CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Rapport inspectie van het Onderwijs - SBO Kameleon

Gemeenteraad 11 maart 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:6.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SBO Kameleon

Rapport specifiek onderzoek

Datum vaststelling: 6 december 2024

Inleiding

De Inspectie van het Onderwijs (verder IvhO) heeft in de maanden oktober - november 2024 een specifiek onderzoek uitgevoerd bij SBO De Kameleon in Vlaardingen. Het betreft een onderzoek als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT). Dit onderzoek richt zich op de precaire situatie van een leerlinge.

Bestuur: Stichting Wijzer in Onderwijs Bestuursnummer: 41535 School: 19ST|C1 SBO De Kameleon Totaal aantal leerlingen: 151 leerlingen (teldatum: 1 oktober 2024)

Wij willen met dit onderzoek vooral leerpunten voor het onderwijs in kaart brengen. Wij nemen in dit rapport dan ook geen oordelen op, maar komen met conclusies en aanbevelingen. Deze zijn niet alleen bedoeld voor de betrokken school en het bestuur, maar richten zich tot alle scholen en besturen die met vergelijkbare situaties te maken hebben of krijgen.

Aanleiding onderzoek De aanleiding van dit onderzoek is tweeledig. Ten eerste waren er diverse mediaberichten bij ons binnengekomen ten aanzien van de leerlinge. Ten tweede sloten wij - op uitnodiging van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJV) aan bij een gesprek met SBO de Kameleon op 2 juli jongstleden. Beide inspecties voeren gezamenlijk een onderzoek uit naar de kwaliteit van de zorg aan de leerlinge en naar de veiligheid van de leerlinge. Na dit gesprek hebben wij besloten dit specifieke onderzoek uit te voeren om na te gaan wat de rol van het onderwijs is geweest in deze kwestie. Dit onderzoek richt zich op SBO De Kameleon omdat de leerlinge daar stond ingeschreven. Het bestuur van Stichting Wijzer in Onderwijs is als bevoegd gezag van de school betrokken in dit onderzoek.

Onderzoeksvragen Wij beperken ons in dit onderzoek tot de volgende onderzoeksvragen: Heeft de school (het bestuur) een meldcode vastgesteld die aangeeft hoe met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling om te gaan en zo ja: in hoeverre is hier uitvoering aan gegeven in de specifieke casus van de leerlinge? Is er sprake geweest van (on)geoorloofd verzuim? Is er (indien nodig) een ‘afwijking onderwijstijd’ aangevraagd? Welke context speelde een rol in deze specifieke casus?

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

2/23

Context De context van deze specifieke casus is zeer complex. De context is in het hoofdstuk bevindingen van het onderzoek bewust beschreven om - waar mogelijk - recht te doen aan alle betrokkenen van de school en de leerlinge. Soms is dat niet mogelijk vanwege de privacygevoelige informatie. Het is van belang om te benoemen dat er diverse personeelswisselingen zijn geweest in de periode 2022-2023 en 2024 op zowel bestuurs- als schoolniveau. Een aantal betrokkenen bij deze specifieke casus hebben we niet gesproken omdat ze niet meer in dienst zijn bij het bestuur en/of de school.

Vervolg De bevindingen uit dit onderzoek zijn met toestemming van het bestuur, voorafgaand aan publicatie, reeds gedeeld met de IGJ en de IJV. Zij gebruiken waar nodig de uitkomsten van dit onderzoek in hun eigen eindrapportage waarmee ze een totaalbeeld creëren van de situatie die zich heeft voorgedaan. Op grond van artikel 15 tweede lid jo. artikel 21 eerste lid WOT maakt de IvhO dit rapport openbaar. Het rapport wordt na hoor en wederhoor gepubliceerd op de website. Het tijdstip van openbaarmaking wordt afgestemd met de publicatie van het rapport van de IGJ en de IJV.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

3/23

Inhoudsopgave

Conclusies en aanbevelingen

5

1.

Opzet van het onderzoek

8

2.

Bevindingen van het onderzoek

10

3.

Vervolg

20

4.

Reactie van het bestuur

21

Verklaring tekstnoten

22

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

4/23

Conclusies en aanbevelingen Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling

Conclusies • Het bestuur en de school hebben een meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. • De Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling voldoet aan de wettelijke eisen en kent een duidelijk stappenplan, bestaande uit de vijf voorgeschreven stappen1. De school heeft het stappenplan schooleigen gemaakt (zie paragraaf 2.1). • De school heeft in deze casus de meldcode geraadpleegd en alle stappen uitgevoerd. De school heeft bij stap 5A de afweging gemaakt om geen melding te maken bij Veilig Thuis. De school heeft hier drie argumenten voor gegeven welke zijn opgenomen in het hoofdstuk Bevindingen. De school heeft bij stap 5B de betrokken zorginstanties geraadpleegd. Er is afgestemd en de signalen zijn gedeeld met de betrokken zorginstanties. • Het bestuur brengt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling jaarlijks onder de aandacht bij alle scholen en al het personeel, ook op SBO De Kameleon. Daarnaast ontvangen functionarissen die tevens de taak van antipestcoördinator dragen op alle scholen gerichte scholing en de specifieke opdracht om deze kennis te delen met hun collega’s. • Het bestuur heeft met betrokkenheid van externen gereflecteerd op deze casus. Dit heeft ertoe geleid dat er aanvullend is ingezet op verbeteringen om bij mogelijke situaties in de toekomst anders te handelen.

Zo is op bestuursniveau een contactpersoon beschikbaar gesteld voor alle scholen waar zij met zorgen en signalen terecht kunnen.

Aanbevelingen • Bij twijfel over hoe te handelen in de uitvoering van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling is het aan te bevelen (om stap 2 te volgen en) Veilig Thuis te raadplegen. Scholen kunnen bij twijfel overleggen en afstemmen met Veilig Thuis. Dit is overigens niet hetzelfde als het doen van een melding. • Besturen kunnen zelf meer regie voeren door een aanspreekpunt op bestuursniveau te faciliteren. Scholen kunnen dan bij vragen of twijfels sparren met een vertegenwoordiging vanuit het bestuur om tot een zorgvuldige afweging te komen. Verzuim in relatie tot afwijking onderwijstijd

Conclusies • De leerlinge was bij de start van het schooljaar structureel afwezig op woensdag vanwege therapie (onder schooltijd). Dit betrof een paramedische behandeling. Het was niet nodig om voor deze situatie afwijking van de onderwijstijd aan te vragen2 en dat heeft de school ook niet gedaan. Het registreren

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

5/23

van deze afwezigheid als geoorloofd verzuim volstond3. Daarbij had de school wel een bewijsstuk moeten hebben waaruit bleek op welke grond en gedurende welke tijd de (tijdelijke) afwezigheid van de leerling of het niet deelnemen aan het onderwijs (para)medisch geïndiceerd2 was. Dit bewijsstuk ontbreekt in het leerlingdossier. • De school heeft een ontwikkelingsperspectief opgesteld. De inzet, duur en doel van de therapie vormt geen onderdeel van het ontwikkelingsperspectief4. Dit had hier wel in opgenomen moeten worden. • In december heeft de leerlinge een ‘time out’ ontvangen van school (na overleg met zorginstanties en de leerplichtambtenaar). Een ‘time out’ is een niet-wettelijke situatie. De school had vier sporen kunnen bewandelen, maar heeft dat niet gedaan (zie paragraaf 2.2.3). De school heeft de afwezigheid van de leerlinge in deze periode geregistreerd als geoorloofd, maar had hiervoor een afwijking onderwijstijd moeten aanvragen. • Uit de registraties blijkt dat de aan- en afwezigheid van de leerlinge is geregistreerd door de school5. De reden van afwezigheid is in een aantal gevallen niet structureel geregistreerd, terwijl deze afwezigheid wel als geoorloofd verzuim is geregistreerd. Daar waar de reden van afwezigheid niet geregistreerd is, kan niet vastgesteld worden of er sprake is van geoorloofd of ongeoorloofd verzuim.

De leerlinge is een aantal keer ‘te laat’ gekomen, dit staat wel geregistreerd als ongeoorloofd verzuim. Dit aantal was voor de school geen aanleiding om melding te maken bij de leerplichtambtenaar (conform beleid van school). • Verder blijkt uit de verzuimregistratie dat er ook geen melding is gemaakt of contact is opgenomen met de schoolarts of het CJG. Dit was conform het beleid van de school ook niet nodig.

Aanbevelingen en relevante voorschriften • Scholen verzorgen minimaal het wettelijk verplicht aantal uren onderwijs. Wanneer een leerling vanwege lichamelijke en/of psychische redenen niet (volledig) aan dit onderwijs kan deelnemen, is het noodzakelijk om daar een aanvraag afwijking onderwijstijd voor in te dienen. De IvhO moet daar instemming voor geven6. Bij twijfel over dit soort aanvragen is het raadzaam om contact op te nemen met de IvhO om te informeren naar de kaders en randvoorwaarden omtrent de afwijking onderwijstijd. • Het is belangrijk dat alle vormen van zorg en ondersteuning (binnen en buiten de school) onder schooltijd worden opgenomen in het ontwikkelingsperspectief van leerlingen zodat helder is welke vorm van zorg of ondersteuning wordt gefaciliteerd, door wie deze wordt uitgevoerd en wat de doelstellingen zijn4. Ook moet informatie over de frequentie,

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

6/23

over de duur en eventuele effecten ervan duidelijk zijn. • Het samenwerkingsverband en wijkteam moeten waar nodig betrokken worden door scholen, ongeacht de aanwezigheid en betrokkenheid van andere zorginstanties. Met name het samenwerkingsverband kan ondersteunen vanuit de zorgplicht die scholen hebben. Dit kan scholen scherp houden in het handelingsrepertoire bij ingewikkelde situaties. • Het is van belang dat scholen een duidelijk verzuimbeleid hebben en dit beschikbaar stellen aan alle ouders/verzorgers7. In dit beleid moet ook helder zijn wanneer school contact opneemt met de leerplichtambtenaar en eventuele andere partijen waar scholen een melding van verzuim kunnen maken. • Het is van belang dat scholen de aan- en afwezigheid van leerlingen op de juiste manier registreren en een duidelijke reden opnemen bij afwezigheid of eventueel te laat komen. Geoorloofd verzuim is beperkt tot de zeven redenen die vermeld staan in artikel 11 van de Leerplichtwet 1969. Andere redenen voor afwezigheid zijn ongeoorloofd. • Scholen hebben een zorgplicht en zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Scholen kunnen adviezen van zorginstanties niet lijdzaam volgen maar moeten zelf afwegen of een leerling onderwijs kan volgen, al dan niet met extra ondersteuning.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

7/23

1 . Opzet van het onderzoek In dit onderzoek richten wij ons met name op de relevante onderdelen uit het Onderzoekskader Primair Onderwijs 2021 (versie bijgesteld 1 augustus 2024). Ook worden de ‘overige wettelijke vereisten’ betrokken in dit onderzoek omdat in diverse mediaberichten heeft gestaan dat de leerlinge al enige tijd niet aanwezig was op school. Er was daarom aanleiding om het verzuim van de leerlinge te onderzoeken. 1.1 Doelstellingen van dit onderzoek Het hoofddoel van dit onderzoek is om na te gaan of de school (en het bestuur) in het bezit is van een meldcode die aangeeft hoe met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt omgegaan en in hoeverre hier uitvoering aan is gegeven in de specifieke casus van de leerlinge8. Daarbij kijken we ook in hoeverre het bestuur de kennis en het gebruik van de meldcode bevordert onder het personeel van SBO De Kameleon8. Daarnaast hebben we onderzoek gedaan om antwoord te krijgen op de volgende vragen: • in hoeverre was de leerlinge met geoorloofd verzuim?5 • in hoeverre is er (indien nodig) een afwijking onderwijstijd aangevraagd?9 • Welke context is relevant inzake de specifieke casus? Dit onderzoek levert niet alleen voor de betrokken school en het bestuur leer- en verbeterpunten op.

Alle basisscholen en besturen kunnen inzicht en kennis opdoen om hun rol in vergelijkbare situaties zoveel mogelijk te versterken en daarmee een bijdrage te leveren aan het voorkomen van incidenten. Daarom formuleren wij naast de conclusies ook aanbevelingen. 1.2 Werkwijze Om de vragen te kunnen beantwoorden hebben we een aantal activiteiten uitgevoerd. In de voorbereiding van het onderzoek is een bureau-onderzoek uitgevoerd. De volgende stukken zijn opgevraagd bij de school en het bestuur. • Het veiligheidsbeleid van de school • De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling van de school • De resultaten van de veiligheidsmonitor 2022 en 2023 • Jaarplan 2022 en 2023 • Jaarverslag 2022 en 2023 • Het verzuimbeleid van de school • De schoolgids • Het schoolplan

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

8/23

De betreffende stukken zijn vooraf bestudeerd om in beeld te brengen of de school voldoet aan de wettelijke verplichtingen die in het kader van de veiligheid op school relevant zijn (standaard VS1 Veiligheid, Onderzoekskader). We hebben op deze punten geen contra-indicaties opgehaald. Omdat de school voldoet aan de wettelijke verplichtingen ten aanzien van de veiligheid was er geen aanleiding om hier verder naar te kijken binnen dit onderzoek. Op maandag 7 oktober 2024 hebben we een onderzoek uitgevoerd op locatie van de school. Bij dit onderzoek hebben we het leerlingdossier en enkele andere stukken ingezien en gesproken met de huidige directeur van de school, de intern begeleider van de school, enkele leerkrachten die direct betrokken waren bij de leerlinge en een vertegenwoordiging vanuit het bestuur. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan de bevindingen van het onderzoek. We geven in dit hoofdstuk antwoord op de onderzoeksvragen. Hoofdstuk 3 gaat in op het vervolg. In hoofdstuk 4 is de beleidsreactie van het bestuur op het onderzoek en de rapportage opgenomen.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

9/23

2 . Bevindingen van het onderzoek In dit hoofdstuk geven we de bevindingen weer van het specifieke onderzoek aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen. 2.1. De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling Het bestuur van Stichting Wijzer in Onderwijs heeft een meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. SBO De Kameleon beschikt over een eigen stappenplan. De meldcode geeft duidelijk zicht op hoe het personeel op de scholen moet omgaan met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling aan de hand van een stappenplan. Het bestuur en de school maken actief gebruik van de app Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. De school heeft het stappenplan schooleigen gemaakt. Dit stappenplan bevat de vijf verplichte stappen zoals aangegeven in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, art. 1 en 2. 1. In kaart brengen van signalen 2. Collegiale consultatie van (deskundige) collega en zo nodig (anoniem) raadplegen van Veilig Thuis 3. Gesprek met de ouders/verzorgers/kind 4. Wegen van het geweld/kindermishandeling 5. Beslissen melden of hulp organiseren • 5A) Beslissing 1: melden bij Veilig thuis? • 5B) Beslissing 2: is hulpverlening (ook) mogelijk? Het bestuur brengt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling jaarlijks onder de aandacht bij alle scholen en al het personeel, ook op SBO De Kameleon.

Het bestuur geeft aan dat alle scholen hun eigen meldcode met stappenplan beschikbaar hebben. Daarnaast ontvangen de functionarissen op alle scholen gerichte scholing en de specifieke opdracht om deze kennis te delen met hun collega’s. Ook is er aanvullende scholing voor teams beschikbaar. Op SBO De Kameleon staat deze scholing dit schooljaar ingepland voor het hele team. De school heeft een lange periode geen zorgen gehad over de persoonlijke situatie van de leerlinge. Er was geen aanleiding om te denken dat de leerlinge mogelijk te maken had met huiselijk geweld of kindermishandeling tot een incident in december 2023. Gedurende dit incident kreeg de school signalen van de leerlinge over mogelijk huiselijk geweld of kindermishandeling. De betrokkenen vanuit de school hebben het stappenplan geraadpleegd en alle stappen doorlopen. Bij stap 5A (melding bij Veilig Thuis) heeft de school onderbouwd besloten om geen melding bij Veilig Thuis te maken. In plaats daarvan heeft de school de betrokken zorginstanties ingeschakeld (stap 5B).

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

10/23

De school geeft drie argumenten voor het niet melden bij Veilig Thuis. Ten eerste geeft de school aan dat de relevante zorginstanties al betrokken waren bij de leerlinge. Daarnaast was ook de Raad voor de Kinderbescherming actief betrokken en op de hoogte van de situatie van deze leerlinge. De aanname van de school was dat een melding bij Veilig Thuis gezien de betrokkenheid van alle al betrokken zorginstanties geen toegevoegde waarde zou hebben. Ten tweede geeft de school aan dat ze direct na het incident de zorginstanties heeft gecontacteerd. De school heeft een van de twee zorginstanties niet kunnen bereiken; deze is de volgende dag alsnog geïnformeerd over het incident en de vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De school heeft de andere zorgpartner wel direct kunnen bereiken. De school heeft daar melding gemaakt van het incident, de informatie gedeeld die zij op dat moment had, haar zorg uitgesproken over de situatie en advies gevraagd over de vervolgaanpak. Deze zorgpartner heeft de school ervan overtuigd de leerlinge alsnog naar huis te brengen. Ten derde verwijst de school naar andere casussen waarbij ze wel melding heeft gedaan bij Veilig Thuis.

De ervaring van school, die wordt onderschreven door het bestuur, is dat Veilig Thuis deze meldingen meermaals formeel niet aanneemt en scholen terugverwijst naar zorginstanties waarvan bekend is dat ze een gezin al begeleiden. Op zowel schoolniveau als bestuursniveau is naar aanleiding van deze specifieke casus extra bewustzijn over de toepassing en uitvoering van de meldcode. Daarvoor was er ook jaarlijks aandacht voor de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling (Meldcode KM). Het bestuur heeft na afloop een externe reflectie laten uitvoeren op basis van het gehele dossier. Het bestuur heeft dit gedaan om helderheid te verkrijgen over de gang van zaken, de rol en het handelen van het onderwijs binnen het zorgtraject en mogelijke lessen voor de toekomst. Het team dat vanuit de school betrokken was, heeft op diverse momenten een ‘niet pluis gevoel’ gehad over de zorgverlening in deze specifieke casus. Om naast de formele procedures ook deze ‘niet pluis gevoelens’ een serieuze plek te geven in het proces is op bestuursniveau sinds dit schooljaar een contactpersoon beschikbaar gesteld voor alle scholen. Scholen kunnen deze contactpersoon benaderen om te sparren, maar ook om signalen onder de aandacht te brengen. Op die manier kan het bestuur ook tijdig ondersteunen, bijsturen of op een ander niveau zorgsignalen bij de verantwoordelijke zorginstanties neerleggen.

Conclusies • Het bestuur en de school beschikken over een eigen meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Het bestuur

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

11/23

•

•

•

•

onderneemt actie richting al zijn scholen om ervoor te zorgen dat de kennis en het handelingsperspectief bekend is bij al zijn scholen op het moment dat de meldcode uitgevoerd moet worden. Het bestuur en de school voldoen op deze punten aan artikel 4b van de WPO. De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling voldoet aan de wettelijke eisen en kent een duidelijk stappenplan, bestaande uit de vijf voorgeschreven stappen. De school heeft het stappenplan schooleigen gemaakt. Het bestuur en de school voldoen aan artikel 2 Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze specifieke casus constateren we dat de school de meldcode heeft geraadpleegd en alle stappen heeft uitgevoerd. De school heeft geen melding gedaan bij Veilig Thuis, maar de betrokken zorginstanties ingeschakeld. De school heeft afgestemd en de signalen gedeeld met de zorginstanties. Het bestuur brengt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling jaarlijks onder de aandacht bij alle scholen en al het personeel, ook op SBO De Kameleon. Daarnaast ontvangen functionarissen die tevens de taak van antipestcoördinator dragen op alle scholen gerichte scholing en de specifieke opdracht om deze kennis te delen met hun eigen collega’s. Het bestuur heeft met betrokkenheid van externen gereflecteerd op deze casus.

Dit heeft ertoe geleid dat er is ingezet op verbeteringen om bij mogelijke situaties in de toekomst anders te handelen. Zo is op bestuursniveau een contactpersoon beschikbaar gesteld voor alle scholen waar zij met zorgen en signalen terecht kunnen.

Aanbevelingen • Bij twijfel over hoe te handelen in de uitvoering van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling is het aan te bevelen (om stap 2 te volgen en) Veilig Thuis te raadplegen. Scholen kunnen dan bij twijfel overleggen en afstemmen met Veilig Thuis. Dit is overigens niet hetzelfde als het doen van een melding. • Besturen kunnen zelf meer regie voeren door een aanspreekpunt op bestuursniveau te faciliteren. Scholen kunnen bij vragen of twijfels sparren met een vertegenwoordiging vanuit het bestuur om tot een zorgvuldige afweging te komen. • Besturen en scholen kunnen gebruik maken van de app Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling voor zowel onderwijs als kinderopvang (Meldcode KM). 2.2 Verzuim: aan- en afwezigheid van de leerlinge op school De leerlinge is sinds augustus 2022 ingeschreven op SBO De Kameleon in Vlaardingen. Vanaf de inschrijving zijn er twee zorginstanties betrokken en in contact met de school over de zorg aan de leerlinge. De school heeft om de week overleg met het betrokken samenwerkingsverband en de gezinsspecialist uit het wijkteam. Na de

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

12/23

inschrijving is de leerlinge besproken tijdens dit overleg. Alle nieuwe leerlingen worden een eerste keer doorgesproken. In de vervolgoverleggen worden relevante ontwikkelingen met elkaar gedeeld. Per december 2023 staat de leerlinge onder voogdij van één van de zorginstanties. De leerlinge krijgt – behoudens de woensdagen, want dan heeft ze therapie - onderwijs tot vlak voor de kerstvakantie van 2023. Daarna komt zij niet meer terug op school. Op 21 mei 2024 is de leerlinge opgenomen in het ziekenhuis. Over de periode augustus 2022 tot 21 mei 2024 zijn hieronder in grote lijnen drie soorten afwezigheid beschreven. De beschrijving start met het volgen van therapie, waardoor zij structureel op de woensdagochtenden afwezig is. Dan volgt een beschrijving over het tussentijds verzuim. Tot slot geven wij een beschrijving van een afgegeven time-out waardoor de leerlinge volledig afwezig is. 2.2.1 Verzuim op woensdag De leerlinge is in augustus 2022 ingeschreven op SBO De Kameleon. Vrijwel direct na de inschrijving werd volgens de school door de zorginstanties duidelijk gemaakt dat het voor de leerlinge noodzakelijk was om therapie te volgen. Dit werd verzorgd door een externe partij die niet in dienst was van het bestuur of in opdracht van het schoolbestuur werkte. De therapie is ook niet in het schoolgebouw gegeven, maar elders buiten de schoolomgeving.

De school en de therapeut hebben onderling geen contact gehad. Er is geen verantwoording gegeven vanuit de therapie of zorginstanties richting de school. De therapie vormde ook geen onderdeel van het ontwikkelingsperspectief van de leerlinge. Door het volgen van de therapie was de leerlinge structureel elke woensdagochtend afwezig. De school gaf haar op dinsdag altijd werkjes mee. De leerlinge voerde dit werk zelfstandig uit op woensdag en nam dit op de donderdag weer mee terug naar school. De school had zicht op deze taakjes en werkjes. De school geeft aan dat in afstemming met de zorginstanties en de pleegouders is gekozen voor de woensdagochtend omdat er op dit tijdstip zwemles ingeroosterd stond en de leerlinge dan in de tijd dat zwemles werd gegeven therapie kon volgen. De leerlinge beschikte namelijk reeds over zwemdiploma’s. Omdat er slechts in de ochtend les werd gegeven werd dit door de school en zorginstanties beschouwd als het meest gunstige moment om zo op andere dagen effectief onderwijstijd beschikbaar te houden. Zowel de IvhO als de school gaan niet over de belastbaarheid van de leerlinge. De noodzaak van de therapie is daarmee geen onderdeel van dit onderzoek. De therapie is door de zorginstantie(s) geïnitieerd en expliciet niet door de school.

De vraag die blijft staan is in hoeverre het noodzakelijk was om dit structureel onder schooltijd te laten plaatsvinden. In de praktijk betekende dit dat de leerlinge (bijna)

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

13/23

structureel op de woensdagen afwezig was. De school heeft dit structurele verzuim aangemerkt en geregistreerd als geoorloofd verzuim. De therapie betrof een paramedische behandeling. Het was niet nodig om voor deze situatie afwijking van de onderwijstijd aan te vragen2 en dat heeft de school ook niet gedaan. Het registreren van deze afwezigheid als geoorloofd verzuim volstond3. Daarbij had de school wel een bewijsstuk moeten hebben waaruit bleek op welke grond en gedurende welke tijd de (tijdelijke) afwezigheid van de leerlinge of het niet deelnemen aan het onderwijs (para)medisch geïndiceerd was. Dit bewijsstuk ontbreekt in het leerlingdossier. De school heeft een dergelijk bewijsstuk niet opgevraagd bij en/of ontvangen van de betrokken zorginstanties. De leerlinge heeft geruime tijd therapie gevolgd. Uit de gesprekken en documentatie die ter plekke zijn bekeken blijkt dat de school structureel aan de bel heeft getrokken bij de zorginstanties en haar zorgen heeft geuit over de zorgbehoeften van de leerlinge die in de optiek van de school veel groter waren en dat de geboden therapie ontoereikend was.

Conclusies De belastbaarheid van de leerlinge en de noodzaak van de therapie vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek. • De therapie betrof een paramedische behandeling. Het was niet nodig om voor deze situatie afwijking van de onderwijstijd aan te vragen2 en dat heeft de school ook niet gedaan. Het registreren van deze afwezigheid als geoorloofd verzuim volstond3. • Daarbij had de school wel een bewijsstuk moeten hebben waaruit bleek op welke grond en gedurende welke tijd de (tijdelijke) afwezigheid van de leerling of het niet deelnemen aan het onderwijs (para)medisch geïndiceerd was. Dit bewijsstuk ontbreekt in het leerlingdossier2. De school heeft een dergelijk bewijsstuk niet opgevraagd bij en/of ontvangen van de betrokken zorginstanties. • De school heeft een ontwikkelingsperspectief opgesteld. De inzet, duur en doel van de therapie vormt geen onderdeel van het ontwikkelingsperspectief. Dit had hier wel in opgenomen moeten worden. • We constateren dat school actiever het gesprek met de zorginstanties had moeten voeren over de therapie die onder schooltijd plaatsvond. De verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor het aanwenden van onderwijstijd voor zorgbehandelingen liggen immers bij school en niet bij de zorginstanties. De school had bij de zorginstanties bijvoorbeeld kunnen informeren naar de mogelijkheden van het volgen van therapie buiten schooltijd

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

14/23

en had zich moeten inspannen voor het verkrijgen van een bewijsstuk ter onderbouwing van de (para)medische indicatie van de behandeling. Daarnaast had de school dit in het ontwikkelingsperspectief van de leerlinge moeten opnemen.

Aanbevelingen en relevante voorschriften • Het is belangrijk dat alle vormen van zorg en ondersteuning (binnen en buiten de school) onder schooltijd worden opgenomen in het ontwikkelingsperspectief van leerlingen zodat helder is welke vorm van ondersteuning wordt gefaciliteerd, door wie deze wordt uitgevoerd en wat de doelstellingen zijn4. Ook moet informatie over de frequentie, over de duur van de begeleiding en eventuele effecten ervan duidelijk zijn. • Het samenwerkingsverband en wijkteam moeten waar nodig betrokken worden door scholen, ongeacht de aanwezigheid en betrokkenheid van andere zorginstanties. Met name het samenwerkingsverband kan ondersteunen vanuit de zorgplicht die scholen hebben om onderwijs te verzorgen aan leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Dit kan scholen scherp houden in het handelingsrepertoire bij ingewikkelde situaties. 2.2.2 Tussentijds verzuim Uit de gesprekken en documenten blijkt dat de leerlinge met enige regelmaat ook tussentijds afwezig was (op andere dagen dan de woensdag). De school heeft deze afwezigheid geregistreerd in het leerlingvolgsysteem. In alle geregistreerde gevallen is er sprake van ‘geoorloofd verzuim’, met uitzondering van een aantal keer ‘te laat’ komen. De reden van afwezigheid van de leerlinge is niet altijd helder en dus niet structureel geregistreerd.

Het beleid van de school is dat bij een derde melding van verzuim binnen twee maanden advies wordt gevraagd aan de schoolarts of dat leerplichtambtenaar wordt geïnformeerd. Bij ongeoorloofd verzuim wordt na een gesprek met (pleeg)ouders direct een melding bij de leerplichtambtenaar gedaan. Daarnaast wordt ook een melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar na twaalf keer te laat komen. Bij frequent ziekteverzuim maakt de school meldingen bij het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Wanneer (pleeg)ouders daar niet komen opdagen meldt school dit ook bij leerplichtambtenaar. Uit de stukken blijkt dat in een aantal gevallen de reden van afwezigheid niet geregistreerd staat, terwijl deze afwezigheid wel als geoorloofd verzuim is geregistreerd. Omdat de reden ontbreekt kan hier niet vastgesteld worden of er sprake is van ongeoorloofd of geoorloofd verzuim. De leerlinge is een aantal keer ‘te laat’ gekomen, dit staat wel geregistreerd als ongeoorloofd verzuim. Dit aantal ligt nog ruim onder het bovengenoemde aantal dat is opgenomen in het beleid van de school om een melding bij de leerplichtambtenaar te maken.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

15/23

Het beleid van de school spreekt over frequent ziekteverzuim, maar koppelt dit niet aan een concreet aantal. Daarmee is niet duidelijk of en eventueel wanneer het CJG een melding had moeten ontvangen van de school.

Conclusies • Uit de registraties blijkt dat de aan- en afwezigheid van de leerlinge is geregistreerd door de school . De reden van afwezigheid is in een aantal gevallen niet structureel geregistreerd, terwijl deze afwezigheid wel als geoorloofd verzuim is geregistreerd. Daar waar de reden niet van afwezigheid niet geregistreerd is kan niet vastgesteld worden of er sprake is van geoorloofd of ongeoorloofd verzuim. De leerlinge is een aantal keer ‘te laat’ gekomen, dit staat wel geregistreerd als ongeoorloofd verzuim. Dit aantal was geen aanleiding om melding te maken bij de leerplichtambtenaar (conform beleid van school). • Verder blijkt uit de verzuimregistratie dat er geen melding is gemaakt of contact is opgenomen met de schoolarts, de leerplichtplichtambtenaar of het CJG. Dit was conform het beleid van de school ook niet nodig. Aanbevelingen en relevante voorschriften • Het is van belang dat scholen een duidelijk verzuimbeleid hebben en dit beschikbaar stellen aan alle ouders/verzorgers7. In dit beleid moet ook helder zijn wanneer school contact opneemt met de leerplichtambtenaar en eventuele andere partijen waar scholen een melding van verzuim kunnen maken. • Het is van belang dat scholen de aan- en afwezigheid van leerlingen op de juiste manier registreren en een duidelijke reden opnemen bij afwezigheid of eventueel te laat komen.

Geoorloofd verzuim is beperkt tot de zeven redenen die vermeld staan in artikel 11 van de Leerplichtwet 1969. Andere redenen voor afwezigheid zijn ongeoorloofd. 2.2.3 Volledig verzuim In december 2023 (net voor de kerstvakantie) speelde er veel in de persoonlijke context van de leerlinge. Het was voor zowel leerlinge als personeel van de school een uitdagende situatie. Zowel het samenwerkingsverband als de gezinsspecialist zijn hierover geinformeerd door de school in het gezamenlijke overleg dat zij structureel voeren. In een groot overleg (met zorginstanties en de leerplichtambtenaar) is besloten dat de leerlinge direct zorg nodig had en daarom kreeg de leerlinge een ‘time-out’. In gezamenlijkheid is besloten dat zorg nu expliciet voor op onderwijs ging. Vanwege de noodzaak voor zorg waren werkjes vanuit de school voor de leerlinge niet wenselijk. Dit werd onderschreven door de leerplichtambtenaar. Er werd ingestoken op een tijdelijke vrijstelling van onderwijs, maar deze is formeel niet geregeld in het dossier van de leerlinge. In dit

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

16/23

stadium was één van de zorginstanties inmiddels formeel wettelijk voogd van de leerlinge. Daarnaast waren er bij de zorginstanties diverse wisselingen in de aanspreekpunten voor school. In januari 2024 heeft de school het initiatief genomen om een vervolgoverleg te organiseren met de zorginstanties en de leerplichtambtenaar om te informeren naar mogelijke ontwikkelingen. Ook toen hielden alle betrokkenen vast aan de afspraak dat zorg voorop stond. School geeft aan dat de zorginstanties aan zet waren voor het vinden van een vorm van dagbesteding voor de leerlinge. De school en de leerplichtambtenaar zouden geïnformeerd worden over de ontwikkelingen. De school ontving geen berichten en heeft zelf – zonder resultaat - geïnformeerd bij zorginstanties naar de situatie van de leerlinge. Vanwege de ‘time out’ kwam de leerlinge volledig thuis te zitten. Een ‘time out’ is een niet-wettelijke situatie. Zowel het samenwerkingsverband als het wijkteam hebben hier geen rol in gehad. De school heeft hiervoor geen afwijking onderwijstijd aangevraagd bij de IvhO, terwijl dit wel had gemoeten. De school had vier sporen kunnen bewandelen, afhankelijk van de situatie: 1. In geval van een situatie van bijvoorbeeld handelingsverlegenheid bij de school of een niet oplosbare onveilige situatie voor medeleerlingen en/of personeel kan de school een leerling schorsen voor maximaal een week.

Als een situatie daar aanleiding toe geeft kan de school overgaan tot een verwijderingsprocedure, waarbij zij verplicht is een andere school te zoeken die bereid is de leerling toe te laten. 2. In geval van een situatie waarin een leerling vanwege psychische en/of lichamelijke redenen niet (volledig) aan het onderwijs kan deelnemen kan de school aan de IvhO toestemming vragen om af te mogen wijken van de onderwijstijd. 3. De leerling toch naar school laten gaan, ondanks de adviezen van de betrokken zorginstanties om dat niet te doen. De school heeft een eigen verantwoordelijkheid om hierin een afweging te maken. 4. Een vierde mogelijkheid (vrij uitzonderlijk) is dat een leerling vrijgesteld wordt om ingeschreven te staan op een school. Dit kan wanneer de leerling vanwege psychische of lichamelijke redenen niet geschikt is om tot een school te worden toegelaten. Van een dergelijke situatie was in deze casus geen sprake. Overigens kunnen scholen een dergelijke vrijstelling niet verlenen aan ouders of wettelijk vertegenwoordigers, dat doet de gemeente. De school heeft voor geen van de vier sporen gekozen. Het tweede spoor lijkt in de onderhavige situatie het meest passend.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

17/23

Conclusie • Vanwege de ‘time out’ kwam de leerlinge volledig thuis te zitten. Een ‘time out’ is een niet-wettelijke situatie. Het samenwerkingsverband en het wijkteam waren op de hoogte, maar hebben hier geen rol in gehad. De school heeft hier geen afwijking onderwijstijd aangevraagd bij de IvhO. De school heeft de afwezigheid van de leerling in deze periode echter wel geregistreerd als geoorloofd, maar had hiervoor een afwijking onderwijstijd moeten aanvragen. Aanbevelingen en relevante voorschriften • Scholen verzorgen minimaal het wettelijk verplicht aantal uren onderwijs. Wanneer een leerling vanwege lichamelijke en/of psychische redenen niet (volledig) aan dit onderwijs kan deelnemen is het noodzakelijk om daar een aanvraag afwijking onderwijstijd voor in te dienen. De IvhO moet daar instemming voor geven6. Bij twijfel over dit soort aanvragen is het raadzaam om contact op te nemen met de IvhO om te informeren naar de kaders en randvoorwaarden omtrent de afwijking onderwijstijd. • Het samenwerkingsverband en wijkteam moeten waar nodig betrokken worden door scholen, ongeacht de aanwezigheid en betrokkenheid van andere zorginstanties. Met name het samenwerkingsverband kan ondersteunen vanuit de zorgplicht die scholen hebben. Dit kan scholen scherp houden in het handelingsrepertoire bij ingewikkelde situaties.

• Scholen hebben een zorgplicht en zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Scholen kunnen adviezen van zorginstanties niet lijdzaam volgen maar moeten zelf afwegen of een leerling onderwijs kan volgen, al dan niet met extra ondersteuning. 2.3 Context Uit dit onderzoek blijkt dat de context van deze specifieke casus bijzonder complex is. Er zijn diverse elementen die relevant zijn om te benoemen omdat deze van invloed zijn geweest op het verloop van de gebeurtenissen. 2.3.1 Stroeve samenwerking en communicatie tussen de zorginstanties en pleegouders De school moest vanaf de inschrijving van de leerlinge gedurende het gehele traject rekening houden met de wensen, belangen, zorgen en verantwoordelijkheden van zowel de zorginstanties, de pleegouders als de biologische moeder van de leerlinge. Vanaf december 2023 werd een zorginstantie tevens de wettelijke voogd van de leerlinge. Daarbij komt dat de school gedurende het proces ook een stroeve samenwerking heeft ervaren tussen de zorginstanties onderling en de pleegouders. Dit blijkt uit de gesprekken met school en diverse stukken. De school heeft hier last van gehad omdat zij enerzijds met

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

18/23

de zorginstanties en pleegouders moest afstemmen over vervolgprocedures en anderzijds omdat zij afhankelijk was van de expertise en deskundigheid van de zorginstanties. 2.3.2 Betrokkenheid andere partners ontbreekt In deze specifieke casus is het opvallend dat er geen andere partners betrokken waren. Denk hierbij aan de inzet van deskundigen uit het samenwerkingsverband en/of de inzet van het wijkteam. Uit dit onderzoek blijkt dat deze twee partijen wel geinformeerd waren, maar geen actieve rol hebben gehad in de specifieke casus van de leerlinge. Omdat de zorginstanties vanaf de inschrijving op school betrokken waren bij de leerlinge en omdat de leerlinge in een pleegzorgconstructie zat, is er niets meer via het reguliere wijkteam verlopen. School geeft aan dat dit een gebruikelijke werkwijze is bij kinderen die in pleeggezinnen wonen.

Aanbeveling Het is van belang dat andere partijen zoals het samenwerkingsverband en het wijkteam ook inhoudelijk betrokken zijn en blijven bij het onderwijs aan en de zorg voor pleegkinderen. Dit zorgt ervoor dat er een bredere groep externe deskundigen is betrokken bij besluitvorming over een leerling. Dat geeft meer zicht op de taken en verantwoordelijkheden van de school bij het onderwijs aan en de zorg voor het welzijn/de veiligheid van een leerling.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

19/23

3 . Vervolg Zowel de school als het bestuur hebben zich bijzonder open en welwillend opgesteld in dit onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat de specifieke casus van deze leerlinge zeer impactvol is geweest op het gehele team van SBO De Kameleon. De school heeft op diverse momenten veel negatieve reacties gehad uit de directe omgeving. Ook heeft de school te maken gehad met politiesurveillance rondom de school om de veiligheid van leerlingen en personeelsleden te garanderen vanwege bedreigingen. De school heeft een leerlingenpopulatie met grotendeels leerproblemen en/of gedragsproblemen. Deze specifieke situatie heeft daardoor ook impact gehad op de leerlingen en de ouders van de leerlingen. Naar aanleiding van dit onderzoek formuleren wij geen herstelopdrachten omdat er op dit moment geen sprake is van continuerende tekortkomingen. De bevindingen uit dit onderzoek zijn met toestemming van het bestuur, voorafgaand aan publicatie, reeds gedeeld met de IGJ en de IJV. Zij gebruiken waar nodig de uitkomsten van dit onderzoek in hun eigen eindrapportage waarmee ze een totaalbeeld creëren van de situatie die zich heeft voorgedaan. Op grond van artikel 15 WOT zijn rapporten van een specifiek onderzoek openbaar. Het rapport wordt na hoor en wederhoor gepubliceerd op de website.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

20/23

4 . Reactie van het bestuur Hieronder geeft het bestuur aan op welke wijze het de bevindingen uit het onderzoek betrekt bij de verdere schoolontwikkeling. Het bevoegd gezag van SBO de Kameleon spreekt haar waardering uit voor de zorgvuldige en betrokken wijze waarop de Inspectie van het Onderwijs de contacten en beide onderzoeksmomenten heeft vormgegeven. Juist vanwege de complexiteit, tragiek en gevoeligheid van de hele situatie voor alle betrokkenen wordt dit ten zeerste gewaardeerd. Het bevoegd gezag herkent zich in het rapport, de conclusies en aanbevelingen. Ze zijn een getrouwe en herkenbare weerslag van de onderzoeksmomenten. Op hoofdlijnen en sommige specifiek onderdelen sluiten de conclusies en aanbevelingen aan bij het eigen onderzoek dat het bevoegd gezag in de periode mei-juni 2024 heeft uitgevoerd en waar, op basis van de uitkomsten ervan, inmiddels aanvullend is ingezet op versterking en verdere ontwikkeling van het bewustzijn en het beleid rondom situaties waarin complexiteit en/of kindermishandeling een rol speelt. De bewuste keuze om een centrale, bovenschoolse medewerker aan te stellen om scholen te ondersteunen vanuit expertise en tegelijkertijd ook te monitoren en borgen op de kwaliteit van de uitvoering van de complexe zorg in dergelijke situaties, ziet het bevoegd gezag als een belangrijke verbetering.

Deze medewerker heeft in de afgelopen periode diverse contacten gehad en acties ingezet om het bewustzijn en de aandacht voor signalering en het gebruik van de meldcode verder te versterken. Door haar betrokkenheid bij alle complexe situaties rondom leerlingen is ondersteuning voor scholen en monitoring op kwaliteit geborgd. De eerste ervaringen hiermee wordt door de betreffende scholen als ondersteunend beleefd.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

21/23

Verklaring tekstnoten 1 Artikel 2 Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en

kindermishandeling 2 Beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd 3 Artikel 11, lid d, Leerplichtwet 1969 4 Artikel 40a, zesde lid, WPO 5 Artikel 11, Leerplichtwet 6 Artikel 8, tiende lid, WPO 7 Artikel 13, eerste lid onder k, WPO 8 Artikel 4b, WPO 9 Artikel 8, tiende lid, WPO: Beleidsregel inzake instemmen met

afwijking onderwijstijd WPO: Voor het afwijken van de onderwijstijd vraagt het bestuur in bepaalde gevallen instemming van de IvhO

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

22/23

Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15182611/1