Bijlage Ontwerpbegroting RBG 2025
Tekst van het document
550.000
Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
Toevoeging aan reserve bedrijfsvoering
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Toevoeging reserve matching invordering
550.000
550.000
300.000
550.000
550.000
550.000
550.000
Subtotaal
2.100.000
1.800.000
1.550.000
1.800.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
Totaal exploitatielasten
20.284.800 20.290.700
20.494.300
22.142.368
22.960.626
23.492.092
24.037.104
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
Totaal lasten
20.634.800 20.640.700
20.844.300
22.492.368
23.310.626
23.842.092
24.387.104
Bijdrage van deelnemers
16.424.600
16.086.700
16.352.400
18.000.468
18.818.726
19.569.292
20.114.304
Opbrengst vervolging
3.950.000
4.200.000
4.200.000
4.200.000
4.200.000
4.200.000
4.200.000
62.100
62.100
Onttrekking aan reserve kinderopvangtoeslagaffaire
175.300
219.100
219.100
219.100
219.100
Financiële baten
22.800
72.800
72.800
72.800
72.800
72.800
72.800
Totaal baten RBG
20.634.800 20.640.700
20.844.300
22.492.368
23.310.626
23.842.092
24.387.104
Saldo programma
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
Rente en afschrijving
0
Kwijtschelding HHD en HHSK
350.000
Onttrekking aan reserve huurcompensatie Onttrekking aan reserve implementatie waard.systeem Onttrekking aan reserve problematische schulden
0
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
27
Mutaties in de meerjarenbegroting anders dan loonstijgingen of prijsinflatie In 2026 vervalt de lagere bijdrage voor de waterschappen voor de WOZ-kosten die moet worden betaald aan het Rijk. In de kabinetsperiode 2022-2025 is de bijdrage van de waterschappen verlaagd met ca. € 1,2 miljoen, maar voor de periode vanaf 2026 is dus vooralsnog rekening gehouden met de bijdrage die tot en met 2021 aan het Rijk is betaald (totaal ad ca € 2,3 miljoen). In beginsel is het uitgangspunt dat deelnemersbijdragen bij gelijkblijvende taken een constante lijn laten zien met uitzondering van de doorrekening van de loon- en prijsontwikkelingen. De eerder genoemde voorgestelde mutaties in de begroting 2025 hebben gevolgen voor de berekende deelnemersbijdragen ten opzichte van de meerjarenbegroting 20242028. Zie ook paragraaf 4.1. Verdeelsleutel.
Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2024-2028 2025 HHDelfland -291 HHSchieland en de Krimpenerwaard -146 Gemeente Delft 40 Gemeente Vlaardingen -27 Gemeente Schiedam 6 -418
2026 -175 -88 79 -3 32 -156
2027 -35 -18 123 24 62 156
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
2028 35 18 147 38 78 317
28
2029 164 82 186 63 104 598
3. Paragrafen 3.1
Financiering
Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. Hieronder is een liquiditeitsprognose weergegeven, gebaseerd op het uitgavenpatroon van de RBG. Liquiditeitsprognose
personeelslasten goederen en diensten van derden WOZ-bijdrage onvoorzien rente en aflossing uitgaven
Raming Kwartaal x € 1.000 1 11.479 7.516 1.308 250
2
3
2.850 1.879
2.861 1.879
20.552
63 0 4.792
invorderingsopbrengst
4.200
inkomsten
4
63 0 4.803
2.854 1.879 1.308 63 0 6.103
61 0 4.854
420
1.260
1.260
1.260
4.200
420
1.260
1.260
1.260
saldo liquide middelen
-16.352
-4.372
-7.915
-12.758
-16.352
bijdragen van deelnemers
16.352
4.372
3.543
4.843
3.594
0
0
0
0
overschot / tekort liquide middelen
2.914 1.879
De piek van de jaarlijkse uitgaven ligt in het 3e kwartaal van enig jaar, omdat de bijdrage in de WOZkosten van ongeveer € 1,3 miljoen in juli in één termijn moet worden betaald aan het Ministerie van Financiën. In de kwartaalbijdrage van de deelnemers wordt hiermee rekening gehouden. Belastingopbrengsten van de deelnemers De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Op basis van de jaarrekening 2023 int de RBG in 2025 netto circa € 550 miljoen aan belastingen. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2025 is dit: 8,2% van € 20.844.100 = € 1.709.000 (afgerond). Vermogensbehoefte De laatste lening van de RBG van € 1,7 miljoen met een looptijd van 10 jaar is in 2024 volledig afgelost.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
29
Renterisiconorm De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. De lening van de RBG is in 2024 volledig afgelost. Er is daarom geen sprake van een renterisiconorm. Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken.
3.2
Financiële risico’s
Met betrekking tot de hiervoor gepresenteerde begroting onderkennen wij de volgende financiële risico’s: 1. Gevolgen van de oorlog in Oekraïne De Russische inval en oorlog in de Oekraïne is nog steeds gaande. Sinds 24 februari 2022 woedt er binnen Europa een oorlog, waarin de situatie onzeker blijft. De indirecte effecten van deze oorlog zorgen voor stijgende (energie)prijzen en een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. 2. Opbrengst dwanginvordering De opbrengst voor de dwanginvordering is een belangrijk dekkingsmiddel voor de uitgaven van de RBG. De invorderingsopbrengst blijft naast onze eigen tijdige incassoactiviteiten sterk afhankelijk van het betaalgedrag van de klanten en externe ontwikkelingen, zoals het economisch klimaat of wijzigingen in het belastingstelsel. De hoogte van de opbrengst is daardoor ongewis. Daarnaast bestaat het risico dat deze opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd (betaald) in 2025. Om dit risico op te vangen wordt jaarlijks bij de jaarrekening de stand van de voorziening dubieuze debiteuren bepaald. Ook zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving met betrekking tot maatschappelijk invorderen. Deze wijzigingen kunnen ook van invloed zijn op de hoogte van de opbrengst dwanginvordering. 3.
Loon, prijs- en rentestijgingen Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2025-2029 is rekening gehouden met een stijging van de jaarlijkse loonkosten van 2,5% vanaf 2026. Een nieuwe CAO per 1 januari 2025 moet nog worden afgesloten. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuwe af te sluiten CAO, kunnen van invloed zijn op de personeelskosten. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten is gerekend met een stijging van 2,6%. De post onvoorzien van € 250.000 kan als dekkingsmiddel worden aangewend voor hogere kosten ten opzichte van de geraamde mutaties. 4. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten Niet-kernactiviteiten zijn waar mogelijk uitbesteed. Het risico is dat afspraken niet, of niet tijdig worden nagekomen, of dat de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende is. Door middel van algemene leveringsvoorwaarden, contracten, dienstverleningsovereenkomsten, stuurinformatie en controlemaatregelen houdt de RBG grip op de dienstverlening die is uitbesteed. Via het afsluiten van verwerkersovereenkomsten wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld bescherming persoonsgegevens.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
30
5. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. In het kader van het uitvoeringsprotocol zijn goede afspraken met deelnemers gemaakt maken over beheer, verantwoordelijkheid, gebruik en uitwisseling van gegevens. Door middel van een stelsel van periodieke verbandcontroles worden de juistheid en volledigheid van de administraties geborgd. Foutieve en/of onvolledige gegevens van derden worden volgens protocol terug gemeld aan de bronhouder van de betreffende (landelijke) basisregistraties. 6. Fraude Onder frauderisico verstaan we: het risico dat met opzet handelingen worden verricht, door eigen personeel of derden, waardoor de RBG en daarmee de deelnemers financiële schade oplopen. Er zijn grofweg een tweetal onderdelen in de RBG-organisatie waar fraude aan de orde zou kunnen zijn: het belastingproces en de financiële administratie. De RBG heeft mogelijke situaties waarin fraude zich voor zou kunnen doen geïnventariseerd en maatregelen beschreven om de risico’s op fraude tot een minimum te beperken. De frauderisicoanalyse is onderdeel geworden van het risicomanagement. 7. Risicomanagement De RBG is bekend met de risico’s (bijvoorbeeld financiële of imago) die gelopen worden bij de uitvoering van de werkprocessen.
Op een groot aantal onderdelen zijn maatregelen getroffen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dat is vooral gebeurd waar de risico’s het grootst (kans en impact) zijn. Op basis van een risico-inventarisatie wordt per jaar een top vijf van processen nader onderzocht om verdere verfijning van beheersmaatregelen door te voeren om de risico’s verder af te dekken. 8. Integriteit De RBG besteedt nadrukkelijk aandacht aan het thema integriteit. De (her)invoering van de ambtseed heeft vanaf 2015 plaatsgevonden en maakt vast onderdeel uit van het integriteitsprogramma. Alle medewerkers doen jaarlijks mee aan workshops of e-learning waar diverse dilemma’s worden besproken en de medewerkers worden geconfronteerd met fraudegevoelige situaties. Voor nieuwe medewerkers wordt elk jaar de eed of belofte afgelegd. 9. Claims van derden De RBG is verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden. Daarnaast kunnen in bepaalde gevallen ook claims door derden worden ingediend die niet onder de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Claims van derden kunnen betrekking hebben op claims wegens aansprakelijkheid door onzorgvuldig handelen. 10.
Informatiebeveiliging en privacy Vanwege de grote afhankelijkheid van een goed functionerende ICT-infrastructuur en de eisen (ook door derden) die aan de betrouwbaarheid daarvan worden gesteld, heeft de RBG het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld, die periodiek wordt geactualiseerd. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die noodzakelijk zijn (en soms ook wettelijk verplicht) om een betrouwbare werking van onze informatiesystemen zoveel mogelijk te garanderen. In het plan komen onderwerpen aan de orde zoals: beveiliging van de toegang, privacy persoonsgegevens, DigiD- beveiligingscertificaat en certificering van onze leveranciers. In het privacybeleid is rekening gehouden met de bepalingen uit de Wet Meldplicht Datalekken en de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
31
3.3
Reserves
In de begroting 2025 is rekening gehouden met de “Bestemmingsreserve uitbreiding samenwerking gemeenschappelijke regeling”. De stand van de reserve per 1 januari 2024 bedraagt € 71.800. De uitgaven in 2024 en 2025 zijn afhankelijk van de mogelijke toetreding van de gemeente Zuidplas. De “bestemmingsreserve huurcompensatie kantoorpand Schiedam” zal in 2024 vrijvallen. De stand van deze reserve bedraagt op 1 januari 2024 € 62.100. De laatste onttrekking vindt met dit bedrag plaats in 2024. Andere bestemmingsreserves die door het algemeen bestuur zijn ingesteld en waarvan wordt verwacht dat deze per 1-1-2025 nog een saldo hebben, zijn de volgende reserves:
Bedrijfsvoering Deze reserve is ingesteld om kleinschalige projecten te kunnen uitvoeren. De RBG stelt de klant centraal en hanteert daarbij het principe, digitaal waar het kan en persoonlijk waar nodig. De gedachte is het klantvriendelijker en efficiënter plannen en innen van de aanslagen met opbrengstmaximalisatie als leidraad. De jaarlijkse toevoeging aan de in de meerjarenbegroting 2025-2029 geraamde reserve bedraagt € 100.000. De geraamde stand van de reserve bedraagt per 1-1-2025 nihil.
Matchingskosten Het betreft een reserve m.b.t. de vervolgacties van vooral dwangbevelopbrengsten die in een toekomstig belastingjaar plaatsvinden: het zogenaamde „matching-principe”. In de tariefstelling van de kosten (waaronder die van het dwangbevel per post) is hier rekening mee gehouden. Immers, het versturen van het dwangbevel is eenvoudig administratief te realiseren. Vanuit deze opbrengst moet ook het werk ter voorbereiding en uitvoering van een hernieuwde betekeningsronde gedekt worden. Jaarlijks wordt € 550.000 aan deze reserve toegevoegd om deze werkzaamheden te bekostigen. In deze begroting 2025 is de toevoeging eenmalig verlaagd naar € 300.000.
Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire De RBG heeft tot en met eind 2023 in totaal € 1.051.700 als compensatie ontvangen voor de uitvoeringskosten op basis van het aantal toegewezen gedupeerden bij de deelnemende gemeenten en waterschappen. In de jaarrekening 2023 is hierdoor een bestemmingsreserve Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire ingesteld om de jaarlast van kosten en compensatie over de periode 2023-2027 te spreiden. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 is de onttrekking aan deze bestemmingsreserve met € 43.800 verhoogd. Tot en met 2027 valt jaarlijks € 219.100 uit deze reserve vrij aan de exploitatie.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
32
3.4
Verbonden partijen
Vanuit het publiek belang kunnen banden worden aangegaan met derden, de zogenaamde verbonden partijen. De RBG heeft hierbij een bestuurlijk en/of een financieel belang. De RBG is sinds januari 2019 lid geworden van de werkgeversvereniging waterschappen om de CAO voor waterschappen van toepassing te kunnen verklaren. Lid worden van de werkgeversvereniging is een keuze van elk waterschap en elke sectorvolger (de RBG is een sectorvolger). Een vereniging wordt gevormd door leden die ambitie en doelstellingen delen en verwachten deze gezamenlijk beter te kunnen realiseren dan ieder voor zich. De vereniging heeft tot taak te verbinden, draagvlak onder haar leden te verwerven en zo het samen sterker staan te realiseren.
3.5
Incidentele baten en lasten
Voor het jaar 2025 verwachten we mogelijk nog incidentele lasten en baten die betrekking op de hersteloperatie kinderopvang toeslagaffaire. Door de vertraagde afwikkeling door de belastingdienst van de dossiers is het voor de RBG niet te bepalen hoe de incidentele lasten en baten over de periode 2025-2027 verdeeld worden.
3.6
EMU-saldo
De RBG is niet gehouden aan de EMU-regels. De effecten van de RBG behoren tot uitdrukking te komen via de individuele bijdragen aan de RBG in de begrotingen van de deelnemers.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
33
4. Verdeelsleutel en financiering 4.1 Verdeelsleutel De financiële consequenties voor de deelnemers worden in deze paragraaf benoemd. Inleiding De verdeling van de totale kosten van de RBG over de 5 deelnemers is gebaseerd op de paragraaf “Verdeelsleutel en bijdrage per deelnemer” uit het Bedrijfsplan RBG . De vaststelling van dit bedrijfsplan vond plaats bij de toetreding van onze laatste deelnemer, te weten de gemeente Schiedam per 1 januari 2015. De verdeelsleutels worden in principe gehanteerd tot er nieuwe deelnemers toetreden tot de gemeenschappelijke regeling of als er significante wijzigingen optreden qua dienstverlening. In het getekende prestatiecontract met alle deelnemers is onder artikel 2.3. opgenomen dat wijzigingen in dienstverlening worden verwerkt als de mutaties in meer- en/of minderwerk boven de grens van € 50.000 uitkomen. Bij de begroting 2019 heeft hierdoor een laatste actualisatie van de verdeelsleutel plaatsgevonden. Dit als gevolg van het overnemen van de taken van het klantencontact centrum van Delft, het stopzetten van de taak naheffing parkeeraanslagen bij de gemeente Delft en een significante bijstelling van de WOZ-bijdrage waterschappen aan het Rijk. Actualisatie Bij de voorbereiding van de begroting 2025 was er een aantal redenen om de berekening van de verdeelsleutels te actualiseren: 1.
De verhouding tussen de WOZ-taken voor de gemeenten en de overige taken voor alle deelnemers is gewijzigd, doordat in de afgelopen jaren 4 f.t.e. is bezuinigd in de formatie van de RBG, die allemaal in de niet WOZ-taken zijn gevonden. Hierdoor wordt in het totaal van de personeelskosten verhoudingsgewijs meer aandacht besteed aan de WOZ-taken voor de drie gemeentelijke deelnemers. 2. De verhouding tussen de WOZ-objecten van de drie gemeenten is de afgelopen jaren ook behoorlijk gewijzigd, door met name een behoorlijke stijging van de WOZ objecten in de gemeente Delft. In het onderzoek naar de mogelijke toetreding van de gemeente Zuidplas hebben wij ook recent een actualisatie van alle kengetallen toegepast om een juiste kostprijs voor de gemeente Zuidplas te kunnen bepalen. Deze recente actualisatie voeren wij nu ook door in de verdeelsleutel voor de begroting 2025 (zie onderstaande tabel). Bij een toetreding van de gemeente Zuidplas zal de verdeelsleutel uiteraard wederom worden aangepast. Het effect van bovenstaande actualisatie veroorzaakt in totaal een verschuiving van de deelnemersbijdrage van € 147.000 tussen de gemeenten en de waterschappen. Conform artikel 2.3. van het prestatiecontract zullen wij deze wijziging doorvoeren in de begroting 2025 van de RBG.
Omdat in deze begroting 2025 een verlaging van € 418.000 (zie hoofdstuk 1.3.) is doorgevoerd, is het daadwerkelijk effect op gemeentelijke bijdragen gering.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
34
De kengetallen zijn als volgt geactualiseerd: Actualisatie t.b.v. de begroting 2025 Delft 58.035 41,32%
Vlaardingen 40.546 28,87%
Heffen, aantal aanslagregels % van totaal
352.034 9,39%
199.926 5,33%
217.136 5,79%
2.981.932 79,50%
3.751.028
Innen, aantal aanslagbiljetten % van totaal
63.295 5,41%
45.010 3,85%
47.301 4,05%
1.013.483 86,69%
1.169.089
Kwijtschelding, aantal aanvragen % van totaal
5.995 6,73%
3.397 3,81%
3.414 3,83%
76.275 85,62%
89.081
Klanteninfo, aantal aanslagbiljetten % van totaal
63.295 5,41%
45.010 3,85%
47.301 4,05%
1.013.483 86,69%
1.169.089
Delft 50.200 38,76%
Vlaardingen 39.000 30,12%
Schiedam Waterschappen 40.300 0 31,12% 0,00%
Totaal 129.500
Heffen, aantal aanslagregels % van totaal
298.774 9,17%
158.000 4,85%
161.700 4,96%
2.638.700 81,01%
3.257.174
Innen, aantal aanslagbiljetten % van totaal
57.674 5,30%
40.000 3,68%
40.000 3,68%
950.000 87,34%
1.087.674
Kwijtschelding, aantal aanvragen % van totaal
5.525 5,68%
3.700 3,80%
3.100 3,19%
85.000 87,34%
97.325
Klanteninfo, aantal aanslagbiljetten % van totaal
57.674 5,30%
40.000 3,68%
40.339 3,71%
950.000 87,32%
1.088.013
WOZ, aantal objecten (zie waarderingskamer peild 1-1-2023) % van totaal
Schiedam Waterschappen 41.875 0 29,81% 0,00%
Totaal 140.456
De oude kengetallen waren als volgt: Gebruikt t/m het jaar 2024 WOZ, aantal objecten % van totaal
Volgens de verdeelsleutelmethodiek uit het bedrijfsplan leiden de geactualiseerde kengetallen tot de volgende nieuwe verdeelsleutel: Verdeelsleutel 2025 in % Hoogheemraadschap van Delfland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
wordt 46,4% 23,2% 12,9% 8,6% 8,9%
wa s 47,0% 23,5% 12,3% 8,5% 8,7%
Voor de gemeenten geldt dat de meerkosten van de salarisgarantie van enkele medewerkers, die zijn overgegaan naar de RBG specifiek worden doorberekend aan de betreffende gemeente. Deze meerkosten worden jaarlijks in de begroting en de jaarrekening getoetst en op basis van vertrek/pensionering aangepast. Alleen aan de gemeente Vlaardingen worden in de begroting 2025 nog meerkosten van salarisgarantie toegerekend. Daarnaast worden in de begroting 2025 ook de specifieke kosten voor het gewijzigd kwijtscheldingsbeleid (afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing) van in totaal € 350.000 toegerekend aan de waterschappen Delfland (€ 233.333) en Schieland en de Krimpenerwaard (€ 116.667). De kosten van de waterschappen voor het verkrijgen van de WOZ waarden van de gemeenten worden in de begroting 2025 net als in de voorgaande jaren ook rechtstreeks aan de waterschappen toegerekend.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
35
Op basis van deze exploitatiebegroting 2025 van de RBG wordt de bijdrage per deelnemer aan de RBG als volgt geraamd:
2025 16.352
2026 18.000
2027 18.819
2028 19.569
2029 20.114
7.453 3.726 2.186 1.476 1.511 16.352
8.403 4.201 2.281 1.539 1.577 18.000
8.782 4.391 2.387 1.609 1.650 18.819
9.181 4.590 2.496 1.682 1.725 19.673
9.547 4.773 2.595 1.749 1.793 20.458
7.744 3.872 2.146 1.503 1.505 16.770
8.578 4.289 2.202 1.542 1.545 18.156
8.817 4.409 2.264 1.585 1.588 18.662
9.145 4.573 2.348 1.644 1.647 19.357
9.383 4.692 2.409 1.686 1.690 19.860
Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2024-2028 2025 HHDelfland -291 HHSchieland en de Krimpenerwaard -146 Gemeente Delft 40 Gemeente Vlaardingen -27 Gemeente Schiedam 6 -418
2026 -175 -88 79 -3 32 -156
2027 -35 -18 123 24 62 156
2028 35 18 147 38 78 317
2029 164 82 186 63 104 598
Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
Bijdragen deelnemers was HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
BTW compensatie Bovenstaande bijdragen betreffen de kosten inclusief btw. Voor de deelnemende gemeenten schuift de RBG jaarlijks, op basis van de btw-transparantiemethode, de btw die is betaald ter uitvoering van werkzaamheden voor de gemeentelijke deelnemers door naar de gemeenten. De gemeenten compenseren deze doorgeschoven btw vervolgens bij het BTW compensatiefonds. De jaarlijkse vast te stellen procentuele omvang van de door te schuiven btw is gelijk aan het procentuele aandeel in de kosten per deelnemer. Gemiddeld kan de gemeente Delft per jaar € 130.000 BTW compenseren, de gemeente Vlaardingen € 89.000 en de gemeente Schiedam € 91.000. In 2023 bedroeg de compensabele BTW € 148.300 voor Delft, € 102.500 voor Vlaardingen en € 104.900 voor Schiedam. Door deze compensatie zijn de werkelijke kosten in de RBG voor de gemeenten lager dan bovengenoemde bijdragen.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
36
4.2
Financiering door deelnemers
De exploitatiekosten van de RBG worden gefinancierd door de twee Hoogheemraadschappen Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De deelnemers betalen jaarlijks in 4 kwartaal-voorschotten hun bijdrage overeenkomstig hetgeen is geregeld in het prestatiecontract. De voorschotten 2025 worden afgeleid uit de liquiditeitsprognose van de RBG, zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2025 wordt de definitieve bijdrage per deelnemer bepaald.
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
37
5. Vaststelling Ingevolge artikel 31 van de Gemeenschappelijke Regeling RBG, en artikel 5 en artikel 6, eerste lid, van de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie RBG, opgemaakt door het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep. Rotterdam, 23 mei 2024. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep,
directeur
voorzitter
(was getekend)
(was getekend)
J.F. Kooistra
Drs. A.J.B. van der Klugt
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 13 september 2024. Het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur
voorzitter
J.F. Kooistra
Drs. A.J.B. van der Klugt
Begroting Regionale Belasting Groep 2025
38