Bijlage behorend bij het 3e Wijzigingsbesluit Legesverordening Schiedam 2023 25BIJ02231
Tekst van het document
om een vergunning voor het samenvoegen van woonruimte met
€ 1.076,50
andere woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014 3.4.4
om een vergunning voor het omzetten van zelfstandige
€ 1.076,50
woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 3.4.5
om een vergunning voor het verbouwen van woonruimte tot
€ 1.076,50
twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 3.4.6
om een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014, voor:
3.4.6.1
0 t/m 5 appartementsrechten, per recht
€ 732,55
3.4.6.2
6 t/m 10 appartementsrechten
€ 3.662,75
3.4.6.2.1
per recht > 5 appartementen vermeerderd met
€ 323,60
3.4.6.3
vanaf 10 appartementsrechten
€ 5.280,75
3.4.8
om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven
€ 1.076,50
binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 3.4.9
tot het verlenen van een tijdelijke onder artikel 3.4.2 tot en met
€ 286,80
3.4.5 genoemde vergunning 3.4.10
tot het wijzigen van een onder artikelen 3.4.2 tot en met 3.4.9 genoemde vergunning
€ 286,80
3.4.11
Indien de aanvraag om een vergunning is voorafgegaan door een
€ -149,85
aanvraag tot het verstrekken van informatie en/of advies als bedoeld in artikel 3.4.1, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het verstrekken van informatie en/of advies van de aanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3.4.2 tot en met 3.4.9 3.4.12
Als een aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in de artikelen 3.4.2 tot en met 3.4.10, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf van de verschuldigde leges bedraagt:
3.4.12.1
indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van
75,00%
twee weken na het in behandeling nemen ervan 3.4.12.2
indien de aanvraag wordt ingetrokken na twee weken na het in
50,00%
behandeling nemen ervan 3.4.12.3
indien de aanvraag wordt ingetrokken op verzoek van het college
100,00%
van burgemeester en wethouders 3.4.13
Als de gemeente een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3.4.2 tot en met 3.4.10 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt
3.4.13.1
van de verschuldigde leges
3.4.13.2
Onder een weigering bedoeld in artikel 3.4.13 wordt mede
40,00%
verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak of herroeping in het kader van een beslissing op bezwaar. 3.4.14
Als een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikelen 3.4.2 tot en met 3.4.10 buiten behandeling wordt gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
3.4.14.1
van de verschuldigde leges
75,00%
3.4.14.2
van de verschuldigde leges indien overduidelijk sprake is van
100,00%
een klaarblijkelijke foutieve aanvraag 3.4.15
Minimumbedrag voor teruggaaf. Bij teruggaaf als bedoeld in de artikelen 3.4.12 tot en met 3.4.14 blijft tenminste verschuldigd het minimumbedrag van:
Paragraaf 3.5 Vervallen 3.5.1
vervallen
€ 100,00
Paragraaf 3.6 Ventvergunningen 3.6.1
Voor het verkrijgen van een ventvergunning met een geldigheidsduur van:
3.6.1.1
een dag, doch niet langer dan een maand
€ 50,10
3.6.1.2
langer dan een maand, doch niet langer dan een half jaar
€ 79,50
3.6.1.3
langer dan een half jaar doch niet langer dan een jaar
€ 141,80
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
€ 20,60
aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Toelichting op de wijziging De tarieven volgen in beginsel de indexatie (volgens prijscompensatie CPB maart 2025) en diverse legestarieven zijn wettelijk bepaald of wettelijk gemaximeerd. In het kader van onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven zijn in diverse onderdelen tarieven afwijkend verhoogd of aangepast. Deze worden nader toegelicht. Het voorstel is om van de volgende paragrafen de tarieven extra te verhogen naar kostendekkende tarieven in 5 jaar. Dit betreft de tarieven in: Hoofdstuk 1: paragrafen 1. Burgerlijke stand, 4. Basisregistratie personen waarbij voor diverse verstrekkingen een tariefsverhoging wordt voorgesteld naar € 18,00 in 2026 (en naar € 20,00 in 5 jaar), 6. Vastgoedinformatie, 8. Gemeentearchief en 15. Verkeer en vervoer. Hoofdstuk 3: paragrafen 1. Openbare inrichting, 6. Ventvergunning en 7. Niet benoemde vergunningen, ontheffingen. Voor enkele paragrafen is het voorstel om deze in één jaar al grotendeels naar kostendekkendheid te verhogen. Dit betreft de tarieven in: Hoofdstuk 1: paragrafen 1 Kansspelen en 14 Telecommunicatie en kabels en leidingen en Hoofdstuk 3: paragraaf 3 Seksbedrijven. Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 Organiseren evenementen of markten wordt afwijkend verhoogd naar een kostendekkendheid van 50% in 5 jaar.
Inhoudelijk worden ook enkele aanpassingen voorgesteld in de leges burgerlijke stand (huwelijken) en Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (BRP). Hoofdstuk 1 Ad paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Voorgesteld wordt om de tarieven voor de huwelijken te wijzigen.
De tekst van artikel 1.1.1.2 wordt aangepast aan artikel 11 “eenvoudige verbintenissen” van het Reglement burgerlijke stand. Het gehanteerde legesbedrag is erg laag ook in vergelijking met omliggende gemeenten en het voorstel is dit tarief te verhogen naar € 197,70 om zo minder aanvragen van inwoners uit omliggende (duurdere) gemeenten te trekken) met als gevolg extra werk en langere wachtlijst. Bij een huwelijk te voltrekken wordt nu het totaal te betalen bedrag vermeld (546,- of 546,- of 650,- euro) omdat het deel locatie en deel ceremonie nu als één bedrag wordt opgenomen in plaats van verspreid over meerdere regels in de tarieventabel bij de legesverordening. Ad Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Voorgesteld wordt artikel 1.3.2 te schrappen omdat geen gebruik gemaakt wordt van dit artikel. Inwoners kunnen rechtstreeks bij de RDW online de rijbewijsgegevens bekijken. Ad paragraaf 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens Het hanteren van verschillende tarieven voor het verstrekken van uittreksels aan de balie, via post of email en via digitaal loket is niet meer nodig. De meeste inwoners hebben een voorkeur voor online dienstverlening. Een ander tarief voor een meertalig uittreksel rekenen is ook niet meer nodig; de werkzaamheden zijn hetzelfde. Eén uniform tarief voor BRP-uittreksels bevordert de transparantie.
Voorgesteld wordt een tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag per gewaarmerkte verstrekking (artikel 1.4.2.1) en per gewaarmerkte verstrekking in meerdere talen (artikel 1.4.2.2) van € 18,00. De tekst en tarieven voor verstrekkingen aan de balie, via post of email in 2025 respectievelijk 1.4.2.1 € 15,35 en 1.4.7 € 20,65 en artikelen voor de verstrekkingen via het digitaal loket artikel 1.4.2.1.1. van € 10,25 ( 10,25) en artikel 1.4.7.1 (gewaarmerkte verstrekking in meerdere talen via digitaal loket € 14,20 (2025)) worden dus gewijzigd aan het voorgestelde. Ad Paragraaf 7 Overige Publiekszaken Het komt geregeld voor dat aktes burgerlijke stand opgestuurd moeten worden naar personen die in het buitenland verblijven. Dit kost de gemeente extra geld. Er is op dit moment geen grondslag om deze kosten in rekening te brengen. Voorgesteld wordt aan deze paragraaf toe te voegen een tarief voor portokosten voor het opsturen van documenten naar het buitenland (1.7.2 ) van € 5,00. Hiermee worden de kosten gemiddeld gedekt. Het waarmerken van een kopie van een officieel document is geregeld in artikel 1.4.2.1 maar het betreft meer dan alleen verstrekkingen uit de Basis Registratie Personen. Omdat het feitelijk een andere dienst is wordt voorgesteld om het waarmerken kopie van officieel document ook in de tarieventabel op te nemen als artikel 1.7.3 onder deze paragraaf.
Artikel 1.7.3 Verklaring omtrent het gedrag wordt verplaatst naar artikel 1.7.1. Hoofdstuk 2 Omgevingswet Ad Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
2.1.1 Definities tarieventabel artikel 2.1.1.4.1: Bij de technische bouwactiviteit vormen de in de aanvraag opgegeven bouwkosten de grondslag voor de hoogte van de legesaanslag. Om houvast te hebben of die opgegeven bouwkosten juist zijn of naar redelijkheid, moeten deze bouwkosten getoetst kunnen worden. Hiervoor maken de meeste gemeenten gebruik van een normkostentabel die is ontwikkeld, vastgesteld en gepubliceerd door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht (kortweg de ROEB-lijst). De ROEB-lijst wordt jaarlijks geactualiseerd en toegevoegd als bijlage bij Hoofdstuk 2 van deze Tarieventabel. Ad Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Aanleggen of veranderen van een weg waarbij een geluidsgevoelig gebouw is toegelaten (tarieventabel 2.7.3.1), aanleggen of veranderen van een weg (tarieventabel 2.7.4.1) en uitweg/uitrit (tarieventabel 2.7.5.1) Het toetsen of een verandering van een weg of uitweg is toegestaan is niet gebonden aan normen en zijn daarom arbeidsintensief. Per 2023 is voorgesteld om voor de activiteit 'veranderen van wegen' en/of 'de aanleg van een uitrit' stapsgewijs een tariefsverhoging van 30% door te voeren van € 184,40 naar € 249,25 om zo meer kostendekkend te zijn. Echter is de kostendekkendheid nog steeds laag en wordt voorgesteld voor 2026 de stapsgewijze tariefsverhoging door te zetten naar € 274,15.
Ad Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Geluidproducerende activiteiten (tarieventabel 2.9.3.1, 2.9.3.2 en 2.9.3.3) Voor de legesverordening van 2023 is besloten om voor de activiteit 'ontheffingen geluid' stapsgewijs een tariefsverhoging door te voren van € 109,55 naar € 460,05 om zo meer kostendekkend te zijn. Het tarief van € 460,05 wordt in 2026 bereikt.
Bijlage bij raadsbesluit van 11 november 2025 De griffier van Schiedam,