CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Rapport klacht Wijkondersteuningsteam

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven en documenten van derden:2.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nationale ombudsman

Rapport

Wijkondersteuningsteam mocht melding doen bij Jeugdbeschermingsplein Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over gemeente Schiedam ongegrond.

Datum: 5 jut 2023 Publicatienummer: 2023/106

nationale ombudsman

Waar gaat dit rapport over? De heer Smit is vader van baby Leila'. Hij leeft niet samen met de moeder van Leila. Wel dragen de ouders gezamenlijk de verantwoording voor de opvoeding en verzorging. Afspraken hierover zijn neergelegd in het ouderschapsplan. De moeder is bekend bij het wijkondersteuningsteam van de gemeente Schiedam (hierna respectievelijk: WOT en gemeente). In het WOT werken deskundige hulp- en zorgverleners samen. Zij helpen en ondersteunen kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Waar nodig wordt speciale jeugdhulp ingeschakeld. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (hierna: het college) is eindverantwoordelijk voor het WOT. Vanuit het WOT wordt de heer Smit gevraagd om mee te werken aan een mediation-traject omdat er zorgen zijn over het nakomen van de afspraken uit de omgangsregeling door beide ouders. Het WOT wil de verstoorde communicatie tussen de ouders hierover weer vlot te trekken. Het lukt echter niet om hierover tot een afspraak te komen. Bij de gemeente blijven mede daarom zorgen bestaan over de situatie van Leila. Uiteindelijk doet de gemeente een melding bij het Jeugdbeschermingsplein in Rotterdam2. ledere professional kan zo'n melding doen als de hulpverlening onvoldoende blijkt of de veiligheid van een kind in gevaar is.

Medewerkers van verschillende organisaties, waaronder de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvK) en Veilig Thuis, bespreken bij het Jeugdbeschermingsplein wat er moet gebeuren om de bestaande zorgen weg te nemen. Aanwezigheid van de ouders en kinderen ouder dan 16 jaar is daarbij gewenst. De heer Smit is niet tevreden over de werkwijze van het WOT. Hij voelt zich overvallen door het felt dat een melding bij het Jeugdbeschermingsplein wordt gedaan. Daarom dient de heer Smit een klacht in. De klacht wordt door de gemeente afgehandeld, omdat het college eindverantwoordelijk is voor het WOT. Het college verklaart de klacht van de heer Smit grotendeels ongegrond. De heer Smit is niet tevreden met deze uitkomst. Daarom legt hij zijn klacht aan de Nationale ombudsman voor. De Nationale ombudsman onderzoekt de klacht. Voor zijn onderzoek formuleert de Nationale ombudsman de klacht als volt: De heer Smit klaagt over de wijze waarop gemeente heeft gehandeld in de procedure voorafgaand en tijdens de melding aan het Jeugdbeschermingsplein. Hij vindt dat de gemeente onvoldoende met hem heeft gecommuniceerd over de melding. Zo heeft de gemeente nagelaten om hem in een persoonlijk gesprek op de hoogte te brengen van de melding.

Wat aan de klacht vooraf is gegaan? Fase voorafgaand aan melding Het WOT zoekt in september 2020 telefonisch contact met de heer Smit. Gevraagd wordt om samen met de moeder van Leila een mediation-traject te volgen. Volgens het WOT is er sprake van een verstoorde communicatie tussen beide ouders over opvoeding, omgang en afspraken met betrekking tot Leila. Het WOT ziet dat het beide ouders onvoldoende lukt om zich aan de afspraken over de omgang te houden. Volgens het WOT is dit gedrag van ouders ongunstig voor de hechting en veilige ontwikkeling van Leila. De heer Smit is hier verbaasd over. Hij vindt dat het goed ging met Leila en dat er geen sprake is van een ontwikkelingsdreiging. Hij stelt dat het door de ouders, gezamenlijk, opgestelde ouderschapsplan voldoende uitgangspunten biedt om zaken tussen ouders bespreekbaar te maken. Volgens hem is er geen noodzaak voor inmenging van de gemeente. Hij vindt dat de inmenging alleen maar tot spanningen leidt tussen ouders. Hij stemt uiteindelijk toch in met een gesprek.

Niet de echte namen 2 De gemeente Schiedam is bij dit Jeugdbeschermingsplein aangesloten

18423

Pagina 2/6

nationale ombudsman

Vanuit het WOT worden er in november en december 2020 pogingen gedaan om tot een viergesprek met beide ouders en de contactpersonen van de gemeente te komen. Dit ter voorbereiding op het mediationtraject. Het lukt het WOT niet, ondanks een aantal pogingen, om met de ouders tot een afspraak te komen om hun verhalen bij elkaar te brengen, de zorgen te bespreken en het mediation-traject op te starten. Bij het WOT nemen ondertussen de zorgen over de situatie toe vanwege het onvoorspelbare gedrag van de ouders in het nakomen van de afspraken uit de omgangsregeling en de verstoorde communicatie daarover. Nu het niet is gelukt om partijen aan tafel te krijgen, heeft het WOT geen zicht op de situatie en hoe deze te doorbreken. De medewerker van het WOT overlegt met collega's over de ontstane situatie. In dit overleg wordt besloten de (vrijblijvend) aangeboden hulp vanuit het WOT te stoppen, omdat het niet lukt om beide ouders bij elkaar te brengen. Ook wordt de mogelijkheid van een beschermingsonderzoek door de RvK bespreken. In zo'n onderzoek wordt beoordeeld of — vanuit het belang van het kind — aanleiding bestaat voor een verzoek aan de rechter om een kinderbeschermingsmaatregel, zoals bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling, op te leggen. Hierover wint het WOT (geanonimiseerd) advies in bij de RvK.

Het advies van de RvK is om bij het Jeugdbeschermingsplein een weging te laten maken of een beschermingsonderzoek noodzakelijk is. In maart 2021 doet het WOT een melding bij het Jeugdbeschermingsplein. Fase van de melding De gemeente geeft aan dat er open en transparant over de melding is gecommuniceerd naar de heer Smit. Vanuit het WOT is geprobeerd om telefonisch contact te krijgen met de heer Smit om hem over de melding in te lichten. Toen dit niet lukte, heeft de gemeente per e-mail aan de heer Smit het meldformulier toegezonden. Aan hem werd de gelegenheid geboden om schriftelijk te reageren op de melding. Tevens is een link naar de brochure, met daarin informatie over de procedure van de behandeling van de melding bij het Jeugdbeschermingsplein, bijgevoegd. De melding komt voor de heer Smit geheel onverwachts. Hij voelt zich hierdoor compleet overvallen. Niet alleen vanwege het feit dat hij nog in afwachting is van een viergesprek met de moeder en medewerkers van het WOT maar ook vanwege de impact die een melding heeft. De heer Smit verzoekt per e-mail om een toelichting op — en een onderbouwing van de melding. De gemeente laat per e-mail weten dat dit in het meldformulier voldoende helder is omschreven. Wel krijgt de heer Smit de gelegenheid om telefonisch contact op te nemen als er nog vragen zijn over de procedure. Tot een telefonisch contact komt het niet.

Volgens de heer Smit heeft hij gebeld maar stond de telefoon van de contactpersoon uit. Volgens de gemeente heeft de heer Smit geen gebruik van gemaakt van het aanbod. Het Jeugdbeschermingsplein verzoekt het WOT om aanvullende informatie over de melding. Er wordt gevraagd om de ontwikkelingsbedreiging van Leila concreter te verwoorden en de situatie bij de vader thuis te beschrijven. De gemeente voldoet aan dit verzoek en vult de melding aan. De heer Smit geeft aan dat hij de aangevulde melding niet heeft ontvangen. De gemeente schrijft dat dit wet is gebeurd. Volgens de heer Smit heeft hij dus niet kunnen reageren op de aangevulde melding. Wel heeft hij zijn schriftelijke reactie op de eerste melding naar het WOT gestuurd. De heer Smit en de gemeente verschillen van mening over de vraag of deze reactie door het WOT naar het Jeugdbeschermingsplein is gestuurd. De heer Smit stelt van niet en de gemeente zegt dat dit wet is gebeurd. Bespreking van de melding op het Jeugdbeschermingsplein De heer Smit is vervolgens uitgenodigd door het Jeugdbeschermingsplein voor een digitate bijeenkomst. Beide ouders en ook beide casusregisseurs van het WOT waren daarbij aanwezig. Volgens het WOT heeft 18423

Pagina 3/6

nationale ombudsman

de heer Smit in dit overleg de gelegenheid gekregen om zijn mening te geven over de situatie. De heer Smit geeft aan dat hem deze ruimte feitelijk niet is geboden. Hij vindt dat hij monddood is gemaakt. De bespreking heeft geleid tot het doorzetten van de zaak naar de RvK.

Wat heeft de Nationale ombudsman onderzocht? Het onderzoek is in de eerste plaats gericht op de vraag of het opmaken van een melding bij het Jeugdbeschermingsplein ook het juiste middel was om het daarmee beoogde doel te bereiken en of de melding in evenredige verhouding stond tot dat doel. De gemeente is in dit verband gevraagd te reflecteren op de gevolgde aanpak en daarbij aan te geven of, achteraf bezien, wellicht een andere aanpak mogelijk was geweest. Daarnaast is het onderzoek gericht op de communicatie tussen de gemeente en de heer Smit over de melding bij het Jeugdbeschermingsplein. Om die reden is de gemeente gevraagd in haar beantwoording van de vraag over de gevolgde aanpak in ieder geval het rapport van de Nationale ombudsman 'De zoektocht naar hulpverlening voor een kind van 28 november 2017 (rapportnummer 2017/131)3 te betrekken. Uit dit rapport volgt dat een gemeente bij een hulpvraag voor een jeugdige in ieder geval de ouders in iedere fase duidelijk informeert over ieders rol en verantwoordelijkheid. Hij heeft hiervoor een aantal aandachtspunten geformuleerd: 1. Maak duidelijk waarom de gemeente bepaalde stappen zet; 2. Markeer met een persoonlijk gesprek het moment waarop een nieuwe fase aanbreekt in het proces in de bemoeienis van de gemeente met het gezin omdat de gemeente de regie pakt en licht in het gesprek toe waarom de gemeente dit doet; 3.

Geef in dit gesprek informatie over de rechten en plichten van ouders en over de bevoegdheid van de gemeente om informatie in te winnen bij derden; 4. Betrek ouders en de jeugdige zo mogelijk bij de bespreking van de situatie van de jeugdige in het geval dat er een melding wordt gedaan bij de jeugdbeschermingstafel. Aan de hand van wat partijen hebben aangevoerd, is een verslag van bevindingen opgesteld. Dit verslag is als bijlage opgenomen.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman? Het oordeel De klacht over de onderzochte gedraging van het WOT van de gemeente Schiedam is ongegrond. Het toetsingskader Via de behandeling van klachten beoordeelt de Nationale ombudsman of de overheid bij de uitvoering van haar taak voldoende rekening heeft gehouden met het burgerperspectief. Voor die toetsing maakt hij onder andere gebruik van de zogeheten behoorlijkheidsvereisten. Bij deze klacht heeft de Nationale ombudsman getoetst aan het evenredigheidsvereiste. Het evenredigheidsvereiste houdt in dat de overheid een middel kiest om haar doel te bereiken dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel. Gekozen dient te worden voor het minst bezwarende middel om het beoogde doel te bereiken.

3 Dit rapport is te vinden op de website van de Nationale ombudsman: www.nationaleombudsman.nl.

18423

Pagina 4/6

nationale ombudsman

Artikel 3, lid 1, van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) bepaalt dat de belangen van het kind een eerste overweging moeten zijn bij alle besluiten die hen aangaan. Artikel 5 en artikel 18 van dit Verdrag bepalen dat ouders (of wettige voogden) primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Hierbij horen de belangen van hun kind hun eerste zorg te zijn. Als ouders niet in staat zijn kinderen een veilige omgeving te bieden, moet de overheid ingrijpen. Toelichting bij het oordeel Bij het WOT bestonden reeds geruime tijd zorgen over de ontwikkeling van de dochter van de heer Smit vanwege de verstoorde communicatie tussen de ouders over opvoeding, omgang en afspraken daaruit volgend. Het WOT geeft aan dat ouders zich soms aan de gemaakt afspraken lijken te houden maar ook willen afwijken van het plan of zich daar niet aan willen houden. Dat het WOT een melding mag doen bij het Jeugdbeschermingsplein als er zorgen zijn over een kind, staat buiten kijf. De vraag die de Nationale ombudsman in dit geval zal beoordelen, is of het opmaken van een melding in dit geval ook het juiste middel was om het beoogde doel te bereiken en of de melding in evenredige verhouding stond tot dat doel.

Zoals de Nationale ombudsman eerder in rapporten heeft overwogen, is het doen van een melding maatwerk en wordt dit voor een belangrijk deel ingegeven door de professionele inschatting van de betrokken hulpverleners. Er hoeft — voordat de melding wordt gedaan — geen volledig feitenonderzoek plaats te vinden. Tegelijkertijd is zorgvuldigheid geboden, aangezien een melding de basis kan zijn voor mogelijk ingrijpende vervolgstappen. Het is vaak het begin van een proces dat kan eindigen met het opleggen van een maatregel door de kinderrechter. Maar ook kan een melding op zich veel impact hebben op ouders omdat hun opvoedcapaciteiten ter discussie worden gesteld. Het WOT had als doel om samen met de ouders van Leila in gesprek te gaan om tot een gezamenlijke aanvraag voor mediation te komen. Nu het niet lukte om tot een afspraak met beide ouders te komen, kon dit doel op dat moment blijkbaar niet worden bereikt. Bij het WOT nemen ondertussen de zorgen over de situatie toe vanwege het onvoorspelbare gedrag van de ouders in het nakomen van in het ouderschapsplan opgenomen afspraken over de omgangsregeling. Het WOT heeft geen zicht op de situatie en hoe deze te doorbreken. Bij het WOT nemen de zorgen over de ontwikkeling van Leila op korte en lange termijn toe.

De Nationale ombudsman vindt het begrijpelijk en ook professioneel dat het WOT de situatie door deskundigen wilde laten beoordelen en daarom een melding bij het Jeugdbeschermingsplein heeft gedaan. Op de bijeenkomst bij het Jeugdbeschermingsplein komen verschillende professionals, ouders en soms het kind bijeen om te overleggen over de situatie en een knoop door te hakken over het vervolg. Als er zorgen zijn over de situatie van kinderen, is het immers belangrijk dat de situatie niet !anger dan nodig voortduurt, en dat er, indien nodig, snel actie wordt ondernomen om hulp te bieden. De Nationale ombudsman stelt ook vast dat het WOT voorafgaand aan het doen van de melding de nodige stappen4 heeft gezet. Zo heeft het WOT de zorgen in kaart gebracht, heeft er overleg met collega's plaatsgevonden, is advies ingewonnen bij de RvK en zijn de ouders geInformeerd over de melding. Bij de melding is een link naar de brochure met daarin informatie over de procedure van de melding bij het Jeugdbeschermingsplein meegestuurd. Vast staat dat de ouders bij de bespreking van de melding op het Jeugdbeschermingsplein aanwezig waren Ten aanzien van de klacht van de heer Smit dat het WOT de op verzoek van het Jeugdbeschermingsplein aangevulde melding niet aan hem heeft gestuurd, geldt dat uit een door het WOT overgelegde e-mail blijkt dat de aanvulling wel degelijk naar hem is toegezonden.

Voor zover de heer Smit stelt dat het WOT de

° Zie de aandachtspunten uit het rapport van de Nationale ombudsman 'De zoektocht naar hulpverlening voor een kind' van 28 november 2017 (rapportnummer 2017/131) en het stappenplan op https://www.rotterdam.nl/melding-jeugdbeschermingsplein-doen 18423

Pagina 5/6

nationale ombudsman

schriftelijke reactie van de heer Smit op de melding niet naar het Jeugdbeschermingsplein heeft gezonden, verklaart het WOT dat dit wel is gebeurd. Er is voor de Nationale ombudsman geen aanleiding om te veronderstellen dat dit niet is gebeurd. De Nationale ombudsman stelt vast dat de communicatie tussen het WOT en de heer Smit tijdens het gehele proces moeizaam is verlopen. Dit heeft het vertrouwen geen goed gedaan. De Nationale ombudsman ziet in dit dossier zowel bij heer Smit als bij het WOT frustraties. De heer Smit snapt de bemoeienis van het WOT met de opvoeding van zijn dochter niet. Tegelijkertijd nemen de zorgen bij het WOT toe, omdat het niet lukt om ouders om tafel te krijgen om de afspraken over de omgangsregeling vlot te trekken. Het WOT onderschrijft het belang van persoonlijk contact over de melding. Om die reden heeft het WOT de heer Smit in een persoonlijk — telefonisch — gesprek willen informeren over de melding en het te volgen proces. Het WOT betreurt dat dit niet is gelukt. Gelet op de omstandigheden in dit specifieke geval heeft het WOT er echter voor kunnen kiezen om de melding door te zetten naar het Jeugdbeschermingsplein en om de heer Smit per e-mail over de melding te informeren. Het is immers in het belang van Leila dat signalen over haar situatie snel bij de juiste instantie terecht komen.

Bovendien waren eerder al tevergeefs pogingen gedaan om tot een viergesprek tussen haar ouders en de contactpersonen van de gemeente te komen. Alles overwegende, concludeert de Nationale ombudsman dat het WOT met het doen van de melding bij het Jeugdbeschermingsplein het evenredigheidsvereiste niet heeft geschonden.

Conclusie De klacht over het doen van een melding bij het Jeugdbeschermingsplein door het WOT is ongegrond.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

18423

Pagina 6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12990569/1