Bijlage Nota investeren waarderen en afschrijven 2024
Tekst van het document
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024
Augustus 2023
1
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Versiebeheer Augustus 2023 0.2 Team Financiën & Control
2
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Inhoudsopgave 1 Inleiding en leeswijzer
4
2 Samenvatting
5
3 Investeren en activeren
6
3.1. 3.2. 3.3.
Investeren Aanvragen en uitvoeren van investeringen Activeren
4. Waarderen
6 7 8
9
4.1. Methoden van waardering 4.2 Op- en afwaarderen
9 9
5. Afschrijven
10
5.1 Algemeen 5.2. Geen afschrijving op basis van componenten, tenzij…. 5.3. Methode van afschrijven
10 10 10
6. Werkwijze
13
Bijlage: afschrijvingstermijnen en afschrijvingswijze Schiedam
15
3
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
1
Inleiding en leeswijzer In artikel 212 van de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt. Voor onze gemeente is dit financiële beleid verwoord in de “Financiële verordening gemeente Schiedam 2023”. De gemeenteraad heeft deze op 6 juli 2023 vastgesteld. In artikel 13 van deze verordening is geregeld dat het college de raad periodiek een beleidsnota over investeren, de wijze van waardering en afschrijving van vaste activa aanbiedt. Via deze nota geven wij invulling aan het genoemde artikel. Deze nota vervangt de huidige nota investeren, waarderen en afschrijven uit 2014. De doelstelling van de nota is het formuleren van beleid en het vastleggen van uniforme uitgangspunten voor de wijze waarop de gemeente in financiële zin omgaat met investeringen en de verschillende soorten onderhoud (groot, klein en achterstallig).
Deze nota bevat een actualisatie van de kaders die in 2014 zijn geformuleerd. Uitgangspunt voor deze kaders is het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV). De commissie BBV beveelt ook het gebruik van een dergelijke nota aan. Ten opzichte van de versie uit 2014 zijn veel zaken inmiddels in het BBV verankerd, waarbij de noodzaak van vastlegging hiervan in een lokale nota vervalt. De BBVregelgeving is hogere, landelijke regelgeving waaraan iedere gemeente zich heeft te houden. Het BBV legt een aantal lokale keuzemogelijkheden voor, die in deze nota staan uitgewerkt. Daarnaast geldt binnen het BBV het principe van de consistente gedragslijn en stelselmatigheid1. Dat betekent dat lokale keuzes voor meerdere jaren vastliggen en niet alleen op basis van een beoogd financieel effect mogen plaatsvinden. De actualisatie van de nota bevat daarom vooral het bevestigen van de beleidsinhoudelijke lijn die de afgelopen jaren is ingezet, het actualiseren van de financiële kaders naar het huidige prijsniveau en het actualiseren van passages waarop de onderliggende landelijke regelgeving inmiddels is gewijzigd. Qua inhoudelijke opzet is deze nota zoveel als mogelijk gelijk gebleven aan die uit 2014. De onderdelen investeren en activeren, waarderen en afschrijven zijn daarom afzonderlijk in aparte hoofdstukken teruggekomen.
Hiermee sluit de nota ook aan op de afzonderlijke hoofdstukken uit de notitie Materiële Vaste Activa van de Commissie BBV. De inleiding en leeswijzer zijn samengevoegd in dit hoofdstuk.
1
‘stelselmatigheidsvereiste’, te vinden in paragraaf 6.1 van de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV
4
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
2
Samenvatting
Investeringen zijn uitgaven voor een goed of ter bereiking van een bepaald doel, waarvan het nut (gebruik) zich over meerdere jaren uitstrekt. Dit meerjarige gebruikt wordt zichtbaar gemaakt op de balans van de gemeente. Het op de balans zetten wordt ‘activeren’ genoemd. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) hanteert een onderscheid in uitgaven met een economisch nut en uitgaven met maatschappelijk nut. Het BBV geeft voor activering een aantal regels. De hoofdregel is dat vaste activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs. Deze nota spitst zich toe op de gemeentelijke beleidskeuzes. Onderstaand schematisch overzicht geeft in lichtblauw weer waar de keuzevrijheid van de gemeente zich voordoet:
De Schiedamse beleidskeuzes in deze nota zijn als volgt: Geen afschrijving op basis van de componentenbenadering, tenzij…. (paragraaf 5.2); Een voorziening voor groot onderhoud wordt getroffen wanneer er een adequaat doorgerekend beheerplan aanwezig is. Afhankelijk van het financiële beeld van een beheerplan kan het treffen van een voorziening worden overwogen om tot een gelijkblijvend lastenniveau voor de begroting te komen. In alle andere gevallen maakt het onderhoud deel uit van een exploitatiebudget (paragraaf 3.1); Het minimumbedrag voor activeren bedraagt € 50.000. We kennen geen minimum levensduur (paragraaf 3.3); We gebruiken zowel de lineaire als de annuïtaire methode voor afschrijvingen. Consistente gedragslijn hierin is dat voor afschrijving van investeringen de annuïtaire methode voor alle activa wordt gehanteerd, tenzij het betreffende activum zich naar zijn aard of door waardeontwikkeling ervan overeenkomstig het BBV daartegen verzet. De afschrijvingsmethode is bij voorkeur annuïtair (paragraaf 5.3); We schrijven af met ingang van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief beschikbaar is gekomen (paragraaf 5.3); De levensduur inschatting voor de diverse activa is terug te vinden in de bijlage; We hanteren een reserve voor dekking van kapitaallasten voor daartoe aangewezen activa.
5
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
3
Investeren en activeren
3.1. Investeren Investeringen zijn uitgaven voor een goed of ter bereiking van een doel, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. De meest voorkomende investeringen van de gemeente hebben betrekking op uitgaven in verband met bouw, aankoop, verbouw en/of verbetering van gebouwen, aanleg en reconstructie van wegen, openbaar groen en de accommodaties op gebied van onderwijs, sport, cultuur en recreatie. Om pragmatische redenen wordt vaak een minimumomvang aangehouden bij het begrip investering. Dit is op grond van algemeen aanvaarde bedrijfseconomische beginselen toegestaan. De redenen hiervoor zijn onder meer: a. het activeren brengt extra administratieve werkzaamheden met zich mee; b. een toename van het aantal boekingen en lange investeringslijsten dragen niet bij aan de leesbaarheid van verslagleggingstukken en de transparantie van de administratie. In Schiedam wordt van een investering gesproken als het gaat om een uitgave van minimaal € 50.000 met een meerjarig nut, tenzij het gronden of terreinen betreft. Dit bedrag betreft de netto uitgave voor de gemeente Schiedam, waarop de eventuele verrekenbare of compensabele BTW al in mindering is gebracht.
Groepen objecten waarvan de afzonderlijke uitgaven niet boven de € 50.000 uit komen worden alleen als investeringen beschouwd als deze een gelijksoortige functie dienen en de totale waarde van deze samengevoegde objecten minimaal € 100.000 is. Voorbeelden hiervan zijn computers en meubilair. In sommige gevallen is het moeilijk om onderscheid te maken tussen investeringen en grote uitgaven die niet kunnen worden geactiveerd. Criteria hiervoor zijn meerjarig nut, financiële omvang, levensduurverlenging, kwaliteitsverbetering, voldoen aan wet en regelgeving of capaciteitsverbetering. Uitgaven kunnen dan worden onderscheiden in klein onderhoud, groot onderhoud en investeringen (nieuw of vervanging). Klein onderhoud komt jaarlijks terug en wordt daarom uit de jaarlijkse budgetten bekostigd. Activeren hoort hiervoor niet tot de mogelijkheden. Groot onderhoud betreft zaken die eens in de zoveel jaar moeten gebeuren. Activering is niet toegestaan. Voor de dekking van deze lasten bestaat de keuze uit het vormen van een voorziening of dekking via de exploitatie. Een voorziening kan pas worden gevormd als er een accuraat doorgerekend meerjarig beheerplan aanwezig is. De lasten worden in dit geval het best gespreid als sprake is van een ideaalcomplex, waarbij door stortingen in de voorziening en bestedingen ten laste daarvan, een jaarlijks gelijkblijvend lastenniveau gerealiseerd wordt.
Afhankelijk van het financiële beeld van een beheerplan kan het treffen van een voorziening worden overwogen om tot een gelijkblijvend lastenniveau voor de begroting te komen. Nieuwe uitgaven met een meerjarig nut en het compleet vervangen van investeringen (vervangingen en reconstructies) vormen wel investeringen als ze meer bedragen dan € 50.000. Deze kosten kunnen worden geactiveerd en hierop wordt afgeschreven mits er geen boekwaarde meer is van het oude actief. Indien er nog wel boekwaarde van het oude actief bestaat, dan dient deze direct ten laste
6
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
van de exploitatie te worden gebracht. Een en ander wordt duidelijker aan de hand van een paar voorbeelden: Vervanging van de belijning van een weg (klein) = onderhoud. Belijning maakt onderdeel uit van de weg en er is geen sprake van waardevermeerdering (geen nieuwe levensduur of capaciteitsverbetering). Vervanging van het wegdek (groot) = onderhoud. Hier is geen sprake van een algehele reconstructie. Omdat de weg in stand blijft is sprake van groot onderhoud en is activeren niet toegestaan. Veranderen van een kruispunt van een weg in rotonde = investering. Door de volledige reconstructie is er sprake van een nieuwe levensduur en dus van capaciteitsverbetering. De eventueel nog resterende boekwaarde van het oude kruispunt dient afgewaardeerd te worden. Vervangen van de dakbedekking van het stadskantoor = onderhoud. Aan het stadskantoor op zich verandert niets, de levensduur van het stadskantoor in zijn totaliteit verandert niet. Het onderhoud moet worden bekostigd uit de exploitatie. Uitbreiding van een school met een klaslokaal (permanent) = investering. Het gaat hier om de realisatie van iets nieuws, waarbij sprake is van capaciteitsuitbreiding en waardevermeerdering. De afschrijvingstermijn wordt gelijk gesteld aan de restantlevensduur van het betreffende schoolgebouw.
3.2. Aanvragen en uitvoeren van investeringen De bevoegdheid tot autorisatie van lasten en baten van investeringskredieten berust bij de raad. Bij de Zomernota maakt de raad een integrale afweging van de voorstellen tegen de middelen die hij hiervoor beschikbaar wil en kan stellen. Daarbij worden onderhoudslasten van investeringen meegenomen. Deze onderhoudslasten dienen bij de investeringsaanvragen te worden opgegeven. De gehonoreerde investeringen worden vervolgens in de programmabegroting opgenomen. Bij de vaststelling van de begroting ligt dan ook de afspraak vast om de gehonoreerde investeringen te starten in het bij de begroting aangegeven jaar. Ook bij investeringen die tussentijds aan de raad worden voorgelegd ontstaat na goedkeuring de afspraak om deze te verwezenlijken in de daarbij aangegeven jaren. Artikel 5 lid 6 van de Financiële Verordening 2023 bepaalt dat de raad investeringskredieten kan aangeven die niet meteen worden geautoriseerd en eerst op een later moment via een apart voorstel naar de raad gaan voor het dan beschikbaar stellen van het krediet. Het verschuiven van investeringskredieten in omvang, type uitgave of tijd is in principe dient plaats te vinden via een raadsbesluit waarin wordt toegelicht wat de oorzaak van de verschuiving is. Investeringen mogen daarbij niet duurder uitvallen als de raad daarvoor niet vooraf toestemming heeft gegeven.
De kaders uit artikel 5 lid 6b van de financiële verordening zijn daarbij leidend. Omgekeerd vloeien overgebleven middelen terug in de algemene reserve zolang de raad geen nieuw besluit heeft genomen over deze middelen. De rol van het college is sturing op de investeringen met als doel dat niet wordt afgeweken van met de raad gemaakte afspraken. Er kunnen altijd omstandigheden optreden die afwijkingen rechtvaardigen. Om de slagvaardigheid bij de uitvoering van investeringen niet te verliezen zijn afwijkingen kleiner de grenzen in artikel 5 lid 6b mogelijk. De raad heeft altijd de gelegenheid om te controleren en/of bij te sturen, maar tolereert voor geringe afwijkingen dat dit alleen achteraf geschiedt.
7
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Bij iedere afzonderlijke investeringsaanvraag boven € 3 miljoen wordt het effect op de solvabiliteitsratio en netto-schuldquote in beeld gebracht (financiële verordening artikel 5 lid 3). Daarnaast bevat een dergelijke afzonderlijke investeringsaanvraag een liquiditeiten- en capaciteitsplanning. Als algemene regel geldt dat uiteindelijk twee jaar na afloop van het laatste jaar genoemd in de liquiditeitenplanning het krediet wordt afgevoerd. Voor zaken die in grondexploitaties zijn opgenomen geldt dat in de exploitatieopzet de aanvang en de doorlooptijd worden vermeld.
3.3. Activeren Activeren is het als bezitting/vermogensobject op de balans opnemen van aangeschafte of vervaardigde zaken die langer dan één jaar tot de beschikking van de gemeente staan. Binnen het BBV geldt een activeringsplicht. De enige randvoorwaarde die wordt gegeven is het omvangcriterium, waarbij de gemeente een beperkte beleidsvrijheid heeft. Het omvangcriterium mag niet dusdanig hoog zijn dat bepaalde activa buiten de balans worden gehouden. Voorgesteld wordt om het omvangcriterium voor Schiedam op € 50.000 vast te stellen. Dit betekent dat alleen investeringen onder dit bedrag bewust niet worden geactiveerd.
8
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
4. Waarderen 4.1. Methoden van waardering Alle activa die op de balans worden opgenomen vertegenwoordigen een zekere waarde. Het BBV geeft hiervoor een aantal regels die we verplicht zijn te volgen. De hoofdregel is dat vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
4.2 Op- en afwaarderen In de loop van de tijd kan de waarde van een activum zijn veranderd ten opzichte van de waarde die op de balans voor dat activum is opgenomen. De werkelijke waarde kan zowel hoger als lager zijn, wat een correctie op de balanswaarde nodig maakt. Het BBV sluit een opwaardering uit, wel kan sprake zijn van (verplichte) afwaarderingen. Dat is het geval indien sprake is van een ‘duurzame waardevermindering’. Onderstaand schema geeft aan wanneer sprake is van een ‘duurzame waardevermindering’:
In voorkomende gevallen kan bij erfpachtgronden sprake zijn van een waardestijging. Deze waardestijging mag onder specifieke voorwaarden leiden tot een waardevermeerdering. Omdat deze waardevermeerdering niet betekent dat de gemeente ook meer geld in kas krijgt, moet wanneer hiervan sprake is de waardevermeerdering worden gestort in de reserve herwaardering gronden.
9
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
5. Afschrijven 5.1 Algemeen Afschrijven is het volgens een bepaalde afschrijvingsperiode in gedeelten als last toerekenen van een geactiveerd investeringsbedrag aan de jaarlijkse exploitatie. Afschrijvingen zijn in tegenstelling tot het geactiveerde bedrag geen daadwerkelijke uitgaven en vormen samen met de toegerekende rente de ‘kapitaallasten’. Omdat het nut van de investering zich uitstrekt over meerdere jaren, worden de lasten op deze wijze over meerdere jaren gespreid. Via de afschrijving wordt ook gedurende de afschrijvingsperiode jaarlijks in de exploitatie de waardevermindering van een investering als gevolg van gebruik tot uitdrukking gebracht. Het BBV schrijft het stelsel van baten en lasten voor. Dit houdt in dat baten en lasten worden opgenomen in het jaar waaraan ze kunnen worden toegerekend, ook al hebben ze in dat jaar niet tot daadwerkelijke uitgaven of inkomsten geleid. Op deze manier vindt er een matching plaats van de lasten versus de baten (nut) die hier tegenover staan. In Schiedam schrijven we af met ingang van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief beschikbaar is gekomen.
5.2. Geen afschrijving op basis van componenten, tenzij…. Afschrijving vindt plaats naar de levensduur van het gehele activum overeenkomstig het voor gemeentelijk vastgoed te voeren beleid ten aanzien van kostendekkende huurprijzen. Dit betekent dat bij een investering met bepaalde onderdelen niet meer verschillende afschrijvingstermijnen kunnen gelden. Bijvoorbeeld een installatie in een gebouw in 10 jaar en het gebouw zelf in 40 jaar. Hierbij vindt afschrijving van het gehele activum plaats in 40 jaar en wordt op basis van een onderhoudsplanning een voorziening voor groot onderhoud en componenten gevormd of overeenkomstig budget in de exploitatiebegroting opgenomen.
5.3. Methode van afschrijven Voor afschrijving bestaan verschillende methoden. Het BBV laat gemeenten vrij in de keuze van een methodiek. In de praktijk maken de meeste gemeenten gebruik van de lineaire en/of de annuïtaire methode. Lineair afschrijven wil zeggen dat de afschrijving een vast bedrag per jaar is. Als gevolg van deze methode daalt de boekwaarde met een constante factor, zodat de rentelasten in de loop der tijd afnemen. Hierdoor daalt ook de totale kapitaallast (rente + afschrijving) van de betreffende investering. Annuïtaire afschrijving gaat uit van een gelijkblijvende jaarlijkse kapitaallast. De rentelast is gedurende een langere periode de grootste component van de kapitaallast en daalt in de loop van de gebruiksperiode steeds sneller, waardoor het in de kapitaallast begrepen gedeelte voor afschrijving omgekeerd evenredig stijgt. Schiedam gebruikt zowel de lineaire als de annuïtaire methode voor afschrijvingen. Consistente gedragslijn hierin is dat voor afschrijving van investeringen de annuïtaire methode voor alle activa wordt gehanteerd, tenzij het betreffende activum zich naar zijn aard of door waardeontwikkeling ervan overeenkomstig het BBV daartegen verzet. De afschrijvingsmethode is dus bij voorkeur annuïtair.
Onderscheid per activagroep Het BBV bij de vaste activa maakt een onderscheid in immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa. Voor deze groepen gelden naast verschillende afschrijvingstermijnen ook
10
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
verschillende afschrijvingsmethoden zoals vermeld in de bijlage. Daar wordt in tabellen aangegeven welke afschrijvingsmethode gebruikt wordt. Deze wordt voorafgegaan door een uitgebreide toelichting per activasoort waarom voor een bepaalde afschrijvingsmethode wordt gekozen Immateriële vaste activa Vanwege het karakter hiervan geldt dat deze zo snel mogelijk en dus lineair afgeschreven dienen te worden. Materiële vaste activa Hiervoor geldt de keuze om zo veel mogelijk annuïtaire afschrijving te hanteren. Dit geldt zowel voor investeringen met economisch nut als ook voor investeringen met maatschappelijk nut. Dit is met name van belang voor producten die worden doorberekend aan burgers of derden met een tarief. Hierdoor ontstaat in de loop der jaren ook een gelijkmatig lastenniveau wat bijdraagt aan een stabiel begrotingsbeeld op productniveau. Dit is ook van belang ter onderbouwing van de maximaal 100% kostendekkendheid van tarieven die bij de burger in rekening worden gebracht. Een ander motief is dat bij de wijze van afschrijven nadrukkelijker het verband wordt gelegd met de wijze waarop een actief slijt en/of wat betreft intensiteit wordt gebruikt. Als slijtage en/of gebruiksintensiteit in de loop van de tijd toenemen dan rechtvaardigt dat een progressieve afschrijving.
Financiële vaste activa Hierop wordt in principe niet afgeschreven tenzij er sprake is van duurzame waardevermindering. Deze wordt door middel van extra afschrijving tot uitdrukking gebracht. Bij uitgezette leningen vinden aflossingen plaats.
Moment van afschrijven Schiedam schrijft af met ingang van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief beschikbaar is gekomen. Inhaalafschrijvingen als gevolg van een kortere gebruiksduur van activa, lagere waarde van deelnemingen of (gedeeltelijke) buitengebruikstelling worden zodra de noodzaak hiervoor is ontstaan, meegenomen bij de eerstvolgende jaarrekening.
Afschrijvingstermijnen De te hanteren afschrijvingstermijn voor een bepaald actief is op grond van het BBV (art.64 lid 3) afhankelijk van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Die gebruiksduur kan zijn de technische gebruiksduur (termijn dat een actief technisch gezien meegaat) of de economische gebruiksduur (termijn tot een actief economisch verouderd is, de kosten voor de instandhouding zijn groter dan de waarde van het actief). In Schiedam wordt voor de afschrijvingstermijn uitgegaan van de economische gebruiksduur, waarbij activa tot nul worden afgeschreven. Hiermee wordt invulling gegeven aan het vereiste dat in de gebruiksduur ook rekening wordt gehouden met een schatting van de gebruiksintensiteit. Enkele bijzonderheden inzake afschrijvingstermijnen: Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in 4 jaar afgeschreven. Het saldo van agio en disagio kent een lineaire afschrijvingstermijn van 4 jaar. De kosten voor het afsluiten van een geldlening komen direct ten laste van het resultaat. Op gronden en terreinen vindt geen afschrijving plaats, omdat dergelijke activa geen beperkte gebruiksduur hebben. Grond die opgenomen is in grondexploitaties wordt gebruikt als productiemiddel en dus beschouwd als voorraad (vlottende activa). De boekwaarde van deze grond wordt
11
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
terugverdiend door gronduitgifte of door middel van het treffen van een voorziening bij verwachte niet rendabele gronduitgifte welke ten laste van de exploitatie worden gebracht. Activering en afschrijving is hierbij dus niet aan de orde. Een uitbreidingsinvestering die de levensduur verlengt van een bestaand actief (t.o.v. de oorspronkelijke termijn) wordt afgeschreven over de resterende verwachte levensduur van het totale actief. Dit gebeurt samen met de restant boekwaarde van het bestaande actief (bijv. uitbreiding school met een extra leslokaal). Deze regel wordt toegepast op de nieuwe en niet op de reeds bestaande investeringen. Ofwel: de uitbreidingsinvesteringen afschrijven op de verwachte nieuwe levensduur van het totale actief en voor het oorspronkelijke actief de bestaande afschrijvingstermijn continueren. Voor riolering gelden de volgende afschrijvingstermijnen: 30 jaar noordelijk van de A-20 en 48 jaar zuidelijk van de A-20, zonder toepassing van de componentenmethode. Software (inclusief licenties voor onbepaalde duur) kent een lineaire afschrijvingstermijn van 4 jaar. Voor de openbare verlichting geldt voor armaturen een lineaire afschrijvingstermijn van 25 jaar en voor masten een lineaire afschrijvingstermijn van 50 jaar.
In de bijlage is een afschrijvingstabel opgenomen voor alle typen activa. De tabel is niet limitatief en kan indien gewenst worden aangevuld, waarbij het uitgangspunt geldt dat de afschrijvingstermijn overeenkomt met de economische gebruiksduur en de afschrijvingswijze overeenkomt met de waardeontwikkeling van het activum.
Renteberekening De bepaling van de hoogte van het percentage en de wijze van toerekening van rente aan investeringen vindt plaats in de gemeentebegroting (paragraaf Treasury).
12
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
6. Werkwijze Inpassing in de planning & controlcyclus De planning & controlcyclus geeft in Schiedam een concrete invulling aan de jaarlijkse opeenvolging van plannen, begroten en verantwoorden. Voor investeringen is het van belang dat dit zeer zorgvuldig gebeurt, omdat het vaak gaat om grote bedragen. Dit komt het best tot zijn recht als investeringen in de planning & controlcyclus een zelfstandige positie innemen. In het onderstaande is aangegeven op welke wijze investeringen aan bod komen bij de verschillende documenten van de planning & controlcyclus. In de financiële verordening zijn nadere regels gesteld met betrekking tot investeringen.
Zomernota De jaarlijkse cyclus begint met de Zomernota. Hierin staat onder meer de richting en wijze waarop de gemeente haar doelstellingen zou moeten realiseren. Investeringen kunnen in dit document alleen aan de orde komen als specifieke opdracht over de wijze om een beleidsdoel te realiseren. Bij de besluitvorming over de Zomernota vindt door de raad een integrale afweging plaats van huidig en nieuw beleid. Alle investeringen en exploitatielasten worden tegen elkaar afgewogen en er is een meerjarenperspectief gegeven voor de komende 4 jaar. De totale investeringsruimte voor de komende jaren wordt vastgesteld en investeringen zijn in meerjarenperspectief aangegeven. Investeringen voor nieuw beleid of specifieke eenmalige investeringen zijn onderbouwd opgenomen in de Zomernota. Daarbij wordt met name ingegaan op de vragen wat willen we, wat doen we ervoor en wat mag het kosten. Bij de vaststelling van de Zomernota wordt nog geen toestemming gegeven om de investeringsafspraken uit te voeren. Deze toestemming volgt bij de uitwerking van de keuzes in de programmabegroting die door de raad in november wordt vastgesteld.
Begroting In de begroting worden de beschikbare middelen toegekend aan de verschillende programma’s en vindt de machtiging tot het doen van uitgaven plaats. Op grond van artikel 5 lid 2 van de Financiële Verordening 2023 kan de raad bij de begrotingsbehandeling aangeven van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. Daarnaast kent lid 3 van hetzelfde artikel aanvullende voorwaarden neer voor het aanvragen voor de aanvraag van investeringskredieten boven de € 3 miljoen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd en kunnen door het college ten uitvoer worden gebracht. Door de vaststelling van de begroting ontstaat ook de verplichting om de investeringen binnen de afgesproken periode en met de beschikbaar gestelde middelen te doen.
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt in zowel de begroting als de jaarstukken het investeringsplan c.q. kredietoverzicht opgenomen. Het investeringsplan vermeldt voor alle investeringen het investeringsbedrag per begrotingsjaar, het programma waartoe de investering behoort en de geplande uitvoering (begroting). Het kredietoverzicht biedt inzicht in de stand van zaken van de reeds verleende kredieten en het restantsaldo (jaarstukken). In tussentijdse rapportages wordt van over- en onderschrijdingen met een substantiële omvang melding gemaakt in overeenstemming met de financiële verordening.
13
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Grondexploitaties Grondexploitaties nemen in Schiedam een aparte plaats in wat betreft de planning & controlcyclus. In de exploitatieopzetten zijn aanvang en doorlooptijden vermeld van de benodigde investeringen. Jaarlijks worden deze opzetten herzien en indien nodig vindt aanpassing plaats van de omvang of planning van investeringen. In tussentijdse rapportages worden gedurende het jaar afwijkingen gesignaleerd. Nacalculatie vindt plaats na afsluiting van de grondexploitatie. Investeringen in het kader van een grondexploitatie volgen de cyclus die hiervoor geldt.
14
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Bijlage: afschrijvingstermijnen en afschrijvingswijze Schiedam Argumentatie afschrijvingsmethodiek Onderstaand wordt per activagroep toegelicht of er annuïtair of lineair wordt afgeschreven. Gronden en terreinen Gronden zijn duurzame goederen zijn die niet aan slijtage onderhevig zijn, er vindt geen duurzame waardevermindering plaats. Op gronden wordt derhalve niet afgeschreven. Voor de aanleg van begraafplaatsen en woonwagenlocaties geldt het volgende: Na aanleg of herinrichting van deze categorie investeringen is het betreffende object van uitstekende kwaliteit en behoeft nog weinig onderhoud. Na verloop van tijd is steeds meer onderhoud nodig, totdat in de jaarlijkse schouw blijkt, dat het object op termijn in aanmerking komt voor een nieuwe aanleg of herinrichting. Op dat moment zal het onderhoud tot een minimum worden beperkt omdat op afzienbare termijn toch tot heraanleg wordt gekomen. De waardevermindering van het actief loopt dan in de pas met die, welke volgens de annuïtaire methode wordt berekend. Immers de waarde vermindert progressief, de daling wordt groter tegen het einde van de technische levensduur. Woonruimten en bedrijfsgebouwen Het MeerjarenPerspectief Vastgoed en het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs vormen een groot deel van de basis voor het opnemen van ramingen van investeringen en onderhoud in de begroting.
De afschrijving is gekoppeld aan het prestatievermogen van het actief c.q. de wijze waarop het actief wordt gebruikt. Voor woonruimten geldt, dat deze lange tijd dezelfde prestaties kunnen leveren (de waarde daalt slechts langzaam), maar dat na verloop van tijd – terwijl de kosten van instandhouding toenemen – de functionaliteit afneemt, ook vanwege de hantering van modernere normen voor deze functionaliteit. Aan het eind van de afschrijvingstermijn neemt de jaarlijkse waardevermindering steeds toe. Het hebben van stabiele integrale kostprijzen voor gebruikers en op begrotingsbasis het hebben van stabiliteit van budgetten is een belangrijk argument het annuïtaire systeem van afschrijving te hanteren. Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Na aanleg of herinrichting van deze categorie investeringen is het betreffende object van uitstekende kwaliteit en behoeft nog weinig onderhoud. Na verloop van tijd is steeds meer onderhoud nodig, totdat in de jaarlijkse schouw blijkt, dat het object op termijn in aanmerking komt voor een nieuwe aanleg of herinrichting. Op dat moment zal het onderhoud tot een minimum worden beperkt omdat op afzienbare termijn toch tot heraanleg wordt gekomen. De slijtage neemt toe en de waardevermindering van het actief loopt dan in de pas met die, welke volgens de annuïtaire methode wordt berekend.
Immers de waarde vermindert progressief, de daling wordt groter tegen het einde van de technische levensduur. Voor investeringen met betrekking tot afvalverwerking en riolering geldt bovendien het volgende: bij die investeringen, waarbij een directe relatie kan worden gelegd met een opbrengst voor de gemeente en de hierbij te hanteren tarieven, wordt ook om die reden bij voorkeur de annuïtaire methode gehanteerd. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn dus investeringen die samenhangen met de afvalverwerking (afvalstoffenheffing) en riolering (rioolrechten)
15
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Voor een aantal objecten geldt, dat na de investering tijdens de technische levensduur vrijwel geen onderhoud nodig is. In dat geval neemt de waarde van een dergelijk actief eerder volgens het lineaire patroon af. Dit geldt voor: openbare verlichting (masten en armaturen). Riolering Wettelijk is de gemeente verplicht om periodiek een rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In het plan worden de kosten voor investeringen en onderhoud is kaart gebracht. Hierbij geldt als uitgangspunt dat het tarief van de rioolheffing kostendekkend moet zijn. Stabiliteit van de tarieven vormt een belangrijk argument om de afschrijvingsmethodiek annuïtair te laten blijven. IUPB Voor riolering en afvalinzameling is bekend dat er leges worden geheven. Naast de motivatie in het kader van stabiele kostprijzen is in de buitenruimte sprake van investeringen met een maatschappelijk nut. Voor deze investeringen met een maatschappelijk nut is het verband gelegd met de wijze waarop een actief slijt en/of wat betreft intensiteit wordt gebruikt. Als slijtage en/of gebruiksintensiteit in de loop van de tijd toenemen dan rechtvaardigt dat een progressieve afschrijving. Nadere (financiële) uitgangspunten zijn verwoord in de kadernota Beheer Openbare ruimte en de governancestructuur rondom het IUPB.
Vervoermiddelen Ook voor deze objecten geldt, dat na de investering tijdens de technische levensduur vrijwel geen onderhoud nodig is. In dat geval neemt de waarde van een dergelijk actief eerder volgens het lineaire patroon af. Machines, apparaten en installaties Hier bestaat een gemengd beeld. De afname van de waarde van deze objecten is vanuit de technische levensduur in overleg met de betrokken teams bepaald op annuïtair dan wel lineair. Overige materiële vaste activa Ook hier bestaat een gemengd beeld. De afname van de waarde van deze objecten is vanuit de technische levensduur in overleg met de betrokken teams bepaald op annuïtair dan wel lineair.
16
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Immateriële vaste activa Omschrijving
Afschrijvingstermijn in jaren
Afschrijvingswijze lineair of annuïtair
4 Niet activeren
Lineair -
4
Lineair
Kosten voor agio en disagio Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen Kosten onderzoek en ontwikkeling
Materiële vaste activa Omschrijving
Afschrijvingstermijn Afschrijvingswijze in jaren lineair of annuïtair
Gronden en terreinen Begraafplaatsen: aanleg en uitbreiding Gronden en terreinen
40 Niet afschrijven
Annuïtair -
20
Annuïtair
Woonruimten Woonruimten: aankoop, renovatie en restauratie
25
Annuïtair
Woonruimten: nieuwbouw Woonruimten: tijdelijk / nood
40 10
Annuïtair Annuïtair
Woonwagens
15
Annuïtair
Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen: nieuwbouw
40
Annuïtair
Bedrijfsgebouwen: tijdelijk / nood Bedrijfsgebouwen: semi permanente
10 20
Annuïtair Annuïtair
Bedrijfsgebouwen: aankoop, renovatie en restauratie Bedrijfsgebouwen: veiligheidsvoorzieningen Gymnastieklokalen
25
Annuïtair
10
Lineair
25
Annuïtair
Monumenten: restauratie Onderwijsgebouwen: nieuwbouw
25 40
Annuïtair Annuïtair
Onderwijsgebouwen: noodlokalen / noodgebouwen
10
Annuïtair
Onderwijsgebouwen: renovatie Sporthallen
20 25
Annuïtair Annuïtair
Sporthallen, verbeteringen incidenteel Sporthallen, verbouwingen klein
10 10
Annuïtair Annuïtair
Welzijnsaccommodaties Zwembaden: aanleg
40 25
Annuïtair Annuïtair
Zwembaden: renovatie Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
25
Annuïtair
40 20
Annuïtair Annuïtair
Woonwagenlocaties: aanleg
Bruggen* Bruggen: herstel*
17
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Omschrijving Busbanen: aanleg *
Afschrijvingstermijn Afschrijvingswijze in jaren lineair of annuïtair 20 Annuïtair
Fietspaden: aanleg* Grasmatten: herstel e.d.*
20 5
Annuïtair Annuïtair
Gravellagen e.d. Groenvoorzieningen en speelplaatsen: aanleg* Groenvoorzieningen en speelplaatsen: ophogen*
10 20
Annuïtair Annuïtair
5
Annuïtair
Groenvoorzieningen en speelplaatsen: verbetering/herstel*
5 – 10
Annuïtair
Havens, haventerreinen en kades Kademuren (incl. vernieuwing)
25 40
Annuïtair Annuïtair
Kunstwerken te water (hout) Kunstwerken te water (staal / beton)
30 40
Annuïtair Annuïtair
Milieuvoorzieningen (wijkverbeteringen)*
20
Annuïtair
Oevervoorzieningen* Openbare verlichting, armaturen*
40 25
Annuïtair Lineair
Openbare verlichting, masten* Parkeerterreinen
50 30
Lineair Annuïtair
Parkeerterreinen: tijdelijk Parken en grote speelgelegenheden: aanleg*
5 20
Annuïtair Annuïtair
Riolering ten noorden van de A-20 Riolering ten zuiden van de A-20
30 48
Annuïtair Annuïtair
Sluis- en tunnelcomplexen Speelgelegenheden (kleiner): aanleg*
40 5
Annuïtair Annuïtair
Speelterrein onderwijs: ophogen* Speelterrein: aanleg verharding*
5 10
Annuïtair Annuïtair
Spoorwegen (banen, emplacement, kunstwerken)
50
Annuïtair
Sportvelden: aanleg* Sportvelden: drainage*
20 25
Annuïtair Annuïtair
Sportvelden: onderbouw kunstgras Sportvelden: toplaag (kunst)gras*
30 10
Annuïtair Annuïtair
Sportvelden c.q. volkstuinen: verbetering*
10
Annuïtair
Straten en pleinen: algehele reconstructie* Straten en wegen: aanleg*
20
Annuïtair
30
Annuïtair
Straten en wegen (doorgaand): aanleg* Terreinen en wijken: op peil brengen
25 20
Annuïtair Annuïtair
Terreinvoorzieningen Terreinwerken (tijdelijk): aanleg
15 10
Annuïtair Annuïtair
Trambaan (bijdrage aan Stadsregio) * Tunnels: aanleg*
30 40
Lineair Annuïtair
18
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Omschrijving
Afschrijvingstermijn Afschrijvingswijze in jaren lineair of annuïtair 40 Annuïtair
Viaducten: aanleg* Volkstuinen: aanleg* Vervoermiddelen Aanhangwagens
20
Annuïtair
5
Lineair
Auto Automateriaal zwaar
5 10
Lineair Lineair
Motorvoertuigen licht Schuiten
5 5
Lineair Lineair
Transportmiddelen zwaar
5
Lineair
Machines, apparaten en installaties Brandbeveiliging onderwijs
5
Lineair
Centrale verwarming: aanleg en vernieuwing
15
Lineair
Communicatieapparatuur Hardware (o.a. p.c.’s, servers en netwerkhardware)
10 5
Lineair Lineair
Installaties: duurzame inrichting Installaties (technisch) in bedrijfsgebouwen Machines, motoren
20 15
Lineair Lineair
10
Lineair
Parkeerautomaten Masten t.b.v. parkeersystemen
10 40
Lineair Lineair
Overige parkeersystemen Telefooninstallaties
20 5
Lineair Lineair
Masten t.b.v. verkeersregelinstallaties Verkeersregellantaarns
40 20
Lineair Lineair
Verkeersautomaten en verkeerscentrale
20
Lineair
10
Annuïtair
Bebording Bekabeling t.b.v. data of communicatie
10 10
Annuïtair Lineair
Containers Kantoorinrichting, inventaris, meubilair Museumverzamelingen (voor zover bestemd voor verkoop)
10 10
Annuïtair Lineair
75
Lineair
Olieopslagtanks Onderwijs: inrichting
10 20
Annuïtair Annuïtair
Radio- en tv-toestellen Software
5 4
Lineair Lineair
Electriciteitskasten walstroom Electriciteitskasten overige
15 10
Lineair Lineair
Overige materiële vaste activa Abri’s
19
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
*= investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
20
Nota Investeren, waarderen en afschrijven
Financiële vaste activa
Omschrijving
Afschrijvingstermijn Afschrijvingswijze lineair of annuïtair
Bijdragen aan activa in eigendom van derden indien voldaan wordt aan de voorwaarden van art. 61 BBV
Afhankelijk van type activum zoals dat ook bij de gemeente zou gelden Looptijd lening
Afhankelijk van type activum zoals dat ook bij de gemeente zou gelden Conform aflossingswijze **
Geldleningen u.g.: overig langlopend
Looptijd lening
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen
Niet afschrijven tenzij de waarde door duurzame waardevermindering lager wordt dan de boekwaarde Looptijd lening
Conform aflossingswijze ** -
Geldleningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen
Uitzettingen (overig) met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Conform aflossingswijze **
** Met de geldnemer kunnen verschillende afspraken over de aflossingswijze gemaakt worden, zoals aflossing ineens bij einde looptijd, annuïtaire of lineaire aflossing. De afschrijving dient hierop afgestemd te worden.
21