Bijlage Kaderbrief begroting 2025 Stroomopwaarts
Tekst van het document
Kaderbrief ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting 20262028
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
1. Inleiding Deze kaderbrief is de opmaat voor de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 van het Participatiebedrijf MVS Stroomopwaarts. De brief benoemt de belangrijkste parameters en uitgangspunten die daarbij gehanteerd worden en is op 7 maart 2024 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. In paragraaf 2 worden de beleidsmatige doelstellingen en kaders beschreven, waaronder met name de financiële beleidskaders. In paragraaf 3 worden de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de omvang van het aantal (bijstands)cliënten, re-ïntegratietrajecten, werkgeverschap kwetsbare groepen en inburgering geschetst. Op 22 november 2023 hebben er Tweede Kamer verkiezingen plaatsgevonden. Ten tijde van het schrijven van deze kaderbrief was nog niet duidelijk welke partijen plaats gaan nemen in het nieuwe kabinet of over het programma dat zij gaan uitvoeren (het nieuwe regeerakkoord). Dat nieuwe regeerakkoord kan een flinke impact krijgen op het rijksbeleid op het gebied van het sociaal domein. De ontwerpbegroting 2025 wordt samengesteld op basis van het bestaande rijksbeleid. In 2024 zal zo nodig een bijsturing plaatsvinden op basis van het regeerakkoord, via bestuursrapportages, de beleidsontwikkeling en begrotingswijzigingen.
De Nederlandse economie is, mede door ondersteunend landelijk en lokaal beleid, wonderwel hersteld van de klappen die de covid-crisis en de energiecrisis (als gevolg van de oorlog in Oekraïne) hebben toegebracht. Desondanks voorziet het Centraal Planbureau (CPB) voor 2024 en 2025 een lichte economische stagnatie. Dat zien wij terug in de ramingen in deze kaderbrief. Het CPB verwacht een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2024 en 2025, een trend die wij in de ramingen volgen. De gemeentelijke BUIG middelen zijn en blijven echter (ruim) toereikend, op basis van de voorlopige beschikkingen voor 2024. Natuurlijk wil Stroomopwaarts die landelijke trend “verslaan” waar dat kan. Daarom wordt enerzijds ingezet op het realiseren van banen met loonkostensubsidie in de markt (landelijke banenafspraak) en het realiseren van een hogere effectiviteit ten aanzien van de uitstroom van uitkeringsgerechtigden naar werk. Dat vraagt om een herijking van het interne proces in het eerste halfjaar van 2024, want dat was nog niet op het afgesproken niveau. Vanaf medio 2024 moet de hoge ambitie alsnog vervuld worden. De omzet van het werkleerbedrijf staat hierdoor ook onder druk, met name ten aanzien van het aantal (relatief rendabele) detacheringen van kwetsbare WSW-medewerkers. Het realiseren van groepsdetacheringen krijgt daarom meer prioriteit.
De lonen van ambtelijk medewerkers zijn in 2023 en 2024 historisch fors gestegen, in totaal met gemiddeld circa 14%. Met name de energiecrisis heeft vanaf begin 2022 geleid tot een forse inflatie. De loonontwikkeling bij de cao’s voor de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en Aan de Slag (Beschut werk) bleef daar lang sterk bij achter, wat niet viel uit te leggen. Dat leidde in 2023 dan ook tot vele landelijke acties, waar wij ons als Stroomopwaarts achter geschaard hebben. De cao’s zijn terecht opengebroken en (in het geval van de cao Aan de Slag) verlengd. Sinds 1 juli 2021 is er sprake van uniforme arbeidsvoorwaarden voor een steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking. De sociale partners FNV, CNV (werknemersvertegenwoordiging), Cedris en VNG (werkgeversvertegenwoordiging) hebben afspraken gemaakt over deze arbeidsvoorwaarden in de nieuwe cao Aan de slag (ADS). Deze cao liep oorspronkelijk tot en met 1 januari 2024 en is van toepassing op werknemers met de indicatie Beschut Werk, medewerkers met de indicatie Wet Banenafspraak en medewerkers met een Wajongindicatie (voor mensen die voor hun 18 e of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben) én loonkostensubsidie. De indexatie van de gemeentelijke bijdragen is in de afgelopen jaren verre van toereikend gebleken om deze ontwikkelingen te compenseren.
De bestaande methodiek was niet flexibel en hield geen rekening met recente ontwikkelingen. In 2023 is met de gemeenten gewerkt aan een meer flexibele 2
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
systematiek die beter inspeelt op actualiteiten. Ook ten aanzien van de gehanteerde verdeelsleutel van een deel van de kosten van Stroomopwaarts (algemene dienstverlening, werkleerbedrijf en overhead) is in overleg met de gemeenten gekomen tot een aangepast model. Naar aanleiding van de zienswijzen op onze ontwerpbegroting voor 2024 (waarin een aantal moties van de gemeenteraden is verwerkt) heeft er overleg met gemeenten plaatsgevonden over de KPI’s (de prestatie indicatoren). Voor 2025 leidt dit tot een aanvulling en aanscherping van de gehanteerde indicatoren. Vanaf de start van Stroomopwaarts was er voor het grootste deel van de bedrijfsvoeringstaken sprake van een hosting constructie, de diensten werden om niet geleverd door de gemeenten. Vanaf 2022 voert Stroomopwaarts deze taken zelf uit. De besteding van de hiervoor overgehevelde middelen wordt na twee jaar geëvalueerd op basis van de reële uitgaven. Wellicht leidt dit op termijn tot een aanpassing van de begroting van Stroomopwaarts. De kaderbrief wordt verder uitgewerkt naar een ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028. Na goedkeuring door het dagelijks bestuur op 4 april 2024 wordt de ontwerpbegroting ten behoeve van het formuleren van zienswijzen aangeboden aan de gemeenten.
Op 20 juni 2024 staat de tweede behandeling van de conceptbegroting door het dagelijks bestuur (inclusief een reactie op de door gemeenten ingebrachte zienswijzen) gepland. Aan het algemeen bestuur wordt in de vergadering van 11 juli 2024 voorgesteld de begroting 2025 vast te stellen. In 2022 is de nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen in werking getreden. Deze geeft meer ruimte in de termijnen. Wij hebben desondanks vastgehouden aan een afronding van de procedure voor het zomerreces, zodat de gemeenten hierover helderheid hebben voor het opstellen van hun ontwerpbegrotingen. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS De secretaris
de voorzitter
N.C. van der Wekken
A.J. Proos
3
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
2. Doelstellingen en kaders Namens Maassluis, Vlaardingen en Schiedam verstrekt Stroomopwaarts inkomensvoorzieningen op een efficiënte en rechtmatige wijze en conform de Participatiewet. Stroomopwaarts richt zich daarnaast op het activeren van mensen, bij voorkeur door hen naar werk te begeleiden. Stroomopwaarts fungeert als werkgever voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. De omvang van het aantal werknemers bij de Sociale Werkvoorziening (WSW-ers) neemt in de komende jaren door rijksbeleid af. De infrastructuur van het bedrijf (zoals de productiehallen) wordt echter ook in de komende jaren intensief gebruikt voor andere en deels nieuwe doelgroepen. Denk daarbij aan plaatsingen in het kader van beschut werk (voor mensen met een grote arbeidsbeperking), de banenafspraak (werk met loonkostensubsidie) en het “werk klaar” maken van uitkeringsgerechtigden door werk-leer trajecten en vakopleidingen aan te bieden. Mensen die werken in het werkleerbedrijf zijn kwetsbaar, vaak langdurig aan Stroomopwaarts verbonden en hebben vaak geen keuze om elders te werken. Dit geldt in het bijzonder voor mensen met een beperking en een indicatie, maar ook voor de mensen met een uitkering. De omgeving waarin zij werken moet voldoen aan de eisen van gezond, veilig en goed werkgeverschap. Stroomopwaarts heeft verspreid over de MVS-gemeenten zeven locaties.
Doordat er veel thuis wordt gewerkt en medewerkers verspreid zitten als ze naar kantoor komen, heeft Stroomopwaarts de wens om de officefuncties te bundelen op één locatie. Het uitgangspunt is te komen tot een huisvesting van SOW die sober en doelmatig is, maar wel passend voor de doelgroep. Hoe de gesprekken en de besluitvorming over de huisvesting zich ook mogen ontwikkelen, één ding is helder: er zal door de gemeenten geïnvesteerd moeten worden in veiligheid, duurzaamheid, een adequate werkomgeving en in het wegwerken van (achterstallig) onderhoud. De 7 gebouwen die Stroomopwaarts in gebruik heeft, zijn met name voor wat betreft de gebouwen waar de kwetsbare doelgroepen zijn gehuisvest niet Schoon, heel en veilig. Het niet voldoen aan de duurzaamheidswetgevingen wordt een steeds groter risico voor de kosten die voor rekening komen van Stroomopwaarts. Energiekosten stijgen en energie beperkende maatregelen worden steeds uitgesteld, wegens het ontbreken van investeringsgelden. Die cijfers komen in deze brief niet terug, omdat de gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de huisvesting en het reserveren van voldoende middelen. In de gemeentelijke begrotingen voor 2024 zijn hiervoor middelen opgenomen. In 2023 heeft het bureau Berenschot een onderzoek gedaan naar de infrastructuur van sociale ontwikkeling in opdracht van het ministerie van SZW, VNG en Cedris.
Het onderzoek geeft een actueel beeld van de huidige infrastructuur, dienstverlening en financiering van sociaal ontwikkelbedrijven en de toekomstige ontwikkeling van de ondersteuningsinfrastructuur voor kwetsbare groepen, uitgaande van ongewijzigd rijksbeleid, en wat dit betekent voor de doelstelling van de participatiewet m ook de meest kwetsbare doelgroepen aan werk te helpen en te houden. De functionaliteiten van de sociale infrastructuur zijn onder meer het beiden van een voorziening voor Beschut werk (in het kader ook van een afbouwende WSW), diagnose van kandidaten (veelal bijstandsgerechtigden), het ontwikkelen van werknemersvaardigheden (bijvoorbeeld via praktijkleren), werkgeversbenadering en matching, duurzame uitstroom. Het demissionaire kabinet heeft op 21 december 2023 een kamerbrief verzonden naar aanleiding van het rapport. Daarin worden een aantal toekomstige maatregelen (met varianten) benoemd, waarbij het de vraag is hoe een toekomstig kabinet daarmee omgaat. De eerste stappen worden al wel gezet. Bijvoorbeeld maatregelen om de processen om een beschutte werkplek te verkrijgen te verbeteren en te versimpelen. De doelstelling is om landelijk circa 30.000 beschutte banen te realiseren (op MVS niveau zou dat neerkomen op circa 400 à 500 banen, we verwachten in 2025 op circa de helft hiervan te zitten).
Daarnaast worden er op termijn landelijk 10.000 banen (circa 150 op MVS-niveau) gerealiseerd voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. Er wordt een structurele infrastructurele opslag beschikbaar gesteld voor de 10.000 nieuwe banen zoals hierboven benoemd, zodat er financiering komt voor infrastructurele kosten waar nu in de bekostiging geen rekening wordt gehouden. Het betreft de financiering van essentiële zaken 4
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
zoals huisvesting, vervoer en gereedschap. De infrastructurele opslag wordt ingezet voor de banen voor mensen die niet vallen onder beschut werk en die (tijdelijk) aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Het rapport van Berenschot geeft aan, dat veel gemeenten hebben geen visie hebben op de faciliteiten voor een werkleerbedrijf, een beschermde werk- en ontwikkelomgeving. De MVSgemeenten hebben die visie wel, dat geeft een mooie basis voor de toekomst. 2.1 Hoofdambities 2025 Stroomopwaarts De hoofdambities voor 2025 zijn afkomstig uit de eind 2021 door de gemeenteraden en het algemeen bestuur vastgestelde Strategische visie Werk en Inkomen MVS 2022-2025. Binnen de huidige omstandigheden (stijgende lasten energie, toenemende knelpunten levensonderhoud) is ervoor gekozen de bestaande visie op Armoede en Schulden (2020-2023) met één jaar te verlengen. In 2024 wordt gekomen tot een geactualiseerde visie Armoede en Schulden. De financiële gevolgen van de daarbij te maken keuzes kunnen nog niet verwerkt worden in deze kaderbrief en de ontwerpbegroting voor 2025. De strategische visie op Werk en Inkomen wordt in 2024 geëvalueerd. Inkomen De Participatiewet wordt komende jaren herzien binnen het landelijke programma Participatiewet in Balans.
Uitgangspunt daarbij is om meer naast mensen te gaan staan (in plaats van tegenover) en meer uit te gaan van de mens dan van het systeem. Aanpassingen zijn onder meer te verwachten bij de inkomstenvrijlating (in welke mate mag een bijstandscliënt verdiende inkomsten zelf houden). In de huidige wetgeving is er een vrijlating van 25% voor de duur van 6 maanden en is er de vrijlating van 12,5% voor alleenstaande ouders voor 30 maanden. In de wetgeving Participatiewet in Balans komt er ook een structurele, blijvende vrijlating van 15% voor mensen met een medische urenbeperking. Ook wordt er gewerkt aan een wetswijziging waarin er een bufferbudget wordt aangelegd voor mensen met wisselende inkomsten. Met dit bufferbudget kunnen de inkomstenverrekeningen dan soepeler gaan verlopen. Het bufferbudget wordt in samenwerking met de inkomstenvrijlating verder uitgewerkt in de wet. Iedere cliënt is goed in beeld door frequent, intensief en persoonlijk contact waarbij sprake is van een sluitende keten door nauwe samenwerking met ketenpartners (andere partijen waarmee de activiteiten worden afgestemd). Er wordt bij het eerste klantcontact direct een brede uitvraag gedaan waarbij multi-problematiek in beeld wordt gebracht en ketenpartners op de benodigde leefgebieden (bijvoorbeeld wonen, geestelijke gezondheid, werk) worden ingeschakeld.
Multiproblematiek ontstaat als zich in een gezin bij een of meerdere gezinsleden op verschillende leefgebieden uiteenlopende problemen voordoen. Duidelijke informatievoorziening en eventueel direct ingrijpen dragen bij aan fraudepreventie. Preventie door intensivering van de inzet op vroegsignalering (het snel signaleren van mogelijke financiële problemen bij een huishouden) beperkt bestaande schulden of het ontstaan van nieuwe financiële problemen. Bestrijding van armoede onder kinderen is daarbij het belangrijkst. Er wordt ingezet op het vergroten van financiële zelfredzaamheid van burgers door de inzet van regelingen, ontheffingen, trainingen en voorlichting. Voor vernieuwingen is er het Schuldenlab MVS, hierbinnen wordt geëxperimenteerd met effectieve aanpakken op het gebied van armoede en schulden (bijvoorbeeld de doorbraakmethode, de voorzieningenwijzer en collectief schuldregelen). Werk Stroomopwaarts gaat optimaal gebruik maken van de verwachte verruimingen van de Participatiewet om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Met name de maatregelen in het kader van het Breed Offensief van het kabinet zijn daarbij interessant. Het gaat onder meer om de vereenvoudiging van het verkrijgen van loonkostensubsidie voor werkgevers, hulp op maat voor 5
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
de werknemer en meer duidelijkheid over welke re-integratiemiddelen een werkgever kan krijgen en gebruiken. Maar ook de mogelijkheid, dat het inkomen uit deeltijdwerk niet meer volledig gekort wordt op de bijstandsuitkering van de werknemer die werkt met loonkostensubsidie. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil indien een cliënt niet in staat is het minimumloon te verdienen. De ontwikkeling en mogelijkheden van de cliënt en de kansen op de arbeidsmarkt staan centraal. De motivatie voor de stap naar werk wordt bevorderd door aandacht te hebben voor persoonlijk talent en kennismaking met diverse werkvormen. Dit bevorderen we met een aangescherpte (maatwerk) werkwijze om de effectiviteit en re-integratie te vergroten. Wij stimuleren cliënten om kennis te maken met verschillende werksoorten of te participeren in een ‘werkomgeving’ bij Stroomopwaarts zodat we ze uit hun huidige ritme/isolatie van niet werken halen. Stroomopwaarts heeft zo’n 4.300 bijstandsontvangers die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben (moeilijk of niet aan het werk komen), het gaat om ongeveer 80% van het aantal mensen met een uitkering. In de recent doorontwikkelde werkprocessen is daarom veel aandacht gegeven aan het in beeld hebben en houden van alle uitkeringsgerechtigden en het aanbieden van trajecten op (menselijke) maat.
Daarbij zijn verplichtingen en oog voor de persoonlijke omstandigheden in evenwicht. Het hogere doel van volledige financiële zelfstandigheid via werk blijkt desondanks in te weinig gevallen haalbaar. De inspanningen van Stroomopwaarts zijn zeer waardevol, maar richten zich vaak op het helpen van cliënten, in soms hele kleine stappen, richting maatschappelijke participatie en re-integratie. Dat kost dus tijd en zal in statistisch opzicht vaak een beperkt resultaat opleveren (bijvoorbeeld 8 uur werken of vrijwilligerswerk per week en een blijvende afhankelijkheid van een uitkering). De positieve impact op het leven van de cliënt en daarmee een positief maatschappelijk rendement is er zeker. Inburgering De gedeelde MVS-visie is dat naast taal, werk een uitstekende basis vormt voor succesvolle inburgering. Stroomopwaarts heeft de regiefunctie bij de uitvoering, waarbij er ruimte is voor ondersteuning op de aanpalende leefgebieden die bijdragen aan een snelle integratie in onze samenleving. Er wordt gewerkt vanuit een ketenaanpak met de diverse partners zoals Vluchtelingenwerk, Inclusia, taalaanbieders en de welzijnsorganisaties. Dienstverlening / Bedrijfsvoering: In 2023 hebben de gemeenten ingestemd met het voorstel om de taken van Stroomopwaarts ingaande 2024 uit te voeren in delegatie in plaats van mandaat.
Op termijn heeft dat voordelen voor de uitvoering van de taken van Stroomopwaarts en wordt voorkomen, dat wij te maken krijgen met een rechtmatigheidskwestie (de accountant ging niet langer akkoord met het gehanteerde model). Maar het vroeg en vraagt in 2023 en 2024 nog wel de nodige aanpassingen in de bedrijfsvoering van Stroomopwaarts. In de strategische visie Werk en Inkomen is aangegeven dat Stroomopwaarts het dienstverleningsconcept (de gedachte en de structuur achter de dienstverlening) evalueert en waar nodig vernieuwt. Dit is één van de speerpunten voor 2024. De cliënt staat centraal en wordt met respect behandeld. Stroomopwaarts blijft samen met de gemeenten continu kritisch en alert op (het voorkomen van) misstanden. Cliënten wachten ook niet langer dan strikt noodzakelijk. Voor wie een uitkering nodig heeft, moet het makkelijk zijn om deze aan te vragen. Vanaf de start van Stroomopwaarts was er voor het grootste deel van de bedrijfsvoeringstaken sprake van een hosting constructie, de diensten werden om niet geleverd door de gemeenten. De 6
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
voorheen gehanteerde aparte hostingbegroting bevatte de kosten voor de hosting die de drie gemeentes opgaven te gaan besteden aan de bedrijfsvoering van Stroomopwaarts. De werkelijke uitgaven en formatieve inzet van de hosting werden echter niet door alle gemeenten in beeld gebracht en er werd ook geen verschillenanalyse gemaakt. Een nauwkeurig inzicht in de kosten (en de over te hevelen budgetten) ontbrak dus. Vanuit deze situatie hebben de gemeenten in hun besluitvorming aangegeven, dat de besteding van de hostingsgelden na twee jaar wordt geëvalueerd op basis van de reële uitgaven, welke noodzakelijk zijn voor een sobere en doelmatige bedrijfsvoering binnen Stroomopwaarts. Daarom worden sinds 2022 de uitgaven van Stroomopwaarts op dit gebied goed bijgehouden. Incidenteel worden knelpunten via de planning- en control rapportages (zoals de bestuursrapportages) opgelost. Na twee volledige boekjaren worden de daadwerkelijke noodzakelijke bestedingen in de eerste helft van 2024 geëvalueerd. Wellicht leidt dit op termijn tot een aanpassing van de begroting van Stroomopwaarts. De wijziging naar het delegatiemodel heeft de consequentie, dat Stroomopwaarts voortaan zelf verantwoording aflegt op het gebied van ICT en data beveiliging. Hierdoor zal de functie van FG en CISO, vanwege de noodzakelijke functiescheiding, uit elkaar getrokken worden.
Stroomopwaarts richt zijn organisatie in op de uitvoering van de WOO (Wet Open Overheid). Hiertoe is een werkgroep bezig dat Stroomopwaarts de juist stukken openbaar maakt waardoor het aantal WOO verzoeken beperkt blijft. In onze organisatie zien we dat burgers vaak niet zien waar de WOO voor is, als zij inzage willen in het dossier. Om hier correct mee om te gaan combineren we de functie van WOO-coördinator en die van de FG (privacy officer). Een voorstel hiervoor is in de maak, inclusief mogelijke financiële consequenties. Dit wordt betrokken bij de evaluatie van de overgedragen bedrijfsvoeringstaken. Snelheid en kwaliteit zijn uitgangspunten bij telefonische dienstverlening, het betalen van de uitkering en het aanbieden van een passende re-integratievoorziening (geschikte ondersteuning bij het vinden van werk). Hierbij wordt gewerkt met servicenormen, zodat het voor cliënten duidelijk is wat zij kunnen verwachten. Betrouwbare en duidelijke communicatie is hierbij essentieel. Wij communiceren met de cliënt op A2 niveau (Nederlandse taal toereikend voor eenvoudige, alledaagse situaties). De telefonische dienstverlening wordt beperkt door de verouderde telefooncentrale die we nog gemeenschappelijk gebruiken met de gemeente Schiedam. Deze is aan vervanging toe. Goede en efficiënte dienstverlening vraagt om slanke (“lean”) processen, waarin verspilling wordt voorkomen.
Veel van het werk bestaat uit administratieve en repeterende handelingen die grotendeels gestandaardiseerd en geautomatiseerd kunnen worden uitgevoerd. Stroomopwaarts is een goede werkgever voor zowel werknemers in het Werkleerbedrijf als het ambtelijk personeel. Het is een organisatie waar medewerkers zich op hun gemak voelen en voldoende uitdagingen aangeboden krijgen. Deze ambities worden vertaald in doelstellingen en wijzen van aanpak in de vier programma’s in de begroting 2025: 1. Inkomen 2. Werk 3. Werkleerbedrijf 4. Inburgering Bedrijfsvoering wordt uitgewerkt in de paragraaf Bedrijfsvoering.
7
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
2.2 Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Deze worden regelmatig kritisch bekeken wat betreft relevantie en inzicht. In overleg met de gemeenten wordt gekeken hoe de KPI’s in de begroting 2025 verder ontwikkeld kunnen worden. Op basis van de eerste resultaten zal worden gewerkt aan een verdere uitbreiding van de KPI’s ten aanzien van: - de omvang van de groepen maatschappelijke en sociale activering binnen de bijstandspopulatie (afstand tot arbeidsmarkt, wegnemen problemen in leefsituatie); - het bereik van de regionale en lokale armoederegelingen; - Social Return on Investment (SROI). De KPI ten aanzien van de deelname aan trajecten door cliënten bij Inburgering wordt gecorrigeerd. Daar worden nu nog gezinsmigranten meegeteld, maar deze zijn niet verplicht deel te nemen aan trajecten. Daardoor is de doelstelling van 80% deelname niet realistisch haalbaar. 2.3 Algemene kaders Voor de berekening van de financiële opgave is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting te bepalen. Doelstelling is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de meerjarenbegroting in evenwicht is en de lasten dus worden gedekt door voldoende inkomsten.
Met de gemeenten is gesprek gevoerd over methodiek van indexering van de gemeentelijke bijdragen. De bestaande regeling ging uit van verouderde gegevens en hield onvoldoende rekening met recente ontwikkelingen. Die waren in 2022 en 2023 zeer fors, met name door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Helaas heeft dat nog niet geleid tot een besluit aan de kant van de gemeenten. In onderstaande zijn maatwerkafspraken opgenomen voor 2024 en 2025. Meerjarige speerpunten van het financieel beleid Tijdige rapportage en bijsturing Overschrijdingen binnen een programma worden binnen het programma opgelost, tenzij er sprake is van autonome, niet door ons te beïnvloeden ontwikkelingen (zoals loonstijgingen) Flexibele begroting gerelateerd aan de omvang van het uitkeringenbestand, participatie- en inburgeringstrajecten, de aantallen schuldhulpverlening en de uitvoering van tijdelijke taken Risicomanagement, handhaven van een toereikend weerstandsvermogen om de geïnventariseerde risico’s af te dekken (norm 1 – 1,4) Verdere flexibilisering van de organisatie, wendbaarheid op basis van veranderende opgaven Inzet externe inkomsten ter dekking van vaste organisatielasten (met name ESF, het Europees Sociaal Fonds) Beheersing en transparantie van de organisatielasten Realistische en uitvoerbare ramingen, ook ten aanzien van salarisramingen Beheersing omvang inhuur (maximaal
10% van de loonsom) Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting • Het beleid dat in de begroting 2024 (inclusief eventuele wijzigingen) is geformuleerd, geldt als uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenramingen 2026-2028 • Bestaand beleid wordt gehandhaafd, behalve waar expliciet benoemd • Over afschrijvingen wordt geen rente berekend, omdat hiervoor niet specifiek voor wordt geleend (notitie Rente 2017, commissie BBV) • De afschrijving van vaste activa (bezittingen die langere tijd in gebruik zijn) begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering.
8
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
• •
De kosten van de gemeenten overgenomen bedrijfsvoeringstaken (voormalige hosting) zijn conform de daarvoor overgehevelde budgetten geraamd. Zoals afgesproken wordt een en ander na twee jaar geëvalueerd in 2024. Realistische raming opbrengsten Werkleerbedrijf. Door marktomstandigheden (wegvallen rendabele opdrachten en afname relatief rendabele detacheringen van WSW-medewerkers) staat de omzet onder druk. Er moet rekening worden gehouden met een netto omzetafname van € 0,6 mln.
Indexeringen 2025 Lonen en prijzen worden in principe geïndexeerd op basis van de gegevens van het Centraal Planbureau in de Macro Economische Verkenningen (augustus 2023) De indexering voor 2025 komt uit op een gewogen gemiddelde van 4,4% (lonen 4,9%, prijzen 2,0%). Daarnaast wordt de indexering voor 2024 na-gecalculeerd op basis van de Macro Economische Verkenningen. Dat leidt, op aangeven van de gemeenten, tot een ophoging van de indexering ingaande 2024 met 2,2%. Dat wordt opgenomen in een structurele begrotingswijziging voor 2024. Nieuwe cao’s SGO, WSW en Aan de Slag Verdeelsleutel De tot heden gehanteerde afspraken over de jaarlijkse aanpassing van de verdeelsleutel zijn in 2017 door de gemeenten vastgesteld. In 2023 en 2024 hebben de colleges ingestemd met de aanpassing en actualisatie van de methodiek. Die actualisatie betreft zowel de kwantitatieve normen (zoals de WSW-statistiek in het gemeentefonds) als de exacte omvang van de begrotingsbedragen per programma in de ontwerpbegroting 2025. De nieuwe systematiek gaat uit van een verdeling per programma. Ook wordt gewerkt meer actuele ramingen en aantallen. Deze zal ingaande 2024 worden gehanteerd. De definitieve verdeelsleutel van de netto kosten voor een begrotingsjaar wordt met een begrotingswijziging in dat jaar aangepast.
De geactualiseerde berekening voor 2024 zal onderdeel uitmaken van de Eerste Bestuursrapportage voor 2024 en daarna worden verwerkt in een begrotingswijziging behorend bij deze rapportage. Op basis van de huidige informatie is een indicatie opgesteld voor de aangepaste gemiddelde percentages voor 2025. Deze zijn in de laatste kolom van onderstaande tabel verwerkt en zullen in de ontwerpbegroting 2025 worden gehanteerd.
Maassluis Vlaardingen Schiedam
2023 Voorlopig 16,28% 39,62% 44,10%
2023 Definitief 16,28% 40,64% 43,08%
9
2024 Voorlopig 16,08% 40,30% 43,62%
2025 Voorlopig 16,9% 40,2% 42,9%
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
3. Begrotingsonderdelen uitgelicht 3.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen In de ontwerpbegroting van 2025 wordt uitgegaan van de landelijke trend voor 2024 en verder met betrekking tot het aantal bijstandsuitkeringen, zoals in augustus 2023 gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). Als basis wordt gebruikt de voorlopige standcijfers per eind 2023. Deze doorrekening is weergegeven in tabel 1. De landelijke trend ten aanzien van het aantal bijstandsuitkeringen (inclusief IOAW, IOAZ, BBZ levensonderhoud) in de MEV wordt door het rijk gebruikt bij de opstelling van de rijksbegroting en, in combinatie met de gemiddelde kosten per uitkering, de bepaling van het landelijke macrobudget voor de bijstandsuitkeringen (BUIG). Op basis van de voorlopige BUIG-beschikkingen per gemeente voor 2024 kan worden geconstateerd, dat de rijksmiddelen toereikend zijn om de lasten van bijstandsuitkeringen te dekken. Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zijn in 2024 voorlopig voordeelgemeenten. Tabel 1 Raming op basis van CPB prognose en realisatie 2023
Stand eind 2023
Maassluis 763
Vlaardingen 2.285
Schiedam 2.123
Totaal 5.171
Gemiddeld 2023
745
2.289
2.130
5.164
780
2.337
2.171
5.288
762
2.313
2.151
5.226
791
2.369
2.202
5.362
785
2.353
2.187
5.325
Raming stand eind 2024 (plus 2.27% van eind 2023 conform CPB) Raming gemiddelde 2024 Raming stand eind 2025 (plus 1.39% van eind 2024 conform CPB) Raming gemiddeld aantal 2025 e.v.
10
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
3.2 Aantallen WSW, Beschut en doelgroepen PW In de begroting heeft Stroomopwaarts scherpe doelstellingen opgenomen ten aanzien van de landelijke banenafspraak (externe loonkostensubsidies), parttime werk, beschut werk en interne participatiebanen (interne loonkostensubsidies). Deze doelstellingen komen terug in de ontwerp begroting voor 2025. De belangrijkste aanpassingen betreffen het vervallen van de interne tijdelijke banen zonder loonkostensubsidie en een fasering van de groei van externe banen met loonkostensubsidies. Cijfers zijn jaargemiddelden 2023 2024 2025 Landelijke banenafspraak A1. Interne tijdelijke banen 40 40 40 met loonkostensubsidie A2. Interne tijdelijke banen zonder loonkostensubsidie A3. Externe (structurele) banen 197 351 451 met loonkostensubsidie Sociale werkvoorziening (WSW) en Beschut werk 2023 2024 2025 B1. Beschut 175 200 225 (intern, met loonkostensubsidie) B2. WSW detachering (extern) 124 129 134 B3. WSW begeleid werken 28 28 28 (extern, met loonkostensubsidie) B4. WSW Productie (intern) 265 247 229 B5. WSW Diensten (intern) 236 223 210
2026
2027
2028
40
40
40
-
-
-
551
651
751
2026 250
2027 275
2028 300
134 28
134 28
134 28
216 197
203 184
190 171
Ten aanzien van het aantal WSW-detacheringen heeft in de afgelopen jaren een verschuiving plaatsgevonden naar inzet binnen het Werkleerbedrijf. Dat is een na-ijlend effect van de covidcrisis. De opbrengsten komen hierdoor onder druk. De detachering van WSW levert een aanmerkelijk hogere toegevoegde waarde op dan de interne inzet voor Productie en Diensten. Stroomopwaarts zet er op in dat de relatieve omvang van de (groep)detacheringen zal toenemen in de komende jaren. In absolute aantallen houden wij rekening met een stabilisatie op 134. De totale omvang van de WSW neemt in de komende jaren af door pensioneringen en doordat er geen nieuwe instroom plaatsvindt. De beschikbare (huisvestings-)capaciteit binnen het Werkleerbedrijf is nodig om de groei van de andere doelgroepen uit bovenstaande tabel (met name A1 en A2, tijdelijke interne banen en B1 Beschut) te kunnen opvangen. Zoals toegelicht paragraaf 2 worden er op termijn landelijk 10.000 banen (circa 150 op MVS-niveau) gerealiseerd voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen (en bijvoorbeeld niet in aanmerking komen voor een indicatie beschut werk). Dat is in bovenstaande tabellen nog niet verwerkt, hierover wordt op regionaal niveau in 2024 beleid ontwikkeld. 3.3 Aantallen inburgering Ingaande 2022 voert Stroomopwaarts de wet Inburgering uit voor de MVS-gemeenten.
Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt er jaarlijks een meerjarige raming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders en gezinsmigranten. Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) zodra ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze gaan dan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Gemeenten moeten statushouders passende woonruimte
11
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
aanbieden. Gezinsmigranten zijn niet-Nederlandse migranten die naar Nederland verhuizen om hier bij hun partner te kunnen zijn. Ook kan het gaan om kinderen die bij hun ouders gaan wonen. Stroomopwaarts verwacht in 2024 de instroom van 281 Statushouders en 226 Gezinsmigranten. De instroom van statushouders zal in 2024 op basis van de nu bekende gegevens naar verwachting stabiel blijven en uitkomen op 281 statushouders. Het aantal gezinsmigranten is moeilijker te voorspellen en wordt stabiel geraamd op 226 per jaar.
Omdat de inburgeringstrajecten maximaal drie jaar lopen, zal dat leiden tot een piek in de noodzakelijke ambtelijke inzet en inkoop van trajecten in de komende jaren. Gezien de onzekerheid over de ontwikkeling van de aantallen, wordt dat zo veel mogelijk op een flexibele manier ingevuld. De jaarlijkse omvang van het bestand zal afhangen van de taakstellingen van de komende jaren krijgen. In overleg met de gemeenten houdt Stroomopwaarts daarbij de vinger aan de pols.
In bovenstaande tabel is er voorlopig vanuit gegaan, dat de instroom van statushouders en gezinsmigranten zich vanaf 2024 stabiliseert.
12
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
Het geraamde aantal cliënten voor 2025 is als volgt verdeeld over de gemeenten.
De genormeerde verwachte ambtelijke inzet bij het team Inburgering neemt in 2025 op basis van deze aantallen en de afgesproken normeringen toe tot circa 20 fte. De kosten (inclusief bedrijfsvoering en inhuur tolken) worden geraamd op circa € 2,1 mln (prijspeil 2024). De verwachte inzet van ingekochte trajecten bedraagt voor 2025 circa € 2,9 mln. (prijspeil 2024). 3.4 Formatie ambtelijk personeel De ambtelijke formatie per 1 januari 2024 bedraagt 378. Met dit aantal wordt ook gerekend in de ontwerpbegroting 2025. Op basis van de taakstelling voor Inburgering en de afgesproken normen, kan een noodzakelijke versterking van het team Inburgering met 1,2 fte aan de orde zijn in 2025. Op basis van de ontwikkelingen in 2024 wordt bezien of deze uitbreiding daadwerkelijk wordt toegepast.
13
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
3.4 Reservepositie Stroomopwaarts streeft naar een weerstandsvermogen (Algemene Reserve), dat gebaseerd is op de gekwantificeerde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Op basis van de concept jaarstukken over 2023 zoals deze voorgelegd worden aan de accountant worden de betreffende risico’s geïnventariseerd. In de ontwerp begroting 2025 wordt dus in principe dezelfde gegevens gehanteerd als in de jaarstukken over 2023. In begroting en jaarstukken worden de risico’s toegelicht en worden beheersmaatregelen benoemd, waarmee de risico’s worden beperkt. De beheersmaatregelen maken deel uit van het interne sturingsproces. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen wordt een verhoudingsgetal gehanteerd worden, zoals dat gebruikt wordt door de NVVR (Nederlandse vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies). De NVVR geeft aan dat normaliter gestreefd zou moeten worden naar een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0 en maximaal 1,4 (omvang algemene reserve gedeeld door gekwantificeerde omvang risico’s). Dit kwalificeert als “voldoende”. Bij een weerstandsvermogen, dat onder de norm van 1,0 zakt, zullen maatregelen worden genomen om dat weer op peil te brengen. Indien de bovengrens van 1,4 wordt overschreden, wordt het meerdere uitgekeerd aan de gemeenten (conform de verdeelsleutel in het laatst afgesloten boekjaar).
De omvang van de gekwantificeerde risico’s voor Stroomopwaarts in het voorlopige dossier voor de jaarstukken 2023 bedraagt circa € 2,05 mln. Op basis hiervan dient de Algemene Reserve tussen € 2,05 mln en € 2,81 mln te bedragen.
14
Bijlage 1: Indicatie financiële effecten (bedragen x € 1.000)
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
Ontwikkeling
(bedragen x € 1000) Verdeelsleutel 16,9% Totale Aandeel Financiële impact Maassluis
40,2% Aandeel Vlaardingen
42,9% Aandeel Schiedam
Toelichting
Indexering met 4,4% ingaande 2025: - Bijstandsuitkeringen
4.288
nadeel
632
nadeel
1.895
nadeel
1.761
nadeel
Taakstelling daling gemiddelde uitkering met 1,25%
-1.099
voordeel
-180
voordeel
-538
voordeel
-500
voordeel
4.308
nadeel
728
nadeel
1.732
nadeel
1.848
nadeel
Index Salarissen ambtelijk personeel en WSW, materiële budgetten en opbrengsten
Uitgegaan is van 4,4% van gemiddelde uitkering 2024 maal 5.325 uitkeringen
Gebaseerd op 4,4 % in 2025 plus nacalculatie 2024 van 2,2% Basis bedragen verdeelsleutel blz 37 begroting 2024
Omzet WSW als gevolg afname externe detacheringen
600
nadeel
101
nadeel
241
nadeel
257
nadeel
Inburgering uitvoeringslasten Inburgering Trajecten
111 79
nadeel nadeel
18 13
nadeel nadeel
48 34
nadeel nadeel
45 32
nadeel nadeel
te dekken uit gemeentefonds te dekken uit SPUK
Per saldo neutraal
571
nadeel
-70
voordeel
-501
voordeel
Conform paragraaf 2.3, mutatie 2025 t.o.v. 2024
4.646
nadeel
1.190
nadeel
1.574
nadeel
1.702
nadeel
Aangepast verwacht gemiddeld aantal in 2025 ten opzichte van begroting 2024, jaarschijf 2025
12.933
nadeel
3.073
nadeel
4.916
nadeel
4.644
nadeel
Waarvan technische prijs- en loon effecten
7.497
nadeel
1.181
nadeel
3.088
nadeel
3.109
nadeel
Waarvan volume-effecten (omvang bijstand en omzet WSW)
5.246
nadeel
1.291
nadeel
1.815
nadeel
1.959
nadeel
Waarvan Inburgering
190
nadeel
31
nadeel
82
nadeel
77
nadeel
Waarvan herverdeeleffecten
0
571
nadeel
-70
voordeel
-501
voordeel
Totale Financiële impact Totalen 2024 12.933 nadeel
Aandeel Maassluis 3.073
nadeel
Aandeel Vlaardingen 16 4.916
nadeel
Aandeel Schiedam 4.644
nadeel
Herberekening verdeelsleutel 2024 Aantal bijstandsgerechtigden Bijstandslasten
Totalen
Overige
Kaderbrief 2025, vastgesteld DB vergadering 7 maart 2024
Ontwikkeling
Totale Financiële impact
Aandeel Maassluis
Aandeel Vlaardingen
Aandeel Schiedam
5.246 7.497 190
nadeel nadeel nadeel
1.291 1.181 31 571
nadeel nadeel nadeel nadeel
1.815 3.088 82 -70
nadeel nadeel nadeel voordeel
1.959 3.109 77 -501
nadeel nadeel nadeel voordeel
12.933
nadeel
3.073
nadeel
4.916
nadeel
4.644
nadeel
5.246 7.497 190
nadeel nadeel nadeel
1.291 1.181 31 571
nadeel nadeel nadeel nadeel
1.815 3.088 82 -70
nadeel nadeel nadeel voordeel
1.959 3.109 77 -501
nadeel nadeel nadeel voordeel
12.933
nadeel
3.073
nadeel
4.916
nadeel
4.644
nadeel
5.246 7.497 190
nadeel nadeel nadeel
1.291 1.181 31 571
nadeel nadeel nadeel nadeel
1.815 3.088 82 -70
nadeel nadeel nadeel voordeel
1.959 3.109 77 -501
nadeel nadeel nadeel voordeel
12.933
nadeel
3.073
nadeel
4.916
nadeel
4.644
nadeel
Meerjarig, in vergelijking met bestaande jaarschijven: 2026 Volume-effecten Loon- en prijseffecten Inburgering Verdeelsleutel Totaal 2027 Volume-effecten Loon- en prijseffecten Inburgering Verdeelsleutel Totaal 2028 Volume-effecten Loon- en prijseffecten Inburgering Verdeelsleutel Totaal
17