotterdam
Smeetsland Noord
290
Rotterdam
Stadionpark
3.774
Rotterdam
Starrenburg 2e fase
200
Rotterdam
Tamboer
248
Rotterdam
The View Fase 2
262
Rotterdam
Transformatie Codrico
1.532
Rotterdam
Tree House (Delftseplein)
299
Rotterdam
Waterside
300
Rotterdam
WeenaPoint II - The Modernist
369
Rotterdam
Welschen 2
221
Rotterdam
Westewagenblokken "hAavn"
231
Rotterdam
Wielewaal
699
Rotterdam
Zadkine Prins Constantijnweg
216
Rotterdam
Zalmhaven
485
Rotterdam
Zomerhofkwartier
556
Schiedam
Bachplein/Hof van Spaland
300
Schiedam
Deventer driehoek (fase II Glasfabriek)
500
Schiedam
Nolensbuurt
400
Schiedam
Schieveste
3.000
29
Schiedam
Staatsliedenbuurt
680
Schiedam
Glasfabriek fase I
698
Vlaardingen
District U
586
Vlaardingen
Eiland van Speyk
574
Vlaardingen
Fairland Studio's
318
Vlaardingen
Galgkade 6 (Deltahoutlocatie)
349
Vlaardingen
Marathonweg Noord
250
Vlaardingen
Nieuw Sluis
345
Vlaardingen
Park Vijfsluizen
418
Voorne aan Zee
Boomgaard
972
Voorne aan Zee
Drenkeling
300
Voorne aan Zee
Meeuwenoord
200
Voorne aan Zee
Oude Goote
800
Bijlage 3 Toelichting op thema’s
Woon-zorgvisie
Alle gemeenten in een woondealregio stellen, in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woon-zorgvisie op die aansluit bij de regionale woningbouwprogrammering. De provincie vervult een coördinerende rol in het afstemmingsproces en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze woondeal.
Voor de analyse die gemeenten van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van de aandachtsgroepen moeten maken is het noodzakelijk dat er eenduidige definities en goede meerjarenramingen zijn van de verschillende aandachtsgroepen. BZK zorgt in 2023 voor een ondersteuningsstructuur voor gemeenten om de woonzorgvisies op te stellen en voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor de verschillende aandachtsgroepen.
De provincie zorgt voor een subsidieregeling die in 2023 wordt opengesteld waar gemeenten financiële ondersteuning kunnen aanvragen voor het opstellen van een regionale woonzorgvisie.
De gemeenten binnen het regionaal verband huisvesten werkzame arbeidsmigranten in en rondom de regio op basis van behoefte. In 2023 verkennen BZK, provincie en gemeenten welke mogelijkheden er zijn om te komen tot kwalitatief goed aantallenonderzoek en eventueel welke verdeelsleutel over gemeenten daarbij past en hoe de governance eruit ziet. BZK zorgt voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor arbeidsmigranten. Mede op basis van de ervaringen bij de lopende pilots zal dit traject worden vormgegeven. Bij nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding van bestaande bedrijvigheid in de gemeente, brengt de gemeente met het bedrijfsleven, de extra huisvestingsbehoefte voor de toekomstige werknemers in beeld en geeft aan op welke wijze hierin wordt voorzien. Dit is ook opgenomen in de herziening van het provinciaal omgevingsbeleid, module Ruimte en Wonen (inwerkingtreding per 1 december 2022). Waar nodig, en op verzoek van in de regio gelegen gemeenten, wordt dit regionaal
30
afgestemd. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten wordt rekening gehouden met ten minste de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan en zijn er gescheiden contracten voor wonen en werken. De huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten wordt vastgelegd in de (regionale) woonzorgvisie.
Na het opstellen van de (regionale) woonzorgvisies worden eind 2023 in elke woondealregio aanvullende afspraken gemaakt m.b.t. de huisvesting van aandachtsgroepen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de (regionale) woonzorgvisies zullen leidend zijn voor het actualiseren van de bestaande woondealafspraken.
Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken
Bij het opstellen van de woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan de inrichting van de leefomgeving (o.a. voorzieningen, inrichting buitenruimte). Afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders is daarbij gewenst.
Na het opstellen van de woon-zorgvisies worden eind 2023 in elke woondealregio aanvullende afspraken gemaakt m.b.t. wonen en zorg voor ouderen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de woonzorgvisies zullen leidend zijn voor het actualiseren van de bestaande woondealafspraken.
De provincie zorgt ervoor dat gemeenten in 2023 in de Planregistratie Wonen het aandeel nultredenwoningen en geclusterde woonvormen binnen een plan kunnen registreren, zodat in beeld is wat in de huidige plannen al is opgenomen. In de integrale woonzorgvisies die in 2023 worden opgesteld, maken gemeenten eventueel aanvullende afspraken over dit type ouderenwoningen.
Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Dit aantal is onderdeel van de landelijke 900.000 te bouwen woningen. Herstructurering
In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. In deze herstructureringsopgave onderscheiden we drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie.
De partijen in deze realisatieagenda spannen zich in om deze opgave beter in beeld te brengen, en minimaal eens per jaar te bespreken.
De partijen in deze realisatieagenda spannen zich in om deze opgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijke gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het Rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds.
Vakantieparken
Eén van de toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen. Het beleid van de provincie Zuid-Holland op het gebied van recreatie- en vakantieparken is recent geactualiseerd en geeft hier kaders voor.
31
Duurzame en toekomstbestendige bouw
Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieu-impact van groot belang.
(Regio)gemeenten spannen zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie.
Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden partijen aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften.
Woningen die nu gebouwd worden moeten ook in het toekomstige klimaat veilig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze realisatie spannen zich dan ook in om klimaatadaptief en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze passen zodra deze gereed is, de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe.
Natuurinclusief Het is essentieel dat natuurinclusief bouwen in en om de woning vaker en beter wordt toegepast om bij te dragen aan de gezondheid van de inwoners (bewegen, ontmoeten, sporten), aan de biodiversiteit, de opvang van water en de verkoeling van de stad. Ook zetten wij in op natuurinclusief bouwen voor, zoals ook in de Agenda Natuurinclusief is aangegeven, onder meer, een proactieve en ruimhartige invulling van de eisen vanuit de Wet Natuurbescherming voor beschermde (dier)soorten op locaties van woningbouw
Gezond en veilig Gezonde en veilige leefomgevingen worden bevorderd. De fysieke leefomgeving heeft een grote invloed op de gezondheid en veiligheid van de inwoners. We ondersteunen een gezonde leefstijl door de inrichting van de leefomgeving.
Emissieloos Het zoveel mogelijk toepassen van emissie loze oplossingen voor zowel de bouwfase als gebruiksfase, oplossingen die emissies van in ieder geval NOx en CO2 zoveel mogelijk beperken (en daarnaast ook het beperken van andere voor de gezondheid schadelijke stoffen, zoals fijnstof), om daarmee een toekomstbestendige inrichting van de bebouwde leefomgeving te bevorderen.
Ruimtelijke ordeningsaspecten
Het realiseren van de in deze realisatieagenda opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober tussen Rijk en provincie, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijke afgesproken in deze realisatieagenda, zijn hiervoor uitgangspunt.
32
Flexibele en tijdelijke woningen
Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt de realisatie van dit type woningen om aanvullend aan de realisatie en instandhouding van permanente sociale en betaalbare woningen de acute woningnood onder spoedzoekers te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De huisvestingsbehoefte voor de verschillende groepen spoedzoekers en de slaagkansen in de bestaande voorraad verschillen tussen regio’s en tussen gemeenten binnen de regio. Dit geldt met name voor de spoedzoekersgroepen (internationale) studenten en arbeidsmigranten. Om deze reden wordt er vooralsnog geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal te bouwen flexwoningen.
De regio's dragen naar vermogen en behoefte bij in het streven van het Rijk om 15.000 flexwoningen per jaar te realiseren. De bouw van flexwoningen is een onlosmakelijk onderdeel van woonbeleid zoals vastgelegd in omgevingsbeleid, prestatieafspraken en woningbouwprogrammering. Voorafgaand aan de opstelling van lokale woonzorgvisies wordt de regionale en lokale behoefte voor huisvesting van de onderscheiden groepen spoedzoekers vastgesteld aan de hand van uniforme landelijk geldende definities. Individuele gemeenten bepalen vervolgens uiterlijk voor 1 januari 2024 in samenspraak met de lokaal werkzame woningcorporaties welk deel van de onderscheiden groepen spoedzoekers in de jaren tot en met 2030 in reguliere woningen en welk deel in flexwoningen gehuisvest wordt. Tevens wordt ten behoeve van de lokale woonzorgvisie bepaald wat de inzet wordt ten aanzien van het aantal jaarlijks te realiseren flexwoningen in de individuele gemeente en de regio.
Flexwoningen kunnen boven op de gemaximeerde woningproductie van 130% van de woningbehoefte worden gerealiseerd en elke gerealiseerde flexwoning telt in kwantitatieve en kwalitatieve zin mee in de realisatieafspraken rondom betaalbare woningbouw zoals die zijn gemaakt in deze regionale woondeal. Gemeenten registreren flexwoningen in de planregistratie wonen.
Omdat het woningen kan betreffen op tijdelijke locaties stelt het Rijk een herplaatsingsgarantie beschikbaar. Onderdeel van de herplaatsingsgarantie is dat gemeenten, regio en provincie ervoor zorgen dat er na de tijdelijke exploitatie in de betreffende gemeente, regio of provincie een volgende locatie beschikbaar komt voor de flexwoningen. Met het voorstel voor een garantiearrangement voor flexwoningen zien partijen hierin een mogelijkheid om de onrendabele top in de business-case voor flexwoningen aanzienlijk te verkleinen en herplaatsingen te vereenvoudigen. De komst van een goede garantstelling is randvoorwaardelijk voor de totstandkoming van afspraken over aantallen te realiseren flexwoningen voor de periode tot en met 2030.
Transformeren van vastgoed
Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden. De regio draagt naar vermogen bij in het streven van het Rijk om 15.000 woningen door middel van transformaties per jaar te realiseren. Transformatiekansen ontstaan wanneer vastgoed dat geen woonfunctie heeft vrijkomt en kan worden omgezet naar een woon- of verblijfsfunctie. Of panden leegkomen en of transformatie mogelijk is, hangt sterk af van marktontwikkelingen en lokale omstandigheden. Om die redenen maken we geen kwantitatieve afspraken met de regio en wordt er geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal transformaties per jaar.
33