CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Definitieve Begroting 2026 GRJR

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen12.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2026 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Pagina

0

AB 12 september 2025

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................... 1 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 2 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 7 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 7 2.2 Kaders voor de GRJR-begroting................................................................................. 7 2.3 Doelen en inzet...............................................................................................................11 2.4 Uitvoering ........................................................................................................................16 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................

19 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................19 3.2 Bedrijfsvoering...............................................................................................................20 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................20 3.4 Financiering ....................................................................................................................21 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 23 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................23 4.2 Financieel perspectief .................................................................................................27 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................29 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 32

1

1. Aanbieding Opdracht en ambitie GRJR De gemeenten in Rijnmond hebben een gezamenlijke beleidsvisie op jeugdhulp: Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen aan de opdracht om te zorgen dat er passende specialistische jeugdhulp beschikbaar is. Met de begroting 2026 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. De ontwerpbegroting is in april 2025 voor zienswijzen voorgelegd aan de raden. In september is de definitieve begroting vastgesteld met inachtneming van de zienswijzen en enkele nieuwe ontwikkelingen.

Scope en opzet van de begroting gewijzigd conform BBV De begroting van de GRJR ging tot 2023 altijd over drie soorten uitgaven: • Zorgkosten: kosten van regionaal en landelijk ingekochte specialistische jeugdhulp die door gemeenten werd ingezet (ca 76 % van de begrote uitgaven), • Subsidiekosten: subsidies die door de GRJR werden verstrekt, vooral voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis (ca. 22,5 %) en • Uitvoeringskosten: kosten die de GRJR maakte om de taken uit te voeren (ca 1,5 %). Begin 2024 bleek dat, volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), de raming van zorgkosten door de gemeenten zelf in de eigen begroting moet plaatsvinden. Reden hiervoor is dat gemeentelijke besluiten over inzet van hulp bepalend zijn voor deze lasten. Aan de GRJR is het aangaan van contracten gedelegeerd, omdat de GRJR als hoofdtaak heeft om te zorgen voor voldoende passend en betaalbaar zorgaanbod. Maar de gemeenten gaan er vervolgens zelf over om die hulp in te zetten en daarbij vervult de GRJR slechts in mandaat administratieve, informatieen adviestaken. Dit heeft gevolgen voor de voorliggende begroting. In de begroting van de GRJR komen de zorgkosten NIET meer voor. De GRJR verstrekt separaat gegevens aan deelnemende gemeenten ten behoeve van de gemeentelijke begrotingen.

Bij de ontwerpbegroting stelde het bestuur in april een afzonderlijke bijlage ‘Begrotingsadvies gemeenten’ vast die GEEN onderdeel uitmaakt van de begroting van de GRJR. Dit advies is niet bindend; gemeenten beschikken over meer informatie die reden kan zijn om in de eigen begroting van dit advies af te wijken. Gedurende het jaar ontvangen de gemeenten doorlopend voortgangsinformatie waar naar behoefte de eigen begroting kan worden bijgesteld. Hoofdlijnen De begroting van de GRJR voor 2026 staat in het teken van kostenbeheersing en inhoudelijke onzekerheden en zorgpunten in het jeugddomein. Kostenbeheersing Sinds jaren zien we grote kostenstijgingen in de specialistische jeugdhulp. Begin 2024 heeft het bestuur van de GRJR een Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) vastgesteld met maatregelen die op verschillende fronten tot meer grip moeten leiden. Het pakket omvat:

• •

• •

Naleving arrangementensystematiek: de huidige ‘spelregels’ voor inzet van jeugdhulp waar nodig verhelderen en aanscherpen en strakker sturen op de toepassing; Passende hulpvraag: hulpvragen die in ‘het voorliggende veld’ of ‘aanpalende domeinen’ zouden moeten worden opgelost ook daar laten, in plaats van oneigenlijk gebruik van jeugdhulp. Denk aan scholen, woonruimte, langdurige zorg; Passend aanbod: verbetering van het aanbod en ontwikkeling van alternatieven voor duurdere zorgvormen, zodat niet onnodig dure zorg wordt ingezet; Randvoorwaarden, zoals kort zicht houden op de ontwikkeling van de uitgaven door middel van tweemaandsrapportages.

Dit pakket laat zien dat we voor de instroom in specialistische jeugdhulp en uitstroom uit jeugdhulp afhankelijk zijn van de inzet van andere partijen. De implementatie van het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming zal gemeentelijke investeringen vragen. Ook de landelijke Hervormingsagenda Jeugd maakte dit al duidelijk. En de deskundigencommissie die begin 2025 een rapport uitbracht over de haalbaarheid van deze agenda en daarin vervatte besparingen, wijst hier met veel nadruk op. De GRJR dringt er daarom bij gemeenten op aan om in het voorliggende veld, de lokale netwerken en de lokale teams de nodige inspanningen te doen, zoals ook in de Regiovisie door de gemeenten zelf is aangegeven. Uiteraard heeft de GRJR een taak hierbij als opdrachtgever van jeugdhulpaanbieders en subsidieverlener voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis. De GRJR houdt druk op aanbieders om de arrangementensystematiek na te leven en met passend aanbod te komen. Ook blijft de GRJR investeren in adequate sturingsinformatie. De GRJR spant zich met contract- en accountmanagement en de financiële en informatiefunctie in voor sturing op lopende contracten. Ook gaat de inzet al naar voorbereiding van de volgende aanbesteding (ingangsdatum 1-1-2029) om kaders daarvoor zo goed mogelijk vorm te geven. Hierbij zoekt de GRJR verbinding tussen landelijke kaders en lokale behoeften.

Ambitie, onzekerheden en zorgpunten De ambitie is om niet alleen te zorgen voor passend aanbod, maar ook voor betaalbaarheid daarvan. De RBOK-ambitie blijft onverminderd om de doorgaande groei te remmen. In 2024 werd de begroting nog fors verhoogd om doorgaande trendmatige groei te kunnen opvangen. In de jaarcijfers 2024 zien we dat de groei al minder was dan de ingecalculeerde trend. De voor 2024 en 2025 voorzichtig ingeboekte opbrengsten van de RBOK blijken te zijn behaald. De bijgestelde trend zetten we voor 2026 en verder door in ons begrotingsadvies aan gemeenten van april jl. Voor de eigen begroting streeft de GRJR naar kostenreductie op de gesubsidieerde taken en uitvoeringstaken. Er zijn wel diverse onzekerheden en risico’s: •

Een zorgpunt blijft de inzet van landelijk ingekochte jeugdhulp (LTA). Waar het gebruik van de regionaal ingekochte hulp meevalt ten opzichte van de begrote trendmatige stijging, valt tegelijkertijd de LTA-inzet tegen. Terwijl deze kosten niet in de GRJR-begroting zijn opgenomen heeft de GRJR hierin een taak. De GRJR dringt al lang bij de VNG, die deze hulp inkoopt, aan op strakkere contractering en contractmanagement;

•

Een tweede zorgpunt blijft de kostendekking bij gemeenten. De inkomsten en uitgaven voor jeugdhulp lopen niet met elkaar in de pas. Zoals bij de RBOK benoemd zijn extra maatregelen nodig om het gat te dichten. Omvang en haalbaarheid hiervan zijn onzeker, ook nu de deskundigencommissie zich over de Hervormingsagenda heeft uitgesproken. De inspanningen van de GRJR kunnen deze zorg niet wegnemen;

3

•

Een derde zorgpunt betreft de transformatiekosten. Bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp bleek landelijk dat de kosten hoog zijn, en dat de beweging pas echt gemaakt wordt als er geld voor wordt vrijgemaakt. De ontwikkeling van alternatieven moet de komende jaren nog veel meer z’n beslag krijgen. Mogelijk zullen daar extra middelen voor moeten worden vrijgemaakt, al dan niet gecompenseerd door de rijksoverheid;

•

Een vierde zorgpunt betreft de veiligheidsketen kind en gezin. Er staat veel druk op de organisaties voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis. Mede op aandringen van gemeenten stelt de GRJR strakke financiële kaders aan deze partijen, maar gemeenten zijn indirect ook verantwoordelijk voor het voldoen aan landelijke kwaliteitsnormen. Dat geeft een spanningsveld waarin behoedzaam moet worden geopereerd. Na vaststelling van de ontwerpbegroting in april werd duidelijk dat oplopende wachttijden in de Veilig Thuis taken noodzaken tot verhoging van het budget; deze ontwikkeling is in de definitieve begroting 2026 verwerkt. Ondertussen is veel inzet op het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Naar verwachting is daar extra investering nodig en als de GI’s en Veilig Thuis beperkt worden zullen gemeenten op onderdelen zelf harder moeten lopen.

Begroting 2026 In de ontwerpbegroting 2026 waren al de volgende wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbegrotingswijziging 2025 voorzien: • Indexatie 2026 (+€ 4,7 mln.), waarvoor gemeenten accres in de algemene uitkering ontvangen; • Het effect van het verwerken van de trend volgens de kadernota 2026 (+ € 0,9 mln.). De ontvangen zienswijzen van raden geven geen aanleiding tot aanpassingen. Door nieuwe ontwikkelingen komen hier in de definitieve begroting 2026 nog de volgende wijzigingen bij: • Toepassing van het inmiddels bekend geworden indexatiepercentage 2026 conform VNG-index (in ontwerp was met 4,91% gerekend, het is 5,13% geworden (+€ 0,2 mln.); • Verhoging budget Veilig Thuis (+€ 4,2 mln.) zoals besloten door het Algemeen Bestuur in juni 2025. Hierover zijn de raden van de deelnemende gemeenten per afzonderlijke brief begin juli geïnformeerd; • Raming van te verwachten rentebaten (€ 1,5 mln.); •

Verhoging bijdragen deelnemende gemeenten (€ 2,9 mln.).

Leeswijzer Volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV) bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2026 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de eind 2024 vastgestelde Kadernota 2026. Hoofdstuk 3 gaat met verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting. Begrotingsproces volgens Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2026 is het proces als volgt: • Op 11 april 2025 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting;

4

•

•

•

• • • •

Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; Binnen twaalf weken, uiterlijk 4 juli 2025, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2024 en eventueel structurele effecten uit de 1e Burap 2025 worden verwerkt als deze meer dan 5% afwijken. Uiterlijk 3 september 2025 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. Het AB besluit op 12 september 2025 definitief over de begroting. Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2025 aan gedeputeerde staten.

5

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

6

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en veiligheid te bieden. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: • Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; • Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is.

De GRJR-ambitie is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat voor gezinnen en jeugdigen tijdige, nabije en betaalbare passende hulp beschikbaar is. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van individuele gemeenten. Zo vindt toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties plaats door lokale teams. 2.1.3 Taken GRJR De GRJR is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal en landelijk niveau.

2.2 Kaders voor de GRJR-begroting 2.2.1 Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij;

7

d.

En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft.

Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Deze stelsel heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: Ondersteuningsstructuur 0e lijn Vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc. Gemeenten voeren hiervoor beleid op aan de jeugdhulp aanpalende terreinen. 1e lijn Lokale teams als uitvoerders van basishulp, binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp. Naast basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders. Gemeenten richten hiervoor zelf lokale teams in. 2e lijn Regionaal (door de GRJR) gecontracteerde zorg waarnaar lokale teams, huisartsen, jeugdbeschermers en medisch specialisten kunnen verwijzen en waarvoor het lokale team een toewijzing afgeeft. Het gaat hierbij om specialistische hulp in de vorm van: A. Pleeghulp B. Opname met verblijf (waaronder ook gesloten jeugdzorg/jeugdhulp plus C. Langdurig verblijf D. Daghulp E.

Ambulante hulp Voor forensische doelgroep zijn afzonderlijke contracten afgesloten. 3e lijn Landelijk (sinds 2015 door de VNG) gecontracteerde zorg, waar alle verwijzers naar kunnen verwijzen. Dit wordt vooral door medisch specialisten gedaan. Ook voor deze zorg geeft het lokale team een toewijzing af. Het gaat hierbij om hoogspecialistische hulp. Deze zorg wordt LTA-zorg genoemd, waarbij LTA staat voor Landelijk Transitie Arrangement.

2.2.2 Gemeentelijk beleid Regiovisie Nabij en Passend en ontwikkelopgaven Het beschikbare aanbod van jeugdhulp vormt samen het zorglandschap. Het huidige zorglandschap is nog niet voldoende ingericht om de hulp in alle opzichten te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Op het zorglandschap meer in lijn te brengen met deze beleidsmatige visie heeft de GRJRontwikkeldoelen geformuleerd en daarbij behorende opdrachten vanaf 2023 opgenomen in de contracten met systeemaanbieders. De opgaven zijn: Ontwikkelopgaven Doel 1: Hulp aan Hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), dat netwerk de jeugdige is wordt betrokken, zodat duurzame oplossingen ontstaan. De hulp is kort en bondig zodat geen nabij en passend onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. De ingezette methoden passen bij de ondersteuningsbehoefte en zijn bewezen effectief, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: Regionaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg en het lokale sluit aan op lokaal netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise. Ze zorgen samen dat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving.

Doel 3: jeugdigen Jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen groeien zoveel mogelijk op binnen een groeien zoveel pleeggezin/gezinshuis. mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Doel 4: Minimale Hulp met verblijf is zo kort mogelijk en gericht op behandeling in samenwerking met gezin en inzet van bedden school. Beschikbare bedden zijn flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Doel 5: In de aanbesteding 2023 is ook een ontwikkelopdracht afgesproken behorende bij monitoring en Kosteneffectiviteit sturing, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit.

8

2.2.3 Kadernota GRJR 2026 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 13 december 2024, de kaders voor de begroting 2026 aangegeven in de Kadernota GRJR 2026. De Kadernota 2026 gaat uitgebreid in op de ontwikkelingen in het werkveld van de GRJR. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Vormgeving van de beschreven ‘knip’ tussen lasten die volgen uit gemeentelijke besluiten (GRJR geeft begrotingsadvies) resp. GR-besluiten (GRJR begroot). 2. De bedragen worden als volgt geïndexeerd naar prijspeil 2026: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Dit past de GRJR toe in de begrotingsadviezen voor de zorgkosten en in de eigen begroting voor de subsidies. De GRJR volgt sinds de nieuwe jeugdhulpcontracten de landelijke contractstandaarden met de indexatiemethode die de VNG ook adviseert. Daarbij dient de voorlopige index voor het begrotingsjaar te worden gebruikt en een correctie te worden gedaan voor het verschil tussen voorlopige en definitieve index voor het aan het begrotingsjaar voorgaande jaar. Het toe te passen percentage is rond de zomer bekend.

Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven namens colleges van de deelnemende gemeenten. Op verzoek van gemeenten wordt in het meerjarenperspectief geen rekening gehouden met indexatie, zodat beter wordt aangesloten bij de systematiek in gemeenten. 3. Beleidswijzigingen (landelijk en regionaal, ten aanzien van jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis, voor zover al financieel te vertalen); 4. Kostenbesparing organisatie vanaf 2025. Bij het begrotingsadvies over de zorgkosten (wat wordt afgegeven gelijk met de ontwerpbegroting van de GRJR) wordt rekening gehouden met: • Trendmatige groei en krimp. De trend is berekend aan de hand van de ontwikkeling van de zorgkosten per opdracht van de afgelopen 4 jaar; • Beleidswijzigingen: Bij het begrotingsadvies over de zorgkosten neemt de GRJR alleen RBOKeffecten mee die al blijken uit de regionale realisatiecijfers, schetst afzonderlijk de te verwachten RBOK-opbrengsten en laat het aan de gemeente om afwijkend van het advies te begroten met eigen onderbouwingen. In het begrotingsadvies dat aan het AB wordt voorgelegd wordt een aparte paragraaf opgenomen met afwijkingen die individuele gemeenten voornemens zijn in hun eigen begrotingsproces toe te passen (uiteraard alleen als voor zover die op dat moment al zijn bepaald en gedeeld met de GRJR).

Hiermee houden we duidelijk hoe wordt omgegaan met de beoogde en verwachte effecten van de RBOK op het gebruik van de regionaal en landelijke gecontracteerde jeugdhulp. 2.2.4 Begrotingsproces conform BBV: deels GRJR, deels gemeenten Voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden geldt het Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten (BBV). In 2024 deed de Commissie BBV de bindende uitspraak dat lasten moeten worden begroot en verantwoord door het orgaan dat ook besluit over de uitgaven. Concreet betekent dit dat de jeugdzorgkosten niet door de GRJR maar door gemeenten zelf moeten worden begroot en verantwoord, omdat deze kosten voortvloeien uit beschikkingen/toewijzingen die de gemeente afgeeft. Het maakt daarbij niet uit dat de contracten door de GRJR zijn aangegaan. De bevoegdheid om contracten aan te gaan is aan de GRJR gedelegeerd,

9

maar de bevoegdheid om de ingekochte hulp in te zetten hebben de gemeenten bij zich gehouden (en in hun lokale teams c.q. wijkteams georganiseerd). De consequenties hiervan zijn: • De lasten van regionaal en landelijk ingekochte hulp worden niet meer in de begroting van de GRJR opgenomen. De begroting gaat alleen nog over eigen kosten van de GRJR voorvloeiend uit subsidiebesluiten en uitvoeringstaken; • De GRJR stuurt op de contractpartijen (bij de landelijke contractpartijen samen met de VNG), richt de administratieve keten in, verzamelt gegevens en verzorgt de betaling aan en verantwoording door de zorgaanbieders; • De GRJR vervult een informatie- en adviesfunctie voor gemeenten. Dit krijgt vorm in begrotingsadviezen, doorlopende dashboards en periodieke bestuursrapportages. Na afloop van het jaar rapporteert de GRJR de lasten voor iedere gemeente in een afzonderlijke bijlage gelijktijdig met de jaarstukken (niet deel uitmakend van de jaarstukken). De begrotingsadviezen worden vastgesteld gelijktijdig met de (ontwerp-)GRJR-begroting (niet deel uitmakend van de begroting). In overleg met accountants van de GRJR en gemeenten is ingevuld welke lasten ‘overgaan’ van GRJRbegroting naar gemeentelijke begrotingen, resulterend in deze verdeling:

Grondslag

Waar lasten begroten Welke lasten

Gemeenten Gemeentelijke besluiten tot toewijzing van hulp aan een regionaal of landelijk gecontracteerde jeugdhulpaanbieder In begroting van individuele gemeenten Met gebruikmaking van begrotingsadvies GRJR in aparte bijlage bij GRJR-begroting Pleeghulp (A), Opname met verblijf (B), Langdurig verblijf (C), Daghulp (D), Ambulante hulp (E), Landelijk ingekochte hulp (I3) en (voor zover nog van toepassing) maatwerk- en buitenregionale plaatsingen (I1).

GRJR GRJR-besluiten over gesubsidieerde en eigen uitvoeringstaken In GRJR-begroting

Crisishulp en acute dienst (F en I4), Jeugdbescherming/ jeugdreclassering (G), Veilig Thuis (H), Transformatie/innovatie (I5) en GRJR-uitvoeringstaken (J).

Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.

10

2.3 Doelen en inzet 2.3.1 Passend, nabij en betaalbaar zorglandschap Wat willen we bereiken? De GRJR-ambitie is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen (regionale ingekochte jeugdhulpopdrachten A t/m E). Gemeenten en wettelijke verwijzers kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd (LTA). Wat gaan we daarvoor doen? Ontwikkelopgaven Naast levering van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van het aanbod en de samenwerking in het zorglandschap De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie. De GRJR geeft de systeemaanbieders jaarlijks een vast bedrag om hier capaciteit voor in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. Elk van de zeven systeemaanbieders ontvingen hiervoor conform contract een jaarlijkse bijdrage van ca. €150.000, waarvan de besteding apart wordt verantwoord. In totaal bedragen de kosten € 1,1 mln. ten laste van het budget transformatie/innovatie. De GRJR heeft samen met de aanbieders kpi’s ontwikkeld waarmee de voortgang op de ontwikkeldoelen kan worden gevolgd in het GRJR-dashboard.

De aanbieders zijn intensief gaan samenwerken aan de opdrachten en de voortgang van de opdrachten is een vast onderwerp in de contractgesprekken. Programmateam De gemeenten werken samen in een regionaal programmateam jeugd aan de beleidsopgaven op het jeugddomein. Ook de gezamenlijke lobby bij landelijke instanties wordt vanuit het programmateam verzorgd. Gemeenten investeren hierin zelf tijd en leveren via het GRJR-budget Innovatie/Transformatie ook een financiële bijdrage aan het programmateam. Het programmateam wordt hiermee deels direct door de gemeenten bekostigd en/of bemensd en daarnaast voor € 0,4 mln. bekostigd door de GRJR vanuit het budget transformatie/innovatie. In eerdere jaren subsidieerde de GRJR transformatieprojecten van gemeenten, waarvoor deze programmateamaanpak in de plaats is gekomen. Zorgbemiddeling en regionaal expertise netwerk Daar waar afstemming en sturing nodig is omdat een zorgvraag van een jeugdige niet simpel valt toe te wijzen aan één aanbieder, is het team zorgbemiddeling aan zet. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB (licht verstandelijke beperking), sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot onafhankelijk regionaal expertiseteam Rijnmond (RER) doorontwikkeld. (De bekostiging van de zorgbemiddeling verloopt via GRJR-subsidie aan GI’s).

Het RER stuurt op adequate en kostenbewuste zorgbemiddeling en medewerking van aanbieders en signaleert lacunes in het zorgaanbod. Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing en ontwikkeling alternatieven De Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing (RBOK) is begin 2024 vastgesteld. De inzet hierop gaat onderverminderd door. Doelstelling is om de groei van de jeugdhulpuitgaven (afgezien van indexatie-effecten) in te dammen. De effectiviteit hiervan moet tot uiting komen in de zorgkosten van de gemeenten op de regionaal en landelijk gecontracteerde hulp. Dit is dus niet zichtbaar in de GR-

11

begroting maar in de gemeentelijke begrotingen. Daarvoor geeft de GRJR wel een begrotingsadvies uit. Een belangrijke ontwikkeling is de transformatie van gesloten jeugdhulp en van residentiële hulp in het algemeen. Met aanbieders is vanaf 2024 een proces gestart om via businesscases voor alternatieven tot meer doelmatige oplossingen te komen. De GRJR coördineert dit. Wat mag het kosten? De lasten van de zorglevering (A, B C, D, E, I3) worden niet in de begroting van de GRJR geraamd. In deze paragraaf gaat het om de taken van de GRJR die de inzet van regionaal gecontracteerde hulp door gemeenten mogelijk maken. Deze taken van de GRJR zelf brengen kosten met zich mee op de begrotingsposten Transformatie/innovatie (I5). bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2022 2023 2024 1,2

1,3

Begroting 2025 na wijziging 1,4 1,5

Begroting 2026 1,6

2.3.2 Crisiszorg: Crisishulp, Crisis Interventie Team en Acute dienst GGZ Wat willen we bereiken? Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig en te allen tijde geborgd. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen? De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aangevuld met expertise van de acute diensten van GGZaanbieders en vanuit Veilig Thuis. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. Alleen als een crisismelding een jeugdige betreft die nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het CIT direct crisishulp ingezet (vanuit opdracht F). De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator. Crisishulpverlening kan bestaan uit ambulante crisishulp, crisispleegzorg of crisisopname in een instelling. Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken) en is alleen voor nieuwe cliënten. Als een jeugdige al wel onder behandeling is bij een aanbieder, gebeurt de inzet van crisishulp namelijk vanuit deze aanbieder (en dus vanuit een andere opdracht).

Vanaf 2024 zijn voorbereidingen in gang gezet om de huidige crisisdiensten integraal te laten samenwerken en zo mogelijk samen te voegen in één organisatie. Wat mag het kosten? Begroting op budget Crisishulp (F) bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2022 2023 2024 8,7

8,2

Begroting 2025 na wijziging 8,7 9,1

Begroting 2026 9,7

12

Begroting op budget Acute dienst GGZ (I4) bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2022 2023 2024 8,7

8,2

Begroting 2025 na wijziging 8,7 9,1

Begroting 2026 9,7

2.3.3 Jeugdbescherming en jeugdreclassering Wat willen we bereiken? Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien zodat ze later zelfstandig kunnen meedoen in de maatschappij. Ouders zijn hiervoor het eerstverantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden. Dan is soms jeugdbescherming nodig. De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een normenkader dat de instellingen stimuleert en ondersteunt om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Wat gaan we daarvoor doen? De GRJR subsidieert drie GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Daarnaast leveren William Schrikker en Leger des Heils jeugdbescherming en jeugdreclassering in onze regio. Landelijk en regionaal werken we aan vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Daarvoor is landelijk een toekomstscenario kinden gezinsbescherming ontwikkeld dat het perspectief schetst van een slimmere en effectievere jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan.

Op weg naar dit toekomstscenario loopt een pilot in Rijnmond waarin jeugdbescherming, veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en wijkteams van meerdere gemeenten het nieuwe samenwerken beproeven. Wat mag het kosten? Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team (zie 2.3.6) en de overige niet-wettelijke taken van JBRR (zie 2.3.8). Invoering van landelijke tarieven en een landelijke caseloadnorm per 1 januari 2024 heeft geleid tot hogere kosten voor deze taak. Budget Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2022 2023 2024 44,2

44,1

Begroting 2025 na wijziging 50,7 53,0

Begroting 2026 56,3

Voor de proeftuinen Toekomstscenario is daarnaast rijkssubsidie beschikbaar.

13

2.3.4 Veilig Thuis Wat willen we bereiken? Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in de leeftijd van 0 – 100 onderzoekt, en indien nodig vervolgens zorgt voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen? De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft onder inhoudelijke aansturing van de drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten Rotterdam, Vlaardingen en Nissewaard in onze regio. De Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) onderzocht in 2024 de doorlooptijden van alle Veilig Thuis organisaties en eiste onder meer van VTRR een verbeterplan. In het najaar 2024 legde de interimbestuurder VTRR een subsidieaanvraag 2025, gebaseerd op het verbeterplan, neer met een verhoging van €5,5 mln. In de aanvraag was rekening gehouden met de verplichting van de IGJ om de doorlooptijden te verkorten. Dit was begin 2025 aanleiding voor het AB om eenmalig €1,5 mln extra subsidie te verlenen en VTRR een bestedingsplan te laten opstellen. In het voorjaar bleken de wachtlijsten verder op te lopen en stuurde de IGJ een brief naar de GRJR waarin wederom aandacht werd gevraagd voor het verbeteren van de situatie.

Daarop besloot het AB in juni om eenmalig nog eens € 4 mln extra beschikbaar te stellen. Eis daarbij is om verbeterplan en bestedingsplan te integreren. VTRR moet daarmee de capaciteit op orde brengen om de wachtlijsten weg te werken. Op basis van het verbeterplan en de uitkomsten van het kostprijsonderzoek wordt een besluit genomen over de hoogte van de subsidie 2026 en verder. Dit zal door het AB in december besloten worden. Bij het besluit van juni constateerde het AB niet alleen dat verbetering van de doorlooptijden bij VTRR nodig zijn, maar ook dat daarvoor structurele maatregelen ingezet moeten worden. Het AB verwachtte op dat moment al een structurele lastenstijging, die zoveel mogelijk zal moeten worden opgevangen binnen het geheel van de GRJR-begroting en de gemeentelijke budgetten voor zorgkosten op regionaal gecontracteerde jeugdhulp. De structurele lastenstijging voor Veilig Thuis moet via de GRJR-begroting lopen. Over het subsidiebesluit van juni en de structurele ontwikkelingen heeft het AB in juni de raden een raadsinformatiebrief gestuurd. In de definitieve begroting is het budget voor de Veilig Thuis taken ten opzichte van de begroting 2025 voorlopig verhoogd met €1,5 + € 4 mln. Het AB wil financieel ‘scherp aan de wind zeilen’ en tegelijkertijd de Veilig Thuis taken waarborgen.

Het AB heeft tot de ophoging van de definitieve begroting 2026 besloten omdat een reële begroting moet worden vastgesteld, en de raden niet achteraf met een verrassing mogen worden geconfronteerd. Tegelijkertijd wil het AB nadrukkelijk vasthouden aan de route die met VTRR is ingezet om éérst een kostprijsonderzoek en verbeterplan te bespreken en dán te besluiten over een eventuele structurele subsidieverhoging. Het begrotingsbesluit moet dan ook zeker niet worden gezien als een voorschot op latere subsidiebesluitvorming. Hieronder worden puntsgewijs de onderbouwing beschreven voor bovenstaand besluit: 1.

Al langer bestaande problematiek. Al meerdere jaren is er een stijgende lijn in de instroom van meldingen bij VTRR. Dat leidde tot een steeds hogere subsidie, maar ook recent tot oplopende

14

wachttijden en exploitatietekorten bij VTRR. De exploitatietekorten werden door VTRR opgevangen uit eigen vermogen, dat inmiddels is uitgeput; 2.

Toekomstvaste verandering nodig. De huidige situatie vereist structurele en duurzame verandering, omdat de financiële druk onhoudbaar is. In de eerste plaats moet beleidsinhoudelijk worden onderzocht wat de oorzaken van het stijgend aantal meldingen is en hoe daarmee om te gaan. Dit onderzoek is momenteel in voorbereiding. Tegelijkertijd moet de bedrijfsvoering van de stichting VTRR verbeteren. Noodzakelijke capaciteit moet voldoende zijn geregeld en doelmatig worden ingezet. Dit vereist adequaat personeelsbeleid, gedegen procesbeheersing en capaciteitsversterking;

3.

Niet zomaar extra geld naar Veilig Thuis. In het verbeterplan (in het najaar 2024) zou volgens VTRR ca. € 5,5 mln. extra nodig zijn om de verwachte toename van het aantal meldingen op te vangen. De onderbouwing bevat elementen rond kostendekkendheid en volumestijging. Van de voorgelegde conclusies was het AB nog niet overtuigd en ook wil het AB meer zekerheid dat de kosten niet blijven stijgen. Vandaar de keus om een onafhankelijk kostprijsonderzoek uit te voeren en het verbeterplan te laten aanpassen;

4.

Aantal meldingen blijft ondertussen fors stijgen. Terwijl intensief gesprek gaande is met VTRR blijkt het aantal meldingen in de loop van 2025 harder stijgen dan eerder verwacht;

5.

De GRJR moet reëel begroten, ook al is nadere analyse en onderbouwing nodig. Het bedrag waarmee het AB de GRJR-begroting structureel verhoogt is vooralsnog gebaseerd op de analyse en gegevens van VTRR bij de subsidieaanvraag. Dat is op dit moment de voorhanden informatie, die door het AB niet is geaccepteerd en niet wordt onderschreven. Alhoewel het AB de voorgelegde onderbouwing dus niet heeft geaccepteerd, voorziet het wel prijs- en volume-effecten op de kosten. Een begroting die daarmee geen rekening houdt omdat de exacte omvang nog in onderzoek is zou niet reëel zijn. Door dit begrotingsbesluit te nemen kunnen gemeenten ook rekening houden met de geschetste ontwikkelingen;

6.

Besluit over eventuele subsidieverhoging komt nadrukkelijk pas later. Om tot een onderbouwd subsidiebesluit voor 2026 te komen, worden nu eerst het kostprijsonderzoek en verbeterplan afgerond. Op basis daarvan moet er een nieuwe onderbouwde subsidieaanvraag komen. Daarbij zal zowel de noodzakelijke bedrijfsvoeringsverbetering als een bijgestelde schatting van het aantal meldingen voorliggen. Het AB zal hierover oordelen in nauw overleg met de centrumgemeenten huiselijk geweld en kindermishandeling. In het geval dat het AB in december een besluit tot subsidieverhoging neemt, kan dat nu zonder begrotingsonrechtmatigheid. Het AB zal de raden hier direct over informeren.

Wat mag het kosten? Begroting op budget Veilig Thuis (H) bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2022 2023 2024 17,6

19,2

Begroting 2025 na wijziging 22,0 28,3

Begroting 2026 30,0

15

2.4 Uitvoering Wat willen we bereiken? De GRJR levert een effectieve en efficiënte bijdrage aan een betaalbaar zorglandschap waarin jeugdigen passend en tijdig de zorg ontvangen die zij nodig hebben. Overkoepelend speerpunt voor de Uitvoeringsorganisatie is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Wat gaan we daarvoor doen? Onderzoeken en aanbestedingen De huidige jeugdhulpcontracten lopen tot en met 2028. De GRJR start samen met gemeenten het proces om de volgende aanbesteding grondig voor te bereiden. De beleidsmatige ambities (actualisatie Regiovisie), de landelijke regelgeving (verplicht regionaal in te kopen zorgvormen; standaardisatie), de lessen uit de twee huidige inkoopmodellen (MVS en de 12 gemeenten), de kostenbeheersingsambities, de sturing en bekostigingsvormen zijn allemaal zaken die daarbij aan de orde komen. De budgetten “Werk en Onderzoek”en “Projectbudget Inkoop en Implementatie” worden in de begroting beschikbaar gehouden voor deze inzet.

Contract- en accountmanagement Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De GRJR heeft contract met systeemaanbieders, prestatieaanbieders (forensische hulp), flexaanbieders en gesloten jeugdhulpaanbieders (JH+). Belangrijk punt voor het contractmanagement is het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. De GRJR legt de focus op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. Er worden bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten ingevoerd tussen contractmanagement en aanbieders, maar ook worden risicoanalyses gemaakt, materiële controles ingezet en samengewerkt met de toezichthouders in de gemeentelijke organisaties. Voor de JH+ is 2026 weer een vervolgjaar in de afbouw van de gesloten hulp en de opbouw van alternatieve zorgvormen. Dit vraagt bovenregionaal veel afstemming. Ook bovenregionaal vervult de GRJR de rol van accounthouder voor tenminste vier grote aanbieders waarbij de GRJR de continuïteit GRJR van cruciale jeugdhulp voor alle gemeenten moet borgen. Hiervoor is nauw contact met de Jeugdautoriteit en de beschikbaar van het Early Warning System van de Jeugdautoriteit noodzakelijk.

Belangenbehartiging Belangbehartiging voor gemeenten doet de GRJR door met het regionale programmateam op te trekken bij het afstemmen met de VNG en lobbywerk bij de rijksoverheid. De financiële afhankelijkheid van de rijksoverheid en grote operaties die uit de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming voortkomen maken belangenbehartiging cruciaal. . Bestuurlijke processen De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de GRJR berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Het AB vergadert vijf keer per jaar en houdt daarnaast thematische bijeenkomsten. Vanuit iedere subregio

16

heeft één wethouder zitting in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Het DB vergadert ca. tien keer per jaar. De wethouders zijn ook actief in stuurgroepen, bestuurlijke gesprekken met jeugdhulpaanbieders en gesubsidieerde organisaties en landelijke overleggen. De ambtelijke afstemming voor de DB- en AB-vergaderingen is een intensief proces, waarmee de GRJR de beleids- en financiële medewerkers nauw betrekt bij de activiteiten van de GRJR. Op deze manier investeert de GRJR ook voortdurend in aansluiting op de lokale behoeften. Planning & Control en Informatievoorziening De GRJR investeert in de planning&control en informatievoorziening. Grootschalige dataverzameling en -verwerking, uitgebreide dashboards met sturingsinformatie voor het eigen contractmanagement maar vooral ook voor de individuele deelnemende gemeenten en begrotingsadviezen en verantwoordingsinformatie voor gemeenten zijn hiervan de resultaten. Vanwege het belang van tijdige en volledige informatie voor de sturing investeert de GRJR in verbetering van de administratieve keten c.q. de backofficetaken zoals die in onze regio worden uitgevoerd. Hiervoor wordt het budget “Specifieke ICT-kosten” in de begroting beschikbaar gehouden.

Om dat de zorgkosten door gemeenten zelf moeten worden verantwoord is in de begroting als uitgangspunt genomen dat accountantscontroles op deze kosten ook bij de gemeenten komen te liggen. In 2025 wordt hier nog nader onderzoek naar gedaan. De GRJR blijft de informatievoorziening verder ontwikkelen in lijn met de behoefte. Zo wordt onderzocht of er met data vanuit lokale teams meer inzicht kan worden gegeven in lokale inzet in relatie tot de regionale hulp. Wat mag het kosten? De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT kosten Accountants- en bankkosten Werk en onderzoek Projectbudget inkoop en implementatie Totaal

Lasten 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000 6.461.465

17

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

18

3.Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De GRJR-begroting omvat conform BBV alleen subsidie- en uitvoeringskosten. De risico’s in deze begroting betreffen met name de aannames en uitgangspunten voor de subsidies aan de GI’s en Veilig Thuis. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan.

1

2

Risico Ontwikkelen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).

Omvang PM

Ontwikkelingen bij Veilig Thuis leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).

PM

Beheersingsmaatregel Voor de gecertificeerde instellingen gelden inmiddels landelijke richtlijnen voor bekostiging, waarmee prijsrisico’s worden beperkt. De hoeveelheid zaken die de GI’s moeten uitvoeren binnen landelijke normen is echter niet volledig voorspelbaar. De ontwikkeling hiervan wordt daarom nauwlettend gemonitord. Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond vervult ook diverse niet-wettelijke taken; afspraken hierover worden vanuit beleidsmatige uitgangspunten zo doelmatig mogelijk gemaakt. Ook Veilig Thuis moet aan landelijke normen voldoen. De subsidieomvang wordt vanuit een beleidskader bepaald waarin het prestatieniveau en de subsidieomvang op elkaar worden afgestemd. Als de hoeveelheid werk buiten de ingeschatte marges komt, wordt afgewogen in hoeverre aan de normen nog steeds voldaan moet worden danwel of er extra middelen voor worden ingezet.

Uiteraard zijn er voor de zorgkosten van gemeenten ook grote onzekerheden en risico’s waar de GRJR vanuit de inkoop-, contractmanagement- en informatie- en adviesfuncties een rol bij vervult. Deze risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Voor deze risicoparagraaf gaat het echter om risico’s in de GRJR-begroting. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen.

19

Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassing. Het EMU-saldo Het EMU-saldo is een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking.

EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo

bedrag € 0

3.2 Bedrijfsvoering Overhead De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR-werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT kosten Accountants- en bankkosten Werk en onderzoek Projectbudget inkoop en implementatie Totaal Dit zijn de uitvoeringskosten zonder het bedrag onvoorzien.

Lasten 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000 6.461.465

3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De benodigde beheersingsmaatregelen liggen vast in een Financiële

20

Verordening GRJR en Controleverordening GRJR. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het bestuur vastgesteld controleprotocol en jaarlijks vastgesteld normenkader rechtmatigheid. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd.

Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 13 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering.

3.4 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. Eventuele rentebaten worden behoedzaam begroot en in mindering gebracht op de bijdragen van gemeenten. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.

21

Hoofdstuk 4 FINANCIELE BEGROTING

22

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2025 (na wijziging AB sept. 25) BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Rente baten Totaal baten LASTEN F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen G.1 JBRR G.2 WSS G.3 LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I Overige I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J Uitvoeringskosten J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie z Totaal lasten SALDO

Begroting 2026

Verschil

95.777.654 3.000.000 98.777.654

103.276.977 1.500.000 104.776.977

7.499.323 -1.500.000 5.999.323

9.106.026

9.668.495

38.650.000 11.150.000 3.200.000 28.250.000

41.037.367 11.838.723 3.397.660 29.952.920

760.611 1.517.939

807.594 1.611.701

1.000 5.073.207 209.368 162.483 421.355 275.665 98.777.654

1.052 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000 104.776.977

562.469 0 2.387.367 688.723 197.660 1.702.920 0 46.982 93.761 0 52 263.807 10.887 8.449 21.910 14.335 5.999.323

0

0

0

In de Kadernota 2026 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2026. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2026 afgezet tegen 2025. De stijging is in totaal 6,1% ofwel €6,0 mln., waarvan €4,9 mln (82%) door indexatie. 4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. In dit overzicht zijn de mutaties afgezet tegen de ontwerpbegrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 zodat het verloop van de besluitvorming goed kan worden gevolgd. Mutatieoverzicht van begroting 2025 naar begroting 2026 Ontwerp-begrotingswijziging 2025 (AB april 2025) A Trend 2026 B Indexatie 2026 C Verhoging bijdragen deelnemende gemeenten Ontwerp-begroting 2026 (AB april 2025) D Indexatie 2026 conform VNG-index E Verhoging budget Veilig Thuis F Te verwachten rentebaten G Verhoging bijdragen deelnemende gemeenten Begroting 2026 (AB sept. 25)

Lasten 94.777.654 886.346 4.714.917 100.378.917 193.034 4.205.025

104.776.977

Baten 94.777.654

Saldo 0

5.601.263 100.378.917

0

1.500.000 2.898.060 104.776.977

0

23

Toelichting De begroting is opgesteld volgens de uitgangspunten van de Kadernota 2026 zoals door het AB vastgesteld in december 2024. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de mutaties A t/m C voorgelegd als aanpassingen ten opzichte van de ontwerpbegrotingswijziging 2025: A. Het effect van het verwerken van de trend zoals opgenomen in de kadernota 2026 is € 0,9 mln. Deze trend is berekend op basis van de gemiddelde trend binnen de GRJR per opdracht. De gemeentelijke trend kan hiervan afwijken. B. Het indiceren van de kosten leidt tot hogere lasten van € 4,7 mln. Hiervoor worden de gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd. Voor de indexatie hanteert de GRJR landelijke handreikingen (voor wettelijke taken GI’s), VNG-richtlijnen voor jeugdhulp (voor niet-wettelijke taken GI’s en Veilig Thuis) en de richtlijnen van de deelnemende gemeenten (voor de uitvoeringskostenbudgetten). Bij de ontwerpbegrotingswijziging was de VNGrichtlijn nog niet bekend en is het percentage 2025 gebruikt. C. Als gevolg van de mutaties A en B is de bijdrage van deelnemende gemeenten verhoogd. In de definitieve begroting zijn hieraan nog de volgende wijzigingen toegevoegd: D. De VNG heeft het indexatiepercentage 2026 afgegeven dat iets hoger is dan het in ontwerp gebruikte percentage (5,13% in plaats van 4,91%). E. In juni 2025 heeft het AB een extra budget toegekend voor Veilig Thuis. F.

Voor 2026 worden rentebaten vanuit schatkistbanieren begroot. G. Als gevolg van de mutaties C t/m E is de bijdrage van deelnemende gemeenten verhoogd. Onderstaand overzicht geeft van de lastenraming van € 104,8 mln. een uitsplitsing per gemeente. Hierin is te zien welk deel voor welke gemeente voor welke budget aan lasten is geraamd. (Let op de werkelijke bedrage per gemeente (zie volgende paragraaf) wijkt hiervan vanwege het feit dat de baten waarmee de lasten worden gedekt naast de gemeentelijke bijdragen ook renteopbrengsten omvatten.) Albrandswaard

Begroting 2025 Opdracht F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten GRJR Besluiten

21.512 420.552 16.834 0 366.235 14.488 28.913 10 64.305 2.156 1.673 4.339 2.839 943.856

Barendrecht

Wijziging

Begroting 2026 Begroting 2025

1.329 25.977 1.040 0 22.077 895 1.786 1 3.344 112 87 226 148 57.020

22.841 446.529 17.873 0 388.311 15.383 30.699 11 67.649 2.268 1.760 4.565 2.986 1.000.876

Goeree-Overflakkee

Begroting 2025 Opdracht F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten GRJR Besluiten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15973611/1