Bijlage bij vraag 77 Memo Omrin 9-6-2021 inzake brief SAN
Tekst van het document
MEMO Aan : Van : Datum : Onderwerp :
Aandeelhouders Afvalsturing Friesland N.V. John Vernooij (algemeen directeur Omrin) 9 juni 2021 Brief Stichting Afvaloven Nee
Beste aandeelhouder, Op 15 mei jl. hebben alle aandeelhoudende gemeenten van Afvalsturing Friesland N.V. (hierna: Omrin) een brief, gericht aan alle raadsleden, van de Stichting afvaloven Nee (hierna: SAN) ontvangen. De brief van SAN heeft als onderwerp ‘Hogere afvalstoffenheffing door onnodige CO₂ uitstoot afvaloven Harlingen’. In deze memo lichten wij ons standpunt toe als het gaat om de door SAN in haar brief geformuleerde mening met betrekking tot de CO2-uitstoot van de Reststoffen Energie Centrale (hierna: REC). Daarnaast heeft ons een aantal vragen om verduidelijking bereikt die verband houden met de relatie van de gemeente tot de REC. Om uw raadsleden van een reactie te voorzien met betrekking tot de situatie bij de REC, wordt in deze memo, naast de CO 2-uitstoot, ook de bredere context rond de REC geschetst. U kunt deze reactie gebruiken voor uw (eventuele) reactie aan uw raadsleden over de brief van SAN. De REC voldoet aan de vergunningvoorschriften De REC is de installatie waar het niet-recyclebare afval door middel van verbranding wordt omgezet in duurzame energie. Deze installatie staat in de industriehaven in Harlingen. Het toezicht op de REC vindt plaats door het bevoegd gezag. Dit is de provincie Fryslân (via de FUMO, de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing, de Friese Omgevingsdienst).
Omrin geeft namens haar aandeelhoudende gemeenten uitvoering aan de publieke verantwoordelijkheid voor de be- en verwerking van het huishoudelijk afval van die gemeenten. SAN heeft vanaf 2007 als doel “de (voorbereidingen van de) bouw en exploitatie van de afvaloven in de gemeente Harlingen te stoppen. We proberen dit doel te verwezenlijken door het voeren van juridische procedures teneinde vergunningen ongedaan te maken maar ook door het voeren van allerlei acties en het beïnvloeden van de betrokkenen”. SAN probeert telkens via de politieke en/of juridische weg de bedrijfsvoering van de REC te stoppen. De REC werkt geheel volgens de regels zoals die zijn vastgelegd in de geldende vergunningen. Onafhankelijke instanties toetsen regelmatig de verschillende onderdelen. Geen juridische risico’s voor de aandeelhoudende gemeente Zoals hiervoor gesteld houdt Omrin c.q. de REC zich aan alle geldende wet- en regelgeving. Voor zover dat niet het geval zou zijn, dan is het bestuur van Omrin daarvoor verantwoordelijk en niet de afzonderlijke aandeelhoudende gemeenten. Dit op grond van de vennootschappelijke verhoudingen zoals die gelden voor Omrin c.q. de REC.
Pagina 2
Afvalenergiecentrales onmisbare schakel in de transitie naar een circulaire economie In het huidige Nederlandse afvalbeleid is afvalverbranding (nog) een onmisbare schakel in de afvalverwerkingsketen. In de transitie naar een circulaire economie is afvalverbranding (vooralsnog) nodig. De Nederlandse afvalenergiecentrales (hierna: AEC’s) behoren mondiaal tot de top. De AEC’s in Nederland voldoen aan de meest stringente normen als het gaat om de uitstoot (emissie) van schadelijke stoffen. De bij de verbranding van afval vrijkomende warmte wordt onder andere aangewend voor de productie van stoom en stroom. De op deze wijze geproduceerde stroom is voor meer dan helft aan te merken als duurzame energie. Hier vervullen de Nederlandse AEC’s een belangrijke deel van de productie aan duurzame (hernieuwbare) energie in Nederland. CO2-uitstoot van de REC de laagste van alle afvalenergiecentrales in Nederland AEC’s waar huishoudelijk restafval wordt verbrand kunnen de status ‘installatie voor nuttige toepassing’ krijgen. Dit wordt ook wel de R1-status genoemd. Normaal gesproken heeft een AEC de status ‘installatie voor verwijdering’. Alleen AEC’s die voldoende energie-efficiënt zijn, kunnen in aanmerking komen voor de R1-status. In de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen is vastgelegd hoe deze energie-efficiëntie precies wordt bepaald.
De status van de afvalverbrandingsinstallaties in Nederland wordt regelmatig door Rijkswaterstaat beoordeeld. In het najaar van 2020 is dit opnieuw gebeurd op basis van de op dat moment meest recente gegevens. Uit deze onafhankelijke beoordeling blijkt dat alle AEC’s voldoen aan de vereisten voor de R1-status. In onderstaande figuur is deze beoordeling weergegeven (bron: ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijkswaterstaat – Statusbepaling AVI’s op basis van de Kaderrichtlijn (2021)).
Uit de figuur kan worden afgeleid dat de REC het hoogste energierendement heeft van alle AEC’s in Nederland. Door deze hoge mate van energie-efficiency heeft de REC, in vergelijking met andere Nederlandse AEC’s, de laagste CO2-uitstoot per ton afval.