Bijlage Deel 1 verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB toelichting presentatie
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraden SvWrR Betre2: Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1.
Vooraf: Onderstaand tre2 u een verslag van de regionale bijeenkomsten. Het verslag bestaat uit twee delen. Het eerste deel betre2 de toelichHng die is gehouden bij de presentaHe en het tweede deel betre2 de vragen en antwoorden die Hjdens de bijeenkomsten zijn gesteld. We hebben de toelichHng van RIGO en het SvWrR, die op beide gehouden bijeenkomsten is gegeven aan de hand van de daar getoonde presentaHe, eenmaal opgenomen in dit verslag. Voor de overzichtelijkheid is het overzicht van de Hjdens en na de presentaHes gestelde vragen en antwoorden separaat opgenomen (deel 2). Vermeld dient te worden, dat in de presentaHe Hjdens de digitale bijeenkomst van 30 januari de opgenomen tabellen waren aangepast voor de voorlopige cijfers voor 2024. In de eerdere presentaHe waren de cijfers over 2023 gepresenteerd. De tabellen in de bij de u nu toegezonden presentaHe is de (voorlopige) situaHe over 2024 weergegeven. Verslag: Weth. Kuiper opent de bijeenkomst en heet iedereen welkom. Hij stelt voor Hjdens deze bijeenkomst de volgende volgorde aan te houden: allereerst een kennismakingsronde, dan zal hij inzicht geven in het proces, vervolgens een nadere toelichHng op de tekst van de concept Verordening door Dhr. Schepers van RIGO, daarna zal hij een toelichHng geven op de actuele ontwikkelingen en tot slot de afronding weer door dhr. Schepers.
Uiteraard mag er worden geïnterrumpeerd, met name als het technische vragen betre2, en is er aan het eind ook nog ruimte voor het stellen van overige vragen. Allereerst gee2 weth. Kuiper een toelichHng op het proces: Door de gezamenlijke regionale wethouders is besloten om, als vervolg op de bijeenkomsten in mei en juni 2024, nog een ronde door de regio te maken, omdat de tekst van de concept verordening nu vrijwel definiHef is en het ingewikkelde materie is. De raadsleden wordt zo de mogelijkheid geboden om nog verduidelijkende vragen te kunnen stellen. De verordening zoals nu voorligt is het gevolg van het feit dat een verordening om de vier jaar moet worden herzien. Dit is weUelijk zo geregeld. We hebben de oude verordening nog wel met een jaartje verlengd, omdat er meer Hjd nodig was om diverse zaken goed uit te zoeken en uit te discussiëren. De vaststelling van de nieuwe verordening in de gemeenteraden is beoogd vóór 1 juli 2025 zodat de verordeningen op 1 juli 2025 inwerking kunnen treden. De colleges van B&W zullen hiervoor een voorstel voorbereiden. De verordening gee2 de mogelijkheid om als gemeente nog een aantal keuzes te maken. Het is uiteindelijk aan de Raad om, op voorstel van het college van B&W, haar eigen afwegingen te maken bij deze keuzes.
Het maken van bepaalde keuzes, zoals bijvoorbeeld het verordenen van een betaalbare koopwoningen, hee2 wel financiële en organisatorische consequenHes. De volkshuisvestelijke meerwaarde en kosten moeten lokaal worden afgewogen. Vervolgens start het gemeentelijke proces dat moet leiden tot een raadsbesluit. Het college maakt hiervoor een voorstel. De verordening gee2 de mogelijkheid om als gemeente nog een aantal keuzes
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1
1
te maken. Het is uiteindelijk aan de Raad om, op voorstel van het college van B&W, haar eigen afwegingen te maken bij deze keuzes. Weth. Kuiper gee2 vervolgens aan dat de verordening gaat over de verdeling van de schaarse woningen. We proberen dat met de verordening zo rechtvaardig mogelijk te doen. Er zijn immers veel woningzoekenden, de woningnood is enorm. Nadrukkelijk gaat het vandaag niet over het toevoegen van woningen. Daarover zijn afspraken gemaakt in het Regioakkoord, de Regionale Woondeal en daaraan wordt gewerkt met bestemmings- dan wel omgevingsplannen. Woonruimtebemiddeling lost de schaarste niet op. Bij de verdeling van deze schaarste zijn verschillende ‘waarden’ die op elkaar ingrijpen en elkaar beïnvloeden. Het gaat dan over keuzevrijheid, transparanHe, doorstroming en rechtvaardigheid. Mag bijvoorbeeld iedereen zelf kiezen waar die wil wonen of vinden we het ook rechtvaardig dat grotere woningen bij grotere huishoudens terecht komen? Het is zoeken naar balans in deze waarden. TegelijkerHjd moeten we beseffen dat we niet iedereen aan een woning kunnen helpen. Ook het afgelopen jaar waren er weer 95.000 acHef woningzoekenden die niet zijn geslaagd in de zoektocht naar een nieuwe woning. Door het grote aantal woningzoekenden wordt de druk op lokaal niveau gevoeld. Er is veel maatschappelijk leed.
Een huis is immers meer dan een dak boven je hoofd dat je beschermt tegen de weersinvloeden: het is je thuisbasis. Weth. Kuiper gee2 vervolgens het woord aan dhr. Wouter Schepers van RIGO voor een toelichHng op de Verordeningstekst. Dhr. Schepers begint zijn toelichHng met het aangeven waarom we regionaal een gelijkluidende tekst willen. Hij gee2 aan dat regionaal samenwerken feitelijk de norm is: door wetgeving worden we verplicht tot samenwerking, maar het hee2 ook prakHsche voordelen, namelijk dat we de woningzoekenden in onze regio op een gelijke wijze behandelen. Immers de woningzoekende kijkt ook om zich heen, naar andere gemeenten. De woningmarkt houdt niet op bij gemeentegrenzen maar is regionaal. Ook helpt de regionale samenwerking de corporaHes bij een efficiënte uitvoering van het systeem waarbij ze rekening houden met alle regels. Daarnaast zit regionale samenwerking ook steeds meer verankerd in landelijke wet- en regelgeving, waarbij het voor de hand ligt dat dit in de nabije toekomst nog verder zal toenemen. Daarbij wordt gewezen op de aanstaande Wet versterken regie volkshuisvesHng waaruit ook een aantal regionale verplichHngen tot afspraken voortvloeien. Hoe zijn we begonnen met deze nieuwe verordening? Eind 2023 is de lopende HuisvesHngsverordening geëvalueerd. Er bleek dat veel goed ging, maar dat er ook verbeterpunten naar voren kwamen.
Bovendien moest ook rekening gehouden worden met nieuwe (weUelijke) ontwikkelingen. Dat alles is begin 2024 besproken. Op basis van de evaluaHe zijn bijeenkomsten georganiseerd om de doelen en waarden te bespreken om zo te komen tot een goed gebalanceerd voorstel voor de woonruimteverdeling in de regio te komen. In mei/juni 2024 zijn er ook raadsavonden geweest waarin is opgehaald wat gemeenteraden belangrijk vinden. Dat alles is verwerkt in de verordeningstekst die iedereen ook is toegezonden. Dhr. Schepers gee2 aan wat de input was die in 2024 o.a. is opgehaald en wat er mee is gedaan:
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1
2
-
-
Er was meer behoe2e aan de mogelijkheid van lokale inkleuring; een meer open verordening met lokale keuzemogelijkheden, waarbij niet alles is dichtgeregeld. De verordening is niet ‘dichtgeHmmerd en gee2 mogelijkheden voor lokale invulling Er is door het houden van schaarste-onderzoeken per gemeente inzicht verkregen in de schaarste. Dit inzicht is inderdaad verkregen. TransparanHe in de wijze waarop de toewijzing plaatsvindt. We willen uiteraard open zijn over hoe de toewijzing verloopt. Met behulp van rapportages willen we vervolgens transparant zijn in de toewijzingsresultaten. Maaskoepel kijkt nog naar mogelijke verbeteringen in deze rapportages. Kunnen we sturen op leehaarheid? Met de verordening kan je niet sturen op het thema Leehaarheid. Dat is weUelijk niet toegestaan. Sturen op leehaarheid kan enkel in gebieden waar de ‘RoUerdamwet’ van toepassing is. Daarnaast kunnen corporaHes binnen de ruimte die de verordening gee2 wel enigszins sturen op leehaarheid. Het is goed als gemeenten bij de gesprekken over de prestaHeafspraken hierover met de corporaHes spreken.
Vervolgens schetst dhr. Schepers de nieuwe ontwikkeling: In de nieuwe verordeningstekst zijn de aandachtsgroepen, die in het concept van de Wet Versterking Regie VolkshuisvesHng worden benoemd, al opgenomen. Ook zijn statushouders opgenomen, er ligt voor elke gemeente nog steeds een taakstelling. De wetgeving is in die zin ook nog niet veranderd en de voorrang hoe2 niet te worden toegepast als het op een andere manier geregeld kan worden. De verordeningstekst is dus op dit punt redelijk toekomstproef. Alvorens nader op enkele punten uit de verordening in te gaan, gee2 dhr. Schepers het woord weer terug aan weth. Kuiper om de situaHe rond Ridderkerk nader toe te lichten. Weth. Kuiper gee2 aan dat in Ridderkerk in het coaliHeakkoord is afgesproken om een eigen woonruimteverdeelsysteem te onderzoeken. De gemeente beoogt hiermee om de slaagkansen van inwoners uit de eigen gemeente te vergroten. De gemeente Barendrecht hee2 eerder ook een onderzoek gedaan, maar die kwamen tot de conclusie dat het niet helpt en erg kostbaar is. In Ridderkerk willen ze hier wel mee verder. De eerste indicaHe werd geraamd op 350.000 à 400.000 euro aan structurele kosten. De gemeente Ridderkerk is ongeacht het systeem aan dezelfde regels gebonden. Zij mogen woningzoekenden niet uitsluiten van het systeem en zij hebben dezelfde weUelijke ruimte om woningen met voorrang aan eigen inwoners toe te wijzen.
Ze hopen dat door een eigen systeem er een administraHeve drempel ontstaat die ervoor zorgt dat de vijver van mensen die ingeschreven staat in het eigen systeem kleiner wordt. Voor woningzoekende uit de regiogemeenten en woningzoekenden uit Ridderkerk betekent dit extra administraHe en extra kosten, want men moet zich in meerdere systemen gaan inschrijven als ze de keuzevrijheid in de gehele regio wil behouden. Ook de gemeente en de corporaHes worden geconfronteerd met extra kosten als gevolg van een eigen systeem. De andere elf gemeenten uit de regio betreuren deze stap. Doordat de gemeenten onderling en ook de corporaHes samenwerken zijn we efficiënt in de verdeling van woonruimte en komen we tegemoet aan woonwensen. We maken in onze regio ook mogelijk dat de maximale ruimte uit de wet om lokaal voorrang te geven kan worden benut. Ook de provincie en het rijk zijn er niet gelukkig mee, want zij willen juist dat wij als regio’s goed samenwerken. Er lijken ook arHkelen in de wet te staan die ertoe kunnen leiden dat de gemeenten in de regio moeten blijven samenwerken.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1
3
Samen met de provincie gaan we met het verkennen van deze mogelijkheid door. Dit alles zal de komende Hjd nog vervolg gaan krijgen. Vervolgens gaat Dhr. Schepers dieper in op de voorliggende tekst van de Verordening. De centrale vraag bij het opstellen van de nieuwe tekst was: wat moet de essenHe zijn? Gekozen is voor een verordening, zoveel als mogelijk, op hoofdlijnen. Het is geen dichtgeHmmerd verhaal, er zijn ook keuzemogelijkheden opgenomen en er is ruimte voor het lokale gesprek tussen gemeente en corporaHes. - Urgent woningzoekenden zijn mensen in nood. Die willen we snel helpen. Zij krijgen dan ook voorrang. Hierbij is reeds voorgesorteerd op de komende Wet Regie VolkshuisvesHng. Deze is specifiek in het benoemen van urgenHe-categorieën. - Vervolgens is meer aandacht voor doorstroming - Door het opnemen en verder verfijnen van de mogelijkheid van LoHng worden woningzoekenden, die niet in nood zijn en nog geen lange inschrijfduur hebben, meer geholpen. - In de voorgestelde tekst zijn enkele keuzemogelijkheden opgenomen, waarvoor u lokaal al dan niet kunt kiezen. Zo kan een keuze worden gemaakt in de verfijning van lokale binding door vitale beroepen aan te wijzen. Ook kunt u kiezen om bijv. sociale koop op te nemen. In de verordening zijn deze mogelijkheden expliciet uitgewerkt.
Want als je daarvoor kiest als gemeente is het voor een woningzoekende wel van belang dat dan overal gelijkluidende regels zijn. Specifiek gaat Dhr. Schepers vervolgens in op het thema binding. Lokale binding betekent dat je maatschappelijk of economisch gebonden bent. Er is dus sprake van binding als er aan woningzoekenden eisen worden gesteld die te maken hebben met locaHe. Dit kan op alle niveaus: regio, gemeente, wijk of buurt. De weUelijk toegestane 50% lokale binding gee2 aan op welk aandeel van de woningzoekenden je als gemeente mag sturen. De meeste urgent woningzoekenden vallen onder deze binding. Urgent woningzoekenden nemen ongeveer 25% van de ruimte in. Welke woningzoekenden urgent zijn wordt deels bepaald door de Wet en deels op basis van eigen gemeentelijke invulling. Voor de overige 25% is dan ruimte voor overige mensen met lokale binding, zoals doorstromers, ouderen, vitale beroepen etc. In de verordeningstekst is ruimte gegeven om hierover lokaal het gesprek aan te gaan. Voor deze 25% kan je eigenlijk zeggen, dat de verordening is te zien als een soort gereedschapskist, waarbij je met een weUelijke bovengrens te maken hebt en waarbij je met elkaar eigenlijk in gesprek gaat over welk gereedschap je juist wil inzeUen ten behoeve van welk doel. De overige 50% mag je niet op voorhand met lokale binding toewijzen.
Maar het zal duidelijk zijn dat bij de toewijzing zonder directe sturing ook woningen worden toegewezen aan mensen die in de eigen gemeente wonen. Tot slot gaat dhr. Schepers in op hoe de toewijzing in zijn werk gaat. Feitelijk zijn er drie manieren van toewijzing. - Als een woningzoekende in nood is, krijgt deze een urgenHe en hee2 daarmee voorrangsposiHe bij het verkrijgen van een sociale huurwoning. - Vervolgens kan je een woning krijgen op basis van inschrijfduur. Diegene met de meeste inschrij2ijd, die komt het eerste aan de beurt. Het kan daarbij soms lang duren, maar je komt een keer aan de beurt. We willen bij deze groep bevorderen dat er acHef wordt
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1
4
gezocht naar een woning. Daarom is voor doorstroming ook een voorrangsposiHe opgenomen. Als we naast deze twee mogelijkheden verder niets doen, dan zijn er groepen woningzoekenden die buiten de boot vallen. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen met korte inschrijfduur, zoals de groep jongeren of spoedzoekers met weinig inschrij2ijd. Om deze groepen ook een mogelijkheid te bieden een woning te bemachHgen is er een derde manier. - Als je je pas hebt ingeschreven en je bent niet in nood, dan kan je via LoHng of directe kans proberen een woning te bemachHgen. Op dit moment is het nog zo dat ook bij loHng urgenten nog voor gaan. Dat is aangepast. Iedereen die meedoet aan deze vorm maakt evenveel kans. Tevens gaan de corporaHes ervoor zorgen dat loHng evenwichHger wordt toegepast. Weth. Kuiper dankt dhr. Schepers voor de toelichHng en gee2 graag nog de ruimte voor nadere vragen. Na de beantwoording van alle vragen sluit hij de bijeenkomst.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 1
5