Bijlage Overzicht schriftelijke vragen WRB
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraden SvWrR Betre2: Beantwoording schri2elijke vragen WRB.
Vooraf: In vervolg op de regionale bijeenkomsten in januari, is u de mogelijkheid geboden om uiterlijk 7 februari 2025 nog schri2elijke vragen in te dienen terzake de concept Verordeningstekst WRB. Onderstaand tre2 u deze vragen en de antwoorden daarop aan. Vraag 1: Waarom geldt bij de aanbieding van nieuwbouw betaalbare koopwoningen een aanbiedingstermijn van tenminste vier weken, terwijl dit bij sociale huurwoningen voor corpora;es maar tenminste drie werkdagen is? Antwoord: Deze keuze hangt samen met twee factoren. Op de eerste plaats is er in de koop niet - zoals bij de sociale huur wel het geval is - één enkel plaNorm waar het nieuwbouw koopaanbod is te vinden. Dat betekent dat we woningzoekenden meer Ojd willen geven om kennis te nemen van het nieuwbouw koopaanbod. Zouden we drie dagen hanteren, dan is de kans groot dat de gewenste rangordeselecOe (bv lokaal woningzoekenden eerst) niet gerealiseerd wordt. Op de tweede plaats geldt ook dat er een aanzienlijk verschil is tussen een verhuur- of verkoopproces van een bestaande sociale huurwoning en van een nieuwe betaalbare koopwoning. Nieuwe betaalbare koopwoningen worden doorgaans ver voor definiOeve oplevering verkocht, waardoor de noodzaak ontbreekt om een korte advertenOetermijn te hanteren.
In de bestaande voorraad wil je een zo vlot mogelijk verhuurproces, om leegstand zoveel als mogelijk te voorkomen in deze schaarse woningmarkt. Vraag 2: We zien regelma;g dat sociale huurwoningen worden aangeboden met een kale huur tot de liberalisa;egrens (879,66, prijspeil 2024), maar door de servicekosten (soms maar 3 of 4 euro) weer boven de maximale subsidiabele huur (879,66 prijspeil 2024) voor de huurtoeslag uitkomen. Nieuwe huurders die dan aan de onderkant van de inkomenseisen ziLen lopen hierdoor huurtoeslag mis (soms wel 250,00 per maand) en komen wellicht later in betalingsproblemen. Voor nieuwe huurders, met een inkomen aan de ondergrens van de inkomenseisen, zou het mooi zijn als de defini;e van een sociale woning kan worden aangescherpt. Een huur (inclusief servicekosten) tot aan de maximale huurtoeslag grens (879,66, prijspeil 2024). Zodat huurders in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag en wellicht later niet geconfronteerd worden met betalingsproblemen. Kunt u dit meenemen, wellicht herkennen ook andere gemeenten dit? Antwoord: We sluiten bij de bepaling van de definiOe van een sociale huurwoning aan bij wat daarover is vastgelegd in de wet. Vanaf 2026 wordt de Huurtoeslag vereenvoudigd, wat o.a. betekent dat de standaard subsidiabele servicekosten gaan verdwijnen / geen onderdeel meer zullen zijn van de zogenaamde 'rekenhuur' m.b.t. de huurtoeslag.
De huisvesOngsverordening gaat verder niet over huurprijsbeleid van corporaOes, maar enkel over de woonruimteverdeelregels van het verordende woningaanbod. Woningen met een prijs op of in de buurt van de liberalisaOegrens worden op grond van passend toewijzen niet verhuurd aan de laagste inkomens die vaak sterk aYankelijk zijn van de huurtoeslag.
Beantwoording schri0elijke vragen WRB
1
Vraag 3: Over ar;kel 3.4.3, lid 2a: Klopt het dat op dit punt de lijn is voortgezet die met de verordening van 2024 is ingezet? Dat waar in de verordening in 2020 het als urgen;egrond genoeg was om een resocialisa;etraject te doorlopen, daar in 2024 de extra eis bijkwam om in de instelling te wonen waar zo'n traject wordt/is gevolgd? (zie in beide eerdere verordeningen ar;kel 5.7 lid 1a). Antwoord: Dat klopt. We hebben daarbij ook aangesloten bij de (verplichte) eisen die de Wet versterking regie volkshuisvesOng met zich meebrengen. Bovendien was de verandering in 2024 een gewenste: als iemand thuis een resocialisaOetraject doorloopt, leidt dat niet per definiOe tot een urgent woonprobleem. Als iemand in een instelling verblij2, daar uit moet stromen en geen woning hee2, dan is dat wel het geval. Vraag 4: Is overwogen deze nog vrij recente verandering terug te wijzigen? Waarom wel of niet? Antwoord: Zie hiervoor ook het antwoord op de vorige vraag. Het rijk schrij2 via de Wet Versterking regie op de volkshuisvesOng min of meer de te hanteren verordeningsteksten voor. Er is niet overwogen deze verandering terug te wijzigen. Vraag 5: Is er op dit punt vanuit de opvanginstellingen of vanuit andere organisa;es of mensen input gegeven / ac;ef meegedacht over de verordening van 2025? Antwoord: Instellingen zijn voornamelijk aan de voorkant van het proces (bij de evaluaOe) betrokken.
Gezien bovengenoemde we\elijke verplichOngen is dit een tekst die in feite wordt voorgeschreven. Vraag 6: Was het effect van deze verandering bij het opstellen van de verordening van 2025 bekend en is dit meegewogen? Antwoord: Het niet meer verlenen van urgenOe in gevallen dat een resocialisaOetraject vanuit de thuissituaOe wordt gevolgd, hee2 er toe geleid dat het aantal posi,eve besluiten op basis van de urgen,egronden 5.5 en 5.7 is afgenomen met 11,6%.
Beantwoording schri0elijke vragen WRB
2