Bijlage concept Nota van beantwoording zienswijze Mobiliteitsvisie en Visie EV
Tekst van het document
We zien ernaar uit deze samenwerking voort te zetten, en zo de economische en maatschappelijke meerwaarde voor Delft en de regio te vergroten. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven de rol van het innovatiedistrict als belangrijke schakel in het regionale ecosysteem en blijven graag nauw betrokken bij deze ontwikkeling. Ondersteuning voor startups en scale-ups Zoals in de visie benoemd vormen startups en scale-ups een drijvende kracht in innovatie binnen de clusters en dragen zo bij aan het versterken van die clusters. Delft vormt als ‘kraamkamer van de regio’ een sleutel in de ontwikkeling van startups en scale-ups. Bovenlokale samenwerking is onontbeerlijk om bedrijven te laten groeien én te behouden voor de regio. We waarderen de blijvende inzet van MRDH binnen de regionale samenwerking op dit thema. Reactie algemeen bestuur Het belang van startups en scale-ups voor de vernieuwing van de regionale economie is groot. Wij zullen ons blijven inzetten om de vestigingsvoorwaarden hiervoor verder te verbeteren. Innovatiedistricten verbinden aan regionale economische doelen We onderschrijven het verbinden van innovatiedistricten aan regionale doelen.
De Biotech Campus en bedrijventerrein BCD-Oost vallen niet binnen de geografische scope van het Innovatiedistrict Delft, maar bieden wel kansen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals duurzame voedselproductie (alternatieve eiwitten), waar Nederland wereldwijd leidend in is.1 Ook Buccaneer Delft is een belangrijke plek waar jonge bedrijven (scale-ups) technologie ontwikkelen voor de energie/offshore sector. Wij verzoeken u om in regionaal verband een slimme koppeling te maken tussen deze locaties en het IDD, om zo het innovatieve ecosysteem te versterken en marktkansen te benutten in lijn met landelijke ambities. Reactie algemeen bestuur
16
Wij onderschrijven het belang van slimme verbindingen over de grenzen van innovatiedistricten heen. In onze bijdrage aan het IDD en in de gebiedsgerichte aanpak (nader uit te werken in het uitvoeringsprogramma) zullen wij hier nadrukkelijk rekening mee houden. Investeren in een open innovatiecultuur via campussen Wij waarderen het dat in regionaal verband wordt ingezet op een meerjarig programma waarin jongeren, van vmbo tot wo, actief bijdragen aan innovatie en ondernemerschap. Wij willen hierbij extra aandacht vragen voor het mbo (en vmbo). Uit de praktijk blijkt dat de huidige in- en uitstroom van technisch talent binnen de onderwijsinstellingen onvoldoende is om aan de groeiende vraag te voldoen. Het mbo is een belangrijke doelgroep om de beschikbaarheid van technisch talent te vergroten. Een concreet voorbeeld is de cleanroom die de Haagse Hogeschool binnenkort in Delft bouwt, bedoeld voor álle opleidingsniveaus. Het ROC Mondriaan wordt bij de ontwikkeling van de cleanroom betrokken en kan hier ook gebruik van maken. Dit initiatief legt een belangrijke verbinding tussen alle onderwijsinstellingen én bedrijven in Zuid-Holland. Wij verzoeken u om de vraag naar technisch talent structureel te monitoren en jaarlijks te delen, zodat onderwijs en bedrijfsleven hierop kunnen anticiperen. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van goede monitoring.
In de uitwerking van het uitvoeringsprogramma zullen wij ook voorstellen uitwerken hieromtrent. Uiteraard kijken wij daarbij ook goed naar wat bijvoorbeeld al wordt gemonitord binnen de Human capital agenda. Inhoudelijke opmerkingen Mobiliteitsvisie Mobiliteitsvisie De samenhang tussen het Economisch Vestigingsklimaat en de Bereikbaarheid is in de Mobiliteitsvisie goed terug te zien. Een goede bereikbaarheid is één van de instrumenten om het Economisch Vestigingsklimaat te verbeteren en draagt zo bij aan de doelstellingen van de MRDH. De focus in de Mobiliteitsvisie ligt op het bereikbaar maken van de economische clusters en de metropolitane centra. Op het gebied van mobiliteit zijn er echter ook andere doelstellingen en die blijven wat ons betreft onderbelicht in de Mobiliteitsvisie. Dat doet onvoldoende recht aan de opgaven waar we vanuit mobiliteit voor staan. In de eerste plaats valt het ons op dat de noodzaak voor een mobiliteitstransitie niet voor komt in de concept mobiliteitsvisie. Het verminderen, veranderen en verschonen van de mobiliteit (trias mobilica) is een opgave waarbij vanuit mobiliteit een essentiële bijdrage wordt geleverd aan de verstedelijkingsopgave. Zonder het verminderen en veranderen van mobiliteit is het mobiliteitssysteem niet toegerust op de groei van het aantal inwoners in de MRDH.
Mobiliteitstransitie is daarmee onlosmakelijk verbonden aan de ruimtelijke opgaven en de (wederkerige) bekostiging daarvan. Het verschonen van de mobiliteit is één van de bestaande doelstellingen van de MRDH vanuit het Programma Duurzame Mobiliteit. Een gezonde leefomgeving is van belang voor de welvaart en het welzijn van onze inwoners. Dit sluit ook aan bij het Schone Lucht Akkoord waar het merendeel van de gemeenten binnen de MRDH bij is aangesloten. Daarnaast heeft de GGD Haaglanden in 2023 de conclusie getrokken dat de gezondheidsschade in de regio Haaglanden groter is dan gemiddeld in Nederland. Het verschonen van de mobiliteit en daarmee het verbeteren van de luchtkwaliteit is hoort daarmee eveneens een thema te zijn in de mobiliteitsvisie. In de tweede plaats is verkeersveiligheid een belangrijk aandachtspunt binnen het mobiliteitsbeleid. Het aantal verkeersslachtoffers is de afgelopen jaren gestegen. In de mobiliteitsvisie heeft dit onderwerp echter een passieve rol. In het droombeeld is opgenomen dat we blijven streven naar nul verkeersslachtoffers, maar het ontbreekt aan concrete acties of strategie om naar dit streefbeeld toe te werken.
We zien graag dat deze onderwerpen worden toegevoegd aan de mobiliteitsvisie, zodat deze ook in de verdere uitwerking naar strategie en uitvoeringsprogramma de aandacht krijgen die nodig is voor een duurzaam en veilig mobiliteitssysteem. Reactie algemeen bestuur De Mobiliteitsvisie bouwt bewust voort op de Strategische Agenda 2023-2026, waarin de urgentie van de mobiliteitstransitie staat. Deze koers sluit aan bij de behoefte aan een toekomstbestendige ontwikkeling van de regio, in een tijd van snelle maatschappelijke veranderingen. In de Strategische Agenda is de urgentie voor de mobiliteitstransitie meermaals benoemd; Inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer draagt bij aan de mobiliteitstransitie en de klimaatambities. Er is een dubbele opgave: op korte termijn het huidige systeem in de lucht houden én het openbaar vervoer van de toekomst ontwikkelen, gekoppeld aan de verstedelijking en mobiliteitstransitie. Daar komt bij dat het reisgedrag van mensen verandert. Hier zal het openbaar vervoer zich op moeten aanpassen. De richting
17
van de Mobiliteitsvisie is dus bedoeld om de mobiliteitstransitie te ondersteunen. Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn randvoorwaardelijk in de Mobiliteitsvisie. Om dit explicieter te maken, zullen we dit in de teksten benadrukken. Corridoraanpak Wij kunnen ons vinden in de corridoraanpak, waarbij Hoogwaardig Openbaar Vervoer de standaard is, aangevuld met een fijnmazig netwerk van kleinschalig, gedeeld of vraaggestuurd vervoer. Het succes van de HOV-lijnen is echter sterk afhankelijk van het gemak waarmee reizigers, die niet direct aan de haltes van de HOV-lijn wonen of werken, van het HOV gebruik kunnen maken. Investeren in loop- en fietsroutes, tot op grotere afstand van de haltes, is dan onder andere van belang. Een harde scheidslijn in de investeringsagenda tussen de gebiedsgerichte corridoraanpak en de thematische investeringen is daarmee niet altijd eenvoudig te leggen. Om de corridors te laten slagen, moet dus oog zijn voor de noodzaak om thematische projecten elders in te stad uit te voeren. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw steun voor de corridoraanpak. Wij onderschrijven dat het succes van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) niet alleen afhangt van de kwaliteit van de HOV-lijnen zelf, maar ook van de toegankelijkheid voor reizigers die niet direct aan een halte wonen of werken.
Fietsen, lopen, reguliere buslijnen, gedeeld en vraaggestuurd vervoer als fijnmazig vervoer zorgen voor de bereikbaarheid naar HOV-haltes. Wij erkennen dat een strikte scheidslijn tussen gebiedsgerichte corridorinvesteringen en thematische projecten niet altijd werkbaar is. In de Mobiliteitsvisie is daarom opgenomen dat corridors integraal worden benaderd en we gaan werken met een gebiedsgerichte aanpak, waarbij ook ondersteunende maatregelen elders in de stad of regio nodig kunnen zijn om het netwerk als geheel te laten functioneren. Publieke mobiliteit en HOV De inzet op publieke mobiliteit is voor veel reizigers een ingrijpende verandering die met voorzichtigheid vorm moet krijgen. Pas als in voldoende mate wordt voorzien in een dekkend netwerk van publieke mobiliteit in een combinatie van publiek transport en volwaardig en inclusief voor- en natransport, kan sprake zijn van het opheffen van reguliere buslijnen. Het is van belang om deze transitie vanuit de klant en de klantreis te benaderen. Enerzijds om bij te dragen aan de acceptatie van deze vorm van vervoer door de reiziger en anderzijds om de HOV-lijnen daadwerkelijk de drager van het regionale mobiliteitssysteem te laten zijn.
We denken daarom graag mee, zowel vanuit het mobiliteitsdomein als het sociaal domein over een afwegingskader en randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om deze alternatieve vormen van mobiliteit in de plaats te laten komen van reguliere buslijnen. Tegelijkertijd zien wij dat voor het Metropolitane en hoogstedelijke gebiedstype, waar Delft onder valt, het HOV wordt beperkt tot vervoer over rails. Dat zou inhouden dat voor Delft alleen de noord-zuidverbindingen in stand blijven als HOV-verbinding. De R-Netlijn van Naaldwijk via Delft naar Zoetermeer is voor de bereikbaarheid echter eveneens van groot belang. Het is de enige oostwestverbinding op regionaal niveau die de woon- en werkgebieden in Naaldwijk, Delft, Pijnacker en Zoetermeer met elkaar verbindt en die aantoonbaar voorziet in een vervoersbehoefte. Wij zien deze verbinding graag terug in de Mobiliteitsvisie als HOV-verbinding c.q. corridor. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven dat de overgang naar een systeem waarin HOV de ruggengraat vormt zorgvuldig moet gebeuren. Het opheffen van reguliere buslijnen kan pas als er een volwaardig en inclusief netwerk voor voor- en natransport beschikbaar is. Deze transitie benaderen we vanuit de klantreis om acceptatie te bevorderen en HOV daadwerkelijk de drager van het regionale mobiliteitssysteem te maken.
Het metropolitane en hoogstedelijke gebied wordt niet uitsluitend beperkt tot vervoer over rails. In de Mobiliteitsvisie is opgenomen dat HOV meerdere vormen kan hebben, waaronder Bus Rapid Transit (BRT) of vergelijkbare hoogwaardige busverbindingen. Deze systemen bieden dezelfde kwaliteitseisen als railgebonden vervoer: hoge frequentie, betrouwbaarheid en comfort. De corridorkaart is indicatief. We blijven na vaststelling met elkaar in gesprek over de corridoraanpak en welke verbindingen onderdeel hiervan zijn. Menselijke waarde We hebben vanuit Delft vaker de oproep gedaan om bij openbaar vervoer niet alleen rekening te houden met exploitatielasten. Onder meer het verminderen van vervoerarmoede en het vergroten van brede welvaart zijn eveneens belangrijke factoren voor de afweging ten aanzien van routes en frequenties van het openbaar vervoer of publieke mobiliteit. We zijn daarom verheugd dat in de Mobiliteitsvisie wordt benoemd dat de focus wordt verlegd van systeemefficiëntie naar menselijke waarde: de reiziger staat centraal. Als voorwaarde voor publieke mobiliteit wordt echter gesteld dat er een balans wordt gezocht tussen wat de reiziger betaalt en wat het systeem maatschappelijk kost (p. 27) en dat overstaphaltes die niet langs een HOV-lijn liggen sober en doelmatig worden ingericht (p. 37). 18
Naar onze mening staan met deze voorwaarden de reiziger en de menselijke waarde niet centraal. Maatschappelijke baten zijn net zo zeer van groot belang bij de afweging over de inrichting van het systeem als de kosten van het systeem. Dit geldt in de huidige situatie al voor reguliere reizigers, maar wordt nog belangrijker als we willen dat ook andere (meer kwetsbare) doelgroepen van dit systeem gebruik gaan maken. Ditzelfde geldt voor de inrichting van overstaphaltes. Als we bij de inrichting van de overstaphaltes onvoldoende rekening houden met de verschillende doelgroepen en reizigers verliezen, gaat dit ook ten koste van het gebruik van het hoogwaardig openbaar vervoer. Een belangrijk fundament voor de mobiliteitstransitie slaagt dan niet. We zien graag een aanpassing van de mobiliteitsvisie waarin dit bredere perspectief wordt meegenomen. Daarnaast vinden wij dat dit ook onderdeel moet zijn van de verkenningen die worden gedaan naar de omvorming van reguliere buslijnen naar publieke mobiliteit. Reactie algemeen bestuur Toegankelijkheid en sociale veiligheid zijn vaste kwaliteitseisen voor het openbaar vervoer van de toekomst. Alle haltes moeten voldoen aan een basiskwaliteit en beschikken over een standaardinrichting die sociaal veilig is. Dit blijft ook voor bestaande haltes een randvoorwaarde.
De term ‘sober en doelmatig’ in de visie wordt daarom aangepast: het gaat niet om minimale voorzieningen, maar om een efficiënte inrichting die wél comfort, veiligheid en toegankelijkheid waarborgt. Investeringen langs gebiedsgericht en thematisch spoor Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de investeringen per corridor en de investeringen op thema’s buiten de corridors, zoals kleinschalige mobiliteitsprojecten. We hebben hierboven al geschetst dat de scheidslijn niet eenvoudig te maken is en dat thematische projecten van wezenlijk belang kunnen zijn voor het functioneren van corridor. We moeten daarnaast niet onderschatten dat er op regionaal niveau een veelheid aan kleinschalige projecten is die een bijdrage leveren aan bijvoorbeeld actieve mobiliteit of verkeersveiligheid en die niet onder een corridor vallen. Het is van belang om in de Uitvoeringsagenda een goede balans te vinden tussen de investeringsruimte voor de corridors en de thematische investeringen. Reactie algemeen bestuur Wij begrijpen uw oproep dat de scheidslijn tussen investeringen per corridor en thematische projecten niet eenvoudig te maken zijn. Daarom benadrukken we dat in het uitvoeringsprogramma, en specifiek in de uitwerking van de gebiedsgerichte -/corridoraanpak, breed wordt gekeken naar opgaven en oplossingen.
Wel is de samenhang tussen de gebiedsgerichte -/corridoraanpak en thematische investeringen van belang voor de regionale meerwaarde. Innovatiedistrict Delft De verwevenheid tussen de Visie Economisch Vestigingsklimaat en de Mobiliteitsvisie krijgt al gestalte in het Innovatiedistrict Delft. De economische kracht van de start- en scale-ups en de technologie van de TU Delft sluiten naadloos aan op de bereikbaarheidsopgave voor dit gebied, waarbij we de oplossing zoeken in actieve en publieke mobiliteit. We zien kansen om het Innovatie District Delft als proeftuin te benutten voor de uitwerking van beide visies en de synergie tussen beide pijlers te versterken. Reactie algemeen bestuur In het uitvoeringsprogramma en de gebiedsgerichte aanpak zullen wij steeds goed kijken naar het optimaliseren van de bereikbaarheid van gebieden. Vervolg In de afgelopen periode zijn met grote ambtelijke en bestuurlijke inzet, en in afstemming met regionale stakeholders, visies opgesteld die richting geven aan de regionale samenwerking en is ingezet op het creëren van zoveel mogelijk synergie tussen economie en mobiliteit. We zien er naar uit om samen met de MRDH en regiogemeenten deze visies actief en zorgvuldig te vertalen naar concrete acties in een uitvoeringsagenda voor beide visies.
Ook blijven we als gemeente graag betrokken bij de uitwerking van het benoemde instrumentarium; gebiedsgerichte aanpak, nieuwe financieringsbronnen voor EV, aanpassen Bijdrageregeling EV en het laten aansluiten van de subsidieregelingen op deze visies. Daarbij is het van belang om samen als regiogemeenten tot een zorgvuldige invulling te komen. Reactie algemeen bestuur
19
In het uitvoeringsprogramma zullen wij nader concretiseren hoe de synergie tussen economie en mobiliteit zo goed mogelijk wordt bereikt binnen de gebiedsgerichte aanpak. Uiteraard zullen wij bij de uitwerking rondom instrumentarium de gemeenten betrekken, als ook gebruikmaken van de expertise binnen de gemeenten. Den Haag Inhoudelijke opmerkingen Visie Economisch Vestigingsklimaat Schrappen takenpakket Economisch vestigingsklimaat De gemeente Den Haag stelt voor het onderdeel Economisch Vestigingsklimaat geheel te schrappen uit het takenpakket van de MRDH. Dit zou bijdragen aan: meer focus van de MRDH op kerntaken op het gebied van mobiliteit; - een doelmatiger en beter democratisch gelegitimeerde inzet van publieke middelen Toelichting: De gemeente Den Haag heeft eerder kennisgenomen van de conclusies van de Rekenkamer Rotterdam over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het programma Economisch Vestigingsklimaat van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Aan de hand van dit onderzoek is het advies van de Rekenkamer Rotterdam om óf het economische programma te beperken tot de strategische en faciliterende functies óf de uitvoerende functie fundamenteel te herzien.
De gemeente Den Haag herkent de gesignaleerde knelpunten en deelt de constatering dat de tak Economisch Vestigingsklimaat van de MRDH niet doelmatig is opgezet en onvoldoende aansluit op de strategische visie. Ook ontbreekt een duidelijke democratische legitimatie, terwijl de MRDH wel aanzienlijke middelen besteedt aan deze werkzaamheden. De gemeente Den Haag is van oordeel dat de MRDH zich primair zou moeten richten op haar kerntaak: het versterken van het regionale openbaar vervoer en de duurzame bereikbaarheid van de regio. De taak Economisch Vestigingsklimaat past minder goed binnen dit kerntakenpakket. Regionale samenwerking op het gebied van economische ontwikkeling kan worden vormgegeven door de gemeenten zelf, via bestaande netwerken en partnerschappen, zonder dat hiervoor een aparte (uitvoerende) rol van de MRDH nodig is. Reactie algemeen bestuur In 2024 – 2025 is de gemeenschappelijke regeling van de MRDH geëvalueerd met onder meer een onafhankelijk onderzoek door Berenschot. Dat onderzoek laat zien dat de samenwerking binnen de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft. Berenschot stelt dat voor Economisch Vestigingsklimaat herkenbare resultaten zijn geboekt en dat er een bijdrage is geleverd aan de economische vernieuwing van de regio. De samenwerking binnen deze pijler wordt gewaardeerd.
Tegelijkertijd constateert Berenschot dat de gezamenlijke inzet van de 21 gemeenten in de afgelopen 10 jaar nog niet voldoende is geweest om de grote ambities waar te maken. Ook stellen ze dat de samenwerking in formele zin sterk is gelegitimeerd, op zichzelf en in vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen, maar de ervaren legitimiteit en betrokkenheid blijft een aandachtspunt. Berenschot heeft aanbevelingen gedaan om focus aan te brengen en meer samenhang tussen het Economisch Vestigingsklimaat en Bereikbaarheid aan te brengen om meer impact te realiseren. Raadsleden en bestuurders hebben in werksessies (eind 2024) met elkaar de resultaten van het onderzoek en de inhoudelijke doorontwikkeling van MRDH besproken. Daaruit is het Actieplan Evaluatie geboren. Eén van de acties is het opstellen van een Mobiliteitsvisie en de Visie van het Economisch Vestigingsklimaat voor een gezamenlijke regionale koers. Het Actieplan heeft ter zienswijze gelegen. Alle 21 gemeenteraden hebben ingestemd met de uitkomsten van de evaluatie en de doorontwikkeling van de MRDH zoals verwoord in het Actieplan. Ook de gemeenteraad van Den Haag heeft in haar zienswijze op het Actieplan Evaluatie ingestemd met continuering en doorontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling.
Daarin heeft u onder meer aangegeven dat er “een concreet uitvoeringsplan met een prioritering (moet) worden opgesteld waarbij de focus ligt op de kerntaken verbeteren van de mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat.” En heeft u aangeboden graag mee te denken “in het opstellen van de visies voor mobiliteit en het economische vestigingsklimaat. Beide visies moeten optimaal aansluiten bij de inhoudelijke agenda's van de gemeenten binnen de MRDH en andere visies in de regio, zoals die over de Novex gebieden of de ruimtelijk economische visie van de provincie.” De beide visies zijn mede met reflecties van u ontwikkeld en ze sluiten aan bij de inhoudelijke agenda’s van de gemeenten binnen de MRDH. In de visie economisch vestigingsklimaat is focus aangebracht en is de samenhang tussen Economisch Vestigingsklimaat en Bereikbaarheid zichtbaar. Wij zullen uw zienswijze om het onderdeel economisch vestigingsklimaat geheel te schrappen, niet overnemen, aangezien:
20
Met de Mobiliteitsvisie en de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat we concreet aan de slag gaan met de aanbevelingen van de Evaluatie en daarmee de regionale samenwerking versterken. Op basis van de zienswijzen er grote steun is bij de (overige) gemeenten om de gezamenlijke koers, waarbij de synergie tussen economie en mobiliteit wordt versterkt, verder uit te werken. Deze gezamenlijke koers geeft invulling aan de zienswijze van Den Haag bij de evaluatie van de MRDH. De zienswijze van de gemeente Den Haag is een onderstreping van de urgentie om de aanbeveling vanuit de evaluatie Berenschot voortvarend op de pakken. De visies dragen bij aan de versterking van de integraliteit van de kerntaken mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat. Kerntaken die niet los van elkaar te zien zijn. Vanzelfsprekend zijn we bereid om hierover met de gemeenteraad van Den Haag in gesprek te gaan. Gezamenlijke vertaling van to do-lijst naar een haalbaar uitvoeringsprogramma In het hoofdstuk ‘Doen’ wordt beschreven welke acties ondernomen worden om de dromen te verwezenlijken. Wij zijn een groot voorstander om de strategische keuzes in een uitvoeringsprogramma op te nemen en afspraken te maken. Tegelijkertijd vinden we het ook belangrijk dat we hiertoe wel gezamenlijk keuzes maken.
Een visie op het economisch vestigingsklimaat (en een mobiliteitsvisie) geeft richting en inspiratie waar we ons naar toe ontwikkelen. Het hoofdstuk doen, maakt al impliciete keuzes waarvan de impact nog onduidelijk is en misschien niet bijdraagt aan onze gezamenlijke doelstellingen. Voor wat betreft de uitwerking van de strategische keuze: ‘versterken van ruimte voor werken’ moet de ingeslagen weg uit de bedrijventerreinen strategie, waarin we inzetten op verdichten, verduurzamen en beter benutten van bedrijventerreinen uitgangspunt zijn bij de verdere uitwerking. Daarnaast is het van belang dat de ambities naast de beschikbare capaciteit van de MRDH-organisatie wordt gelegd in de uitwerking van de visie in de strategische agenda. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven dat de visie richting en inspiratie moet geven. In het hoofdstuk ‘Doen’ hebben wij eerste richtingen geschetst. De uiteindelijke concretisering zal landen in het uitvoeringsprogramma dat wij – met de gemeenten – zullen uitwerken, als ook in de nieuwe Strategische Agenda. Voor wat betreft werklocaties zoals vermeld in de visie zetten wij de inzet van de afgelopen periode voort.
Afstemming met andere gremia en uitvoeringstrajecten in het regionale landschap In bijlage 7 is een afbeelding te zien met het landschap rondom de MRDH en de Visie op het economisch vestigingsklimaat, waar de NOVEX Zuidelijke Randstad en Rotterdamse haven zouden moeten worden toegevoegd. In verschillende gremia, waar de MRDH onderdeel van is, wordt gewerkt aan nieuwe uitvoeringsprogramma’s met een horizon tot 2050: de Investeringsagenda NOVEX Zuidelijke Randstad en Havengebied, de Uitvoeringsagenda Ruimtelijk Economische visie van de provincie en een nieuwe Groeiagenda van het Economic Board Zuid-Holland, waar met name de samenwerking met private partijen is belegd. Afstemming en het bepalen van de rol van de MRDH (faciliterend of dirigerend) is belangrijk voor een efficiënte aanpak. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven dat er veel gremia zijn waar de MRDH onderdeel van is of nauw betrokken bij is. In het landschap hebben wij vooral de vaste organisaties benoemd. Uiteraard zullen wij in het uitvoeringsprogramma gedetailleerder ingaan op de gremia die belangrijk en/of noodzakelijk zijn. Organiseer slimme samenwerking over de grenzen van de MRDH heen De MRDH bestaat uit 21 gemeenten, maar in economisch opzicht is de regio groter, waarbij samenwerking, of op zijn minst afstemming, helpt om ambities te realiseren.
Denk hierbij aan de Leidse regio, regio Drechtsteden en de strategische alliantie Leiden-Delft-Erasmus, maar ook de Economic Board Zuid-Holland als het gaat om lobbykracht richting Rijk. Doordat MRDH hier onderdeel van is en om doelen ook gezamenlijk zijn is bijvoorbeeld zelfstandig lobby niet altijd nodig. Op die manier lift de MRDH mee met de bewegingen die er zijn en hoeft de MRDH niet alles zelf op te pakken. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven dat het economisch speelveld groter is dan de MRDH. In de uitwerking zullen wij dan ook steeds goed moeten kijken hoe we elkaars kracht optimaal gebruiken en waar inzet van de MRDH echt meerwaarde oplevert. Wij kijken dus ook nadrukkelijk over regiogrenzen heen. Plan B nodig bij gebrek aan nieuwe financieringsbronnen De MRDH zet in op een gebiedsgerichte aanpak en een andere financiële strategie door het actief aanboren van nieuwe financieringsbronnen binnen Nederland en in Europa, het uitbreiden van het investeerdersnetwerk en de inzet op meerjarige financiële afspraken met gemeenten. Deze aanpak is beperkt tot een korte alinea en geeft onvoldoende inzicht in de haalbaarheid van deze insteek. Is er binnen de MRDH voldoende kennis en ervaring op het gebied van fondsenwerving? En wat kan er nog wél als deze fondsen niet beschikbaar komen? Dit vergt nadere uitwerking in de uitvoeringsnota. 21
Reactie algemeen bestuur De nieuwe werkwijze en inzet op financieringsbronnen zullen eerst verkend worden. Hiervoor maken wij gebruik van expertise binnen de gemeenten en ook van externe experts. Wij zullen dit in het vervolg nauwgezet uitwerken (inclusief risico's en/of scenario's). Besluitvorming omtrent deze nieuwe werkwijze is uiteraard ook onderdeel van besluitvorming binnen de MRDH, waar u als gemeente nauw betrokken bij bent. Benut de complementariteit tussen de regionale clusters voor innovatiekracht In het droombeeld floreert de economie dankzij krachtige clusters zoals Duurzaam Maritiem & Haven, Hightech Horticulture, Digitale Technologie & Veiligheid, Innovatieve, Maakindustrie en Overheid/Vrede/Recht. De ontwikkeling van sleuteltechnologieën versterkt deze cluster versterkt deze clusters en draagt direct bij aan nationaal en regionaal verdienvermogen. Complementariteit (kruisverbanden of nieuwe combinaties) tussen de vijf clusters heeft in de visie te weinig aandacht, terwijl dat juist zorgt voor échte vernieuwing van het economisch vestigingsklimaat en innovatiekracht. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van kruisbestuiving. Daarom benoemen wij dit ook expliciet in de visie van technologische doorbraken die het verdienvermogen van de regio versterken – binnen clusters én in crossovers tussen sectoren.
Benut mobiliteit als sturend element voor het vestigingsklimaat vanuit de kracht van de MRDH Aangezien mobiliteit een belangrijke taak is van de MRDH, moet dat als sturend element voor het vestigingsklimaat prominenter in de Visie op het economisch vestigingsklimaat terugkomen. Mobiliteit wordt terecht als sleutelvoorwaarde gezien, waarbij het mensen verbindt met werk, onderwijs en innovatie: mobiliteit is geen doel op zich, maar een integraal onderdeel van het economische systeem. Pas bij de aanpak wordt aangekondigd dat mobiliteitscorridors en gebieden worden verkend. De uitwerking gaat niet over hoe mobiliteit economisch wordt ingezet in de toekomst, terwijl dit is juist het onderwerp is, waar de MRDH de meeste (economische) betekenis kan hebben in het regionale vestigingsklimaat. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van mobiliteit voor een sterk economisch vestigingsklimaat. Daarom zijn de Mobiliteitsvisie en de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat ook gezamenlijk aan uw raad aangeboden. Daarnaast zullen wij in het vervolg werken aan één uitvoeringsprogramma voor beide visies. De inzet van de MRDH op arbeidspotentieel op de 5 regionale clusters We ondersteunen de keuze om het toekomstbestendig arbeidspotentieel te versterken (keuze 3).
Het versterken van het toekomstbestendig arbeidspotentieel is onmiskenbaar een opgave en belangrijk voor de economische ontwikkeling van de regio, maar we zien al veel gebeuren op dat vlak door de arbeidsmarktregio’s en de provincie (HCA). Activiteiten binnen dit thema moeten met name gericht zijn op de 5 regionale clusters en meerwaarde geven ten opzichte van wat er al loopt in de regio. Daarbij moet er vooral aandacht zijn voor het arbeidspotentieel dat aanwezig is in de regio en de inzet van technologische ontwikkeling. Rol van de MRDH kan zijn om projecten en initiatieven van bedrijven die daaraan bijdragen te stimuleren om daarmee de (eenvoudige) oplossing om arbeidskrachten (voor met name laagproductieve banen) van buiten Nederland te halen minder aantrekkelijk te maken. Dit sluit aan bij het doel van de provincie Zuid-Holland, zoals omschreven in de integrale visie arbeidsmigratie, om op termijn de afhankelijkheid van en de vraag naar laagbetaalde arbeid te beperken door het stimuleren van een hoogwaardige economie en, in samenhang daarmee, het verhogen van de arbeidsproductiviteit door technologische en sociale innovatie. De campusaanpak is kan daarvoor een goed hulpmiddel en voorbeeld zijn. Dit vraagt om aandacht bij de nadere uitwerking van de visie.
Het verbinden van economische clusters aan kwetsbare gebieden en het versterken van de sociale samenhang (Doen) is niet de kerntaak van de MRDH en is ook lastig te begrenzen, zowel qua inzet van de MRDH als qua gebied bij een gebiedsgerichte aanpak. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven uw gedachten over de rol van de MRDH met betrekking tot het focussen op arbeidspotentieel voor de 5 regionale clusters. Voor wat betreft het verbinden van arbeidspotentieel uit kwetsbare wijken stellen wij nadrukkelijk dat dit ook gericht zal zijn op de behoeften vanuit de regionale clusters. Vanuit dat perspectief zien wij dit dan ook als onderdeel van de taak om te werken aan een sterk vestigingsklimaat. Besluit:
22
in te stemmen met de hoofdlijnen van de visie Economisch Vestigingsklimaat MRDH, waarbij we aandacht vragen bij de uitwerking voor de rol voor de MRDH bij de inzet op arbeidspotentieel, die in elk geval gericht zou moeten zijn op het arbeidspotentieel uit de regio voor de 5 regionale clusters (stimulerend in plaats van leidend) en waarbij we nadrukkelijk aandacht vragen voor het volgende: c) Het opstellen van een strategische agenda met bijbehorende uitvoerings- en investeringsagenda, met beschrijving van proces, samenwerking, rollen en verantwoordelijkheden en de bekostiging van de opgaven (inclusief de inzet van de MRDH-organisatie). Het in de bedrijventerreinen vastgestelde uitgangspunt rondom verdichten, verduurzamen en juiste bedrijf op de juiste plek bij bedrijventerreinen moet hier in elk geval meegenomen worden als basis. Hierbij worden regio’s en samenwerkingsverbanden over de grenzen van de MRDH heen geconsulteerd om verdere samenwerking te verkennen. c) In de strategische agenda de relatie leggen met de NOVEX Zuidelijke Randstad, NOVEX Rotterdamse haven en de versnellingsagenda van de Economic Board Zuid-Holland aangeven en de wijze waarop de strategische agenda hieraan kan bijdragen. c) In de strategische agenda uitwerken de wijze waarop de mobiliteitsopgaven optimaal kunnen worden ingezet om de economische ambitie te verwezenlijken.
Reactie algemeen bestuur Voor een reactie op bovenstaande verwijzen wij naar onze eerdere opmerking. Amendement: neem Scheveningen Haven op in economische toekomstplannen Vergeet Scheveningen Haven niet Scheveningen Haven is een belangrijke haven met een unieke positie, direct aan zee. De Haven is van oudsher een vissershaven en dit moet ook gekoesterd worden, maar de ligging maakt Scheveningen Haven nu en in de toekomst interessant voor andere havengebonden bedrijvigheid en innovatie, die van grote meerwaarde kan zijn voor de regio. Van off-shore services tot innovaties op het gebied van nationale veiligheid en waterstof uit zeewater: Scheveningen heeft potentie om de ontwikkeling en innovatie te faciliteren, die na ontwikkeling groot kan worden toegepast in Rotterdam. Schevenignen wordt echter niet genoemd in de economische visie. Deze omissie dient te worden hersteld door Het een plek te geven in de relevante clusters en door de haven mee te nemen bij verdere planvorming en programmering. En toe te voegen aan het dictum: e) Het expliciet opnemen van Scheveningen Haven als onderdeel van maritiem en havens en innovatie in de visie, de kaartjes en alle onderdelen van de uitwerking. Toelichting: Scheveningen Haven is geheel over het hoofd gezien in de regionale economische visie.
Scheveningen Haven wordt niet genoemd bij het cluster “Duurzaam maritiem en Haven”, is niet ingetekend op de kaartjes op pagina 31 en wordt ook niet genoemd in de hotspotlijst van Den Haag op pagina 33. Gezien de huidige economische betekenis maar zeker ook de potentie van Scheveningen Haven op het gebied van waterstofinnovatie, nationale veiligheid en strategische autonomie, mag Scheveningen Haven niet ontbreken in dit lijstje voor de clusters “Duurzaam Maritiem en Haven”, Veiligheid en Innovatie. Met dit amendement wordt dringend verzocht om dit recht te zetten en om Scheveningen Haven ook vanuit de volle economische potentie mee te nemen in de verdere uitwerking, planvorming en programmering. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van Scheveningen Haven als innovatie-hotspot in ontwikkeling. Wij zullen dit dan ook opnemen als hotspot en ook betrekken bij het uitvoeringsprogramma. Algemeen Mobiliteitsvisie De metropoolregio Rotterdam Den Haag groeit. Meer dan 266.000 woningen worden gebouwd in de regio tot 2040. Waarbij we de regio aantrekkelijk willen houden om te wonen. Ook zijn de ambities onverminderd hoog als het gaat om het versterken van het economisch vestigingsklimaat. En draagt mobiliteit bij aan het halen van de klimaatdoelstellingen.
Tegelijkertijd werken we samen in de regio om kansen voor mensen te verbeteren Dit doen we nu al aan meerdere projecten in de 23
stad, zoals de komst van de nieuwe tram. We gaan ervan uit dat de gemaakte afspraken voortgezet worden. Mobiliteit, is tenslotte een belangrijke schakel om de ambities te realiseren. Dit onderschrijven wij als Den Haag. Niets doen is inderdaad geen optie. Met interesse hebben wij de Concept Ontwerp Mobiliteitsvisie gelezen. Hiermee maken wij onze zienswijze kenbaar. Als stad Den Haag herkennen wij het eindbeeld van de Concept Ontwerp Mobiliteitsvisie. Als stad werken we aan de mobiliteitstransitie, waarbij we ov en actief vervoer aantrekkelijker willen maken en ook voldoende ruimte blijft voor de auto. We zijn verheugd deze beweging ook de in de Mobiliteitsvisie te herkennen. Tegelijkertijd herkennen wij ook de corridoraanpak zoals die geschetst wordt in de Mobiliteitsvisie. Met deze brief adviseren wij als raad dan ook positief op de Concept Ontwerp Mobiliteitsvisie. Wij herkennen ons ook in de aandachtspunten die de Adviescommissie heeft meegegeven. Naast de genoemde punten door de adviescommissie verzoeken wij nadrukkelijk onderstaande vier aandachtspunten in de definitieve visie te verwerken. Reactie algemeen bestuur Wij danken u hartelijk voor uw zienswijze en kijken ernaar uit om samen met u en de andere gemeenten verder te werken aan de uitwerking van de Mobiliteitsvisie. Inhoudelijke opmerkingen mobiliteitsvisie 1.
Zet de reiziger op nummer één De visie richt zich op de efficiency van het systeem en lijkt ervan uit te gaan dat alle reizigers dezelfde behoeften hebben. Dat is niet zo. Als Den Haag hebben wij bijvoorbeeld aanvullende afspraken gemaakt met HTM over sociale veiligheid. Niet omdat het onze rol is, maar wel omdat we zien dat onze inwoners deze behoeften hebben. Wij zien in de uitvoeringsagenda en daarmee in de uitwerking van de visie graag terug hoe naast aandacht aan het ‘systeem’ ook aandacht gegeven wordt aan de verschillende reizigersbehoeften, waarop het mobiliteitssysteem wordt afgestemd. Reactie algemeen bestuur In keuze 1 staat de reiziger centraal en vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Randvoorwaarden zijn hierin meegenomen, zoals toegankelijk en inclusief vervoer. Bij de corridoraanpak en het uitvoeringsprogramma besteden we aandacht aan doelgroepen aan de hand van een doelgroepenanalyse. 2. Naar publieke mobiliteit vraagt nauwe samenwerking met gemeenten Een optimaal vervoersysteem dat slim, vlot, verbonden, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar is, daar zijn wij een voorstander van. Den Haag werkt graag mee aan de onderzoeken hierover vanuit onze rol als opdrachtgever van een deel van het doelgroepenvervoer. We zien kansen en zijn tegelijkertijd realistisch. Kosten voor zowel het openbaar vervoer als doelgroepenvervoer lopen op.
De eerste stap wat ons betreft is een duidelijke probleemanalyse en zorgvuldig vervoerbehoeften onderzoek. Daarna kunnen we in gezamenlijkheid bepalen wat de gewenste richting is. Reactie algemeen bestuur We waarderen uw steun voor het onderzoek en de kansen die u ziet. We kijken ernaar uit om samen met gemeenten aan de slag te gaan met het onderzoek en bepalen daarna gezamenlijk en ook lokaal de gewenste richting. 3. Verwerk de positie van de auto in de visie op de korte en lange termijn In Den Haag zien we dat de auto momenteel de meest dominante modaliteit is in ons netwerk is. De auto vraagt veel ruimte binnen de ontwikkelopgave van de stad. Dat is een groot vraagstuk. Het betekent dat we bij aanpassingen van ons mobiliteitsnetwerk ook moeten blijven werken aan passende maatregelen voor het autonetwerk. De Mobiliteitsvisie geeft wat ons betreft nog onvoldoende inzicht in de richting die de MRDH daarin de komende jaren wil kiezen. Het is wenselijk dat de MRDH in haar visie duidelijker is dat de rol van de auto belangrijk is en zal blijven op zowel korte en middellange termijn, als in de verdere toekomst, als de zelfrijdende auto -al dan niet privé- steeds meer in het straatbeeld verschijnt. Dit kan een enorme impact hebben op de mobiliteit van mensen en de openbare ruimte.
Reactie algemeen bestuur In de Mobiliteitsvisie besteden we aandacht aan de positie van de auto, met oog voor de verschillen tussen gebiedstypen. We zullen dit in de visie benadrukken en nader toelichten. De auto blijft een rol spelen, maar die rol verschilt per context: in hoogstedelijke gebieden ligt de nadruk op actieve en publieke mobiliteit, terwijl in meer ruimtelijke gebieden de auto belangrijker blijft. In de uitwerking van de corridoraanpak kijken we concreet hoe deze balans uitpakt, zodat het mobiliteitssysteem aansluit bij de lokale situatie en bereikbaarheidsopgaven. 4. Het ontsluitend busnetwerk een prominentere rol geven in de Mobiliteitsvisie 24
In de Mobiliteitsvisie kiest de MRDH voor een corridoraanpak als leidend principe voor de toekomst. Hoogwaardig openbaar vervoer, in de vorm van snelle metrobussen, trams en metro’s, zorgen voor optimale verbindingen. Wij vragen echter expliciet aandacht voor het ontsluitend busnetwerk in de stad. Gezien de beperkte ruimte in de stad zien wij niet dat het busnetwerk volledig om te bouwen is naar een hoogwaardig openbaar vervoer netwerk. Met 50.000 instappers kan je dit niet omzetten naar een vraaggestuurd systeem. Wij vragen expliciet om een prominente rol van het ontsluitend busnetwerk in de visie Reactie algemeen bestuur In de Mobiliteitsvisie wordt het ontsluitende busnetwerk benoemd als onderdeel van het systeem van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Wij willen echter benadrukken dat het aanbieden van de meest passende en economisch efficiënte vorm van vervoer voorop blijft staan. Dat betekent dat in sommige gevallen een reguliere ontsluitende buslijn de beste oplossing kan zijn. Het uitgangspunt is niet om deze verbindingen per definitie te vervangen, maar om per situatie te kijken welke modaliteit het beste aansluit bij de mobiliteitsbehoefte en de kwaliteitseisen van de reiziger. 5. Opstellen van een uitvoeringsagenda In het hoofdstuk ‘Doen’ wordt beschreven welke acties ondernomen worden om de dromen te verwezenlijken. Het maakt impliciet al keuzes.
Een mobiliteitsvisie geeft richting en inspiratie waar we ons heen ontwikkelen. Wij stellen voor dat hoofdstuk vijf ‘doen’ een beschrijving geeft hoe we de Strategische keuzes samen gaan uitwerken naar een realistisch uitvoeringsprogramma (met investeringsagenda). In de maakbare wereld kunnen we investeringen in mobiliteit koppelen aan de ruimtelijke opgaven. Op papier zijn er kansen om onder één regie publieke mobiliteit te realiseren. In de werkelijkheid zal dit niet zonder slag of stoot gaan en vraagt het een lange adem. Onzes inziens betekent dit het opstellen van een strategische agenda met bijbehorende uitvoerings- en investeringsagenda, met beschrijving van proces, samenwerking, rollen en verantwoordelijkheden en de bekostiging van de opgaven. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw suggestie. Wij onderschrijven het belang van een duidelijke koppeling tussen visie en uitvoering. Hoofdstuk 5 ‘Doen’ is bedoeld om richting te geven en vormt de eerste stap naar een uitvoeringsprogramma voor de komende tien jaar. In dit programma werken we de strategische keuzes uit in een realistische uitvoerings- en investeringsagenda, inclusief proces, samenwerking, rollen, verantwoordelijkheden en bekostiging. Daarbij koppelen we mobiliteitsinvesteringen aan ruimtelijke opgaven en zorgen we voor een gezamenlijke regie. 6.
Bewaak de internationale bereikbaarheid, inclusief Rotterdam The Hague Airport Daarnaast hechten wij veel waarde aan de internationale bereikbaarheid van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken de MRDH daarom om Rotterdam The Hague Airport als regionaal knooppunt in de corridor aanpak op te nemen. Met continue aandacht voor een OV-/Light Rail aansluiting, fiets-/auto toegang (incl P&R) en logistieke bereikbaarheid van het gebied zodat de internationale bereikbaarheid van het MRDH-gebied gewaarborgd blijft. Reactie algemeen bestuur We gaan na vaststelling graag met elkaar in gesprek over de corridoraanpak en welke verbindingen en knooppunten onderdeel hiervan zijn. De positie van Den Haag als internationale stad vraagt om een Haags station dat onderdeel is van het Europees treinnetwerk. Reactie algemeen bestuur We onderschrijven uw behoefte van internationale bereikbaarheid en benoemen dit in de mobiliteitsvisie op regionaal niveau. Besluit - De MRDH te vragen een paragraaf op te nemen hoe de participatie van inwoners en doelgroepen over het desbetreffende voorstel heeft plaatsgevonden. - Een evaluatie uit te voeren voor het beleid rondom toegankelijkheid van het openbaar vervoer en hierbij mensen te betrekken met en zonder functiebeperkingen (waaronder kinderen) en representatieve organisaties.
Reactie algemeen bestuur In de introductie van de Mobiliteitsvisie ‘voor wie’ lichten we de participatie van de inwoners toe, onder meer hoe deze participatie heeft plaatsgevonden. Toegankelijkheid en sociale veiligheid zijn vaste kwaliteitseisen voor het openbaar vervoer van de toekomst. Alle haltes moeten voldoen aan een basiskwaliteit en beschikken over een standaardinrichting die sociaal veilig is. Afsluiting Alleen samen kunnen we onze plannen realiseren. Wij zien graag uw reactie op onze zienswijze tegemoet en staan klaar om samen verder te bouwen aan een goed bereikbare regio. 25
Reactie algemeen bestuur Dank voor uw zienswijze. Ook wij kijken ernaar uit om samen te werken en te bouwen aan een goed bereikbare regio. Krimpen aan den IJssel Algemeen Meer welvaart én welzijn voor de mensen die in de metropoolregio Rotterdam Den Haag wonen, werken en leven' is onze gezamenlijk ambitie uit de Strategische Agenda. Dat is een forse ambitie, want de opgaven voor wonen, werken en leven zijn groot. Ook veranderen de opgaven fundamenteel gedreven door verschillende transities. De complexiteit van de opgaven neemt daardoor toe, terwijl de daarvoor beschikbare ruimte schaars is. Dat vraagt om visie en keuzes voor de toekomst van de regio en onze samenwerking. U stelde daarom de afgelopen maanden met alle 21 gemeenten visies op voor mobiliteit en economisch vestigingsklimaat, U ontvangt met deze brief onze zienswijze op beide visies. Reactie algemeen bestuur Wij danken u hartelijk voor uw zienswijze en kijken ernaar uit om samen met u en de andere gemeenten aan de slag te gaan om deze forse ambitie werkelijkheid te maken. Inhoudelijke opmerkingen Visie Economisch Vestigingsklimaat en Mobiliteitsvisie Onze waardering voor het (participatieproces en bestuurlijk verkenner Luteijn. U doorliep uitgebreide processen waarin u veel verschillende partijen meenam. Wij waarderen hoe u de adviescommissies betrok en hun inbreng meenam in deze processen.
Ook probeerden we met elkaar voor het eerst uit hoe inwonerspartícipatie op regionaal niveau werkt. Wij hechten groot belang aan dat inwoners participeren en deze proef bevestigt dat regionale schaal daar geen uitzondering op is. Wat ons betreft was het een succes en biedt het een basis voor toekomstige trajecten. Een mooi voorbeeld wat wij niet onbenoemd willen laten is dat u groep I van basisschool Het Octaaf in Krimpen bezocht om met de nieuwe generatie in gesprek te gaan over de toekomst van mobiliteit. De creatieve inzichten van de leerlingen zien we terug in de visie. Ook had onze voormalig waarnemend burgermeester Luteijn een belangrijke rol in het proces. U stelde hem aan als bestuurlijk verkenner na zijn ambtsperiode in onze gemeente. Oud-burgemeester Luteijn sprak met de bestuurders van alle 21 gemeenten om op te halen wat de (on-)mogelijkheden waren van de conceptambities. Met name voor de ambitie over publieke mobiliteit wat betreft het doelgroepenvervoer. Zijn inzet heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het proces om tot een gedragen visie te komen. Wij zijn oud-burgemeester Luteijn dankbaar voor zijn inzet voor onze regio, Wij zien twee visies die een krachtige koers uitzetten waar onze vertegenwoordigers mee kunnen instemmen. Het zijn twee visies die wij herkennen uit het doorlopen proces, maar wij hebben wel een aantal inhoudelijke aandachtspunten.
Reactie algemeen bestuur Wij waarderen de positieve terugblik op het participatieproces, inclusief de betrokkenheid van adviescommissies en de succesvolle regionale inwonersparticipatie. De creatieve input van leerlingen is inderdaad verwerkt. Ook danken wij de heer Luteijn voor zijn waardevolle rol als bestuurlijk verkenner; zijn gesprekken met alle 21 gemeenten hebben bijgedragen aan een gedragen koers, met name rond publieke mobiliteit en doelgroepenvervoer. We zien de visies als resultaat van dit gezamenlijke traject en nemen de inhoudelijke aandachtspunten mee in de verdere uitwerking. Samenhang tussen thema's zichtbaar. Samenhang ook belangrijk in de uitvoering. U beschouwt in de visies mobiliteit en economie in relatie tot andere thema's. Wij zien dit als de juiste richting voor de verdere uitwerking in het uitvoeringsprogramma en actualisatie van de strategische agenda. Vestigingsklimaat is meer dan economie en bereikbaarheid is meer dan een verplaatsing van a naar b. Het gaat onder meer ook om de relatie met goede volkshuisvesting en een gezonde leefomgeving voor de mensen die werken in onze regio. De samenhang met andere thema's is van groot belang om te zorgen voor een regio waar mensen prettig wonen, werken en leven. Dat gaat verder dan uw verantwoordelijkheden, dus dat vraagt intensieve samenwerking met andere regiotafels.
Wij vragen u daarom om in de uitwerking actief de samenwerking te zoeken met andere regionale samenwerkingsverbanden. Reactie algemeen bestuur
26
De uitvoering van de visies vereist inderdaad intensieve afstemming met andere regiotafels. We committeren ons aan actieve samenwerking in het uitvoeringsprogramma en zoeken actief naar de samenwerking tussen stakeholders en andere regionale samenwerkingsverbanden. Algeracorridor: nu aan de slag, de komende jaren en richting 2050. Wij herkennen en steunen de corridoraanpak die u beschrijft. Wij onderschríjven ook uw voornemen om de uitvoering van de visie te concretiseren aan de hand van de corridors en gebieden. De samenwerking op de Algeracorridor is al een goed voorbeeld van deze aanpak. De Algeracorridor is een essentiële verbinding van Krimpen en Krimpenerwaard naar de regio. Dagelijks passeren zo'n 60.000 auto's, vrachtwagen, bussen en fíetsers de Algerabrug. We hebben met elkaar een pakket samengesteld om de bereikbaarheid te verbeteren. Verschillende maatregelen zijn al succesvol gerealiseerd, zoals de renovatie van De Grote Kruising. De komende jaren worden nog meer maatregelen gerealiseerd, zoals de ombouw van het Capelseplein van een rotonde naar een ongelijkvloerse kruising. Wij gaan graag met u in gesprek om met elkaar nieuwe stappen te zetten. Deze mobiliteitsvisie richt zich op 2050 en verder. De huidige plannen voor de Algeracorridor waren berekend tot 2040. De Algerabrug is bovendien einde levensduur in 2040. Dat maakt Krimpen en Krimpenerwaard kwetsbaar.
Wij hechten er daarom groot belang aan dat we in de nieuwe bestuursperiode met elkaar aan de slag gaan om de aanpak van Algeracorridor te vernieuwen, inclusief mogelijke oeververbinding, met het oog op 2050 en verder. Dat biedt bovendien nieuwe kansen om dit deel van de regio sociaaleconomisch sterker te maken en de leefbaarheid te verhogen met de Algeracorridor als duurzame schakeltussen stad Rotterdam, (maritieme) maakíndustrie en het Groene Hart. Reactie algemeen bestuur Wij waarderen de steun voor de corridoraanpak en wij erkennen de Algeracorridor als essentiële verbinding voor Krimpen en Krimpenerwaard. De gerealiseerde maatregelen zoals De Grote Kruising en de geplande ombouw van Capelseplein tonen de kracht van samenwerking. We nemen de kwetsbaarheid van de eindelevensduur van de Algerabrug in 2040 serieus en waarderen uw oproep om in de nieuwe bestuursperiode samen aan de slag te gaan met de corridoraanpak. We gaan graag in gesprek over concrete vervolgstappen. Aandacht voor kansen Voor mensen en unieke locatie Stormpolder. De corridoraanpak nodigt ook uit om deze aanpak expliciet te koppelen aan de ambities op economisch vestigingsklimaat. Wij denken dat u een stap verder kan gaan door de to-do-lijsten van beide visies nadrukkelijk(er) met elkaar te verbinden.
Mobiliteit en economisch vestigingsklimaat zijn geen doelen op zich, maar middelen om mensen kansen te bieden om mee te doen in de samenleving en zo welvaart en welzijn te vergroten. Dat betekent voor de corridoraanpak naar ons inzicht dat die moet bijdragen aan de 3 keuzes uit de economische visie en andersom. Concreet kan dit door de bereikbaarheid te verbeteren van werklocaties (en dus baanmogelijkheden) en onderwijslocaties. Zo zijn er in Krimpen aan den lJssel relatief weinig banen en geen mbo-, hbo- en wo-locaties. De bereikbaarheid naar de regio is daarom extra van belang voor de kansen van onze inwoners, Het verbeteren van bereikbaarheid en nabijheid van werk- en onderwijslocaties zouden expliciet onderdeel moeten zijn van beide to-do-lijsten. Daarnaast vragen we ook aandacht voor het bedrijventerrein Stormpolder. De Stormpolder heeft een unieke ligging in de regio aan de Hollandsche lJssel en de Nieuwe Maas. Grote bedrijven zijn daar gevestigd met unieke faciliteiten voor de (maritieme) maakindustrie met nationale waarde. Het vervult daarmee een belangrijke schakelfunctie tussen de Rotterdamse haven, onze regio en de regio Drechtsteden. Vanwege deze functie zien wij graag dat u Stormpolder toevoegt als 'hotspot' binnen het cluster duurzaam Maritiem & Haven. ln de Stormpolder komen bovendien veel opgaven samen in lijn met de opgaven en ambities uit uw visie(s).
ln onze vast te stellen omgevingsvisie, die u ter zienswijze ontving, is het onze ambitie om de toekomstbestendigheid te versterken als een van de vier hoofdgebieden in onze gemeente. Wij willen daarbij de verbinding met de regio versterken. De ontwikkeling van de defensie-industrie zorgt ook voor nieuwe mogelijkheden. Wij zullen dat verder uitwerken in een omgevingsprogramma en werken daarin graag met u samen. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven de oproep om de corridoraanpak expliciet te koppelen aan de drie keuzes uit de Visie Economisch Vestigingsklimaat. De to-do-lijsten van beide visies worden in het uitvoeringsprogramma nadrukkelijk verbonden, met specifieke aandacht voor bereikbaarheid van werklocaties en onderwijsinstellingen. Uw suggestie voor het opnemen van Stormpolder als (toekomstige) hotspot nemen wij over. Zorgvuldig omgaan met ambities rondom doelgroepenvervoer. Wij zien uw grote ambitie om alle vormen van publieke mobiliteit te organiseren. U stelt voor om onderzoek te doen naar de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen verschillende vormen van publieke mobiliteit inclusief het doelgroepenvervoer. Wij begrijpen uw ambitie in de context van deze visie. Wij steunen het 27
voorstel om onderzoek te doen, maar wel met een voorbehoud. Wij benadrukken met deze zienswijze dat wij afwachten wat de uitkomsten van het onderzoek zijn voordat wij ons kunnen committeren aan een oplossing en vervolg. Zo vraagt u in de mobiliteitsvisie om rekening te houden met de uitkomsten van het onderzoek in onze gemeentelijke acties. Het is in ieder geval te vroeg om dat te doen zonder de onderzoeksuitkomsten te kennen. Wij vragen om een zorgvuldig onderzoek met een probleemanalyse van waaruit we analyseren welke oplossingsmogelijkheden passend zijn. Regionale organisatie kan (een deel van) een oplossing zijn, maar het is wat ons betreft geen doel op zich. Het onderzoek zou ook de kwaliteit van het vervoer centraal moeten stellen. Dat vraagt bij doelgroepenvervoer om een andere afweging dan bij regulier (openbaar) vervoer, omdat het vervoeren van kwetsbaren een andere kwaliteitsvraag en -aanbod vraagt. Kwaliteit van het doelgroepenvervoer is voor ons zeer belangrijk. Wij vragen u daarom om dit op te nemen in de opsomming met onderdelen die u noemt voor het onderzoek. Daarnaast vragen wij aandacht voor openbaar vervoer over water. Wij constateren uit hoofdstuk 4 van de mobiliteitsvisie dat we als MRDH samen de regie willen over mobiliteitsbehoeften van alle reizigers en dat we bouwen aan een samenhang systeem van publieke en actieve mobiliteit.
Verschillende gemeenten zijn verbonden met grote rivieren. Openbaar vervoer over water is hiermee onlosmakelijk verbonden. Dit type openbaar vervoer over water is daarom onmisbaar in een samenhangend mobiliteitssysteem dat aansluit op de mobiliteitsbehoeften van onze inwoners. Wij verzoeken u om dit mee te nemen in de uitwerking van 'to-do-lijst keuze 2' door te bepalen hoe ook vervoer over water past in het samenhangende mobiliteitssysteem en daarín aansluit op andere vervoersvormen. Reactie algemeen bestuur Wij waarderen uw steun voor het onderzoek naar de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen verschillende vormen van publieke mobiliteit inclusief het doelgroepenvervoer en houden rekening met uw voorbehoud om eerst de uitkomsten van het onderzoek af te wachten. Na afronding van het onderzoek besluiten de 21 gemeenten samen welke vervolgstappen worden genomen. We delen uw mening om een zorgvuldig onderzoek met een probleemanalyse te doen en vervolgens te analyseren welke oplossingsmogelijkheden passend zijn. We begrijpen dat vervoer over water voor Krimpen a/d IJssel een passende vorm van vervoer kan zijn. Wij zijn pleitbezorger van deze vorm van vervoer in maatregelpakketten die gezamenlijk met partijen in het gebied worden opgesteld voor verbetering van bereikbaarheid en leefbaarheid.
Zeker in relatie tot de grote onderhoudsopgaven aan wegen in de MRDH-regio kan dit een ondersteunende functie hebben. Voor zowel goederen- als personenvervoer is verschuiving naar binnenvaart en watertaxi’s of veerdiensten interessant. Vervoer over water is financieel complex te organiseren, daarom moeten we gezamenlijk kijken hoe we de bekostiging koppelen aan andere opgaven. Samen met bedrijven investeren in aantrekkelijk vestigingsklimaat. Tot slot willen wij benoemen dat wij uw voorstel waarderen om de inwonerbijdrage af te bouwen tot een nieuw basisniveau. Wij vinden dit passend bij de financiële situatie van gemeenten de komende jaren en bij de visies die u neerzet. Ook steunen wij de verschuiving van kortlopende projectbijdragen naar strategische projecten waar opgaven samenkomen inclusief het aanboren van nieuwe financieringsstromen. Wij willen daarbij benadrukken dat het van belang is om samen met bedrijven te investeren in de regio. Andere regio's in het binnen- en buitenland laten zien hoe goed dat mogelijk is en zijn een voorbeeld voor onze regio. Laat die voorbeelden een inspiratiebron voor ons zijn. Wij wensen u veel succes met de afronding van dit traject. Wij gaan graag samen met u en alle andere gemeenten aan de slag om onze ambities waar te maken.
Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw ondersteuning om de inwonerbijdrage af te bouwen en in te zetten op nieuwe financieringsbronnen. Uiteraard zullen wij daar ook waar relevant gebruik maken van goede voorbeelden om ons heen. Lansingerland Algemeen Op 15 september 2025 ontvingen wij de Ontwerp Mobiliteitsvisie en de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat. De gemeenteraad van Lansingerland spreekt waardering uit voor de inspanningen van de MRDH en alle deelnemende gemeenten om samen tot duidelijke en afgestemde regionale visies te komen. 28
Wij hebben ervoor gekozen één gezamenlijke zienswijze te geven. Mobiliteit en economie zijn immers onlosmakelijk verbonden en worden ook in onze eigen omgevingsvisie 1.0 en (ontwerp) Omgevingsvisie 2.0 integraal benaderd. Onlangs heeft u een zienswijze ingediend op onze ontwerp omgevingsvisie 2.0. Uw zienswijze baseerde u voor een groot deel op de concept Mobiliteitsvisie MRDH en conceptvisie Economisch Vestigingsklimaat. Onze zienswijze over de twee visies baseren wij op onze Omgevingsvisie 1.0, Mobiliteitsvisie 2040, ontwerp Omgevingsvisie 2.0 met dien verstande dat dit ook past in onze omgevingsvisie 1.0 en onze samenlevingsvisie. Wij zien de twee MRDH-visies als bouwstenen die hand in hand moeten gaan met onze integrale visies op ruimte, samenleving en daarmee ook brede welvaart. Wij onderkennen dat de formele rol van de MRDH zich richt op mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd staat of valt succesvol beleid op deze terreinen met de keuzes die gemaakt worden in de ruimtelijke ordening. Ruimtelijk beleid is dé bepalende factor voor hoe mobiliteitssystemen functioneren en hoe aantrekkelijk het vestigingsklimaat zich ontwikkelt. De MRDH heeft hierin zelf geen formele bevoegdheid en is afhankelijk van de omgevingsvisies en programma’s van de deelnemende gemeenten.
Juist daarom vinden wij het essentieel dat de MRDH toeziet op samenhang en consistentie, en gemeenten waar nodig actief faciliteert en aanspreekt. Daarbij merken wij op dat de provincie Zuid-Holland hierin een formele taak en verantwoordelijkheid heeft. Voor een effectief regionaal beleid is het noodzakelijk dat MRDH en provincie intensief samenwerken. Alleen door gezamenlijke afstemming kan worden voorkomen dat ruimtelijke en mobiliteitskeuzes langs elkaar heen lopen en kunnen we komen tot een samenhangende koers voor de hele Zuidelijke Randstad. Lansingerland vervult in de regionale visies een stevige en belangrijke regionale rol. Onze gemeente groeit met 11.000 nieuwe woningen, een veelvoud daarvan aan nieuwe inwoners en ruim 40 hectare aan nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein. Wij huisvesten daarnaast toonaangevende Horti Science-bedrijven en spelen daarmee een centrale rol in de Greenport West-Holland. Daarnaast zijn de grootschalige distributie rond de A12- en A13M16-corridors en het mobiliteitsknooppunt Bleizo bij station Lansingerland-Zoetermeer van groot belang voor de bereikbaarheid en economische kracht van de Zuidelijke Randstad. Deze opgaven zijn niet lokaal, maar van regionaal en (inter)nationaal belang. De uitdagingen die dit met zich meebrengen zijn dan ook groot en complex.