Bijlage Monitor Inburgering MVS 2024
Tekst van het document
Monitor inburgering MVS 2024
Monitor Inburgering 2024 Maassluis - Vlaardingen - Schiedam
- 0-
Monitor inburgering MVS 2024
Inhoud 1
2
3
4
5
Inleiding................................................................................................................................. 2 1.1
Aanleiding ......................................................................................................................................................2
1.2
Onderzoeksverantwoording.........................................................................................................................2
1.3
Leeswijzer ......................................................................................................................................................3
Inburgering in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam ...................................................................... 4 2.1
Wettelijk kader..............................................................................................................................................4
2.2
Inrichting inburgeringsstelsel .......................................................................................................................4
2.3
Doelstelling....................................................................................................................................................5
2.4
Algemeen uitgangspunt en ambities ...........................................................................................................5
Inburgeringsproces in cijfers...................................................................................................... 7 3.1
Wie moet inburgeren? ..............................................................................................................................7
3.2
Aantal actieve inburgeraars .........................................................................................................................7
3.3
Voortgang ......................................................................................................................................................8
3.4
Plan Inburgering en Participatie (PIP)....................................................................................................... 11
3.5
Participatie in de maatschappij................................................................................................................. 12
3.6
Taalvaardigheid .......................................................................................................................................... 12
3.7
Zelfredzaamheid......................................................................................................................................... 13
3.8
Geslaagden ................................................................................................................................................. 14
Tevredenheid inburgeraars ......................................................................................................15 4.1
Tevredenheid met het leren over Nederlandse normen en waarden ................................................... 15
4.2
Thuis voelen in de eigen woonplaats ....................................................................................................... 17
4.3
Tevredenheid met eigen taalniveau ......................................................................................................... 18
4.4
Tevredenheid met eigen dagbesteding .................................................................................................... 20
4.5
Tevredenheid met eigen sociale contacten ............................................................................................. 22
4.6
Tevredenheid met arbeidsmarkt en werkcultuur ................................................................................ 23
4.7
Tevredenheid met eigen g eldzaken ..................................................................................................... 25
4.8
Tevredenheid met de ondersteuning tijdens het inburgeringstraject ................................................... 26
Conclusies .............................................................................................................................28
- 1-
Monitor inburgering MVS 2024
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeenteraden van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben verzocht inzicht te verkrijgen in de vervulling van de gemeentelijke taken rondom inburgering. Het doel van de monitor is om inzicht te geven in de stand van zaken met betrekking tot de inburgeringsdoelen en ambities van de MVS-gemeenten. De monitor dient dan ook niet als sturingsinstrument, maar als jaarlijkse informatiebron. Dit is de vierde monitor die is opgesteld en wordt aangeboden, waarbij de eerste rapportage uit 2022 een startdocument betrof. Elke opvolgende monitor is aangepast om enerzijds tegemoet te komen aan de wensen van de drie opdrachtgevende gemeenten en gemeenteraden en anderzijds vanwege de verschuiving van de aandelen betrokkenen van de oude wet naar de nieuwe wet. Bovendien is ook het informatiemanagement continu in beweging. Door de ontwikkeling van de mogelijkheden op dit vlak is steeds meer informatie te extraheren en daarmee meer inzicht te bieden. De resultaten van deze monitor richten zich enkel op inburgeraars onder de Wet inburgering 2021, waarbij het ten minste drie jaar duurt om een inburgeringstraject te doorlopen. In deze monitor wordt stilgestaan bij 4 aspecten van het inburgeringsproces: de kenmerken van actieve inburgeraars, de voortgang die inburgeraars boeken, het resultaat van inburgering na drie jaar en de tevredenheid van inburgeraars.
1.2 Onderzoeksverantwoording Voor het opstellen van deze rapportage is geput uit verschillende bronnen, zoals een vragenlijst onder inburgeraars en diverse bronnen van binnen en buiten de gemeentelijke organisaties. Hierbij kan gedacht worden aan DUO, data van Stroomopwaarts, data van de partners en een tevredenheidsmeting onder de inburgeraars. De informatie uit deze bronnen is door medewerkers van het Kenniscentrum geanalyseerd en van een nadere duiding voorzien. Hieronder worden de bronnen in meer detail toegelicht.
Vragenlijst onder inburgeraars Informatie over de ervaringen van inburgeraars is gebaseerd op een korte vragenlijst onder actieve inburgeraars in april 2025 met startjaar 2022, 2023 en 2024. De uitnodiging om de vragenlijst in te vullen is via Stroomopwaarts per email onder de inburgeraars verspreid. Op deze wijze is aan de inburgeraars de gelegenheid geboden om de vragenlijst anoniem in te vullen. Het stond de inburgeraars vanzelfsprekend vrij om de vragenlijst wel of niet in te vullen. De vragenlijst is in de eerste helft van mei 2025 onder 536 inburgeraars verspreid. Van hen hebben 117 de vragenlijst via internet ingevuld. Daarmee komt de respons uit op 22%.
- 2-
Monitor inburgering MVS 2024
Overige bronnen Andere informatie in deze monitor, zoals gegevens over het aantal inburgeraars, zijn afkomstig van diverse instanties en organisaties, waaronder de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), Stroomopwaarts en de drie gemeenten. Deze informatie is ten opzichte van voorgaande monitors geactualiseerd en heeft betrekking op het jaar 2024.
1.3 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt het kader besproken waarbinnen de inburgering plaatsvindt. Hoofdstuk 3 gaat nader in op het inburgeringsproces. Hierin komen de aantallen inburgeraars per gemeente en type aan de orde, de door hen geboekte voortgang en de mate waarin zij participeren op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Hoofdstuk 4 staat stil bij de tevredenheid van de inburgeraars zelf over het aangeboden proces. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies te vinden.
- 3-
Monitor inburgering MVS 2024
2 Inburgering in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam In de praktijk worden termen als inburgeraar, vluchteling, migrant en nieuwkomer vaak door elkaar gebruikt. Toch maakt de wet Inburgering 2021 een duidelijk onderscheid tussen deze verschillende groepen migranten, waarbij niet alle groepen verplicht zijn om in te burgeren. Voor dit onderzoek is het belangrijk om deze groepen scherp te definiëren, omdat hun rechten, plichten en ondersteuningsbehoeften sterk kunnen verschillen. We onderscheiden in dit hoofdstuk drie hoofdgroepen: statushouders (ook wel asielmigranten genoemd), gezinsmigranten en overige migranten. Statushouders of asielmigranten zijn personen die in Nederland asiel hebben aangevraagd en een verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij vallen automatisch onder de inburgeringsplicht. Tot deze groep behoren ook zogeheten nareizigers: familieleden van statushouders (zoals partners of kinderen) die op basis van gezinshereniging naar Nederland komen. Ook zij worden volgens de wet behandeld als statushouder en hebben dus recht op een gemeentelijk inburgeringstraject met brede ondersteuning, inclusief taallessen, begeleiding richting werk en maatschappelijke participatie. Gezinsmigranten komen naar Nederland om bij hun partner te gaan wonen, die al in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning heeft.
Anders dan statushouders zijn gezinsmigranten zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Vaak hebben zij al in het land van herkomst voorbereidingen getroffen, zoals het behalen van het Basisexamen Inburgering. Zij starten hun traject dus meestal met een zekere basiskennis van de Nederlandse taal en cultuur. Overige migranten zijn bijvoorbeeld arbeidsmigranten, studenten of kennismigranten van buiten de Europese Unie. In principe zijn zij niet inburgeringsplichtig. Pas als zij voor langere tijd in Nederland blijven en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aanvragen, kunnen zij onder de inburgeringsplicht vallen. Het onderscheid tussen deze groepen is van groot belang voor het interpreteren van de onderzoeksresultaten. De achtergrond, motivatie en startpositie van inburgeraars kunnen sterk variëren, wat van invloed is op hun inburgeringsproces en de ondersteuning die zij nodig hebben.
2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor inburgering wordt vanaf 1 januari 2022 gevormd door de Wet inburgering 2021. Met deze wetswijziging kwam de regie op de uitvoering van inburgeringstaken bij de gemeenten te liggen. Het doel van de wet is dat inburgeringsplichtigen zo snel en goed mogelijk de Nederlandse taal leren en zo snel mogelijk in de Nederlandse samenleving participeren, het liefst met betaald werk. De MVS-gemeenten besloten daarbij hun beleidsregie te behouden en de uitvoeringsregie bij Stroomopwaarts neer te leggen.
2.2 Inrichting inburgeringsstelsel De MVS-gemeenten werken vanaf 2021 met een nieuw inburgeringsstelsel, waarbij inburgeraars begeleid worden vanuit een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Daarbij vinden MVSgemeenten het belangrijk dat partners in de uitvoering tevreden zijn over de (samen)werking. - 4-
Monitor inburgering MVS 2024
2.3 Doelstelling De wetswijziging inburgering 2021 heeft als doel om inburgeraars zo snel mogelijk te laten participeren in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. De MVS-gemeenten en Stroomopwaarts geven uitvoering aan deze wet door nieuwkomers op weg te helpen om aan hun inburgeringsplicht te voldoen en bekend te raken met hun nieuwe woonplaats. Zij krijgen ondersteuning bij het leren van de Nederlandse taal, het bereiken van (financiële) zelfredzaamheid en de toeleiding naar participatie-activiteiten en (vrijwilligers)werk. Vanuit een PIP wordt begeleiding op maat geboden (zie onderstaande illustratie).
2.4 Algemeen uitgangspunt en ambities Intensieve ondersteuning van inburgeraars is noodzakelijk. Inburgeraars die dit kunnen, participeren snel in het arbeidsproces. Inburgeraars die dit (nog) niet kunnen, krijgen meer tijd om duurzaam in te burgeren. Snelle arbeidsparticipatie is een doel, met de menselijke maat als uitgangspunt. Hiernaast hebben de MVS-gemeenten een aantal (aanvullende) ambities geformuleerd, waaronder: 1. De inburgeraar staat centraal, de begeleiding is dichtbij en op maat Van belang is dat de inburgeraar tijdens het traject één duidelijk aanspreekpunt heeft, waarmee een vertrouwensband ontstaat. Binnen Stroomopwaarts heeft de casemanager de regie. De casemanager stelt samen met de inburgeraar een PIP op en heeft daarbij aandacht voor alle leefgebieden. Daarbij monitort de casemanager de voortgang gedurende het traject en stuurt bij waar nodig. Een coach van Stroomopwaarts helpt de inburgeraar bij praktische hulpvragen. Deze coach is ervaringsdeskundige, kent de cultuur van de inburgeraar en spreekt dezelfde taal. De casemanager en coach werken als eenheid samen. Zij werken beiden op cultuursensitieve wijze. - 5-
Monitor inburgering MVS 2024
2. De basis is op orde Aandacht voor fysieke en mentale gezondheid is van belang voor het bevorderen van (arbeids)participatie. Voor een goed inburgeringstraject is het noodzakelijk dat de basis op orde is. Indien er sprake is van een knelpunt, wordt er gewerkt aan een oplossing. 3. Er is aandacht voor het groeipad van de inburgeraar De verwachting is dat inburgeraars in de beginfase van hun traject meer begeleiding nodig hebben en nog niet alle verantwoordelijkheden zelfstandig kunnen dragen (denk bijvoorbeeld aan de periode van financiële ontzorging). Naarmate zij verder komen in het traject, neemt de intensiteit van de begeleiding af en nemen de eigen verantwoordelijkheden toe. Iedereen is anders, er is aandacht voor het individuele groeipad van de inburgeraar. 4. Er is sprake van een samenhangend (lokaal) netwerk De inburgeraar heeft een doorlopende lijn in ondersteuning nodig. De (lokale) netwerkpartners zijn onderling verbonden en werken nauw met elkaar samen. Deze samenhang betreft ook de formele en non-formele ondersteuning, waaronder bijvoorbeeld de inzet van vrijwilligers. Stroomopwaarts heeft in elke gemeente een ‘Steunpunt Inburgering’. Het Steunpunt is in eerste instantie een informatieen adviespunt voor alle inburgeraars, is laagdrempelig en lokaal bekend. Inburgeraars worden direct geholpen, anders vindt er gerichte doorverwijzing plaats.
Gesprekken met de casemanager en coach worden vooral op de steunpunten gevoerd. Daarnaast vinden hier netwerkoverleggen plaats en wordt casuïstiek besproken in multidisciplinaire overleggen.
- 6-
Monitor inburgering MVS 2024
3 Het inburgeringsproces in cijfers In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende kenmerken van de inburgeraars in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam en diverse aspecten van het traject dat zij afleggen.
3.1 Wie moet inburgeren? Jaarlijks komen er veel mensen naar Nederland, maar slechts een klein deel van hen is verplicht om in te burgeren. Gemiddeld gaat het om zo’n 20.000 personen per jaar. Dat is ongeveer tien procent van alle niet-Nederlanders die zich hier jaarlijks vestigen. Het grootste deel van de nieuwkomers valt dus buiten de inburgeringsplicht. Denk bijvoorbeeld aan migranten uit andere EU-landen, internationale studenten of arbeidsmigranten van buiten de EU. Zij mogen hier wonen en werken zonder dat ze een inburgeringstraject hoeven te volgen. De inburgeringsplicht geldt wél voor drie specifieke groepen, zoals eerder toegelicht in hoofdstuk 2. Van alle mensen die jaarlijks moeten inburgeren is ongeveer twee derde statushouder en bijna een derde gezinsmigrant. De groep overige migranten is relatief klein. Sinds de invoering van de Wet Inburgering 2021 verloopt het inburgeringstraject via een meer persoonlijke aanpak. Iedereen die moet inburgeren start met een brede intake, waarbij wordt gekeken naar iemands achtergrond, taalniveau, werkervaring en leervermogen. Op basis daarvan wordt een PIP opgesteld. In dit plan staat welke van de drie leerroutes gevolgd worden:
De B1-route, gericht op het leren van de Nederlandse taal tot niveau B1, vaak gecombineerd met (vrijwilligers)werk of participatieactiviteiten;
De onderwijsroute, bedoeld voor jongeren of hogeropgeleiden die een vervolgopleiding willen doen binnen het regulier Nederlands onderwijssysteem;
De zelfredzaamheidsroute / Z-route, voor mensen bij wie wordt vastgesteld dat zij – bijvoorbeeld vanwege leerbeperkingen of andere belemmeringen – het B1-niveau waarschijnlijk niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar kunnen halen. Deze route is gericht op praktische taalvaardigheid en meedoen in de samenleving, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk of andere vormen van participatie.
Deze opzet biedt ruimte om beter aan te sluiten bij de verschillende achtergronden, vaardigheden en mogelijkheden van inburgeraars.
3.2 Aantal actieve inburgeraars In Figuur 3.1 wordt het aantal unieke inburgeraars per gemeente weergegeven dat actief is in de afgelopen jaren (per peiljaar). In deze tabel is ook te vinden of dit gezinsmigranten of statushouders betreft. Alleen inburgeraars die onder de nieuwe inburgeringswet vallen, zijn hierin meegenomen.
- 7-
Monitor inburgering MVS 2024
Figuur 3.1: Aantal actieve inburgeraars per gemeente per cohort (MVS) Maassluis Cohort
Vlaardingen
Schiedam
2022
2023
2024
2022
2023
2024
2022
2023
2024
Statushouder
18
50
90
23
92
160
33
82
114
Gezinsmigrant
12
35
55
39
104
153
51
141
184
Totaal
30
85
145
62
196
313
84
223
298
Voor het doorlopen van (en het slagen voor) het inburgeringstraject hebben de betrokkenen 3 jaar de tijd. Door de landelijke problemen op de woningmarkt ontstaat vaak vertraging aan de start van het traject. Mensen worden al ingeschreven bij een aan hen gekoppelde gemeente, terwijl zij nog in woonruimte van het COA verblijven. Andere redenen voor vertraging in het proces zijn onder andere zwangerschap of ziekte in het proces (bron: DUO en CBS). Derhalve is in figuur 3.2 het aantal actieve inburgeraars per jaar weergegeven Figuur 3.2: Aantal actieve inburgeraars per jaar per gemeente per route (MVS) Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Cohort
2022
2023
2024
2022
2023
2024
2022
2023
2024
B1-route
25
65
107
51
146
244
75
175
232
Onderwijsroute
-
1
4
2
7
10
1
4
7
Z-route
5
15
28
3
22
33
6
17
29
Geen leerroute
-
4
6
6
21
26
2
26
29
N.v.t.
-
-
-
-
-
-
-
1
1
totaal
30
85
145
62
196
313
84
223
298
3.3 Voortgang Omdat het inburgeringstraject voor het overgrote deel inburgeraars ten minste 3 jaar in beslag neemt, is het van belang om de voortgang te monitoren. De mensen die in 2022 onder de nieuwe wet zijn gestart, zouden theoretisch in 2025 geslaagd moeten zijn voor de inburgering. Dit is echter niet realistisch gebleken door de eerder genoemde door DUO geconstateerde oorzaken. Om de vordering van de inburgeraars gedurende het traject te volgen, wordt een aantal gegevens bijgehouden. Dit gebeurt zowel door DUO, Stroomopwaarts, als door de betrokken instanties. In deze paragraaf zijn de meest relevante gegevens uiteengezet.
Routes Taallessen Inburgeraars kunnen drie trajecten volgen om de Nederlandse taal op een passende manier onder de knie te krijgen. Traject 1 is de B1-route. Binnen deze route wordt onderwijs gegeven gericht op taalniveau A1, A2 en B1. De tweede route is de Zelfredzaamheids-/ Z-route; deze wordt aangeboden - 8-
Monitor inburgering MVS 2024 aan mensen die voorlopig niet in staat zijn om B1-niveau te halen. De derde route is de onderwijsroute, waarbij jongeren onder de 28 jaar worden voorbereid voor het regulier Nederlands onderwijsstelsel.
Verzuim In onderstaande grafieken zijn de verzuimpercentages van de taalcursussen in het voorgaande jaar te zien naar startjaar van het traject en naar woonplaats. Figuur 3.3: Gemiddeld relatief verzuim taalles in 2024 naar startjaar 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
30% 22%
22%
Percentage verzuim taalcursus 2022
2023
2024
Figuur 3.4: Gemiddeld relatief verzuim taalles in 2024 naar woonplaats 26% 25% 24% 23% 22% 21% 20% 19%
26% 24% 22% Percentage verzuim taalcursus Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Om de voortgang van de inburgeraars te monitoren wordt gebruikgemaakt van een stoplichtmodel. De resultaten worden elk kwartaal door de taalschool gerapporteerd. In onderstaand kader staan de criteria voor indeling van de cursisten in dit stoplichtmodel.
- 9-
Monitor inburgering MVS 2024
Voor opname in deze monitor zijn de gemiddelde aandelen groen en geel voor het jaar 2024 naar startjaar en naar woonplaats berekend en weergegeven in respectievelijk figuren 3.5 en 3.6. Dit wordt uitgedrukt met het begrip ‘’nooit-rood’’.
- 10 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 3.5: Gemiddelde aandelen nooit-rood in 2024 naar startjaar 70% 60% 50% 40% 61%
30% 20%
58%
38%
10% 0% Percentage verzuim taalcursus 2022
2023
2024
Figuur 3.6: Gemiddelde aandelen nooit-rood in 2024 naar woonplaats 70% 60% 50% 40%
30%
65%
54%
50%
20% 10% 0%
Percentage verzuim taalcursus Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
3.4 Plan Inburgering en Participatie (PIP) Binnen 10 weken na vestiging in de woonplaats behoren alle inburgeraars over een persoonlijk PIP te beschikken. In onderstaande grafieken zijn de aandelen inburgeraars te zien die binnen 10 weken een brede intake hebben gehad en waarmee in samenwerking een PIP is opgesteld per startjaar en per woonplaats naar type inburgeraar. NB: als de vestigingsdatum binnen 10 weken voor 1 januari plaatsvindt, ligt een PIP binnen het peiljaar niet voor de hand. Figuur 3.7: Aandelen PIP binnen 10 weken (per cohort, per gemeente, per type inburgeraar)
Statushouders Gezinsmigrant
Maassluis 2022 2023 100% 100% 100% 88%
2024 97% 92%
Vlaardingen 2022 2023 2024 90% 98% 93% 86% 86% 90%
Schiedam 2022 2023 2024 100% 100% 94% 94% 85% 89%
- 11 -
Monitor inburgering MVS 2024
3.5 Participatie in de maatschappij In deze paragraaf wordt de mate waarin actieve inburgeraars een bijdrage leveren en meedraaien in de maatschappij geanalyseerd. Aspecten als vrijwilligerswerk, betaald werk en/of het volgen van stages en opleidingen worden hierin meegenomen. Figuur 3.8: Aantal mensen dat in 2024 werkvorm heeft gevonden (per gemeente, per type inburgeraar)
Fulltime werk Parttime werk Vrijwilligerswerk Werkstage
Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant
Totaal
Maassluis 9 7 7 5 9 1 3 -
Vlaardingen 10 23 15 7 24 2 11 -
41
92
Schiedam 2 32 20 14 24 5 97
Totaal 21 62 42 26 57 3 19 230
Figuur 3.9: Aantal mensen dat in 2024 een opleiding is gaan volgen (per gemeente, per type inburgeraar)
Onderwijs
Statushouder Gezinsmigrant
Totaal
Maassluis 1 1
Vlaardingen -
Schiedam 1 1
Totaal 2 2
3.6 Taalvaardigheid Binnen de taalessen is het mogelijk om op verschillende niveaus Nederlands te leren. Het streven is hierbij het hoogst mogelijke taalniveau te behalen, met als voorkeursdoel taalniveau B1. Echter, naast inzet van de inburgeraar, spelen zaken als vooropleiding, de mate van alfabetisering, leeftijd, talent en de ‘afstand’ van de moedertaal tot het Nederlands (schrift, grammatica, woordvolgorde) een grote rol in de mogelijkheden die mensen hebben om zich het Nederlands snel eigen te maken. Van alle mensen die in 2024 Nederlands volgden op niveau B1, blijkt gemiddeld tussen 25% en 33% (deels) te moeten afschalen naar niveau A2. Dit aandeel is groter voor mensen die in de zogenaamde stoplichtrapportage al eens op oranje of rood terecht zijn gekomen. Hier is sprake van een wisselwerking. In grafiek 3.10 is de verdeling van de inburgeraars over de verschillende, aangeboden taalniveaus in kaart gebracht. Vanzelfsprekend is er sprake van een continue in- en uitstroom in de taallessen. Derhalve is ervoor gekozen de stand van zaken op 31 december 2024 weer te geven. 1
1
Zie ook alinea ‘Routes taallessen’ onder 3.3
- 12 -
Monitor inburgering MVS 2024
Figuur 3.10: Aandeel mensen per taalniveau op 31 december 2024 (MVS) (bron: Echt Nederlands) 5%
21% 39%
35% B1
A2
Z-route
Afgerond
In totaal hebben in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 53 mensen, die onder de Wet inburgering 2021 vallen, hun taalexamen in 2024 succesvol afgerond (bron: Echt Nederlands). Mensen die de Z-route volgen, zijn niet verplicht om een examen af te leggen. Als zij voldoen aan de vereisten van 800 uur taalles en 800 uur participatie zijn ze geslaagd.
3.7 Zelfredzaamheid Naast het hebben van werk en/of het volgen van een opleiding, is ook zelfredzaamheid een belangrijk aspect van inburgering. Hiertoe doorlopen inburgeraars een traject van 12 maanden bij Stichting Inclusia. Na 9 maanden wordt door hen, aan de hand van een door hen ingevuld beoordelingsformulier, gemeten of een inburgeraar voldoende zelfredzaam is. In onderstaande grafiek staan de resultaten over 2023 en 2024 weergegeven. Figuur 3.11: Aandeel inburgeraars dat voldoende zelfredzaam is (naar gemeente) 100% 80% 60% 40%
85%
94%
95%
95%
100%
95%
20% 0% Maassluis
Vlaardingen 2023
Schiedam
2024
- 13 -
Monitor inburgering MVS 2024 Uit het overzicht van redenen om een inburgeraar als niet-zelfredzaam te beoordelen, kan geconcludeerd worden dat de oorzaken met name gelegen zijn in zaken als (langdurige en ernstige) ziekte, de hoge leeftijd van betrokkenen of het ontbreken van enige scholing in het verleden.
3.8 Geslaagden Van de inburgeraars die in 2022 onder de nieuwe wetgeving aan hun traject zijn begonnen, zal de meerderheid in 2025 het inburgeringstraject afronden. Er staat immers 3 jaar voor inburgering. Een klein deel van deze groep heeft het proces al in 2024 succesvol afgerond. In onderstaande grafiek zijn de hoeveelheden geslaagden in 2024 te zien per gemeente van het cohort 2022. Normaal gesproken zijn de gegevens hierover afkomstig van DUO. De door DUO gerapporteerde aantallen over cohort 2022 zijn echter niet bruikbaar. Door de kleine aantallen vallen deze uit privacyoverwegingen buiten de rapportage. In plaats hiervan zijn de gegevens van Stroomopwaarts zelf gebruikt voor cohort 2022. Figuur 3.12: Personen geslaagd voor inburgeringsexamen cohort 2022 (Bron: SOW)
Maassluis
8
Vlaardingen
21
Schiedam
17
0
5
10
15
20
25
- 14 -
Monitor inburgering MVS 2024
4 Tevredenheid inburgeraars Omdat de inburgeraar centraal staat in het proces, is het van groot belang te monitoren hoe de inburgeraars zelf denken over het door hen doorlopen proces. Hoe tevreden inburgeraars met de ondersteuning die ze tijdens het inburgeringsproces hebben ontvangen en hoe tevreden ze zijn met het (tussentijdse) inburgeringsresultaat? Onder de inburgeraars is via e-mail een uitnodiging tot het invullen van een digitale enquête verspreid. Het invullen van de enquête was niet verplicht, omdat dit niet bijdraagt aan eerlijke en betrouwbare beantwoording van de vragen. Omdat de groep inburgeraars een relatief kleine groep betreft, zijn de uitkomsten van de enquête indicatief. De weergegeven verschillen tussen groepen kunnen zelfs binnen de foutmarge vallen. De totale respons bedroeg 31,5% (waarvan circa tweederde de volledige vragenlijst heeft ingevuld). Dit zijn in totaal 169 mensen.
4.1 Tevredenheid met het leren over Nederlandse normen en waarden Vanzelfsprekend is de inburgeraars gevraagd naar hun tevredenheid over de wijze waarop en de mate waarin zij leren over de Nederlandse waarden en normen. In de onderstaande figuren is allereerst het verschil met de vorige meting (eind 2023) weergeven. Daarop volgen grafieken, waarbij onderscheid is gemaakt tussen groepen inburgeraars, zoals woonplaats, type gevolgd inburgeringstraject en het jaar van inschrijving.
Figuur 4.1: Aandeel tevredenheid ‘Leren over Nederlandse normen en waarden’ naar jaar van onderzoek (MVS-breed) 100%
75%
50%
70%
75%
2023
2024
25%
0%
- 15 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.2: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is over de wijze van leren over Nederlandse normen en waarden (naar gemeente) 100%
75%
50% 83%
72%
64% 25%
0% Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 4.3: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is over de wijze van leren over Nederlandse normen en waarden (naar type inburgeraar) 100% 75% 50% 83%
74%
25% 0%
Statushouder
Gezinsmigrant
Figuur 4.4: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is over de wijze van leren over Nederlandse normen en waarden (naar startjaar van inburgering) 100% 75% 50%
94%
25%
65%
67%
2023
2024
0% 2022
- 16 -
Monitor inburgering MVS 2024
4.2 Thuis voelen in de eigen woonplaats Er is gevraagd naar de mate waarin mensen zich thuis voelen in hun nieuwe woonplaats. Een grote meerderheid geeft aan dat dit het geval is. Wel is er een daling zichtbaar van het aandeel mensen dat zich (heel) thuis voelt in de eigen woonplaats ten opzichte van 2023. Op grond van dit onderzoek is niet eenduidig aan te geven wat hieraan ten grondslag ligt. Het gegeven dat gezinsmigranten zich in iets meerdere mate thuis voelen dan statushouders is vermoedelijk te verklaren doordat zij worden opgevangen en herenigd met een gezinslid dat al langer in Nederland verblijft (Figuur 4.7).
Figuur 4.5: Aandeel ‘Thuis voelen in eigen woonplaats’ naar jaar van onderzoek (MVS-breed) 100% 75%
50%
96%
82%
25% 0% 2023
2024
Figuur 4.6: Aandeel inburgeraars dat zich (heel) thuis voelt in de eigen woonplaats (naar gemeente) 100%
75% 50% 83%
78%
83%
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
25%
0%
- 17 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.7: Aandeel inburgeraars dat zich (heel) thuis voelt in de eigen woonplaats (naar type inburgeraar) 100% 75% 50% 78%
84%
Statushouder
Gezinsmigrant
25% 0%
Figuur 4.8: Aandeel inburgeraars dat zich (heel) thuis voelt in de eigen woonplaats (naar startjaar van inburgering) 100% 75% 50% 83%
83%
81%
2022
2023
2024
25% 0%
4.3 Tevredenheid met eigen taalniveau De ontwikkeling van het eigen taalniveau (in het Nederlands) tijdens het inburgeringstraject is van alle uitgevraagde onderwerpen de categorie waarover de tevredenheid het laagst scoort. Met name tussen de woonplaatsen zijn aanzienlijke verschillen zichtbaar. Zo is het aandeel mensen dat (heel) tevreden is over het eigen Nederlandse taalniveau in Maassluis 56%, in Schiedam 49%, terwijl dit aandeel in Vlaardingen 32% bedraagt (Figuur 4.10).
- 18 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.9: Aandeel ‘Tevredenheid met taalniveau’ naar jaar van onderzoek (MVS-breed) 100%
75%
50%
25%
45%
48%
2023
2024
0%
Figuur 4.10: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met het eigen taalniveau (naar gemeente) 100%
75%
50%
25%
56%
49% 32%
0% Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Figuur 4.11: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met het eigen taalniveau (naar type inburgeraar) 100%
75%
50%
25%
46%
49%
Statushouder
Gezinsmigrant
0%
- 19 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.12: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met het eigen taalniveau (naar startjaar van inburgering) 100%
75%
50%
25%
47%
52%
52%
2022
2023
2024
0%
4.4 Tevredenheid met eigen dagbesteding Aan alle inburgeraars is de vraag gesteld in welke mate zij tevreden zijn met wat zij elke dag doen. Het gaat hier om werk, het volgen van een opleiding en /of andere manieren van participatie in de maatschappij. In vergelijking met de vorige meting, geven inburgeraars in hogere mate aan dat zij tevreden zijn met de wijze waarop zij hun dagen doorbrengen (Figuur 4.13).
Figuur 4.13: Aandeel ‘Tevredenheid met eigen dagindeling’ naar jaar van onderzoek (MVS-breed) 100% 75% 50% 68%
25%
52%
0% 2023
2024
- 20 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.14: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met de eigen dagbesteding (naar gemeente) 100% 75% 50% 75%
67%
72%
Vlaardingen
Schiedam
25% 0%
Maassluis
Figuur 4.15: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met de eigen dagbesteding (naar type inburgeraar) 100% 75% 50% 78%
63%
25% 0%
Statushouder
Gezinsmigrant
Figuur 4.16: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met de eigen dagbesteding (MVS-breed) 100% 75% 50%
67%
74%
2022
2023
66%
25% 0%
2024
- 21 -
Monitor inburgering MVS 2024
4.5 Tevredenheid met eigen sociale contacten Om de vorderingen op het gebied van sociale integratie bij te houden en tekenen van mogelijke vereenzaming op te pikken, is aan de inburgeraars gevraagd in welke mate zij zelf tevreden zijn met hun sociale contacten. Nagenoeg driekwart van de ondervraagden geeft aan (heel) tevreden te zijn met hun sociale leven (Figuur 4.17). Wel is er onderscheid zichtbaar tussen de statushouder en de mensen die als gezinsmigrant het traject doorlopen (respectievelijk 80% tevreden en 69% tevreden). Hoewel de verklaring allicht voor de hand ligt, vraagt dit onderwerp wel om bijzondere aandacht binnen het traject.
Figuur 4.17: Aandeel ‘Tevredenheid met sociale contacten’ naar jaar van onderzoek (MVS-breed) 100% 75%
50% 76%
74%
2023
2024
25% 0%
Figuur 4.18: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met de eigen sociale contacten (naar gemeente) 100%
75% 50% 78%
75%
72%
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
25% 0%
- 22 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.19: Aandeel inburgeraars dat (heel) tevreden is met de eigen sociale contacten (naar type inburgeraar) 100% 75% 50% 80%
69%
25% 0%
Statushouder
Gezinsmigrant
Figuur 4.20: Aandeel inburgeraars dat in 2024 (heel) tevreden is met de eigen sociale contacten (naar startjaar van inburgering) 100% 75% 50%
78%
78%
71%
2022
2023
2024
25% 0%
4.6 Tevredenheid met arbeidsmarkt en werkcultuur Participeren als volwaardig lid van de maatschappij is één van de hoofddoelen van de Wet Inburgering 2021. Voor de potentiële beroepsbevolking geldt dat werken (al dan niet na het volgen van een passende opleiding naast het inburgeringstraject) het belangrijkste middel hiertoe is. Derhalve is leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en werkcultuur een belangrijk aspect van het traject. Figuur 4.21: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en werkcultuur’ (MVS-breed) 100%
75% 50% 25%
60%
69%
2023
2024
0%
- 23 -
Monitor inburgering MVS 2024
Figuur 4.22: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en werkcultuur’ (naar gemeente) 100% 75% 50% 83% 25%
64%
66%
Vlaardingen
Schiedam
0% Maassluis
Figuur 4.23: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en werkcultuur’ (naar type inburgeraar) 100% 75% 50% 72%
65%
Statushouder
Gezinsmigrant
25% 0%
Figuur 4.24: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en werkcultuur’ (naar startjaar van inburgering) 100% 75% 50%
72%
78%
2022
2023
60%
25% 0%
2024
- 24 -
Monitor inburgering MVS 2024
4.7 Tevredenheid met geldzaken Omgaan met geld, het in balans houden van uitgaven en inkomsten en het voorkomen van de opstapeling van schulden zijn belangrijke factoren die bijdragen aan financiële zelfredzaamheid. In onderstaande grafieken is te zien in welke mate de inburgeraars tevreden zijn met de wijze waarop zij leren over geldzaken (in brede zin) in Nederland. Figuur 4.25: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren hoe mijn geldzaken te regelen’ (MVS-breed) naar jaar van onderzoek 100% 75% 50%
80%
72%
25% 0% 2023
2024
Figuur 4.26: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren hoe mijn geldzaken te regelen’ (naar gemeente) 100%
75% 50% 83% 64%
25%
74%
0% Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
- 25 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.27: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren hoe mijn geldzaken te regelen’ (naar type inburgeraar) 100% 75% 50%
86% 60%
25% 0%
Statushouder
Gezinsmigrant
Figuur 4.28: Aandeel ‘Tevredenheid met het leren hoe mijn geldzaken te regelen’ (naar startjaar van inburgering) 100% 75% 50%
87%
74%
68%
2023
2024
25%
0% 2022
4.8 Tevredenheid met de ondersteuning tijdens het inburgeringstraject Aan de inburgeraars is tevens gevraagd in welke mate ze tevreden zijn met de ondersteuning van de diverse samenwerkingspartners tijdens het doorlopen van hun traject. In Figuur 4.29 zijn de resultaten weergegeven van de antwoordspreiding bij de enquête van dit jaar en spreiding van de antwoorden in de in 2023 gehouden enquête dit jaar. Ook voor deze gegevens geldt dat de uitkomsten slechts indicatief zijn. Omdat niet alle inburgeraars met alle partners te maken hebben gehad, zijn de percentages voor de antwoordcategorie “niet van toepassing” eveneens opgenomen.
- 26 -
Monitor inburgering MVS 2024 Figuur 4.29: Tevredenheid over de ondersteuning tijdens de inburgering
Stroomopwaarts (2024)
68%
16%
8%
8%
Stroomopwaarts (2023)
68%
14%
13%
5%
Steunpunt inburgering (2024)
56%
Steunpunt inburgering (2023)
56%
20%
13%
9%
6%
26%
22%
Taalschool Echt Nederlands (2024)
46%
23%
10%
Taalschool Echt Nederlands (2023)
46%
18%
22%
Vluchtelingenwerk (2024)
43%
19%
Vluchtelingenwerk (2023)
4%
23
Stg. Inclusia (2024)
42%
23%
Stg. Inclusia (2023)
46%
9% 2%
10%
(Heel) goed
20%
30%
Neutraal
14%
35%
55
0%
14%
40%
2%
50%
60%
(Heel) slecht
N.v.t.
5
34%
43% 70%
80%
90%
100%
- 27 -
Monitor inburgering MVS 2024
5 Conclusies Stroomopwaarts begeleidt de inburgeraars in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam vanuit de Wet inburgering 2021. Deze wet kent twee doelen voor de inburgeraars: de taal en de Nederlandse maatschappij leren kennen én daarin participeren. De groep inburgeraars is zeer divers; de inburgeraars in onze regio zijn van alle leeftijden, van alle werelddelen en van alle achtergronden. Om deze reden is het van cruciaal belang dat sinds het ingaan van de nieuwe wet met een PIP wordt gewerkt dat is afgestemd op de wensen en behoeften van de inburgeraar zelf. In deze vierde monitor, worden de effecten van de nieuwe wet in toenemende mate inzichtelijk. Gaandeweg sluiten steeds meer mensen hun taallessen succesvol af. Er zijn nog niet veel inburgeraars ingeburgerd, maar dat was ook de verwachting; de wet is pas in 2022 van start gegaan en men heeft drie jaar de tijd om in te burgeren. Wel is een aantal mensen al voortijdig voor het examen geslaagd. Tot slot heeft de implementatie van de nieuwe Wet inburgering, terwijl de trajecten onder de oude wet nog liepen, voor complexiteit gezorgd in de administratie en voor additionele administratieve lastendruk bij de gemeenten en de uitvoeringsorganisatie. Inmiddels is de administratie beter op orde.
- 28 -