CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:8.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Actieprogramma dierenwelzijn 20232025

20 juni 2023

1

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Versiebeheer Datum: 20 juni 2023 Versie: 1 Auteur: Ingrid Gyomorei, Renee Giesbergen en Arjan van der Weerd

2

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Voorwoord Onderzoek toont aan dat we van de dieren die dichter bij de mens staan een positiever beeld hebben, dan de dieren die verder van ons afstaan. Die positieve houding betekent meer compassie en waardering voor het dier. Dierenwelzijn is echter meer dan alleen honden en katten. Sterker nog, het zijn vooral de in het wild levende dieren die het verschil kunnen maken als het gaat om het beteugelen van de klimaatverandering. Sinds 1900 is de biodiversiteit wereldwijd met 60% afgenomen. In Nederland met 85%. Het aantal soorten dat momenteel mondiaal op uitsterven staat, bedraagt ongeveer één miljoen. Op het Nederlandse platteland zijn veel dieren richting stad gegaan, omdat zij daar betere leefgebieden hebben. Dat kan in de stad tot dierenoverlast leiden. De gemeenteraad heeft op 9 juli 2007 voor het laatst een Nota dierenwelzijn vastgesteld. Sinds de vaststelling van deze nota zijn zowel lokaal als landelijk op het terrein van het dierenwelzijn diverse ontwikkelingen geweest, zoals: 1. De druk op de openbare ruimte, die steeds maar toeneemt; 2. Meer ruimte en aandacht voor stadsnatuur en de daarin levende dieren, door wetgeving uit Europa, de rijksoverheid en de provincie Zuid Holland; 3. Toename van overlast gevende dieren, waarvan de bestrijding op een natuurlijke manier moet plaatsvinden; 4.

Ecologisch beheer van groenstroken, het inrichten van natuurvriendelijke oevers, het creëren van verbindingen tussen de groenstroken en een ander maaibeleid, zodat dieren gemakkelijker kunnen schuilen; 5. Natuurinclusief ontwerpen, bouwen en inrichten; 6. Chippen van huisdieren; In het Actieprogramma passeren al deze ontwikkelingen de revue. Daartoe zijn 14 acties geformuleerd die we voor 1 januari 2026 willen uitwerken.

3

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Inhoudsopgave 1 Opbouw van het actieprogramma 1.1 1.2 1.3

Inleiding De dieren die in Schiedam voorkomen Wat wordt onder dierenwelzijn verstaan?

2 Wettelijke kaders en -taken 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2

5 5 6

7

Wettelijke kaders Wettelijke taken inzake gevonden dieren Tijdelijke opvang Zorg bij calamiteiten

3 Huisdieren 3.1 3.2

5

7 8 8 9

10

Honden Katten

10 11

4 In het wild levende dieren

12

5 Overlast gevende dieren

16

5.1

Rattenbestrijding

17

6 Het voorkomen van dierenleed

18

7 Communicatie: bewustwording rondom dierenwelzijn

19

8 Overzicht van acties en hun financiële impact

20

Bijlage I: Soortenmanagementplan voor Schiedam

21

Bijlage II : Natuurinclusief bouwen

23

Bijlage III : De huidige honden losloopgebieden (2023)

25

4

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

1

Opbouw van het actieprogramma

1.1 Inleiding De gemeente streeft voor mens en dier naar een gezonde leefomgeving. Een leefomgeving die bijdraagt aan het fysieke -, sociale - en mentale welbevinden. Dieren zijn een belangrijk onderdeel in het leven van de inwoners. Ze zijn overal om ons heen: in huis, in de tuin, in de parken, in sloten en kanalen, op de openbare weg en in het buitengebied. De gemeentelijke organisatie is medeverantwoordelijk voor het welzijn van dieren binnen haar stadsgrenzen. Zodra blijkt dat niet goed voor dieren wordt gezorgd, heeft de gemeente een zorgplicht. Veel van de gemeentelijke besluiten en handelingen zijn van invloed op het dierenwelzijn. Volgens het Coalitieakkoord 2022-2026 wil Schiedam een schone, groene en diervriendelijke stad zijn, waarin we opkomen voor dieren als hun belangen geschaad dreigen te worden, op een andere manier naar groen kijken om de biodiversiteit te vergroten en inzetten op natuurinclusief bouwen. In dit programma geven we vanuit dierenwelzijn aan hoe we dat willen doen, in overigens een context waarin de druk op de openbare ruimte toeneemt. Het Coalitieakkoord kent namelijk ook een aantal ruimtelijke opgaven. Zo wil het college tot 2030: 6.000 woningen aan de bestaande woningvoorraad toevoegen; minimaal 1.000 woningen vervangen en 2.000 passende woningen voor senioren realiseren.

Concreet geeft het gemeentebestuur invulling aan dierenwelzijn door inwoners bewust te maken van de gevolgen van de aanschaf en het houden van huisdieren. Daartoe wordt een (huis)diereninformatiepunt ingericht. Voorkomen moet worden dat huisdieren na enige tijd, in een asiel belanden. De belangen van in het wild levende dieren – die nu vallen onder de Wet natuurbescherming - maken binnenkort deel uit van de Omgevingswet. Deze wet, die per 1 januari 2024 in werking treedt, biedt regels en maatregelen die overheden verplicht zijn te nemen om de natuur te beschermen. Daarin gaat het om meer ruimte voor de natuur en het herstel van de biodiversiteit. Voor de uitvoering van diverse beleidsterreinen (bouwen, wonen, beheer, openbare ruimte en infrastructuur) wordt dierenwelzijn geleidelijk aan een onderwerp, om vroegtijdig in processen en procedures te betrekken. Wachten tot isolatiewerkzaamheden en/of bouw- en sloopactiviteiten van start gaan, kan door de aanwezigheid van beschermde soorten in muren en/of onder daken tot aanzienlijke vertragingen leiden.

1.2 De dieren die in Schiedam voorkomen Dit Actieprogramma gaat over dieren die in Schiedam voorkomen. Dus niet alleen over huis- en gezelschapsdieren, maar ook over hobbydieren, in het wild levende dieren en overlastgevende dieren. Het programma gaat niet in op productie- landbouw- of proefdieren. Deze dieren komen binnen de stadsgrenzen niet of nauwelijks voor.

Huis- of gezelschapsdieren Nederland telt ongeveer 27 miljoen huis- of gezelschapsdieren. Verreweg het grootste deel van deze dieren zwemt in aquaria. Daarnaast zijn er grofweg zo’n 2,5 miljoen (sier)vogels, twee miljoen honden en drie miljoen katten. Veel inwoners beschouwen hun huisdier als een onderdeel van hun gezin. Uit onderzoek blijkt dat een huisdier de fysieke – en geestelijke gesteldheid van de eigenaar bevordert. Eigenaren van

5

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

huisdieren zijn minder vatbaar voor stress, angst of depressie. Daar staat tegenover dat huisdieren tijd, geld en energie kosten. De eigenaar moet er dus ook echt voor kunnen zorgen.

Hobbydieren Kinder- en stadsboerderijen hebben een educatieve - en recreatieve functie. In de kinder- of stadsboerderijen en drie maneges die de stad rijk is, leven o.a. paarden, koeien, varkens, schapen, geiten en kippen. Kinderen en ook volwassenen kunnen er spelenderwijs kennismaken met dieren en leren hoe ze met hen om horen te gaan. Aan deze functie moet uiteraard zo goed mogelijk invulling worden gegeven, zonder dat dit ten koste gaat van het welzijn en de gezondheid van de dieren en de bezoekers.

In het wild levende dieren Overal in de stad zijn in het wild levende dieren te vinden. Door klimaatverandering, toenemende verstedelijking en het ontstaan van monoculturen in de omgeving van de stad (waardoor dieren hun voedsel daar niet meer kunnen vinden) verschuiven de gebieden waar dieren kunnen overleven. De afgelopen twintig jaar is er een ware ‘volksverhuizing’ in de Nederlandse natuur op gang gekomen. Met name door de gestegen temperatuur verandert de samenstelling van soorten behoorlijk. Er komen warmteminnende soorten bij, zoals ijsvogels, zilverreigers, bijeneters, eikenprocessierupsen, prachtpurperuiltjes en vuurwantsen. Tegelijk verdwijnen er steeds meer koudeminnende soorten, zoals tapuiten, grutto’s en kwabalen. Door deze ontwikkeling verdwijnt het natuurlijk evenwicht tussen de verschillende soorten en krijgen sommige soorten de overhand.

Overlast gevende dieren Sommige soorten zijn met te veel in de stad. Daarbij gaat het onder andere om ratten, ganzen, eenden, duiven, halsbandparkieten, verwilderde katten en de eikenprocessierups, etc. etc.

1.3 Wat wordt onder dierenwelzijn verstaan? Iedere handeling die schade kan toebrengen aan een dier moet achterwege worden gelaten, of zo veel mogelijk beperkt of voorkomen worden. De Wet dieren geeft aan (1) welke dieren onder welke omstandigheden mogen worden gehouden; (2) iedereen is verplicht een dier in nood te helpen (3) de definitie van dierenwelzijn. Dieren zijn vrij van: 1. Honger, dorst en onjuiste voeding. Ze hebben gemakkelijk toegang tot vers water en een adequaat rantsoen; 2. Fysiek en fysiologisch ongerief. Ze hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak en een comfortabele rustplaats; 3. Pijn, verwonding en ziekte. Er is sprake van preventie en een snelle diagnose en behandeling; 4. angst en chronische stress. Er is zorg voor voorwaarden en behandelingen die geestelijk lijden voorkomen; 5. Beperking van hun natuurlijke gedrag. Ze hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten.

6

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

2

Wettelijke kaders en -taken

2.1 Wettelijke kaders Voor inwoners is dierenwelzijn een belangrijk thema. Het bestuur heeft echter vanuit de wet beperkte mogelijkheden dierenwelzijn aan te pakken. De meeste taken en bevoegdheden die uit wetgeving voortvloeien, liggen bij landelijke - of provinciale instanties. Vandaar dat er soms een verschil zit tussen wat we lokaal willen en de regelruimte van het gemeentebestuur. Regels die voor de gemeente relevant zijn, zijn te vinden in: 1. De Wet dieren. Sinds de introductie van de wet in 2013, is een chipplicht voor honden ingevoerd. Alle honden moeten na de geboorte worden gechipt. De Wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen beogen dierenwelzijn voor gehouden dieren uitputtend te regelen. De wet laat de gemeente geen ruimte voor autonome regels. 2. In de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen over de bescherming van natuur en de in het wild levende dieren. In het wild levende dieren dienen met rust gelaten te worden, tenzij ze in nood zijn. Toezichthoudende taken liggen bij de provincie. 3. Volgens artikel 2 van de Wet Veiligheidsregio’s is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening.

Artikel 3, lid 1, onderdeel b geeft aan dat de brandweer als taak heeft te zorgen voor het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. 4. De gemeentelijke taken zijn voor een belangrijk deel op het Burgerlijk Wetboek (BW) gebaseerd. Indien een dier wordt gevonden, is de burgemeester op grond van art 5:8 lid 3 BW na verloop van twee weken, nadat het dier door de gemeente in bewaring is genomen, bevoegd het zo mogelijk tegen betaling van een koopprijs, en anders om niet, aan een derde in eigendom over te dragen. Mocht ook dit laatste zijn uitgesloten, dan is de burgemeester bevoegd het dier te doen afmaken. De termijn van twee weken behoeft niet te worden in acht genomen, indien het dier slechts met onevenredig hoge kosten gedurende dat tijdvak kan worden bewaard, of afmaking om geneeskundige redenen vereist is. 5. In de artikelen 2.57 t/m 2.64 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Voorgesteld wordt te onderzoeken of artikel 260a het voederen van dieren uitgebreid kan worden voor nog nader te bepalen gebieden in de stad. Schiedam kent een aantal overlast gevende dieren (zie 1.2). Deze dieren worden aangetrokken door de stad omdat ze er een relatief makkelijk leven hebben.

Een constant aanbod van voedsel(resten) in de buitenruimte maakt de stedelijke omgeving erg aantrekkelijk en dat terwijl brood en broodresten ongezond zijn voor dieren. Op sommige plekken zijn deze dieren in zulke grote aantallen aanwezig dat de leefbaarheid in het geding is. De afgelopen jaren krijgt gemeente in toenemende mate meldingen van de aanwezigheid van deze dieren. De overlast bestaat onder meer uit vervuiling door uitwerpselen, algen en bacteriën in het water door het vergaan van brood en etensresten en uit geluidsoverlast. Dit vormt een gevaar voor de volksgezondheid. Zolang er door deze dieren gemakkelijk voedsel te vinden is, heeft bestrijding nauwelijks zin. Bij de uitwerking van de bepaling zijn de ervaringen van het programma Schone stad leidend. Actie

Omschrijving

Planning

Financiën 2023 2024

1

Onderzoek naar uitbreiding artikel 260a APV: het voederen van dieren.

Q4.2023: meenemen in de APV wijziging 2024

geen

7

2025

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

2.2 Wettelijke taken inzake gevonden dieren De gemeente heeft de wettelijke taak om gevonden dieren (met een vermoedelijke eigenaar) te verzorgen en tijdelijk op te vangen. In het wild levende dieren worden zoveel mogelijk met rust gelaten. Als een in het wild levende dier hulpbehoevend is, heeft iedere bewoner een zorgplicht, o.a. door het inschakelen van een deskundige die de situatie kan beoordelen. Daarnaast heeft de gemeente de taak bij calamiteiten te zorgen voor de veiligheid van dieren.

2.2.1 Tijdelijke opvang Stap 1: Preventie Als het om preventie gaat is voorlichting over het nemen van een huisdier van groot belang. Het gaat daarbij om voorlichting over de aanschaf, het bezit en de verzorging van huisdieren, het belang van chippen en castreren of steriliseren. Als inwoners door omstandigheden niet meer voor hun huisdier kunnen zorgen, kunnen zij afstand doen van hun dier. Om te voorkomen dat deze dieren op straat terechtkomen, vangt de asielzorg naast zwerfdieren, ook deze dieren op. Het asiel neemt het dier tegen een vergoeding over en zorgt dat het een nieuw tehuis krijgt.

Stap 2: Vervoer Gevonden hulpbehoevende huis- of wilde dieren worden door de dierenambulance vervoerd en vervolgens opgevangen in het dierenasiel Vlaardingen. Dode dieren worden in de regel twee weken bewaard. In deze periode kan de eigenaar worden opgespoord.

Stap 3: Opvang Er zijn verschillende, al dan niet gespecialiseerde, opvangcentra voor huisdieren. De dieren worden in de regel aangeboden door de dierenambulance. Bij binnenkomst wordt het dier geregistreerd en wordt geprobeerd de eigenaar te achterhalen. Als na 14 dagen de eigenaar niet is opgespoord, draagt de gemeente het dier over aan het opvangcentrum.

Stap 4: Plaatsing Opvangcentra herplaatsen de opgevangen dieren – via een zorgvuldig proces - bij een nieuwe eigenaar. Voorkomen moet worden dat deze dieren weer worden teruggebracht naar het opvangcentrum; het dierenwelzijn staat voorop. Hieronder treft u uit de rapportage van de Dierenbescherming Schiedam 2022 gegevens over de zorg en de plaatsingen aan.

Terug naar eigenaar Naar dierenarts Opvang Zorg / plaatsing

Honden 17

Katten 8

Knaagdieren 1

Konijnen 4

Vogels 4

Reptielen

Egels

15

2

1

4 10

7

3

13

5

12

2

2

8

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

2.2.2 Zorg bij calamiteiten De gemeente heeft ook een zorgtaak voor de veiligheid van dieren bij calamiteiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen huisdieren en in het wild levende dieren. 1. Tijdens calamiteiten blijven de eigenaren verantwoordelijk voor de verzorging van hun huisdieren. Als dit niet lukt, kunnen zij geholpen of ondersteund worden door dierenartsen, de dierenambulance, het dierenasiel, de vogelklas Karel Schot, maneges, de kinderboerderij of door de inschakeling van de expertise van Blijdorp voor opvang/verzorging van exotische dieren. 2. In het wild levende dieren dienen zo min mogelijk verstoord te worden. Indien zij tijdens een crisis of een ramp gewond zijn geraakt, worden zij vervoerd naar al dan niet een gespecialiseerde opvang. Het doel is altijd deze dieren, zodra zij in de opvang zijn hersteld, weer uit te zetten in de natuur.

9

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

3

Huisdieren

Sinds de Coronatijd werken we meer thuis, gaan we regelmatig al wandelend of fietsend een ommetje maken en schaffen we vaker een huisdier aan. In een stad die aan het verdichten is en de komende jaren in het stedelijk gebied een omvangrijk woningbouwprogramma wil realiseren, staat het gebruik van de openbare ruimte steeds meer onder druk. Mede omdat er steeds meer huisdieren bijkomen die ook een beroep doen op diezelfde openbare ruimte.

3.1 Honden Hondeneigenaren bewegen meer. Dit zorgt voor gezondheidswinst: minder kans op overgewicht, minder bezoeken aan de huisarts, minder medicijngebruik en meer sociale contacten. Tegelijkertijd kan een hond bijdragen aan een verbetering van de sociale veiligheid. Honden zijn volop aanwezig in de openbare ruimte. Zij hebben immers behoefte aan ruimte om te rennen en te spelen. Volgens de brancheorganisatie voor ondernemende huisdierenspecialisten (hierna: Dibevo) heeft landelijk 17,8% van alle huishoudens een hond. Geëxtrapoleerd naar de 38.052 huishoudens in Schiedam betekent dat ongeveer 6.800 honden binnen de stadsgrenzen. De uitbreiding met ongeveer 7.000 huishoudens staat voor 1.250 extra honden. Dat heeft consequenties voor de in de stad aanwezige hondenlosloopgebieden. Voorgesteld wordt in actie 2 de bestaande losloopgebieden te schouwen; in actie 3 in de dichtbevolkte wijken na te gaan of een hondenlosloopgebied tot de mogelijkheden behoort, in actie 4 het huidige kaartmateriaal daarop aan te passen en in actie 5 de opruimplicht uit te breiden. Alle 19 losloopgebieden (zie ook bijlage III kaart met de huidige hondenlosloopgebieden), met de 54 daarin gelegen velden, zullen de komende maanden geschouwd worden. Bij deze schouw wordt bezien of alle criteria worden gehanteerd die voor deze gebieden zijn opgesteld, zoals: a. Bevinden zich overal nog (toegangs)borden? b.

Zijn de gebieden voldoende gemaaid en vindt er zo nodig groot groenonderhoud plaats? c. Staan er voldoende prullenbakken en worden die tijdig geleegd? d. Worden er verbodsborden geplaatst wanneer vogels gaan broeden en worden deze borden ook weer tijdig verwijderd? e. Ontbreken er afscheidingen tussen water, wegen, fiets- of ruiterpaden (en zo nee, is dat dan nodig)? f. Is er duidelijkheid over de eigendomssituatie en het beheer van het losloopgebied? Daarbij is het geenszins de bedoeling dat er een eenduidigheid of uniformiteit in de losloopgebieden gaat ontstaan. Actie 2

Omschrijving Schouw of hondenlosloopgebieden voldoen aan alle criteria die daarvoor zijn opgesteld

Planning

Financiën

Rapportage Q 2 2024

2023 10.000

2024 20.000

2025

Aangelijnde honden mogen bijna in de gehele stad komen. Voor loslopende honden zijn losloopgebieden aangewezen. De toenemende druk op de openbare ruimte gecombineerd met het toenemende aantal honden vraagt om duidelijkheid over mogelijke losloopgebieden met name in de dichtbevolkte wijken. Uitgangspunt voor de aanleg van een losloopgebied, met name in de nieuw te bouwen delen van de stad, zou moeten zijn: daar waar het kan, worden ze aangelegd. Daar waar het

10

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

niet kan, besluit het college – conform artikel 2:58 lid 2 van de APV - dat het inrichten van een losloopgebied ruimtelijk niet tot de mogelijkheden behoort. Actie

Omschrijving

Planning

Financiën 2023

3

Onderzoek naar mogelijke uitbreiding losloopgebieden

Q2 2024 behandeling in de gemeenteraad

Afhankelijk van de besluitvorming

2024

2025

De begrenzing van de hondenlosloopgebieden – en de daarin liggende velden - is te raadplegen op de gemeentelijke website. De gegevens die tezamen de kaart vormen, zijn inmiddels verouderd. De bedoeling is, de kaart in delen te actualiseren, in de jaren 2023 en 2024. Wanneer het kaartmateriaal geactualiseerd is, kan er ook beter gehandhaafd worden. Actie 4

Omschrijving

Planning

Actualisatie kaartmateriaal hondenlosloopgebieden (zodat duidelijk wordt waar een gebied begint en waar het eindigt)

Gerealiseerd in Q 3 2024; handhaving daarvan gaat in Q 4 2024.

Financiën 2023 5.000

2024 5.000

2025

Hondenbezitters zijn verplicht hondenpoep op te ruimen. Er komen steeds meer klachten binnen over de vervuiling door hondenpoep. Honden- (en ook kattenpoep) is slecht voor het milieu. Doordat het de biodiversiteit aantast en fosfor en stikstof achterlaat. Met name planten kunnen er niet goed tegen. Daarnaast is er sprake van stankoverlast en is het voor kinderen en honden een bron van infectie. In veel andere gemeenten geldt daarom ook in de hondenlosloopgebieden een opruimplicht. Voorgesteld wordt dat het (huis)diereninformatiepunt vanaf 2024 start met campagnes om het opruimen van hondenpoep in losloopgebieden te bevorderen. In de schouw zal onder meer worden bezien of de afvalbakken, die bij de toegangswegen van losloopgebieden zijn gesitueerd, worden geplaatst. Tegelijkertijd krijgt de opruimplicht bij het onderdeel Toezicht en Handhaving, met name op de zgn. hotspots, een hogere prioriteit. In 2025 wordt de gemeenteraad voorgesteld, ook in hondenlosloopgebieden een opruimplicht in te voeren. Actie

Omschrijving

Planning

5

Uitbreiden van de opruimplicht

Q 2 2024

Financiën 2023

2024 10.000

2025 10.000

3.2 Katten Volgens Dibevo heeft landelijk 23,4% van alle huishoudens een kat. Geëxtrapoleerd naar de 38.052 huishoudens, zijn dat voor Schiedam ongeveer 8.900 katten. De uitbreiding met 7.000 huishoudens betekent 1.650 extra katten. De gemeente is voorstander van een chipplicht voor katten. Hierdoor wordt het eenvoudiger de eigenaar op te sporen. Zonder chipregistratie kan slechts 20% van de zwerfkatten worden herenigd met de eigenaar. Met de chipregistratie zal het aantal zwerfkatten afnemen. De Dierenbescherming neemt landelijk het voortouw in de lobby om te komen tot de chipplicht voor katten. Zwerfkatten die met de Dierenbescherming in aanraking komen worden altijd gechipt, gesteriliseerd of gecastreerd.

11

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

4

In het wild levende dieren

In de stad komen dieren regelmatig in de knel door sloop van gebouwen, binnenstedelijke woningbouw, grootscheepse spouwmuurisolatie en isolatie van daken, plaatsing van zonnepanelen, wegaanleg en grootschalig groenonderhoud. Al deze activiteiten kunnen gevolgen hebben voor de leefgebieden van dieren. Zo kan een spouwmuurisolatie een hele kolonie vleermuizen in winterslaap van de buitenwereld afsluiten, met een collectieve dood tot gevolg. Eén vleermuis eet 500 tot 1.000 muggen per nacht. In dit geval hebben ruimtelijke ingrepen / verstedelijking een negatief effect op de dieren die op de betreffende locatie leven. Een steeds groter gebrek aan geschikte leefgebieden voor dieren is de belangrijkste oorzaak van de afname van de biodiversiteit. Biodiversiteit beschermt ons tegen negatieve milieu- en klimaatgevolgen, zoals de uitstoot van fijnstof, wateroverlast, hitte en droogte. De afname aan (bio)diversiteit in de natuur zorgt ervoor dat ecosystemen minder robuust worden, waardoor deze minder functioneren en kwetsbaarder worden voor invloeden van buitenaf. De mens is afhankelijk van goed functionerende ecosystemen. Wij maken gebruik van de diensten die deze ecosystemen leveren. Daarbij gaat het om het zuiveren van lucht, schoon drinkwater, voedselproductie, bestuiving, etc. Bij veel van deze diensten spelen de in het wild levende dieren een cruciale rol. Het bodemleven waar o.a.

mollen, regenwormen, kevers en schimmels onderdeel van uit maken, zorgt ervoor dat groenafval wordt omgezet naar voedingsstoffen, de bodem luchtig en waterdoorlatend blijft en de beplanting goed kan blijven groeien. Bestuivers, zoals bijen, zorgen vervolgens dat beplanting wordt bestoven. Nu de gemeente een forse binnenstedelijke bouwopgave heeft en de roep om verregaande woningisolatie vanwege de energiecrisis steeds groter wordt, wordt voorgesteld in actie 6 een Soortenmanagementplan (hierna: SMP) voor de gehele gemeente op te stellen. Daarbij zal in de voorbereiding en in de uitvoering worden gezocht naar synergievoordelen met de nog op te stellen Natuurwaardenkaart en de Monitoring Stadsnatuur (uit het Uitvoeringsprogramma Buitengewoon Groen). Een SMP maakt onder andere inzichtelijk welke gebouwgebonden dieren er in het gebied aanwezig zijn (zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen), zodat daar gericht maatregelen voor kunnen worden ingezet. Ieder dier heeft zijn/haar eigen actieradius, waar vogels de halve stad gebruiken, leven reptielen en amfibieën vaak een stuk compacter. Met het SMP kan de gemeente voor de gehele bebouwde omgeving van de stad een ontheffing aanvragen voor de Wet natuurbescherming bij de Omgevingsdienst Haaglanden (zie ook bijlage I voor een verdere onderbouwing van het SMP).

Zodra deze gebiedsontheffing is verstrekt, zorgt de uitvoering van het SMP ervoor dat zoveel mogelijk compenserende en/of mitigerende maatregelen worden getroffen die enerzijds het herstel van de stedelijke flora en fauna een forse impuls geven en tegelijkertijd de procedures rondom de ruimtelijke ingrepen aanzienlijk bekorten. De kosten die inwoners en ontwikkelaars onder de figuur van de gebiedsgerichte ontheffing moeten maken, zijn beduidend lager dan wanneer zij voor hun gebouwen een “gebouwgerichte” ontheffing aanvragen. Dat geldt ook voor de doorloopsnelheid van de doorontheffing. Actie 6

Omschrijving Opstellen SMP voor de bebouwde omgeving in de stad

Planning Gerealiseerd: Q 3 / 4 in 2025

12

Financiën Het college heeft € 200.000 van de SPUK gelden gereserveerd voor het opstellen van een SMP Groenoord. Daarvoor wordt voor

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Zodra Zuid Holland de eerste tranche van 135.000 subsidie verstrekt (uit de subsidieregeling Vliegende Brigade), krijgt een aanbestedingstraject de uitvoering van het SMP vorm; vervolgens wordt een Quick Scan uitgevoerd. Van de gelden wordt part-time een ecoloog aangesteld die tot en met 2025 het traject begeleid.

Geheel 2023

Tijdens het broedseizoen ’24 wordt het veldonderzoek uitgevoerd; a.d.h.v. de resultaten daarvan het SMP opgesteld; het SMP wordt ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden voor de gebiedsgerichte ontheffing Wet natuurbescherming In het mitigatie en compensatieplan staan de maatregelen die Schiedam moet uitvoeren. Zodra de Omgevingsdienst de ontheffing verstrekt kan Schiedam “doorontheffen”.

Geheel 2024

Voorwaarde voor de doorontheffing is dat de gemeente een full-time senior stadsecoloog in dienst heeft.

vanaf Q 2 2025

de wijk het plan opgesteld, de ontheffing aangevraagd, een informatiesysteem ingericht, evenals de administratieve organisatie (procedures bij Vergunning en Handhaving). Voor de uitbreiding naar geheel Schiedam is onlangs subsidie aangevraagd bij ZuidHolland. De afspraken die voor de inrichting van het informatiesysteem en de administratieve organisatie worden gemaakt, kunnen ook gelden voor de SMP voor geheel Schiedam (zie verder bijlage I)

Q 1 en 2. 2025

€ 60.000. Vanaf 2026 valt de bekostiging vanuit de subsidies weg en staat de gemeente aan de lat voor een full time bekostiging. Het college ontvangt daarover binnenkort een voorstel.

Met de resultaten van het veldonderzoek SMP (deze zijn eind 2025 bekend) en de resultaten van de Natuurwaardenkaart en de Monitoring Stadsnatuur (uit het Uitvoeringsprogramma Buitengewoon Groen), kunnen de volgende acties vorm krijgen: 1. Ontwerp uitgangspunten Natuurinclusief ontwerpen, bouwen en inrichten (zie actie 7); Het ministerie van BZK heeft 5 juni 2023 aangekondigd dat Natuurinclusief bouwen onderdeel gaat uitmaken van het Bouwbesluit 2. Het gericht aanpassen van de ecologische verbindingen (zie actie 8); 3. De soorteninformatie over beschermde soorten wordt voor alle Schiedammers toegankelijk (zie actie 9). Op deze manier maken we een begin naar meer evenwicht tussen economische-, sociale en ecologische belangen.

13

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Met het ontwerp uitgangspunten Natuurinclusief ontwerpen, bouwen en beheren moet de biodiversiteit in de bebouwde omgeving worden versterkt. De ontwerp uitgangspunten bevatten drie onderdelen voor gebouw- en natuurinclusieve maatregelen (zie ook bijlage II). a. Maatregelen in en op de gevel, zoals nestkasten voor verschillende soorten vogels en vleermuizen en insecten. b. Vergroening van de gevel en het dak. c. Directe omgeving van een gebouw natuurinclusief maken, door meer groen te gebruiken en verharding terug te dringen. De invoering van ontwerp uitgangspunten dient stapsgewijs te gaan. De maatregelen worden uiteindelijk onderdeel van alle omgevingsplannen en integraal onderdeel van het vergunningverleningsproces. In de ontwrep uitgangspunten staat ook aan welke voorwaarden natuurinclusieve maatregelen moeten voldoen (daarvoor wordt o.a. een keuzetabel opgesteld. De bedoeling is om een minimaal aantal punten te behalen om aan natuurinclusief bouwen te voldoen). Actie

Omschrijving

Planning

7

Opstellen ontwerp uitgangspunten Natuurinclusief ontwerpen, bouwen en beheren.

Vanaf Q 4 2024

Financiën 2023 2024

2025

De gemeente wil niet alleen inzetten op meer groen, maar ook bestaande stukken groen zo veel mogelijk op een diervriendelijke manier met elkaar verbinden en onderhouden. Hierdoor ontstaat meer samenhang tussen de gebieden en wordt een groen netwerk gecreëerd. Dieren krijgen zo meer leefgebied, kunnen zich verplaatsen langs de groene verbindingen en tegelijkertijd wordt de uitwisseling tussen deelpopulaties bevorderd. Met het natuurlijker inrichten van de gebouwde omgeving groeit ook de kans dat dieren overlijden ten gevolg van het verkeer. Door in het ontwerp al rekening te houden met het strategisch inzetten van barrières en verbindingen voor dieren, kan dit zoveel mogelijk voorkomen worden. Denk aan verhoogde randen zodat grondgebonden dieren zoals de egel niet zomaar kunnen oversteken en dit alleen kunnen op plekken waar maatregelen zijn getroffen zodat zij wel veilig kunnen overstekken. Voor vleermuizen en een aantal vogelsoorten geldt dat boomlanen met grote bomen rond de wegen (hopovers) er voor kunnen zorgen dat zij veilig kunnen oversteken. Veel dieren, ongeveer 60%, raken verward van straatverlichting en ervaren er ongemak door. Door de ecologische hoofdstructuren en gebieden waar veel nachtelijke activiteiten van dieren zijn, te voorzien van aangepaste verlichting wordt voor deze dieren de dag/nacht grens behouden. Actie

Omschrijving

Planning

8

Opstellen van concrete voorstellen tot verbeteren groene verbindingen en de uitwisseling tussen deelpopulaties.

Vanaf Q 2 2025

Financiën 2023

2024

2025 20.000

Zodra de Omgevingsdienst Haaglanden de ontheffing voor Groenoord heeft afgegeven, wordt de soorteninformatie van Groenoord aan alle Schiedammers beschikbaar gesteld, zodat zij die daar belang bij hebben daar in hun aanvragen om doorontheffing rekening mee kunnen houden. Zodra de ontheffing voor heel Schiedam wordt afgegeven, wordt ook daarop betrekking hebbende soorteninformatie beschikbaar gesteld. Actie 9

Omschrijving

Planning

De soorteninformatie is voor alle Schiedammers toegankelijk, zodat zij daar in hun aanvragen om

Voor Groenoord Q 3 2024; voor heel Schiedam Q 3 2025.

14

Financiën 2023 2024

2025

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

doorontheffing rekening mee kunnen houden. Om klimaatverandering tegen te gaan, wordt vooral geld en techniek ingezet. De stedelijke natuur een impuls geven, zou wel eens een veel effectievere en goedkopere manier kunnen zijn. Dat vraagt andere keuzes. Ter ondersteuning daarvan wordt voorgesteld in actie 10 een onderzoek naar de inzet van een beslissingsinstrument op natuurlijk kapitaal uit te voeren. Er zijn inmiddels meerdere beslissingsinstrumenten op de markt voor de ruimtelijke inrichting. Het instrument berekent de effecten van ruimtelijke inrichting op het natuurlijk kapitaal. Dit helpt beleidsmakers en bestuurders met het maken van keuzes bij de stedelijke ontwikkeling. Vragen als ‘Welke ruimtelijke veranderingen hebben invloed op de ecosysteemdiensten die een locatie biedt?’ en ‘Waar zijn de maatschappelijke baten het grootst bij scenario’s van ruimtelijke inrichting?’ worden met het beslissingsinstrument beantwoord. Zo krijgt de leefomgeving een kwaliteitsimpuls. Maar ook spoort het openbaar groen inwoners aan om meer te bewegen en draagt de transformatie bij aan de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid van de stad. Actie

Omschrijving

Planning

Financiën 2023 2024

10

Onderzoek naar de inzet van een “Groene Batenplanner” als beslissingsinstrument voor ruimtelijke keuzes

Q 2. 2024 verschijnt de onderzoeksrapportage.

5.000

15

5.000

2025

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

5

Overlast gevende dieren

Overlast gevende dieren geven aan dat ecosystemen binnen de openbare ruimte uit balans zijn geraakt. Omdat de ene soort steeds minder natuurlijke vijanden heeft, heeft zij meer kans te overleven. Deze soort komt op een punt dat zij overlast gevend wordt. In aanvulling op de genoemde opsomming van overlast gevende dieren in paragraaf 1.2. valt ook nog te denken aan bladluizen, teken, wespen, buxusmotten en invasieve exoten1. Naast het op een natuurlijke weg uit balans raken van ecosystemen, werken bewoners overlast tevens in de hand door bij te voederen, door zwerfafval achter te laten en door huisdieren uit te zetten in de natuur, zoals rivierkreeftjes, goudvissen etc. De schade die overlastgevende dieren veroorzaken, is velerlei: het kapot graven van dijken, doorknagen van autokabels, poepoverlast, schade aan struiken of planten, het ontregelen van ecosystemen in sloten en kanalen, het veroorzaken van geluidsoverlast, ziektes of jeuk etc. Vanuit de boomverzorging wordt met name ingezet op het bestrijden van iepenkevers die de iepenziekte verspreidt. Ook de eikenprocessierupsen worden verwijderd, als sprake is van overlast en er moeten in een gebied meer dan vijf nesten aanwezig zijn. Ook planten kunnen schadelijk zijn voor het dierenwelzijn. Zo zorgt te veel eendenkroos er voor dat het zuurstof uit het water verdwijnt en de planten en dieren in het water sterven.

Zo zorgen grasaren en reuzenberenklauw voor lichamelijke ongemakken ook voor onder andere honden en katten. Voorgesteld wordt in actie 12 een werkwijze overlast gevende dieren vast te stellen. Veel dieren worden beschermd door de Wet natuurbescherming. De gemeente mag niet zo maar ingrijpen als dieren overlast veroorzaken. Conform deze wet worden de belangen van mens en dier zorgvuldig afgewogen. Hoe ziet deze afweging er uit. Er moet sprake zijn van (objectief meetbare) schade of (subjectieve) overlast. In volgorde van toepassing gaat het om: 1. Voorlichting: a. Algemeen: door voorlichting over de leefwijze en het gedrag van soorten of soortgroepen te geven, die schade of overlast veroorzaken met name voor en tijdens het broedseizoen; b. Eigen verantwoordelijkheid: de voorlichting richt zich daarnaast op de mogelijkheden die burgers of bedrijven zelf hebben om schade en overlast te voorkomen, dan wel te beperken. 2. Preventie van schade en overlast. De preventieve maatregelen zijn in eerste instantie gericht op de oorzaak van de overlast of schade, en gericht op een structurele oplossing. Indien op de oorzaak onvoldoende invloed kan worden uitgeoefend om de betreffende schade of overlast te voorkomen, dan wel te beperken, worden pas maatregelen genomen gericht op de symptomen van de overlast. 3. Bestrijding van schade en overlast.

Pas indien voorlichting én het treffen van preventieve maatregelen niet afdoende effectief zijn gebleken ter voorkoming of beperking van schade en overlast, wordt overgegaan tot bestrijding. Bestrijding is (net als preventie) in eerste instantie gericht op de oorzaak van de overlast of schade en gericht op een structurele oplossing. Indien op de oorzaak onvoldoende invloed kan worden uitgeoefend om de betreffende schade of overlast te voorkomen, dan wel te beperken, worden pas de symptomen van de overlast of schade bestreden.

1

Invasieve exoten zijn diersoorten die van nature niet voorkomen in Nederland en die door menselijk handelen hier terecht zijn gekomen. Zij kunnen vaak schadelijk zijn voor de natuur, andere diersoorten en ziektes meebrengen. Als zij zich hier vestigen en zich snel vermenigvuldigen, spreken we een invasieve exoot. De provincies zijn verantwoordelijk voor deze diersoorten. Zij nemen samen met de gemeente eliminatie- of beheersmaatregelen. Het gaat om soorten als: nijlgans, muskusrat, gevlekte Amerikaanse rivierkreeft en de rode Amerikaanse rivierkreeft.

16

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Actie

Omschrijving

Planning

11

Vaststellen werkwijze overlastgevende dieren

Gerealiseerd Q 2. 2024

Financiën 2023

2024

2025

5.1 Rattenbestrijding De rattenbestrijding heeft momenteel de hoogste prioriteit. De bestrijding van deze zeer overlast gevende soort wordt steeds meer aan banden gelegd. Dat betekent dat net name voorlichting prominent moet worden ingezet om te voorkomen dat voedsel voor ratten beschikbaar is. In sommige steden worden in het kader van rattenbestrijding ook zwerfkatten ingezet. In actie 13 wordt voorgesteld deze bestrijdingsmethodiek te onderzoeken. In sommige steden worden in gebieden met rattenoverlast, nachthokken voor zwerfkatten neergezet. Op die manier worden twee vliegen in een klap geslagen: de zwerfkatten worden ingezet ter bestrijding van de ratten en tegelijkertijd worden de zwerfkatten opgespoord. Met de Dierenbescherming is afgesproken dat zij bij de vondst van zwerfkatten de zogenaamde TNRmethode hanteren. Hierbij worden de katten gevangen (Trap), gecastreerd of gesteriliseerd (Neuter) en weer terugzet (Return). De katten worden gevangen met speciale vangkooien. Dat gebeurt met gerichte acties, waarbij zoveel mogelijk katten in één keer worden gevangen. Hierdoor wordt getracht de populatie van zwerfkatten tot een minimum te beperken. Voor het treffen van gerichte maatregelen is er veelal nauw contact tussen bijvoorbeeld wijkondersteuningsteams en de Stichting Zwerfkatten Rijnmond (zoals het verstrekken van een voucheractie om katten te chippen). Actie

Omschrijving

Planning

12

Onderzoek naar het plaatsen van nachthokken voor zwerfkatten ter bestrijding van ratten.

Gerealiseerd Q 2 2024

17

Financiën 2023 2024 Afhankelijk van de besluitvorming

2025

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

6

Het voorkomen van dierenleed

Dierenmishandeling gaat vaak gepaard met andere, grotere problemen. Iemand die niet goed voor een dier zorgt, blijkt dat vaak ook niet voor zichzelf of voor anderen te doen. De meeste vormen van dierenleed komen niet voort uit een kwade intentie, maar door onkunde die veelal voortvloeit uit het gebrek aan kennis over het dier. Via het nog in te richten (huis)diereninformatiepunt kan de gemeente een belangrijke rol vervullen in het faciliteren van de mogelijkheden om meer kennis en kunde ten aanzien van het te houden dier te verwezenlijken. Politie, Landelijke Inspectie Dierenbescherming en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit zijn verantwoordelijk voor de dierenverwaarlozing en -mishandeling. De gemeentelijke handhavers hebben slechts een signalerende taak. Het niet kunnen betalen van de rekening van de dierenarts leidt ook tot dierenleed (zie actie 14). Huishoudens met een laag inkomen trekken vaak te laat of soms niet aan de bel als zij de dierenarts niet meer kunnen betalen. Het gevolg kan zijn dat huisdieren niet de juiste medische zorg ontvangen, uit huis worden gezet of naar een asiel worden gebracht. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn is het van belang dat huisdieren altijd de beschikking hebben over de noodzakelijke zorg.

Voorgesteld wordt de mogelijkheid te onderzoeken of eigenaren van huisdieren met een laag inkomen in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand. Actie

Omschrijving

Planning

Financiën 2023

13

Onderzoek naar bijzondere bijstand voor de rekening van de dierenarts

Onderzoek gereed in Q 4 2023

Afhankelijk van de besluitvorming

18

2024

2025

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

7

Communicatie: bewustwording rondom dierenwelzijn

Communicatie is van groot belang in het proces van bewustwording van dierenwelzijn. De afgelopen jaren is de gemeente actiever geworden in het vergroten van dit bewustwording. Voor de gemeente is een belangrijke rol weggelegd in de voorwaardenscheppende en voorlichtende sfeer. Dit betekent dat het zowel naar inwoners en organisaties in de stad als binnen de gemeentelijke organisatie het van belang is om duidelijk en eenduidig uit te dragen wat de gemeente wil op het gebied van dierenwelzijn en wat ze van de Schiedammers verwacht. Communicatie speelt hier een belangrijke rol in. Voorgesteld wordt een (huis)diereninformatiepunt in te richten en te onderzoeken waar dit organisatorisch het beste kan worden ondergebracht. De organisatie moet met veel slagkracht de voorlichting en informatievoorziening vorm kunnen geven. Actie

Omschrijving

14

Inrichten van een (huis)diereninformatiepunt, met de volgende taken: a. Informatieverstrekking over de aanschaf van huisdieren, de training van honden, overlastgevende dieren, versterken van de biodiversiteit b. Campagne verantwoord dierenbezit, chippen van katten, (bij)voederen van dieren; opruimen van hondenpoep in losloopgebieden c. Meldpunt agressieve honden; d. Klachtenlijn overlast huisdieren

Planning

19

Gaat van start per 1.1.2024

Financiën 2023 2024

2025

50.000

50.000

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

8

Overzicht van acties en hun financiële impact

Actie

Omschrijving

1 2

APV bijvoederverbod Schouw hondenlosloopgebieden

3

Hondenlosloopgebieden, daar waar het kan

4

Actualisatie kaartmateriaal hondenlosloopgebieden

5 6

Uitbreiden opruimplicht Opstellen SMP voor de stad; aanstelling stadsecoloog

7

Opstellen ontwerp uitgangspunten natuurinclusief ontwerpen, bouwen en beheren Opstellen voorstellen tot verbeteren groene verbindingen

8 9

Soorteninformatie voor alle Schiedammers toegankelijk

10

Onderzoek naar een beslissingsinstrument voor het waarderen van natuurlijk kapitaal

11

Onderzoek naar het plaatsen van nachthokken zwerfkatten

12

Vaststellen werkwijze overlast gevende dieren

13

Onderzoek naar bijzonder bijstand voor de rekening dierenarts Inrichten (huis)diereninformatiepunt

14

Totaal

Financiën totaal

Financiën 2023

Financiën 2024

30.000

10.000

20.000

10.000

5.000

5.000

20.000 60.000

10.000

20.000

10.000

10.000 60.000

20.000

5.000

100.000 250.000

Financiën 2025

20.000

5.000

50.000

50.000

90.000

140.000

Toelichting: 1. De financiële consequenties voor 2023 komen voor rekening van het reguliere budget. 2. De gemeenteraad voor te stellen de financiële consequenties, voor 2024 € 90.000 en voor 2025 € 140.000, op te nemen in de BERAP en deze ten laste te brengen van de algemene middelen; 3. Momenteel kunnen nog niet alle financiële consequenties van alle acties worden overzien.

20

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Bijlage I: Soortenmanagementplan voor Schiedam Inleiding Conform de regels van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) dient bij ieder voornemen tot renovatie, sloop, isolatie, aanleg van wegen, nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen en/of uitgebreid groenonderhoud rekening te worden gehouden met de bepalingen uit deze wet. De wet verbiedt het doden en verwonden van beschermde soorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. In de gebouwde omgeving zijn de beschermde soorten o.a. vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Niet iedereen beseft het, maar in een groot deel van de woningen/ gebouwen leeft één of meerdere van deze soorten.

Soortenmanagementplan (hierna: SMP) voor Schiedam Op dit moment wordt bij de Omgevingsdienst Haaglanden (hierna: ODH) per gebouw/object door de eigenaar (als hij of zij al op de hoogte is dat dit moet) een ontheffing Wnb aangevraagd. Hiervoor vindt onderzoek plaats naar aanwezigheid van beschermde soorten. Bij aanwezigheid vindt veldonderzoek plaats, dat kan leiden tot compenserende en mitigerende maatregelen, die de beschermde soorten de komende jaren een impuls moeten geven. Daarna wordt bij de ODH een ontheffing aangevraagd. De gehele procedure voor een object neemt ongeveer anderhalf jaar in beslag. De kosten voor een eengezinswoning bedragen ongeveer € 7.000; voor een appartementencomplex zo ongeveer € 20.000. In eerste instantie was de bedoeling om voor Groenoord een gebiedsgerichte ontheffing Wnb – in de vorm van een SMP - aan te vragen. Tijdens de voorbespreking van het SMP voor Groenoord met vertegenwoordigers van Zuid Holland en de ODH kwam de suggestie naar voren om voor Schiedam een SMP voor de gehele stad op te stellen. De gemeente brengt in dat geval de stadsnatuur in kaart én neem maatregelen om deze fors te stimuleren (“plussen”). Hierdoor is de biodiversiteit weerbaar genoeg om af en toe ruimtelijke ingrepen op te vangen (“minnen”). Daarmee krijgt zowel de biodiversiteit als de woningbouw en woningverduurzaming in de stad een aanzienlijke impuls.

Na de afgifte van een gebiedsontheffing door de ODH treedt er een aanzienlijke versnelling op, omdat de gemeente vervolgens aan de hand van het SMP kan “doorontheffen”.

Voor Groenoord is inmiddels actie ondernomen Vanwege de kritische termijnen van de energietransitie in Groenoord heeft het college inmiddels € 200.000 ter beschikking gesteld voor het opstellen van een SMP voor deze wijk. De verwachting is dat de gebiedsgerichte ontheffing medio 2024 kan worden afgegeven. Met het budget vindt de bekostiging plaats van: Activiteit Kosten 1

Inhuur voor het opstellen Quick Scan, SMP, begeleiden ontheffingsaanvraag, implementeren en gebruik SMP voor 2023 / 2024

2 3

Inhuur ecoloog voor 2023 voor de begeleiding van de SMP werkzaamheden Inhuur voor het in orde brengen van de administratieve organisatie (Q4 2023/Q1 en 2 2024). Het SMP vraagt een salderingsboekhouding, een doorontheffingsstelsel, handhaving, communicatie en een wijziging van de legesverordening. Deze activiteiten moeten worden voorbereid, zodat de gemeentelijke organisatie - zodra de ontheffing van de ODH wordt afgegeven - meteen van start kan gaan.

21

€ 75.000 € 50.000 € 75.000

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Een sluitende begroting voor een SMP voor de resterende wijken van Schiedam Op basis van de kosten die we voor het opstellen van een SMP voor Groenoord in kaart hebben gebracht, is de onderstaande begroting voor een SMP voor de resterende wijken van Schiedam opgesteld. Subsidies

Kosten

Subsidie Vliegende brigade 2023 Subsidie Vliegende brigade 2024 Extra subsidie provincie

€ 135.000 € 135.000 € 50.000

Inhuur voor het opstellen van de Quick Scan, SMP, begeleiden ontheffingsaanvraag (in 2023 tot 2025) € 200.000 Inhuur aanbestedingstraject (2023) € 20.000 Inhuur ecoloog voor SMP begeleiding (2024-2025) € 100.000

Totaal

€ 320.000

Totaal

€ 320.000

Toelichting: De openbare aanbesteding en de Quick Scan kunnen in 2023 plaats vinden. De overige SMP activiteiten in 2024 en 2025. De verwachting is dat de ontheffing voor de gehele stad medio 2025 kan worden afgegeven. Tijdens de eerder genoemde voorbespreking hebben provinciale medewerkers van het onderdeel Natuur aangegeven dat zij ook voor de inliggende gemeenten een extra subsidie van € 50.000 ter beschikking willen stellen. Met het ingehuurde bureau voor het SMP voor Groenoord is afgesproken dat de gemeente kan beschikken over hun gegevens, zodat we die kunnen invoeren in de salderingsboekhouding. We kunnen ook gebruik maken van de gegevens van Groenoord voor het opstellen van het SMP voor de stad.

Voor- en nadelen Voordelen: 1. (Kosten)efficiëntie: Eén gebiedsdekkend ecologisch onderzoek en één ontheffingsprocedure is efficiënter en op termijn goedkoper. Zeker voor de inwoners en ontwikkelaars. 2. Wabo-procedures zonder “Natuur”: Omdat “Natuur” al vergund is, hoeft het onderdeel “beschermde dieren en planten” niet aan te haken in de Wabo-procedure. Daardoor is er geen uitgebreide Wabo-procedure meer nodig en kan de Wabo-vergunning makkelijker verleend worden. 3. Draagvlak voor natuur: De Wnb brengt voor individuele projecten veel kosten, tijd en onzekerheid met zich mee. Draagvlak voor natuur is daardoor vaak laag. Via een SMP wordt de biodiversiteit gericht beschermd en is het draagvlak vaak hoger doordat bewoners worden betrokken bij het vergroenen van hun leefomgeving. 4. Populaties van beschermde soorten zijn duurzaam te behouden: De biodiversiteit wordt nu vaak niet gericht beschermd, maar vooral ad hoc bij specifieke ingrepen. Zijn populaties op den duur té kwetsbaar door vele “kleine minnetjes”, dan zijn ruimtelijke ingrepen niet meer te vergunnen. Een duurzame biodiversiteit is dus zowel in het belang van de natuur als in het belang van de ruimtelijke mogelijkheden voor ontwikkelingen. Kortom: Een SMP zorgt voor onze (stads)natuur, ontlast burgers en ondernemers én versnelt bovendien woningbouw en verduurzaming. Nadelen: 1.

Het volledig in kaart brengen van de biodiversiteit in een gemeente kost tijd en geld. 2. De verantwoordelijkheid van de gemeente om de biodiversiteit te beschermen en verbeteren is gekoppeld aan de ontheffing. 3. De gemeente moet haar organisatie aanpassen aan het doorontheffen.

22

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Bijlage II : Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen biedt een veelheid aan positieve effecten naast het versterken van de biodiversiteit, o.a. op soortenbescherming (bepaalde soorten als mussen en vleermuizen), gezondheid, afname van geluidsoverlast, vermindering van luchtvervuiling, verbetering van waterbergingscapaciteit, bestuiven van gewassen, beperken van plaaginsecten, vastgoedwaardestijging. Natuurinclusief bouwen is het integreren van natuur in de gebouwde omgeving, zowel in nieuwe ontwikkelingen als renovaties, met als doel het versterken van de (lokale) biodiversiteit. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de al bestaande natuurlijke netwerken in de stad en de dieren die daar gebruik van maken; het groennetwerk (betrekking op beplanting en groene verbindingen), het blauwnetwerk (betrekking op het oppervlaktewater en blauwe verbindingen), het bruinnetwerk (betrekking op de bodem) en het zwartnetwerk (betrekking op de gebieden waar nachtelijke dieren gebruik van maken). Een gebied natuurinclusief inrichten, wordt gerealiseerd door middel van het toepassen van natuurinclusieve ingrepen/maatregelen in, aan, om of op gebouwen en in de omliggende private en openbare ruimte.

Deze maatregelen dragen bij aan de biodiversiteit door het verbeteren en het vergroten van de al aanwezige natuurlijke leefomgeving en waar mogelijk en zinvol nieuwe stukken natuur toe te voegen en te verbinden met elkaar. Bijvoorbeeld door het creëren van nestgelegenheden, groene gevels en natuurdaken op gebouwen, het kiezen voor insectvriendelijke beplanting en ecologisch beheren van tuinen en plantsoenen. Dit houdt in dat er meer ruimte komt voor ecologisch groen bij nieuwbouw, renovatie of herstructurering, dusdanig dat er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een volwaardig ecosysteem.

Voorbeelden natuurinclusieve ingrepen Bebouwing 1. Neststenen voor vogels In- en opbouw kasten voor vogelsoorten die in stedelijk gebied broeden. Creëert nestmogelijkheden. 2.

3.

4.

5.

6.

Nestkasten voor vleermuizen In- en opbouw kasten voor vleermuissoorten die in de stedelijke omgeving leven. Creëert nestmogelijkheden. ‘Hotels’ voor insecten In-, opbouw en losse kasten voor het verblijven en broeden van diverse soorten insecten (o.a. vlinders en bijen). Creëert nest- en schuilmogelijkheden. Groen dak Dakopbouw met substraat laag en beplanting in verschillende types; sedum dak (extensief) tot natuur dak (intensief). Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden Bruin dak Dakopbouw met zand, aarde en puin (het nabootsen van schrale grond zoals op industriegebieden). Trekt veel pionier soorten aan. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden Water(opvang) dak Dakopbouw met (gedeeltelijk) opvang van regenwater, kan in combinatie groendak (=retentiedak). Water dient als leefomgeving o.a. voor insecten en drinkwater. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden afhankelijk van welk type.

23

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

7.

8.

Groene gevel Beplanting voor of op de gevel doormiddel van zelfhechtende beplanting of (modulaire) groenbakken. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden. Geveltuin Minituin van max 2 stoeptegels diep met veel bloemrijke beplanting. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden.

Openbare gebied 9. Natuurspeelplaats Spelen in de natuur, combinatie van heuvelachtig landschap, inheemse en/of passende beplanting voor het gebied en bomen en waar mogelijk water. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden. 10. Waterafvoer door infiltratie (wadi) Verdiepte groenstrook die regenwater buffert. Rijk beplant met inheemse planten kan het een verbinding tussen groengebieden zijn. Creëert voedsel en schuilmogelijkheden. 11. Vijver Verdiept met stilstaand water en rijk beplant creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden. 12. Poel (padden) Klein verdiept poeltje met stilstaand water met kale oevers voor toegankelijkheid. Creëert nestmogelijkheden. 13. Haag Hagen kunnen dienen als verbinding of bescherming en creëert voedsel, nest-, verbinding- en schuilmogelijkheden. 14. Bloemrijke boomspiegel Beplanting op grond rondom bomen zorgt voor betere bodemstructuur. Creëert voedsel, nesten schuilmogelijkheden. 15. Natuurvriendelijke (ecologische) oever Flauw aflopende overgang van land naar water beplant met oeverbeplanting. Uitstapplaats voor dieren. Creëert voedsel, nest- en schuilmogelijkheden. 16. Groene kademuren Begroeide kadewanden zijn vaak geschikt voor minder voorkomende plantsoorten en is verrijking lokale biodiversiteit. Creëert voedsel en nestmogelijkheden. 17. Muur van wildernis Muren met brede voegen waar beplanting tussen kan ontstaat.

Creëert voedsel en schuilmogelijkheden. 18. Vlinder- en bijenidylle Gebied dat rijk beplant is met bloemen en kruiden voor vlinders en bijen en waar een diervriendelijk maaibeheer plaatsvind. Creëert voedsel-, verbinding- en schuilmogelijkheden. 19. Aansluiting op ecologische structuur Opheffen van barrières door toepassen duikers met faunapassages, faunapassages onder en over wegen door en het blokkeren van wegen zodat er geen dierlijke verkeersslachtoffers vallen. Creëert veiligheid en verbinding. 20. Donkerte (geen) of diervriendelijke verlichting Maak routes waar dieren s’ nachts gebruik van maken donker of voorzie deze van diervriendelijke verlichting. Creëert veiligheid en verbinding.

24

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Bijlage III : De huidige honden losloopgebieden (2023)

Figuur 1 De huidige honden losloopgebieden

25

Actieprogramma dierenwelzijn 2023-2025

Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13075499/1