Bijlage Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Tekst van het document
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023 - 2027
De openbare ruimte, het visitekaartje van de stad
7 november 2023
1
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Versiebeheer Datum 7 november 2023 Auteur team Beheer Openbare Ruimte
2
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
4
Aanleiding Doel van de kadernota Verantwoording Periode Global Goals Aanpak Programma Water en Riolering Beheerplannen Integraal UitvoeringsProgramma Buitenruimte
2 Openbare ruimte in Schiedam 2.1 2.2 2.3
7
Areaalgegevens Staat van het areaal Wat hoort er niet bij?
7 8 8
3 Ambities, aandachtspunten, opgaven en focus 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13
Gemeentelijke opgaven en ambities Grootstedelijke vernieuwing Nieuwland en Oost Groenvisie Schiedam Schoon Klimaatverandering Vervangingsopgave Ophogen Spelen Bijzondere objecten Professionalisering Financiën Participatie en communicatie Invloeden werkzaamheden derden
4 Raadskaders 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
9 9 10 10 10 10 11 11 11 12 12 12 13 14
15
Wettelijke kaders Raadskaders Ambitieniveau IUPB Kwaliteitsniveau dagelijks onderhoud Financiële kaders Begrotingsaanpassingen
Bijlagen 1. 2. 3.
4 4 5 5 5 5 6 6 6
Overzicht onderhoudsniveaus Financiële onderbouwingen Alternatief ‘Kadernota BOR plus 1’
3
15 16 16 17 19 22
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
1
Inleiding Gemeente Schiedam draagt de primair publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. Dit omvat alle arealen die zich hierin bevinden, zoals wegen, bruggen kademuren, riolering, openbare verlichting, bomen. In deze Kadernota BOR geven we helderheid over de wijze hoe en op basis van welke uitgangspunten de gemeente in de komende periode 2023-2027 zorg draagt voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke openbare ruimte. Verder geeft de Kadernota BOR weer hoe het zorgvuldig beheer van de openbare ruimte bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen en ambities van de gemeente en geven we beeld van de zaken die we de komende periode verder willen ontwikkelen. De diverse randvoorwaarden, uitgangspunten en kaders in deze Kadernota BOR geven het voorstel van het college van burgemeester en wethouder weer. Dit bouwt in hoofdlijnen voort op de ingezette koers van de vorige Kadernota BOR 2017-2021. Dit draagt bij aan een bestendige beleidslijn. Op verzoek van de gemeenteraad is er een bijlage ‘Kadernota BOR plus 1’ opgesteld op basis waarvan de gemeenteraad kan inzien welke kosten en kwalitatieve opbrengsten er ontstaan bij het verhogen van het ambitieniveau per areaal.
1.1 Aanleiding Op dit moment wordt het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Schiedam uitgevoerd conform de kaders van de gemeenteraad, zoals vastgelegd in de huidige Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2017-2021. Totdat de nieuwe Kadernota wordt vastgesteld wordt de huidige kadernota doorgezet. Om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en om te beoordelen hoe de staat van de buitenruimte is in relatie tot de raadskaders, wordt de Kadernota regelmatig geëvalueerd en geactualiseerd. Dat moment is nu gekomen.
Evaluatie Kadernota BOR 2017-2021 De globale conclusie van de evaluatie van de vorige Kadernota is dat de inzet en kaders voldoende zijn. De openbare ruimte gaat niet achteruit en er is geen achterstalligheid in onderhoud. Vanuit deze conclusie gaan we dan ook door op de ingezette koers en handhaven we de huidige raadskaders. Wel zijn er aanbevelingen gekomen. Deze zijn zoveel als mogelijk meegenomen. De zaken die een financiële impact hebben die niet binnen het huidige volume aan beschikbare budgetten opgevangen kan worden zijn niet meegenomen. Deze zullen we de komende periode monitoren.
1.2 Doel van de kadernota Het is belangrijk om periodiek te evalueren en herijken en om te actualiseren naar de veranderde wereld. Dat zorgt voor heldere kaders waarbinnen het onderhoud vorm kan worden gegeven. Ook
4
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
geeft het inzicht in hoe de doelstellingen van de gemeente middels beheer en onderhoud kunnen worden ondersteund of gerealiseerd. Daarnaast geeft het vooral inzicht in eventuele wijzigingen ten opzichte van de huidige werkwijze. De Kadernota en bijbehorende beheerplannen geven voor de toezichthoudende overheid (provincie) inzicht in hoe de gemeente omgaat met haar kapitaalgoederen en achterstalligheid voorkomt.
1.3 Verantwoording De objecten waarover deze Kadernota handelt, vallen onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. De gemeente zorgt voor regelmatige kwaliteitsmetingen van de diverse arealen. Dit gebeurt door technische inspecties, onderzoeken en (beeld)kwaliteitsmetingen. Aan de hand van rapportages wordt verantwoording afgelegd over de resultaten van de inzet. Dit gebeurt periodiek aan de portefeuillehouder en het college. Verantwoording aan de gemeenteraad gebeurt binnen de reguliere planning en control cyclus (P&C cyclus).
1.4 Periode Deze Kadernota BOR bestrijkt de periode 2023-2027. Wij streven ernaar om voor 2028 een nieuwe Kadernota BOR ter vaststelling aan te bieden.
1.5 Global Goals Schiedam heeft de doelstellingen, zoals die zijn verwoord door de Verenigde Naties, omarmd. Schiedam zet zich dus in voor het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen die vertaald zijn in deze Global Goals. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte valt onder het begrotingsprogramma Ruimtelijke inrichting in samenhang, onderdeel Schone en aantrekkelijke leefomgeving. Deze werkzaamheden dragen bij aan het dichterbij brengen van meerdere Global Goals zoals in de programmabegroting is aangegeven.
1.6 Aanpak Het traject dat geleid heeft tot het aanbieden van deze Kadernota BOR is gestart met de vaststelling van de Kadernota BOR 2017-2021 op 6 juni 2017. Hierin zijn uitgangspunten door de gemeenteraad vastgesteld die in de voorliggende Kadernota terug komen. Op 22 december 2022 is de Startnotitie Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027 aan de gemeenteraad aangeboden. Aansluitend op de bespreking hiervan in de raadscommissie van 24 januari 2023 is op 16 mei 2023 een Beeldvormende avond Plus geweest met raadsleden. Het verslag van die avond met een addendum is op 4 september 2023 naar de gemeenteraad gezonden.
5
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
1.7 Programma Water en Riolering Deze kadernota BOR gaat over de diverse gemeentelijke objecten en arealen in de buitenruimte. Een van die onderdelen is het gemeentelijke riool en de (oppervlakte- en grond)waterhuishouding. De investeringsbudgetten hiervan zijn integraal onderdeel van het IUPB. De dagelijkse werkzaamheden worden zoveel als mogelijk integraal met andere arealen opgepakt. Er is sprake van een zeer nauwe samenhang. Echter vanwege de wettelijke plicht van een Programma Water en Riolering (PWR opvolging van het verbreed Gemeentelijke RioleringsPlan vGRP ) en de directe relatie met de (hoogte van de) Rioolheffing, worden beide stukken apart voor besluitvorming aangeboden. Beide stukken worden, in het kader van integraliteit en verwevenheid, gelijktijdig aangeboden met een beoogde behandeling in dezelfde raadscyclus.
1.8 Beheerplannen De Kadernota BOR geeft de kaders voor de beheerplannen van de diverse arealen in de buitenruimte. Met behulp van de beheerplannen wordt de vertaalslag tussen de kaders, het relevante beleid en het daadwerkelijke beheer en onderhoud gemaakt. De beheerplannen worden binnen de gegeven raadskaders vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit staat gepland in de eerste helft van 2024. De beheerplannen gaan dieper en gedetailleerder in op de inhoud van de arealen dan hier in de Kadernota BOR wordt gedaan. Het omschrijft het te beheren areaal kwantitatief en kwalitatief, welke onderzoeken er nodig zijn om de staat van het areaal te bepalen, welke werkzaamheden nodig zijn om het areaal in stand te houden en hoe deze werkzaamheden georganiseerd worden. Op basis van deze beheerplannen worden, indien nodig, (meerjarige) contracten opgesteld en samenwerkingsverbanden aangegaan. Ook de dienstverleningsovereenkomst met Irado wordt zo nodig aangepast aan het gewijzigde kader.
1.9 Integraal UitvoeringsProgramma Buitenruimte Binnen het Integraal UitvoeringsProgramma Buitenruimte (IUPB) wordt het groot onderhoud en de vervangingen uitgevoerd. In dit IUPB komen de investeringen vanuit het PWR en de overige arealen samen in een integrale aanpak. Hierbij worden met een doelmatige, integrale en buurtgerichte aanpak delen van de stad en individuele objecten vernieuwd. Dit varieert van het vernieuwen van een brug of gemaal tot het integraal ophogen, vernieuwen en herinrichten van buurten. Het IUPB programma wordt onder de paraplu van de Kadernota door het college vastgesteld.
6
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
2
Openbare ruimte in Schiedam De openbare ruimte van Schiedam beslaat ongeveer 1/3 van de oppervlakte van de stad. Hierin bevinden zich voorzieningen die nodig zijn om de samenleving draaiende te houden. Dit omvat onder andere wegen, groen, riolering, bruggen en verlichting. In dit hoofdstuk wordt een globaal beeld geschetst van de omvang en staat van de diverse arealen in de openbare ruimte waar deze Kadernota BOR betrekking op heeft.
De openbare ruimte van Schiedam bestaat uit de buitenruimte binnen de gemeentegrenzen van Schiedam, waar geen (toekomstige) (woningbouw)ontwikkelingen gepland zijn, en waar de gemeente Schiedam de beheerverplichting heeft.
2.1 Areaalgegevens De openbare ruimte waarover deze Kadernota handelt, bestaat globaal uit het volgende areaal: Overzicht arealen openbare ruimte Objecttype hoeveelheid eenheid Achterstalligheid? Asfaltwegen 805.000 m² nee Bestrating 2.575.000 m² nee Overige paden 61.500 m² nee Beweegbare bruggen 18 stuks nee Vaste bruggen 205 stuks nee Sluizen 1 stuks nee Gras 2.315.500 m2 nee Bosplantsoen en hagen 500.000 m² nee Bomen 32.000 stuks nee Speeltoestellen 1.200 stuks nee Straatmeubilair 12.000 elementen nee Afvalbakken 1.500 stuks nee Hekwerk 15 km nee Verkeersborden 13.500 stuks nee Lichtmasten 15.000 stuks nee Parkeerautomaten 110 stuks nee VRI Geregelde kruispunten 26 stuks nee Drainage 115 km nee Riolering 345 km nee Persleidingen 44 km nee Wateroppervlakte 1.496.500 m2 nee Kademuur 10 km nee Overige oevers 75 km nee Beschoeiing 60 km nee Damwand 8 km nee Duikers 635 stuks nee Fonteinen 70 stuks nee Gemalen en pompen 269 stuks nee Grote gemalen 13 stuks nee Peilbeheersende kunstwerken 480 stuks nee
7
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
De omvang van de arealen is een momentopname. Een deel van het areaal is momenteel onderdeel van bijvoorbeeld ophoogprojecten of gebiedsontwikkelingen. Deze zijn niet meegenomen in bovenstaand overzicht. Deze “missende” delen van de buitenruimte komen na afloop van het project weer terug in beheer.
2.2 Staat van het areaal Uit zowel technische inspecties als beeldkwaliteitschouwen blijkt dat de buitenruimte van Schiedam voldoet aan de wettelijke eisen en in zijn algemeenheid aan de gestelde raadskaders. Er zullen altijd voorbeelden te vinden zijn waar dit laatste niet het geval is. Het gaat hier om incidenten. Belangrijk is te constateren dat er nergens een onderhoudsachterstand is. De beschikbare statistieken uit de stad ondersteunen dit beeld. Het rapportcijfer voor de tevredenheid met de buitenruimte geeft een ruime voldoende (6,6 voor de onderdelen wegen/paden/pleinen, groen en straatverlichting) en laat een stabiel beeld zien (bron Monitor Leefbaarheid en veiligheid). Het rapportcijfer voor de mate van verloedering (rommel op straat, hondenpoep op straat, bekladding, vernieling straatmeubilair) is met 6,0 voldoende (1 is verloederd, 10 is geen verloedering - bron Monitor Leefbaarheid en veiligheid). Dit onderbouwt de keuze om op de ingezette koers door te gaan.
2.3 Wat hoort er niet bij? Binnen de gemeente bevinden zich veel objecten en arealen, zowel van de gemeente als van derden. Deze Kadernota BOR gaat over de openbare ruimte in eigendom van of in gebruik door de gemeente Schiedam. Objecten en arealen van derden, zoals bijvoorbeeld Woonplus, Rijkswaterstaat of ProRail horen in basis niet tot het areaal van de gemeente Schiedam. Een beperkt areaal van deze partijen is in gebruik door de gemeente. Hiervoor zijn overeenkomsten gesloten. Daar waar het betrekking heeft op de publieke ruimte, zoals de wegen onder het spoor door, valt dit onder de reikwijdte van de Kadernota BOR. Dit sluit automatisch terreinen en objecten van derden uit. Ook terreinen en objecten van de gemeente waar (toekomstige) (woningbouw)ontwikkelingen gepland zijn en gemeentelijk vastgoed horen niet tot de openbare ruimte. Dit geldt zowel voor openbaar toegankelijke ruimtes (terreinen die niet zijn afgesloten en dus toegankelijk voor het publiek) als de daadwerkelijk niet toegankelijke (dus afgesloten) objecten en terreinen.
Kwaliteitsniveaus openbaar toegankelijke terreinen Openbaar toegankelijke terreinen lijken vaak openbaar gebied. Het is op straat ook niet altijd duidelijk waar de grens is. Denk aan de gebieden rondom de flats van Woonplus. Om de beleving en het beeld in de stad zo uniform mogelijk te maken, gelden de raadskaders voor het onderhoud, de kwaliteitsniveaus, ook voor de openbaar toegankelijke terreinen. Daar waar dit afwijkt gaan we in gesprek met eigenaren om het beeld gelijk te trekken.
8
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
3
Ambities, aandachtspunten, opgaven en focus De ruimtelijke kwaliteit van Schiedam willen we goed houden. De basis daarvan ligt in het beheren en onderhouden op een schone, hele en veilige openbare ruimte. Daarnaast is het ook van belang om de ruimtelijke kwaliteit te borgen in de verstedelijking en verdichting die de komende periode plaats gaat vinden. Wij willen dit bereiken door de kwaliteit op orde te brengen en houden, op de toekomst voorbereid te zijn en door integraal en gebiedsgericht te werken de overlast voor de stad beheersbaar te houden en de beschikbare middelen doelmatig in te zetten.
3.1 Gemeentelijke opgaven en ambities Schiedam heeft zichzelf tot doel gesteld om een aantrekkelijke, leefbare, groene en bereikbare stad te zijn waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Het zorgvuldig, doelmatig en efficiënt onderhouden van de buitenruimte draagt hieraan bij. Het zorgt voor een samenleving die kan blijven draaien. Mensen voelen zich prettig als de buitenruimte schoon en op orde is. Het verstoort het dagelijks leven niet en draagt bij aan sociale stijging. Dit is soms lastig, omdat het niet altijd strookt met andere gemeentelijke ambities. We proberen deze zoveel als mogelijk te faciliteren en de effecten op te vangen binnen onze bestaande budgetten en mee te nemen met de aanvragen voor budgetten voor de uitbreidingen van de te beheren arealen in de zomernota’s. We monitoren de effecten van grote gemeentelijke ambities op het gebied van wonen, werken en mobiliteit op de buitenruimte. Als de (financiële) effecten op de openbare ruimte te groot worden, zal er een separaat raadsvoorstel worden aangeboden.
Mobiliteit Mobiliteit is belangrijk voor de stad. Een stad moet bereikbaar zijn en blijven. Vanuit het oogpunt van beheer en onderhoud dragen we hieraan bij door kleinere ingrepen mee te nemen in onze werkzaamheden. Denk aan het aanbrengen van drempels, het verplaatsen van een verkeersbord etc. Grote ingrepen vragen aparte financiering. Voor onze werkzaamheden proberen we die zoveel mogelijk uit te voeren zonder dat de impact op de bereikbaarheid van de stad te groot wordt. Dit doen we door zoveel als mogelijk gebiedsgericht te werken.
Wonen De verdichting en woningbouwopgave leveren meer druk op de openbare ruimte. Er is minder ruimte beschikbaar, er maken meer mensen gebruik van en er worden hogere eisen aan gesteld. Dit zorgt voor stijgende kosten. Deze nemen we mee in de
9
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
areaaluitbreidingen. Als er aanleiding is, worden de stijgende kosten voor het onderhoud meegenomen in de besluitvorming van bijvoorbeeld een woningbouwontwikkeling. Hierbij moet uiteraard breder gekeken worden dan alleen naar het specifieke project. Veel ontwikkelingen moeten immers worden ingepast in de bestaande woonomgeving. Deze zal dan op onderdelen moeten worden aangepast om dit te accomoderen.
Veiligheid Het is belangrijk dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen in de stad. Een buitenruimte die op orde is, draagt bij aan de veiligheidsbeleving. Dit gebeurt deels door het onderhouden (hele buitenruimte), maar voor een groot deel door het schoonhouden ervan. Daarbij draag een veilige openbare ruimte ook concreet bij aan de veiligheid door het voorkomen van letselschade.
3.2 Grootstedelijke vernieuwing Nieuwland en Oost De grootstedelijke vernieuwing Nieuwland en Oost is dusdanig omvangrijk dat het speciale vermelding verdient. De gemeente Schiedam zet stevig in op de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken Nieuwland en Oost. Met het beheer en onderhoud van de buitenruimte wordt hieraan bijgedragen. Dit doen wij door onder andere noodzakelijke vernieuwing van de buitenruimte op te nemen in het IUPB. Het vinden van de juiste balans tussen inzet op onderhoud en vervanging en het perspectief dat grote delen van de wijk op (relatief) korte termijn worden vernieuwd (herstructurering) is hierbij de uitdaging.
3.3 Groenvisie De door de gemeenteraad vastgesteld Groenvisie geeft richting aan hoe we in Schiedam omgaan met ons groenbezit. De Groenvisie is verder uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Groen (UPG). De projecten hieruit worden integraal opgepakt en dragen bij aan diverse programma’s en ambities. De grote gemene deler is het maken van een groene en aantrekkelijke stad. Het UPG heeft een looptijd tot 2025. In de komende periode gaan we onderdelen evalueren. Als deze evaluaties een positief oordeel geven, zal dit een vervolg krijgen. We nemen daarbij de financiële impact mee.
3.4 Schiedam Schoon Een schone stad draagt bij aan betere leefbaarheid en een prettigere buitenruimte. Met de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Schiedam Schoon wordt extra ingezet op het schoon houden van de stad met een focus op zwerfvuil en bijplaatsingen. Met name in het weekend wordt de stad vaker schoongemaakt. Dit is een belangrijke accentwijziging die dit jaar is gestart en wordt doorgezet in de komende jaren.
3.5 Klimaatverandering Het klimaat verandert. Dat vraagt om een klimaatrobuuste buitenruimte. Schiedam heeft als doel om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Enerzijds zijn dat “harde technische” voorzieningen als
10
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
waterbergingen in de versteende wijken, anderzijds gaat om het vergroten van de biodiversiteit en de bestrijding van hittestress door vergroening . Wij sluiten in het beheer en onderhoud zoveel mogelijk aan bij gemeentelijke normen en voldoen uiteraard aan onze wettelijke verplichtingen. Veel van deze onderwerpen komen aan bod in het PWR en bijbehorende Klimaatadaptatieplan.
3.6 Vervangingsopgave In de jaren ’70 en ‘80 van de vorige eeuw zijn grote delen van de buitenruimte vernieuwd. Deze zullen binnenkort vervangen moeten worden. Dit resulteert in een piek over ca. 10 jaar. Het gelijktijdig aanpakken heeft een (te) grote impact op de stad. Daarom moet er slim gefaseerd worden in deze aanpak. Sommige delen zullen eerder aangepakt moeten worden, sommige delen moeten worden uitgesteld. De komende periode gebruiken we om inzichtelijk te maken wat de effecten van uitgesteld of vooruit gehaalde vervangingen hebben op de benodigde investerings- en exploitatiebudgetten. Denk daarbij aan de ingezette koers van het risicogestuurd beheer bij riolering. Deze effecten zijn overigens lastig separaat te budgetteren i.v.m. de overige zaken die spelen, zoals gewijzigd/geïntensiveerd gebruik van de buitenruimte door bijvoorbeeld verdichting.
3.7 Ophogen Bij het vernieuwen van buurten wordt in het IUPB uitgegaan van een 20-40 cyclus. 20 jaar na de vernieuwing (herinrichting/ophoging) van de buurt wordt groot onderhoud geprogrammeerd (recht leggen bestrating etc.) en na 40 jaar wordt de wijk weer integraal vernieuwd. Inmiddels komt de termijn van 20 jaar aan de horizon voor de wijken die in Schiedam als eerste met licht ophoogmateriaal zijn opgehoogd. Dan zal duidelijk worden of deze termijn realistisch is of dat er bijstelling nodig is. De aanpak met licht ophoogmateriaal om grote zettingen tegen te gaan lijkt te werken. Wat de precieze impact is op de te nemen groot onderhoudsmaatregelen zal in de komende jaren helder worden.
3.8 Spelen Bewegen is belangrijk. Voor kinderen gebeurt dit door te spelen. Hiervoor moet er een goed en gevarieerd aanbod zijn aan speelmogelijkheden. Van speelaanleidingen als gekleurde tegels tot uitgebreide natuurspeeltuinen. Als wijziging ten opzichte van de vorige Kadernota wordt de komende periode extra aandacht gegeven aan het gemeentelijke areaal aan speelvoorzieningen. Dit gebeurt onder andere door een vervangingsprogramma voor verouderde speeltoestellen op te nemen in het IUPB. Dit alles moet ertoe leiden dat kinderen meer gaan spelen en dus bewegen.
11
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
3.9 Bijzondere objecten In de buitenruimte zijn objecten die eerder niet of onvoldoende begroot zijn. Meestal is er sprake van onvoldoende budget voor groot onderhoud of vervangingen. Denk aan de gebouwen van de kinderboerderij in het Beatrixpark of de cultuurhistorische objecten in de buitenruimte, zoals de molenmotor aan de s’-Gravelandseweg. In het nieuwe IUPB zijn hiervoor projecten opgenomen. De budgetten zijn nu ingeschat op basis van kostenkengetallen en ervaringscijfers. De komende periode werken we dit verder uit.
3.10 Professionalisering De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de professionalisering van het projectmanagement. Dit heeft geresulteerd in betere sturing op het IUPB. Deze richting zullen we doorzetten. Hierdoor worden prognoses beter en kunnen we projecten beter programmeren. De fluctuaties in benodigde budgetten (over- en onderscheiding) zal hierdoor afnemen. Sinds 2019 wordt in het IUPB gewerkt met een vernieuwde governance systematiek. Deze werkt goed en zullen we in de komende periode verder evalueren en zonodig verbeteren. Het Handboek Openbare Ruimte (HOR) is de catalogus van materialen en randvoorwaarden die toegepast worden in de openbare ruimte. Hierin is een balans gezocht tussen een aantrekkelijke woonomgeving en beheersbare onderhoudsbudgetten. Dit HOR zullen we updaten met o.a. breed in de stad toepasbare standaard oplossingen voor klimaatadaptieve maatregelen.
3.11 Financiën Een uitgebreid overzicht van de benodigde budgetten voor zowel dagelijks onderhoud als het IUPB is weergegeven in paragraaf 4.5. In deze paragraaf wordt een aantal ontwikkelingen weergegeven. De gemeente heeft veel ambities op het gebied van wonen, duurzaamheid en biodiversiteit. De afweging over nut en noodzaak hiervan gebeurt vaak vanuit de doelmatigheid voor het betreffende ambitie. Wij zullen blijven inzetten op een integrale afweging, waarbij ook de beheer- en onderhoudskosten meegenomen worden (maatschappelijke kosten-baten analyse) om te borgen dat deze ambities ook op langere termijn betaalbaar blijven. Daarnaast zullen we actief blijven zoeken naar andere financieringsbronnen als daar aanleiding toe is. Vanwege de sterk opgelopen inflatie de afgelopen jaren is de noodzaak om te kijken waar zaken efficiënter kunnen groter dan ooit. Ook wordt gekeken naar maatregelen om energie te besparen. Dit heeft naast een kostenbesparing ook een positieve invloed op klimaatveranderingen. Dit doen we bijvoorbeeld door in te zetten op LED verlichting in de stad.
indexaties Met ingang van 2024 zullen we de investeringskredieten in het IUPB indexeren. Dit voorkomt een achteruitgang in de beschikbare budgetten en zorgt ervoor dat we de benodigde vernieuwingen in de stad kunnen blijven doen. We zullen hierbij de in de begroting gehanteerde CPB indexaties
12
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
vergelijken met de daadwerkelijke kostenstijging in het werkveld. Als de afwijking hierin te groot wordt, zullen we een voorstel doen binnen de reguliere P&C cyclus.
Ontwikkelen life-cycle benadering Op dit moment wordt bij areaaluitbreidingen en –mutaties alleen gekeken naar de jaarlijkse beheeren onderhoudskosten. Deze worden opgevoerd met de zomernota. Door deze methodiek wordt de benodigde investeringsruimte voor toekomstige vervangingen niet meegenomen. Dat levert op langere termijn mogelijk een tekort op. Wij onderzoeken een methode (life-cycle costing) waarbij ook vervangingsinvesteringen verdeeld over afschrijvingstermijnen meegenomen worden. Dit zorgt ervoor dat het IUPB ook op langere termijn ingezet kan blijven worden voor de vervangingen (toereikend budget).
Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 In de onlangs vastgestelde Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 staan de randvoorwaarden genoemd voor de investeringskredieten in het IUPB. De resultaten daarvan zijn verwerkt in de bedragen in paragraaf 4.5. In bijlage 2 bij deze Kadernota staan de eerste verduidelijkingen als het gaat om de invulling van de Nota in het kader van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de kapitaalgoederen daarin. In de komende periode werken we deze verder uit.
3.12 Participatie en communicatie Groot en klein onderhoud en vernieuwingen, zoals het ophogen van wijken of werkzaamheden aan de gemeentelijke hoofdinfrastructuur, hebben grote impact op de stad. Het is daarbij belangrijk om draagvlak te creëren en helder te communiceren. We besteden binnen het IUPB (herinrichtingen, wijkophogingen) veel aandacht aan participatie. We noemen dat “samen met bewoners de wijk maken”.
Extra inzet op communicatie Daar waar voor bewoners duidelijk is wat er in hun wijk gebeurt als we deze integraal oppakken, is het niet altijd helder wat de gemeentelijke inzet is als het gaat om kleiner en dagelijks onderhoud. De komende periode gaan we hier extra op inzetten.
Bewonersinitiatieven We gaan de ruimte voor bewonersinitiatieven vergroten. Dit doen we door zoveel mogelijk objectieve kaders vast te stellen, de mogelijkheden breder voor het voetlicht te brengen en hier budget voor te reserveren. Denk hierbij aan de mogelijkheden tot zelfbeheer van groenvakken, de vraag om extra prullenbakken etc. Inspraak en ruimte voor initiatieven betekent niet standaard “ja” zeggen. Een onderbouwd “nee” is ook een antwoord, vandaar de inzet op heldere kaders.
13
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
3.13 Invloeden werkzaamheden derden Naast de ambities en aandachtspunten die we als gemeente zelf beïnvloeden, zijn er ook zaken die zich (deels) buiten onze invloedssfeer voltrekken maar wel degelijk invloed hebben op de openbare ruimte van Schiedam. Dit zijn zaken als mondiale crisissen en klimaatverandering maar ook zaken die een directe impact hebben. Onder andere de energietransitie en nieuwbouw door derden gebeuren deels in de openbare ruimte of gebruiken die. Dit gaat dan om het graven van sleuven in de straat en bijvoorbeeld gebruik als opslagterreinen of bouwruimte. Hiervoor worden deels leges en precariokosten in rekening gebracht voor bijvoorbeeld ingravingen door nutsbedrijven. We monitoren of de huidige tarieven (landelijk vastgesteld door VNG) aansluiten bij de daadwerkelijke kosten die gemaakt moeten worden (kostendekkendheid).
14
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
4
Raadskaders In de Startnotitie Kadernota BOR is de richting aangegeven die wij volgen in de huidige Kadernota. Op de informatieve beeldvormende avond is die bevestigd. Uitgangspunt is vooral het voortzetten van het huidige beleid en de ingezette koers. Dit betekent dat de uitgangspunten waarop we deze Kadernota baseren voornamelijk genoemd staan in de Kadernota BOR 2017 en de Startnotitie Kadernota BOR. Op deze solide basis wordt in deze Kadernota BOR voortgebouwd. In deze Kadernota is het voorstel van het college uitgewerkt. Als bijlage bij deze Kadernota is op hoofdlijnen een alternatief scenario “Plus 1” uitgewerkt. Daarbij wordt zoveel als mogelijk het onderhoud van de buitenruimte 1 niveau hoger uitgevoerd dan de huidige kaders daarvoor.
4.1 Wettelijke kaders De gemeente Schiedam heeft in haar rol als eigenaar en beheerder van de openbare ruimte geen volledige vrijheid in het bepalen wat zij ermee doet en hoe zij het beheer en onderhoud vormgeeft. Dit is deels vastgelegd nationaal geldende wetten en besluiten. Daarnaast zijn er wetten en regelingen op verschillende beleidsterreinen. Zij geven dwingende randvoorwaarden waaraan de uitvoering van de beheertaak moet voldoen. Naast wetgeving zijn er (landelijke) richtlijnen welke invloed hebben op het beheer en de inrichting van de openbare ruimte. Bij onze activiteiten moeten wij voldoen aan deze eisen. De kaders die door de gemeenteraad worden bepaald mogen niet strijdig zijn met deze eisen. Zij kunnen uiteraard wel aanvullend hierop zijn. De voorstellen in deze Kadernota voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
15
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
4.2 Raadskaders Aanvullend op de wettelijke kaders, is er de mogelijkheid voor de gemeenteraad om kaders mee te geven. Deze kaders hebben voor deze Kadernota BOR betrekking op de volgende aspecten: - Ambitieniveau IUPB - Kwaliteitsniveau dagelijks onderhoud - Financiële kaders
4.3 Ambitieniveau IUPB In het IUPB zijn de grote onderhoudsprojecten in de stad ondergebracht. Dit zijn vooral de vervangingsinvesteringen en het zogenoemde levensduur verlengend groot onderhoud. Wij hanteren hierbij het eerder vastgestelde ambitieniveau “doelmatig”. Dit ambitieniveau vormt een balans tussen het uitvoeren van noodzakelijke werkzaamheden, het verminderen van overlast en het efficiënt inzetten van beschikbare budgetten.
Uitgangspunten Voor het IUPB hanteren we de volgende uitgangspunten: - Integraal en buurtgericht delen van de stad aanpakken - Bij technische noodzaak arealen separaat aanpakken - Werk met werk maken door afstemming met stakeholders (netbeheerders, woningbouwcorporaties) - Participatie is belangrijk
Alternatieven De in de vorige Kadernota genoemde varianten zijn “basis” en “ambitieus”. Bij het ambitieniveau “basis” worden arealen aangepakt als dat nodig is, zonder te zoeken naar integraliteit en afstemming. Dat houdt in dat in een straat bijvoorbeeld eerst het riool wordt vervangen, 7 jaar later de bestrating wordt vernieuwd en tussendoor het groen wordt aangepakt. Dit zorgt voor meer overlast en hogere kosten. Het ambitieniveau “ambitieus” voorziet bijvoorbeeld in het preventief vervangen van zaken in de buitenruimte om ambities waar te maken, zonder te kijken naar de technische noodzaak. Dit is passend voor een stad waar de buitenruimte op een hoog niveau onderhouden wordt. Zaken worden sneller vernieuwd om de hoge beeldkwaliteit in stand te houden. Dit zorgt voor hoge kosten, is niet duurzaam en door vaker te vervangen zorgt dit ook voor meer overlast. Het ambitieniveau “doelmatig” blijft dus de gepaste koers.
16
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
4.4 Kwaliteitsniveau dagelijks onderhoud Het dagelijks onderhoud bestaat in hoofdzaak uit de kleine reparaties van de openbare ruimte (oplossen meldingen) en het schoon houden ervan. We hanteren daarbij de volgende prioritering: - Technische noodzaak (heel, veilig) - Directe beleving (schoon, groen) - Overige aspecten (wensen uit de stad, beleidsambities etc.) Voor het kwaliteitsniveau van het dagelijks onderhoud van de buitenruimte is er een differentiatie gemaakt per beheerareaal. Een deel van de arealen wordt onderhouden beeldkwaliteit, een deel op de minimale technische ondergrens.
Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit is een beschrijving van de kwaliteitsniveaus waaraan objecten in de buitenruimte moeten voldoen. In Schiedam hanteren we de beeldkwaliteitsniveaus van de CROW. Dit is globaal het volgende beeld: Beeldkwaliteitsniveau Beschrijving A+ A
Zeer hoog onderhoudsniveau. Nieuwstaat. Hoog onderhoudsniveau. Mooi beeld, comfortabel.
B C
Basis onderhoudsniveau. Functioneel goed, rustig beeld. Laag onderhoudsniveau. Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder. Zeer laag onderhoudsniveau. Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid of sociale onveiligheid.
D
Minimale technische ondergrens Minimale technische ondergrens betekent een onderhoudsniveau lager dan de hierboven genoemde beeldkwaliteit C. Dit houdt in dat een areaal niet langer beheert wordt op beeldkwaliteit maar op technische kwaliteit en functionaliteit. Schade en gevaarzetting zijn hierbij leidend. Het wordt gedefinieerd als het niveau waarop een object nog net veilig en bruikbaar is. Duidelijk is dat bijvoorbeeld een brug die beheerd wordt op de minimale technische ondergrens niet veilig oogt, maar dat wel is. Denk dan aan een brug waarvan de verf afbladdert, een aantal planken vervangen zijn en tijdelijke reparaties met stalen platen gebruikelijk zijn. Dit is het minimale vereiste wat de gemeente moet doen in de openbare ruimte, deze veilig houden. Een lager niveau, bijvoorbeeld door onvoldoende budget, is niet mogelijk. In die gevallen zal het object uit gebruik genomen worden (lees “afgezet worden”).
Kwaliteitsniveaus In de vorige Kadernota BOR zijn kwaliteitsniveaus vastgesteld voor het onderhoud van de openbare ruimte. In de komende periode hanteren we grotendeels dezelfde kwaliteitsniveaus. De diverse onderhoudsniveaus zijn geografisch weergegeven in onderstaande kaart.
17
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Legenda Geel - centrum en A-locaties Rood - woonwijken en hoofdwegen Oranje - grootschalig groen en buitengebied Groen - bedrijventerreinen
Centrum en A-locaties (geel) Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, groen, speelvoorzieningen
A
Openbare verlichting, reiniging *)
B
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) zwerfvuil is B zonder toegestane afwijking, bijplaatsingen is A
Woonwijken en hoofdwegen (rood) Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens
18
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
*) onkruid op verharding is C
Grootschalig groen en buitengebied (oranje) Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) onkruid op verharding is C
Bedrijventerreinen (groen) Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen, reiniging *)
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) zwerfvuil is B, overig is C
4.5 Financiële kaders De raadskaders op het gebied van ambitieniveau en kwaliteitsniveau hebben direct invloed op de benodigde financiën. Ze kunnen niet los van elkaar gezien worden. Het financiële kader is zo mogelijk het belangrijkste kader dat de raad bepaalt. Dit heeft immers direct invloed op de gemeentebegroting en daarmee op de andere gemeentelijke ambities. De beschikbare budgetten voor het beheer en onderhoud zijn in 2 groepen onder te verdelen: - Regulier exploitatiebudget - IUPB budgetten Binnen het IUPB is het grootste deel beschikbaar in bulkkredieten ten behoeve van de (vervangings-) investeringen. Een klein deel bestaat uit exploitatiebudget. Dat betreft de werkzaamheden in integrale projecten die conform de geldende regelgeving niet mogen worden geïnvesteerd/geactiveerd. Denk hierbij aan het benodigde budget voor nieuwe groenaanleg in een ophoogwijk. De voor het beheer en onderhoud beschikbare budgetten werden tot 2024 maar deels geïndexeerd. De exploitatiebudgetten voor het dagelijks onderhoud en het exploitatiedeel uit het IUPB werden meegenomen in de jaarlijkse indexaties van de gemeentebegroting. Het investeringsdeel van het IUPB is nog niet geïndexeerd sinds de vaststelling van de Kadernota BOR 2017. Gezien de uitgaven binnen het IUPB de afgelopen periode is het nodig dat ook dit deel geïndexeerd wordt.
Per 2024 wordt deze indexatie meegenomen volgens de daarvoor geldende systematiek. In onderstaande overzichten zijn de beschikbare en benodigde budgetten weergegeven. Hierbij wordt uitgegaan van prijspeil 2024. De overzichten geven de geraamde budgetten weer voor 2024.
19
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Jaarlijkse exploitatiebudgetten Er staan in de gemeentebegroting jaarlijkse exploitatiebudgetten voor het beheer en onderhoud. Dit zijn de budgetten die nodig zijn voor personeelslasten, onderzoeken en inspecties, kapitaallasten en het klein en dagelijks onderhoud zoals ondergebracht in de dienstverleningsovereenkomst met Irado. Omschrijving FCL Begroting Benodigd Verschil Wegen straten en pleinen regulier onderhoud 6210000 € 6.961.227 € 6.961.227 €0 Wegen straten en pleinen reiniging 6210002 € 3.736.842 € 3.736.842 €0 Verkeersregelinstallatie, regulier onderhoud 6210180 € 280.141 € 280.141 €0 Bruggen, regulier onderhoud 6210200 € 1.421.563 € 1.276.563 € 145.000 Openbare verlichting, regulier onderhoud 6210300 € 1.724.991 € 1.679.991 € 45.000 Beheer en inkomsten gem. electriciteitkasten 6210302 € 148.038 € 148.038 €0 Straatmeubilair, regulier onderhoud 6210400 € 567.065 € 662.065 -€ 95.000 Kleine aanpassingen in de buitenruimte 6210410 € 31.683 € 31.683 €0 Gladheidbestrijding 6210600 € 259.444 € 259.444 €0 Kabels en Leidingen 6210700 -€ 337.690 -€ 337.690 €0 wegen, straten, pleinen reiniging zwerfafval 6210940 € 5.381 € 5.381 €0 Zeehavens: werkzaamheden BOR 6220001 € 531.060 € 391.060 € 140.000 Binnenhavens: werkzaamheden afd.
BOR 6221001 € 1.380.037 € 1.235.037 € 145.000 Afwatering en waterkwantiteit, regulier onderhoud 6240000 € 576.700 € 551.700 € 25.000 Openbaar groen: regulier onderhoud 6560000 € 4.242.150 € 4.737.150 -€ 495.000 Speeltuinen en speelvoorz.: regulier onderhoud 6580200 € 475.826 € 605.826 -€ 130.000 Riolering 6722000 € 7.887.991 € 7.887.991 €0 Ongediertebestrijding 6723500 € 96.530 € 96.530 €0 Totaal exploitatie € 29.988.979 € 30.208.979 -€ 220.000
Benodigde exploitatiebudgetten Zoals in bovenstaande tabel aangegeven, is er een tekort op het exploitatiebudget van ca € 220.000. Hiervoor is binnen de nu beschikbare middelen geen dekking gevonden. Wij stellen voor om voor 2024 incidenteel € 220.000 beschikbaar te stellen vanuit de algemene middelen en de gemeentebegroting hierop aan te passen. Voor 2025 en verder zal met de zomernota een voorstel aan de raad worden voorgelegd voor structurele dekking. De afgelopen jaren is er op de budgetten voor bruggen, zee- en binnenhavens een onderschrijding geweest. Dit heeft te maken met het onderbrengen van kleinschalige vervangingen in het IUPB. Deze budgetten kunnen dus voor een deel verlaagd worden. Verder verlagen is onverantwoord omdat de arealen dan onder de technische ondergrens komen. Anderzijds is er de afgelopen jaren structureel een overschrijding geweest op het budget voor groenonderhoud. Dit wordt verhoogd om te kunnen blijven voldoen aan de raadskaders. Deze vereffening is de afgelopen jaren achteraf gedaan met de jaarrekening. Wij willen dit nu vooraf doen. De toename in het geraamde budget is nodig om te blijven voldoen aan de raadskaders voor wat betreft straatmeubilair en spelen. Deze aanpassingen zijn nodig om te voorkomen dat er achterstalligheid ontstaat.
IUPB bulkkredieten In de begroting staan structureel bulkkredieten voor het IUPB benoemd. Deze zijn voor de investeringen en grootschalig levensduur verlengend onderhoud. Daarnaast staan er exploitatiebudgetten in de begroting voor de niet-investeerbare kosten in het IUPB.
20
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Omschrijving FCL Begroting Geraamd Verschil EXPLOITATIE IUPB Exploitatie Wegen, straten en pleinen IUPB 6210001 € 117.108 €0 € 117.108 Verkeersregelinstallatie IUPB 6210181 € 110.362 €0 € 110.362 Bruggen IUPB 6210201 -€ 39.907 €0 -€ 39.907 Straatmeubilair IUPB 6210401 € 55.181 € 93.204 -€ 38.023 Zeehavens IUPB 6220002 € 133.911 €0 € 133.911 Binnenhavens IUPB 6221002 € 115.299 €0 € 115.299 Afwatering en waterkwantiteit IUPB 6240001 € 275.553 €0 € 275.553 Openbaar groen IUPB 6560001 € 965.290 € 1.273.197 -€ 307.907 Speeltuinen en speelvoorzieningen IUPB 6580201 € 145.441 €0 € 145.441 Dir. Kisten Verkeer en vervoer IUPB 6000211 € 890.279 € 890.279 €0 Dir. Kosten Economische havens en waterwegen IUPB6000241 € 132.042 € 132.042 €0 Dir. Kost. Openbaar groen en recratie IUPB 6000571 € 408.246 € 408.246 €0 Totaal exploitatie IUPB € 3.308.805 € 2.796.967 € 511.838 Omschrijving KREDIETEN IUPB Bulkkrediet openbare ruimte wegen Bulkkrediet openbare ruimte bruggen Bulkkrediet openbare verlichting armaturen Bulkkrediet openbare verlichting masten Bulkkrediet openbare ruimte verkeersregelinstallaties Bulkkrediet openbare ruimte parkeerautomaten Bulkkrediet openbare ruimte binnenhavens Bulkkrediet openbare ruimte watergangen Bulkkrediet openbare ruimte zeehavens Bulkkrediet speelvoorzieningen (nieuw) Overig (cofinanciering Metropolitane fietsroute) Subtotaal investeringen excl.
riool Bulkkrediet openbare ruimte riolering noord van A20 Bulkkrediet openbare ruimte riolering zuid van A20 Klimaatadaptieve maatregelen Subtotaal investeringen riool Totaal bulkkredieten IUPB
Begroting
TOTAAL IUPB
Geraamd
Verschil
€ 7.577.850 € 927.900 € 190.735 € 190.735 € 103.100 € 61.860 € 1.237.200 € 463.950 € 515.500 €0 €0 € 11.268.830 € 2.062.000 € 2.062.000 € 800.000 € 4.924.000 € 16.192.830
€ 7.642.726 € 2.982.527 € 326.214 € 326.214 € 372.816 €0 € 967.958 € 254.639 €0 € 763.918 € 466.020 € 14.103.032 € 2.062.000 € 2.062.000 € 800.000 € 4.924.000 € 19.027.032
-€ 64.876 -€ 2.054.627 -€ 135.479 -€ 135.479 -€ 269.716 € 61.860 € 269.242 € 209.311 € 515.500 -€ 763.918 -€ 466.020 -€ 2.834.202 €0 €0 €0 €0 -€ 2.834.202
€ 19.501.635
€ 21.824.000
-€ 2.322.365
Hogere IUPB prognoses In bovenstaand overzicht en de onderliggende berekeningen is zichtbaar dat het benodigde IUPB investeringsvolume in de jaren stijgt. Dat is het gevolg van de onzekerheid in de toekomst. De uitgaven in het huidige jaar zijn duidelijk en concreet. De geprognotiseerde projectkosten voor volgend jaar hebben een bepaalde onzekerheid. Die onzekerheid wordt groter naar mate verder vooruit gekeken wordt. Daarom actualiseren we jaarlijks het IUPB-programma. Wij sturen erop dat de uiteindelijke bestedingen binnen de begroting blijven. Om dit te bereiken is het nodig dat er mate van overplanning in het IUPB zit. Dus dat er voor een hoger volume aan projecten gepland wordt dan er beschikbaar budget is. Dit is nodig omdat er altijd projecten zijn die om diverse redenen naar achteren schuiven. Zonder overplanning zou dit resulteren in een onderbesteding. Wat in de prognoses ook zichtbaar is, is dat het benodigde exploitatiebudget daalt en de benodigde investeringskredieten stijgen. Deze verschuiving is ook een prognose met bijbehorende
21
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
onzekerheden. Als deze prognoses gerealiseerd worden zou dit inhouden dat er meer kapitaallasten benodigd zijn om de toename in investeringen te kunnen bekostigen en dat exploitatiebudgetten vrijvallen. Wij zien de afname aan het exploitatievolume als mogelijke dekking daarvoor. De benodigde kapitaalslasten voor de geprognotiseerde hogere investeringen passen binnen het lagere geprognotiseerde exploitatiedeel. Daarnaast wordt het 2-jaarlijks baggeren van de Wilhelminahaven gefinancierd uit het IUPB-exploitatiebudget. Dit is in bovenstaand overzicht niet zichtbaar omdat dit in 2025 gepland is.
Budgetten gelijk houden De benodigde budgetten voor 2024 en verder zijn prognoses met onzekerheden. De daadwerkelijke bestedingen worden conform de IUPB-governance en P&C-cyclus verantwoord. Vanwege de onzekerheden wordt geadviseerd om de begroting voor het IUPB niet aan te passen. Wij gaan hier vanuit in het vervolg.
Reserve IUPB Om fluctuaties in de IUPB omzet op te vangen is er de (systeem) Reserve IUPB. Bij onderbesteding wordt deze aangevuld om overbestedingen in een jaarschijf te kunnen compenseren, bij overbesteding wordt hieraan onttrokken. Om deze fluctuaties op te kunnen vangen moet de Reserve IUPB een bepaald volume hebben. Doordat er jaren sprake is geweest van een onderbesteding in het IUPB is het geven van een goed onderbouwde argumentatie voor het benodigde volume lastig. Maar wij verwachten dat 10% van het IUPB volume een realistisch bedrag is voor deze reserve. Op dit moment bedraagt de Reserve IUPB € 220.000, met een verwachte omvang op 1/1/2024 van ca. € 250.000. Dit is lager dan de benodigde omvang. Deels heeft dat te maken met onttrekkingen uit de Reserve IUPB om incidenteel begrotingstekorten te dekken. Dat was toen een verantwoorde keuze omdat de bestedingen in het IUPB achterbleven bij de beschikbare budgetten. Inmiddels wordt het IUBP steeds beter conform begroting uitgevoerd. Dat vraagt erom de Reserve IUPB weer op een bepaald volume te brengen. Wij achten het op dit moment financieel niet verantwoord om de volledige aanvulling (€ 1,6 mln.) uit de algemene middelen te onttrekken. Het voorstel is om de Reserve IUPB eenmalig te verhogen met € 400.000. Met deze verhoging zal de reserve IUPB op 1/1/2024 ca. € 650.000 bedragen. Dat is 1/3 van het verwachte volume.
De komende jaren zullen we de ontwikkeling monitoren om te kunnen bepalen wat het daadwerkelijk benodigde volume is.
4.6 Begrotingsaanpassingen Zoals in bovenstaande paragraaf aangegeven adviseren we de volgende aanpassingen op de gemeentebegroting: 1. incidenteel € 220.000 in 2024 toevoegen aan het programma Ruimtelijke Inrichting in Samenhang ten behoeve van het onderhoud van de buitenruimte 2. incidenteel € 400.000 toe te voegen aan de Reserve IUPB ten behoeve van het opvangen van fluctuaties in het IUPB en 3. de beschikbare (bulk)kredieten van het IUPB niet aan te passen
Effectuering budgetaanpassingen Naar aanleiding van de financiële raadskeuzes in de Kadernota kan het nodig zijn om de gemeentebegroting aan te passen. Wij zullen dit direct effectueren en administratief in de eerst mogelijke Technische Aanpassing van de begroting verwerken.
22
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Verantwoording Over de financiën die gebruikt worden voor het beheer en onderhoud van de stad wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. Hierbij sluiten we zoveel als mogelijk aan bij de reguliere Planning&Control cyclus. Voor het IUPB hanteren we daarbij de uitgangspunten zoals die zijn beschreven in de governance-systematiek IUPB. Dit beschrijft de geldende mandaten binnen het IUPB en de invulling van de P&C-cyclus daarbij.
23
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
24
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
BIJLAGE 1 Overzicht onderhoudsniveaus Op onderstaande kaart zijn de niveaus weergegeven zoals we die in Schiedam hanteren:
Legenda Geel = centrum en A-locaties Rood = woonwijken en hoofdwegen Oranje = grootschalig groen en buitengebied Groen = bedrijventerreinen
1
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit is een beschrijving van de kwaliteitsniveaus waaraan objecten in de buitenruimte moeten voldoen. In Schiedam hanteren we de beeldkwaliteitsniveaus van de CROW. Dit is globaal het volgende beeld: Beeldkwaliteitsniveau Beschrijving A+ Zeer hoog onderhoudsniveau. Nieuwstaat. A Hoog onderhoudsniveau. Mooi beeld, comfortabel. B Basis onderhoudsniveau. Functioneel goed, rustig beeld. C Laag onderhoudsniveau. Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder. D Zeer laag onderhoudsniveau. Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid of sociale onveiligheid. Ter illustratie is hieronder een van de beeldmeetlatten weergegeven (bron CROW).
2
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
Centrum en A-locaties (geel)
Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, groen, speelvoorzieningen
A
Openbare verlichting, reiniging *)
B
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) zwerfvuil is B zonder toegestane afwijking, bijplaatsingen is A
3
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
Woonwijken en hoofdwegen (rood)
Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) onkruid op verharding is C
4
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
Grootschalig groen en buitengebied (oranje)
Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) onkruid op verharding is C
5
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 1
Bedrijventerreinen (groen)
Arealen
Onderhoudsniveau
Bomen, openbare verlichting, reiniging *)
B
Groen, speelvoorzieningen, reiniging *)
C
Overige arealen op minimale technische ondergrens *) zwerfvuil is B, overig is C
6
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 2
BIJLAGE 2 FINANCIELE ONDERBOUWINGEN Een belangrijk aspect van de Kadernota en het waarmaken van de ambities daarin is het beschikbaar hebben van voldoende budget. In de Kadernota staan de benodigde bedragen op hoofdlijnen genoemd. In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op een aantal specifieke aspecten. Ook bevat deze bijlage een meerjarig overzicht van de benodigde budgetten en de relatie met de begroting.
Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 Recent is de Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 vastgesteld. Hierin staan de uitgangspunten die wij hanteren in de gemeentelijke financiën voor investeringen. In deze Kadernota heeft dat specifiek betrekking op de investeringen in het IUPB. Hierover staat in de Nota “Nadere (financiële) uitgangspunten zijn verwoord in de kadernota Beheer Openbare ruimte en de governancestructuur rondom het IUPB.” Wij willen in deze bijlage de invulling van de Nota in het kader van de Kadernota toelichten en waar nodig verduidelijken en aanvullen.
Investeringen Binnen het IUPB is er een onderscheid tussen het exploitatiedeel en investeringsdeel. De BBV-regels en de Nota biedt ruimte om meer bedragen te investeren dan nu gebeurt. De werkzaamheden worden wel gedaan en nu gefinancierd uit exploitatiebudgetten. In deze Kadernota zetten we in op extra investeren. De daarbij vrijvallende exploitatiebudgetten gebruiken we om tekorten op te vangen zodat we zoveel mogelijk conform begroting werken. Dit resulteert erin dat deze Kadernota nagenoeg begrotingsneutraal kan worden uitgevoerd.
Minimumbedrag voor activeren Het minimale bedrag wat in Schiedam geactiveerd (geïnvesteerd) wordt, is bepaald op € 50.000. De kosten voor de vervanging van bijvoorbeeld een fietsbrug is lager dan dit bedrag. Dit zou inhouden dat de vervanging van deze fietsbrug niet geïnvesteerd kan worden. Dit onwenselijk en draagt bij aan hogere exploitatiekosten. Om hier invulling aan te geven wordt in die gevallen de investering van meerdere losse (gelijksoortige) objecten slim gecombineerd tot 1 investering. Dus in plaats van 1 fietsbrug niet investeren, worden meerdere bruggen in hetzelfde jaar wel als 1 grotere investering aangemerkt. We hanteren daarbij de uitgangspunten uit de nota dat het totaal van deze investeringen ten minste € 100.000 is.
Componentenmethode In de basis passen we in Schiedam de zogenaamde componentenmethode niet toe, tenzij… Voor een aantal objecten in de openbare ruimte gaan we de componentenmethode wel toepassen. Het gaat daarbij om objecten als bruggen. De brugkelder heeft een langere technische levensduur dan de machine (aandrijving) in de brug. De investering voor het vervangen van een brug wordt conform de nota in 40 jaar afgeschreven. De kelder gaat meer dan 40 jaar mee maar heeft dan wel vaak groot onderhoud nodig. De machine is veelal na 25 jaar al op. Investering kan dan nog niet omdat er nog een activering loopt. Het vervangen van de machine moet in dat geval gefinancierd worden vanuit het exploitatiebudget. Het toepassen van de componentenmethode stelt ons in staat om ook de vervanging van de machine als investering te activeren. Dit heeft een gunstig effect op de begroting.
1
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 2
Wegen Het vervangen en vernieuwen van volledige asfaltdeklagen is op dit moment in het IUPB opgenomen als investering. Het gaat immers om een investering die de levensduur van de weg significant (ca. 1015 jaar) verlengd. Dus levensduur verlengend en met een duidelijk maatschappelijk nut. In de recent behandelde Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 is dit minder duidelijk als investering omschreven. Wij willen deze lijn als investering doorzetten. Mede omdat het omzetten naar exploitatie budget een significante verhoging hiervan vraagt. Duidelijk is dat deelreparaties hier niet onder vallen en gewoon regulier onderhoud is wat gefinancierd wordt uit exploitatiebudget.
Afschrijvingstermijnen In de bijlage bij de nota zijn afschrijvingstermijnen genoemd. Deze zullen we blijven evalueren en indien nodig actualiseren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de toepassing van de componentenmethode. Maar ook technische ontwikkelingen hebben invloed hierop. De omvorming van openbare verlichting naar LED is daarvan een voorbeeld. Wij proberen bij de aanpassing van afschrijvingstermijnen zoveel mogelijk kostenneutraal te blijven of juist kostenverlagingen door te voeren.
Spelen Op dit moment zijn vervangingsinvesteringen niet opgenomen in de IUPB budgetten. Per 2024 willen we dit wel doen. We beginnen de komende periode met een inhaalslag. Hiervoor is een uitvoeringsprogramma voorzien in het IUPB. Gedurende de looptijd van deze Kadernota willen we begroten hoeveel budget er jaarlijks nodig is om het bestaande areaal in stand en op orde te houden. De verwachting is dat na de eerste inhaalslag het budget bijgesteld kan worden.
Prijspeil Conform de begrotingssystematiek worden indexaties alleen meegenomen voor het komende begrotingsjaar (in dit geval 2024). Ze worden dus niet meerjarig cumulatief in de begroting verwekt. Dat resulteert erin dat de bedragen in de begroting voor de komende 4 jaar gelijk zijn terwijl er wel geïndexeerd wordt. Voor de benodigde budgetten is dezelfde systematiek gebruikt. Dat betekent dat alle bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2023.
Uitgangspunten Resumerend zijn bij de bepalingen van de benodigde budgetten de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Daar waar mogelijk zijn de budgetten meerjarig bepaald. Voor de begrotingswijzigingen is uitgegaan van de begroting 2024 en het benodigde budget uit het PWR; - De huidige budgetten voor zowel investeringen als exploitatie zijn structureel verankerd in de begroting en beschouwen wij als een samenhangend geheel; - Klein- en dagelijks onderhoud wordt gefinancierd uit exploitatiebudgetten; - Groot onderhoud (levensduur verlengend) en vervangingsinvesteringen worden (zoveel als mogelijk) geactiveerd binnen het IUPB; - Activa worden annuïtair afgeschreven; - Investeringskredieten worden vanaf 2024 geïndexeerd; - Investeringen worden slim gecombineerd om te voldoen aan de minimum vereisten zoals genoemd in de Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024; - De componentenmethode voor afschrijving wordt toegepast op arealen waar de technische levensduur van hoofdonderdelen van een object significant van elkaar afwijken; - Wegdekvernieuwingen worden gezien als levensduur verlengend onderhoud en geïnvesteerd;
2
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 2
- Afschrijvingstermijnen sluiten zoveel als mogelijk aan bij de technische levensduur van objecten; - Voor- en nadelen op het exploitatiebudget IUPB en de kapitaallasten worden verrekend met de reserve IUPB; - Jaarlijks wordt het totaalbudget voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (exploitatie en investeringen) geëvalueerd en indien nodig binnen de gegevens financiële kaders opnieuw verdeeld over de diverse arealen om de begroting zo actueel en realistisch mogelijk te houden.
Benodigde exploitatiebudgetten Zoals in de Kadernota aangegeven is er een tekort op het exploitatiebudget van ca € 220.000. Hiervoor is binnen de nu beschikbare middelen geen dekking gevonden. Wij stellen voor om voor 2024 incidenteel € 220.000 beschikbaar te stellen vanuit de algemene middelen en de gemeentebegroting hierop aan te passen. Voor 2025 en verder zal met de zomernota een voorstel aan de raad worden voorgelegd voor structurele dekking.
IUPB bulkkredieten In de begroting staan structureel bulkkredieten voor het IUPB benoemd. Deze zijn voor de investeringen en grootschalig levensduur verlengend onderhoud. Daarnaast staan er exploitatiebudgetten in de begroting voor de niet-investeerbare kosten in het IUPB.
Hogere IUPB prognoses Zoals in de Kadernota aangegeven is de prognose voor het IUPB naar de toekomst hoger dan de beschikbare budgetten in de begroting. De oorzaken hiervoor zijn toegelicht in de Kadernota. Op basis van die argumenten achten we het onverstandig om de kredieten voor het IUPB aan te passen.
3
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 3
BIJLAGE 3 Alternatief ‘Kadernota BOR plus 1’ Eén van de kaders die de gemeenteraad vaststelt zijn de kwaliteitsniveaus voor het onderhoud. In de nieuwe Kadernota BOR wordt doorgegaan met de kwaliteitsniveaus zoals vastgesteld in de vorige kadernota. Op verzoek van de gemeenteraad is er een alternatief ‘Kadernota BOR plus 1’ opgesteld op basis waarvan de gemeenteraad kan inzien welke kosten en kwalitatieve opbrengsten er ontstaan bij het verhogen van het ambitieniveau per areaal. In dit scenario ‘plus 1’ worden de meeste arealen op een hoger onderhoudsniveau onderhouden. Dit is in principe 1 stap hoger dan het huidige raadskader.
Kadernota BOR plus 1 Het scenario “Kadernota Bor plus 1” geeft de raad de mogelijkheid om te kiezen voor hoger onderhoudsniveaus van diverse arealen. Dit is gepresenteerd als een buffet waarbij er kan worden gekozen voor onderdelen of het geheel. De keuze om 1 of meerdere arealen op een hoger niveau te onderhouden heeft financiële consequenties die niet binnen bestaande middelen gedekt kunnen worden. Deze keuze betekent dus automatisch de keuze voor een (structurele) begrotingswijziging (budgetverhoging). Het is een buffet waarbij wel gehaald kan worden, maar niet gebracht. Het inruilen van 1 areaal op een hoger niveau voor 1 areaal op een lager niveau dan nu, is niet doorgerekend. Dit is enerzijds omdat dit onverstandig is. Anderzijds is verlagen voor een groot deel van de arealen überhaupt niet mogelijk. Dat betreft de arealen die worden onderhouden op de minimale technische ondergrens.
Minimale technische ondergrens In de vorige kadernota is gekozen om het onderhoudsniveau van veel technische arealen (wegen, bruggen, kademuren, straatmeubilair) vast te stellen op “minimale technische ondergrens”. Dit is het onderhoudsniveau waarbij het betreffende onderdeel van de buitenruimte nog veilig is, maar er niet altijd netjes of verzorgd uitziet. De zwakste schakel bepaalt het uiteindelijke beeld. Dat zijn vaak deze arealen. Bij onderhoud op minimale technische ondergrens hoort de acceptatie voor een aantal storingen op jaarbasis (voor bijvoorbeeld bruggen) of tijdelijke afzettingen in afwachting van vernieuwings-investeringen (bijvoorbeeld wegen).
Hoger niet altijd mogelijk Zoals onderhouden op een lager niveau niet altijd mogelijk is, zit er ook een bovengrens aan de onderhoudsniveaus. Dit betreft de arealen die nu worden onderhoud op A niveau. Een hoger onderhoudsniveau (A+) heeft meer betrekking op de vervangingsfrequentie dan op de hoeveelheid dagelijks onderhoud.
Riolering niet meegenomen Voor ondergrondse infra als riolering is het lastig om een ‘plus 1’ niveau te bereiken. Riolering wordt nu eenmaal niet onderhouden op een beeldkwaliteit (het is immers niet zichtbaar). Het hogere niveau moet daarbij vooral worden gezocht in het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen om water op straat te voorkomen. Wel zorgt een hoger niveau van straatreiniging voor minder vervuiling
1
Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027
Bijlage 3
van het stelsel en de kolken die het water afvoeren. In die vorm wordt een ‘plus’ voor riolering indirect meegenomen.
Investeringen Dit scenario ‘plus 1’ heeft nagenoeg geen effect op de huidige (investerings)inzet die in het IUPB gedaan wordt. Een vernieuwde buitenruimte is bij oplevering immers altijd beeldkwaliteit A+ (100% nieuw). De buitenruimte wordt integraal en buurtgericht iedere 20 jaar aangepakt. Het resultaat van een hoger onderhoudsniveau in buurten die al meerdere jaren op een lagere beeldkwaliteit worden onderhouden zal niet altijd direct voor alle arealen zichtbaar zijn. Dat betekent dat het resultaat van de extra onderhoudsinzet in sommige buurten pas echt goed zichtbaar wordt na vernieuwing van de wijk. Om de resultaten van extra onderhoudsinzet in de stad sneller zichtbaar te laten zijn, zou kunnen worden gekozen voor een verhoging van het investeringsvolume in het IUPB. Dan kunnen meer buurten sneller opgepakt worden. Naast dat dit een ondoelmatige inzet van publieke middelen is, zorgt er ook voor dat grote delen van de stad gelijktijdig openliggen. Dat is onwenselijk en doet het doel van een hoger onderhoudsniveau deels teniet.