Bijlage Nota Adviesrecht gemeenteraad Omgevingswet
Tekst van het document
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
Adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet
1 Oktober 2022
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
Versiebeheer Datum Versie Auteur
18 oktober 2022 vastgesteld S.J.C. Hovens (RO&B)
2
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
3
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2
5
Adviesrecht gemeenteraad Participatie
5 6
2 Aanwijzing
8
3 Toelichting aanwijzing
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Woningbouw Hoogbouw Grootschalige gebruikswijzingen Milieueffectrapportage Duurzame energievoorzieningen Mijnbouw Infrastructuur
9 9 10 10 10 10 11
4 Inwerkingtreding en overgangsrecht
12
4
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
1
Inleiding Op 1 januari 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op hoofdlijnen ongewijzigd blijven. De gemeenteraad draagt zorg voor de beleidsmatige sturing via de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan en de monitoring van de resultaten. Het college voert het beleid uit en is bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Hoewel het college bevoegd gezag is bij verlening van omgevingsvergunningen, biedt de Omgevingswet de gemeenteraad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarover zij wenst te adviseren, alvorens het college met een omgevingsvergunning kan afwijken van het Omgevingsplan. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad tevens de bevoegdheid om in specifieke gevallen participatie verplicht te stellen.
1.1 Adviesrecht gemeenteraad Afwijken van het Omgevingsplan De regels die gelden voor de fysieke leefomgeving uit de bestemmingsplannen en de verschillende verordeningen, zullen vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt onderdeel zijn van het (tijdelijke) Omgevingsplan. Aanvragen om omgevings- vergunning zullen vanaf dat moment getoetst moeten worden aan het Omgevingsplan. Omdat het onmogelijk is om in het Omgevingsplan alle ontwikkelingen te voorzien blijft, net als onder de voorheen geldende wet- en regelgeving, de mogelijkheid bestaan om af te wijken van het Omgevingsplan indien een activiteit daar mee in strijd is. Dergelijke gevallen worden in de Omgevingswet aangeduid als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt de reguliere procedure. Dat betekent dat een proceduretermijn geldt van acht weken, met een mogelijkheid van een eenmalige verlenging met 6 weken. De Omgevingswet biedt het college, in afwijking van deze hoofdregel, de bevoegdheid om bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure toe te passen (zie: hoofdstuk 4). Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten blijft de mogelijkheid bestaan voor het indienen van zienswijzen, zoals voorheen ook het geval was.
Adviesrecht gemeenteraad De procedurele wijzigingen zijn, hoewel de rolverdeling op hoofdlijnen gelijk blijft, van invloed op de positie van de gemeenteraad bij het afwijken van het bestemmingsplan voor complexere initiatieven; de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op grond van de, tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt geldende, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was instemming van de raad vereist om bij complexere initiatieven af te wijken van het bestemmingsplan. In dergelijke gevallen was een zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ vereist. Daarbij bestond de mogelijkheid voor de raad om op voorhand categorieën van
5
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
gevallen aan te wijzen waarvoor een verklaring niet vereist is. In Schiedam is dit gebeurt met de op 28 januari 2020 vastgestelde ‘Algemene verklaring van geen bedenkingen Wabo 2019’ (19VR072). Met de Omgevingswet wordt deze systematiek veranderd en wordt de ‘verklaring van geen bedenkingen’ vervangen door een adviesrecht van de gemeenteraad. De systematiek wordt daarbij omgekeerd, wat inhoudt dat niet in alle gevallen dat buitenplans wordt afgeweken van het Omgevingsplan advies moet worden gevraagd aan de gemeenteraad, maar uitsluitend bij die gevallen die de gemeenteraad op voorhand heeft aangewezen als gevallen waarover zij wil adviseren (artikel 16.15a, onder b Omgevingswet). Net als voorheen blijft voor de aangewezen gevallen gelden dat het college de omgevingsvergunning niet kan verlenen indien door de gemeenteraad negatief wordt geadviseerd; een zogenaamd ‘verzwaard bindend advies’. Het adviesrecht geldt uitsluitend voor die gevallen die door de gemeenteraad zijn aangewezen. Dit maakt dat op voorhand dient te worden nagedacht over het type plannen waarover advies moet worden gevraagd. Uitgangspunt daarbij is enerzijds dat, gelet op de systematiek van de Omgevingswet, de daarin geregelde bevoegdheidsverdeling, alsmede de verkorte proceduretijd, terughoudend wordt omgegaan met toepassen van het adviesrecht.
Anderzijds volgt uit de gekozen systematiek ook dat het wenselijk kan zijn om activiteiten toe te voegen waarvan het op voorhand niet aannemelijk is dat deze zich zullen voordoen, maar die indien deze zich toch zouden voordoen een grote maatschappelijke invloed kunnen hebben.
1.2 Participatie Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet en is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet er voor zorgen dat alle belanghebbenden hun mening kunnen geven over een Omgevingsvisie of Omgevingsplan. In de Omgevingswet wordt participatie niet verplicht gesteld voor aanvragen omomgevingsvergunning die passend zijn binnen de kaders van het Omgevingsplan en de in het Omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om af te wijken van het Omgevingsplan. Hiervoor is gekozen omdat dergelijke plannen passend zijn binnen de regels van het Omgevingsplan en in het kader van de vaststelling van dat Omgevingsplan van gemeentewege reeds een verplichte participatie heeft plaatsgevonden. Hoewel participatie niet verplicht wordt gesteld is dit wel opgenomen als aanvraagvereiste bij een omgevingsvergunning. Deze vereiste houdt in dat de initiatiefnemer bij de aanvraagmoet aangeven of belanghebbenden bij de aanvraag betrokken zijn en wat de uitkomsten zijn van deze participatie. De Omgevingswet laat aanvragers vrij in de wijze waarop belanghebbenden worden betrokken. De gekozen systematiek van de Omgevingswet laat het echter niet toe om aanvragen om omgevingsvergunning omwille van een onvoldoende of gebrekkige participatie af te wijzen.
Participatie bij buitenplanse activiteiten Uit de Omgevingswet volgt geen directe verplichting voor het voeren van participatie. De wet biedt de gemeenteraad wel de mogelijkheid om gevallen van activiteiten aan te wijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag om omgevings- vergunning kan worden ingediend (artikel 16.55, zevende lid Omgevingswet). Deze mogelijkheid is beperkt tot buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, omdat voor dergelijke activiteiten geldt dat in het kader van het Omgevingsplan nog geen participatie heeft plaatsgevonden. Hoewel participatie verplicht kan worden
6
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
gesteld, geldt ook voor deze gevallen dat het niet is toegelaten de aanvraag te weigeren omwille van een onvoldoende of gebrekkige participatie. De verplichte participatie geldt uitsluitend voor die gevallen die door de gemeenteraad zijn aangewezen. Voor wat betreft deze verplichting wordt aangesloten bij de categorieën van gevallen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet geldt. Voor deze activiteiten wordt gekozen omdat dit gevallen betreft die een relatief grote impact hebben op de omgeving en de wenselijkheid daarvan niet eerder is overwogen in het kader van een Omgevingsvisie of een Omgevingsplan en waarover dan ook niet eerder in dat kader participatie met betrokkenen heeft kunnen plaatsvinden.
7
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
2
Aanwijzing
Aanwijzing gevallen adviesrecht en verplichte participatie De gemeenteraad maakt gebruik van haar adviesrecht als bedoeld in artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet én wijst aan als activiteiten waarbij participatie verplicht is als bedoeld in artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet, bij aanvragen om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die betrekking hebben op: 1. het toevoegen van meer dan 50 woningen, tenzij het een ontwikkeling betreft die concreet is benoemd in de Omgevingsvisie of de daar onderdeel van zijnde Woonvisie, zoals deze luiden op het moment van aanvraag; 2. het toevoegen van gebouwen hoger dan 50 meter; 3. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen ten behoeve van horeca, detailhandel en kantoren met een brutovloeroppervlakte groter dan 3.000 m²; 4. projecten waarvoor een MER-plicht geldt; 5. het realiseren van één of meerdere windturbines, met een hoogte groter dan 15,0 meter; 6. het realiseren van weiden met zonnepanelen groter dan 1 hectare; 7. het realiseren van biomassacentrales en andere centrales voor de productie van energie of warmte; 8. het winnen of opslaan van delfstoffen uit de ondergrond, niet zijnde installaties of systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van water of aardwarmte ten behoeve vande verwarming en of koeling van woningen en die reiken tot een diepte van maximaal 500 meter; 9.
de aanleg en of verbreding van rijkswegen, spoorbanen of metrobanen.
8
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
3
Toelichting aanwijzing Met de aanwijzing van gevallen geeft de gemeenteraad aan in welke gevallen gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om te adviseren en in welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld. De keuzes worden in dit hoofdstuk nader toegelicht
3.1 Woningbouw Schiedam heeft de ambitie de komende jaren grote hoeveelheden woningen te bouwen en daarmee een bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort en de regionale woningmarktafspraken. Deze ambitie is onderdeel van de gemeentelijke Woonvisie, die zal worden geïntegreerd in de Omgevingsvisie. Gelet op de beperkte ruimtelijke impact en de behoefte aan versnelling van de woningbouw viel de bouw van kleinere woningprojecten (tot 50 woningen) voorheen onder de reikwijdte van de ‘algemene verklaring van geen bedenkingen’. Dit betekende dat dergelijke projecten niet voor instemming hoefden te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze werkwijze wordt onder de Omgevingswet gecontinueerd. Concreet betekent dit dat woningbouwprojecten tot 50 woningen (inclusief woonzorgvoorzieningen), gelet op hun beperkte ruimtelijke impact, niet voor advies hoeven te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Evenmin geldt voor dergelijke projecten een verplichte participatie. Zoals nu ook al gebruikelijk is zal voor dergelijke ontwikkelingen blijven gelden dat een goede participatie en het op een adequate wijze betrekken van de omgeving van gemeentewege wordt geadviseerd en gestimuleerd. Voor projecten met meer dan 50 woningen geldt het adviesrecht wel. Daarbij geldt een uitzondering voor projecten en/of locaties die expliciet worden benoemd in de Woonvisie en/of Omgevingsvisie.
Deze uitzondering volgt uit de systematiek van de Omgevingswet, waarbij de raad verantwoordelijk is voor de beleidsmatige sturing en het college voor de uitvoering daarvan. Omdat in het kader van de Woonvisie en/of Omgevingsvisie eerder over deze projecten is besloten en participatie heeft plaatsgevonden, worden deze vrijgesteld van de adviesplicht en de verplichte participatie
3.2 Hoogbouw De behoefte aan woningen in combinatie met de schaarse ruimte zullen er toe leiden dat in de komende jaren meer hoogbouw zal worden gerealiseerd. Bij de ontwikkeling van hoogbouw zal worden gewaakt worden voor een acceptabele stedenbouwkundige inpassing, passend bij de schaal en aard van de bebouwing in Schiedam. Gelet op de impact op de omgeving geldt voor hoogbouw hoger dan 50 meter op locaties waar dit niet eerder was voorzien op grond van het Omgevingsplan, dat deze voor advies dienen te worden voorgelegd aan de gemeenteraad en dat participatie met de omgeving verplicht is.
9
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
3.3 Grootschalige gebruikswijzingen Het Omgevingsplan bevat voor alle gebouwen een adequate toedeling van functies. Dit neemt niet weg dat ontwikkelingen het wenselijk maken om panden anders te gebruiken dan oorspronkelijk was voorzien. Voor kleine wijzigingen die veelal een beperkte, lokale invloed zullen hebben geldt dat het college de bevoegdheid heeft om hier over te beslissen met in acht neming van de Omgevingsvisie en andere relevante beleidsstukken. Voor grotere gebruikswijzigingen (meer dan 3.000 m² brutovloeroppervlakte) geldt dat deze veelal een groter (regionaal) invloedsgebied hebben en ook van invloed kunnen zijn op regionale en provinciale afspraken over de verdeling van functies. Voor plannen met een dergelijke oppervlakte geldt dat deze pas kunnen worden gerealiseerd na een positief advies van de gemeenteraad en na participatie met belanghebbenden. Omdat dergelijke ontwikkelingen een groot invloedsgebied kunnen hebben, dient bij de participatie en het bepalen van de groep van belanghebbenden aandacht te zijn voor het (regionale) invloedsgebied van de nieuwe functie.
3.4 Milieueffectrapportage Op grond van artikel 11.6, eerste lid van het Omgevingsbesluit wordt een aantal projecten aangewezen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van een besluit een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Dit artikelbetreft een doorvertaling van de Europese richtlijn betreffende de milieubeoordeling (2011/92/EU) en de richtlijn betreffen de gevolgen voor het milieu (2001/42/EG). De projecten waarvoor een verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage geldt staan opgesomd kolom 1 en 2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Gelet op de aanzienlijke milieueffecten die dergelijke projecten kunnen hebben op de (ruime) omgeving dienen dergelijke projecten te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Om diezelfde reden, alsmede de maatschappelijke impact, geldt ook de verplichting voor het voeren van participatie.
3.5 Duurzame energievoorzieningen Het gemeentelijk Klimaatbeleid zet in op het verminderen van de CO2-uitstoot, onder anderdoor over te stappen op vormen van duurzame energie, zoals zonnepanelen en windenergie. Voor kleinere, individuele maatregelen zoals het plaatsen van zonnepanelen, kleine windturbines en windwokkels op of bij en woning of bedrijfspand geldt dat deze veelal zijn toegelaten op grond van het Omgevingsplan. Dat geldt niet voor grootschalige ingrepen zoals het plaatsen van windmolens met een hoogte van meer dan 15 meter of het realiseren van grote zonneweiden. Gelet op de ruimtelijke invloed en de mogelijke maatschappelijke impact van dergelijke voorzieningen dienen dergelijke grootschalige initiatieven voor duurzame energie te worden voorgelegd aan de raad en wordt een zorgvuldige participatie gevraagd met de omgeving. Dat geldt ook voor biomassacentrales en andere centrales voor de productie van energie of warmte, ongeacht de omvang en het vermogen.
3.6 Mijnbouw Het winnen van grondstoffen uit de ondergrond wordt geregeld via de Mijnbouwwet en bijbehorende regelgeving. Deze wetgeving wordt niet geïncorporeerd in de Omgevingswet. Op grond van de Mijnbouwwet is de Minister het bevoegd gezag voor het verlenen van een vergunning voor het winnen van delfstoffen. De medeoverheden waar de winning van delfstoffen plaatsvindt worden in dat kader reeds betrokken bij de besluitvorming.
10
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
Het is op voorhand niet uit te sluiten dat voor de woning van delfstoffen ook een aanvullende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten worden aangevraagd. Voor dergelijke gevallen geldt, gelet op de maatschappelijke gevoeligheid samenhangend met de winning en opslag van delfstoffen in de ondergrond, zoals bijvoorbeeld (schalie)gas, dat instemming van de raad vereist is alvorens de omgevings- vergunning kan worden verleend. Participatie wordt om dezelfde reden verplicht gesteld. Een uitzondering wordt gemaakt voor installaties en systemen die worden toegepast voor de verwarming (en koeling) van woningen door middel van water of aardwarmte, zoals warmte koude opslag of warmtepompen. Dit betreft installaties of systemen met een beperkte ruimtelijke impact die een bijdrage leveren aan de gemeentelijke klimaat doelen. Daarbij geldt als aanvullende vereiste dat dergelijke installaties en systemen niet dieper mogen reiken dan 500 meter. Deze diepte sluit aan op de toepassingsbepaling in artikel 2, derde lid van de Mijnbouwwet.
3.7 Infrastructuur Grootschalige ingrepen in de infrastructuur (rijksweg, spoorweg en metro) kunnen een grote invloed hebben op de stad en de beleving van bewoners. Voor het merendeel van dergelijke ingrepen geldt dat deze door het Rijk of de provincie zullen worden geïnitieerd in de vorm van een projectbesluit (voorheen: Tracébesluit) en dat de gemeente(raad) en belanghebbenden langs die weg wordt betrokken bij deze projecten. Het is op voorhand echter niet uit te sluiten dat dergelijke ingrepen ook als buitenplanse omgevingsplanactiviteit kunnen worden gerealiseerd. Voor dergelijke gevallen geldt dat instemming van de raad vereist is alvorens de omgevingsvergunning kan worden verleend. Tevens wordt participatie verplicht gesteld.
11
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
4
Inwerkingtreding en overgangsrecht De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 januari 2023, maar is nog afhankelijk van besluitvorming in de Eerste Kamer. De aanwijzing zal pas gaan gelden op het moment dat de Omgevingswet het kader vormt voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven.
De aanwijzing van categorieën van gevallen waarop het adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing is (artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet) en de participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet) treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Het overgangsrecht met betrekking tot de afhandeling van aanvragen om omgevingsvergunning is geregeld in de Omgevingswet. Uit de overgangsrechtelijke bepalingen uit de Omgevingswet zal dan ook volgen of een aanvraag om omgevingsvergunning dient te worden behandeld op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel de Omgevingswet en daarmee of de voorheen geldende systematiek met de verklaring van geen bedenkingen of het nieuwe adviesrecht van toepassing is.
12
Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Omgevingswet 2023
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
13