CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage QenAs Burgmeesters Manifest

Raadscommissie 30 juni 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:1.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q&A nationaal herstel- en perspectiefprogramma voor kwetsbare gebieden Impact Hoeveel inwoners profiteren hiervan? In de 16 kwetsbare gebieden wonen meer dan een miljoen inwoners. Zij moeten hier allereerst wat aan hebben. Maar uiteindelijk heeft heel Nederland hier als het goed is iets aan. Nederland heeft alle jongens en meisjes die hier opgroeien nodig om de economie draaiend te houden en kan het zich niet permitteren om een generatie verloren te laten gaan. Is dit niet oude wijn in nieuwe zakken? Wat is zo uniek/bijzonder aan deze oproep? In vergelijking met eerdere oproepen is dit nadrukkelijk een oproep om langjarig (ongeveer 20 jaar) blijvend in te zetten op de bewoners van deze gebieden. Integraal. Dus niet alleen een dak boven je hoofd óf een baan óf uit de schulden óf het tegen gaan van criminaliteit en overlast, maar verschillende dingen die nodig zijn. Fysiek, sociaal én veiligheid. In samenhang. Zodat 1 en 1 3 kan worden en problemen duurzaam kunnen worden aangepakt. Met als het nodig is, ruimte om af te wijken van wet- en regelgeving of om te experimenteren met nieuwe oplossingen. Dat kan alleen maar samen met de belangrijkste spelers in deze gebieden: bewoners, scholen, werkgevers, corporaties, politie, jongerenwerk. En gemeenten en Rijk.

En waar dingen vastlopen Hoe voorkom je een waterbedeffect? Onze aanpak focust zich op die gebieden waar de concentratie van opgaven het grootst is. Als dit succesvol is, en dit verwachten wij, is de volgende stap om de aanpak breder in te zetten in andere gebieden. (Integrale) aanpak Zijn de opgaven in de steden eigenlijk wel vergelijkbaar? In de 16 gebieden is er een concentratie van kwetsbare huishoudens en de stapeling van problematiek zorgt voor forse opgaven op het gebied van onderwijs, criminaliteit, veiligheid, gezondheid, armoede en wonen. Dit neemt niet weg dat de oplossingen zo maar één op éen te kopiëren zijn naar alle steden/gebieden, omdat iedere stad zijn eigen sterktes en dynamiek kent. Daarom pleiten wij ervoor dat iedere stad maatwerkoplossingen kan bieden voor de opgaven waar ze voor staan. Waarom juist deze gebieden? Toen BZK afspraken maakte met verschillende regio’s over de woningmarkt in de zng Woondeals, ging het niet alleen over woningbouwaantallen, maar ook over de meest kwetsbare gebieden in deze regio’s. De 12 gebieden die daarbij door de regio’s zijn aangewezen, zijn daarna obv de Leefbaarometer aangevuld met nog 4 gebieden daarbuiten waar de leefbaarheid en veiligheid slecht scoorde.

De 16 stedelijke vernieuwingsgebieden omvatten het merendeel van de wijken en buurten, die volgens de Leefbaarometer tot de zwakste categorie wat betreft leefbaarheid- en veiligheidsproblematiek worden gerekend. De omvang en concentratie van opgaven is in deze gebieden het grootst. Dat neemt niet weg dat deze opgaven ook elders in Nederland aanwezig zijn. Daarom pleiten we ervoor om het zwaartepunt van investeringen in deze gebieden te leggen, maar ook om in andere wijken in Nederland te investeren. Waarom een aanpak op dit schaalniveau? Op stadsdeelniveau? En waarom bijvoorbeeld niet op buurtniveau of wijkniveauniveau? Wij geloven dat wijken het juiste schaalniveau zijn om opgaven integraal op te pakken. Niet een te klein schaalniveau om waterbedeffecten tegen te gaan. Ook werken bijvoorbeeld corporaties, jeugdzorg, schoolbesturen etc. vaak samen in een groter gebied dan een wijk. Maar tegelijkertijd moet het schaalniveau ook enige omvang hebben. Hoe zijn maatschappelijke partners hierbij betrokken ? Veel maatschappelijke partners zoals de onderwijskoepels PO-Raad, VO-raad MBO Raad, Aedes, steunen het manifest. Hoe is dit anders dan Vogelaarwijken? In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is er gefocust op de directe leefwereld van mensen: huis, werk of school. En dat werpt zijn vruchten af.

Het grootste verschil zit dan ook op de inzet op de belangrijkste zaken: werk/school/huis. Met daarbij oog voor maatschappelijke partners en bewoners. Maar ook hebben we lessen getrokken uit de Vogelaarwijken1. De lessen die hieruit zijn getrokken worden meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen: wat werkt er wel en wat werkt er niet. Zo bleek dat de verkoop van sociale huurwoningen een positief effect op de leefbaarheid van een buurt. Wat vindt u het belangrijkste onderdeel van de integrale aanpak? De opgaven komen op wijkniveau samen. Voor kinderen die opgroeien met ouders die schulden en (geld)zorgen hebben, die wonen in slecht onderhouden huizen, niet zelden met veel mensen op een klein oppervlak, de taal niet altijd goed beheersen of weinig steun bij huiswerk hoeven verwachten, lopen meer kans om achterop te raken op school. Een lagere citoscore en/of lager schooladvies leidt vaak tot minder snel een goede baan vinden. Jongeren die opgroeien in een lastige thuissituatie of in armoede lopen een hoger risico om schulden te maken, waarmee jongeren een makkelijker prooi worden voor ‘ronselende criminelen’. Mensen in deze wijken hebben niet zelden gezondheidsproblemen en leven gemiddeld 7 jaar korter dan mensen die opgroeien in een ‘goede’ wijk. Alléén een stageplek regelen, helpt onvoldoende als je schulden hebt en geen dak boven je hoofd.

Alléén een schimmelvrij huis helpt niet, als je ouders elkaar voortdurend de tent uit vechten en je huis geen veilig thuis is.

1

https://www.seo.nl/publicaties/de-baat-op-straat/

Het perspectief van een gebied dwingt je naar álle opgaven te kijken. De problemen concentreren zich op wijkniveau, juist daarom is het belangrijk dat al deze opgaven in samenhang, integraal, worden opgepakt. Dat vraagt ontkokerd, integraal beleid dat meerjarig wordt vastgehouden. Belangrijkst: met iedereen die nodig is bij de oplossing net zo lang aan de slag tot kinderen die in deze gebieden worden geboren, net zoveel kansen hebben als kinderen in andere wijken in Nederland. Financiering, wetgeving en duurzaamheid Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit meerdere kabinetten wordt vastgehouden (dus langer dan 4 jaar)? Wij pleiten voor een meerjarige aanpak met een minimale tijdshorizon van 20 jaar. Investeringen hebben pas echt zin als je langjarig doorzet. Kijk maar naar Rotterdam Zuid, de resultaten van de investeringen worden nu echt zichtbaar. Wat is onze precieze oproep, wat willen van het Rijk? Ten eerste is het nodig om de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek te verbreden en te vernieuwen. Ten tweede vragen wij een extra investering van tenminste € 500 miljoen per jaar, waarvan 400 miljoen per jaar voor de zestien gebieden, en 100 miljoen voor andere kwetsbare wijken en gebieden in Nederland. Waar komt het geld vandaan? Waar dit bedrag vandaan komt is uiteindelijk aan het nieuwe Kabinet. Dat is een politiek besluit.

Uit onze analyses komt wel naar voren dat de investeringen uiteindelijk terugvloeien naar het Rijk. In de uitwerking van de mogelijke regeling zal blijken of er cofinanciering wordt gevraagd aan gemeenten en hoe de gemeenten dit kunnen invullen. Bijvoorbeeld met bestaande extra inzet voor de aanvullende maatregelen die kunnen worden gefinancierd met het extra geld van het rijk.

Hoe komen we aan dit bedrag van 500 mln. per jaar? Wij vragen € 500 miljoen per jaar, waarvan 400 miljoen per jaar voor de zestien gebieden, en 100 miljoen voor andere kwetsbare wijken en gebieden. Dit bedrag is gebaseerd op een onderzoek dat Rebel, samen met 6 andere gerenommeerde onderzoeksbureaus, heeft gedaan en de (maatschappelijke) impact van een gerichte gebiedsaanpak in deze 16 gebieden heeft doorgerekend (feb 2021).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10175679/1