Bijlage ONTWERPVERORDENING JEUGDHULP MVS 2025
Tekst van het document
Onderzoek de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en het sociale netwerk
7. Onderzoek of er een voorliggende voorziening is 8. Onderzoek of er een algemene voorziening is Voor zover de eigen kracht ontoereikend is en er geen voorliggende of algemene voorziening is waar de jeugdige gebruik van kunnen maken, komt de jeugdige in aanmerking voor een individuele voorziening. Is dat het geval dan volgen de stappen 9 en 10. 9. Informeer de jeugdige/ouders over de mogelijkheid van een persoonsgebonden budget (pgb) 10. Beoordeel of aan de voorwaarden voor een pgb wordt voldaan (artikel 8.1.1 lid 2 Jeugdwet)
BIJLAGE 2
AFBAKENING JEUGDWET MET ANDERE WETTEN BINNEN HET SOCIAAL DOMEIN
Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet passend onderwijs is als volgt geregeld: 1. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair is gericht op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. 2. Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs is deze wet voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. 3. Als de ondersteuning zoals beschreven bij 1 en 2 mogelijk ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, is de gemeente niet verantwoordelijk voor die ondersteuning. 4. Als een jeugdige voor het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen, valt de ondersteuning onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Daarbij zijn algemene voorzieningen voorliggend op individuele voorzieningen. 5.
Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een inspanningsverplichting om in samenwerking met het onderwijs tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag.
Afbakening Jeugdwet en Wet langdurige zorg De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet langdurige zorg is als volgt geregeld: 1. Ondersteuning valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als een jeugdige vanwege een somatische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke handicap een blijvende behoefte heeft aan zorg én als de jeugdige blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft: a. ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de jeugdige of; b. omdat de jeugdige zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen, i door fysieke problemen, of ii door zware regieproblemen.
2. Ondersteuning die gezien voorgaande in ieder geval niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet valt, betreft: a. logeeropvang voor jeugdigen met een indicatiebesluit Wet langdurige zorg; b. verblijf in een instelling; c. vervoer naar en van een locatie voor Wet langdurige zorg; d. behandeling van psychische stoornissen, mits deze een integraal onderdeel uitmaken van de behandeling die vanuit de Wet langdurige zorg geboden wordt. 3. Als jeugdige of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit op basis van de Wet langdurige zorg terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige recht heeft op een dergelijk besluit, bijvoorbeeld bij de noodzaak tot meer dan 4 dagdelen dagbesteding, dan weigert het college een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. 4. Als een jeugdige met een besluit op basis van de Wet langdurige zorg een aanvraag indient voor behandeling voor een psychische stoornis, verleent het college een individuele voorzienig jeugdhulp, mits de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de geboden behandeling vanuit de Wet langdurige zorg. Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Zorgverzekeringswet is als volgt geregeld: 1.
Indien de jeugdige medisch noodzakelijke zorg nodig heeft, dan valt dit niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet en is er in dat kader geen recht op een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet. Voorbeelden van zorg op basis van de Zorgverzekeringswet zijn: a. hulpmiddelenzorg; b. ziekenvervoer; c. zintuiglijke gehandicaptenzorg. 2. Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek van de jeugdige en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, verleent het college een individuele voorziening. 3. Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die nodig is in verband met een behoefte geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen valt wel onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Het college verleent alleen laatstgenoemde individuele voorziening, mits de jeugdige daarvoor gezien zijn jeugdhulpvraag in aanmerking komt. 4. Jeugdhulp met verblijf valt niet onder de Jeugdwet als het een medisch noodzakelijk verblijf betreft vanwege geneeskundige zorg of als het gaat om tijdelijk, kortdurend geneeskundig verblijf buiten de thuissituatie.
Jeugdhulp met verblijf valt onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als het een verblijf van de jeugdige buiten de thuissituatie betreft, niet zijnde een ziekenhuisverblijf. Het college verleent alleen laatstgenoemde individuele voorziening, mits de jeugdige daarvoor gezien zijn jeugdhulpvraag in aanmerking komt. Afbakening Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is als volgt geregeld: Als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet, tenzij sprake is van een maatwerkvoorziening
inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het betreft dan bijvoorbeeld: a. voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen, woningaanpassingen en een gebarentolk; b. een vervoersvoorziening om te kunnen reizen naar verschillende locaties, zoals sportverenigingen en recreatieplekken; c. een maatwerkvoorziening voor opvang, indien de jeugdige met een ouder meekomt die de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of een huisuitzetting.
BIJLAGE 3
RICHTLIJNEN GEBRUIKELIJKE ZORG
Kinderen van 0 tot 3 - hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig; - ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; - zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is; gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 - kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand; - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; - kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; - ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; - hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen; - hebben begeleiding nodig bij in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; - hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; - zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 - kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week; - kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijvoorbeeld het kind kan buitenspelen in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is); - hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; - zijn overdag zindelijk, en ’s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; - hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan; - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar - hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; - kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; - kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; - kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; - hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; - hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
-
hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
BIJLAGE 4
TARIEVEN PGB 2025
Zorgcategorie
Eenheid
Instellingstarief
ZZP tarief
Informeel tarief
Individuele begeleiding basis (licht/midden)
uur
60,42
50,14
25,61
Individuele begeleiding Specialistisch (zwaar/spec.) Groepsbegeleiding / dagbesteding Licht (8 of meer cliënten)
uur
70,26
58,32
-
dagdeel
67,19
55,77
-
Groepsbegeleiding / dagbesteding Midden (4-6 cliënten) Groepsbegeleiding / dagbesteding Zwaar (4 cliënten of minder) Kortdurend verblijf / logeren / respijtzorg Licht
dagdeel
76,61
63,59
-
dagdeel
80,99
67,21
-
etmaal
210,26
174,52
64,04 (max. 2,5 uur)
Kortdurend verblijf / logeren / respijtzorg Midden Individuele behandeling vaktherapie Basis Jeugd GGZ
etmaal
295,39
245,18
64,04 (max. 2,5 uur)
uur
73,55
61,04
-
uur
98,50
81,75
-
Gespecialiseerde Jeugd GGZ
uur
123,23
102,28
-
Dagbehandeling groep Licht (8 of meer cliënten) Dagbehandeling groep Midden (4-6 cliënten)
dagdeel
82,09
68,13
-
dagdeel
93,03
77,22
-
Dagbehandeling Groep Zwaar (4 cliënten of minder) Persoonlijke verzorging
dagdeel
119,29
99,01
-
uur
62,50
50,14
25,61
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad op <…>, De griffier,
De voorzitter,
M.J.W. Tobeas
mr. H.M. Bergmann