Bijlage pva Jeughulp vanaf 2029
Tekst van het document
Jeugdhulp na 2029 Plan van aanpak
Jeugdhulp na 2029
Inhoudsopgave 1 Inleiding
3
2 Achtergrond
4
2.1 2.2
2.3
De Jeugdwet Hoe is het nu georganiseerd in MVS? 2.2.1 Lokale en (sub)regionale voorzieningen 2.2.2 Koersdocument MVS Jeugdmodel 2.2.3 Organisatie en sturing Wat hebben we geleerd van de afgelopen jaren?
3 Lokale ontwikkelingen 3.1 3.2
4 4 4 5 6 7
13
Vlaardingen Schiedam
13 14
4 Wat komt er op ons af?
16
4.1 4.2 4.3 4.4
Demografische ontwikkelingen Sociaaleconomische ontwikkelingen Maatschappelijke ontwikkelingen Thema's die jeugdhulp na 2029 beïnvloeden 4.4.1 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 4.4.2 Hervormingsagenda jeugd 4.4.3 Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg 4.4.4 Wet reikwijdte jeugdwet 4.4.5 Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) 4.4.6 Subregionaal onderzoek reikwijdte jeugd 4.5 Jeugdgezondheidszorg 4.5 Stevige lokale teams
16 16 16 17 17 17 18 18 19 20 20 20
5 Wat moet regionaal en lokaal georganiseerd worden?
22
5.1 5.2
Regionale jeugdhulp Lokale jeugdhulp - stevige lokale teams
6 De opgave 6.1 6.2 6.3 6.4
22 23
24
De opdracht Rapportage en projectsturing Participatie Planning
24 24 25 26
Colofon
27
2
Jeugdhulp na 2029
1. Inleiding Door de invoering van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg per 1 januari 2026 zijn gemeenten verplicht tot regionale inkoop van specialistische jeugdhulp met de, in de algemene maatregel van bestuur, vastgelegde, regio’s. Om die reden kan het huidige contract met Mevis voor jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) niet verlengd worden. Verlenging van dit contract is niet mogelijk omdat een aanzienlijk deel van het huidige contract (specialistische jeugdhulp) in de vastgestelde regio moet worden ingekocht. Het resterende deel moet lokaal worden georganiseerd. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam verkennen daarom hoe zij de lokale jeugdhulp willen organiseren. Gelet op de huidige samenwerking tussen de drie gemeenten, stemmen deze gemeenten (de voorbereiding van) de besluitvorming, over lokale inkoop en organisatie van de jeugdhulp, onderling af door gedurende het proces informatie uit te wisselen en van elkaar te leren. De gemeenten worden daarbij ondersteund met informatie en reflectie van Rogplus. Dit plan van aanpak markeert de start van het verkenningsproces en heeft als doel om het besluitvormingsproces en rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen te duiden. Na besluitvorming medio 2026 zal specifieker uitgewerkt worden hoe de lokaal te organiseren jeugdhulp vorm krijgt en welk proces daarvoor nodig is.
3
Jeugdhulp na 2029
2. Achtergrond 2.1 De Jeugdwet De Jeugdwet is in 2015 als een van de grote drie decentralisaties doorgevoerd. In het oude stelsel was sprake van versnippering van verantwoordelijkheden en taken, waardoor ouders en kinderen van het kastje naar de muur werden gestuurd. Er waren hoge kosten en lange wachtlijsten. Er was weinig aandacht voor preventie en er lag een duidelijke focus op zwaardere zorg in plaats van vroeg ingrijpen. Ook was sprake van veel bureaucratie door de vele financieringsstromen. Om de problemen in het oude stelsel van jeugdhulp op te lossen en een bezuinigingsdoelstelling te behalen is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar de gemeente. Er zou meer nabijheid zijn omdat gemeenten de situaties van haar inwoners beter kan doorgronden, beter zicht heeft op de mogelijkheden van ondersteuning en meer focus zal hebben op preventie en efficiency. In de Jeugdwet is bepaald dat de gemeente een plicht heeft te voorzien in jeugdzorg. De aard en omvang van de jeugdvoorziening wordt door de gemeente bepaald (maatwerk). Het doel van het jeugdzorgstelsel is jeugdigen en ouders waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp te bieden, met als beoogd doel ervoor te zorgen dat de eigen kracht van de jongere en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin worden versterkt.
Op basis van de Jeugdwet en de daarbij behorende Memorie van Toelichting is het een verplichting om, in het kader van Veilig Thuis, Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, samen te werken in daartoe vastgestelde jeugdhulpregio’s. Om die reden nemen wij hulp van de gecertificeerde instellingen (GI’s) en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) af via de GRJR. Via de GRJR loopt ook de dure, schaarse en zeer specialistische, jeugdhulp die valt onder het Landelijk Transitie Arrangement (LTA).
2.2 Hoe is het nu georganiseerd in MVS? De huidige situatie is het vertrekpunt om te bepalen hoe de jeugdhulp vanaf 2029 in MVS georganiseerd moet worden. Daarvoor onderscheiden we in dit hoofdstuk lokale en (sub)regionale voorzieningen en vatten we de (beleids)kaders uit het koersdocument MVS Jeugdhulp samen. Daarna formuleren we leerpunten op basis van de huidige praktijk.
2.2.1 Lokale en (sub)regionale voorzieningen Lokaal
MVS
GRJR
Jongerenwerk Welzijnswerk Jeugdgezondheidszorg
Wijkteam 0-18/ Jeugd & Gezinsteams (Specialistische) Jeugdhulp Jeugdprofessional in de praktijk (JIP) Jeugdprofessional op school (JOP)
Bovenlokale jeugdhulp (zoals bescherming, reclassering, LTA) Veilig Thuis
4
Jeugdhulp na 2029
2.2.2 Koersdocument MVS Jeugdmodel Eind 2021 stelden de MVS-gemeenten het koersdocument MVS Jeugdmodel vast. Dit model bestaat uit twee pijlers waarmee de MVS-gemeenten de jeugdhulp betaalbaar en kwalitatief op orde willen houden. Pijler één gaat over de transformatie van de jeugdhulp en pijler twee over de (wijze van) inkoop van de jeugdhulp. Het koersdocument bevat verder zes bouwstenen. Vijf bouwstenen gaan over aanpalende beleidsterreinen, zoals onderwijs, gezondheid en veiligheid, waar de transformatie naar lichtere vormen van ondersteuning plaats moet vinden. De zesde bouwsteen gaat over de wijze van inkopen, met een populatie- en taakgerichte bekostiging van de jeugdhulp. Sinds 1 januari 2023 hebben Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de jeugdhulp volgens het MVS Jeugdmodel georganiseerd. Doel is om voor elk kind een goede toekomst mogelijk te maken. Vaak kan dit zonder professionele hulp, maar als er hulp nodig is, is de ambitie om passende hulp dichtbij en in aansluiting op de leefwereld van het kind en het gezin te bieden. De belangrijkste facetten van dit MVS Jeugdmodel betreffen: •
Een taakgericht, populatie gebonden, contract met consortium Mevis voor de uitvoering van de jeugdhulp.
•
Een netwerk rondom het kind/ouders in het gewone leven.
•
Wijkteams 18- die worden ondersteund door een plusteam (een ambulant specialistisch netwerk dat direct ingezet kan worden door de stevige lokale teams, school, huisarts en gecertificeerde instellingen).
•
Hulp dichtbij met jeugdondersteuners in de huisartsenpraktijk en op school.
Gezamenlijke doelen Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben het doel om voor kinderen een goede start en goede toekomst te kunnen bieden. Met hulp van mensen die er voor het kind toe doen, thuis – op school – of in de vrije tijd. Waar nodig sluit daar een specialist op aan. Dichtbij, in de omgeving van het kind. Alle hulpverleners werken hierbij aan onderstaande doelen: 1.
2.
3.
4.
Optimaal ontwikkelen a. Gekoesterd worden b. Ruimte voor zelfontplooiing c. Opgroeien in een (financieel) stabiele situatie Verantwoordelijkheid nemen a. Verantwoordelijkheid krijgen b. Leren om te kiezen c. Fouten mogen maken Actief bijdragen a. Erbij horen b. Naar vermogen meedoen c. Kans krijgen om actief te zijn Zelfinzicht krijgen a. Zelfvertrouwen aanwakkeren b. Zelfregulatie aanleren c. Ieder kind mag zichzelf zijn
5
Jeugdhulp na 2029
Leidende principes Om de visie uit te voeren met een gezamenlijke taal en werkwijze zijn zes leidende principes geformuleerd: 1. We gunnen elk kind een goede start en toekomst, gewoon opvoeden is daarbij uitgangspunt. 2. We gaan uit van het gezin in het dagelijks leven, we werken aan een gezamenlijk doel om te komen tot duurzame oplossingen. 3. De inhoud is leidend, niet het systeem: mensen zijn belangijker dan regels, we bieden maatwerk; ruimte voor professionals en vertrouwen in professionele afwegingen; zorg en begeleiding tijdig, passend en dichtbij; transparante en eenvoudige verantwoording. 4. We praten met kinderen, jongeren en opvoeders/voogden en bepalen samen wat passend en nodig is. 5. We laten kinderen en jongeren niet los totdat een ander ze vastheeft. 6. De veiligheid van het kind en de jongere is altijd de ondergrens.
Zes bouwstenen Om het MVS Jeugdmodel uit te voeren zijn zes samenhangende bouwstenen vastgesteld. Deze bouwstenen vormen de inhoudelijke basis voor de ondersteuning aan kinderen en jongeren en zijn ontwikkeld met stakeholders. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Netwerk rondom kind, ouders/opvoeders in het gewone leven Versterk de positie van het onderwijs Wijkteam 2023 Een praktijkondersteuner in elke huisartspraktijk Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau (Specialistische) Jeugdhulp op MVS-niveau
2.2.3 Organisatie en sturing De MVS-gemeenten hebben de jeugdhulp, inclusief de ondersteuning 18- via het wijkteam, ingekocht bij Mevis. Mevis is een consortium van Timon, ASVZ, Yulius (gespecialiseerde jeugdhulpaanbieders) en MEE Rotterdam Rijnmond (ondersteuning aan mensen met een beperking, voorliggend aan specialistische hulp). De professionals voor de jeugdhulp in de wijkteams (18-) worden ingehuurd door Mevis en zijn in dienst bij Scala. Mevis is verantwoordelijk voor het bieden van alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de Landelijke Transitie Arrangementen, jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis. Via de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) kopen de MVS-gemeenten deze hulp in, of subsidiëren wij deze. De colleges van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben, met de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus, taken aan Rogplus gedelegeerd voor wat betreft de inkoop van alle vormen van jeugdhulp (uitgezonderd het Landelijk Transitie Arrangement (LTA), Gecertificeerde Instellingen en Veilig Thuis), het contractmanagement en het informatiemanagement hierop en de indicatiestelling. De kosten van jeugdhulp die Mevis levert zijn opgenomen in de begroting Rogplus. Via bestuursrapportages volgen de MVS-gemeenten de (financiële) ontwikkelingen binnen het contract met Mevis.
6
Jeugdhulp na 2029
De gemeenten organiseren ieder hun eigen wijkteam voor ondersteuning aan volwassenen (18+). De toegang voor ondersteuning van inwoners van 0-100 jaar is via verordeningen georganiseerd in de lokale wijkteams. In Schiedam en Maassluis is de coördinatie op het wijkteam belegd bij de gemeente. In Vlaardingen wordt de coördinatie op het wijkteam 0-100 jaar uitgevoerd door Mevis. Het Regieteam MVS Jeugdmodel is opdrachtgever voor het MVS-team jeugd. In het regieteam zijn de drie gemeenten vertegenwoordigd en heeft een gemeente de rol van opdrachtgever, facilitator (P&O) en (financieel) controller. In het MVS-team Jeugd werken de drie MVS-gemeenten samen aan de transformatie van de jeugdhulp en de aanpalende beleidsterreinen, met een manager, programmamanager, netwerkregisseurs en (strategisch) beleidsadviseurs. Dit team voert tevens het accountbeheer uit van de GRJR en Rogplus-Jeugd (MVS-accounthouders). Na evaluatie van het functioneren van dit MVSteam Jeugd wordt thans gewerkt aan een voorstel om het team aan te passen en over te gaan op een Samenwerking MVS-Jeugd, met 1 regionale programmamanager Transformatie en daarbij een sterkere lokale vertegenwoordiging van (strategisch) beleidsadviseurs en gemeentelijk accounthouders.
2.3 Wat hebben we geleerd van de afgelopen jaren? Sinds 1 januari 2023 verlenen we jeugdhulp volgens het MVS Jeugdmodel. Doel is om voor elk kind een goede toekomst mogelijk te maken. Vaak kan dit zonder professionele hulp, maar als er hulp nodig is, is de ambitie om passende hulp dichtbij en in aansluiting op de leefwereld van het kind en het gezin te bieden. Op de bedoeling van het contract zijn zes bouwstenen beschreven. Deze bouwstenen vormen de basis van de uitvoering van het MVS Jeugdmodel.
Netwerk rondom kind, ouders/ opvoeders in het gewone leven In het MVS Jeugdmodel is gekozen voor een netwerkgerichte aanpak waarin alle betrokken partners samenwerken aan oplossingen, verbeteringen en nieuwe werkwijzen. Binnen de vijf netwerken – ingericht op basis van de bouwstenen uit het koersdocument MVS Jeugdmodel – staat het realiseren van de Transformatieagenda MVS Jeugd centraal: 1. Netwerk opgroeien in gezondheid – huisartsen en jeugdgezondheidszorg 2. Netwerk opgroeien in veiligheid - veiligheid 3. Netwerk opgroeien door spelen en leren - onderwijs 4. Netwerk opgroeien in de buurt – voorliggend veld/sociale basis 5. Netwerk opgroeien naar volwassenheid – knip 18-/18+ De ingestelde regionale netwerken van partners in zorg, onderwijs en welzijn vormen niet het goede startpunt voor nieuwe (lokale) initiatieven op het gebied van jeugdhulp en stevige lokale teams. Daarom wordt nu gewerkt aan een voorstel waarbij wordt gewerkt vanuit één MVS transformatieagenda 2026-2029, opgesteld met alle partners in de regiegroep Transformatie, met initiatieven op lokaal – en wijkniveau.
7
Jeugdhulp na 2029
Terugblik aan de hand van de zes bouwstenen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Netwerk rondom kind, ouders/opvoeders in het gewone leven Versterk de positie van het onderwijs Wijkteam 2023 Een praktijkondersteuner in elke huisartspraktijk Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau Inkoop (specialistische) Jeugdhulp op MVS-niveau
Ad 1. Netwerk rondom het kind, ouders/opvoeders in het gewone leven Het netwerk betreft alle partners die op het gebied van welzijn en zorg bijdragen aan de sociale infrastructuur van gemeenten en wijken: het zogenoemde voorveld, het preventieve aanbod. Dit voorveld vormt een belangrijk onderdeel van het pedagogisch klimaat rondom jeugdigen. In lijn met het MVS Jeugdmodel ondersteunt het netwerk ouders en jeugdigen laagdrempelig en preventief, zoveel mogelijk in hun eigen leefwereld en context. Omdat in principe talloze maatschappelijke organisaties, stichtingen en verenigingen onderdeel zouden kunnen uitmaken van dit netwerk, is gekozen voor een gemeentelijke en wijkgerichte scope. Zo krijgt het netwerk een duidelijke focus en kan ervaring worden opgedaan met werkwijzen die later mogelijk MVS-breed toepasbaar zijn. Om dit te realiseren zijn in 2025 drie proeftuinen gestart/doorontwikkeld, waarin verschillende werkelementen van het MVS Jeugdmodel worden beproefd. Doel is om MVSbreed te leren welke elementen de meeste impact hebben en daadwerkelijk verschil maken voor jeugdigen en gezinnen. Kernpartners in het voorveld die een belangrijke rol spelen bij de proeftuinen zijn: Minters, ViB Vlaardingen, Sportbedrijf Schiedam, E’25 Maassluis, Yets Schiedam, Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), Stichting Push (Maassluis).
Daarnaast zijn ook het CJG, het wijkteam 18+ en Mevis aangesloten. De proeftuinen dragen zo bij aan een integrale, domein- en organisatie overstijgende samenwerking tussen jeugdpartners, met en voor gezinnen. Ze verbinden bestaand aanbod en programmering, maken dit vindbaar en dekkend op wijkniveau, en leggen de nadruk op preventief werken in aansluiting op de behoeften van gezinnen en professionals – niet op complexe casuïstiek. Hoewel de rol van de netwerkregisseur in 2025 niet extra of structureel is ingezet ten opzichte van 2024, zijn de proeftuinen wel verder ontwikkeld, wederom in nauwe afstemming met de netwerkregisseur Opgroeien door Spelen en Leren. Daarbij ontstaat een duidelijke meerwaarde doordat het wijkgericht werken tevens aansluit bij het wijkgerichte werken waar Onderwijs dat Past, het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs, ook op inzet, waardoor deze initiatieven elkaar op termijn mogelijk kunnen gaan versterken.
8
Jeugdhulp na 2029
Ad 2. Versterk de positie van het onderwijs De Jeugdprofessional op School (JOS) is een integraal onderdeel van het jeugdmodel en het onderwijslandschap, gericht op het vroegtijdig bieden van ondersteuning aan kinderen en jeugdigen. Eind 2025/begin 2026 voerde Mevis interviews met Jeugdprofessionals op school (JOS). Uit deze interviews komen een aantal ‘rode draden’: • JOS draagt bij aan het normaliseren en verwijzen naar het voorliggend veld. • Het aanbod in het voorliggend veld is niet altijd goed bekend; professionals zorgen voor eigen overzicht. • Er is sprake van onduidelijke taak-/verantwoordelijkheidsverdeling (wat is ‘van het onderwijs’?, ligt de focus op triage en diagnose of behandelen?). Structuur en werkwijze verschillen per gemeente. • Wachttijden voor verwijszorg zorgen ervoor dat het JOS betrokken blijft in casussen. • Er is sprake van administratieve druk en bureaucratie. Bij de JOS’ers spelen bezettingsproblemen een belemmerende rol. Voor de JOS leek de formatie eind 2024 bijna op orde, maar in de tweede helft van 2025 is er weer een tekort en komt de bezetting uit op 79,8% ten opzichte van de begroting. Ook de JOS formatie is dus lager uitgekomen dan gewenst vanwege personele krapte: voor de JOS functie wordt bewust gezocht naar meer ervaren professionals, met bij voorkeur ervaring in een onderwijssetting.
Ad 3. Wijkteam 2023 Met de nieuwe aanbesteding van de jeugdhulp is per 1 januari 2023 het wijkteam gesplitst in een 18en een 18+ deel. Dit belemmert het gezinsgericht werken, het integraal werken en zorgt voor inefficiëntie. De splitsing van de wijkteams in 18- en 18+ ondermijnt ook de transformatieopgave om jeugdhulp te normaliseren en jeugdigen zonder inzet van (specialistische) jeugdhulp te ondersteunen. Hiervoor is een sterkere verbinding nodig met het voorveld en in mindere mate met (specialistische) voorzieningen. De (jeugd)wijkteams worden georganiseerd en bemenst door Mevis. De inrichting van Mevis was gestoeld op een T-shaped professional die integraal en overstijgend zijn werk zou kunnen doen. In de praktijk zijn deze professionals nauwelijks beschikbaar en werkt hierdoor het model niet goed. Om de professionals van Mevis in te zetten op taken waar zij het beste tot hun recht komen heeft Mevis taken gesplitst. Dit leidt ertoe dat de uitvoering gerichter in staat is om casuïstiek op te pakken. Dit geeft een verbeterslag in de casusregie en verhoogt de effectiviteit van Mevis als organisatie. De wijkteambezetting zit onder de ambitie vanwege verloop, langdurig zieken en moeizame werving. Sinds de start van de uitvoering van het MVS Jeugdmodel is dit voortdurend punt van aandacht geweest.
Er zijn wachtlijsten voor de (jeugd)wijkteams die per gemeente verschillen in omvang. De nadere analyse van het wijkteam leidt tot een ondersteuningsplan waarin samen met de inwoner vastgelegd wordt welke ondersteuning of (specialistische) jeugdhulp nodig is. Wachtlijsten lopen vooral op door de nadere analyse die het wijkteam 18- moet maken voor inwoners met een ondersteuningsvraag.
9
Jeugdhulp na 2029
Ad 4. Een praktijkondersteuner in elke huisartspraktijk De Jeugdprofessional in de Praktijk (JIP) is de professional die als praktijkondersteuner in huisartsenpraktijken aanwezig is om patiënten met vragen rondom jeugdhulp te kunnen helpen. Eind 2025/begin 2026 voerde Mevis interviews met Jeugdprofessionals in de huisartsenpraktijk (JIP). Uit deze interviews komen een aantal ‘rode draden’: • JIP draagt bij aan het normaliseren en verwijzen naar het voorliggend veld. • Het aanbod in het voorliggend veld is niet altijd goed bekend; professionals zorgen voor eigen overzicht. • Er is sprake van onduidelijke taak-/verantwoordelijkheidsverdeling (wat is ‘van het onderwijs’?, ligt de focus op triage en diagnose of behandelen?). Structuur en werkwijze verschillen per gemeente. • Wachttijden voor verwijszorg zorgen ervoor dat het JIP betrokken blijft in casussen. • Er is sprake van administratieve druk en bureaucratie. Een belemmerende factor om het JIP succesvoller te laten zijn is de bezetting. De bezetting van JIP is nooit in overeenstemming met begroting gerealiseerd. Voor de JIP is de realisatie in 2025 op slechts 55% van de begroting. De JIP-formatie is lager dan de oorspronkelijke ambitie, omdat vanuit huisartsen geen nieuwe aanvragen voor een JIP zijn gekomen. De bouwsteen praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk gaat verder dan alleen de JIP’er.
Het gaat over de verbinding tussen de huisarts en wijkteam in zijn algemeenheid. Sinds de start van het MVS-jeugdmodel is hard gewerkt aan de samenwerking tussen huisartsen en het wijkteam. Deze specialisten zijn als netwerk georganiseerd op het niveau van MVS en hebben geen eigen case-load. Ze zijn beschikbaar voor diagnose, interventie en kennisoverdracht. Ze werken zonder indicatie en zonder verantwoordingslast. Onder de stakeholders is er enthousiasme over dit netwerk.
Ad 5. Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau Eén van de successen elders om jeugdhulp dichtbij, passend en tijdig te organiseren is de introductie van een ambulant specialistisch netwerk (het plusteam) dat direct ingezet kan worden door de wijkteams, school, huisarts en GI’s. Deze specialisten zijn als netwerk georganiseerd op het niveau van MVS en hebben geen eigen case-load, maar zijn beschikbaar voor diagnose, interventie en kennisoverdracht. Ze werken zonder indicatie en zonder verantwoordingslast. Onder de stakeholders is er enthousiasme voor zo’n netwerk. Het heeft veel tijd gekost om de plusteams in te richten. Dit hangt samen met de overspannen arbeidsmarkt en het specifieke profiel waarmee het plusteam wordt bemenst. Het gaat immers om professionals met een behoorlijke ervaring op het gebied van zorg en ondersteuning aan jeugdigen, die ook nog eens goed functioneren in een dynamisch en uitgebreid netwerk. Inmiddels zijn de plusteams op formatie en functioneren zij naar behoren. Het lukt steeds beter om als versneller en voorkomer van onnodige diagnose en interventie en indicatie naar een gespecialiseerde instellingen hun rol te vervullen.
10
Jeugdhulp na 2029
Ad. 6 Inkoop specialistische Jeugdhulp op MVS-niveau De start van Mevis is pittig geweest. Terugkijkend was het goed geweest als er meer tijd was voor de implementatie van de wijkteams 18- en de inkoop van de jeugdhulp. In 2023 was het voornamelijk van belang de zorgcontinuïteit te borgen en de jeugdprofessionals zoveel als mogelijk over te nemen. Hierdoor is minder tijd gaan zitten in de transformatie naar lichtere en goedkopere zorg. Het laatste jaar heeft Mevis op het gebied van de specialistische jeugdhulp behoorlijk werk afgeleverd om kosten te besparen en de kwaliteit op orde te houden. Er is een prijsafname per cliënt gerealiseerd door het afschalen van zorg en het zo mogelijk eerder beëindigen van zorg. , Toch is de specialistische jeugdhulp als geheel niet in prijsomvang gedaald. Het aantal kinderen en jeugdigen dat is aangewezen op specialistische jeugdhulp blijft stijgen onder druk van maatschappelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen. Mevis maakt gebruik van vele onderaannemers. Hierdoor is het lastig gebleken om het contractmanagement voor Mevis uit te voeren. Mevis voert nu zelf het contractmanagement over de onderaannemers, waardoor een getrapt contractmanagement ontstaan is. Dit zorgt voor ingewikkeldere sturing en minder grip.
Signalen uit de praktijk over de ondersteuning die bij gemeenten terechtkomen, lopen via het MVSteam Jeugd naar Rogplus en naar Mevis en vervolgens eenzelfde weg terug. Deze schakels zijn omslachtig gebleken.
Verwijzers jeugdhulp Jeugdigen kunnen via de vier wettelijke verwijzers naar jeugdhulp verwezen worden. Via gemeenten, de wijkteams (waaronder de jeugdprofessional op school), via huisartsen (eventueel met ondersteuning van de jeugdprofessional in de praktijk), via de rechter en via Gecertificeerde Instellingen (GI) aangemeld. In het tweede halfjaar van 2025 zag de verdeling van de verwijzingen er als volgt uit.
Verwijzers naar jeugdhulp
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Wijkteams Huisartsen Gecertificeerde Instellingen Overig
73% 18% 7% 2%
57% 33% 8% 2%
61% 28% 8% 3%
Doorbraakmethode/doorbrekend werken De doorbraakmethode is een methode waarmee onderbouwd wordt welke acties en ondersteuning nodig zijn om een hulpvraag van een inwoner voldoende te beantwoorden en verergering van de situatie te voorkomen. Deze methode wordt vooral gebruikt wanneer er meerdere problemen spelen en de noodzakelijke ondersteuning anders is dan het gebruikelijke aanbod of uitblijft, bijvoorbeeld omdat er discussie is over financiering in relatie tot de meervoudige problemen. De wijkteams in de MVS gemeenten werkten in de afgelopen periode met de doorbraakmethode. In Schiedam is de methode sinds 2019 een van de instrumenten die professionals gebruiken om samen met de inwoner te verkennen welke ondersteuning nodig is. De wijkteams in Vlaardingen en Maassluis startten in 2025 met de doorbraakmethode. Dit hoort bij het uitvoeren van het project ‘domeinoverstijgend en doorbrekend werken’ uit het uitvoeringsplan van het Regionaal en Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA).
11
Jeugdhulp na 2029
De methode sluit aan op het doel van de wijkteams en het werk dat de professionals uitvoeren. De methode is een instrument om discussies over noodzakelijke ondersteuning te slechten en de inwoner daarmee zo snel mogelijk te ondersteunen. De ondersteuning past altijd binnen bestaande wetgeving. Tot nu toe is er nog geen aanleiding geweest om (lokale) regelgeving te wijzigen. Steeds vaker wordt geconstateerd dat er jeugdhulp wordt ingezet terwijl de problemen in het gezin vooral bij de ouders liggen. Het is daarom van groot belang dat jeugd- en volwassenenprofessionals nauw samenwerken om, wanneer dit nodig is, de meest passende hulp binnen het gezin in te zetten. Hiervoor is het wenselijk om de doorbraakmethode blijvend toe te passen.
Reflectie op de bedoeling en uitvoerbaarheid van het contract Bij aanvang van het MVS-jeugdmodel is uitgegaan van een taakgerichte en populatiegebonden bekostiging. Dit verlegt de financiële verantwoordelijk naar de zorgaanbieder, terwijl de zorgaanbieder de instroom aan jeugdhulp niet kan beïnvloeden. Mede op basis van het contractueel vastgelegde veiligheidsventiel is het contract aangepast naar werkelijk geleverde zorg. De door het Rijk gedecentraliseerde jeugdhulp is met de introductie van het MVS-jeugdmodel verder doorgedecentraliseerd naar respectievelijk Rogplus en de uitvoering naar Mevis. Taken en verantwoordelijkheden, ongeacht hoe helder deze zijn vastgelegd, liepen voortdurend door elkaar. De start van het MVS Jeugdmodel ging niet van een leien dakje, dit begon eigenlijk al bij de inkoop waarvoor weinig geïnteresseerde partijen zich hadden gemeld. De uiteindelijke gunning was relatief laat waarmee de periode van opstart en overdracht beperkt was. Toen Mevis uiteindelijk van start kon bleek de startfoto, zoals deze in de aanbesteding was opgenomen, niet overeen te komen met de praktijk. Ook speelde er voortdurend hoge verwachtingen die Mevis, gelet op hun recente ontstaan en de onstuimige opbouw die past bij de opzet van een nieuwe organisatie, die Mevis onmogelijk kon waarmaken.
Hierin is het strategisch partnerschap gedurende de uitvoering van de eerste periode onvoldoende ondersteunend geweest en tekortgeschoten. Samengevat was er bij aanvang een te grote opgave, die in een te korte periode gerealiseerd moest worden, waarbij cruciale randvoorwaarden gedeeltelijk of geheel niet op niveau waren en zich in de praktijk voortdurend situaties voordeden die een zachte landing belemmerd hebben.
12
Jeugdhulp na 2029
3. Lokale ontwikkelingen 3.1 Vlaardingen Met het programma Transformatie Sociaal Domein “Samen Veranderen” werkt de gemeente Vlaardingen samen met inwoners, organisaties en partners aan een sterker sociaal domein. Via diverse pilots en projecten ontdekt Vlaardingen wat echt helpt bij het versterken van de sociale basis, het voorkomen van armoede en het vergroten van mentale veerkracht voor elke inwoner van Vlaardingen. Vlaardingen beoogt hiermee dat elke inwoner prettig kan leven, meedoen en zich gehoord voelt – met passende ondersteuning als dat nodig is. Met Samen Veranderen werken inwoners, vrijwilligers, organisaties en de gemeente samen aan oplossingen die vraaggericht, toegankelijk en betaalbaar zijn. Dit om te voorkomen dat mensen zorg nodig hebben. De zorgvraag en zorgkosten in Vlaardingen blijven namelijk stijgen terwijl personeelstekorten toenemen. Ook zien we maatschappelijke ontwikkelingen, zoals ouderen die langer thuis (moeten) blijven wonen en veel mensen die in armoede leven of zich eenzaam voelen. Transformeren is een doorlopende beweging die tijd kost. Door te doen, te experimenteren, te delen en samen te reflecteren wil Vlaardingen de zorg transformeren. De volgende leidende principes vormen samen met de (sub)doelen van het programma de basis van alle inspanningen binnen het sociaal domein: 1.
We willen meer inzetten op preventie en lichte, laagdrempelige ondersteuning. 2. We investeren in vroegsignalering. 3. We zetten in op normalisering. 4. De mens staat centraal. 5. De effectiviteit en efficiëntie van de inzet in het sociaal domein worden verbeterd 6. De toegankelijkheid van de voorzieningen op het gebied van preventie, welzijn en zorg verbetert. 7. We investeren in versterking van de samenkracht in Vlaardingen. 8. We werken nauw samen met onze partners en vergroten de betrokkenheid van inwoners en ervaringsdeskundigen. Door meer in te zetten op preventie, vraaggericht welzijnsaanbod, vroegtijdige signalering van belemmeringen of problematiek en het bieden van lichte ondersteuning willen we het beroep op (zwaardere) ondersteuning en zorg zoveel mogelijk voorkomen. Met het nationaal programma leefbaarheid en veiligheid “Wij de Westwijk” heeft Vlaardingen oog voor de groeiende groep kwetsbare inwoners in deze wijk. Deze groep heeft het lastig, bijvoorbeeld omdat zij stress hebben door armoede, schulden hebben of zich onveilig voelen. Het programma voor de Westwijk moet deze situatie verbeteren. Dit gebeurt onder andere met dagprogramma’s voor zowel kinderen als ouders. Daarin krijgt iedereen de kans om talenten te ontdekken en ontwikkelen. Daarnaast wordt er ingezet op een betere informatievoorziening, waardoor mensen weten waar zij naartoe kunnen met problemen.
Ten slotte gaat het om het creëren van een schone en veilige wijk, waar mensen prettig wonen.
13
Jeugdhulp na 2029
Pijlers Het plan voor de Westwijk is vooral gericht op het vergroten van kansen in het leven van de kwetsbare inwoners van de Westwijk en dat van hun kinderen. Het doel is dat inwoners uiteindelijk met hulp van professionals de problemen, waaronder sociale problemen, in de wijk oplossen. Deze gezamenlijke aanpak is gericht op vijf pijlers: 1. Kind 2. Ouders 3. Werken en leren 4. Schoon en heel 5. Veilig De Rekenkamer Vlaardingen heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samen de Jeugdhulp hebben georganiseerd (het MVS Jeugdmodel). De Rekenkamer concludeert dat de drie gemeenten nog steeds achter de visie en de uitgangspunten staan, maar dat de beloofde verschuiving naar preventie en laagdrempelige zorg nog niet tot stand is gekomen. De Rekenkamer beveelt aan meer bestuurlijke overleggen over de inhoud en de uitvoering te voeren, een goed monitoringsinstrument in te richten en om in te zetten op preventie ondanks de grote zorgvraag.
3.2 Schiedam In de gemeente Schiedam zijn diverse beleidsstukken en uitvoeringsprogramma's opgesteld die raakvlakken hebben met het jeugdbeleid. Deze documenten geven richting aan de keuzes die we ten opzichte van de jeugdhulp na 2029 kunnen maken. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen: De Kadernota Sociaal Domein (2023) schetst de strategische doelen die de gemeente Schiedam wil bereiken en geeft de leidende principes voor de uitvoering. In de visie van het Sociaal Domein staan drie thema’s centraal: Veilig, Veerkrachtig en Verbonden (zie onderstaande afbeelding). De jeugdhulp vormt een integraal onderdeel van deze kadernota.
14
Jeugdhulp na 2029
Het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid (NPLV) is van start gegaan in de wijken Nieuwland en Oost. Het NPLV is een overheidsprogramma dat sinds 2022 gericht is op het aanpakken van complexe problemen in kwetsbare stedelijke gebieden. Het NPLV beoogt een impuls te geven aan de thema’s gelijke kansen, veilig en fijn wonen en een sterke basis. Binnen de wijken Nieuwland en Oost geeft het NPLV een extra impuls en voert projecten uit om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren. Het programma raakt thema’s als sociale cohesie, werkgelegenheid, veiligheid, maar ook de aanpak van armoede en schulden. De Nota Veerkrachtig meedoen is een uitvoeringsprogramma van de Kadernota Sociaal domein met betrekking tot bestaanszekerheid. Deze nota gaat in op oorzaken en gevolgen van bestaansonzekerheid. Ook beschrijft de nota op welke versterkingskansen de gemeente inzet en wat dit op organisatorisch vlak betekent voor de gemeente en haar partners. De Lokale educatieve agenda (LEA) is een ontwikkel en samenwerkingsagenda van de gemeente, kinderopvang, het onderwijs en andere betrokken partners. In de LEA staat wat de komende vijf jaar belangrijk is voor het onderwijs in Schiedam. Het hoofddoel is dat alle Schiedamse kinderen en jongeren veilig, kansrijk en met plezier kunnen opgroeien.
Ze krijgen optimale kansen om zichzelf, hun talenten en de wereld om hen heen te ontdekken In de LEA zijn drie speerpunten geformuleerd, elk met bijbehorende subdoelen: 1. Speerpunt 1: gelijke ontwikkelingskansen voor ieder kind. 2. Speerpunt 2: een fijne, veilige school- en thuisomgeving. 3. Speerpunt 3: mentaal en fysiek gezond naar school. De Startnotitie WOT dient als startpunt voor het opstellen van het strategische beleidsplan WOT 2026-2036. In het strategische beleidsplan staat beschreven binnen welke context en met welke reikwijdte het Schiedamse wijkteam aan de slag gaat de komende jaren. Er is rekening gehouden met nieuwe wettelijke richtlijnen zoals de richtlijn dat alle wijkteams in de basis een 0-100 integraal aanbod hebben met daarin oog voor het systeem van de cliënt.
15
Jeugdhulp na 2029
4. Wat komt er op ons af? 4.1 Demografische ontwikkelingen De MVS-regio kenmerkt zich door gematigde bevolkingsgroei (met name door migratie), een relatief jonge en diverse bevolkingssamenstelling, en aanhoudende sociaaleconomische uitdagingen. De MVS-regio volgt de CBS-prognose voor gemeenten in de randstad. Door de relatief jonge bevolking is er sprake van een hogere vraag. Daarbij komt dat de instroom van gezinnen met een migratieachtergrond leidt tot hogere risico’s op problemen zoals taalachterstanden, armoede gerelateerde stress, schooluitval en gedragsproblemen. Dit verhoogt potentieel het volume lichte tot matige jeugdhulp.
4.2 Sociaaleconomische ontwikkelingen De sociaaleconomische status van gemeenten is een sterke voorspeller op het gebruik van zorg/ondersteuning en dus ook jeugdhulp. Sociaaleconomische achterstanden (armoede, schulden, werkloosheid en een onveiligheidsgevoel) zorgen ook voor een hoger risico op meer complexere jeugdhulp casuïstiek. De MVS-gemeenten scoren lager op de sociaaleconomische status dan het Nederlandse gemiddelde. Brede sociaaleconomische stijging is een langdurig en complex proces, waarbij rekening gehouden dient te worden dat de plek op de “ranglijst” relatief is. Om te stijgen moeten de MVS-gemeenten het langdurig beter doen dan andere gemeenten. De economische situatie, die de sociaaleconomische status sterk beïnvloed, lijkt er voor de komende jaren niet gunstig uit te zien. Het is de verwachting dat er op korte termijn een nieuwe recessie zich aandient die mogelijk onder druk van actuele oorlogen en spanningen zal uitmonden in een depressie. Dit zal voor het MVS-gebied, dat door haar populatie kwetsbaarder is dan andere gemeenten voor economische schommelingen, grote gevolgen hebben. Het is zodoende niet de verwachting dat, ondanks alle initiatieven die vanuit gemeenten worden genomen, de sociaaleconomische stijging ten opzichte van de andere gemeenten zal plaatshebben. Daarmee verwachten we dan ook geen daling van de vraag om jeugdhulp.
4.3 Maatschappelijke ontwikkelingen De maatschappij staat al langere tijd onder druk. We leven in een steeds individualistischere situatie waarbij grote groepen in armoede leven. Dit legt een beslag op de wereld om ons heen en heeft een grote invloed op de ontwikkeling van (jonge) kinderen. De opkomst en positie van nieuwe fenomenen als sociale media en artificial intellegence (AI) zetten dit geheel verder onder druk. De mentale gezondheid gaat, onder druk van social media, hard achteruit waardoor de vraag naar GGZ stijgt. Recent onderzoek naar de staat van het Nederlandse onderwijs (PISA, 2022) geeft een zeer zorgwekkend beeld. In dit onderzoek zijn 700.000 15-jarigen onderzocht uit 81 lidstaten van OESO. De resultaten en de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs is, net als in de rest van west-Europa, in
16
Jeugdhulp na 2029
een periode van 2002-2022 sterk achteruitgegaan. In de breedte zien we een sterke daling waarbij vooral de leesvaardigheid sterk achteruit is gegaan. Uit het onderzoek komt naar voren dat in 2022, 33% van de kinderen laaggeletterd het Nederlandse onderwijs verlaat. Dit was in 2002 slechts 14%. Slechtere onderwijsresultaten hebben een sterke relatie met het gebruik van jeugdhulp.
4.4 Thema’s die de jeugdhulp na 2029 beïnvloeden 4.4.1 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming In 2021 is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming van start gegaan, een gezamenlijk programma van de ministeries van J&V en VWS en VNG. In het Toekomstscenario staan de behoeften van kinderen, gezinnen en huishoudens centraal. Op een oordeelvrije manier doen we voor hen wat nodig is waarbij we uitgaan van het recht op autonomie en zelfbeschikking. Het (in 2021) geschetste eindbeeld bevat vijf kernelementen. Het perspectief van de huishoudens en gezinnen en hun leefwereld is daarbij telkens het vertrekpunt. 1. Om gezinnen en huishoudens heen staat het lokale team dat hulpverleent met één vast gezicht, waar nodig wordt samen opgetrokken met een professional uit een regionaal veiligheidsteam. 2. Regionale veiligheidsteams zullen specialistische kennis op het gebied van onveilige thuissituaties toegankelijk maken en expertise toevoegen aan het werk van de lokale teams. Medewerkers van de RVT’s beschikken daarnaast over bevoegdheden om onderzoek te doen en waar nodig maatregelen te initiëren en uit te voeren. Deze nieuwe organisatie treedt in de plaats van bestaande organisaties (Jeugdbrief 5 november 2024). 3. Dicht bij deze professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten1 met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld. 4.
Professionals werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid (integraal) aan het effectief en duurzaam borgen van veiligheid. Dit wordt in het bijzonder uitgewerkt in een handelingskader, in samenspel met handreikingen voor met name lokale teams vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. 5. De praktijk wordt gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Hiertoe wordt een kennis- en leerinfrastructuur2 ingericht, in samenspel met de infrastructuur voor Kennis en Blijvend Leren vanuit de Hervormingsagenda Jeugd
4.4.2 Hervormingsagenda jeugd De Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 is een pakket aan afspraken tussen het Rijk, gemeenten (VNG), zorgaanbieders, professionals en cliëntenorganisaties. Het hoofddoel is om het jeugdstelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar te maken door een structurele besparing van € 1 miljard vanaf 2027 te realiseren. De belangrijkste pijlers en maatregelen zijn: 1.
Inhoudelijke verbetering en normalisering
2.
Organisatie en samenwerking
3.
Financiële houdbaarheid
17
Jeugdhulp na 2029
De hervormingsagenda introduceert een reeks maatregelen (zoals scherpere inkoop en kortere trajecten) die moeten leiden tot de noodzakelijke miljardenbezuiniging. Voor gemeenten betekent dit dat: •
Er een verstevigingsopgave ligt van de lokale teams met daarin de nadruk op preventie.
•
Extra financiële druk door speculatie op afname jeugdhulp.
•
Verplichte regionale samenwerking.
•
Verplichte rapportage over voortgang.
4.4.3 Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg Deze wet probeert het versnipperde en lokale inkooplandschap van specialistische jeugdzorg te structureren door meer regionaal (en soms landelijk) samen te werken, beter sturing te geven en de kwaliteit/continuïteit van aanbieders te versterken. Dit moet leiden tot kortere wachtlijsten en betere toegang tot de juiste zorg voor kinderen met ernstigere problemen. Het wetsvoorstel introduceert een duidelijkere verdeling van verantwoordelijkheden en minimale vereisten: •
Verplichte regionale samenwerking tussen gemeenten.
•
Regionale expertiseteams.
•
Landelijke inkoop mogelijk maken.
•
Strengere eisen aan de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.
•
Extra rol voor de Nederlandse zorgautoriteit.
Voor gemeenten betekent dit dat: •
Er geen wijziging in de algemene, door de wet voorgeschreven, verantwoordelijkheid is.
•
Er een verplichte indeling in jeugdregios is.
•
Verplichte deelname aan een gemeenschappelijke regeling.
•
Er een regiovisie opgesteld moet worden.
•
Er regionale expertiseteams opgezet moeten worden.
4.4.4 Wet reikwijdte jeugdwet Het wetsvoorstel beoogt de reikwijdte van de Jeugdwet te verduidelijken en te beperken tot jeugdigen met een ernstige psychische, gedragsmatige of ontwikkelproblemen. De aanleiding hiervoor is de sterke groei van het gebruik van jeugdhulp en de constatering dat ook relatief lichte opvoed- en opgroeivragen binnen de Jeugdwet zijn terechtgekomen. Het beoogde effect is dat specialistische jeugdhulp beschikbaar blijft voor kinderen met de meest complexe problematiek en dat tegelijkertijd de instroom van lichtere hulpvragen wordt beperkt.
18
Jeugdhulp na 2029
Het wetsvoorstel introduceert een duidelijker onderscheid tussen: •
Jeugdhulp voor ernstige problematiek.
•
Normale opvoed- en opgroeivragen.
•
Ondersteuning die onder andere domeinen valt.
•
De rol en taak van het stevige lokale team en specialistische jeugdhulp.
Voor gemeenten betekent dit dat: •
De toegang tot jeugdhulp strenger wordt afgebakend.
•
De sociale/pedagogische basis en preventie een belangrijke rol krijgen.
•
Samenwerking met het onderwijs en zorgverzekeraars verder versterkt moet worden.
•
De uitvoering van stevige lokale teams.
•
Groepsgericht voorliggend aan individueel aanbod.
4.4.5 Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) De WAMS is een nieuwe landelijke wet die nog niet in werking is getreden. Het doel van de wet is om inwoners met meervoudige, complexe problematiek sneller en beter te helpen. De WAMS neemt knelpunten weg in gegevensuitwisseling en privacy en richt zich op de zwaarste 2 tot 3% van de hulpbehoevenden binnen het sociaal domein. Het wetsvoorstel introduceert een duidelijker onderscheid tussen: •
Welke wettelijke grondslagen er zijn voor het verzamelen, verwerken en uitwisselen van persoonsgegevens uit meerdere domeinen.
•
De rolverdeling tussen de coördinator en andere hulpverleners.
•
De wijze waarop een gecoördineerde, domein overstijgende aanpak bij meervoudige problematiek georganiseerd moet worden.
Voor gemeenten betekent dit dat: •
Er ontstaat een wettelijke taak voor onderzoek, planvorming en coördinatie bij een vermoeden van meervoudige problematiek.
•
Er ontstaan betere mogelijkheden voor gegevensuitwisseling waarbij de privacy van inwoners is gewaarborgd.
•
Er is meer ruimte voor maatwerk.
•
Er is sprake van minder versnippering.
Inclusief en passend onderwijs De Wet passend onderwijs zorgt ervoor dat scholen alle leerlingen een passende onderwijsplek bieden (zorgplicht), met extra ondersteuning waar nodig. Scholen werken samen in regionale samenwerkingsverbanden. De afgelopen jaren is meer nadruk gelegd op inclusief onderwijs. Kinderen krijgen zoveel mogelijk onderwijs binnen de reguliere context aangevuld met extra ondersteuning als dit nodig is.
19
Jeugdhulp na 2029
Recent zijn er een aantal relevante wetswijzigingen of aanvullingen geweest die gevolgen hebben voor de Wet passend onderwijs en de jeugdhulp: • Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs • Aanpassingen Beleidsregel afwijken onderwijstijd • Verbeter aanpak passend onderwijs
Deze wijzigingen betekenen in de praktijk Voor scholen: Er ligt meer nadruk op transparantie in de schoolgids en er is hoorrecht voor leerlingen geïntroduceerd over hun ontwikkelingsperspectief (OPP). Het maatwerk moet vastgelegd worden in het OPP, ook met betrekking tot het afwijken van de onderwijstijd. Voor ouders/leerlingen: Er is een betere informatievoorziening en inspraak. Bij vragen over ondersteuning kun je terecht bij het ouder- en jeugdsteunpunt van jouw samenwerkingsverband.
4.4.6 Subregionaal onderzoek reikwijdte jeugdwet Momenteel verkent een lokale projectgroep Reikwijdte Jeugdhulp welke vormen van lokale jeugdhulp door de gemeenten aanboden moet blijven worden. De uitkomsten zijn bepalend voor de manier waarop de lokale jeugdhulp in MVS georganiseerd moet worden. De uitkomsten van dit onderzoek worden in Q4 van dit jaar verwacht en worden verbonden met de uitwerking van het strategisch ontwikkelperspectief jeugd na 2029.
4.5 Jeugdgezondheidszorg CJG Rijnmond voert de wettelijke taken rondom jeugdgezondheidszorg uit. De huidige subsidierelatie met het CJG is niet toekomstbestendig. In de regio Rijnmond denken gemeenten na over een andere manier waarop de jeugdgezondheidszorg georganiseerd wordt. Grofweg zijn er drie varianten mogelijk: 1. De jeugdgezondheidszorg onderbrengen in de gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam Rijnmond; 2. Per gemeente (of subregionaal) een eigen verbonden partij oprichten; 3. Inkopen, al dan niet gezamenlijk met andere gemeente(n). Het strategisch ontwikkelperspectief voor de manier waarop MVS de jeugdhulp vanaf 2029 willen organiseren, kan de keuze voor de organisatie van jeugdgezondheidszorg beïnvloeden. Tegelijk is nog niet duidelijk of organisatie via de GGD vereist dat alle gemeenten in de regio Rijnmond daartoe zouden moeten besluiten.
4.6 Stevige lokale teams Stevige lokale teams zijn multidisciplinaire teams in het sociaal domein die als laagdrempelig en herkenbaar eerste aanspreekpunt fungeren voor inwoners bij vragen over opvoeding, opgroeien, welzijn, zorg, participatie, armoede, schulden of andere ondersteuningsbehoeften. Ze bieden hulp dichtbij huis (in de wijk, op school, bij de huisarts of soms ook online) en kijken waar nodig met een brede blik naar het hele gezin of huishouden, in plaats naar alleen individuele problemen. De VNG ontwikkelde het convenant ‘Stevige lokale teams’ voor Jeugd en Wmo. Met het convenant, dat op 24 maart 2026 is ondertekend, spreken gemeenten, het Rijk en uitvoeringspartners af om de werkwijze van lokale teams meer te uniformeren en te versterken. Daarbij gaat het om volgende aspecten:
20
Jeugdhulp na 2029
Leeftijdsonafhankelijk Het lokale team is leeftijdsonafhankelijk wat betekent dat het wijkteam een 0-100 aanbod heeft en er geen scheiding is tussen jeugdhulp en volwassen ondersteuning.
Toegankelijk en wijkgericht Het lokale team is zichtbaar en aanwezig in de leefwereld van inwoners. Er zijn geen of minimale drempels, wat inhoudt dat er geen verwijzing of afspraak nodig is om een hulpvraag voor te leggen.
Multidisciplinair Het lokale team is samengesteld uit professionals van verschillende disciplines uit de jeugdhulp, welzijn, maatschappelijke ondersteuning, participatie, en andere passend bij de wijk.
Breed en integraal Het lokale team kijkt niet alleen naar de klacht, maar neemt het hele systeem in ogenschouw om zo eventuele onderliggende problemen te ontdekken en aan te pakken. Ze werken hierin samen met andere domeinen zoals het onderwijs, veiligheid en zorg.
Zelf hulp bieden Het lokale team verleent zelf hulp en ondersteuning in plaats van direct te verwijzen naar een geïndiceerde variant. Dit doen zij samen met de inwoner. Dit versterkt de eigenkracht, zelfregie, het sociale netwerk en de pedagogische basis.
Regie en signaleren Het lokale team voert casusregie, signaleert vroegtijdig en halen waar nodig specialistische expertise of consultatie erbij.
Verankerd in de sociale basis Het lokale team heeft goede kennis van en samenwerking met formele en informele voorzieningen in de buurt en fungeert hierin als een “spin in het web”.
Organisatie en inkoop Het fenomeen stevige lokale teams is recent verankerd in de wet via het wetsvoorstel “Reikwijdte Jeugdwet”. Dit maakt dat het geen keuze is óf wij de lokale teams ook daadwerkelijk lokaal organiseren. Dit maakt ook dat we gebonden zijn aan een vastgesteld normenkader waar we met onze huidige wijkteams aan moeten voldoen. Samengevat is de uitvoering van de stevige lokale teams gebonden aan de gemeente en zelfs de wijk waarin het werkt. De inkoop van stevige lokale teams kan zowel regionaal (via GRJR), sub-regionaal (in MVS verband of lokaal via de eigen gemeente. In het strategisch ontwikkelperspectief wordt een keuze gemaakt op welke wijze de MVS-gemeenten om willen gaan met de inkoop.
21
Jeugdhulp na 2029
5. Wat moet regionaal en lokaal georganiseerd worden? 5.1 Regionale jeugdhulp Gemeenten moeten onderstaande voorzieningen ten minste per regio inkopen/ inkopen1. Voor Schiedam betekent dit dat onderstaande voorzieningen in/ met de regio Rijnmond ingekocht moeten worden: • • •
•
• • •
•
• •
Jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: o de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; o sprake is van: ▪ een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; ▪ ernstige ontwikkelingsproblemen; ▪ ernstige opvoedproblemen; of ▪ of crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en o in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: ▪ sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; ▪ en onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; Jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering. Jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking. Jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is.
Multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen. Jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten. Specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld. Jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid.
1 wetten.nl - Regeling - Besluit Jeugdwet - BWBR0035779
22
Jeugdhulp na 2029
5.2 Lokale jeugdhulp – stevige lokale teams De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam verkennen op basis van deze startnotitie hoe zij de resterende vormen van jeugdzorg uit het contract willen organiseren en uitvoeren vanaf 1 januari 2029. Daarbij maken we onderscheid tussen algemene voorzieningen (welzijn en voorliggend veld), stevige lokale teams die basisjeugdhulp leveren en voorzieningen waarmee aanvullend jeugdhulp geboden wordt. Hierbij kan telkens afgewogen worden of ondersteuning groepsgericht dan wel individueel nodig is. De lokale jeugdhulp is grofweg in te delen in een drietal minimaal te organiseren voorwaarden of onderdelen die gemeenten de komende tijd moeten inrichten en/of van beleid moeten voorzien. Wat gemeenten lokaal moeten organiseren zien we op dit moment als volgt.
1. Organisatorische voorwaarden 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Welzijn en voorliggend veld (stevige) Lokale teams (basisjeugdhulp) Administratie facturatie + berichtenverkeer Inkoop en contractmanagement Kennis en expertise Data en monitoring Onafhankelijke cliëntondersteuning
2. Vraagverheldering en vervolgonderzoek 1. 2. 3. 4.
Beeldvorming Triage Indicatiestelling Ondersteuning bij opstellen familiegroepsplan
3. Jeugdhulp 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Preventie Begeleiding Ondersteuning Behandeling Nazorg en monitoring (waakvlam) Voorzieningen (materieel)
Op basis van deze startnotitie worden bovenstaande categorieën verkend en gespecificeerd. In vergelijking met de huidige situatie wordt dan steeds duidelijker wat er georganiseerd moet worden.
23
Jeugdhulp na 2029
6.De opgave 6.1 De opdracht Medio 2026 nemen de colleges van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam besluiten (op hoofdlijnen) hoe zij de lokaal te organiseren jeugdhulp willen organiseren (strategisch ontwikkelperspectief). De colleges stellen daarvoor een tijdspad vast. Daarbij is aandacht voor de betrokken partijen en de rol/ verantwoordelijkheid van die partijen.
•
Welke basisjeugdhulp en/of aanvullende jeugdhulp (sociale en pedagogische basis) die lokaal georganiseerd moet worden vorm krijgt; o
Met contracten of subsidies door een individuele gemeente
o
Welke categorieën lokaal, subregionaal of regionaal ingekocht worden
•
Wijze waarop en door wie de stevige lokale teams worden georganiseerd
•
Welke taken moeten straks uitgevoerd worden en hoe en waar (bij welke organisatie) kunnen die het beste georganiseerd worden.
6.2 Rapportage en projectsturing De individuele gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van de jeugdwet. Dat betekent dat elke gemeente zelf standpunten moet innemen over de wijze waarop zij de lokale jeugdhulp wil organiseren en inkopen. De gemeenten doen dit volgens de reguliere organisatiestructuur van hun gemeente en werken waar nodig samen.
Figuur: rollen en verantwoordelijkheden rondom werkgroep Jeugd29
24
Jeugdhulp na 2029
In een werkgroep informeren de gemeenten elkaar over de voortgang en richting van de ideevorming. Gemeenten kunnen zo zoeken naar gezamenlijke standpunten. De werkgroep zelf is slechts een instrument en is niet verantwoordelijk voor besluitvorming in de individuele gemeenten. Die verantwoordelijk is in de interne organisatiestructuur geregeld. De werkgroep zorgt dat Rogplus aangehaakt blijft op de vorderingen. Rogplus voorziet de gemeente van gewenste en noodzakelijke informatie uit de uitvoering van het huidige contract, een analyse/advies over het MVS Jeugdmodel na 2028 en reflecteert op ideevorming van de gemeenten. Bijvoorbeeld door inzichtelijk te maken welke gevolgen mogelijke besluitvorming zal hebben voor de uitvoeringsorganisatie en de inwoners die nu ondersteuning ontvangen. Indien nodig schakelt Rogplus met Mevis om specifieke informatie te verkrijgen. De huidige gremia voor sturing op uitvoering van het MVS Jeugdmodel en het contract van Mevis worden alleen voor dat doel gebruikt. In deze gremia (Regieteam, stuurgroep transformatie en normalisatie, algemeen bestuur en dagelijks bestuur Rogplus) vindt geen afstemming plaats over besluitvorming voor de situatie vanaf 1-1-2029.
6.3 Participatie Stakeholder en belangenanalyse Stakeholder
Belang
Toelichting
Raad
Kaders, toezicht op uitvoering
Dit proces wijzigt op termijn mogelijk huidige kaders.
B&W
Uitvoering binnen kaders
Adviesraad
Gevraagd en ongevraagd adviseren op beleid van gemeente
Cliëntenraad
Kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdzorg Kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdzorg
Gebruiker
Uitvoeringsorganisatie
Effect op taken/ organisatie
Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond
Bepalend voor lokaal in te kopen jeugdhulp/ Effect op taken/ organisatie
25
In lokale verordeningen is geregeld dat adviesraden in gelegenheid gebracht worden om te reageren bij wijzigingen van beleid. Belangen van gebruikers jeugdzorg behartigen Behoefte aan kwalitatief goede ondersteuning die via duidelijke ingangen beschikbaar blijft, en ondanks contractwijzigingen ongewijzigd voortgezet wordt. De contract- of financieringsvorm is voor gebruikers minder relevant. Is erbij gebaat om zo vroeg mogelijk te weten welke keuzes gemeenten maken om hier de eigen bedrijfsvoering op voor te bereiden. De deelnemende gemeenten aan de GRJR stellen gezamenlijk een productenlijst waaruit blijkt welke jeugdhulp via de GRJR of lokaal ingekocht moeten worden.
Jeugdhulp na 2029
Contractpartij
Effect op toekomstige opdracht/ omzet
Wijkteam
Effect op taken/ organisatie
Ketenpartners
Effect op taken
Stakeholders per fase
Plan van aanpak
Raad
Informeren
B&W
Besluiten
Informeren
Uitvoeringsorganisatie Contractpartij
Informeren
Adviseren
Informeren
Informeren
Adviseren
Informeren
Cliëntenraad
Informeren
Adviseren
Informeren
Adviesraad
Informeren
Adviseren
Informeren
Gebruiker
Informeren
Wijkteam
Informeren
Ketenpartners
Informeren
Onderzoek
Is erbij gebaat om zo vroeg mogelijk te weten welke keuzes gemeenten maken om hier de eigen bedrijfsvoering op voor te bereiden. Betrokkenheid moet zorgvuldig afgewogen worden gelet op mogelijke mededinging op contract(en) vanaf 2029 en een gelijk speelveld voor alle geïnteresseerde partijen. De wijkteams 0-18 zijn onderdeel van het contract. Omdat het contract eindigt hebben medewerkers behoefte aan informatie over de toekomst. Ook voor medewerkers van de wijkteams 18+ veranderen mogelijk taken en werkwijzen.
Opstellen ontwikkelperspecfief
Besluitvorming ontwikkelperspectief Informeren
Informeren, sturen
Besluiten
Informeren Adviseren
Informeren Informeren
6.4 Planning De ontwikkeling van het strategisch ontwikkelperspectief jeugdhulp na 2029 en de bijbehorende uitvoeringsagenda is in vier fasen opgedeeld. Gedurende elke fase wordt er met stakeholders en belanghebbende gecommuniceerd. •
Fase 1: vooronderzoek en opstelling plan van aanpak (januari 2026 – maart 2026).
•
Fase 2: onderzoek (april 2026 - mei 2026).
•
Fase 3: opstellen van het strategisch ontwikkelperspectief jeugdhulp na 2029 (mei 2026 - juni 2026).
•
Fase 4: besluitvormingstraject (juni 2026 – juli 2026)
26
Jeugdhulp na 2029
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
27