CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage MRDH Begroting 2024

Raadscommissie 25 oktober 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven en documenten van derden:33.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Financieel belang

permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep. De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 t/m 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget is voor de MRDH € 383.333 per jaar voor ten minste de periode 2022 t/m 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en

Eigen vermogen

openbaar vervoer, Verkeersmanagement en wegenstructuur. Per 31-12-2021: € 0

Vreemd vermogen

Per 31-12-2021: € 0

Financieel resultaat

Over 2021: € 0

Risico’s

Er bestaat het risico op overbesteding (meer geld uitgeven dan er beschikbaar is). Bij zicht op overbesteding dient overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming te

Beleidsvoornemens

worden gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt. De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. Op basis van de in 2024

Monitoring prestaties

te houden evaluatie wordt eind 2024 de looptijd van het Werkplan voor de periode daarna bepaald. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant, waarna de Raad van Toezicht deze jaarrekening vaststelt. De aldus vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens

Programma

uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.

53

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan.

Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: ● risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); ● risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.

Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken.

Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen.

54

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen.

Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer met financiële middelen enigszins te ontzien. Deze afspraken hebben geleid tot een beschikbaarheidsvergoeding in de jaren 2020, 2021 en 2022 en een Transitievergoeding in 2023. Met het (langzaam) naar de achtergrond verdwijnen van de pandemie zal in de eerste helft van 2023 duidelijker worden welke structurele effecten COVID-19 heeft op de OV-sector. De voorbereidingen zijn getroffen om gezamenlijk met de vervoerders en andere betrokkenen begin 2023 een inzicht te hebben in de snelheid van het herstel van de reizigersgroei en waar nodig voorstellen te doen aan het bestuur hoe met eventuele effecten om te gaan. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2023, rekening houdend met indexatie.

Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen.

De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2023 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2024-2027 gemiddeld € 33 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 30 miljoen.

55

De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDUbijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.138.464.198

1.274.434.981

1.442.878.196

1.504.360.864

1.520.512.386

1.508.203.444

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.273.325.958

1.359.119.825

1.471.204.808

1.485.384.557

1.508.596.422

1.476.679.262

Economische waarde MVA (65% boekwaarde)

827.661.873

883.427.887

956.283.126

965.499.962

980.587.674

959.841.520

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

310.802.325

391.007.094

486.595.070

538.860.902

539.924.711

548.361.924

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico

24.864.186

31.280.568

38.927.606

43.108.872

43.193.977

43.868.954

Netto/gewogen risico (ondergrens € 30 miljoen)1)

28.000.000

31.280.568

38.927.606

43.108.872

43.193.977

43.868.954

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

27.000.000

28.000.000

31.280.568

38.927.606

43.108.872

43.193.977

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

7.200.431

6.826.234

8.152.654

8.823.576

9.024.492

9.040.410

Toevoeging opslag aan risicoreserve

1.000.000

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar

0

0

0

0

0

0

6.200.431

3.545.666

505.616

4.642.309

8.939.387

8.365.433

Weging risico

Beschikbaar voor exploitatie 1)

Ondergrens tot en met boekjaar 2022, cf. begroting 2022: 28 miljoen

De benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten wordt in 2024 bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 ook toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2024 Weerstandsvermogen ratio = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven

€ 38,9 miljoen

Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven

€ 38,9 miljoen

Weerstandsvermogen ratio

(voldoende) 1

56

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. De Rijksbelastingdienst heeft in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedroeg de risico-opslag tot en met 2022 ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH diende er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.

De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio. Kengetallen

in %

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Netto schuldquote

175,0

167,0

209,6

212,2

209,2

213,7

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-5,7

-5,1

-6,9

-7,3

-7,2

-7,5

Solvabiliteitsratio

2,1

2,2

2,5

2,7

2,7

2,8

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

0,4

1,0

2,5

1,3

0,0

0,2

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm.

57

Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.

Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017

58

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. bedragen in euro’s

Kapitaallast

2023

2024

2025

2026

2027

Bedrijfsgebouw

127.101

127.101

127.101

127.101

69.960

Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (onder meer het document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.

De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. In 2023 zijn er investeringen gedaan in het kader van nieuwe koffiemachines. bedragen in euro’s

Investering

Investerings-

2023

2024

2025

2026

2027

30.000

-

-

-

-

Kapitaallast

2023

2024

2025

2026

2027

Koffiemachines

3.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Kapitaallast

2023

2024

2025

2026

2027

Overige materiële vaste

70.161

70.161

70.161

70.161

52.134

bedrag Koffiemachines

30.000

activa

59

Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0.

Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel

Adres

Eigenaar

Gerechtigde

Omschrijving

Rijswijk A 3914 Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk D 8010 Burgemeester Elsenlaan/Van

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

Vredenburchweg 77B Rijswijk D 8011 Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

(nutsvoorziening) wegen

Rijswijk D 8015 Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk D 8038 Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

Rijswijk G 2984 Limpqergstraat/Limpergstraat 11

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

Rijswijk G 2985 Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

(nutsvoorziening) wegen

Rijswijk G 2989 Veraartlaan/Visseringlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 2994 Visseringlaan/Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 2999 Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 3001 Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 3002 Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

Rijswijk G 3009 Generaal Eisenhowerplein

Gemeente Rijswijk/

MRDH (opstal)

(nutsvoorziening) wegen

Rijswijk G 3050 Sir Winston Churchilllaan

Railinfratrust MRDH

geen

wegen

Rijswijk G 3054 Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

Rijswijk I 2128

Prinses Beatrixlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2131

Weidedreef

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2134

Florence Nightingalestraat

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2137

Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

Rijswijk I 2139

Eikelenburglaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

(nutsvoorziening) wegen

Veur B 9432

Burgemeester Banninglaan

St. Medisch Centrum

MRDH (erfpacht)

openbaar vervoer

Haaglanden

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.

60

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit: Bureau Interne Dienstverlening Afdeling Economisch Vestigingsklimaat

Bureau Financiën & Control Secretarisalgemeen directeur Bureau Strategie & Bestuur

Afdeling Openbaar Vervoer Afdeling Verkeer

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2024 is met 3 fte gestegen ten opzichte van de primitieve begroting 2023. Dit komt door een structurele toevoeging van de functies adjunct manager openbaar vervoer, adjunct manager verkeer en tactisch concessiemanager openbaar vervoer met ingang van begrotingsjaar 2022. Bij de 2e Bestuursrapportage 2022 heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden.

61

Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2023. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2024 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2023. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,97 (prijspeil 2024) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2024) maximaal € 1,21 (prijspeil 2024) ingezet voor apparaatslasten.

De daadwerkelijk begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2024 € 2.672.223 (zie tabel kostenverdeling hierna), oftewel € 1,09 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 1 januari 2024. Voor het jaar 2024 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 2,8%. Dit percentage is een inschatting op basis van de macro economische verkenning 2023 (MEV 2023) van september 2022 van het Centraal Planbureau. De MEV 2023 bevat geen schattingen voor het jaar 2024, voor het jaar 2024 is daarom de inschatting voor 2023 doorgetrokken. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: Salariskosten

bedragen in euro’s

Onderdeel

fte’s 2023

fte’s 2024

fte’s 2024

Begroting 2024

na wijziging Secretaris-algemeen directeur

1,0

1,0

1,0

213.157

Bureaus BFC, BSB en BID

29,6

29,6

29,6

3.037.600

Afdeling Verkeer

25,0

26,0

26,0

2.791.675

Afdeling Openbaar Vervoer

24,0

26,0

26,0

2.782.666

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

10,0

10,0

1.264.517

Totalen

89,6

92,6

92,6

10.089.615

* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

62

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten: Kostenverdeling apparaatslasten Onderdeel

fte’s

bedragen in euro’s

Kosten

BDU verkeer en vervoer Programma

Inwonerbijdrage EV

Programma Overhead BDU

Programma

Overhead Verdeelsleutels

exploitatie infra-structuur

economisch

inwoner-

verkeer en

verkeer en

vestigings-

bijdrage EV

openbaar

openbaar

klimaat

vervoer

vervoer

Personele apparaatslasten Secretaris-algemeen directeur

1,0

216.008

BFC, BSB en BID

29,6

3.147.393

Vervoersautoriteit

52,0

5.765.556

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

1.299.743

Totaal personele apparaatslasten

92,6

10.428.700

Materiële apparaatslasten

3.499.000

Totalen

13.927.700

3.515.195

1.496.525

172.807

43.202

80/20

2.517.914

629.479

80/20

753.836

100 1.070.550

229.193

100

699.800

80/20

1.070.550

1.601.673

2.799.200 3.515.195

1.496.525

6.243.757

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).

Informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer In het MT van december 2021 is het informatiebeleidsplan goedgekeurd. Op basis van dit plan hebben we nu een beleid vastgesteld voor de komende 5 jaren voor onze informatievoorzieningen. Als onderdeel van dit beleidsplan is er een Fit-Gap-analyse voor de MRDH gedaan. Dit is gedaan voor de organisatie en nog niet voor de applicaties. De actiepunten uit deze analyse worden jaarlijks geprioriteerd in een Roadmap. Op basis van de openstaande actiepunten staan voor 2024 onderstaande acties gepland.

Informatiebeveiliging ● Het laten uitvoeren van een IT-audit door een externe partij. ● Het vaststellen van een risico-classificatie voor alle gebruikte applicaties. ● Bij offerteaanvragen waar informatie(voorziening) een rol speelt, worden eisen over informatie­ beveiliging (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid) benoemd. Deze eisen zijn gebaseerd op een expliciete risicoafweging. ● Het opnieuw uitvoeren van een Fit-Gap analyse. ● Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan. ● Het uitvoeren van autorisatie beheer. ● Het uitvoeren van een penetratie test.

63

Privacy ● Voor alle gebruikte applicaties binnen de MRDH wordt een Privacy Risico analyse uitgevoerd. Informatiebeheer ● Het opzetten van een kwaliteitsmonitoringssysteem voor informatiebeheer.

4.6 Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening zijn verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt onder meer de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): ● lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of ● lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2024 worden de volgende subsidies begroot:

64

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Begrote subsidies 2024 Soort subsidie Begrotingspost subsidie

bedragen in euro’s

Begrotingsprogramma

Begunstigde

Expoitatie verkeer en

CROW

openbaar vervoer

Bedrag 2024 Toelichting 900.000 Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpVV-programma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeer- en vervoerbeleid door kennisproducten en het organiseren van

Begrotingspost subsidie

Economisch

InnovationQuarter

Vestigingsklimaat

netwerken. 986.081 InnovationQuarter (IQ) is als regionaal ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH voor versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionaal ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. Met ingang van begrotingsjaar 2018 verstrekt de MRDH jaarlijks een begrotingspostsubsidie aan

Begrotingspost subsidie meerjarig

Economisch Vestigingsklimaat

YES!Delft

InnovationQuarter voor het uitvoeren van deze afspraken. 500.000 Het algemeen bestuur heeft op 8 juli 2022 een meerjarige begrotingspostsubsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2022 tot juni 2025 van € 1.500.000 voor het programma Region of the Future. Het programma is een vervolg op het programma City of the Future, een innovatieplatform voor alle 21 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken vande onderdelen van dit programma. Bij Region of de Future ligt de focus op de opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland.

Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.

65

Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2024

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

504.539.625

512.483.855

476.868.746

474.421.321

474.439.778

478.751.600

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

55.756.063

156.354.286

126.044.616

153.026.876

175.890.443

152.788.672

3. Economisch Vestigingsklimaat

5.015.763

6.605.043

5.717.110

5.677.110

5.677.110

5.677.110

Overhead

6.699.777

7.347.199

7.845.430

7.845.430

7.845.430

7.845.430

Lasten per programma

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

572.011.228

682.790.383

616.475.902

640.970.738

663.852.761

645.062.813

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

505.539.625

515.764.423

484.515.784

478.602.587

474.524.883

479.426.577

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

55.756.063

156.354.286

126.044.616

153.026.876

175.890.443

152.788.672

3. Economisch Vestigingsklimaat

5.351.832

5.355.592

5.717.110

5.677.110

5.677.110

5.677.110

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

6.699.777

7.347.199

7.845.430

7.845.430

7.845.430

7.845.430

573.347.297

684.821.500

624.122.940

645.152.004

663.937.866

645.737.790

1.336.068

2.031.117

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Totaal Baten per programma

Totaal Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves

118.750

1.249.451

0

0

0

Toevoeging aan reserves

-1.000.000

-3.280.568

-7.647.038

-4.181.266

-85.105

-674.977

Resultaat

454.818

0

0

0

0

0

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasury­ functie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027.

66

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2024 per taakveld

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2.1. Verkeer en vervoer

39.159.695

94.215.487

73.544.091

93.079.148

85.225.415

95.450.952

2.5. Openbaar vervoer

521.135.993

574.622.654

529.369.271

534.369.049

565.104.806

536.089.320

3.1. Economische ontwikkeling

5.015.763

6.605.043

5.717.110

5.677.110

5.677.110

5.677.110

0.4. Overhead

6.699.777

7.347.199

7.845.430

7.845.430

7.845.430

7.845.430

572.011.228

682.790.383

616.475.902

640.970.738

663.852.761

645.062.813

2.1. Verkeer en vervoer

39.159.695

94.215.487

73.544.091

93.079.148

85.225.415

95.450.952

2.5. Openbaar vervoer

522.135.993

577.903.222

537.016.309

538.550.315

565.189.911

536.764.297

5.351.832

5.355.592

5.717.110

5.677.110

5.677.110

5.677.110

Lasten per taakveld

Totaal Baten per taakveld

3.1. Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

6.699.777

7.347.199

7.845.430

7.845.430

7.845.430

7.845.430

573.347.297

684.821.500

624.122.940

645.152.004

663.937.866

645.737.790

Saldo van baten en lasten

1.336.069

2.031.117

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Onttrekking aan reserves

118.750

1.249.451

0

0

0

0

Toevoeging aan reserves

-1.000.000

-3.280.568

-7.647.038

-4.181.266

-85.105

-674.977

Resultaat

454.819

0

0

0

0

0

Totaal

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder meer de volgende posten verstaan: ● stortingen in en onttrekkingen aan reserves; ● bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt.

67

In de hierna volgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

85.755.823

6.108.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

7.014.369

10.983.700

6.642.166

6.642.166

3.883.710

3.883.710

3. Economisch Vestigingsklimaat

118.750

1.249.451

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

92.888.942

18.341.719

14.289.204

10.823.432

3.968.815

4.558.687

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

84.755.823

2.828.000

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

7.014.369

10.983.700

6.642.166

6.642.166

3.883.710

3.883.710

3. Economisch Vestigingsklimaat

118.750

1.249.451

0

0

0

0

Overhead

34.389

0

0

0

0

0

91.923.331

15.061.151

6.642.166

6.642.166

3.883.710

3.883.710

965.611

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Lasten per taakveld

Overhead Totaal Incidentele baten per programma

Totaal Saldo van incidentele baten en lasten

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar 2022 aanvullend € 81.727.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022 (tevens incidentele baat 2022). Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (tevens incidentele baat). Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Beschikbaarheidsvergoeding OV

81.727.000

Toevoeging aan risicoreserve financieringen

1.000.000

3.280.568

Zuid-Holland Bereikbaar exploitatiebudget

2.450.000

2.450.000

Inzet tour de Force

138.501

Incidentele toevoegingen aan de BDU:

Studie Voorne-Putten

21.000

Studie en innovatie CID Binckhorst

378.000

Fietsnetwerkplannen Zuidwest

41.322

Totaal

85.755.823

68

MRDH

●

378.000 6.108.568

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten en baten: voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk via de BDU. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen

182.856

1.999.946

1.642.166

1.642.166

883.710

883.710

Oeververbindingen Regio Rotterdam

3.077.794 5.000.000

5.000.000

3.000.000

3.000.000

6.642.166

6.642.166

3.883.710

3.883.710

Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied No regret Den Haag

1.050.413 3.753.719

3.753.719

Maatregel KTA MoVe Algeracorridor

2.341.598

Maatregel KTA MoVe Westland

657.996

Optimalisatie aansluiting A15 Aveling

796.694

Zuid-Holland Bereikbaar werkbudget

383.334

Totaal

7.014.369

10.983.700

Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezicht­ houdende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie 2020-2022 (City of the Future) aan YES!Delft (lasten en baten) voor € 118.750. De raming voor 2023 betreft de onttrekking van het vrije deel binnen de reserve zodat dit in 2023 kan worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties).

69

De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Saldo baten en lasten

1.336.068

2.031.117

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-881.250

-2.031.117

-7.647.038

-4.181.266

-85.105

-674.977

Begrotingssaldo na bestemming

454.818

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

965.611

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

1.420.429

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Structureel begrotingssaldo

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2024 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.

70

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2024 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

71

Geprognosticeerde balanscijfers

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Materiële vaste activa (art. 35)

976.683

806.422

603.160

399.899

196.637

77.838

Investeringen met economisch nut

976.683

806.422

603.160

399.899

196.637

77.838

Activa Vaste activa (art. 33)

Financiële vaste activa (art. 36)

1.038.465.199 1.178.435.982 1.350.879.197 1.416.361.865 1.436.513.387 1.428.204.445

Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.038.464.198

1.178.434.981

1.350.878.196

1.416.360.864

1.436.512.386

1.428.203.444

Totaal vaste activa

1.039.441.881 1.179.242.404 1.351.482.357 1.416.761.764 1.436.710.024 1.428.282.284

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één

447.995.539

368.596.917

354.592.624

336.591.495

299.855.616

282.573.681

jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen

40.481.802

47.500.000

47.500.000

47.500.000

47.500.000

47.500.000

Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen

20.000.000

0

0

0

0

0

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd

386.533.568

319.096.917

305.092.624

287.091.495

250.355.616

233.073.681

korter dan één jaar Overige vorderingen

980.170

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

Liquide middelen (art. 40)

50.013

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Banksaldi

50.013

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Overlopende activa (art. 40a)

96.411.623

61.035.246

35.344.922

26.000.000

26.000.000

26.000.000

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te

74.023.146

41.035.246

15.344.922

6.000.000

6.000.000

6.000.000

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde

22.388.477

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa

544.457.175

429.682.163

389.987.546

362.641.495

325.905.616

308.623.681

Totaal activa

1.583.899.056 1.608.924.567 1.741.469.904 1.779.403.259 1.762.615.639 1.736.905.965

ontvangen voorschotbedragen

72

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Geprognosticeerde balanscijfers Passiva

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

33.843.976

35.875.093

43.522.131

47.703.397

47.788.502

48.463.479

0

0

0

0

0

Vaste passiva (art. 33) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves

33.389.157

35.875.093

43.522.131

47.703.397

47.788.502

48.463.479

Gerealiseerde resultaat

454.819

0

0

0

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar

1.039.232.364 1.178.434.981 1.350.878.196 1.416.360.864 1.436.512.386 1.428.203.444

of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva

1.038.451.114

1.178.434.981

1.350.878.196

1.416.360.864

1.436.512.386

1.428.203.444

781.250 1.073.076.340 1.214.310.073 1.394.400.327 1.464.064.261 1.484.300.888 1.476.666.923

Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd

37.198.413

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden

37.198.413

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

Overlopende passiva (art. 49)

473.624.302

357.614.493

310.069.576

278.338.998

241.314.752

223.239.042

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd

156.595.237

108.063.140

74.522.515

60.793.066

60.504.699

59.710.924

314.988.005

247.551.354

233.547.061

215.545.932

178.810.053

161.528.118

2.041.060

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

510.822.716

394.614.493

347.069.576

315.338.998

278.314.752

260.239.042

en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen Totaal vlottende passiva Totaal passiva

1.583.899.056 1.608.924.567 1.741.469.904 1.779.403.259 1.762.615.639 1.736.905.965

73

EMU-saldo

bedragen in euro’s

Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.336.068

2.031.117

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

187.261

200.262

203.262

203.262

203.262

141.098

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans

-157.309

-30.000

0

0

0

0

worden geactiveerd Berekend EMU-saldo

1.366.020

2.201.378

7.850.300

4.384.528

288.366

816.075

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit

Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval.

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. Met ingang van 2022 is vanuit de Cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Gezien het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2024 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2024. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.

Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2022 t/m 2027 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.

74

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027 Staat van reserves en fondsen 2022-2027

Omschrijving

bedragen in euro’s

Saldo*

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Jaarrekening

toevoeging

2022

2023

Raming

onttrekking

saldo

toevoeging

onttrekking

saldo

2023

31-12-2023

2024

2024

31-12-2024

Reserves Egalisatiereserve EV

5.843.976

0

1.249.451

4.594.525

0

0

4.594.525

Risicoreserve

28.000.000

3.280.568

0

31.280.568

7.647.038

0

38.927.606

financieringen Subtotaal reserves

33.843.976

3.280.568

1.249.451

35.875.093

7.647.038

0

43.522.131

BDU

314.988.005

583.547.419

650.984.070

247.551.354

564.919.389

578.923.682

233.547.061

Subtotaal fondsen

314.988.005 583.547.419 650.984.070 247.551.354 564.919.389 578.923.682 233.547.061

Totaal Generaal

348.831.981 586.827.987 652.233.521 283.426.446 572.566.427 578.923.682 277.069.192

Fondsen

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

Staat van reserves en fondsen 2022-2027

Omschrijving

Raming

Raming

toevoeging 2025

bedragen in euro’s

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

onttrekking

saldo

toevoeging

2025

31-12-2025

2026

Raming

onttrekking

saldo

toevoeging

onttrekking

saldo

2026

31-12-2026

2027

2027

31-12-2027

Reserves Egalisatiereserve EV

0

0

4.594.525

0

0

4.594.525

0

0

4.594.525

Risicoreserve

4.181.266

0

43.108.872

85.105

0

43.193.977

674.977

0

43.868.954

financieringen Subtotaal reserves

4.181.266

0

47.703.397

85.105

0

47.788.502

674.977

0

48.463.479

BDU

576.138.211

594.139.340

215.545.932

574.138.211

610.874.090

178.810.053

574.138.211

591.420.146

161.528.118

Subtotaal fondsen

576.138.211 594.139.340 215.545.932 574.138.211 610.874.090 178.810.053 574.138.211 591.420.146 161.528.118

Totaal Generaal

580.319.477 594.139.340 263.249.329 574.223.315 610.874.090 226.598.555 574.813.188 591.420.146 209.991.596

Fondsen

75

Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de per 31 december 2022 nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH (€ 4.594.525). Daarnaast resteert per jaareinde nog € 1.249.451 van de resultaatbestemming 2021 en 2022. Uiterlijk medio 2024 dient de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat hiervoor een concrete bestemming voor te stellen. De verwachting is dat deze middelen in 2023 worden besteed. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).

Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).

76

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2024 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen: bedragen in euro’s

Gemeente

Aantal inwoners

Bijdrage

Totaal inwonerbijdrage

1 januari 2023

1)

per inwoner

2024

Albrandswaard

26.361

2,97

78.292

Barendrecht

48.805

2,97

144.951

Capelle aan den IJssel

67.531

2,97

200.567

Delft

106.083

2,97

315.067

Den Haag

562.416

2,97

1.670.376

Krimpen aan den IJssel

29.506

2,97

87.633

Lansingerland

64.741

2,97

192.281

Leidschendam-Voorburg

77.759

2,97

230.944

Maassluis

35.301

2,97

104.844

Midden-Delfland

19.468

2,97

57.820

Nissewaard

86.848

2,97

257.939

Pijnacker-Nootdorp

57.683

2,97

171.319

Ridderkerk

47.485

2,97

141.030

Rijswijk (ZH.)

58.004

2,97

172.272

Rotterdam

664.071

2,97

1.972.291

Schiedam

80.631

2,97

239.474

Vlaardingen

75.053

2,97

222.907

73.949

2,97

219.629

Wassenaar

27.106

2,97

80.505

Westland

114.915

2,97

341.298

Zoetermeer

127.052

2,97

377.344

Voorne aan Zee

2)

Totaal

2.450.768

1)

bron: CBS StatLine info van 21-3-2023.

2)

per 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd. Per die datum is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee ontstaan.

7.278.783

De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2023 met € 0,15 (Kadernota MRDH begroting 2024) naar € 2,97 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2024 € 7,3 miljoen en wordt voor € 5,7 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,6 miljoen ingezet.

77

78

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Hoofdstuk 8 Besluit 1. De begroting 2024 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2025-2027; 2. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; 3. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat. Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 september 2023.

de secretaris, de voorzitter, Christel Mourik Jan van Zanen

79

80

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Bijlage 1

Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente. nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. Taakveld

Indicator

Periode

Waarde B2024

Waarde B2023

1. Bestuur en ondersteuning

Formatie

2023

0,038 fte

0,037 fte

2. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

per 1000 inwoners 1 januari 2023

per 1000 inwoners 0,036 fte

per 1000 inwoners 0,035 fte

3. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

per 1000 inwoners 2024

per 1000 inwoners € 5,68 per inwoner

per 1000 inwoners € 5,31 per inwoner

4. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

2022

9,77% van de totale

6,34% van de totale

5. Bestuur en ondersteuning

Overhead

2022

loonsom 1,27% van de totale

loonsom 1,25% van de totale

lastenbegroting

lastenbegroting

Ad 1. In de begroting 2024 bedraagt de formatie 92,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 2. De bezetting per 1 januari 2023 bedraagt 87,0 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 3. De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2024 € 13.927.700 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 4. De totale loonsom bedroeg in 2022 € 8.787.784. De externe inhuur bedroeg in 2022 € 858.744. Voor 27% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5. In de begroting 2024 bedraagt de overhead € 7.845.430 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 616.475.902 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

81

Bijlage 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13243231/1