CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage advies bezwaarschriftencommissie op bezwaar Frankelandgroep

Raadscommissie 6 december 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:4.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezwaarschriftencommissie

Advies aan burgemeester en wethouders Bezwaarschriften van Frankeland Sint Liduinastichting (hierna: Frankelandgroep) gericht tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van: • 28 maart 2022 waarbij de gevraagde subsidie ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten Sociale Verbinding (ontmoetingscentra) is geweigerd en een afbouwsubsidie is verstrekt ter hoogte van € 94.454,00. • 20 april 2022 waarbij de gevraagde subsidie ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten sociale verbinding is geweigerd. -

—

1. De bestreden besluiten

Bij bestreden besluit van 28 maart 2022 heeft uw college de door de Frankelandgroep gevraagde subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten Sociale Verbinding (ontmoetingscentra) geweigerd en is een afbouwsubsidie verstrekt ter hoogte van € 94.454,00. -

Bij bestreden besluit van 20 april 2022 heeft uw college de door de Frankelandgroep gevraagde subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 ten behoeve van Samen Schiedam, thema Opgroeien jongerenwerk (zorgcentra) geweigerd.

-

II. Hoorzitting

Op 11juli 2022 is een hoorzitting gehouden door de Bezwaarschriftencommissie (hierna: de commissie). Aanwezig van de zijde van de commissie: mr. dr. J.C. de Wit voorzitter mr. H. Nummerdor-Buijs lid mr. drs. K. van Polanen lid mr. R. Mol secretaris. Aanwezig van de zijde van het college van burgemeester en wethouders: A.M. Snel en L. van Donkelaar. Aanwezig van de zijde van bezwaarmaker: M. Kroonen en D.J. van der Weerdt namens Frankelandgroep (hierna: belanghebbenden). De voorzitter opent de vergadering en licht de taak en de werkwijze van de commissie toe. Van het verhandelde op de hoorzitting is een geluidsopname gemaakt die op verzoek aan belanghebbenden beschikbaar wordt gesteld. Het verzoek om toezending van de geluidsopname kan worden ingediend door middel van het sturen van een e-mail naarjuridischezaken@schiedam.nl. III. Juridisch kader -

-

-

Algemene wet bestuursrecht (Awb) Algemene Subsidieverordening Schiedam 2017 (ASV 2017) Algemene Subsidieregeling Schiedam (ASR 2017)

IIH 1 1 1 INN I NI INNI I I NIN I NI NII NIN IIIIII 1 H 1 1 1 Nili 1 1 NIN 1111 HI I IIIIII I I II

IV. Overwegingen van de commissie Procesverloop Op 29 september 2021 is door de Frankelandgroep een aanvraag ingediend voor: • een (meer)jaarlijkse subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten Sociale Verbinding (ontmoetingscentra); • een (meer)jaarlijkse subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten Sociale Verbinding. -

-

Op 8 december 2021 heeft uw college aangegeven voornemens te zijn de gevraagde subsidies te weigeren. Op 6 januari 2022 is een zienswijze tegen deze voornemens ingediend. Op 18 januari 2022, aangevuld op 19 januari 2022, heeft de Frankelandgroep bezwaar gemaakt tegen het voornemen d.d. 8 december 2021 om de gevraagde subsidie te weigeren. Op grond van artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb is besloten om de behandeling van het bezwaarschrift aan te houden tot dat de daadwerkelijke besluitvorming is afgerond. Bij bestreden besluit van 28 maart 2022 heeft uw college de door de Frankelandgroep gevraagde subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten Sociale Verbinding (ontmoetingscentra) geweigerd en is een afbouwsubsidie verstrekt ter hoogte van € 94.454,00. -

Bij bestreden besluit van 20 april 2022 heeft uw college de door de Frankelandgroep gevraagde subsidie voor de subsidieperiode 2022/2023 (zorgcentra) ten behoeve van Samen Schiedam, thema Ontmoeten sociale verbinding geweigerd. —

In het bezwaarschrift van 6 mei 2022 is verwezen naar de op 18 en 19januari 2022 ingediende bezwaarschriften en aangegeven dat de eerder ingediende bezwaargronden als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd. Gronden van het bezwaar Frankelandgroep brengt kort samengevat de volgende bezwaargronden naar voren: 1. Van het digitale overleg is een opname gemaakt die, naar zij aannemen, onderdeel uitmaakt van het dossier; de tijdens dat overleg gegeven toelichting op de aanvragen verzoeken zij eveneens als hier herhaald en ingelast te beschouwen. 2. Artikel 8, eerste lid, onder a, van de ASV 2017 zegt dat het college een subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk kan weigeren indien naar zijn oordeel “de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals vastgesteld in de programmabegroting”. Zij stellen vast dat de tekst van de ASV 2017 nadrukkelijk ruimte laat voor honorering van de aanvraag indien de daarin omschreven activiteiten op enigerlei wijze bijdragen aan het beleid althans de uitvoering daarvan, terwijl de beoordelingsmethodiek volgens de wegingscriteria ertoe leidt dat in die gevallen (lees: de gevallen meteen eindscore lager dan 50 punten) de aanvraag wordt geweigerd.

De brief van 8 december 2021 motiveert de afwijzing dat de beschreven activiteiten niet passend genoeg zijn binnen het beleid maar dat is iets wezenlijk anders dan hetgeen in de letterlijke tekst van de ASV 2017 staat en zij menen dat de beslissing om die reden ongegrond is, althans ondeugdelijk is gemotiveerd. 3. In lijn met bovenstaande geldt dat in de Oplegger weliswaar de wegingscriteria zijn opgenomen, maar niet is bekend gemaakt hoe de beoordeling van die criteria inhoudelijk zou gaan plaatsvinden. 4. Artikel 8, eerste lid, onder a, van de ASV 2017 verwijst nadrukkelijk naar “gemeentelijk beleid zoals vastgesteld in de programmabegroting”. In geen van de relevante documenten (Oplegger, mail van 29 oktober 2021, brief van 8 december 2021) wordt gemeld en/of geëxpliciteerd hoe dat beleid luidt. Op de website van de gemeente wordt vermeld “voorafgaand aan een nieuwe subsidieperiode maken de thematafels een concept uitvoeringsplan” en “begin december van het voorafgaande jaar zijn de uitvoeringsprogramma’s voor per thema afgerond”.

I NIIII II III II II 1 liii II 1 I I liii 1 liii II li i IIIliii III li i III III II II

5.

Zij menen dat tenminste onduidelijk en ondoorzichtig is wat materieel gezien de

beoordelingsgrondslag van de subsidievragen is en als dat al duidelijk is, of het betreffende document tijdig aan de betreffende aanvragers ter hand is gesteld en/of gecommuniceerd. 6. Het is onduidelijk wat wordt bedoeld met programmabegroting, uitvoeringsplannen en uitvoeringsprogramma’s terwijl de aanvragen wel aan het beleid van de gemeente Schiedam worden getoetst. Vastgesteld kan wel worden dat toen de aanvragen moesten worden ingediend, de al dan niet nieuwe uitvoeringsprogramma’s nog niet bekend waren zodat er gevoeglijk van mag worden uitgegaan dat die programma’s en daarmee het beleid niet, althans niet in voor de beoordeling van de aanvragen relevante zin, is gewijzigd. Hooguit kan er worden gesproken van een, overigens niet substantiële, wijziging van de beoordeling van de aanvragen en in dat verband menen zij dat de wijze waarop de beoordeling met wegingscriteria voorafgaand aan het indienen van de aanvragen had moeten plaatsvinden (en niet zoals nu pas op 29 oktober 2021) zodat daarmee rekening gehouden had kunnen worden bij het op- en samenstellen van de aanvragen. 7. In de e-mail van de gemeente d.d. 29 oktober 2021 met de voorlopige rangschikkingen, wordt uitgelegd hoe het kan dat de scores van de weging voor dezelfde activiteit (flink) anders kunnen zijn dan vorig jaar.

Hierover wordt opgemerkt: ‘Bijna alle beoordelingscommissies waren anders van samenstelling. Het is onduidelijk of de commissie die hun aanvragen heeft beoordeeld uit 3 of 5 leden bestond en welke impact dit op de beoordeling heeft gehad.” 6. Bij het indienen van de aanvraag was het tevens onduidelijk in welke mate de leden van de commissie bekend waren/zijn met de activiteiten, welke specifieke inhoudelijke kennis de commissieleden hebben en of de werkwijze van de diverse beoordelingscommissies uniform is (geweest) en ten aanzien van de diverse aanvragen gelijk en uniform is toegepast. 9. Het is onduidelijk waarom de in het vorige punt genoemde werkwijze een gelijkwaardiger speelveld voor nieuwe partners en/of nieuw aanbod oplevert. 10. Het is onduidelijk wat bedoeld wordt met ‘betere kwaliteit’. Gaat het daarbij om een uitgebreider ingevulde aanvraag? Het invulformat voor de subsidieaanvraag leende zich niet voor lange antwoorden (simpelweg te weinig ruimte), waardoor de indruk ontstond dat een uitgebreide aanvraag, zoals in voorgaande jâren is ingediend, ongewenst was. 11. Flink aantal nieuwe partners met aanbod dat onderscheidend dan wel aanvullend is/kan zijn ten aanzien van het bestaande aanbod werd gemist in de stad.

In de tafelbijeenkomsten is diverse keren besproken dat eerst met elkaar naar de behoefte/vraag zou moeten worden gekeken en dat het aanbod daarop afgestemd zou moeten worden in het uitvoeringsplan. In de praktijk is er echter sprake van activiteiten die de verschillende partners, waaronder de Frankelandgroep, al enkele jren aanbieden en die inhoudelijk nog steeds goed geëvalueerd worden, waaruit we opmaken dat er nog steeds behoefte aan is. Hier wordt aan de tafel consensus over bereikt. Het is duidelijk dat de commissie weliswaar kan oordelen dat het aanbod van de nieuwe partners anders is dan het bestaande aanbod, maar zij betwijfelen of de commissie kan beoordelen of daar ook behoefte aan of vraag naar is en, veel belangrijker, of dat aanbod wel bijdraagt aan het beleid van de gemeente. De opmerkingen over het beleid kunnen als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 12. Daarnaast komt hierdoor achteraf de vraag op of bij het indienen van de aanvraag voldoende duidelijk had kunnen zijn welke bestaande en (potentiële) nieuwe partners een aanvraag in zouden dienen, voor welke activiteiten en voor welk bedrag. Daarbij ontstaat een risico op concurrentie in plaats van samenwerking. 13. Invoering van de subplafonds per thematafel.

Het is onduidelijk hoe de invoering van de subplafonds per thematafel invloed kan hebben op de score van een activiteit, behalve wanneer ze dit combineren met het punt Hanteren van de 50-puntenregel als minimale eis om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Wanneer te veel aanvragen binnen een thema meer dan 50 punten scoren en dus in aanmerking komen voor subsidie (NB. dit is het uitgangspunt van de Oplegger), terwijl het subsidieplafond bereikt is, kan het dus voorkomen dat bij de beoordeling van de wegingscriteria lagere scores worden toegekend om aanvragen niet gedeeltelijk te hoeven honoreren maar in plaats daarvan volledig te weigeren. 14. Op grond van dit laatste punt maken zij ook bezwaar tegen de scores zelf. De gemeente tracht een zorgvuldig, objectief en neutraal beoordelingsproces te schetsen in de informerende e-mails en de diverse bijlagen. Wanneer de opmerkingen in de wegingsformulieren worden bekeken, kunnen ze zich echter niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van subjectiviteit, vooringenomenheid en willekeur. In de vakliteratuur is te lezen dat “voor een tendersysteem wordt gekozen als het wenselijk wordt gevonden dat de aanvragen met elkaar kunnen worden vergeleken opdat de “beste” aanvragen subsidie krijgen, waarbij natuurlijk moet worden aangetekend dat vaststellen welke aanvraag de beste is doorgaans een zeer subjectieve

I NI liiiIII IIIIIIII I III I I I II III II liii IIIII II IIIliii liii liii I I II

aangelegenheid is” (zie het boek Subsidierecht van Prof. mr. drs. W. den Ouden, paragraaf 4.4.8, pagina 92). 15. De gemeente heeft naar hun mening de weging onjuist gemaakt en de beslissing op diverse criteria onvoldoende (deugdelijk) gemotiveerd. Voorts heeft de gemeente zich bij de afwijzing van de subsidies onvoldoende ingespannen om de beschikking te krijgen over de relevante gegevens voor de beoordeling van de aanvraag. De gemeente heeft op 18 oktober 2021 aanvullende vragen gesteld die zij op 20 oktober 2021 hebben beantwoord. 16. Als positieve punten worden zowel bij de Activiteiten Ontmoetingscentra als bij de Activiteiten Zorgcentra de professionaliteit van de medewerkers en vrijwilligers en de bestaande infrastructuur genoemd. Als negatief punt wordt genoemd dat de indruk bestaat dat zij vooral naar zichzelf verwijzen. Het is voor Frankelandgroep onduidelijk waar deze indruk op is gebaseerd. Zij zijn van mening dat ze in voldoende mate voldoen aan het criterium en dus een score van 6 zouden moeten hebben op dit punt. 17. In de wegingsformulieren wordt als negatief punt genoemd dat er met deze doelgroep niet echt sprake is van vroegsignalering. Met de vooringenomenheid van deze beoordelaar is het onmogelijk om op dit criterium punten te scoren.

In het wegingsformulier worden echter meerdere positieve punten genoemd waaruit blijkt dat de activiteiten preventie (van de inzet van duurdere zorg) en vroegsignalering wel degelijk ondersteunen. Ook hier zou een voldoende, een score van 6, passend zijn. Wat opvalt is dat in de weergave van de score per wegingscriterium (zie de mail van 25 november 2021) een score van 6 respectievelijk van 3 wordt vermeld, daar waar in de beoordelingsformulieren tweemaal een score van 3 staat met een identieke motivering. 18. Als positief punt wordt het behoud van vaardigheden en het voorkomen van achteruitgang genoemd. Als negatief punt staat er dat het activiteitenaanbod hobbymatig is en niet specifiek gericht op een bijdrage aan vaardigheden of talenten. Als gevolg hiervan scoren ze laag op dit criterium. Dit past ook bij de opmerking in de mail van 29 oktober: Activiteiten met een meer recreatieve functie dan wel activiteiten waarbij de thema’s meer het doel en niet het middel zijn, om impact op de welzijnsdoelen te realiseren, hebben lagere scores gekregen. Gelet op de doelgroep bereiken zij naar hun mening het hoogst haalbare: het moment dat er meer ondersteuning en zorg van professionele medewerkers nodig is, uitstellen, waarmee ze ook een redelijke bijdrage leveren aan het criterium (score 6). 19.

Als positieve punten worden zowel bij de Activiteiten Ontmoetingscentra als bij de Activiteiten Zorgcentra de inzet op het aantrekken van deelnemers uit de LHBTI-gemeenschap genoemd en de intentie om meer inspanning te leveren op culturele diversiteit. Als negatief punt wordt genoemd dat het aanbod cultureel diverser zou kunnen zijn en dat er geen inzet op is (uit het verslag van de bijeenkomst op 13 december 2021 zal blijken dat dit laatste feitelijk onjuist is). In de aanvraag en in diverse tafelbijeenkomsten hebben zij betoogd dat het ontwikkelen van aanbod voor Schiedammers met een migratieachtergrond iets is wat ze in gezamenlijkheid aan de tafel moeten oppakken; die mening wordt door de betrokken tafelgenoten en door de gemeente gedeeld en dus is het niet terecht dat eventuele onvoldoende inzet zwaar wordt aangerekend. Door de activiteiten voor de LHBTI-gemeenschap zijn zij van mening dat ze in voldoende mate voldoen aan het criterium en dus een score van 6 zouden moeten hebben op dit punt, zeker nu er wel degelijk inzet is op de diversiteit. Ook op dit punt is beslissing onvoldoende, want onjuist gemotiveerd. 20. Als positief punt wordt bij de Activiteiten Ontmoetingscentra genoemd dat de Valm een van de weinige ontmoetingsplekken in de wijk is. Bij de Activiteiten Zorgcentra worden de veilige omgeving en de themacafés als positief onderscheidend genoemd.

Als negatief punt vraagt één van de leden van de beoordelingscommissie zich af of bewoners van de aanleunwoning gewoon wijkbewoners zijn. Wanneer deze beoordelaar zich dit pas bij het laatste criterium afvraagt, is onduidelijk hoe dit zijn/haar weging van de andere criteria heeft beïnvloed. Door de ‘wijkfunctie’ van de activiteiten in het algemeen en de omvang en de laagdrempelige toegankelijkheid voor de zelfstandig wonende oudere Schiedammers in het bijzonder, vinden zij dat ze ook hier voldoen aan het criterium, waarbij een score van minimaal 6 op zijn plaats is. lnhoudeliike beoordeling Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer uitspraak van 22januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020: 199, betreft de weigering van een subsidieaanvraag een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit betekent dat de commissie dient te toetsen of het college in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en of het besluit in strijd met de wet of een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is genomen. Hierbij dient

111 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 li i 111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111 1 1

mede de zorgvuldigheid van de gevolgde procedure en de inzichtelijkheid en toereikendheid van de aan het besluit ten grondslag liggende motivering te worden betrokken. Toetsingskader In Titel 4.2 van de Awb zijn de algemene regels met betrekking tot subsidieverstrekking opgenomen. Op grond van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb wordt onder subsidie verstaan de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Op grond van artikel 4:23, eerste lid, van de Awb verstrekt een bestuursorgaan slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Dit wettelijk voorschrift is voor de gemeente Schiedam de ASV 2017 en de ASR 2017. De commissie overweegt dat een subsidieaanvraag door het college geweigerd kan worden op grond van artikel 8 van de ASV 2017. Op grond van artikel 8, eerste lid, van de ASV 2017 kan het college naast de in de Awb genoemde gevallen, een subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel: a. de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals vastgesteld in de programmabegroting; b. geen of onvoldoende gemeentelijke financiële middelen beschikbaar zijn; c.

in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in voldoende mate is voorzien; d. de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de activiteiten te realiseren; e. de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Uit de toelichting op dit artikel volgt dat ingevolge het gestelde onder a subsidie wordt geweigerd wanneer subsidie wordt aangevraagd voor een prestatie/activiteit, die niet of onvoldoende bijdraagt aan de gemeentelijke (beleids)doelen blijkende uit de programmabegroting. Bijvoorbeeld omdat het geen taak is van de gemeente of omdat er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan de gemeente of haar ingezetenen. De commissie concludeert dat uw college de gevraagde subsidie heeft geweigerd omdat de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd onvoldoende concreet bijdragen aan de doelstelling van Samen Schiedam, thematafel Ontmoeten, subthema Sociale Verbinding.

De commissie merkt op dat in de Oplegger Subsidieplafonds Samen Schiedam 2022-2023 (hierna: Oplegger) de subsidieplafonds zijn vastgesteld en op basis van de hieronder a tot met f genoemde wegeringscriteria worden verdeeld: a. bijdrage aan het maatschappelijk resultaat en de prestatieindicatoren zoals beschreven in het uitvoeringsplan per thema, weging 40 punten; ii. zelf- en samenredzaamheid, weging 15 punten vervullen van signaleringsrol en verwijzen, weging 10 punten iii. iv. preventie en vroegsignalering, weging 10 punten v. ontdekken en stimuleren van vaardigheden en/of talenten, weging 5 punten b. bijdrage aan versterken van en samenwerken binnen de zorgketen van 0 le- 2e lijn, weging 20 punten; c. bijdrage aan het vergroten van het bereik onder moeilijk bereikbare groepen en/of (potentieel) kwetsbare Schiedammers, weging 13 punten; d. bijdrage aan het realiseren van een inciusieve samenleving in Schiedam, weging 7 punten e. de uitvoeringskosten van de activiteit op basis van bereik en impact, weging 10 punten. f. het onderscheidend en aanvullende karakter van de activiteit ten aanzien van het totale aanbod van activiteiten, weging 10 punten —

In de Oplegger is verder bepaald dat indien de totale eindscore lager is dan 50 punten, de subsidieaanvraag op grond van artikel 8, eerste lid, van de ASV 2017 wordt geweigerd.

1 1 V 11111 1 1 1 11111 1 1 1 I I 1 1 11111 VII 1 1 1 1V III) 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1111 liii 1 1 1 1 1 1 li i 1 1 I I

Aan de hand van de op basis van deze Oplegger uitgevoerde weging door een onafhankelijke commissie is vastgesteld dat de activiteiten ‘zorgcentra’ en ‘ontmoetingscentra’ een lagere score hebben dan 50 punten en als gevolg daarvan niet voor subsidie in aanmerking komen. Duidelijkheid van de procedure Frankelandgroep voert aan dat de procedure onduidelijk was omdat de wijze van beoordeling van de criteria en het gemeentelijk beleid niet bekend zijn gemaakt en onduidelijk waren. In verweer is onder meer aangegeven dat op 21juli 2021 per e-mail aan alle potentiële subsidieaanvragers voor Samen Schiedam 2022-2023 de route naar en van de subsidieaanvraag bekend is gemaakt. Ook zijn in 2020 diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd om subsidieaanvragers mee te nemen in en te informeren over deze werkwijze en zijn er op 15juli en 9 september 2021 tafelbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast is het gemeentelijk beleid, inclusief de Oplegger subsidieplafonds 2022-2023, op de voorgeschreven wijze gepubliceerd. Volledigheidshalve merkt de commissie op dat tegen het gevoerde beleid geen bezwaar kan worden gemaakt. Tot slot merkt de commissie op dat van de Frankelandgroep had mogen worden verwacht dat als zij toch nog vragen hadden over de procedure en wijze van beoordelen zij proactief contact hadden moeten zoeken met de gemeente om deze onduidelijkheden weg te nemen.

De commissie deelt de opvatting van de Frankelandgroep dat de procedure onvoldoende duidelijk en transparant was dan ook niet. De adviescommissie Een ingeschakelde beoordelingscommissie is gehouden haat taak te verrichten in overeenstemming met de gegeven opdracht en op onafhankelijke en objectieve wijze. De commissie moet ervan uitgaan dat een beoordelingscommissie dat ook doet, tenzij daartegen concrete feiten en omstandigheden naar voren worden gebracht. In verweer is aangegeven dat juist door te werken met een mix van commissieleden (voor deze beoordelingscommissie bestaande uit de tafelvoorzitters, wijkregisseur en een strategisch adviseur Sociaal Domein (voormalig projectleider Samen Schiedam)), die wel en/of niet bekend zijn met de activiteiten van bezwaarde, de gemeente streeft naar een zo objectief mogelijke weging vanuit diverse invalshoeken. De commissie ziet in hetgeen door de Frankelandgroep naar voren is gebracht geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de adviescommissie niet voldoende kundig is om subsidieaanvragen te beoordelen.

Voor zover door de Frankelandgroep wordt gesteld dat het advies van de beoordelingscommissie niet aan de besluitvorming ten grondslag mag worden gelegd, merkt de commissie op dat door de Frankelandgroep niet concreet en voldoende gemotiveerd is aangegeven waarom de door de beoordelingscommissie bij de toekenning van scores aan de in het bezwaarschrift genoemde criteria van onjuiste aannames is uitgegaan. De stelling van de Frankelandgroep geeft de commissie dan ook geen aanleiding om aan de juistheid van het advies te twijfelen. Motivering bestreden besluit De commissie is van oordeel dat de bestreden besluiten te summier zijn gemotiveerd en voor de motivering van deze besluiten niet had kunnen worden volstaan met een verwijzing naar de brief van 8 december 2021 waarin is aangegeven dat het college voornemens was de gevraagde subsidie te weigeren. In het bestreden besluit had tenminste moeten worden aangegeven waarom de bij brief van 6 januari 2022 ingediende zienswijze, het ambtelijke gesprek op 26 januari 2022 en de op 1 maart uw standpunt tot 2022 aangelev&de aanvullende informatie geen aanleiding hebben weigering van de gevraagde subsidie te herzien. Op grond van artikel 7:11, eerste lid, van de Awb vindt op grondslag van het bezwaar een heroverweging van het primaire besluit plaats. In de beslissing op bezwaar kan een motiveringsgebrek worden hersteld.

De commissie merkt op dat in het verweerschrift, als reactie op het bezwaarschrift, wel uitgebreid is gemotiveerd welke overwegingen aan de bestreden besluiten ten grondslag liggen.

lIIIIUNIINNIINIINNIIIININ IlI11 1 NIN IIN liiiNIfl IIII III II NIN III NUl IIl li i IIl II

De commissie adviseert dan ook om voor de motivering van de beslissing op bezwaar naar het verweerschrift te verwijzen en het verweerschrift onderdeel uit te laten maken van de beslissing op bezwaar. Op grond van artikel 6:22 van de Awb kan dit motiveringsgebrek worden gepasseerd, nu de Frankelandgroep hierdoor niet wordt benadeeld omdat zij in de bezwaarprocedure op het verweerschrift heeft kunnen reageren. Redelijke termijn

Op grond van artikel 4:51, eerste lid, van de Awb geschiedt gehele of gedeeltelijke intrekking van een subsidie die voor drie of meer achtereenvolgende jaren is verstrekt slechts met inachtneming van een redelijke termijn. De commissie merkt op dat aangezien voor de ontmoetingscentra een afbouwsubsidie is verstrekt ter hoogte van € 94.454,00 de redelijke termijn in acht is genomen. Overige

De commissie merkt op dat een aantal “bezwaargronden” niet als zodanig kan worden aangemerkt, maar dient te worden beschouwd als zijnde vragen ter verdere verduidelijking van het gevoerde beleid en de gevolgde procedure. De commissie merkt op dat het niet haar taak is om op dergelijke vragen een antwoord te geven en verwijst daarvoor kortheidshalve naar beantwoording van die vragen in het verweerschrift. Conclusie

Op grond van bovengenoemde motivering en op basis van de Awb, de ASV 2017 en de ASR 2017 is de commissie van mening dat het college het bestreden besluit terecht heeft genomen. De commissie adviseert om voor de motivering van de beslissing op bezwaar tevens naar het verweerschrift te verwijzen en het verweerschrift onderdeel uit te laten maken van de beslissing op bezwaar. Verzoek om vergoeding van de proceskosten In het bezwaarschrift wordt verzocht om vergoeding van de proceskosten op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. In artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is bepaald dat de kosten die de bezwaarmaker, in verband met de behandeling van het bezwaar, redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de bezwaarmaker voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Volgens vaste rechtspraak leidt het herstellen van motiveringsgebreken in bezwaar niet automatisch tot een gegrondverklaring van het bezwaar en tot een proceskostenvergoeding. Aangezien wordt geadviseerd het besluit in stand te laten, adviseert de commissie het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen. V.

Conclusie Op grond van het vorenstaande adviseert de commissie het college van burgemeester en wethouders de bezwaren ongegrond te verklaren, de bestreden besluiten onder aanpassing van de motivering in stand te laten en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen. Schiedam, de commissie, de secretaris,

de voorzitter,

W.M. van der Burgt

mr. dr. J.C. de Wit

IIN I NI INN 1 1 1 IINI II NIN I NI NIININ II liiiNIN IIIl III II 1 fl 11111 1111 1 1 1 1 1 1 1 1 1 I I

20 OKT. 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12040053/1