Bijlage: MRDH Begroting 2022 - vastgesteld algemeen bestuur 9 juli 2021
Tekst van het document
26
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
wegenstructuur
100.939.029
39.030.990
52.637.460
61.819.271
74.691.152
26.536.590
Fiets- en ketenmobiliteit
12.321.227
35.618.693
23.456.922
16.907.917
10.345.083
7.191.667
Verkeersveiligheid
8.587.707
17.591.189
14.890.958
8.675.042
7.710.208
7.741.667
Subtotaal Verkeer
121.847.963
92.240.872
90.985.340
87.402.230
92.746.443
41.469.924
Netwerk openbaar vervoer
57.259.306
79.858.989
57.477.897
47.687.683
24.185.208
21.474.167
Subtotaal OV
57.259.306
79.858.989
57.477.897
47.687.683
24.185.208
21.474.167
Directe kosten personeel
948.874
1.351.321
1.339.611
1.339.611
1.339.611
1.339.611
Subtotaal Apparaatslasten
948.874
1.351.321
1.339.611
1.339.611
1.339.611
1.339.611
180.056.143
173.451.182
149.802.848
136.429.524
118.271.262
64.283.702
mobiliteitsfonds
132.014.950
163.821.308
149.802.848
136.429.524
118.271.262
64.283.702
Overige inkomsten
48.012.054
9.629.874
0
0
0
0
Totaal baten
180.056.143
173.451.182
149.802.848
136.429.524
118.271.262
64.283.702
0
0
0
0
0
0
Lasten Projectkosten Verkeer Verkeersmanagement en
Projectkosten OVr
Apparaatslasten
Totaal lasten Baten: Onttrekking fonds BDU/
Saldo van baten en lasten
27
Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten.
Verkeersmanagement en wegenstructuur In 2020 wordt ruim € 80 miljoen besteed aan de realisatie van de Rotterdamsebaan in de vorm een MRDH-bijdrage en rijksbijdrage. Verder zal tijdens de begrotingsperiode worden gewerkt aan de realisatie van de No Regret-maatregelen CID-Binckhorst. Hiervoor is € 82 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2021-2024. De piek van de investeringen ligt in de jaren 2023 en 2024. Daarnaast wordt in de periode 2021-2025 voor de Korte Termijn Aanpak € 30 miljoen besteed. Tevens is € 14 miljoen opgenomen voor de uitvoering voor het programma Automatisch Vervoer Last Mile (AVLM) in de jaren 2021 en 2022. Fiets- en ketenmobiliteit In 2021 wordt gestart met de uitvoering van het programma Metropolitane fietsroutes. In oktober 2020 is in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten om € 21 miljoen te reserveren voor de Metropolitane fietsroutes Westland-Rotterdam in de periode 2021-2024. De hogere bestedingen in de eerste jaren van de begrotingsperiode komen voort uit de realisatie van reeds verleende subsidies. Verkeersveiligheid De relatief hogere begrotingen tot en met 2022 worden veroorzaakt door de nog lopende subsidieverleningen.
OV netwerk In de jaren 2021-2026 staat de realisatie van infrastructurele aanpassingen voor het programma instroom nieuwe trams Haagse regio (INTHR) gepland voor € 130 miljoen met een piek in de investeringen in de jaren 2021 tot en met 2023. Daarnaast wordt in de begin jaren van de begrotingsperiode geïnvesteerd in de afronding van de projecten de Hoekse Lijn, tramlijn 19 en Systeemsprong sneltram. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Overige inkomsten In 2020 wordt de laatste rijksbijdrage voor de Rotterdamsebaan gerealiseerd. Tevens leveren de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland in 2020 nog een bijdrage aan de realisatie van de Sint Sebastiaansbrug. In 2021 ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor specifieke verkeersveiligheidsmaatregelen (€ 5,4 miljoen). Daarnaast ontvangt de MRDH in 2021 van HTM € 4,2 miljoen voor Lijn 1 Scheveningseweg.
28
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de doelstellingen voor het vernieuwen van de economie uit de Strategische Agenda. De doelen geven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? Per doelstelling staat beschreven Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt gewerkt aan de volgende zeven doelstellingen: 1. Stimuleren van innovatie en economische groei 2. Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt 3. Goede digitale connectiviteit 4. Ruimte om te werken 5. Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor 6. Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties 7. Meer regionale samenwerking bij de energietransitie InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionale ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH.
Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) brengt bedrijven, economische clusters, kennisinstellingen, beroepsonderwijs, lokale- en regionale overheden samen en bundelt zo kennis, netwerken en bestuurskracht. De gezamenlijke ambitie is economische groei en werkgelegenheid in Zuid-Holland aan te jagen. De EBZ focust daarbij op initiatieven binnen de speerpunten Haven in transitie, Feeding & greening megacities, Life Sciences & Health, Cybersecurity en Smart industry. Leden van de EBZ zijn CEO’s van beeldbepalende bedrijven uit de regio, voorzitters van de raden van bestuur van de belangrijkste kennis- en onderwijsinstellingen en bestuurders van gemeenten en provincie. De MRDH is publieke partner in de EBZ. Het secretariaat van de EBZ is belegd bij IQ, zo zorgen we ervoor dat ontwikkelingen in de regio integraal plaatsvinden. Hierna volgt de uitwerking van deze zeven doelstellingen.
2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Doelstelling: Stimuleren van innovatie en economische groei Fieldlabs, innovatieprogramma’s en onderzoek De afgelopen jaren heeft de MRDH, samen met de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en TNO geïnvesteerd in innovatie door te investeren in fieldlabs, programma’s en specifiek onderzoek. Hierdoor zijn er veel innovatieplekken ontstaan door de hele provincie waar bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties samenwerken om technologische innovaties verder te brengen. In deze praktijkomgevingen wordt bijvoorbeeld gewerkt aan robotisering, sensortechnologie, big data en 3D printing. Aan de hand van maatschappelijke en economische opgaven zijn vier innovatieprogramma’s
29
ontwikkeld waarbij ondernemers worden gestimuleerd gebruik te maken van de mogelijkheden die de fieldlabs te bieden hebben. Het eerste programma SMITZH richt zich op de maakindustrie. Het tweede programma Energie & Klimaat richt zich op de verduurzamingsopgave. Het derde programma Zorgtechnologie richt zich op innovaties die de zorg gaan ontlasten en het vierde programma AgriTech richt zich op de toepassing en doorontwikkeling van technologische innovaties van binnen en buiten de tuinbouwsector en een onderzoek naar de economische potentie van de eiwittransitie (overgang naar plantaardige eiwitten) voor Zuid-Holland.
Ondersteuning voor startende en groeiende bedrijven Het is van belang dat startende bedrijven én bedrijven die willen doorgroeien optimale ondersteuning krijgen. Dat kan door het koppelen van vraag en aanbod, waarbij gemeenten als (mede)opdrachtgever optreden, testlocaties aanbieden en kunnen optreden als eerste klant.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Uitvoering en opschaling van de regionale innovatieprogramma’s om meer bedrijven te betrekken bij de kennis en faciliteiten die fieldlabs en innovatieve consortia van bedrijven en kennisinstellingen te bieden hebben. ● Verbinden van maatschappelijke vraagstukken van gemeenten aan de oplossingen die startende bedrijven ontwikkelen en het versterken van de kennis bij en het netwerk tussen gemeenten. Het gaat dan om kennis over de mogelijkheden van technologie voor gemeentelijke problemen, kennis over de wijze waarop innovatief werken onderdeel kan worden van de gemeentelijke bedrijfsvoering en de mogelijkheden om innovatie daadwerkelijk in te kopen. ● Verder doorontwikkelen van de aanpak om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van een toekomstbestendig en digitaal breed MKB. ●
2.3.1.2 Doelstelling: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Interactie tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zorgt voor eigentijdse onderwijsprogramma’s met toekomst en daarmee voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De plek waar deze kruisbestuiving plaatsvindt is een campus. Samenwerking op deze campussen tussen bedrijven en kennisinstellingen wordt gestimuleerd om de impact van deze campussen te vergroten. Dit vindt plaats binnen de aanpak van het Human Capital Akkoord ZuidHolland.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Versterken van een MBO-HBO campusecosysteem met als doel een goede aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en omgeving te realiseren, een intensieve samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te stimuleren en een leven lang ontwikkelen (LLO) aan te jagen; ● Economisch rendement van campussen versterken door kennisdeling op het gebied van governance, innovatie, productontwikkeling, verdienmodellen, internationalisering, subsidie en bereikbaarheid te stimuleren en meer centraal te stellen in de aanpak; ● Bekendheid vergroten van het campusecosysteem, zodat bedrijven campussen regionaal actiever opzoeken en participeren in innovatie, onderwijsvernieuwing en LLO. ●
30
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
2.3.1.3 Doelstelling: Goede digitale connectiviteit Goede digitale connectiviteit is een belangrijke economische vestigingsvoorwaarde. Onze regio scoort hier tot nu toe goed op in vergelijking met andere Europese regio’s: 98% van de adressen in Zuid-Holland beschikt over ‘snel internet’. Deze positie willen we behouden en verbeteren. Daarom werken we aan de digitale bereikbaarheid van onze regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Onderhouden van het kennisnetwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de digitale connectiviteit in de metropoolregio. Dit doen we door de kennis van de twee grote steden te delen met de andere 21 gemeenten en ze te helpen om deze kennis in te zetten, bijvoorbeeld voor het harmoniseren van de gemeentelijke regelgeving en het gemeentelijke beleid, zodat tempo gemaakt kan worden bij de aanleg van communicatienetwerken zoals glasvezel en 5G. Binnen het kennisnetwerk zorgen we ervoor dat bij de uitrol van 5G de zorgen die er in de samenleving zijn aandacht krijgen. ● Verbinden van experimenteerlocaties digitalisering en 5G, zoals het Delft on Internet of Things fieldlab, het Living Lab Scheveningen en het Living Lab Sensible Sensor Reyeroord. Hier bieden we ruimte voor bedrijven om te innoveren rond diverse maatschappelijke vragen. Digitalisering verbinden we met andere campussen rond innovatie in industrie, de zorg en agrologistiek. Tenslotte zorgen we ook dat resultaten uit deze projecten regionaal toegepast kunnen worden. ●
2.3.1.4 Doelstelling: Ruimte om te werken Ondernemers willen de beste plek voor hun onderneming. Hoe kunnen we hen dan winnen voor de metropoolregio? Aan welke ruimte is behoefte? Aan de hand van dit soort vragen brengt de MRDH advies uit aan gemeenten over ontwikkelingen op bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden. Waar mogelijk biedt de MRDH ondersteuning bij ontwikkelplannen van gemeenten. De provincie Zuid-Holland heeft de uiteindelijke bevoegdheid om bestemmingsplannen met ontwikkeling van nieuwe en bestaande werklocaties te aanvaarden. Samen met de provincie Zuid-Holland werken we vervolgens aan het realiseren van gebieden waar wonen en werken gecombineerd zijn. De vraag hiernaar wordt steeds groter. We richten ons hierbij op zowel grootstedelijke locaties, als op meer landelijke locaties in de metropoolregio. De focus ligt op de werklocaties met grote regionale impact.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties: we zorgen voor regionale afstemming, bijvoorbeeld op het gebied van Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden terreinen, gebiedsvisies en transformatieopgaven. ● We werken gebiedsgericht aan werklocaties van regionaal belang, onder meer door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen. ● We werken verder aan de aanpak voor Next Economy bedrijventerreinen, waarbij langs een aantal inhoudelijke aandachtsgebieden (mobiliteit/CO2, energie, circulariteit, informatie, personeel, financieringsvraagstukken) externe expertise en projectbijdragen beschikbaar worden gesteld voor ●
31
kleinere en grotere opgaven. Het aandachtsveld Energie is daarbij de praktische uitwerking van de Regionale Energie Strategie op bedrijventerreinen.
2.3.1.5 Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Onze regio heeft veel te bieden: mooie en grote binnensteden, talloze historische dorps- en stadskernen, afwisselende polderlandschappen en kilometers duin, strand en zee. De kunst is om meer bezoekers daarvan te laten genieten en tegelijkertijd de rust en ruimte te behouden. Bereikbaarheid is belangrijk, net als bekendheid van de gebieden. Vrijetijdseconomie draagt bij aan de economische positie van de metropoolregio door onder andere een toegevoegde waarde te leveren aan de werkgelegenheid, aan het imago van de gemeenten met hun iconen en bijzondere plekken, aan voorzieningen als wandel- en fietspaden, aan winkels en aan horeca. In de metropoolregio Rotterdam Den Haag trekken de gemeenten samen op en delen kennis op het gebied van vrijetijdseconomie. Op basis van de sfeergebiedeninventarisatie die in 2020 en 2021 heeft plaatsgevonden ondersteunt de MRDH de gemeenten bij hun activiteiten.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Ondersteunen van gemeenten die werken aan de kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie. ● Opnemen van groene en blauwe kwaliteit in de integrale ontwikkelplannen voor verstedelijking. ● Zorgen voor verbinding / informatiedeling tussen het regionale netwerk Vrijetijdseconomie en de Bestuurlijke Tafel Groen Blauwe Leefomgeving. ● Faciliteren en ondersteunen van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie. ●
2.3.1.6 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties We willen bijdragen aan de gebalanceerde ontwikkeling van woon-en werklocaties nabij het OV. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling en werklocaties.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie. We zoeken hier samen met partners naar mogelijkheden voor het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie. ● Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde locaties. Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station LansingerlandZoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. In deze integrale plannen dient groene en blauwe kwaliteit opgenomen te worden (zie de doelstelling ‘Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor’). ●
32
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
2.3.1.7 Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Met de juiste kennis en ervaring is een versnelling van de energietransitie mogelijk. Kennisdeling is dan ook een belangrijke succesfactor. Dit geldt bijvoorbeeld voor het delen van kennis over verduurzaming van kantoren- en bedrijventerreinen. Of over energiezuinige mobiliteitsoplossingen voor een wagenpark. Het energienetwerk van de 23 gemeenten is het ideale platform om kennis te delen en inspiratie op te doen, maar ook om afstemming te organiseren over de Regionale Energie Strategie.
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? ●
Bieden van ondersteuning aan het netwerk van gemeenten dat werkt aan de energietransitie.
2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3
Economisch Vestigingsklimaat
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Subtotaal programmakosten
2.755.131
4.022.798
4.299.539
4.299.539
4.299.539
4.299.539
Subsidie InnovationQuarter
873.192
872.500
0
0
0
0
Subsidie YES!Delft
166.250
285.000
118.750
0
0
0
Subtotaal directe kosten
779.171
975.886
967.426
967.426
967.426
967.426
4.573.744
6.156.184
5.385.715
5.266.965
5.266.965
5.266.965
4.991.673
5.084.618
5.229.465
5.229.465
5.229.465
5.229.465
Bijdragen gemeenten
37.594
37.500
37.500
37.500
37.500
37.500
Bijdragen EU
6.156
0
0
0
0
0
Totaal baten
5.035.423
5.122.118
5.266.965
5.266.965
5.266.965
5.266.965
Saldo van baten en lasten
461.679
-1.034.066
-118.750
0
0
0
119.926
1.034.066
118.750
0
0
0
Lasten
personeel Totaal lasten Baten Inwonerbijdrage
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Toevoeging aan Egalisatiereserve EV1) Resultaat 1)
581.605 0
0
0
0
0
0
Inclusief voorstel resultaatbestemming
33
Toelichting financiën De begroting 2022 bestaat voor € 4.299.539 uit programmakosten en voor € 967.426 uit directe kosten personeel. Daarnaast is de jaarschijf 2022 van de begrotingspost subsidie aan YES!Delft opgenomen. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert binnen deze kaders de begroting uit en verantwoordt zich hierover.
Programmakosten De programmakosten van € 4.299.539 bestaan uit de volgende onderdelen: ● cofinanciering beschikbaar stellen aan gemeenten voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting, heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat deze bevoegdheid. ● de samenwerkingsafspraken met InnovationQuarter worden hieruit bekostigd; ● projectontwikkeling voor het realiseren van de programmadoelstellingen. ● programma-overstijgende opgaven, waaronder: ● regioverkenning: jaarlijkse actualisering van een regionale dataset op het gebied van economie en verkeer en vervoer; ● ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid. Deze programma-overstijgende ondersteuning komt - in lijn met de door te belasten apparaatslasten voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU middelen. Subsidie YES!Delft Het algemeen bestuur heeft op 10 juli 2020 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2020 tot juni 2022 van € 570.000. Het programma is een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen in dit programma. Opbrengsten voor de gemeenten van dit programma zijn (schaalbare) oplossingen die voor gemeenten besparingen opleveren of verbetering van de leefomgeving van de inwoners. Daarnaast draagt het programma bij aan het versterken van het startup-netwerk binnen de gemeenten en groeit kennis/netwerk over de wijze waarop gemeenten startups beter kunnen bedienen. De subsidie loopt nog 5 maanden in 2022, daarom wordt 5/24 deel ter begroting gebracht.
Directe kosten personeel Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2021 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2022) naar € 2,77 per inwoner. Voor 2022 is dat een totaalbedrag van € 6.648.448.
34
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
Van die € 2,77 per inwoner wordt maximaal € 1,17 ingezet voor de dekking van de apparaatslasten. De resterende € 1,60 wordt ingezet voor de bekostiging van de programmaopgaven en de gemeentelijke projecten ter versterking van het economisch vestigingsklimaat. Van de totale inwonerbijdrage van € 6.648.448, wordt € 1.418.983 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2). Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 5.229.465 verantwoord ter dekking van de directe kosten van het personeel en het programmabudget, voor zover niet gedekt door aanvullende bijdragen.
Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft het gemeentelijke aandeel in de licentieovereenkomst met Locatus. De MRDH heeft een licentieovereenkomst met Locatus voor het gebruiksrecht van databestanden. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting. Onttrekking aan Egalisatiereserve EV De begrotingspost subsidie aan YES!Delft komt voor de jaarschijven 2021 en 2022 ten laste van de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat. Zie verder de eerdere toelichting onder het kopje Subsidie YES!Delft.
35
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. Financiering
Brede Doeluitkering Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een conform de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer vastgesteld deel van de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. In onderstaande tabel zijn de geraamde te ontvangen jaarbedragen binnen de kaders van deze begroting opgenomen op prijspeil 2021: BDU-inkomsten
bedragen in euro’s
2020
2021
2022
2023
2024
2025
524.516.277
535.105.696
533.531.530
542.124.902
546.330.975
525.264.648
Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan toe te rekenen overhead wordt bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner op basis van het door het CBS vastgestelde inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2022 € 2,77. Daarvan mag maximaal € 1,17 worden besteed aan de bekostiging van apparaatslasten (Kadernota MRDH begroting 2022). De totale bijdrage voor 2022 is geraamd op € 6.648.448. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen. Financiering De opbrengsten van de financieringsfunctie worden uitsluitend bepaald door de financiering ten behoeve van de OV-bedrijven, aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast wordt aan deze OV-bedrijven een markt conformiteitsopslag in rekening gebracht, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve financieringen en daarna uitsluitend beschikbaar is voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
36
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
3.2 Overhead De overhead dient, conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart te worden weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel de personele- als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead van de commissie BBV bestaat overhead in ieder geval uit de volgende functies: 1. Hiërarchisch leidinggevenden; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O / HRM; 4. Inkoop; 5. Interne en externe communicatie (niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken); 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuurs ondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering; 9. Facilitaire zaken en Huisvesting; 10. DIV; 11. Managementondersteuning.
Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: Alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; ● Overig management: secretaris-algemeen directeur, manager Economisch Vestigingsklimaat, manager Openbaar Vervoer en manager Verkeer; ● Overig secretarieel: secretariaat Economisch Vestigingsklimaat, secretariaat afdeling Verkeer en secretariaat afdeling Openbaar Vervoer. ●
Zie voor een toelichting op de organisatie van de MRDH hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het niet toerekenen van de overhead aan de programma’s betekent niet dat de financiële dekking verandert. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De overhead wordt nog steeds betaald uit de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De salariskosten van alle medewerkers - dus inclusief management en secretariaat - van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De salariskosten - dus inclusief management en secretariaat - van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage EV. Net als in de Begroting 2021 wordt het relatieve formatiebudget van het primaire proces gebruikt om de salariskosten van de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening en de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten - dus overhead - door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De verhouding van het relatieve formatiebudget is 20% Economisch Vestigingsklimaat versus 80% Verkeer en Openbaar Vervoer.
20% van deze kosten komt daarmee ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% van deze kosten komt ten laste van de rijksmiddelen BDU.
37
Nadat inmiddels ruim een jaar gewerkt is vanuit een nieuwe topstructuur waarbij de directies zijn komen te vervallen en de secretaris-algemeen directeur leiding geeft aan alle managers, wordt deze verdeelsleutel geharmoniseerd met de verdeelsleutel van de bovengenoemde stafkosten. Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead: Overhead
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Personele overhead Va
3.020.474
2.861.983
2.837.181
2.837.181
2.837.181
2.837.181
Materiële overhead Va
1.832.622
2.400.800
2.439.200
2.439.200
2.439.200
2.439.200
4.853.096
5.262.783
5.276.381
5.276.381
5.276.381
5.276.381
Personele overhead EV
899.857
816.257
809.183
809.183
809.183
809.183
Materiële overhead EV
458.156
600.200
609.800
609.800
609.800
609.800
1.358.013
1.416.457
1.418.983
1.418.983
1.418.983
1.418.983
6.211.109
6.679.240
6.695.364
6.695.364
6.695.364
6.695.364
Lasten
Totaal lasten overhead
Dekkingsbronnen overhead
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking fonds BDU
4.818.613
5.262.783
5.276.381
5.276.381
5.276.381
5.276.381
Inwonerbijdrage EV
1.349.392
1.416.457
1.418.983
1.418.983
1.418.983
1.418.983
6.168.005
6.679.240
6.695.364
6.695.364
6.695.364
6.695.364
-43.104
0
0
0
0
0
43.104
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal dekkingsbronnen overhead Resultaat voor reservemutaties Onttrekking reserve Interne kwaliteitsverhoging Resultaat
De stijging van de overheadkosten in de begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021 bestaat uit de (geschatte) cao stijging van de salarissen en indexatie van de materiële apparaatslasten (huur etc.). Tussen de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat is de verhouding ten opzichte van 2020 licht veranderd als gevolg van het harmoniseren van de verdeelsleutel van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur met de overige stafkosten.
38
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
De totale apparaatslasten (overhead en directe personele lasten) worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofstuk 4.5).
3.3 Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘treasuryfunctie’2) (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden is ervoor gekozen om te lenen bij de MRDH.
Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de treasuryfunctie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft dan ook bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Inmiddels zijn de aanslagen voor de jaren 2016 tot en met 2019 ontvangen en betaald. Ter voorkoming van het oplopen van de belastingrente neemt de MRDH met ingang van het jaar 2018 de betreffende bedragen reeds in de aangifte op en betaalt de aanslagen die daarop volgen. Zoals aangegeven zal steeds bezwaar worden aangetekend.
2) Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen.
39
Hoofdstuk 4 Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie.
Desondanks is er wel sprake van een omvangrijke financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. De financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. Het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen.
Financiering railinvesteringen Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. Bussenleningen Het algemeen bestuur van de MRDH heeft na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
40
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Samengevat wordt de financieringsbehoefte van de MRDH bepaald door de overgenomen financiering van de railinvesteringen en de financiering van de bussen, voor zover hiervoor door de MRDH leningen zullen worden aangetrokken. In onderstaand overzicht is de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar opgenomen: Financieringsbehoefte
bedragen in euro’s
Voorlopige
OV-bedrijven Overbesteding Totalen per jaar
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1.126.493.382
1.178.175.094
1.189.430.140
1.228.505.186
1.294.016.898
1.371.692.781
0
0
0
0
0
0
1.126.493.382 1.178.175.094 1.189.430.140 1.228.505.186 1.294.016.898 1.371.692.781
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Lasten Rente OV-bedrijven
13.123.831
12.163.990
10.376.558
9.467.143
8.759.466
8.179.631
Rente overbesteding
0
0
0
0
0
0
13.123.831
12.163.990
10.376.558
9.467.143
8.759.466
8.179.631
Rente OV-bedrijven
13.123.000
12.171.183
10.376.558
9.467.143
8.759.466
8.179.631
Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven
7.764.409
7.644.703
7.256.143
7.383.115
7.676.439
8.096.246
Totaal
Baten
Te activeren rente overbesteding
0
0
0
0
0
0
Totaal
20.887.409
19.815.886
17.632.701
16.850.258
16.435.905
16.275.878
Resultaat voor reservemutaties
-7.763.578
-7.651.896
-7.256.143
-7.383.115
-7.676.439
-8.096.246
Dotatie risicoreserve financieringen
7.764.409
1.126.723
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
831
-6.525.173
-7.256.143
-5.306.211
-6.497.359
-93.487
Netto resultaat
41
Kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de rente risiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant. De renterisiconorm bedraagt voor 2022 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 117,1 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm: Renterisiconorm en renterisico’s 2022-2025
bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
-
-
-
-
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
-
-
-
-
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
-
-
-
-
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
-
-
-
-
3b. Nieuwe verstrekte lange leningen
-
-
-
-
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
-
-
-
-
5. Betaalde aflossingen
118.743
114.589
114.819
115.187
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
-
-
-
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-
-
-
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal
585.710
564.273
542.177
498.793
9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
20%
20%
20%
20%
10. Renterisiconorm (8 x 9)
117.142
112.855
108.435
99.759
117.142
112.855
108.435
99.759
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld
-
-
-
-
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
117.142
112.855
108.435
99.759
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2022 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en kan daarmee worden berekend op een bedrag van € 48 miljoen. Naar verwachting wordt in 2022 aan deze norm voldaan:
42
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
Kasgeldlimiet 2022
bedragen x € 1.000
kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
Contante gelden in kas
-
-
-
-
Tegoeden in rekening courant
107.960
122.538
177.594
171.496
Omvang korte schuld
Vlottende middelen
Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen
107.960
122.538
177.594
171.496
Totaal netto vlottende schuld
107.960
122.538
177.594
171.496
Toegestande kasgeldlimiet
48.028
48.028
48.028
48.028
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
155.988
170.566
225.622
219.524
Toets kasgeldlimiet
Begrotingstotaal 585.710 Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
8,20%
Kasgeldlimiet 48.028
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er tot en met de begroting 2021 drie verbonden partijen: HTM personen vervoer N.V., de RET N.V. en De Verkeersonderneming. Het jaar 2021 is het laatste jaar dat De Verkeersonderneming in zijn huidige vorm zal bestaan.
In het transitiejaar 2021 wordt gewerkt aan de oprichting van een nieuwe samenwerkingsorganisatie, onder de werktitel Zuid-Holland bereikbaar.
43
Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met daarbij Havenbedrijf Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de huidige samenwerking tussen de partners, vanuit de bestaande uitvoeringsorganisaties Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. De definitieve keuze voor organisatie- en rechtsvorm van de nieuwe samenwerkingsorganisatie ZuidHolland bereikbaar en besluitvorming over oprichting zal in 2021 worden geagendeerd. Hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de naamloze vennootschappen HTM en de RET. Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 91.868.126
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 459.222.369
Financieel resultaat
Over 2019: € 3.919.927
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 159.645.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 178.407.000
Financieel resultaat
Over 2019: € 5.828.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
44
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan.
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: ● risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); ● risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen euro (apparaatslasten EV begroting 2016) benodigd is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. De apparaatslasten voor het programma Economisch Vestigingsklimaat bedragen in deze begroting € 2,39 miljoen. 1/23 deel daarvan komt neer op een bedrag van circa € 104.000. Per 31 december 2019 is nog weerstandcapaciteit beschikbaar in de vorm van een post onvoorzien binnen de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat voor een bedrag van € 66.000.
In de tussentijd wordt geen aanpassing van de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat voorgesteld.
45
bedragen in euro’s
Weerstandsvermogen-ratio begroting 2022 Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat
166.000
Benodigde weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat
104.000
Weerstandsvermogen ratio
(ruim voldoende) 1,6
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, heeft de MRDH in december 2016 de verantwoordelijkheid voor de financiering van de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel naar behoren af te dekken.
Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook heeft het algemeen bestuur van de MRDH na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2021 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 30 miljoen.
Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 27 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten
46
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Financiering aan HTM, RET en EBS
1.126.493.382
1.178.175.094
1.189.430.140
1.228.505.186
1.294.016.898
1.371.692.781
Boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.477.576.001
1.439.971.008
1.384.166.914
1.330.836.747
1.408.949.386
1.374.551.528
35%
35%
35%
35%
35%
0
Effect
481.229.065
451.956.178
423.328.340
394.762.802
366.619.714
366.619.714
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
960.424.401
935.981.155
899.708.494
865.043.886
915.817.101
893.458.493
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
363.461.300
378.199.797
478.234.287
Economische waarde lager dan balanswaarde (%)
166.068.981
242.193.939
289.721.646
Inschatting risico
Laag
Laag
Laag
Laag
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
13.285.518
19.375.515
23.177.732
29.076.904
30.255.984
38.258.743
Netto/gewogen risico (ondergrens € 27 miljoen)
27.000.000
27.000.000
27.000.000
29.076.904
30.255.984
38.258.743
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
18.108.868
25.873.277
27.000.000
27.000.000
29.076.904
30.255.984
In rekening gebrachte marktconformiteitsopslag per jaar
7.764.409
7.644.703
7.256.143
7.383.115
7.676.439
8.096.246
Toevoeging opslag aan risicoreserve
7.764.409
1.126.723
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
1.126.723
0
0
0
0
0
0
6.517.980
7.256.143
5.306.211
6.497.359
93.487
Beschikbaar voor exploitatie
Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2021 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. bedragen in euro’s
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2022 Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven
27.000.000
Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven
27.000.000
Weerstandsvermogen ratio
(voldoende) 1
47
Vennootschapsbelasting Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio.
Zoals ook verwoord in de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen zal dan worden gekeken of binnen de wettelijke begrotingskaders de resterende BDU-middelen aangesproken kunnen worden. Indien dat onvoldoende mogelijk is, kan het bestuur besluiten om andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen te verlagen en/of te vertragen. De in enig jaar nog niet bestede rijksbijdrage BDU betreft vreemd vermogen en van deze middelen kan geen reservevorming plaatsvinden. Er kan daarom geen weerstandsvermogen van deze middelen worden opgebouwd, omdat er geen sprake is van eigen vermogen.
Overbesteding Het IPVa geeft inzicht in de jaarlijkse stand van zaken van de infrastructurele projecten. Jaarlijks wordt in de begroting een meerjarige doorkijk opgenomen. Binnen deze meerjarige doorkijk kan er sprake zijn van overbesteding. Daardoor kan het saldo in enig jaar onder nul dalen. Dit is toegestaan, maar altijd met de restrictie dat er na een periode van maximaal drie achtereenvolgende begrotingsjaren weer een positief saldo ontstaat in het daaropvolgende begrotingsjaar. Dit beleid sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. Overbesteding is in deze begroting niet aan de orde.
Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of resultatenrekening. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de begroting te worden opgenomen:
48
MRDH
●
Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!
Kengetallen
in %
Voorlopige
Netto schuldquote
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
148,9
152,6
198,1
211,4
232,1
262,6
-3,9
-3,9
-5,0
-5,5
-6,0
-8,1
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
2,0
2,1
2,1
2,2
2,2
2,5
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
2,1
0,3
0,0
0,7
0,4
3,2
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
49
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a. Maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor zowel de activa met economisch nut als de activa met maatschappelijk nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.