CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 MRDH Collegebrief Lobby correctie BDU-korting

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Zienswijze begroting MRDH 2026 en MRDH beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen 20251.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl

Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de 21 gemeenten van de MRDH

KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon Gertjan Nijsink e-mail g.nijsink@mrdh.nl

Datum

14 mei 2025 Onderwerp

Lobby correctie BDU-korting Geachte colleges,

telefoonnummer 088 5445 143 uw kenmerk ons kenmerk 118918 aantal bijlage(n) 2

Op 6 maart 2025 heb ik u voor het laatst geïnformeerd over de stand van zaken wat betreft de lobby die de MRDH en de Vervoerregio Amsterdam voeren om de door het Rijk geplande korting op de Brede Doeluitkering (BDU) ongedaan te maken. Gezien een aantal recente ontwikkelingen stuur ik u bij deze een update. Kern daarvan is dat de zorgen die we reeds hadden, door de Voorjaarsnota van het Rijk zeker niet zijn afgenomen. Samen met onze collega’s van de Vervoerregio Amsterdam en de twaalf provincies blijven we onverkort aandacht vragen bij het Rijk voor de gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen. Nogmaals doe ik een beroep op uw eigen contacten bij de landelijke politiek om (opnieuw) de problematiek rond de voorgenomen OVbezuinigingen onder de aandacht te brengen. Ook vraag ik u om onze lobbyinspanningen actief te ondersteunen door actief bij te dragen aan de acties en mediamomenten die worden gepland. Kamerbrief Op 1 april 2025 heeft de staatssecretaris van IenW een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de voorgenomen rijksbezuinigingen op het openbaar vervoer: de 10% budgetkorting op de BDU (voor MRDH: 59 miljoen euro per jaar) en de herijking van de Studenten-OV-kaart (voor MRDH: 17 miljoen euro per jaar).

Toegevoegd aan de Kamerbrief was een notitie van de gezamenlijke openbaar vervoerbedrijven, OV-NL, waarin zij ingingen op de gevolgen van de herijking van de Studenten-OV-kaart (SOV). Een andere bijlage bij de Kamerbrief was een notitie van de hand van MRDH en VRA, waarin wij beschreven wat de gevolgen van de BDU-korting zouden zijn voor met name woningbouw. In de twee vervoerregio’s komt de bouw van 300.000 nieuwe woningen in gevaar. Niet omdat de vervoerregio’s of inliggende gemeenten actief besluiten deze plannen te schrappen, maar omdat projecten hiertoe worden gedwongen door een slechtere business case of juridische procedures vanwege bijvoorbeeld extra stikstofuitstoot door meer autogebruik. Dit als gevolg van korting op de BDU die leidt tot minder én duurder regionaal openbaar vervoer. De betreffende bijlagen van de Kamerbrief heb ik toegevoegd aan voorliggende brief. De inhoud van de Kamerbrief was voor ons teleurstellend. De brief wekte vooral de indruk dat er sprake was van een regionaal probleem waarvoor het Rijk geen verantwoordelijkheid voelde. Bovendien werd in de brief een onjuist beeld geschetst. De brief benoemde de financiële bijdragen die het Rijk heeft geleverd ten tijde van de coronacrisis en daarna (de tijdelijke coronagelden en de structurele ‘Bikkergelden’), en schetste het beeld dat zelfs na de bezuinigingen op de BDU en de

Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.

SOV het netto-effect positief is. De Kamerbrief bracht echter niet in beeld waarom de eerdere extra middelen nodig waren en aan de regionale OV-opdrachtgevers zijn uitgekeerd: om het openbaar vervoer in stand te houden door de gedaalde reizigersinkomsten en de sterk gestegen kosten in het regionaal openbaar vervoer te compenseren. Daarmee wekte de brief een onterecht positief beeld over de situatie van het regionaal openbaar vervoer. Kamerdebat Een dag later, op 2 april, vond in de Tweede Kamer een commissiedebat ‘Strategische keuzes bereikbaarheid’ plaats. In dit debat uitte een groot aantal politieke partijen, zowel van de coalitie als van de oppositie, hun zorgen over de dreigende bezuiniging op de BDU en de gevolgen voor het regionale openbaar vervoer. De staatssecretaris verklaarde in het debat: “Wij hebben voorop staan: toekomstbestendig, betrouwbaar, veilig, betaalbaar, toegankelijk, zodat voorzieningen bereikbaar blijven. Om die reden zien wij de essentie. Echter, zeg ik ook heel eerlijk, op de IenW-begroting zijn geen middelen om de korting ongedaan te maken. Dat is ook de reden waarom wij rond de Voorjaarsnota gesprekken hierover voeren binnen het Kabinet, en ik ben aan het kijken hoe we dit kunnen terugdraaien.

Want ik denk dat dit voor de beide betrokken regio’s desastreus kan uitpakken, en dat kan nooit de bedoeling zijn.” Moties Daarmee was het debat van 2 april hoopgevender dan de voorafgaande Kamerbrief. Ook omdat door de Tweede Kamer een tweetal moties werd ingediend. In de eerste motie werd het Kabinet opgeroepen “maximaal in te zetten op het voorkomen van deze voorgenomen bezuiniging op de BDU-middelen”. Een tweede, lichtere motie, riep op om “samen met medeoverheden en de woningbouwsector te inventariseren welke knelpunten er ontstaan wanneer er onvoldoende middelen voor openbaar vervoer zijn”. De eerste motie werd op 15 april helaas niet door de Tweede Kamer aangenomen, naar verluid omdat de coalitiepartijen ‘geen ongedekte financiële claims wilden steunen’. De tweede motie kreeg wel een Kamermeerderheid. Voorjaarsnota Juist door de gewekte verwachtingen viel het resultaat van de Voorjaarsnota van het Rijk (zoals gepubliceerd op 18 april door de minister van Financiën) tegen. In de Voorjaarsnota wordt niet ingegaan op de BDU en de voorgenomen budgetkorting. Evenmin wordt aandacht besteed aan de herijking van de Studenten-OV-kaart, of in algemene zin op het regionale OV- en verkeerbeleid. Daarmee blijven de financiële opgaven voor de MRDH volledig bestaan.

Sterker nog: een andere maatregel in de Voorjaarsnota is dat de begroting van ministeries niet of onvolledig wordt geïndexeerd. Onduidelijk is hoe dat een vertaling krijgt, maar in elk geval zullen geplande rijksprojecten die ook een regionale impact hebben, geraakt worden. Onduidelijk is of het gebrek aan indexering ook effect zal hebben op de indexering van de BDU. Als die indexering onder druk komt te staan, betekent dat feitelijk een aanvullende structurele korting op de BDU waarvan de impact op dit moment nog onbekend is. In een brief van 25 april 2025 heeft de staatssecretaris bevestigd dat de Voorjaarsnota geen oplossing biedt: “Inmiddels heeft de besluitvorming over de Voorjaarsnota plaatsgevonden en moet ik constateren dat er geen oplossing voor de BDU-korting is gevonden.” Vervolgproces Dit betekent dat wij onze lobby bij het Rijk onverkort voortzetten. We blijven de negatieve gevolgen van de BDU-korting benoemen, en verwijzen ook naar de uitspraken die de Staatssecretaris zelf heeft gedaan over de ‘desastreuze effecten’ van de bezuiniging. Enerzijds richten we ons daarbij op de behandeling van de Voorjaarsnota in de Tweede Kamer. Anderzijds kijken we ook reeds vooruit naar de begroting van 2026 zoals die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, met de 2

bijbehorende algemene beschouwingen in het najaar. Aanvullend op het inzicht dat we al hebben gegeven in de mogelijke gevolgen van de bezuinigingen, willen we daarbij ook aandacht vragen voor het verlies aan koopkracht dat de BDU-bezuiniging oplevert door de hogere OV-tarieven die dan nodig zijn. Ook zullen we in de media aandacht blijven vragen voor de gevolgen van de BDUkorting en de herijking van de Studenten OV-kaart. Daarbij ligt voor ons de focus op de BDUkorting, omdat die voor de vervoerregio’s de grootste impact heeft. Onze lobby-inspanningen worden ondersteund door publieksacties. Over de precieze vorm daarvan, vindt overleg plaats met de vervoerregio Amsterdam, de vervoerbedrijven en de provincies. Deze acties zijn indien mogelijk publieksvriendelijk, maar indien nodig verdergaand: liever nu een beetje actiepijn, dan straks structureel veel meer en echte maatschappelijke pijn. Ten slotte Zolang de bezuiniging op de BDU nog niet onherroepelijk is, acht ik het onverstandig om reeds concrete maatregelen te nemen of voor te bereiden om deze bezuiniging uit te voeren. Met name maatregelen die direct impact hebben op het openbaar vervoer (hogere tarieven, lager voorzieningenniveau) hebben een langdurig effect, ook als latere aanvullende rijksmiddelen het mogelijk zouden maken deze weer ongedaan te maken.

Als mensen hun reisgedrag hebben aangepast, doen ze dat vaak voor langere tijd. Het kost daarom veel tijd om verloren reizigers in het openbaar vervoer weer terug te winnen. Ik wil dit graag voorkomen. Ik zal de algemeen directeur van de MRDH vragen om aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit een voorstel te doen hoe te handelen zolang er nog geen definitieve duidelijkheid is over het doorgaan van de BDU-korting. In ieder geval zal de lobby zich de komende tijd onverkort, en met toenemende scherpte, blijven richten op het ongedaan maken van de BDU-korting. Daarbij zullen we de staatssecretaris blijven herinneren aan zijn woorden van 2 april: over de desastreuze gevolgen van de BDU-korting, en het gesprek in het Kabinet om deze korting terug te draaien. Mocht de BDU-korting uiteindelijk definitief blijken te zijn, dan is van toepassing wat ik schreef in mijn brief van 6 maart 2025: we zullen dan in gesprek moeten gaan met elkaar en keuzes moeten maken. Dit doen we in de wetenschap dat door de afgelopen jaren (coronacrisis, herijking van de OV-studentenkaart, sterk gestegen kosten) er geen ruimte is om deze bezuiniging op een eenvoudige manier op te vangen. Ik vraag u om zich bewust te zijn van de forse gevolgen die een BDU-korting zal hebben, ook voor uw eigen gemeente. Dit raakt ons allemaal en op de eerste plaats onze inwoners.

Om dit te voorkomen, doe ik nogmaals een beroep op uw eigen bestuurlijke contacten met het Rijk. Ik vraag u om in uw eigen netwerk aandacht te blijven vragen voor de gevolgen van (met name) de BDU-korting voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van het regionale openbaar vervoer, en de daarmee samenhangende gevolgen voor woningbouw, bereikbaarheid, leefbaarheid en economie. Ook vraag ik u om actief bij te dragen aan de acties en mediamomenten die worden gepland. Indien gewenst kan de ambtelijke organisatie van de MRDH u hierbij ondersteunen. Ik verzoek u deze brief ter informatie door te geleiden naar uw gemeenteraden, zodat ook zij geïnformeerd zijn over de laatste stand van zaken en over de geplande acties voor de komende tijd. Met vriendelijke groet,

Jan van Zanen, voorzitter 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616786/1